zondag 29 juli 2012

'Het Recht op Terugkeer' van Leon de Winter


Hoewel 'Het Recht op Terugkeer', zoals verwacht zou mogen worden, slaat op de Joden en Israël, slaat het in mijn geval ook op mijn (snelle) terugkeer naar een roman van Leon de Winter (zie voor de recensie van zijn laatste boek 'VSV' hier). Gelijk 'VSV' is ook het voorlaatste boek van De Winter een 'what if'-roman. Daar waar in 'VSV' De Winter, in navolging (?) van 'De Ontdekking van de Hemel' van Mulisch, voor zijn verhaal toevlucht zoekt in het bestaan van engelen, schetst hij in dit boek een sterk verkleind Israël in 2024 dat eigenlijk niet meer is dan een uit de kluiten gewassen stadstaat rondom Tel Aviv. Jeruzalem is de ondeelbare hoofdstad van de Palestijnen terwijl de bevolking van Israël steeds verder vergrijst in afwachting van het naderende einde van het bestaan van de staat Israël. Tegen deze bijna apocalyptische achtergrond schetst De Winter het persoonlijke verhaal van de historicus Bram Mannheim geboren en opgegroeid in Nederland.

'What if''-romans geven schrijvers de ruimte om binnen de spanning van een geheel eigen niet-bestaande context, die overigens wel geloofwaardig moeten zijn, een verhaal te laten ontspinnen. Meer dan een jaar geleden besteedde ik al aandacht aan de 'what if''-roman op grond van de boeken 'The Africa Reich' en 'SS-GB' (zie hier). De Winter sleurt je vanaf de proloog, die speelt in 2024, meteen het verhaal in. Bram Mannheim heeft in 2024, samen met zijn jonge partner Ikkie, een bureau voor het terugvinden van vermiste kinderen. Het natrekken van een tip leidt hen tot Jaffa dus buiten de grenzen van het Israël van 2024. Tegelijkertijd wordt de context van het alternatieve en toekomstige Israël geduid en komt de lezer erachter dat de zoon van Bram zelf jaren geleden vermist is geraakt. Na deze proloog wordt de lezer teruggeworpen naar 2004 wanneer Bram, samen met zijn vrouw Rachel en zijn pasgeboren zoon Bennie, woont in Tel Aviv waar hij de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten aan de universiteit doceert. Tevens leren we zijn vader Hartog kennen die de Nobelprijs voor de scheikunde heeft gewonnen. Een aanslag op het kinderdagverblijf van Bennie doet Bram en Rachel definitief besluiten in te gaan op een aanbod aan Bram om in de V.S. te doceren. Vier jaar later, in 2008 (tevens het jaar waarin het boek is gepubliceerd), wonen Bram en Rachel in de buurt van Princeton, wanneer het noodlot toeslaat en Bennie verdwijnt. De verdwijning van Bennie leidt ertoe dat het leven van Bram een maalstroom wordt waarin hij achtereenvolgens Rachel verliest, maar ook zijn geestelijke gezondheid. Door een toevallige samenloop van omstandigheden redt hij, terwijl hij (letterlijk!) zwerft over de boulevards van Santa Monica, het leven van een klein meisje wat hem de dank oplevert van haar rijke grootvader die hem weer op de been helpt. Jaren later zijn we dan weer terug in 2024 waar je als lezer inmiddels begrijpt hoe de academicus Bram is verworden tot ambulancechauffeur en partner van een bureau dat zoekt naar vermiste kinderen. In dit laatste deel van het boek komen alle verhaallijnen volledig bij elkaar en wordt het mysterie van Bennie's verdwijning ontrafeld. 

Gelijk 'VSV' heb ik ook dit boek van De Winter verslonden. Het kan niet ontkend worden dat De Winter een goede pen heeft en weet hoe hij een literaire thriller moet schrijven waarbij hij tevens een gelaagd verhaal tot een bevredigende afronding weet te brengen. Net als bij 'VSV' kent deze afronding de nodige toevalligheden die bij zeer kritische beschouwing de kracht van het boek zouden kunnen ondermijnen, maar in mijn beleving hoort het nu juist bij een dergelijk verhaal. Het is niet voor niets dat ik ook bij dit boek wel eens dacht aan 'De Ontdekking van de Hemel'. Wat tevens goed gelukt is, is het gebruik van het 'what if'-genre. De Winter laat in de regel in dit boek niet al te veel los over het toekomstige Israël (zonder daarbij de rest van de wereld onvermeld te laten). Hij doet dit op hoofdlijnen zodat de interesse bevredigd wordt, maar niet op zo'n manier dat de details van de toekomst het eigenlijke verhaal in de weg zitten. De 'what if''-context is een manier om een verhaal te vertellen, maar moet het verhaal zelf niet wezenlijk beïnvloeden: het moet op zichzelf staan. De toekomst die De Winter schetst is overigens geen fraaie. Israël is zoals gezegd gemarginaliseerd, maar de rest van de wereld komt er ook niet denderend vanaf. De terroristische dreiging is alleen maar toegenomen net als de veiligheidsmaatregelen ten koste van de verworven (Westerse) vrijheden. Rusland is herrezen als wereldmacht onder de ferme leiding van Vladimir Putin die na zijn twee ronde als president weer premier is geworden om daarna weer president te zijn. Aanslagen zijn aan de orde van de dag en een grote aardbeving in Kazachstan heeft dit land omgevormd tot een Islamitisch Kalifaat dat in het boek nog een hoofdrol zal spelen. Hoewel het niet expliciet wordt benoemd, moet de conclusie zijn dat de Westerse wereld nog wel bestaat, maar fors onder druk staat. 

Kortom: net als 'VSV' kan ik ook dit boek van De Winter van harte aanbevelen. Als je er eenmaal aan begint, zal je het boek niet makkelijk wegleggen. Het weerhoudt mij er in ieder geval niet van om het oeuvre van De Winter verder te bezien!

zondag 22 juli 2012

'Solar' van Ian McEwan


Bij mijn blog over 'The Innocent' van Ian McEwan (zie voor recensie hier) had ik al gewaarschuwd dat de kans groot was dat ik snel weer een boek van Ian McEwan zou lezen. En dat is met 'Solar' dan ook weer gebeurd. 'Solar' is, na 'Saturday' en 'The Innocent', het derde boek dat ik van McEwan lees. Opvallende daarbij is dat McEwan niet echt een vast receptuur kent voor zijn boeken. De boeken hebben de vloeiende schrijfstijl van McEwan gemeen, maar het karakter loopt uiteen. 'Solar' is vooral komisch van aard. Bij het lezen over drie episodes uit het leven van de Nobelprijswinnaar Michael Beard kan je vaak een glimlach of gniffel niet onderdrukken. Dit mede vanwege de veelal snoeiharde, maar terechte observaties over de met zichzelf bezig zijnde Beard en zijn omgeving. Observaties die overigens in het tweede deel van het boek worden gekoppeld aan gebeurtenissen uit de jeugd van Beard, met name de relatie met zijn moeder (die veel vreemd ging en altijd zorgde voor een goed gevulde maag) Geeft wel een aardig inzicht in het psychologische verband tussen gebeurtenissen van vroeger en gedragingen in de toekomst, hoewel het soms ook een behoorlijk gehalte van psychologie van de koude grond heeft.

Michael Beard is een nogal egocentrische wetenschapper wiens magnum opus, de 'Beard-Einstein Conflation', hem de Nobelprijs voor de Natuurkunde opleverde. Een verdienste waar hij sinds die tijd vooral op teert en daarna geen grote nieuwe ontdekkingen heeft gedaan. McEwan, zoals bij veel van zijn romans, laat zijn fictieve personages acteren in de bestaande context waarmee herkenning gegarandeerd is. In de roman volgende we Michael Beard, vanuit het gezichtspunt van de alwetende verteller, tijdens drie periodes in zijn leven: 2000, 2005 en 2009. In de opeenvolgende tijdsperiodes wordt steeds meer duidelijk dat wetenschap voor Beard eigenlijk alleen maar een vehikel is voor zijn eigen levensstijl en erkenning terwijl zijn daadwerkelijke obsessie ligt op het gebied van vrouwen en eten. In 2000 ontmoeten we Beard voor het eerst wanneer hij aan zijn vijfde huwelijk bezig is en zijn vrouw, Patrice, hem een koekje van eigen deeg geeft en tot tweemaal toe vreemd gaat. De tweede keer met een jonge medewerker, Tom Aldous, van hem bij het onderzoekscentrum dat hij leidt. Deze jonge medewerker irriteert hem behoorlijk, zeker vanwege het feit dat hij wel in staat is tot het bedenken van nieuwe originele ideeën. Zonder al te veel te willen verraden komt de oplossing voor het gebrek aan nieuwe ideeën samen met een fatale val van Tom Aldous wanneer Beard hem thuis betrapt na terugkomst van een studiereis over klimaatverandering naar de Noordpool. Beard weet de dood van Aldous zo te gebruiken dat enerzijds een andere minnaar van Patrice ervoor de cel indraait en hij beschikt over het werk van Aldous over klimaatverandering die zijn professionele loopbaan opnieuw leven kan inblazen.

Inmiddels zijn we bij de volgende episode vijf jaar verder aanbeland en treffen we een Beard aan die nog steeds geobsedeerd is door vrouwen, maar wiens obsessie voor eten steeds grotere (en groteskere) vormen aanneemt. Inmiddels is hij samen, doch niet getrouwd, met Melissa, die graag een kind van hem wil, terwijl hij daar niet op zit te wachten. Uiteindelijk wordt ze, tegen zijn wil, toch zwanger van hem. Op het professionele vlak, na een gênante mediastorm over een vrouwonvriendelijke opmerking, gaat het echter beter. Op grond van het werk van Aldous wil Beard zonne-energie, via fotosynthese,  revolutionaliseren en is hij een veelgevraagd spreker.

Dan volgt de laatste episode vier jaar later, het is inmiddels 2009, en staat Beard aan de vooravond van een grootse presentatie van zijn onderzoekscentrum gevestigd in Lordsburg nabij El Paso in New Mexico in de V.S. Een presentatie die de energieopwekking zal revolutionaliseren. Nog steeds is hij geobsedeerd voor vrouwen, maar zijn obsessie voor eten heeft de overhand gekregen waardoor hij inmiddels tonnetje rond is en alleen maar bezig lijkt te zijn met zijn volgende eetmoment. Overigens zijn de beschrijvingen van de overwegingen bij deze eetmomenten vaak de meest komische in het boek. Zijn gezondheid laat ook te wensen over en een bezoek aan zijn arts wijst ook op dit vlak op een tikkende tijdbom. Zoals altijd bij dergelijke verhalen 'has the past a tendency to catch up' en komt alle ellende die Beard vakkundig voor zich uit heeft weten te schuiven, zowel professioneel als privé, ongenadig samen. Op dat moment nemen we afscheid van Beard en is het de vraag hoe het precies eindigt, maar we kunnen gerust zijn dat het niet goed eindigt voor Beard. 

Ook 'Solar' zal ertoe leiden dat ik vaker boeken van McEwan ga lezen. Zijn vloeiende schrijfstijl is aanstekelijk en de manier waarop hij in dit boek de uiterst onsympathieke Michael Beard op komische wijze door het slijk haalt, is meer dan de moeite van het lezen waard!

donderdag 19 juli 2012

'VSV of Daden van Onbaatzuchtigheid' van Leon de Winter


Hoewel Leon de Winter nu niet bepaald onbekend is, is 'VSV' het eerste boek dat ik van hem lees. Ik ken De Winter vooral als polemist en publicist. Recent kocht ik zijn voorlaatste boek 'Het Recht op Terugkeer', maar die staat nog ongelezen in de boekenkast. Mijn interesse in zijn nieuwste boek, waarvan de uitgebreide titel 'VSV of Daden van Onbaatzuchtigheid' is, werd al gewekt voordat het boek überhaupt in de winkels lag. Bij 'Eva Jinek op Zondag' op de bank lichtte De Winter al een tipje van de sluier op en gaf aan dat het boek geboren was uit zijn (polemische) relatie met Theo van Gogh. Het moge bekend verondersteld zijn dat beide heren geen vrienden van elkaar waren. Kern van het meningsverschil lag besloten in het feit dat Van Gogh stelde dat De Winter zijn Joods-zijn uitventte terwijl De Winter van mening was dat Van Gogh antisemitische was dan wel antisemitische uitspraken bezigde. De Winter gaf tijdens deze banksessie hier ook een treffend voorbeeld van dat ook in het boek terug te lezen valt: in het VARA-programma 'Het Zwarte Schaap' waar Theo van Gogh te gast was (andere uitzendingen waren bijvoorbeeld gewijd aan Jet Nijpels, Anton Geesink en Hans Janmaat) stelde deze (moedwillig?) onterecht dat Leon de Winter, die niet aanwezig was noch het programma had gezien, een verzamelaar was van stukken prikkeldraad van concentratiekampen. Met dit in het achterhoofd kan ik me de gespannen relatie tussen Van Gogh en De Winter goed voorstellen. 

Bovenstaande moet er overigens niet toe leiden dat 'VSV' een biografische roman is. Het is de weergave van een parallel universum waarbij voor ons allen bekende personen een hoofdrol spelen: Leon de Winter, Theo van Gogh, Mohammed Bouyeri, Bram Moskowicz, Job Cohen, Piet Hein Donner & Geert Wilders. Vele anderen worden genoemd zoals Mark Rutte en Eva Jinke (die Bram verlaat om Paul Witteman te vervangen bij Pauw & Witteman) , maar hebben geen actieve rol in het boek. Naast de bekende echt bestaande personages wordt het grootste deel van het boek bevolkt door fictieve personages: de Nederlandse topcrimineel Max Kohn, zijn ex-geliefde Sonja, haar zoon Nathan en Kohn's 'enforcer' Kicham Ouaziz en dienst zoons 'Sallie' Ouaziz. 

Het boek start met Theo van Gogh die na diens moord vast zit in een voorportaal voor een soort hemel. Daar zit hij inmiddels al jaren, als hoofd zonder lichaam (een verwijzing naar het feit dat Mohammed Boujeri zijn keel doorsneed), wachtend op het volgende station, maar nooit los komend van zijn aardse bestaan. In dit voorportaal, ware het de UWV, wordt je begeleid. In dit geval door Jimmy Davis een zwarte Amerikaanse priester die het tijdens zijn leven het weinig nauw nam met de regels van het celibaat en zich 'involveerde' met de eerder genoemde Sonja tegenwoordig de vriendin van Leon de Winter (althans de Leon de Winter van het boek). Indien Van Gogh de rest van zijn lichaam terug wil en verder wil komen dan de kazerne die het voorportaal voor hem is, moet hij beschermengel worden. Uiteindelijk voegt de dwarse Van Gogh zich en wordt hij beschermengel van Max Kohn. Kohn heeft Nederland onder dubieuze omstandigheden jaren geleden verlaten voor een verblijf in de V.S. en heeft recent een harttransplantatie moeten ondergaan omdat zijn hart niet meer functioneerde. Het hart overigens van Jimmy Davis die aan een slopende ziekte ten onder ging en zijn lichaam ten bate van de maatschappij had gesteld. Dit grote offer leidt Kohn ertoe om de niet-bemiddelde familie van Davis te onderhouden. Via hen ontdekt hij dat Davis een relatie heeft gehad met Sonja wat hem ertoe brengt naar Nederland terug te keren.

Het Nederland waar Kohn terugkeert is in het boek van De Winter een parallel universum van Nederland rond 2012 of wellicht iets later. Veel zaken zijn hetzelfde, maar op een aantal cruciale punten wijkt dit Nederland af van het Nederland dat wij kennen. Mark Rutte is premier, maar diens VVD/CDA-coalitie wordt nog steeds gedoogd door Geert Wilders die ditmaal niet lafjes van de onderhandelingstafel wegliep, maar stond voor de broodnodige miljardenbezuinigingen. Donner is nog steeds minister van BZK aangezien zijn overstap naar de Raad van State mislukte. Ten slotte is Job Cohen gewoon nog burgemeester van Amsterdam en heeft hij nooit de stap gemaakt om lijsttrekker van de PvdA te worden. Sterker nog: dat hij is gevraagd en heeft geweigerd is een geheim dat weinigen kennen. Wie overigens de PvdA, net als Cohen in ons eigen Nederland, ook niet naar de overwinning wist te helpen, wordt door De Winter in het midden gelaten. Overigens is parallelle De Winter, in tegenstelling tot de echte Leon, gescheiden van Jessica Durlacher. 

Het Nederland uit 'VSV' kent dezelfde dreigingen die alleen in het parallelle Nederland tot uiting komen. Nederland wordt opgeschrikt door drie terroristische aanslagen in en rondom Amsterdam die allemaal aan elkaar gerelateerd zijn en nauw verbonden zijn met de hoofdrolspelers van het boek. Ik zal hierover niet teveel uit de doeken doen, maar de zoon van Kicham Ouaziz is de leider van de terroristische cel die verantwoordelijk is voor deze golf van terreur waar het culturele en politieke hart van Amsterdam door uiteen gereten wordt. Het boek eindigt bij de boektitel: de Vondeling School Vereeniging (VSV) waar het lot van alle hoofdrolspelers spectaculair samen komt met een (letterlijk) hemelse rol van beschermengel Theo. Op sommige momenten doet het boek overigens denken aan 'De Ontdekking van de Hemel' van Harry Mulisch, maar de vergelijking op zich is natuurlijk al bijna blasfemisch.

Met veel plezier heb ik voor het eerst een boek van Leon de Winter gelezen. En hoewel het verhaal van toevalligheden in elkaar zit, dwingt het ingenieuze en spannende verhaal om telkens verder te lezen. Daarbij heeft De Winter een goede pen en vlogen de ruim 400 pagina's in een zucht voorbij. De Winter spaart zichzelf daarbij overigens niet: al zijn onhebbelijkheden worden gewoon door hemzelf neergeschreven wat het boek meteen geloofwaardiger maakt, hoewel het in de context van deze 'what if' natuurlijk een vreemde term is. Het parallelle universum is ook één van de drijfveren van het boek: het wijkt genoeg af van ons eigen Nederland om interessant te zijn, maar niet ver genoeg af om ongeloofwaardig te zijn. Enige nadeel van het boek is dan wel dat het leesplezier vergroot wordt door het te lezen in de huidige (politieke) context. Het boek over tien jaar lezen, is vast en zeker nog steeds een plezier, maar valt een deel van het vernuftige 'what if'-plot weg. Ten slotte nog iets over het vertelperspectief. Ieder hoofdstuk staat in het teken van één (soms twee) van de hoofdrolspelers. Allemaal verteld vanuit het perspectief van de alwetende verteller. Alleen de hoofdstukken van Mohammed Bouyeri en Nathan (de zoon van Sonja) zijn in de ik-vorm geschreven. Waarom dit is, is me niet helemaal duidelijk. Wellicht omdat deze twee personages als geen ander de uitersten van Goed en Kwaad of schuldig en onschuldig belichamen. 

Het zou me overigens niet verbazen wanneer Leon de Winter, door het schrijven van dit boek, ook zijn polemiek met Van Gogh ten grave heeft kunnen dragen. Er zijn slechtere manieren om dat te doen terwijl de lezers er een mooie leeservaring aan overhouden. 

dinsdag 10 juli 2012

'Zomerhuis met zwembad' van Herman Koch


Bijna een jaar geleden moest ik, met het schaamrood op de kaken, toegeven dat de hype van 'Het Diner' van Herman Koch volledig aan mij voorbij was gegaan, maar dat ik inmiddels als laatste achterblijver me bij het peloton had aangesloten en het boek had gelezen. Na het lezen van het boek was mijn scepsis over Herman Koch als schrijver omgezet in groot enthousiasme (de recensie van 'Het Diner' lees je hier). Nu de zomer met rasse schreden nadert, heb ik mezelf een plezier gedaan en de zojuist uitgebrachte paperback versie van Herman Koch's 'nieuwste' boek (in de boekhandel sinds begin 2011) 'Zomerhuis met zwembad' gekocht. Net als 'Het Diner' leest ook 'Zomerhuis' heerlijk weg en kun je het boek eigenlijk niet wegleggen omdat je, net als bij een Dan Brown-thriller, elke keer wilt weten hoe het verder gaat. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat ik dit bijna 400 pagina's tellende boek in twee dagen uit had. 

Ditmaal is Herman Koch in de huid gekropen van huisarts Marc Schlosser. Het verhaal, verteld vanuit de ik-vorm van Schlosser, begint onschuldig met een litanie van klachten en opmerkingen over de gemiddelde patiënt. Net als bij de beschouwing van maatschappelijk gedrag in 'Het Diner' kan niet aan de indruk onttrokken worden dat hier ook grotendeels de persoonlijke observaties van Koch om de hoek komen kijken. Observaties die de gemiddelde lezer overigens van harte zal herkennen. Na deze introductie volgt al snel de dramatische gebeurtenis die aan dit verhaal ten grondslag ligt: de dood van gevierd acteur Ralph Meier. Na een slopende terminale ziekte, overzien door zijn (nieuwe) huisarts Schlosser, besluit Meier om tot euthanasie over te gaan. Al snel na zijn dood rijzen twijfels over de wijze waarop Meier met zijn ziekte is doorgelopen terwijl Schlosser had gemeld dat er niets aan de hand was. Sterker nog Schlosser wordt voor het Medisch Tuchtcollege gesleept en de vrouw van Meier, Judith, beschuldigt hem de dood van Meier te hebben veroorzaakt. Op dat moment vindt een flashback plaats die bijna het volledige verhaal omvat.

Het start met het kennismaken van Schlosser en Meier door diens bezoek aan de praktijk van Schlosser. Hieruit volgt een uitnodiging voor een toneelpremière die door Schlosser en diens vrouw Caroline wordt bezocht. Dit leidt, na een geslaagde kennismaking tussen de Schlossers en de Meiers, tot een uitnodiging voor een verjaardagsfeest en uiteindelijk het aanbod van Meier aan de Schlossers om in de zomervakantie langs te komen in het 'Zomerhuis met zwembad' dat de Meiers in Frankrijk hebben gehuurd. Tegelijkertijd ontstaat er een klik tussen de tienerdochters van Schlosser, Julia en Lisa, en de tienerzoons van Meier, Alex en Thomas. Tegelijkertijd is er een bepaalde aantrekkingskracht tussen Judith Meier en Marc Schlosser terwijl Ralph Meier zijn ogen niet kan afhouden van Caroline Schlosser terwijl zij en Marc daar niet echt van gediend zijn. Ondanks deze 'recipe for disaster' en het vaste voornemen van met name Caroline Schlosser om niet op het aanbod in te gaan, zorgt Marc ervoor dat ze belanden op een camping op steenworpafstand van het zomerhuis. Uiteindelijk leidt dit ertoe dat de familie Schlosser (letterlijk) hun tent opzetten bij het zomerhuis, want hoewel er een gastappartement is, wordt deze al gebruikt door andere vrienden van de Meiers: regisseur Stanley Forbes en zijn vrouw Emanuelle. Deze Stanley Forbes is gewoon een Nederlandse regisseur die succesvol is in de VS en daarom een Amerikaanse naam heeft aangenomen en eigenlijk een soort kruising is tussen Paul Verhoeven en Jan de Bont. Forbes werkt met Meier samen aan een (fictieve) HBO-serie 'Augustus' over de Romeinse keizers.

Tijdens dit gezamenlijke verblijft loopt de (seksuele) spanning langzaam op en culmineert deze op een warme zomeravond in een samenloop van drie separate incidenten waarbij een groot deel van de zomerhuisgangers is betrokken. Eén van die incidenten vormt de aanleiding voor een heftige gebeurtenis betreffende dochter Julia en het vertrek van de Schlossers richting Nederland. De impact van deze gebeurtenis leidt uiteindelijk rechtstreeks tot de (niet-)behandeling van Meier door Schlosser. Uiteraard ga ik de gebeurtenissen niet uit de doeken doen, dan verpest het leesplezier. De incidenten en de nasleep wijzen er overigens wel op dat Koch heeft getracht, net als bij 'Het Diner' de grenzen van de (persoonlijke) ethiek uit de doeken te doen. Daar slaagt hij redelijk in.

Zoals gezegd heb ik dit boek met veel plezier gelezen, maar ik moet wel in alle eerlijkheid zeggen dat ik 'Zomerhuis' net even iets minder vind dan 'Het Diner'. Beide boeken zijn, zoals een collega treffend formuleerde, een suikerspin. Je geniet er even intens van, maar er blijft weinig hangen. Daarbij ben ik van mening dat 'Zomerhuis' een beetje leegloopt tegen het einde. Het lijkt er op of Koch niet precies wist hoe hij het verhaal met een knal kon laten eindigen. Daarbij zijn er ook wat losse eindjes, gerelateerd aan één van de eerder genoemde incidenten, die niet opgelost worden. Kortom een heerlijk vakantieboek waarin je blijft lezen, maar al snel ben je de inhoud weer vergeten, hoewel het goede gevoel erover zeker blijft.

zondag 8 juli 2012

'The Innocent' van Ian McEwan


Bij mij op kantoor bestaat een kleine groep liefhebbers van de romans van Ian McEwan. Nu behoor ik zelf ook tot die groep hoewel het bij mij gebaseerd is op slechts één van zijn romans: 'Saturday'. Een prachtig geschreven en spannende roman over één dag uit het leven van de chirurg Henry Perowne. Een zaterdag die begint als alle andere zaterdagen, maar een onverwachte wending krijgt. Van één van mijn collega's kreeg ik 'The Innocent' te leen. Eén van de eerdere boeken van Ian McEwan die in 1990 het licht zag. Wat mij meteen opviel bij dit boek was de schrijfstijl van McEwan. Hij schrijft 'effortlessly' en net zoals bij 'Saturday' heb je niet door waar het verhaal nu eigenlijk naartoe gaat totdat een gebeurtenis het leven van de hoofdpersoon op z'n kop zet en daarmee het dominante thema in het boek wordt.

'The Innocent' van de titel van dit boek is Leonard Marnham. Een Brit in het, naar aanleiding van de Tweede Wereldoorlog, bezette en in vier sectoren verdeelde Berlijn van halverwege de jaren vijftig. Hij is daar namens de Britse geheime dienst (MI6) die samen met de Amerikanen bezig is met het aanleggen van een tunnel van de Amerikaanse zone naar de Russische zone met het doel om de Russen af te luisteren. Leonard is in deze geen gestaalde geheim agent in de mal van James Bond, maar een onervaren en nog erg groene technicus die zich bezig houdt met de apparatuur om de Russen af te kunnen luisteren. Zijn baas is de Amerikaan Bob Glass: prototype officier van de CIA. 

Terwijl hij woont en werkt in Berlijn ontmoet hij Maria met wie hij een relatie begint. Ook in die situatie is Leonard 'The Innocent': voor Maria heeft hij geen relatie gehad, sterker nog zij is de eerste aan wij hij diens onschuld verliest. Dat hij op dat vlak onschuldig is, wordt ook duidelijk uit het feit dat hij op een bepaald moment zich geen houding weet te geven en te ver gaat bij Maria waardoor de relatie (tijdelijk) op de klippen loopt. Uiteindelijk komt het dan toch weer goed en besluiten Maria en Leonard een verloving aan te gaan. Na afloop van het feest komt echter de gewelddadige ex van Maria, Otto, op de proppen waardoor de eerder genoemde gebeurtenis zich voltrekt waardoor het leven van Leonard en Maria, en daarmee het boek, op de kop wordt gezet. Zonder al te veel te verraden eindigt deze confrontatie in de onopzettelijke dood van Otto, maar leidt het wel tot acties van Leonard en Maria die moeilijk als onschuldig te aanschouwen zijn doch niet betekenen dat ze schuld hebben aan de dood van Otto. Ook hier komt de titel van het boek weer nadrukkelijk tot zijn recht.

Met deze gebeurtenis neemt het boek een andere wending en dit leidt tot de meest spannende passages uit het boek. Met name het hoofdstuk waarbij Leonard de consequenties van de daad uitvoert terwijl McEwan het gesprek over die consequenties tussen Leonard en Maria meesterlijk verweeft. Uiteindelijk wordt deze persoonlijke tragiek verbonden met het ontdekken van de tunnel door de Russen en leidt dit tot een onverwachte oplossing van de problemen van de onschuldige Leonard. Een einde dat overigens niet gelukkig is aangezien het einde van Otto de relatie tussen Leonard en Maria ook een gevoelige klap geeft. Leonard keert, zonder Maria, terug naar Engeland. Het boek eindigt met een prachtige epiloog dertig jaar later met een oudere Leonard die terugkeert naar Berlijn met een brief van Maria waardoor het verhaal wordt afgerond op wederom een onverwachte wijze. 

Het aardige aan dit boek, dat ik kan aanraden om lekker op vakantie te lezen of gewoon tussendoor, is dat de fictieve geschiedenis van Leonard en Maria is verweven met het historische feit van de tunnel. De tunnel heeft bestaan en is ontdekt: 'Operation Gold'. De ontdekking, gelijk de roman, is veroorzaakt door George Blake, een dubbelagent. Deze George Blake is later veroordeeld, maar ontsnapt uit zijn gevangenschap en gevlucht naar de Sovjet Unie. In 'The Innocent' is hij een onderbuurman van Leonard en speelt dezelfde rol als in de realiteit. Hoewel ik hier iets mee weggeef, heeft dit geen gevolgen voor het leesplezier bij dit boek. Hoe belangrijk Blake misschien is voor het algemene verhaal, voor het echte verhaal is hij een 'minor character'. 

Inmiddels heb ik ook 'Solar' van McEwan liggen dus de kans is zeer groot dat er binnenkort op deze blog weer een recensie van een boek van McEwan volgt!

woensdag 4 juli 2012

Opera 2 juli 2012: Parsifal van Richard Wagner


Wagner: Parsifal

Alejandro Marco-Buhrmester (Amfortas)
Mikhail Petrenko (Titurel/Klingsor)
Falk Struckmann (Gurnemanz)
Christopher Ventris (Parsifal)
Petra Lang (Kundry)

Koor van De Nederlandse Opera
Iván Fischer, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Hoewel Richard Wagner (1813-1883) bijna 130 jaar dood is, is zijn impact nog altijd merkbaar. Zijn opera's, die hij zag als de vereniging van alle kunsten ('gesammtkunstwerk'), zijn in de wereld van muziek in het algemeen en in de operawereld in het bijzonder nog altijd dominant. Niet voor niets is een opvoering van een opera van zijn hand, en dan met name de latere opera's, een 'happening' waar iedere dirigent altijd zeer vereerd is om (urenlang) op de bok te (mogen) staan. Het feit dat alle uitvoeringen van Parsifal bij De Nederlandse Opera zijn uitverkocht, spreekt boekdelen. Sterker nog: Parsifal is voor mij het begin van een speciaal Wagner-abonnement dat drie seizoenen omvat. In dit staartje van het 2011/2012-seizoen Parsifal gevolgd door de eerste helft van Der Ring des Nibelungen (Das Rheingold en Die Walküre) en Die Meistersinger von Nūrnberg in het 2012/2013-seizoen en afgesloten met de laatste twee delen uit Der Ring, Siegfried en Götterdämmerung, in het 2013/2014-seizoen.

Binnen het oeuvre van Wagner neemt Parsifal een bijzondere plaats in. Na alle rusteloze jaren en het gigantische werk om de vier delen van Der Ring des Nibelungen te creëren alsmede zijn eigen muzikale Walhalla dat volledig gewijd is aan zijn werk: de Bayreuther Festspiele in Bayreuth zou Parsifal Wagner's laatste opera zijn. En was door hem bedoeld om alleen in Bayreuth op te voeren. Hij benoemde het 'ein Bühnenweihfestspiel' vanwege diens gewijde materie en mocht derhalve nooit buiten Bayreuth worden opgevoerd. In 1903 besloot de Metropolitan Opera van New York hier geen gehoor aan te geven en sindsdien is Parsifal ook buiten Bayreuth te bewonderen.

En met dank aan die eerste actie van de Metropolitan Opera is Parsifal ook al vaak te horen geweest in Nederland en nu in een nieuwe productie van De Nederlandse Opera. Een productie die door het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) in de orkestbak natuurlijk al bij voorbaat kans maakt om tot een prachtige uitvoering te verworden. Op de bok ditmaal Iván Fischer die zijn debuut maakt bij De Nederlandse Opera, maar al wel eerder was te horen bij het KCO. Fischer viert inmiddels al jarenlang successen met zijn eigen orkest: het Budapest Festival Orchestra. In 2010 hoorde ik Fischer al eens bij het KCO in het kader van de Mahler-serie. Diens Mahler 4 kon me niet zo bekoren hoewel zijn opname ervan met zijn Budapest Festival Orchestra vele prijzen heeft gewonnen (zie hier voor mijn bespreking van de volledige Mahler-serie van het KCO). Mijn verwachtingen waren toen wellicht te hoog gespannen. Nu waren mijn verwachtingen voor deze uitvoering ook buitengewoon hoog en ik kan niet anders concluderen dat De Nederlandse Opera een prachtige productie heeft neergezet. Onderstaand interview met Fischer, gelardeerd met muziek en beelden van deze productie, geeft een beeld:


Het knappe aan deze uitvoering was het feit dat de ongebroken muzikale lijn die Parsifal in feite is prachtig werd uitgevoerd door het KCO. Ook de prestaties van de zangers waren 'top notch'. Aan het begin van de derde akte werd nog medegedeeld dat Falk Struckmann al langer kampt met een verkoudheid die gaandeweg de avond verder doorzette en daarom gevolgen kon hebben voor zijn zingen. Er was echter niets van te merken en hij zette een prachtige Gurnemanz neer. Los van de muzikale kwaliteit ook wat woorden voor het opvallende decor van Anish Kapoor. Hier was in de aanloop veel om te doen aangezien Kapoor een gerenommeerde moderne kunstenaar is. Zijn aparte decor kon mijn goedkeuring wegdragen. Met name in de tweede akte waarvan de foto bij de recensie een prachtige uiting is. Door het simpele feit van het ophangen van een grote ronde 'spiegel' kwam deze akte helemaal tot leven en werden door kleine ingrepen (de zangers die werden gereflecteerd, maar ook een simpele vlam) passende effecten gecreëerd. Sowieso was voor mij de tweede akte ook muzikaal, op de prachtige prelude tot de eerste akte na, het hoogtepunt. Dat heeft overigens ook met de duur van Parsifal te maken: het is een flinke zit van ruim vier uur, pauzes niet meegerekend. Een ander minpunt(je) is het verhaal van Parsifal. Het verhaal handelt over verlossing en kent een overduidelijke religieuze connotatie met de verwerking in het verhaal van de Heilige Graal en de Heilige Lans (speer). Het verhaal zelf heeft eigenlijk weinig om het lijf en, in tegenstelling tot de andere opera's van Wagner en dan met name de opera's van de Ring, er gebeurt ook heel erg weinig binnen die vier uur. Het verhaal doe ik hier verder niet uit te doeken, daarvoor verwijs ik naar de site van De Nederlands Opera

Ondanks deze minpuntjes had ik deze productie voor geen goud willen missen. Je moet even wat zitvlees kweken en een beetje door het verhaal heen kijken, maar dan wordt je ook beloond met vier uur prachtige vloeiende muziek uitgevoerd door een topensemble waar menig internationaal operahuis jaloers op zou zijn. Ik kan niet wachten, doch mijn achterwerk nadrukkelijk wel, op de volgende Wagner-opera's die de komende jaren bij De Nederlandse Opera zijn te bewonderen.

zondag 1 juli 2012

'Watergate. A Novel' van Thomas Mallon


'Watergate' is wellicht het bekendste politieke schandaal van de 20e eeuw. Niet voor niets wordt elke nieuw schandaal, ook buiten de V.S., al snel getooid met de toevoeging '-gate'. Dat is ook niet zo vreemd aangezien 'Watergate', vernoemd naar het kantoor/woon/hotel-complex met dezelfde naam in Washington, D.C. waar de befaamde inbraak plaats vond bij het Democratische hoofdkwartier, de eerste en vooralsnog laatste keer is dat een Amerikaanse president voortijdig aftrad zonder dat de dood hier een rol bij speelde. De naam van de in 1994 overleden Richard Nixon zal voor altijd verbonden blijven aan het schandaal en werpt sindsdien een schaduw over zijn presidentschap, maar ook het presidentschap van zijn opvolgers. In zijn boek 'Shadow' stelt Bob Woodward, die samen met Carl Bernstein het 'Watergate'-schandaal in de publiciteit bracht, dat met 'Watergate' een einde kwam aan de 'imperial presidency'. Zoals bekend verondersteld mag zijn, was niet de inbraak zelf fataal voor Nixon, maar de 'cover-up' door het Witte Huis van de relatie tussen de inbrekers en de Nixon-administratie en de CREEP (Committee for the Re-election of the President). 

'Watergate' is onderwerp geweest van vele non-fictie boeken, maar een roman gebaseerd op dit schandaal bestond nog niet. Thomas Mallon, die van dit genre een specialiteit heeft gemaakt, heeft deze niche benut om met deze 'Watergate. A Novel' op de proppen te komen. Al jaren ben ik gefascineerd door Richard Nixon. 'For better or worse' heeft deze president een grote impact gehad op de 20e eeuw. Niet alleen in negatieve zin vanwege 'Watergate', maar ook in positieve zin vanwege zijn buitenlandbeleid met als hoogtepunt de opening die hij heeft gecreëerd tussen de Verenigde Staten en China. Gezien het toenemende belang van China in de 21e eeuw een niet te onderschatten prestatie. De reden overigens ook dat Nixon de enige president is die naar aanleiding hiervan een spreekwoord en een opera naar zich vernoemd heeft verkregen. 'It takes Nixon to go to China' is een bekend Amerikaanse spreekwoord dat zoveel zegt dat juist het onverwachte het meest effectieve is. In dit geval dat de rechtste Nixon de enige politicus was die geloofwaardig een opening kon maken naar het communistische China. De Amerikaanse componist John Adams schreef over het bezoek van Nixon zelfs een hele opera. Een opera die inmiddels al jarenlang tot mijn favorieten behoort. Onderstaand een kort fragment uit de meest recente opvoering (2011) door de Metropolitan Opera te New York met de componist zelf op de bok als dirigent:


Juist vanwege mijn fascinatie voor Richard Nixon kon ik dit boek, aanbevolen door een goede vriend, niet laten liggen. En hoewel ik het boek met plezier heb gelezen, worstel ik wel met mijn mening erover. Ik ben juist een groot liefhebber van romans die binnen een historische context spelen. Het verhaal is zelf dan voor het grootste deel fictief, maar de verwendheid met de realiteit is juist het aantrekkelijke van deze categorie fictie. 'Watergate. A Novel' is de poging van Thomas Mallon om het hele 'Watergate'-schandaal als een roman te brengen met een sterke focus op een aantal belangrijke personages en minder op de gebeurtenissen  rondom 'Watergate'. Zo komen niet alleen Richard Nixon en Pat Nixon, maar ook inbreker Howard Hunt en zijn formidabele vrouw Dorothy aan bod. Ook wordt de onnavolgbare dochter van Theodore Roosevelt, Alice Longworth Roosevelt ten tonele gevoerd die een nauwe band met Nixon had. Ook komt de secretaresse van Nixon, Rose Mary Woods, uitgebreid aan bod omdat zij de hand heeft gehad in het al dan niet expres wissen van 18,5 minuut aan Witte Huis-opnames. Opnames die in het gehele Witte Huis werden gemaakt van alle gesprekken en door 'Watergate' aan het licht kwamen. De tapes hiervan werden de inzet van een felle strijd tussen Nixon en de 'special prosecutor' en zou eindigen bij een oordeel van het Supreme Court in het voordeel van die laatste. Nixon zou nog jarenlang strijden voor het behoud van 'executive privilege' inzake deze tapes. 

Zoals gezegd ligt de focus van het boek op deze personages en creëert Mallon een roman-wereld binnen de bestaande feiten. Dat betekent natuurlijk ook dat hij veelal zelf moet invullen waaronder bijvoorbeeld de reden waarom Rose Mary Woods een tape voor een periode van 18,5 minuut heeft gewist. Een invulling die menigeen nog zal verbazen. Daarbij moet overigens ook gezegd wordend dat de roman, zo mogelijk, behoorlijk neutraal is geschreven. Zoek je een veroordeling van Richard Nixon kijk dan vooral verder, verwacht je een roze bril dan ben je eveneens aan het verkeerde adres. Het probleem van dit boek zit hem wat mij betreft dan toch in deze vorm. Ik kan niet zo gek veel met een roman van een bestaande gebeurtenis die 'imagined' is. Ik weet simpelweg niet zo goed wat ik er dan mee moet. Toch is het een goed geschreven roman dat wanneer het juist zou gaan om een niet-historische gebeurtenis paradoxaal genoeg makkelijker te lezen zou zijn. Overigens is het boek zeer zeker niet aan te bevelen voor lezers die niet een behoorlijke kennis hebben van de Amerikaanse politieke geschiedenis in het algemeen en Nixon en Watergate in het bijzonder. De gevraagde voorkennis over gebeurtenissen en personages is daar te groot voor.

Concluderend: een 'mixed bag' van een roman waarvan ik niet eens voor mezelf goed kan bepalen of ik het nu een goed boek vind.