zondag 1 april 2012

Concert 31 maart 2012: Sir Andrew Davis in Rotterdam


Vaughan Williams: Fantasie op een thema van Thomas Tallis
Ravel: Concert voor piano en orkest in G
R. Strauss: Also Sprach Zarathustra, op. 30

Plamena Mangova (piano)
Sir Andrew Davis, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Dat componisten en hun werk onderdeel zijn van hun omgeving is natuurlijk evident, maar werd gisteren in het afwisselende concert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Sir Andrew Davis ferm onderstreept. Want de gekozen stukken waren zo verschillend van aard dat het ene moment je je waande in de gewijde omgeving van een kathedraal om vervolgens terecht te komen in een jazzclub en te eindigen in de ruimte. 

Al jarenlang heb ik een zwak voor muziek van Britse componisten. En dat loopt van Henry Purcell via Edward Elgar, Hubert Parry en Vaughan Williams tot Benjamin Britten. Ralph Vaughan Williams (1872-1958) is vooral bekend vanwege zijn cyclus van negen symfonieën, maar ook zijn orkestrale, vocale en koormuziek die veelal geïnspireerd is op het rijke Britse verleden. De 'Fantasia on a theme of Thomas Tallis' uit 1910 (gereviseerd in 1919) is daar een uitmuntend voorbeeld van. Tijdens zijn werkzaamheden voor 'The English Hymnal', het overzichtswerk van Engelse hymnen voor de Church of England, trof hij een melodie van de Middeleeuwse Thomas Tallis die de basis vormde voor deze ruim een kwartier durende fantasie. Vaughan Williams heeft zich van die taak buitengewoon goed gekweten, want deze muziek is zeer gewijd, maar ook Romantisch van karakter waardoor je je bijna waant in een van de typisch Britse kathedralen in steden als Gloucester of Canterbury. Het werk is geschreven voor een strijkorkest dat in drie ongelijke groepen verdeeld is. Dit heeft overigens te maken met het feit dat de muziek was geschreven voor uitvoering in de kathedraal van Gloucester en daarmee rekening houdend met de galmende akoestiek. In Rotterdam volgde een zeer intense uitvoering waarbij het strijkorkest ook in drieën was verdeeld en Sir Andrew Davis duidelijk maakte waarom het uitvoeren van werk van Britse componisten altijd het beste kan worden overgelaten aan de Britten zelf. Davis (niet te verwarren met die andere Davis-dirigent Sir Colin Davis) was de motor voor deze uitvoering. Duidelijk was ook dat hij zelf volstrekt in de muziek opgaat, maar wel met behoud van dat typische Britse decorum. Een Sir waardig. Davis is overigens sinds 2000 verbonden aan de Lyric Opera of Chicago, maar is vooral bekend van zijn chef-dirigentschap (nu 'conductor laureate') van het BBC Symphony Orchestra. In die hoedanigheid stond hij jarenlang op de bok tijdens 'The Last Night of the Proms'. Britser kan bijna niet.

Na deze gewijde muziek, en een 'changement de decor' was het de beurt aan het 'Concert voor piano en orkest' (1929-1931) van Maurice Ravel (1875-1937). Ravel staat in de traditie van zijn collega Claude Debussy, maar heeft zich ook laten inspireren tot allerhande muzikale invloeden van de Spaanse muziek (de 'Bolero'!), maar ook de jazz. Dit alles kwam samen in een ongekend kleurrijk en afwisselend pianoconcert waar een Spaans-jazzy eerste deel gevolgd werd door een klassiek Frans adagio geïnspireerd op Mozart om af te sluiten met een Big Band-achtige finale waar de piano en de blazers, met name de fluiten, alles uit de kast moesten halen. Het resultaat was ongekend enerverend, met name ook door de uitstekende techniek, maar ook lichte toets van de Bulgaarse pianiste Plamena Mangova. De sfeer zat er in De Doelen goed in wat leidde tot een tweevoudige toegift. Ervaring leert meestal dat een toegift ontzettend leuk is, maar leidt (te) vaak tot de paradox dat een geweldige uitvoering vraagt om meer, maar dat de toegift zelf weer afbreuk doet aan het resultaat van de oorspronkelijke uitvoering. Het blijft altijd een beetje mosterd na de maaltijd. In dit geval dus niet. Wat volgde was een spetterende uitvoering van de 'Danzas Argentinas' van Alberto Ginastera waarmee Mangova haar debuut in Rotterdam sprankelend en succesvol afsloot.

Na de pauze volgde het stuk waarvoor de meeste aanwezigen hun kaartje hadden gekocht: het, mede door Stanley Kubrick's '2001: A Space Odyssey', overbekende toondicht van Richard Strauss (1864-1937): 'Also  Sprach Zarathustra' (1896). Richard Strauss hield de Romantiek in de muziek tot het einde van zijn leven overtuigend vol en liet zich niet van de wijs brengen door de atonale opmars die na zijn dood de overhand zou krijgen. Zijn genre van toondichten is daar een prachtig voorbeeld van. In die miniaturen vertaalde hij zijn inspiratie op onnavolgbare wijze in muziek die vanaf de eerste uitvoering tot nu onverminderd populair zijn. Slechts enkele jaren na de publicatie van 'Also Sprach Zarathustra' van Friedrich Nietsche vond Strauss de aanleiding om een toondicht te baseren op een van de bekendste filosofische werken. Het sprak Strauss allemaal ook erg aan: 'Nietsche's philosophy of the Superman and his celebration of human power and energy clearly appealed to Strauss's overwhelming self-belief and sense of destiny', aldus The Rough Guide to Classical Music. Zodra je het overbekende eerste deel 'Einleitung oder Sonnenaufgang' hoort, ben je al overtuigd. Toch moet ik zeggen dat ondanks de uitstekende uitvoering door Davis en het Rotterdams Philharmonisch de verwachtingen misschien iets te hoog gespannen waren voor een werk dat zo (over)bekend is. Het hoogtepunt voor mij lag toch echt in jazzclub en kathedraal voor de pauze en minder in de reis door de ruimte na de pauze. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen