woensdag 1 mei 2013

When opportunity knocks, you play the piano: 'Hitlers Pianist' van Peter Conradi


Peter Conradi brengt met de biografie van ‘Putzi’ een andere kijk op de coulissen van de macht in Hitler-Duitsland, maar lijkt net iets te veel sympathie te hebben voor Hitlers pianist.

Hoewel de invloed van de Tweede Wereldoorlog niet te onderschatten is en de gevolgen ervan nog dagelijks gevoeld kunnen worden, is het de vraag of een nieuw boek nog iets toevoegt aan het geheel. Peter Conradi, vooral bekend als co-auteur van het boek The King’s Speech, lijkt die vraag positief te beantwoorden en vanuit het gezichtspunt van Ernst Hanfstaengl een nieuwe blik te willen werpen op het Derde Rijk.

Met Hitlers Pianist presenteert Conradi een biografie over Ernst Franz Sedgwick Hanfstaengl (1887-1975) die door het lot (en opportunisme) een tijd lang vertrouweling zou zijn van Adolf Hitler en later, na in ongenade te zijn gevallen, ten dienste zou staan van Franklin D. Roosevelt en zijn strijd tegen de Nazi’s. Opvallend genoeg is deze biografie in het Verenigd Koninkrijk al in 2005 uitgegeven, maar is deze nu pas in een Nederlandstalige vertaling bij Meulenhoff verschenen. 

Het wonderlijke aan het leven van Hanfstaengl, die in zijn kindertijd de bijnaam Putzi kreeg en zo immer genoemd is gebleven, is dat zijn leven zo afwijkend was van Hitler, dat het nogal vreemd is dat zij een tijd op vertrouwelijke voet hebben gestaan. Daar waar Hitler afkomstig was uit een eenvoudig Oostenrijks milieu, was Putzi de nakomeling van een rijke Duitse kunsthandelaar en zijn Amerikaanse vrouw. Zijn rijke ouders zorgden ervoor dat Putzi zijn jeugd doorbracht in Duitsland en volwassen werd in de Verenigde Staten, waar hij studeerde aan Harvard en onderdeel werd van de Amerikaanse high society. En dat terwijl hij over zijn status in Duitsland ook al geen klagen had.

Na zijn Amerikaanse periode, die onder andere samenviel met de Eerste Wereldoorlog, keert Putzi terug in een Duitsland dat in niets meer lijkt op het oude Keizerrijk dat hij verliet. Na de verloren Eerste Wereldoorlog en de voor de Duitsers vernederende Vrede van Versailles is, in hindsight, de opkomst van Hitler en zijn Nationaal-Socialisme niet zo vreemd. Putzi woont bij toeval een van zijn vroege speeches in een bierkelder in München bij, waar hij, haast gehypnotiseerd, onder de indruk raakt van Hitler. Juist deze met velen gedeelde fascinatie voor Hitler zet Duitsland op ramkoers met de rest van Europa en zal uiteindelijk de bekende vernietigende gevolgen hebben. Hitler voelt zich intussen aangetrokken tot de aandacht van een vertegenwoordiger van de hogere klasse en diens pianospel en neemt Putzi steeds meer in vertrouwen. Ondanks een mislukte putsch neemt de (electorale) invloed van Hitler hand over hand toe om uiteindelijk te culmineren in het kanselierschap en het begin van het Derde Rijk.

In de coulissen van de macht speelt Putzi ook een toontje mee. Op het hoogtepunt van zijn invloed is hij de acceptable face of fascism en beheert hij de buitenlandse (pers)contacten van Hitler. Binnen de coterie van Hitler is het daarbij niet alleen van belang wat je formele functie is, maar ook - letterlijk - hoe nabij Hitler je bent. Hoewel Duitsland betere pianisten kent, geniet het pianospel van Putzi altijd de voorkeur waarbij Wagner’s Die Meistersinger von Nürnberg en Tristan und Isolde de Führer-favorieten zijn. Dit overigens tot toenemende ergernis van een groot deel van de andere vertrouwelingen van Hitler die steeds openlijker trachten Putzi onderuit te halen, onder andere door een pianovirtuoos voor Hitler te laten spelen. Hitler wijkt echter niet van zijn Putzi en verklaart over de hemel in geprezen pianist: ‘Ik hoor Hanfstaengl liever honderd verkeerde noten aanslaan dan deze man maar één goede’.

Hoewel Putzi, aldus Conradi, lang niet al het verderfelijke beleid van Hitler ondersteunt, neemt hij er ook niet heel erg veel afstand van, al wordt wel de suggestie gewekt – niet in de laatste plaats door Hanfstaengl zelf – dat hij lang heeft gedacht zijn invloed op Hitler en diens meest verachtelijke ideeën te kunnen matigen. (Deze gedachte pakte overigens ook fataal uit voor de conservatieve bestuurlijke elite onder leiding van Von Papen c.s., die Hitler op het kanseliersschild zouden hijsen in de overtuiging hem daarmee te neutraliseren). Tegelijkertijd bleek de combinatie van het wantrouwen van een groot deel van de Nazi-top, Joseph Goebbels voorop, en de weigering van Hanfstaengl om zich volledig te geven fataal voor de relatie van Putzi met Hitler. Een breuk volgde waarna Putzi, via het Verenigd Koninkrijk, moest vluchten naar de Verenigde Staten. Op het moment dat voor hem duidelijk was dat terugkeer echt niet meer mogelijk was, voerde hij, op persoonlijk verzoek van president Roosevelt, anti-Duitse propaganda uit. Terwijl zijn voormalige vriend Adolf zich in de Götterdämmerung van Berlijn het leven benam, zouPutzi nog ruim dertig jaar leven en na een kort ziekbed vredig sterven.

Putzi had natuurlijk dondersgoed door dat zijn leven voorgoed getekend was door zijn (vrijwillige!) nabijheid bij Hitler. Niet voor niets zou hij in 1943 zijn leven bondig samenvatten: ‘Het is iets verschrikkelijks als je denkt dat je op de muziekwagen zit en het blijkt een vuilniswagen te zijn’. Bij het lezen van het boek kan daarbij alleen maar de conclusie getrokken worden dat Hanfstaengl toch vooral uit opportunisme handelde. Pas toen terugkeer naar Duitsland volstrekt onmogelijk was koos hij ervoor Hitler alsnog een dolk in de rug te steken. 

Op de een of andere manier lijkt Conradi wat blind voor dit opportunisme. Want hoewel je als lezer deze conclusie zeker zult trekken, is er toch sprake van een behoorlijke mate van sympathie van de schrijver voor Putzi. Daarbij laat Conradi ook her en der een steekje vallen. In het boek wordt nogal stellig gemeld dat een bezoek aan de Verenigde Staten tijdens de Nacht van de Lange Messen het leven van Putzi redde. Nergens wordt echter duidelijk, dan wel door bronnen ondersteund, waarom Hanfstaengl ook doelwit zou zijn en daarna nog jaren het vertrouwen van Hitler zou genieten. Daarbij wordt het boek soms ook wat gehinderd door een schrijfstijl die op sommige punten niet helemaal loopt en dat lijkt niet te liggen aan de vertaling. Ten slotte is de nogal sensationele aanprijzing in de ondertitel, ‘Het ongelooflijke verhaal van de man die Hitler aan de macht hielp en hem later hielp te vernietigen’, een onnodige hyperbool. Zowel in de opkomst, maar vooral in de neergang van Hitler had onze Putzi een erg bescheiden (doch interessante) rol.

Hoewel dit toch een stevig voorbehoud is, blijft Hitlers Pianist voor allen die geïnteresseerd zijn in een afwijkend perspectief op de Tweede Wereldoorlog en de (vreemde) werking van het Duitse leiderschap toch een aardige toevoeging op de bestaande lectuur.


Een 'gezellig' trio: Hanfstaengl, Hitler en Göring (1932) - © Wikimedia Commons

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard. Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen