Koninklijke huldigingen als vlinders: 'Wie ben ik dat ik dit doen mag' van Dorine Hermans


Dorine Hermans’ vlotte geschiedenis van de koninklijke inhuldigingen geeft een mooi beeld van 200 jaar Nederlandse monarchie, maar enige historische distantie was welkom geweest.  

Geen boek over het Koninklijk Huis kan uitkomen zonder dat er een relletje over ontstaat. Dat is ook niet zo gek, want in een constitutionele monarchie is de Koning onschendbaar en de ministers verantwoordelijk, maar natuurlijk zijn de Koning, de overige leden van het Koninklijk Huis en de rest van de familie Van Oranje net echte mensen waar ook weleens wat mis gaat. Probleem is alleen dat iedere misstap of spanning in een relatie of familie voor de gemiddelde Nederlander de gewoonste zaak van de wereld is, maar in het koninklijke geval vrijwel meteen een schandaal van formaat ontstaat. Of op z’n minst weer fijne vulling voor tal van kranten, weekbladen en televisieprogramma’s.

Update
Dorine Hermans (1959) heeft inmiddels de nodige ‘koninklijke’ boeken op haar naam staan en altijd is er wel wat ‘gedoe’ over. Toch is Hermans – blijkens een interview met HP/De Tijd uit oktober 2011 – duidelijk over haar rol: ‘ik ben historica, geen relmuis’. Dat laat onverlet dat toen haar boek Wie ben ik dat ik dit doen mag in het najaar van 2011 uitkwam dit met een rel gepaard ging over passages in het boek over spanningen in het huwelijk van toenmalig Koningin Beatrix en wijlen prins Claus. Het boek van toen ging over de zes inhuldigingen van Willem I (1814), Willem II (1840)  en Willem III (1849) en die van Wilhelmina (1898), Juliana (1948) en Beatrix (1980). In 2013 kwam daar een zevende inhuldiging bij: Koning Willem-Alexander. Aanleiding om nu een herziene versie van Wie ben ik dat ik dit doen mag uit te geven met een nieuw hoofdstuk over de inhuldiging van Koning Willem-Alexander en zijn eerste jaar als monarch. In deze herziene versie zijn overigens de opmerkingen over de spanningen in het huwelijk van Beatrix en Claus blijven staan doch met meer bronnen ondersteund.
 
200 jaar Oranje-geschiedenis
Voor wie meer wil weten over de (inmiddels) zeven monarchen die Nederland in meer of mindere mate hebben geregeerd, is Wie ben ik dat ik dit doen mag een heerlijk boek. Hermans weet hoe ze een verhaal moet vertellen en in ruim 350 pagina’s loodst ze de lezer door tweehonderd jaar Oranje-geschiedenis. Hoewel de focus ligt op de inhuldigingen en ze iedere inhuldiging op dezelfde manier beschrijft (beginnend met hoe iedere aankomende monarch wakker werd en of ze een ochtendmens waren of juist niet) is het voor Hermans vooral een aanleiding om via allerlei zijpaadjes het wel en wee van de monarchie in Nederland in het algemeen en het leven van de koningen en koninginnen in het bijzonder te bespreken. Daarmee wordt ook stevig de interesse gewekt in de diverse hoofdpersonen waardoor de gemiddelde lezer vast en zeker zal grijpen naar de meer lijvige biografieën van de drie Willems die recent verschenen en de al langer geleden uitgeven biografieën over Wilhelmina en het huwelijk tussen Bernhard en Juliana van Cees Fasseur, de biografie van Jutta Chorus over Beatrix en de biografie van Annejet van der Zijl over Bernhard. De titel slaat overigens op één van de zinnen uit de inhuldigingsrede van Juliana, een hoeder van de monarchie die zich ‘gewoner’ placht voor te doen dan haar voorgangers en opvolgers.

Vlinders
In het eerder aangehaalde interview uit 2011 stelt Hermans ‘als historica bestudeer ik gewoon de monarchie zoals iemand vlinders zou bestuderen’. Daar heeft ze zonder meer gelijk in, met name wanneer het de vorsten en vorstinnen uit het verleden betreft. De inhuldiging van Willem-Alexander is een onontkoombare toevoeging op het boek, maar juist in dit hoofdstuk mis je de distantie die een historicus hoort aan te nemen. Een beschrijving van de inhuldiging kan nog wel, maar door meteen een analyse te geven van het eerste jaar van Willem-Alexander die loopt tot het ‘gedoe’ rondom de Russische Winterspelen (de Oekraïne/Krim-problematiek haalde blijkbaar de deadline niet meer) wordt aan die distantie geweld gedaan. Daarmee wordt het boek in de laatste pagina’s onevenwichtig, want het is voor een historicus onmogelijk om zo snel al een ‘historisch’ oordeel te geven. Hetzelfde euvel doet zich ook al een beetje voor bij de beschrijving van de inhuldiging van Willem-Alexander. Twitter, het satirische weblog De Speld maken daar bijvoorbeeld hun opwachting waarbij die impact eigenlijk gelijkgesteld wordt met de memorabele momenten van de vorige inhuldigingen. Dat doet afbreuk aan het boek als geheel en maakt het boek daarmee meteen al gedateerd. Een toch wel serieuze kanttekening bij een overigens verder zeer leesbaar en aan te raden boek.


‘Wie ben ik dat ik dit doen mag. Zeven koninklijke inhuldigingen’ van Dorine Hermans is een herziene en uitgebreide versie van ‘Wie ben ik dat ik dit doen mag. Zes koninklijke inhuldigingen’ die in september 2011 is verschenen bij Meulenhoff. Deze tweede en herziene druk van maart 2014 bevat een extra hoofdstuk over de inhuldiging van Koning Willem-Alexander en zijn eerste jaar als koning.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

Reacties