zaterdag 22 juni 2013

Opera 17 juni 2013: Over een meesterlijke 'Meistersinger' en de sterfelijkheid van dirigenten


De Nederlandse Opera:
Die Meistersinger von Nürnberg

James Johnson - Hans Sachs
Roberto Saccà - Walther von Stolzing
Adrian Eröd - Sixtus Beckmesser
Agneta Eichenholz - EvaPogner
Alastair Miles - Veit Pogner
Marcel Beekman - Ulrich Eisslinger

Koor van De Nederlandse Opera
Marc Albrecht (Akte 1 & 2) / Boudewijn Jansen (Akte 2 & 3)
Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Een meesterlijke Meistersinger kreeg een onverwachte wending en bezorgde assistent-dirigent Boudewijn Jansen een droomdebuut.

Hoewel er nog altijd een kleine minderheid bestaat die de muziek van Richard Wagner (1813-1883) vanwege zijn antisemitisme als ‘gevaarlijk’ bestempelt, zal Wagner’s muziek niet snel gezien worden als een gezondheidsrisico. Toch heeft de muziek van Wagner de dubieuze eer om geassocieerd te worden met het overlijden van enkele dirigenten. Zo zijn zowel Felix Mottl in 1911 als Joseph Keilberth in 1956 ingestort en vervolgens overleden tijdens het dirigeren van Tristan und Isolde. De intensiteit van het dirigeren van muziek kan het menselijk lichaam te veel worden zoals ook Giuseppe Sinopoli in 2001 overkwam bij het dirigeren van Verdi’s Aida bij de Deutsche Oper van Berlijn. Keilberth, Mottl en Sinopoli zijn onderdeel van een behoorlijke lijst van dirigenten die ‘in het harnas’ zijn gestorven. Hoewel de bekende klassieke muziek-columnist Norman Lebrecht schreef over Why conducting is a health hazard blijft de conclusie dat het eerder regel dan uitzondering is dat dirigenten levend de bok verlaten.

Bij de opvoering maandag van Die Meistersinger von Nürnberg werd dirigent Marc Albrecht (chef van De Nederlandse Opera) onwel tijdens de Tweede Akte van Meistersinger, maar hoefde gelukkig niet in het rijtje van Mottl c.s. toegevoegd te worden. De verwachting was dan ook dat hij de volgende voorstelling op 20 juni zou dirigeren. Met het onwel worden werd meteen de professionaliteit van De Nederlandse Opera (DNO) duidelijk. De solisten gaven geen krimp, het orkest bleef rustig zitten en de techniek deed haar werk. Binnen vijf minuten stond assistent-dirigent Boudewijn Jansen op de bok, zette gedecideerd in op het punt waar Albrecht moest stoppen and never looked back. Na het uitstekend afronden van de Tweede Akte nam Jansen ook de Derde Akte (die ruim twee uur duurt!) soeverein voor zijn rekening. Daarmee leverde hij een uitstekend visitekaartje voor zichzelf af en wie weet wat hem dat in de toekomst nog gaat brengen.

Het komt vaker voor dat een beginnende dirigent door het vervangen van een onwel geworden topdirigent zijn naam vestigt. Zo stond Bernard Haitink in 1956 opeens voor het – toen nog niet Koninklijke – Concertgebouworkest om de ziek geworden Carlo Maria Giulini te vervangen bij het Requiem van Cherubini en maakte Esa-Pekka Salonen in 1983 een droomdebuut met Mahler’s Derde bij het Philharmonia Orchestra door de onwel geworden Michael Tilson Thomas. Een debuut dat hem een betrekking zou opleveren bij het Philharmonia Orchestra en toekomstig succes.

Na deze mijmeringen over de sterfelijkheid van dirigenten en de onverwachte kansen die deze biedt voor hun vervangers, terug naar de DNO-productie van Die Meistersinger von Nürnberg. Hoewel Meistersinger één van de langste werken van Wagner is, is de toegankelijkheid ervan juist één van de redenen om beginnende Wagner-liefhebbers te laten beginnen met deze ode aan de meesterzangers van Neurenberg. Want bij het schrijven van het libretto liet Wagner zich ditmaal niet inspireren door Germaanse mythen en legenden maar door het daadwerkelijk bestaande Middeleeuwse Gilde van de meesterzangers. Hoofdrolspeler Hans Sachs heeft daadwerkelijk bestaan en was – gelijk zijn personage in Meistersinger – een meesterzanger en schoenmaker. Deze realistische setting zorgt er ironisch genoeg ook voor dat deze opera als geen ander voer is voor diegenen die after the fact Richard Wagner tot Nazi verklaren. Want hoewel Meistersinger vooral een ode is aan de Kunst is het ook duidelijk een hommage aan de Duitse cultuur en een call to arms ter verdediging van die cultuur. Daarbij is de verbeelding van Sixtus Beckmesser de meest evidente naargeestige verpersoonlijking van Joden, althans, gezien vanuit de ogen van Wagner.

Het verhaal van Meistersinger is – in markante tegenstelling tot de duur van de opera - overigens simpel en vooral een liefdesverhaal. De wederzijdse liefde tussen ridder Walther von Stolzing en Eva Pogner kan slechts bezegeld worden wanneer Walther meedoet aan een zangwedstrijd om de hand van Eva. Overigens – heel geëmancipeerd – zijn de regels van deze wedstrijd door haar vader (en voorzitter van de jury) aangepast zodat Eva altijd zelf bepaalt of ze al dan niet trouwt met de winnaar, doch is het uitgesloten dat ze trouwt met een man die geen meesterzanger is. De gewiekste Sixtus Beckmesser heeft zijn zinnen ook op Eva gezet en weet Walther buitenspel te zetten. Hans Sachs, het muzikale geweten van Neurenberg, doorziet dit alles en weet Walther te inspireren tot een winnend lied en en passant Sixtus Beckmesser buitenspel te zetten.

Bij de DNO-productie is ervoor gekozen om deze ‘komische’ opera ook daadwerkelijk zo weer te geven. In alle eerlijkheid moet daarbij aangegeven worden dat het libretto van Wagner niet snel aanleiding geeft tot lachen, daar is Wagner toch niet genoeg een lachebekje voor. ‘Komisch’ moet in dit verband dan ook vooral gezien worden als ‘minder zwaar’ in vergelijking met het andere werk van Wagner. Door een theatrale regie en choreografie, gecombineerd met absurdistische elementen in het decor en de aankleding, wordt het lichtvoetige karakter onderstreept. Daarbij is gekozen voor een decor dat in veel opzichten raakvlakken heeft met het Parijs van de negentiende eeuw zoals terug te vinden in de schilderijen van impressionist Gustave Caillebotte waarbij het tijdperk van ijzer zichtbaar is.

Juist bij Meistersinger is de kwaliteit van de uitvoering van het grootste belang en daarmee zet De Nederlandse Opera, ook met een uitgeschakelde Marc Albrecht, een meesterlijke toon. Het Nederlands Philharmonisch Orkest combineert een prachtige klank met grote transparantie ter ondersteuning van het altijd soevereine Koor van De Nederlandse Opera en louter kwalitatief hoogwaardige solisten waarbij met name Adrian Eröd (Sixtus Beckmesser), Agneta Eichenholz (Eva Pogner) en Roberto Saccà (Walther von Stolzing) hoge ogen gooien en James Johnson (Hans Sachs) de absolute ster is. Met een dergelijke uitvoering, en dan met name het sensationele slot, toont De Nederlandse Opera datMeistersinger terecht een ode is aan de Kunst in het algemeen en de muziek in het bijzonder.



De Nederlandse Opera viert de tweehonderdste geboortedag van Richard Wagner (1813-1883) uitbundig met een reprise van ‘Der Ring des Nibelungen’ en nieuwe ensceneringen van ‘Parsifal’ en ‘Die Meistersinger von Nürnberg’. ‘Meistersinger’ is op 4 juni in première gegaan en de laatste voorstelling vindt plaats op 23 juni 2013. 

Lees hier eerdere recensies van Ferdi de Lange van DNO-producties van Parsifal, Das Rheingold en Die Walküre.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard. Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen