zaterdag 2 april 2011

Concert 2 april 2011: Neeme Järvi dirigeert Wagner en Mendelssohn


Wagner: Parsifal (orkestrale bewerking van De Vlieger)
Mendelssohn: Symfonie Nr. 5 'Reformatie'

Residentie Orkest, Neeme Järvi
Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Het Residentie Orkest bijt het spits af voor mijn eerste concertrecensie voor deze blog. Onder chef-dirigent Neeme Järvi bracht het orkest de orkestrale bewerking van Wagner's Parsifal door Henk de Vlieger en de vijfde symfonie van Mendelssohn ten gehore. Voordat ik inga op het concert zelf moet me toch van het hart dat ik altijd wat droevig word wanneer ik weer in de Dr. Anton Philipszaal zit. Ik kom inmiddels al een aantal jaren daar en eigenlijk zit de zaal nooit vol. Het helpt ook niet dat de zaal weinig sfeervol is. Het kunstwerk van Marte Röling dat de zaal domineert helpt in mijn ogen ook niet echt. Na wat googlen kwam ik via de website van Van Mourik Architecten erachter dat zij verantwoordelijk zijn voor de Dr. Anton Philipszaal. Op de site staat nadrukkelijk vermeld dat het project voor een 'extreem laag budget' is gerealiseerd. Dat zie je ook. Daarbij is de gemiddelde leeftijd van de bezoekers hoog en lijkt steeds meer de vraag aan de orde hoe het Residentie Orkest dit kan volhouden. Waar zij vroeger onbetwist het tweede orkest van Nederland was en met haar vorige chef-dirigent Jaap van Zweden furore maakte, wordt het orkest nu, zeker qua 'buzz' voorbij gestreefd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Yannick Nezet-Seguin en wellicht straks ook door het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Marc Albrecht (met diens dubbele aanstelling bij De Nederlandse Opera). Om nog maar te zwijgen van het ongenaakbare Koninklijk Concergebouworkest dat onder chef-dirigent Mariss Jansons de sterren van de hemel speelt en door Gramophone vorig jaar terecht is uitgeroepen tot het beste orkest ter wereld. Wellicht dat het geplande Cultuurforum, waar pas in 2012 een besluit over valt en/of een nieuwe spannende dirigent het Residentie Orkest weer volle zalen kan geven.

Dat betekent overigens niet dat Neeme Järvi een slechte dirigent is. Het tegenovergestelde is het geval. Järvi is een zeer professionele en geroutineerde dirigent die een ontelbaar aantal opnames op zijn naam heeft staan. Het ontbreekt hem echter aan de eerder genoemde 'buzz'. Dit terwijl zijn dirigeren een genot is om naar te kijken. Een wijze van dirigeren die het beste valt te typeren als die van een koddige penguin. Daarbij krijgt Järvi het zelfs voor elkaar om slechts met zijn schouders het orkest door delen van een werk heen te voeren. Een orkest dat onder hem nog steeds prachtige klanken ten gehore brengt.

Wat dat betreft was ik niet teleurgesteld over de uitvoering. De orkestrale bewerking van Parsifal, van de Nederlandse slagwerker/componist Henk de Vlieger, is de  tweede orkestrale Wagner-opname van Järvi op het klassieke label Chandos. Met behulp van de Royal Scottish National Orchestra bracht hij dit als 'Parsifal. An Orchestral Quest' uit. Eerder verscheen bij hetzelfde label al de orkestrale bewerking, ook van De Vlieger, van Wagner's magnum opus 'Der Ring des Nibelungen'. Ditmaal met de titel 'The Ring. An Orchestral Adventure'. Inmiddels is ook een orkestrale versie van 'Tristand und Isolde' op Chandos uitgebracht. Duidelijk was in ieder geval dat Järvi Parsifal goed in de vingers had en het spel van het Residentie Orkest was zonder uitzondering prachtig. Het nadeel van een bewerking van een dergelijke nogal contemplatieve opera is wel dat het, in tegenstelling tot de Ring, toch wat meer 'saaiere' stukken kent. Dat wordt in een dergelijke bewerking al snel duidelijk. Daarbij komt ook nog eens het bekende euvel dat Wagner vaak wordt 'aangedaan': de 'bleeding chunks'. Het ten gehore brengen van orkestrale hoogtepunten zonder dat je het geheel kan overzien en daarom nogal eens misleidend wil zijn. Kortom: goede uitvoering, van een symfonische bewerking dat een goede poging is om Parsifal wat vaker in de concertzaal te krijgen zonder dat je vier uur moet uittrekken voor de hele opera. Een opera die overigens recent met veel succes concertante ten gehore is gebracht door Jaap van Zweden tijdens de Zaterdag Matinee. Ook het komende seizoen wordt Parsifal opgevoerd door De Nederlandse Opera.

Na de pauze was het de beurt aan de vijfde symfonie van Felix Mendelssohn-Bartholdy. Deze symfonie wordt 'Reformatie' genoemd omdat Mendelssohn deze schreef naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van de Augsburgse Confessie: het basisdocument van de protestantse reformatie. Bij het luisteren naar het eerste deel hoor je het 'leitmotif' van de Heilige Graal uit Parsifal. Wat speuren op internet gaf antwoord: Mendelssohn gebruikte het 'Dresden Amen' wat Wagner jaren later weer gebruikte voor Parsifal. Het is een mooie, levendige en spetterende symfonie. Ondanks de naam juist lichtvoetig. Minder zwaar dan bijvoorbeeld Mendelssohn's Schotse symfonie (Nr. 3). Wat mij betreft was dit het hoogtepunt van de avond. Hoewel deze symfonie zelden wordt uitgevoerd, had ik de symfonie dit seizoen al gehoord bij het Rotterdams Philharmonisch. Deze uitvoering was beter. Järvi houdt altijd van wat meer tempo en dat kwam het werk alleen maar ten goede. Dat gecombineerd met mooi orkestspel en het typerende gedirigeer van Järvi leverden een mooi concert op.

Concluderend: het Residentie Orkest verdient vollere zalen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen