maandag 21 mei 2012

'De man die nee zei. Charles de Gaulle, 1890-1970' van H.L. Wesseling


Charles de Gaulle is één van de grote historische figuren waarbij je, met alle bewondering voor zijn verdiensten,  toch over het algemeen een negatieve connotatie hebt. Voor velen belichaamt hij al datgene wat Frankrijk groot maakt, maar tegelijkertijd ook afstotend is. De belichaming van de uitdrukking 'Frankrijk is een mooi land, jammer dat er Fransen wonen'. Hoewel Charles de Gaulle een grote rol speelde in zowel de Tweede Wereldoorlog, bepalend was voor het naoorlogse Frankrijk en grote invloed had op de Europese eenwording had ik nog alleen boeken gelezen waar hij als (belangwekkende) passant figureerde. Mijn beeld van deze generaal en staatsman was van een ongehoorde chauvinist die door zijn karakter en onverzettelijk het voor elkaar kreeg om Frankrijk na de oorlog weer een wereldspeler te maken en deze positie, via instituties zoals de Europese Gemeenschap en de Veiligheidsraad, te laten behouden terwijl Frankrijk daar eigenlijk geen recht op had.

Er zijn al veel biografieën over De Gaulle verschenen, maar een biografie geschreven door een Nederland er bleek een lacune. In dit gat is emeritus hoogleraar Algemene Geschiedenis van de Universiteit Leiden Henk (Lodewijk) Wesseling gesprongen met de biografie 'De man die nee zei'. En laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik hebt deze heerlijk overzichtelijke biografie in slechts een paar dagen uitgelezen, mijn mening bevestigd gezien en toch veel nieuws te weten gekomen. 

Het knappe van Wesseling is dat hij in amper 300 pagina's het wezen van Charles de Gaulle weergeeft zonder episodes uit zijn leven te kort doen. Gelukkig laat hij de jeugd van De Gaulle, los van een korte beschrijving, al snel voor wat deze is en legt hij de focus op de drie onderdelen van zijn leven die De Gaulle groot hebben gemaakt: zijn militaire carrière, zijn strijd voor de Vrije Fransen in de Tweede Wereldoorlog en zijn politiek-bestuurlijke carrière als de grondlegger van de Vijfde Republiek en haar eerste president. Ik lees graag biografieën, maar heb vaak een broertje dood aan de lange verhalen over de jeugd van de hoofdpersoon. Nu is het altijd interessant om te lezen waar iemand vandaan komt, maar iets te vaak wordt me de suggestie gewekt dat de twinkeling in de ogen van een 3-jarige de grootsheid van zijn (of haar!) toekomst voorspelde. Er zullen genoeg 3-jarigen een twinkeling in de ogen gehad hebben, zonder dat er ooit aanleiding was voor een biografie. 

De rode draad van deze prettig geschreven biografie is de onverzettelijkheid van De Gaulle en de wijze waarop dit zijn carrière en Frankrijk heeft gevormd. Door als staatssecretaris van Defensie te weigeren om onder Veldmaarschalk Petain te dienen en, gelijk Wilhelmina, de wijk te nemen naar het Verenigd Koninkrijk om daar de Vrije Fransen aan te voeren, legde hij de kiem voor zijn indrukwekkende carrière. Daar waar Wilhelmina officieel het Nederlandse gezag in ballingschap vertegenwoordigde daar was De Gaulle door zijn eigen regering, althans die zetelde in Vichy, ter dood veroordeeld voor hoogverraad en in het Verenigd Koninkrijk was hij  één van de velen die Frankrijk meende te vertegenwoordigen. Door onverzettelijk vol te houden en het Franse belang voorop te stellen, wist hij via de Franse koloniën het leiderschap van de Vrije Fransen veilig te stellen en daarmee bij te dragen aan de strijd tegen de Asmogendheden. 'The rest is history' en na het einde van de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug naar een bevrijd Frankrijk dat in zijn ogen, net als wederom Wilhelmina, noodzakelijke veranderingen moest ondergaan om de instabiliteit van de Vierde Republiek te voorkomen. Het zou nog ruim tien jaar en een crisis in Algerije duren voordat de Fransen hem, via zijn favoriete staatsrechtelijke instrument het referendum, zouden terugroepen uit zijn geliefde woonplaats Colombey-les-Deux-Églises in het departement Haute-Marne, hem zijn Vijfde Republiek geven met aan het hoofd een machtige president die in veel opzichten een machtige monarch bleek zonder erfopvolging. 

Ruim 10 jaar zou De Gaulle de scepter zwaaien waarna studentenprotesten en algehele moeheid met zijn regering hem tot de beslissing zouden brengen om terug te treden en te rentenieren in Colombey-les-Deux-Églises. In die tien jaar heeft hij Frankrijk naar zijn inzichten gevormd en heeft hij gestreden voor het Franse belang op het wereld- en Europese toneel. Een missie die zonder meer geslaagd is aangezien Frankrijk, zonder daar eigenlijk recht op te hebben, na de Tweede Wereldoorlog nog steeds, zeker door de vertegenwoordiging in allerhande internationale en Europese instituties en haar bedrijfsleven, een wereldmacht is gebleven. Dat daar de afgelopen jaren, mede gezien de geopolitieke veranderingen die ook het Verenigd Koninkrijk niet onberoerd hebben gelaten, een kentering is gekomen, heeft in ieder geval niet aan hem gelegen. De man die koste wat kost van Frankrijk een nucleaire macht heeft gemaakt omdat deze 'Force de Frappe' in zijn ogen een ontbindende voorwaarde was voor de positie van wereldspeler. Een niet geringe erfenis lijkt me zo. Het is ook niet verwonderlijk dat De Gaulle nog altijd zo'n mythische betekenis kent in Frankrijk en, gelijk Thatcher, een soortnaam is geworden: gaullistisch. 

Wesseling is er in geslaagd om een dergelijke man op heldere wijze neer te schrijven. Bonus is ook dat Luns, als kwelgeest van De Gaulle ook nog even de revue passeert. Het boek leest vlot weg, hoewel zijn schrijfstijl soms wat onduidelijkheden achterlaat waardoor je sommige zinnen twee keer moet lezen om er achter te komen dat zijn mededelingen kloppen die op het eerste gezicht eigenlijk tegenstrijdig leken. Daarnaast is enige voorkennis van de Franse geschiedenis en staatkundige inrichting in het algemeen wel handig. Een aantal keren refereert Wesseling aan zaken die bekend verondersteld zijn, maar dat lang niet altijd zijn. De gemiddelde lezer zal, zonder enige referentie, toch niet begrijpen dat wanneer hij schrijft dat De Gaulle het Matignon heeft bewoond hij bedoelt dat De Gaulle premier is geweest. Immers Matignon is de officiële residentie van de Franse premier.  Ook de Dreyfus-affaire komt in het begin regelmatig terug en wordt gerelateerd aan de politiek in Frankrijk. Dan is het wel handig om precies van de hoed en de rand te weten van deze affaire. Dat ga ik, gelijk Wesseling, hier niet uit de doeken doen. Even googelen biedt uitkomst. Ikzelf kwam overigens ook niet verder dan de hoofdlijnen. Ook wordt er door Wesseling vaak gebruik gemaakt van Franse citaten zonder directe vertaling. Nu kunnen de meeste De Gaulle- en Frankrijkliefhebbers vast wel een beetje Frans, maar een vertaling (al was het maar achterin het boek) was zeker welkom geweest. Ten slotte vind ik het jammer dat veel onderdelen uit het leven van De Gaulle nogal 'matter-of-factly' worden gemeld, waardoor niet helemaal duidelijk is hoe zijn carrière nu is verlopen. Hij krijgt op een gegeven moment belangwekkende posities zoals staatssecretaris van Defensie maar uit het voorgaande wordt nu niet helemaal duidelijk waarom hij op deze wijze carrière maakt. 

Dit zijn echter kleine aanmerkingen bij een verder zeer aan te bevelen biografie van Charles de Gaulle. Wil je meer weten over deze 'Grootste Fransman aller tijden' dan is dit het perfecte startpunt. En het boek is omvattend genoeg om het daarbij te houden, of juist te investeren in een uitgebreidere biografie van deze tot de verbeelding sprekende Fransman. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen