FerdiBlog

zaterdag 19 mei 2012

Concert 18 mei 2012: De Maestro en Bruckner


Bruckner: Symfonie Nr. 5

Bernard Haitink, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Decennialang wordt Bernard Haitink gezien als een van de meest eminente dirigenten van de werken van Mahler en Bruckner. Een reputatie die met het verstrijken van de jaren alleen maar verdiept is. Aangezien Bruckner en Mahler, naast Beethoven (waar Haitink ook glorieert), de nucleus vormen van het repertoire van de meest toonaangevende orkesten ter wereld is dit natuurlijk een groot compliment. Niet per se voor Haitink. In de (zeer aan te raden!) documentaire van de publieke omroep over hem, 'Bernard Haitink. Een Dirigentenleven', praat hij met de nodige chagrijn over deze constatering. Kern van zijn chagrijn was het feit dat de aandacht zo uitgaat naar Mahler en Bruckner dat hij, in Nederland althans, schijnbaar nergens anders geschikt voor werd geacht. Vandaar dat Haitink in Nederland weinig opera dirigeerde. Nu is de documentaire opgenomen begin jaren negentig en sindsdien zijn de verrichtingen van Haitink op het gebied van opera, met name Wagner en Mozart, ook 'stuff of legend'. En hoewel Haitink in zoveel componisten uitblinkt, denk maar eens aan Debussy en Mozart, blijven concerten met het Koninklijk Concertgebouworkest onder Haitink met op de lessenaar een symfonie van Mahler of Bruckner evenementen om lang naar uit te kijken en nog langer van na te genieten.

En gisteren was dat gelukkig niet anders. Nu de zomermaanden met rasse schreden naderen begint het seizoen van de podiumkunsten stilaan te eindigen. Dit jaar had ik bij het KCO de serie 'De Grote Maestro's' die gisteren in stijl werd afgesloten: de Vijfde Symfonie van Anton Bruckner (182-1896) met op de bok Bernard Haitink. 

Nu ben ik (zeer) bekend met de symfonieën van Bruckner, maar juist de Vijfde had ik tot op heden weinig mee. Dat is sinds gisteravond wel anders. Deze symfonie, een van de weinige symfonieën van Bruckner waar door zijn legendarische zelftwijfel juist maar één versie van bestaat, is 'vintage' Bruckner en is de hommage aan 'De Liefhebbende God' van deze devote componist. De symfonie is een prachtig complex weefsel van grootse muzikale vergezichten, schertsende passages en prachtige apotheosen. Tegen het einde van het laatste deel, dat hetzelfde begin kent als het eerste deel, komen de twee hoofdthema's uit dat deel, een koraal en een fuga, prachtig samen waarna het hoofdthema uit het eerste deel er prachtig doorheen klinkt. Om zulke muziek te kunnen componeren moet je beschikken over een groots talent. En om deze apotheose zo uit te voeren, moet een dirigent als Haitink het werk van deze Romantische Oostenrijker tot in de haarvaten kennen en voelen. 

Want, het zou ook bijna ongekend zijn als het niet zo was, wat was het een fantastische uitvoering. In de handen van Haitink en zijn trouwe kompanen van het KCO klonk de symfonie gloedvol en magistraal, maar vooral ook energiek. Ondanks zijn leeftijd van 83 stond er een nog altijd fitte en energieke Haitink wiens benen wat meer lijken tegen te werken (de Concertgebouwtrap is een afgesloten hoofdstuk) maar uit wiens armbewegingen kracht en overtuiging spreekt. Kracht en overtuiging die één op  één werd overgebracht op het orkest. Een orkest dat altijd prachtig speelt met dat kenmerkende KCO-geluid. Enige smet was de allereerste inzet van het koper dat niet helemaal lekker ging, waarschijnlijk omdat de instrumenten nog niet helemaal op temperatuur waren. 

Lezers van mijn blog weten dat mijn bewondering voor Haitink, mijn favoriet dirigent, bijna grenzeloos is, maar ik sta niet alleen in die bewondering. Recensenten, orkest en publiek delen die. Gisteravond was wederom een diep gevoeld gevoel van respect en bewondering van orkest en publiek te bemerken. Een ieder beseft dat Nederland bevoorrecht is met een dergelijke dirigent voor zo'n groots orkest in zo'n prachtige concertzaal. Laten we hopen dat Haitink nog lang op de bok zal blijven dirigeren en dan het liefst bij het KCO in het Concertgebouw. Voor volgend jaar heb ik me wederom inschreven voor de serie 'De Grote Maestro's' (toekenning moet nog volgen) alleen al vanwege een concert uit die serie: Bruckner's Achtste door Bernard Haitink. Daarna kan mijn (muzikale) graf in orde gemaakt worden! 

Labels: , , , , ,

zaterdag 12 mei 2012

Concert 11 mei 2012: Een gloedvolle Brahms 'double whammy' met een soupçon Bach


Brahms: Concert voor viool en orkest, op. 102 'Dubbelconcert'
Webern: Ricercata a 6, uit Musikalisches Opfer BWV 1079 van J.S. Bach, bewerkt voor orkest
Brahms: Symfonie Nr. 1

Lisa Batiashvili, viool
Truls Mørk, cello

Yannick Nézet-Séguin, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

De lange weg van Johannes Brahms naar zijn eerste symfonie is ingegeven door zijn grote eerbied voor de symfonieën van Ludwig van Beethoven. Pas op zijn 44e en na aansporingen van Clara Schumann zag zijn eerste symfonie het licht. Een symfonie die zonder moeite de schaduw van Beethoven kon overwinnen en leidde tot het mooiste compliment dat Brahms kon krijgen toen dirigent Hans von Bülow de symfonie 'Beethovens Tiende' noemde. Nog drie prachtige symfonieën zouden volgen. En wellicht nog veel meer wanneer Brahms zich eerder aan de schaduw van de grote Ludwig had ontworsteld. Bij het aan het werk zien van de altijd energieke Yannick Nézet-Séguin bekroop me de gedachte of hij bij het aannemen van het chef-dirigentschap in juni 2008 als opvolger van de onnavolgbare Valery Gergiev zich misschien ook zo heeft gevoeld als Brahms: hoe je eigen stem te vinden in de schaduw van een titaan.

Hoe hij dat gedaan weet ik niet, maar dat hij het gedaan heeft is overduidelijk. Dit is niet de eerste keer dat ik Yannick (in verband met zijn weinig handige achternaam is hij op 'first name basis' met iedereen) 'live' op de bok zie en nimmer raakte ik teleurgesteld. Gisteravond was het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Yannick echter onnavolgbaar aan het schitteren in een programma, onder de ietwat truttige titel van Dossier Johannes Brahms, bijna volledig gewijd aan Johannes Brahms (1833-1897). In alle werken werd de warme en wederzijds bewonderende connectie tussen chef-dirigent en orkest duidelijk. Niet in de laatst plaats in het laatste deel van de de Eerste Symfonie van Brahms waar het enig smetje de eerste dwarsfluit was die, door een niet-functionerende klep op zijn instrument, even de mist in ging. Ondanks dat duidelijk was dat er iets instrument aan mankeerde, sloeg deze zich er fier door heen. Bij het grootse applaus aan het einde werd hij liefdevol door Yannick in het zonnetje gezet. Dat zegt wel iets over de relatie tussen orkest en chef-dirigent. En die warmte was in alles te horen.

Nu is Brahms een niet te onderschatten componist in het muzikale universum en zijn veel van zijn werken favoriet waaronder het prachtige, doch complexe, 'Dubbelconcert'. In een uitgebreid eerste deel, het Allegro, laat Brahms een prachtige 'call and response' horen tussen enerzijds het orkest in volle bezetting en anderzijds een gedeelde solo van viool en cello die, in de goede uitvoering, elkaar naadloos aanvullen. Het concert wordt afgemaakt in twee kleinere delen waar al het goede van het eerste deel nog eens dunnetjes wordt overgedaan. De uitvoering in Rotterdam met de werkelijk uitstekende solisten Batiashvili en Mørk en perfecte begeleiding door het orkest was meer dan voorbeeldig. Van klankkleur tot tempo en balans: alles klopte in deze uitvoering. Een terecht lang applaus volgde al voor de pauze. Dit keer leidde dat eens een keer niet tot een toegift van de solist. Mijn vermoeden is overigens dat dit vooral praktisch van aard was: hoe doe je een toegift met een viool en een cello?

Na de pauze klonk eerst een vreemde eend in de bijt: de bewerking voor orkest door Anton Webern (1883-1945) van Ricercata a 6 uit Musikalisches Opfer BWV 1079 van J.S. Bach. Dit stuk voor de klavecimbel werd door Webern bewerkt voor een volledig orkest wat bijna zorgt voor een nieuw werk. Hoewel ik het stuk tot die avond nog niet kende, was ik meteen 'hooked'. En de rest van het publiek ook. De Doelen wordt nogal vaak ontsierd door gehoest, de reden dat tegenwoordig voorafgaand aan het concert nadrukkelijk wordt gevraagd om hoesten tot een minimum te beperken, en bij de start van de cellosolo in het Dubbelconcert was het al raak, bij de Ricercata bleef het echter muisstil. Daarbij zorgde Yannick voor een noviteit door aan het slot van de Ricercata het orkest meteen naadloos over te laten gaan in het dreigende 'un poco sosternuto-allegro' van Brahms' Eerste Symfonie. Hoewel de muziek volstrekt anders is, was deze overgang feilloos. Het zorgde er ook meteen voor dat de opening van deze symfonie zeer natuurlijk de zaal in golfde. Wat volgde was, op de kleine 'hick-up' met de dwarsfluit na, een spannende, bij tijd en wijle dreigende, maar altijd gloedvolle vertolking van deze symfonie. Opvallend blijft daarbij het hoge peil van het Rotterdams Philharmonisch en dan niet in de laatste plaats de geweldige houtblazers, met name de eerste hobo, en de hoorns. Het partnerschap tussen Yannick en de Rotterdammers is een groot succesnummer. De afgelopen week oogden ze overigens al veel lof met hun begeleiding van Verdi's Don Carlo voor De Nederlandse Opera. Ook hierop volgde een stormachtig applaus dat nog enthousiaster was dan voor de pauze. En het was niet meer dan terecht. De combinatie Yannick en het Rotterdams Philharmonisch Orkest is weergaloos. 

Labels: , , , , , , , , , ,

woensdag 9 mei 2012

'Skippy Dies' van Paul Murray


'Skippy Dies' van Paul Murray kan bogen op een veelvoud aan positieve recensies, maar vooral ook een erg positieve mond-tot-mondreclame. Daarbij wordt vooral hoog opgegeven van het komische gehalte van het boek. Nu is het onderwerp, de belevenissen van scholieren op een (elite)kostschool in Dublin, niet meteen mijn 'cup of tea', maar toch kocht ik het boek recent. De afgelopen week, tijdens mijn vakantie in Moskou en Sint-Petersburg, heb ik de ruim 600 pagina's met veel plezier gelezen, hoewel het echt komische me toch wel een beetje ontgaan is. 'Skippy Dies' is vooral een erg goed geschreven en onderhoudend boek met een sinistere ondertoon die overigens wel een dikke 100 tot 200 pagina's korter had gekund.

Het boek begint met met de titel: Daniel "Skippy" Juster, een scholier van het Seabrook College in Dublin sterft tijdens een wedstrijd donuts eten met zijn beste vriend, de corpulente whizzkid en slimste jongen van de school, Ruprecht Van Doren. Het vreemde is echter dat Skippy geen enkele donut heeft gegeten, maar wel ter plekke sterft maar niet voordat hij met donutjam de woorden 'Tell Lori..' op de vloer van de donutwinkel heeft geschreven. Na deze inleiding gaan we terug in de tijd naar de gebeurtenissen voor deze fatale donutwedstrijd en ontvouwt zich, in alle facetten, de wereld van het Seabrook College waar de vriendengroep van Skippy en Ruprecht en de docenten, waaronder met name de geschiedenisleraar 'Howard the Coward' (zelf alumnus van Seabrook) en 'Acting Principal' Greg Costigan, de hoofdrol spelen. In de bijrollen de 'love interest' van Skippy, de eigenlijk voor hem onbereikbare Lori, en de maniakele 'bully' van de school Carl.

Het gekke aan het boek is dat ik door de recensies en dergelijke er van overtuigd was een zeer komisch boek te zullen lezen. En hoewel het boek zeer onderhoudend is, makkelijk wegleest, is komisch nu niet meteen het eerste wat in me op komt om het boek te beschrijven. Maar dat weerhoudt me niet om het boek aan te bevelen. Het boek geeft een mooie inkijk in het wel en wee van een kostschool van het type dat we in Nederland niet kennen. Daarbij is het vooral een boek over de levens, liefdes, belevenissen en fantasieën van leerlingen en docenten in deze tijd. Levens die lang niet altijd rooskleurig verlopen en de gebeurtenissen ook vaak met elkaar samenhangen.

Dit klinkt natuurlijk allemaal wat vaag, maar wanneer ik het plot (en de diverse subplots) hier uit de doeken ga doen, dan ontneem ik nieuwe lezers van het boek toch een groot deel van het leesplezier. Opvallend daarbij is ook dat proloog al veel eerder in het boek wordt verklaard dan je zou denken. Enig minpunt van het boek vind ik wel dat het wat korter had gekund. Ruim 600 pagina's voor een dergelijk boek, hoe goed ook, is teveel van het goede. 'In der Beschränkung zeigt sich der Meister' zei Goethe al terecht. En dat geldt dus ook voor dit boek. Maar het is een overzichtelijk minpunt en wat mij betreft geen reden om dit boek niet aan te bevelen!

Labels: , , , , , ,

maandag 7 mei 2012

'De Prooi. Blinde trots breekt ABN Amro' van Jeroen Smit


'De Prooi' van Jeroen Smit behoeft eigenlijk geen enkele introductie. Zonder twijfel is dit, met meer dan 250.000 verkochte exemplaren, een van de meest succesvolle en best verkochte Nederlandstalige non-fictie boeken van de afgelopen jaren. Een succes dat het voorgaande, eveneens succesvolle, boek van Smit 'Het Drama Ahold' volop heeft overtroffen. Niet lang na de publicatie van 'De Prooi' werd Smit een 'household name' en ging hij (kortstondig) Buitenhof presenteren en is hij inmiddels een veelgevraagd spreker en dagvoorzitter. De vraag is natuurlijk altijd of het boek de hype nu echt waarmaakt. Inmiddels is van het boek ook een toneelbewerking verschenen. Een toneelbewerking die ik nog niet zo lang geleden in de Koninklijke Schouwburg zag en eveneens voorzag van een recensie (die tref je hier) en waar ik zeer enthousiast over was. Zo enthousiast dat ik niet veel later het boek er weer bij pakte om deze, het was inmiddels een aantal jaren geleden dat ik het boek voor het eerst las (2008), te herlezen. Deze recensie is dus in twee opzichten een doublure: een recensie van een boek dat ik al eens las en van een boek waar ik niet zo lang geleden de toneelrecensie schreef. Ik ga dus niet al te veel in op 'het verhaal' van het boek. Daarvoor verwijs ik, in al mijn luiheid, maar ook met de zielenrust van de lezers van mijn blog, naar de recensie van het toneelstuk.

Wat ik echter wel kwijt moet, is dat ik ook bij het herlezen van dit boek wederom werd gegrepen door de schrijfstijl van Smit. Hoewel het non fictie betreft, leest het boek als een financiële thriller waarbij je telkens geneigd bent om in een verloren uurtje toch weer even verder te lezen in dit boek over de voormalige financiële trots van Nederland: ABN Amro. De grootste bank van Nederland, een van de grootste banken van Europa en zelfs de wereld die, vlak voor het definitief doorzetten van de financiële crisis, roemloos ten onder ging door toedoen van het overnametrio van Royal Bank of Scotland (RBS), Fortis ('de witte sokken-brigade' volgens de ABN-Amro-ers) en Santander. Een overwinning die uiteindelijk RBS en Fortis de zelfstandigheid zou kosten en in de handen zou drijven van de eigen staat, respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en, tot grote ergernis van de Belgen, Nederland. Uiteindelijk zou ABN-Amro dan toch gedeeltelijk uit haar as herrijzen als genationaliseerde Nederlandse bank onder leiding van Gerrit Zalm met Fortis als onderliggende partij. 

Wie het boek leest kan echter weinig medelijden hebben met ABN-Amro. De ondertitel, 'Blinde trots breekt ABN-Amro', is zeer treffend. Overigens had het boek ook bijna een biografie van Rijkman Groenink, de laatste topman van ABN-Amro, kunnen zijn zo dominant is hij in de bijna 450 pagina's aanwezig. Smit heeft, door met veel mensen te spreken en de gedaante aan te nemen van de alwetende verteller een boek geschreven die in de traditie lijkt te staan van de Amerikaanse journalist Bob Woodward die zijn wereldfaam heeft te danken aan het onthullen van de Watergate-affaire ('Deep Throat'). Al jaren publiceert Woodward boeken over het Amerikaanse presidentschap waarbij zijn ongeëvenaarde toegang tot de cirkel rondom opeenvolgende presidenten (Bush sr., Clinton, Bush jr., Obama) leidt tot non fictie-boeken met de teneur van een spannende doch doeltreffende roman. Hoewel zijn technieken recent, met name inzake Watergate, openlijk zijn betwijfeld door een van zijn protegés, zal Smit een vergelijking met Woodward zeker als compliment opvatten. 

Wanneer je de toneelversie van 'De Prooi' hebt gezien, je enige interesse hebt in een opzienbarend onderdeel van de vaderlandse (bedrijfs)geschiedenis of gefascineerd bent door deze on-Nederlands grote bank, rechtsopvolger van de Nederlandse Handel-Maatschappij (opgericht door Koning Willem I) dan kun je niet om dit boek heen. En grote kans dat je het boek nog eens een tweede keer leest.

Labels: , , , , , ,

zaterdag 5 mei 2012

Concert 4 mei 2012: Gergiev in Sint-Petersburg


Stravinsky: Mis voor gemengd koor en dubbel blaaskwintet
Shostakovich: Symfonie Nr. 7

Anastasia Kalagina, sopraan
Yekaterina Sergeyeva, mezzosopraan
Dmitry Voropaev, tenor
Andrei Ilyushnikov, tenor
Vladimir Feliauer, bas

Valery Gergiev,
Mariinsky Theatre Chorus and Symphony Orchestra
Mariinsky Concert Hall, Sint-Petersburg

Dit concert, en de aanloop ernaartoe, bevatte alle ingrediënten die samen het onstuimige leven van de Russische dirigent Valery Gergiev vormen. Op 16 maart jl. zag ik Gergjev, voor de tweede keer in mijn leven, live (zie voor recensie hier). Toen bij het Koninklijk Concertgebouworkest waar 16 jaar eerder de laatste keer was dat Gergiev bij het KCO op de bok stond. De reden hiervoor was juist dat onstuimige leven. Zijn drukke en jachtige bestaan en daarmee onberekenbaarheid leidt veel orkesten tot wanhoop en zorgt ervoor dat een concert geweldig uitpakt of een afgang betekent. Dat concert pakte geweldig uit en zorgde voor mij, en alle andere bezoekers van het Concertgebouw, voor een prachtige avond.

De afgelopen week, en terwijl ik deze blog schrijf, ben ik in Moskou en Sint-Petersburg voor een uitgebreide stedentrip. De begindagen bracht ik door in Moskou, maar sinds zondagavond bevind ik me in de hoofdstad van het voormalige Russische Keizerrijk. Uiteraard is de Hermitage, gezien de enorme rijke en uitgebreide collectie, meerdere malen bezocht en is ook 'Het Zwanenmeer' van Tchaikovsky, uitgevoerd in het theater van de Hermitage, niet aan mij voorbij gegaan (hiervan overigens geen recensie). Echter is Sint-Petersburg ook de stad van, de oorspronkelijk in Moskou geboren, Valery Gergiev. In deze stad bestiert hij al jaren het Mariinsky Theater en de gelijknamige concertzaal waar zijn Mariinsky orkest en koor optreden. En ook deze week stond een concert van het Mariinsky Orkest onder Gergjev op het programma en waren er nog een aantal kaarten te koop.

Gisteravond zat ik dus in de redelijk nieuwe concertzaal van het Mariisnky dat wordt gebruikt voor reguliere concerten. Het oude en traditionele Mariinsky Theater is de locatie voor ballet en opera. Typisch Nederlands als ik ben, was ik natuurlijk (ruim) op tijd en ging er vanuit dat het concert zou starten op de aangegeven tijd van 20.00 uur. Om 19.30 uur liep ik de zaal alvast in om te kijken hoe deze eruit zou zien. Ik liep echter midden in een repetitie van Gergiev. Hij was bezig met het oefenen van de Mis voor gemengd koor en dubbel blaaskwintet van Igor Stravinsky (1882-1971). Nadat dit achter de rug was, Gergiev was vertrokken en de klok al rustig richting 20.00 uur aan het gaan was, kwam het hele orkest, in gewone kleding, op het podium gevolgd door wederom Gergiev. Wat volgde was nog een repetitie, maar ditmaal van het tweede stuk van de avond: de Zevende Symfonie van Dmitri Shostakovich (1906-1975). Dit duurde tot ongeveer 20.15 uur waarna iedereen verdween, de gong ging om het publiek binnen te laten, waarna een dikke tien minuten later het koor, de solisten, het dubbel blaaskwintet en Gergiev op kwamen om de Mis van Stravinsky in te zetten. Geen Rus die dit vreemd vond en ik kwam zelf al snel tot de conclusie dat het niet de bedoeling is de zaal te betreden wanneer de gong nog niet is gegaan. Een gelukkige fout dus!

Een concert dat te laat begint door een te late Gergiev schijnt vaker te gebeuren. En misschien is het wel een Russisch fenomeen. Bij 'Het Zwanenmeer' zat ik naast twee Britse oudere vrouwen, de vrouwelijke versies van Statler & Waldorf van The Muppets, die toen het stuk iets later leek te gaan beginnen al verzuchtten 'Doesn't anything in this country start on time?'. In Nederland, maar in vele andeere landen ook, zou dit niet kunnen, maar aangezien ik zo een repetitie kon bijwonen van zo'n topdirigent hoor je mij er niet over.

Voor de pauze werd echter wel duidelijk dat aan de Mis van Stravinsky te weinig aandacht was besteed. Hoewel het koor en de solisten uitstekend waren, liet het kwintet, en dan met name de trompetten, zeer te wensen over. Ongelijke aanzet, onzuiver en ongelijk spel. Nu is Stravinsky atonaler dan menig componist, maar de uitvoering van gisteren was vast niet zoals het bedoeld was. Eigenlijk was het een weinig inspirerende vertolking die een professioneel orkest onwaardig was.

Met enige angst en beven betrad ik daarna de zaal weer voor het programma na de pauze: de Zevende Symfonie van Shostakovich. Een werk dat bijna geen gepastere omgeving kan kennen dan deze. De symfonie is geschreven door Shostakovich in de eerste maanden na de inval van Nazi-Duitsland in Rusland ('The Great Patriotic War') en daarmee het verbreken van het niet-aanvalsverdrag tussen Hitler en Stalin. Shostakovich startte met componeren in Leningrad (het voormalige Petrograd/Sint-Petersburg), maar moest vanwege de Slag om Leningrad de stad verlaten en zou de symfonie afronden in Kuibyshev en deze opdragen aan Leningrad en haar burgers. Het begeleidende programmaboekje van het concert was kraakhelder: 'Shostakovich's Seventh Symphony is majestic music about mankind's resistance to violence and tyranny, to a machine of evil and destruction'. Om een dergelijk werk te horen in de stad waaraan deze is opgedragen, enkele dagen voor het vieren van de Russische overwinning op Nazi-Duitsland (9 mei) en op de dag van onze Dodenherdenking maakte de uitvoering bij voorbaat bijzonder. En dan ook nog eens uitgevoerd door het Mariisnky Orkest van Sint-Petersburg onder leiding van een van haar meest illustere inwoners.

De uitvoering na de pauze was volstrekt tegengesteld aan de uitvoering voor de pauze. Wat volgde was een volstrekt intense, zinderende en overtuigende interpretatie van dit muzikale testament gewijd aan Leningrad en haar inwoners en hun strijd tegen de Duitsers en een eerbetoon aan de grote verliezen die daarbij te betreuren zijn. Het orkest klonk fabelachtig goed. Daar waar de blazers voor de pauze teleurstelden, overtuigden ze nu volop. De wisselwerking binnen het orkest en tussen dirigent en orkest zorgde voor een genadeloze spanning in de symfonie zoals Shostakovich deze bedoeld heeft. Het orkest volgde daarbij iedere beweging van Gergiev, hoe miniem ook. Meteen werd duidelijk dat dit orkest en deze dirigent een diepe en langdurige band met elkaar hebben en dat wanneer je Russisch werk wil hebben uitgevoerd zoals de componist het bedoeld heeft, je niet om de muzikale krachten van Sint-Petersburg heen kunt. Niet voor niets was het publiek vrijwel het gehele concert muisstil en in opperste concentratie om na het wegsterven van de laatste noot uit te barsten in een zeer gemeende en ritmische staande ovatie.    

Labels: , , , , , , , , , , , ,

zaterdag 21 april 2012

Concert 20 april 2012: Nikolaus Harnoncourt in Amsterdam


Beethoven: Missa Solemnis

Marlis Petersen, sopraan
Elisabeth Kulman, alt
Gerald Finley, bas
Werner Güra, tenor

Groot Omroepkoor
Nikolaus Harnoncourt, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

De E-serie van het Koninklijk Concertgebouworkest deed haar naam, 'De Grote Maestro's', gisteravond al eer aan voordat een noot gespeeld was. Want met Nikolaus Harnoncourt op de bok stond er iemand die gerekend kan worden tot de absolute wereldtop van dirigenten. De Oostenrijkse afstammeling van de Habsburgse dynastie Nikolaus Harnoncourt, of zoals zijn volledige naam klinkt Johann Nicolaus Graf de la Fontaine und d'Harnoncourt-Unverzagt, heeft een imposante discografie en is een veelgevraagd gastdirigent bij de grote orkesten ter wereld waaronder de Wiener Philharmoniker en de Berliner Philharmoniker. Ook bij het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) is hij een graag geziene gast en samen met het KCO heeft hij prachtige opnames op cd vastgelegd waaronder de symfonieën van Haydn, Schubert en Mozart. Harnoncourt is overigens een van de weinige dirigenten die niet echt een vast orkest heeft. Hij vult zijn tijd met gastdirigentschappen, maar is ook zeer nauw betrokken bij het door hem (en zijn vrouw) opgerichte Concentus Musicus Wien. Dat hij dit orkest heeft opgericht is niet vreemd aangezien hij een van de vaandeldragers is van de authentieke uitvoeringspraktijk en dit orkest daarmee zijn instrument is om deze uitvoeringspraktijk ten uitvoer en onder de aandacht te brengen.

Maar daar stond dus de 82-jarige Harnoncourt gisteravond in het Concertgebouw op de bok voor het Koninklijk Concertgebouworkest. En hij was daar niet alleen. Voor de Missa Solemnis van Beethoven is veel muzikale mankracht nodig. Daarom stond daar tevens het altijd uitmuntende Groot Omroepkoor en vier  solisten die zonder uitzondering prachtige uitvoeringen ten beste brachten zonder in het geweld van het orkest en koor ten onder te gaan: de sopraan Marlis Petersen, de alt Elisabeht Kulman, de bas Gerald Finley (bekend van o.a. John Adams 'Doctor Atomic') en de tenor Werner Güra. 

Beethovens Missa Solemnis kende ik voor deze uitvoering eigenlijk volstrekt niet. Toevallig heb ik er wel een (live)opname van door het Wiener Philharmoniker onder James Levine als onderdeel van de cd-box '50 Jahr Grosses Festspielhaus Salzburg', maar had ik het stuk nog nooit in zijn geheel, of zelfs maar grote delen, gehoord. Na wat nazoeken blijkt dat deze gewijde muziek door Beethoven is geschreven ter ere van de installatie in 1820 van zijn vriend en pupil Aartshertog Rudolf als Aartsbisschop van Olmütz. De Rough Guide to Classical Music stelt 'there's no piece of religious music to compare with the Missa Solemnis, for this is a composition that externalizes its creator's struggle to achieve inner peace, with extraordinary dynamic contrasts and passages that make enormous demands of the soloists'. Dat was gisteren ook zeer duidelijk: het stuk laveert van grootse vergezichten tot bijna intieme muziek van gewijde en overdonderende schoonheid. Met name wanneer in het Benedictus een prachtige uitgebreide vioolsolo klinkt die gisteren perfect door de Concertmeester van het KCO werd uitgevoerd. De invloed van Harnoncourt was overigens flink te merken. Hoewel het KCO een 'klassiek' orkest is, wordt het gekneed door de dirigent die ervoor staat. En zo hoor je duidelijk de authentieke uitvoeringspraktijk van Harnoncourt terug in de uitvoering van het KCO. Hoewel ik het stuk, door de onbekendheid ermee, niet ontzettend goed kan taxeren, zegt mijn gevoel (en het grootste en stormachtige applaus na afloop) dat deze uitvoering van uitersten een groot succes was. 

In de Volkskrant las ik dat het KCO met Harnoncourt nu onderweg is naar Londen om ter gelegenheid van de uitreiking aan Harnoncourt van de prestigieuze Gold Medal van The Royal Philharmonic Society dit eerbetoon aan de muziek en persoonlijke geloofsbeleving van Beethoven ten gehore te brengen. In Londen zal men zeer zeker niet teleurgesteld zijn.

Labels: , , , , , , , , , , ,

woensdag 11 april 2012

'Met Stille Trom. Een Journaal' van F. Springer


Mijn vorige blog ging over Andrew Marr's boek over Elizabeth II, de Britse monarch die het grote en trotse Britse imperium (ooit besloeg het bijna een kwart van de aarde) zag veranderen in de Commonwealth. Nederland kan natuurlijk niet tippen aan de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk, maar stiekem toch een beetje wel. Niet alleen was een Nederlandse Stadhouder Koning van Engeland (William & Mary na de 'Glorious Revolution'), maar ook Nederland heeft lange tijd kunnen bogen op overzeese gebieden waardoor Karel V's uitspraak bijna ook voor Nederland gold: een rijk waar de zon nooit onder ging. Juist dit laatste koloniale aspect is voor het grootste deel van de boeken van F. Springer (Carel Jan Schneider) het leitmotiv.   F. Springer overleed vorig jaar nadat het jaar daarvoor zijn laatste roman 'Quadriga. Een Eindspel', gesitueerd in Oost-Duitsland van het heden en het verleden, verscheen. Toch lag daar in de Boekenweek, bij mijn favoriete boekhandel het Haagse Paagman, een nieuw boek van F. Springer: 'Met Stille Trom. Een Journaal'. Het bleek geen herdruk, maar zijn allereerste roman die hij in 1963 terugtrok en daarmee zijn romandebuut uitstelde. En zo, maanden na zijn dood, maar met zijn expliciete instemming, ligt daar toch nog een nieuwe F. Springer!

Mijn 'verbintenis' met F. Springer gaat al ver terug. Op de middelbare school las ik 'Quissama', het boek waardoor ik overigens het woord 'apotheose' leerde kennen, en dat heeft grote indruk op me gemaakt. Ruim anderhalf jaar geleden las ik 'Quadriga' die ik wat vond tegenvallen, maar daarna begon ik aan de verzameling  'Weemoed en Verlangen' van F. Springer: 'Bougainville', 'Bandoeng-Bandung' en 'Quissama'. Wederom was ik onder de indruk van dit boek (en zijn andere boeken). Een boek over een Nederlandse zakenman, Charles Enders, die in Angola op sleeptouw wordt genomen door King Velderman. Het boek, en de relatie tussen deze twee mannen, beleeft het hoogtepunt (apotheose!) in het nationale wildpark van Angola, Quissama.

'Met Stille Trom' heb ik dus zonder aarzelen gekocht en vrij snel daarna gelezen. Hoewel de typische stijl van F. Springer al wel doorklinkt, is dit niet zijn beste boek. Het is overduidelijk, mede door zijn eigen foto's uit die tijd, een journaal van zijn eigen tijd als bestuursambtenaar (hier genoemd Dekker) in Nederlands Nieuw-Guinea vlak voordat een einde komt aan de Nederlandse overheersing van dit eiland dat nu deel is van Indonesië. Voor de onafhankelijkheid van Suriname de laatste stuiptrekking van het Nederlandse koloniale verleden. Het gebrek aan het boek is dat het vooral een sfeerbeeld is van Nederlandse ambtenaren in een gekoloniseerd land dat zij, met minimale mankracht, maximale internationale druk in volstrekt vreemde context van stammen(oorlog) moeten besturen. Daardoor mist het boek een echte rode draad, hoewel aan het einde van het boek de draadjes van de verschillende gebeurtenissen, waaronder de komst van een Amerikaanse antropoloog en een sluimerende stammenoorlog, behoorlijk samenkomen. Dat is dan meteen ook weer de kracht van het boek: het geeft een inkijk in een Nederlandse bestaanswijze die voor mijn generatie ondenkbaar is en voor vorige generaties, voor het grootste deel, alleen maar van horen zeggen is. Een bestaanswijze die ook voor veel Britten wereldvreemd maar toch bekend moet voorkomen. De wijze waarop het Verenigd Koninkrijk India bestuurde, met een relatief klein leger en ambtenarenapparaat, zo gold dat ook voor Nederland in Nieuw-Guinea. In 'Met Stille Trom' verzucht een missionaris dan ook dat het niet moet voorkomen dat een 'blanke' door een van de stammen wordt gedood, dan zouden 'ze' door hebben dat 'wij' niet onoverwinnelijk zijn en daarmee binnen vierentwintig allemaal gedood worden. Een dergelijke zienswijze doet nu toch niet echt meer opgeld zal ik maar zeggen. Maar juist vanwege deze inkijk en het feit dat je de latere F. Springer al door de regels heen leest, is dit boek het lezen meer dan waard!

Labels: , , , , , , ,

dinsdag 10 april 2012

'The Diamond Queen. Elizabeth II and her people' van Andrew Marr


In 1952 overleed de al langer met een zwakke gezondheid kampende Koning George VI toch nog onverwacht en werd zijn dochter Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk. Zij was toen, met Philip de Hertog van Edinburgh, op tussenstop in Kenia als onderdeel van een reis langs de uitgebreide overzeese gebieden van het Britse Rijk. Zestig jaar later zit Elizabeth nog ferm op de Britse troon en staat zij, met haar fitte 85 jaar, aan de vooravond van de viering van dit jubileum: The Diamond Jubilee. 

Ter gelegenheid van deze mijlpaal, overigens niet zo heel lang geleden bedacht om de monarchie in het zonnetje te zetten, zijn de afgelopen maanden talloze boeken verschenen over Elizabeth. De bekende politieke commentator Andrew Marr, opvolger van Sir David Frost bij de BBC en schrijver van meerdere boeken over het Verenigd Koninkrijk, schreef ook een boek over zijn vorstin: 'The Diamond Queen. Elizabeth II and her people'. Tegelijkertijd verscheen op de BBC een gelijknamige driedelige documentaireserie die de moeite van het kijken meer dan waard is, maar toch zeer zeker los staat van het boek.

Wie op zoek is naar een lineaire biografie van deze opmerkelijke vorstin, die over niet al te lange tijd, bij leven en welzijn, langer op de troon zal zitten dan de legendarische Koningin Victoria, moet verder kijken. Wie weinig opheeft met het instituut monarchie, nog dagelijks rouwt om Diana en het vermeende leed dat haar door de koninklijke familie is aangedaan, moet zeker verder kijken. Maar voor allen die geïnteresseerd zijn in het instituut dat de Britse monarchie is, de wijze waarop dit instituut zich aan de veranderende tijden heeft aangepast en de rol van Elizabeth hier in hoeft niet verder te kijken dan dit boek. Uit deze inleidende woorden valt duidelijk op te maken dat ikzelf in die laatste categorie val. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik de gelijknamige serie met plezier heb gekeken evenals een eerdere, nog beter geslaagde, BBC-serie over de Britse monarchie: 'Monarchy'.

Het boek van Marr geeft een mooie inkijk in 'The Firm' zoals de Windsors zich plegen te noemen. Want dat de familie een bedrijf is staat buiten kijf. Een eeuwenoud traditioneel bedrijf dat natuurlijk wel. Tegelijkertijd komt het leven van Elizabeht, dan weer anekdotisch dan weer wat langer verhalend,  ook aan bod: haar lange en gelukkige huwelijk met de Deens-Griekse prins Philip Mountbatten, het wel maar vooral het wee van haar kinderen (Charles voorop), haar grootvader George V en Koningin Mary, de abdicatie van haar oom Edward VIII en de onverwachte troonsbestijging van haar vader George VI en daarmee haar nieuwe toekomst als troonopvolger. Voor liefhebbers van de Britse kaskrakers 'The Queen' (met Helen Mirren) en 'The King's Speech (met Colin Firth) zal het allemaal bekend voorkomen. 

Het portret dat Marr schildert is bovenal respectvol en plaats Elizabeth in de context van de veranderende maatschappij, maar ook diverse episodes in haar leven. Van politiek, haar eerste premier was Winston Churchill, haar voorlopig laatste premier is David Cameron, tot de overgang van British Empire naar de Commonwealth en alles wat daar tussenin zit. De kern van het boek bestaat er in dat Elizabeth, gelijk haar voorgangers, het gelukt is om een tegendraads en van nature ouderwets instituut als de monarchie ook in veranderende tijden relevant te houden. Zo voelde George V in 1917 goed aan dat de Koninklijke familie zich in een tijd van vijandschap met Duitsland moeilijk kon tooien met haar Duitse naam. Zo werd het Huis Saksen-Coburg en Gotha het Huis Windsor. En blijkt bij nadere inspectie dat vele eeuwenoud aandoende tradities van het Britse Koninklijke Huis meestal niet ouder dan honderd jaar zijn. Elizabeth voelt net als George V (maar ook haar vader) de tijd feilloos aan. Of het nu gaat om het inspelen op de komst van de televisie of nu internet en sociale media. Elke mogelijkheid om de monarchie, met behoud van haar waardigheid en relevantie, ferm onderdeel uit te laten maken van de Britse staat en maatschappij, wordt welbewust aangegrepen. 

Zoals gezegd is dit boek een sympathiek portret van deze bijzondere vrouw en stoort deze constatering niet omdat deze conclusie de juiste lijkt te zijn. Zoals zo vaak is The Economist het meest treffend in de beoordeling van het boek: 'Mr Marr palpably likes the queen, whether for touring the country to greet and thank people mostly ignored by “London power brokers”, or for relaxing when her work is done with “a glass of something cheerful”. Yet liking is not really the point. In Mr Marr’s words, there is only a little space, though “an interesting space”, between the queen and the woman who lives her life. Her calling gives her meaning. She “is what she does. Mr Marr’s sober conclusion feels right. To adapt the queen’s one-liner: for all that the spectacle and unattainable glamour of royalty still fascinates (and helps sell books), for Britain’s jubilee monarch the show is a means to an end. Being seen is about being believed.'

Labels: , , , , , , ,

zondag 8 april 2012

Concerten 1 & 6 april 2012: De Johannes- & Matthäus-Passion in Den Haag


Bach: Johannes-Passion

Haags Toonkunstkoor
Daan Admiraal, Het Promenade Orkest
Elandstraatkerk, Den Haag

Bach: Matthäus-Passion

The Bach Choir and Orchestra of the Netherlands
Pieter Jan Leusink
De Grote Kerk, Den Haag

In de aanloop naar Goede Vrijdag en Pasen is het Passietijd. Ter gelegenheid hiervan componeerde Johann Sebastian Bach (1685-1750) een aantal passies, vijf in totaal waarvan alleen de Matthäus-Passion en de Johannes-Passion bewaard bleven. Hoewel Bach een van de meest gespeelde componisten ter wereld is en de Matthäus-Passion zijn bekendste werk is, kan geen land ter wereld tippen aan de Nederlandse Matthäus-traditie. In periode tot en met Pasen worden in heel Nederland, zowel door amateur als professionele gezelschappen, talloze uitvoeringen van de Matthäus-Passion uitgevoerd. Een werk dat overigens in 1829 door Felix Mendelssohn-Bartholdy is herontdekt en sindsdien een vaste en belangwekkende plek in het muzikale leven heeft verworven.

De fascinatie van Nederland voor dit grootse werk van Bach leidt terug naar het (toen nog niet koninklijke) Concertgebouworkest onder Willem Mengelberg. Mengelberg startte een jaarlijkse traditie met de Matthäus-Passion in een grootse samenstelling van orkest en koor dat we, evenals als de statige en trage tempi, tegenwoordig niet meer zouden herkennen. Als reactie hierop werd vanaf 1922 in Naarden door de Nederlandse Bachvereniging de Matthäus-Passion uitgevoerd die zich gaandeweg de jaren steeds meer zou ontwikkelen in de richting van de 'authentieke' uitvoering ervan. Dat betekent met name in kleinere bezetting met authentieke instrumenten zoals Bach deze herkend zou hebben. Dit verschil tref je ook in de talloze cd-opnames. De klassieke opname onder leiding van de Duitse dirigent Otto Klemperer is, door het gebruik van een groot orkest en koor en trage tempi, een wereld van verschil met de latere 'authentieke' opnames van met name Philippe Herreweghe, John Eliot Gardiner, Nikolaus Harnoncourt, Paul McCreesh en de opnames van de Nederlandse Bachvereniging onder Jos van Veldhoven. En uiteindelijk maakt het natuurlijk allemaal niet uit: het gaat om het genieten van deze prachtige muziek. In welke uitvoering dan ook. 

De afgelopen dagen hebben concertzalen en kerken daarom vol gezeten van traditionele concertgangers, maar ook families waar het gebruik is om jaarlijks de Matthäus-Passion te beluisteren tot nieuwsgierige nieuwkomers. En ook het kabinet ontkomt er niet aan. Dit jaar is met traditie gebroken, wat zelfs nog leidde tot een NOS-item op Goede Vrijdag, want een deel van het kabinet onder leiding van premier Rutte (en op uitnodiging van oud-minister Rudolf de Korte) woonde niet de Naardense Matthäus-Passion bij maar de meer traditionele uitvoering in de Pieterskerk in Leiden. Dit ontlokte Rudolf de Korte nog de uitspraak dat hij weinig enthousiast was over de Naardense 'Bonsai'-uitvoering. En, eveneens zoals gebruikelijk, klonk er in de Pieterskerk na afloop geen applaus. Gezien het gewijde karakter van de muziek met als onderwerp de lijdensweg van Jezus Christus wordt dit niet als gepast gezien. Overigens schijnt het eveneens traditie te zijn om na afloop de borrel aan te vangen onder vermelding van 'Zo! Die hangt weer!'.

Naast de Matthäus-Passion wordt ook de Johannes-Passion uitgevoerd, maar kent niet dezelfde traditie als de Matthäus. Al heb ik daarbij wel het idee dat de Johannes-Passion de afgelopen jaren steeds vaker wordt uitgevoerd. De Johannes-Passion is korter dan de Matthäus-Passion en wordt vaak als feller, maar ook ingetogener getypeerd. De Johannes-Passion hoorde ik vorig jaar voor het eerst uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest en het Groot Omroepkoor onder leiding van Jan Willem de Vriend (voor recensie zie hier). Dit jaar hoorde ik de Johannes-Passion wederom, maar ditmaal door het Promenade Orkest en het Haags Toonkunstkoor onder leiding van Daan Admiraal (aangespoord door een collega die tevens zingt in het Haags Toonkunstkoor). Locatie was ditmaal de katholieke (sic!) Elandstraatkerk. Dit jaar koos ik zeer bewust voor een kerk als uitvoeringslocatie. Niet alleen vanwege de passende omgeving en de unieke akoestiek, maar ook de hoop dat een uitvoering eens een keer niet zou eindigen in een (joelende) staande ovatie. 'Call me old-fashioned' maar ik vind eigenlijk dat je toch na zo'n stuk vooral in stilte je weg weer naar huis moet vinden. Ik neem daar overigens een standpunt van een steeds kleinere minderheid in zoals ook bleek in de Elandstraatkerk waar de prachtige en stemmige uitvoering, die me meer deed dan de uitvoering in het Concertgebouw een jaar eerder, werd afgesloten met een terechte doch ongewenste staande ovatie.

Vijf dagen later, op Goede Vrijdag, vervoegde ik me in een lange rij voor de Grote Kerk waar een uitvoering plaats vond van de Matthäus-Passion door The Bach Choir and Orchestra of the Netherlands onder leiding van Pieter Jan Leusink. Dit concert maakt onderdeel uit van een Nederlandse tournee van 23 concerten (soms tweemaal op een dag) van de Matthäus-Passion door dit orkest en koor. Een tournee die kerken aandoet in onder andere Elburg, Vlissingen, maar ook Rotterdam, Groningen, Den Haag en het Concertgebouw in Amsterdam. Bijzondere hieraan is dat dit een volstrekt particulier initiatief is zonder enige vorm van subsidie. Uit alles wat Pieter Jan Leusink doet spreekt zijn passie voor de muziek. Naast deze reeks concerten mogen ook onder andere het Requiem van Mozart en de Messiah van Handel (vandaag in de St. Janskerk te Utrecht uitgevoerd) zich in de aandacht van Leusink verheugen. Ik vind het bewonderenswaardig dat je een dergelijk initiatief in Nederland van de grond krijgt en geeft tevens aan hoe diep de traditie van de Matthäus-Passion in Nederland geworteld is. In de prachtige Grote Kerk in Den Haag alleen al zaten meer dan 1.000 bezoekers te genieten van een prachtige doorleefde uitvoering van Bach's meesterwerk. Ondanks het grote aantal keren dat Leusink en zijn mensen dit werk al hadden uitgevoerd, deed dit niets af van de intensiteit van de uitvoering. Juist deze expertise zorgde ervoor dat iedere noot raak was en met name de Evangelist (Robert Luts) schitterde in zijn rol door met oprechte passie zijn teksten te zingen en te declameren. Daar neem je dan de continue promotie van de producten van Leusink ('5 cd digibox vandaag verkrijgbaar, normaal 30 euro nu slechts 15 euro', 'Niet op een aankoop gerekend? U kunt een formulier invullen en ontvangt een factuur') op de koop toe. Je kunt het hem natuurlijk ook niet kwalijk nemen. Helaas gold overigens ook hier, ondanks de Grote Kerk en het feit dat het Goede Vrijdag was, dat de uitvoering niet in stilte werd gewaardeerd maar met een staande ovatie. Ik vrees dat mijn verlangen naar stilte na afloop alleen in Naarden of Leiden wordt ingewilligd. Een klein 'ongemak' in ruil voor twee prachtige en doorleefde uitvoeringen van Bach's meesterwerken op bijzondere locaties in het hart van de Residentie.

Labels: , , , , , , , , ,

Cabaret 3 april 2012: 'Cabaret voor beginners' van Brigitte Kaandorp


Brigitte Kaandorp
'Cabaret voor beginners'

Carré, Amsterdam

Bij cabaret komt het maar weinig voor dat het publiek neutraal ten opzichte van de cabaretier staat. Youp van 't Hek, Freek de Jonge, Bert Visscher, Theo Maassen of Hans Teeuwen: je houdt van hun humor of niet. En als je ervan houdt, is bijna elke show een hit. Met Brigitte Kaandorp, Nederlands beste cabaretière, is het niet anders. Je houdt van haar 'onhandige' manier van cabaret met een vrolijke ironische kijk op het dagelijkse leven of je hebt er een volstrekte hekel aan. Ikzelf val in die eerste categorie. En hoewel ik Kaandorp nog niet eerder live had gezien, vond ik haar shows, op tv dan wel op cd, altijd erg grappig. Met name de hilarische vertolking van Kaandorp van de problemen en manmoedige pogingen om met een kind de deur uit te komen ('Neem geen kind') en de nummers 'Andries Knevel' ('Liever in eenbuitenwijk tongen met Henk Binnnedijk dan...'), 'Annelies de Vries' (Ze noemen me Annelies van der Pies, ik moet al piesen als ik nies. Vertel me nooit een goeie grap, want mijn sluitspier is te slap') en 'Zwaar leven'. Afgelopen dinsdag was het dan zover en zag ik La Kaandorp voor het eerst live en dan nog wel in het Walhalla van het Nederlandse cabaret: Carré!

De show 'Cabaret voor beginners' is precies zoals de titel zegt: een training voor mensen die cabaretier willen worden. In tien makkelijke stappen (stap 1: 'kom op', stap 2: 'met iets' etc.) wordt uitgelegd door Kaandorp hoe je zelf een cabaretier kunt worden. Natuurlijk, het blijft Kaandorp, wordt de cursus regelmatig 'on hold' gezet voor een zijpad bestaande uit haar observaties vertolkt in korte conferences of een liedje. Van deze zijpaden is de beschrijving van het ANWB-echtpaar een van de meest sterke. Wat dit programma doet afwijken van haar andere cabaretprogramma's is dat het publiek, het is immers een cursus, ook vragen mag stellen. Hoewel sommige vragen natuurlijk, zeker na een groot aantal optredens, te voorspellen vallen,  maakt dit element toch de show onvoorspelbaar. En Amsterdam zou Amsterdam niet zijn wanneer het publiek niet op hun collectieve mondje was gevallen en door allerlei vragen het programma nog behoorlijk deden afwijken van wat Kaandorp had bedacht. En daar toonde Kaandorp wederom haar klasse: de sfeer zat er in Carré daarom goed in. Cabaret blijft altijd moeilijk om in een geschreven recensie te vertolken: in dit geval geldt toch echt dat je het zelf moet hebben gezien. Als je van Brigitte Kaandorp houdt, moet je zeker gaan: het is misschien niet ontzettend vernieuwend maar wel 'vintage' Kaandorp. Als je niets van haar moet hebben, blijf dan vooral thuis. En  heb je nog nooit iets van haar gehoord? Kaandorp eindigde dinsdagavond (na een show van ruim 2,5 uur) na een groots en welverdiend applaus met een encore,  eensgezind gevraagd van uit het publiek, een lied uit haar laatste show 'Zwaar Leven'. Ken je Kaandorp niet, maar vind je dit geweldig? Dan moet je zeker gaan!


Labels: , , , , ,