zondag 22 mei 2011

Concert 22 mei 2011: Mahler in Den Haag

Mahler:
Rückert-Lieder
Adagio van Symfonie Nr. 10
'What the Wild Flowers Tell Me'
(bewerking Benjamin Britten)
Lieder eines fahrenden Gesellen

Karen Cargill (mezzosopraan)
Nederlands Danstheater II,
Gerald Tibbs (artistiek leider), Jiri Kylián (choreografie)
 Residentie Orkest, Pablo Heras-Casado
Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Binnenkort komt staatssecretaris Zijlstra met zijn cultuurnota waarbij duidelijk zal worden welke culturele instellingen in welke mate moeten vrezen voor hun toekomst. Het Koninklijk Concertgebouworkest lijkt weinig te vrezen te hebben, het Residentie Orkest daarentegen des te meer. Als Zijlstra echter aanwezig zou zijn geweest bij de uitvoering vandaag of vrijdag zou die vrees wellicht minder nodig zijn. Met een prachtige combinatie van orkest, zang en dans zette het Residentie Orkest onder de jonge Spaanse dirigent Pablo Heras-Casado (1977) een fenomenale uitvoering neer. Een uitvoering als afsluiting van de week 'Mahler in Den Haag'.

Afgelopen woensdag had ik wederom het genoegen om een repetitie van het Residentie Orkest bij te wonen. Door de repetie van dit programma heb ik meteen kaartjes gekocht voor de uitvoering van zondag 22 mei. Aangezien het de eerste repetitie betrof kon je precies zien hoe Heras-Casado zijn werk ziet. Hij staat bekend als een Pietje Precies. Tijdens de repetie, waar ik de liederen en het Adagio uit de Tiende Symfonie hoorde, waren de strijkers veelvuldig aan bod om de details helemaal goed te krijgen. Het effect daarvan hoorde je ook goed tijdens de uitvoering. Hetzelfde gold ook voor de liederen gezongen door Karen Cargill. Daarbij ging het overigens wederom over het orkest en met name de strijkers. Cargill zong tijdens de repetitie al prachtig met een natuurlijk mooie en soepele stem waarbij de dictie ook meer dan goed voor elkaar was. Ze voelde de woorden en zo kwam het ook over. Tijdens het zingen van het Rückert-Lied 'Ich bin der Welt abhanden gekommen' werd  het spel door Heras-Casado geen moment onderbroken en ontving Cargill na afloop van het lied veel instemmend geroffel van de orkestleden. 

Tijdens de uitvoering bleek de repetitie geen eendagsvlieg te zijn geweest: Cargill was fantastisch en werd geweldig begeleid door dirigent en orkest. Ik kan ook van harte aanraden om Cargill op twitter (@LaCargila) te volgen. Ook de twee orkestrale werken die op het programma stonden, liepen gesmeerd. De niet door Mahler gecompleteerde versie van  zijn Tiende Symfonie wordt door veel dirigenten niet uitgevoerd omdat het geen ware vertegenwoordiging kan zijn van Mahler. Het door Mahler vrijwel gecompleteerde Adagio wordt door velen echter wel gespeeld. En de pracht van deze muziek leidt er toch zeker toe dat dit geen slechte beslissing is. Het orkest speelde ook de bewerking van Britten van het Scherzo (tweede deel) van Mahler's Derde Symfonie getiteld 'What the Wild Flowers Tell Me'. Dit verwijst naar de Duitse programmatitel die Mahler aan dit deel had meegegeven: 'Was mir die Blumen auf der Wiese erzählen'. De reden voor deze bewerking lag in het feit dat in die tijd (Britten maakte de bewerking in 1941) de symfonieën van Mahler, met name de 3e, door de enorme bezetting amper werden uitgevoerd. Dat was bijvoorbeeld ook de reden voor de orkestrale bewerking van de opera's van Wagner. In deze tijd geldt dat natuurlijk niet meer waardoor de bestaansgrond en noodzaak tot uitvoeren van deze bewerkingen minder evident is. Binnen het gekozen programma pastte het echter prima.

Het concert eindigde met een absoluut hoogtepunt van samenspel tussen orkest, dirigent, mezzosopraan en dansers. Op Mahler's vroege 'Lieder eines fahrendes Gesellen' maakte Jiri Kylián een choreografie bestaande uit vijf duetten voor tien dansers. Deze choreografie werd in 1982 in première gebracht door het Nederlands Dans Theater I. Nu in 2011 was het de beurt aan het Nederlands Dans Theater II dat een vooruitstrevende kweekvijver van danstalent (tot 23 jaar)  is en repertoire danst van gevestigde choreografen en nieuwe creaties van opkomende choreografietalenten. De warme en heldere orkestrale klank gecombineerd met de prachtige stem van Cargill en de uitmuntende choreografie perfect gedanst door het NDT II met ook nog eens een zeer passende belichting maakte dit concert buitengewoon memorabel. Het bevestigde ook meteen de meerwaarde van het Residentie Orkeste en de unieke culturele omgeving van Den Haag waarbij een dergelijke samenwerking tussen dans en orkest mogelijk is. Het bevestigde voor mij tevens de resultaten van de 'Atlas voor gemeenten' waar Binnenlands Bestuur (20/2011) over bericht: culturele instellingen in een stad leveren de gemeente veel meer op dan dat ze aan subsidies kosten. In een stad met een groot cultureel aanbod zijn huizen meer waard, geven bewoners en bezoekers meer geld uit, willen mensen graag wonen en bedrijven vestigen zich er graag.

Het Residentie Orkest kan terugkijken op een geslaagde week 'Mahler in Den Haag' met een absoluut hoogtepunt als afsluiting!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen