maandag 9 december 2013

The Last Empress: 'De Keizerin' van Jung Chang



Jung Chang schrijft met De Keizerin een zeer lezenswaardige biografie van keizerin-weduwe Cixi en verhult haar sympathie voor ‘De Oude Boeddha’ niet.

Gezien het toenemende belang van opkomende wereldmacht China is het niet vreemd dat de interesse in de Chinese geschiedenis – gelijk de fascinatie voor de geschiedenis van de huidige hegemoon de Verenigde Staten – toeneemt. Jung Chang (1952) is hier een exponent van en dit wordt ondersteund door het verkoopsucces van haar familieautobiografie Wilde Zwanen, drie dochters van China en haar controversiĆ«le (lees: zeer negatieve) biografie Mao, het onbekende verhaal geschreven met haar man de Britse historicus Jon Halliday. Nu heeft Chang zich geworpen op het levensverhaal van keizerin-weduwe Cixi (ook bekend als Tsu Hsi), een vrouw waar haar bewondering evident voor is.

Vooroordelen
Bijna veertig jaar domineerde Cixi (1835-1908) het Chinese Keizerrijk tijdens de Qing-dynastie. Een niet geringe prestatie voor een ieder, maar toch zeker voor een vrouw. Toch is relatief weinig bekend over Cixi in de Westerse wereld op enkele (negatieve) vooroordelen na naar aanleiding van de Bokseropstand (1899-1901) en de beschrijving in de geschiedenisboeken ervan. En natuurlijk wordt het beeld van Cixi gevormd door Bernardo Bertolucci’s magistrale The Last Emperor (1987) over de laatste keizer van China Puyi die op driejarige leeftijd door Cixi werd uitgeroepen tot de (laatste) heerser van het in elkaar stortende Chinese keizerrijk.

Voordat de Qing-dynastie ten val zou komen was Cixi aan de macht. Haar tocht naar het centrum van de macht verliep via het zijn van de bijvrouw van keizer Xianfeng (1831-1861). In die rol kreeg zij de enige zoon van Xianfeng en bij het opvolgen van diens vader als keizer Tongzhi (1856-1875) kwam de feitelijke macht in haar handen. Een macht die ze ruim veertig jaar zou uitoefenen als regent voor keizer Tongzhi en na diens dood via haar neefje keizer Guangxu (1871-1908). Ze zorgde ervoor dat Guangxu haar niet overleefde waardoor ze tot op het laatste moment de macht in handen hield en het einde van de dynastie voorzag.

Chinese girl power
Jung Chang positioneert Cixi overduidelijk als het voorbeeld van girl power in China en de drijvende kracht achter de modernisering van China waardoor Cixi “het middeleeuwse China de moderne tijd in leidde”. Een modernisering die zich met name in de laatste jaren van haar bewind voltrok. Chang vertelt het verhaal van Cixi vol verve en heeft daarmee een zeer leesbare biografie geschreven waarbij ook de context van Cixi’s bewind duidelijk wordt. Een context van een China dat ook hoognodig moest moderniseren omdat zij geen partij was voor de Westerse mogendheden (met name Rusland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) terwijl het opkomende Japan een steeds groter gevaar voor China vormde. De Opiumoorlogen en de Bokseropstand maakte duidelijk dat China niet bestand was tegen de moderne tijd. In de ogen van Chang moderniseerde Cixi China met behoud van de eeuwenoude Chinese tradities en leidde China door deze moeilijke tijd en stelt zij dat Cixi in de geschiedenisboeken niet fair behandeld is: “Ze werd ofwel gezien als tiranniek en wreed of hopeloos incompetent, of allebei”.

Na het lezen van Chang’s strijdbare verdediging van Cixi en de vergelijking met de tirannie van het communisme die na Cixi (en de nationalisten onder Chiang Kai-shek) plaats vond, kan moeilijk anders geconcludeerd worden dat Cixi inderdaad tekort is gedaan. Daarentegen is het natuurlijk wel de vraag of de weergave van Cixi’s leven en daden door Chang niet ietwat te rooskleurig zijn. Gek genoeg stoort dit bij het lezen van deze ‘hagiografie’ geen moment. Voor allen die meer willen weten over de fascinerende geschiedenis van het Chinese Keizerrijk in het algemeen en de formidabele Cixi in het bijzonder is dit boek zonder meer een aanrader.

‘De Keizerin’ van Jung Chang is oorspronkelijk in het Engels uitgegeven als ‘The Empress Dowager Cixi: The Concubine Who Launched Modern China’ en in het Nederlands vertaald door Bart Gravendaal en Maarten van der Werf voor Meulenhoff Boekerij. Bestellen kan hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen