zondag 18 september 2011

Concert 16 september 2011: Jansons dirigeert het Requiem van Mozart


Stravinsky: Symphonie des psaumes (Psalmensymfonie)
Mozart: Requiem in d, KV 626

Genia Kühmeier (sopraan)
Bernarda Fink (alt)
Mark Padmore (tenor)
Gerald Finley (bas)

Groot Omroepkoor
Mariss Jansons, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Na een lange en vooral natte zomer is met het aanbreken van september ook weer traditioneel het culturele seizoen begonnen. Naast de blogs over boeken vanaf nu dus ook weer recensies van concerten. Met de uitvoering van Stravinsky's Psalmensymfonie en Mozart's Requiem door het Koninklijk Concertgebouworkest is het seizoen meteen in hogere sferen begonnen. En dat komt niet alleen door de wens van de componisten om de glorie van God te vangen in muziek, maar ook zeker door de prachtige uitvoering.

De Psalmensymfonie is door Stravinsky in 1930 geschreven als opdrachtwerk voor het toen vijftigjarige jubileum van de Boston Symphony Orchestra en opgedragen aan de glorie van God. De tekst van de symfonie is te herleiden tot psalmen 39, 40 en 150 in het oorspronkelijke latijn. De driedelige symfonie kent een totaal ander karakter dan het Requiem van Mozart en is daarmee een moderne tegenhanger, wat de programmering van beide werken zo aansprekend maakt. Hoewel de betiteling een symfonie betreft, is de bezetting verre van symfonisch. Dit komt met name door het ontbreken van onder andere violen en klarinetten in de bezetting. Ook de prominente toevoeging van een piano geeft een heel eigen, minder 'warm', geluid die bij tijd en wijlen doet denken aan de moderne opvolgers van Stravinsky: John Adams en (in mindere mate) Philip Glass. Ik kende het werk niet, heb snel nog een uitvoering door John Eliot Gardiner via iTunes gedownload voor het concert en was aangenaam verrast.

Het absolute hoogtepunt van het concert was echter na de pauze: het Requiem van Mozart. Toch de uitvoering waarom ik een kaartje voor het concert kocht. Het Requiem is misschien wel het meest legendarische muziekstuk door de mist rondom het ontstaan én de afronding ervan. Voor wie de prachtige, doch niet op waarheid berustende, film Amadeus van Milos Forman kent, zal hier niet verbaasd over zijn. In de film, die eigenlijk evenzo een biografie is van tijdgenoot en collega Antonio Salieri als van Mozart zelf, wordt Salieri, vescheurd door jaloezie vanwege het grote talent van de onuitstaanbare Mozart, pontificaal in de beklaagdenbank gezet. Hij zou de anonieme opdrachtgever zijn van het Requiem. Een opdracht die door de afgetakelde gezondheidstoestand van Mozart de laatste druppel vormde en diens eigen dodenzag bleek. Inmiddels is al lang duidelijk dat Salieri hier niets mee van doen had, maar dat graaf Von Walsegg de commissie aan Mozart gaf om een compositie te verkrijgen die hij zou presenteren als zijn eigen compositie ter nagedachtenis van zijn vrouw. Op het moment dat Mozart stierf was een groot deel van het Requiem nog niet af. Een leerling van Mozart, Franz Xavier Süssmayr, voltooide op verzoek van Mozart's weduwe Konstanze het Requiem. Dankzij hem kunnen we vandaag genieten van dit prachtige werk dat een waardige muzikale afsluiting vormt voor het (te) korte leven van Mozart. Overigens is er veel geschreven over de voltooiing door Süssmayr en vaak niet positief: zijn kunnen kon niet in de schaduw staan van Mozart. In het boek 'De Onvoltooiden. Wat de grote componisten nog te zeggen hadden' van Paul Witteman is een aardig hoofdstuk hieraan gewijd. Op de begeleidende cd staat het 'Lacrimosa' waar volgens Witteman te horen is dat de eerste acht maten van de hand van Mozart zijn en de rest van Süssmayr. Bij de promotie van het boek trad Witteman op in 'De wereld draait door' waar hij overtuigend liet horen waar de overgang was.

Terug naar de prachtige uitvoering van Jansons. Al voordat Jansons de eerste noot liet aanvangen was duidelijk welke richting hij met het Requiem op ging. Door de kleinere bezetting was duidelijk dat het een Requiem zou worden meer in de lijn van de helderheid, transparantie en historische interpretatie van John Eliot Gardiner, Christopher Hogwood en Jos van Veldhoven dan de gedragen, grootse en meeslepende interpretaties van Solti, Von Karajan en Böhm. Daar voegde Jansons, die voor de zomer grote successen vierde bij De Nederlandse Opera met Tchaikovsky's Jevgeni Onjegin, een vleugje opera aan de uitvoering toe. Zijn strakke dirigeerstijl deed soms denken aan Verdi's meer operateske Requiem. Overigens moet ik, om niet van objectiviteit beschuldigd te worden, melden dat ik al jaren zeer onder indruk ben van de verrichtingen van Jansons in Amsterdam: een groots en intens dirigent die prachtig muziek maken tot een kunst heeft verheven. Niet voor niets kan hij de goedkeuring, die zijn voorganger bij het KCO Chailly ontging, dragen van Bernard Haitink en werd het KCO, mede door zijn verrichtingen, door Gramophone uitgeroepen tot het beste orkest ter wereld. Zijn orkest in Beieren, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, kwam met stip binnen op de zesde plaats. Het is duidelijk dat het KCO met, de overigens broos ogende en aan een hartkwaal lijdende, Mariss Jansons op de bok haar geluk niet op kan. De geweldige zangprestaties van het Groot Omroepkoor en de uitmuntende solisten zorgden voor een prachtige uitvoering.

Soms wordt, los of je nu gelooft of niet, gesteld dat de muziek van Bach het enige overtuigende Godsbewijs is. Als dat zo is dan kan het Requiem van Mozart, op deze wijze uitgevoerd, evenzo als bewijs dienen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen