vrijdag 18 april 2014

Opera 17 april 2014: Een sublieme 'Arabella' overstijgt zichzelf

© De Nationale Opera

De Nationale Opera
Arabella
Richard Strauss (1864-1949)

Jacquelyn Wagner, Arabella
James Rutherford, Mandryka
Agneta Eichenholz, Zdenka/Zdenko
Alfred Reiter, Graf Waldner
Charlotte Margiono, Adelaide
Will Hartman, Matteo
Susanne Elmark, Die Fiakermilli

Koor van De Nationale Opera
Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam   

Zelden zorgden muzikale leiding, solisten en enscenering dat een opera zo boven zichzelf uit kon stijgen. Marc Albrecht en De Nationale Opera doen het met Arabella.

Hoewel Richard Strauss (1864-1949) in Duitsland is geboren en gestorven is zijn Weense (muzikale) volksaard alom aanwezig in zijn werk en dan met name zijn opera's. Arabella - het laatste resultaat van zijn samenwerking met librettist Hugo von Hofmannsthal (1874-1929) - is een heerlijke pastiche op het Weense leven van de Dubbelmonarchie. Een wereld die al ruim een kwart eeuw niet meer bestond bij de première van Arabella in 1933: de Eerste Wereldoorlog maakte een definitief einde aan het Oostenrijkse Keizerrijk en heeft sindsdien Oostenrijk teruggebracht tot een relatief klein land met een in verhouding te grote - nog altijd keizerlijk aandoende - hoofdstad. Maar juist in de hoogtijdagen van de opkomst van het Nazisme in Duitsland was Arabella een welkome herinnering aan vervlogen tijden en stond daarmee in zeer markant contrast met de duisternis die op Duitsland, en later de rest van Europa, zou neerdalen.

Verarmde adel
Want vervlogen tijden is het devies in Arabella. Het (wat vergezochte) verhaal van Hugo von Hofmannsthal draait om de familie Waldner. Graaf Waldner is gokverslaafd en bovenal verarmde adel. Zo verarmd dat hij en zijn vrouw Adelaide ervoor gekozen hebben om hun jongste dochter Zdenka als jongen (Zdenko) op te voeden om zo te kunnen besparen op de garderobe. Oogappel en parel van de familie is Arabella. Haar schoonheid moet ertoe leiden dat zij een rijke graaf aan de haak slaat om zo het (financiële) lot van de familie te keren. Gelukkig heeft ze er drie voor het uitkiezen: Elemer, Dominik en Lamoral. Echter is zij verliefd op een vreemdeling die door een gelukje de ideale kandidaat voor haar hand is. Want deze Mandryka is de neef van de gelijknamige kameraad van Graaf Waldner. Door een bedelbrief aan zijn oude, inmiddels overleden, kameraad vergezeld van een foto van de mooie Arabella, raakt Mandryka 2.0 op slag verliefd op Arabella. Natuurlijk is er een vuiltje aan de lucht, want hoe anders vul je een (komische) opera van drie uur? Zdenka/Zdenko is heimelijk verliefd op officier Matteo die echter alleen oog heeft voor Arabella en bij afwijzing zich van het leven wil beroven. Zdenka voorkomt dit door de fictie te laten bestaan dat Arabella gevoelens voor hem heeft.  Natuurlijk wekt dit de jaloezie van Mandryka op, maar - hoe kan het ook anders - alles komt uiteindelijk op z'n pootjes terecht en eindigt Graaf Waldner zelfs twee dochters die aan de man zijn en genoeg geld om zijn gokverslaving op niveau door te zetten.

Der Rosenkavalier light
Arabella wordt vaak weggezet als een light-versie van Der Rosenkavalier (1911), de succesvolste opera van Strauss en na Elektra de tweede samenwerking met Von Hofmannsthal. Nu is dit ook niet zo gek, want bij het verzoek om een nieuw libretto na afronding Die Ägyptische Helena vroeg Strauss letterlijk om 'desnoods een tweede Rosenkavalier'. Verhaal en opzet lijken veel op elkaar en in tegenstelling tot Der Rosenkavalier heeft Arabella geen permanente plek gevonden in het repertoire. Het geweldige aan de uitvoering van De Nationale Opera is echter dat de uitvoering zo goed is en alle puzzelstukjes zo perfect samenvallen dat onder leiding van chef-dirigent Marc Albrecht een sublieme uitvoering wordt neergezet waardoor 'Arabella' als opera boven zichzelf uitstijgt. Een geweldige prestatie.

Schuivende panelen
Werkelijk alles klopt aan deze productie van De Nationale Opera. Nu mag dat eigenlijk geen verrassing meer heten want de combinatie van Marc Albrecht en Richard Strauss is al jarenlang een succesnummer. Een succes dat startte met een laaiend enthousiast ontvangen Die Frau ohne Schatten en vast en zeker heeft bijgedragen aan de permanente aanstelling van Marc Albrecht bij de (toenmalige) De Nederlandse Opera en het Nederlands Philharmonisch Orkest. De muzikale leiding van Albrecht is foutloos en benadrukt de verbondenheid tussen muziek en solisten waarbij de muziek - in tegenstelling tot andere opera's van Strauss - ondersteunend is. Albrecht kiest voor een dynamische aanpak waarbij de orkestratie van Strauss tot volle recht komt. Dit wordt nog een aangevuld met solisten die stuk voor stuk goed gecast zijn zowel voor het zingen als het acteren. Stralende hoogtepunten waren zonder meer Jacquelyn Wagner (Arabella), James Rutherford (Mandryka) en Agneta Eichenholz (Zdenka) die de opera dragen. Daarbij kundig bijgestaan door met name Charlotte Margiono (Adelaide) en Susanne Elmark als een heerlijke dronken feestpoes Die Fiakermilli. In dit geweld vielen Alfred Rieter (Graaf Waldner) en Will Hartmann (Matteo) een klein beetje tegen. Dit alles overigens afgemaakt door een inventieve enscenering met allerhande schuivende panelen die de oorspronkelijk nogal statische plaatsen van handeling dynamiek geven. Een verplicht nummer voor operaliefhebbers in het algemeen en liefhebbers van Richard Strauss en het nostalgische Weense leven in het bijzonder!

De trailer van 'Arabella':



'Arabella' van Richard Strauss wordt van 11 april t/m 2 mei 2014 uitgevoerd door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam. Meer informatie en kaarten bestellen kan hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 17 april 2014.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen