donderdag 25 september 2014

Opera 23 september 2014: Verwarrende schoonheid in 'Gurre-Lieder' van De Nationale Opera


De Nationale Opera
Gurre-Lieder
Arnold Schönberg (1874-1951)

Burkhard Fritz, Waldemar
Emily Magee, Tove
Anna Larsson, Waldtaube
Markus Marquardt, Bauer
Wolfgang Ablinger-Sperrhacke, Klaus Narr
Sunnyi Melles, Sprecher

Koor van De Nationale Opera
KammerChor des ChorForum Essen
Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Marc Albrecht en de Nationale Opera zetten een wonderschone 'Gurre-Lieder' van Schönberg neer, maar de enscenering roept meer vragen op dan het beantwoordt.

Hoewel dirigenten een ongekende hoeveelheid muziek tot hun beschikking hebben om uit te voeren, is de de Heilige Graal van de (klassieke) muziek een exclusieve club. Als je als dirigent echt meedoet heb je natuurlijk de symfonieën van  Beethoven op je naam staan en als het even kan ook Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner op je palmares staan. Mahler en Bruckner ronden de wensenlijst over het algemeen af. Maar dan is er altijd nog een muziekstuk waar veel dirigenten naar snakken om live uit te voeren: de Gurre-Lieder van Arnold Schönberg (1874-1951). De fascinatie ligt niet alleen in de muziek, maar ook de onwerkelijke schaal die nodig is om de Gurre-Lieder op te voeren. Bij de premiere in 1913 in de Musikverein te Wenen waren maar liefst 757 musici en koorleden betrokken. Nu kan het ook wel een tandje minder, maar de productie van De Nationale Opera die dinsdag ten einde liep telt nog steeds het gigantische aantal van 235. Chef-dirigent van De Nationale Opera Marc Albrecht zal zich zeer gelukkig hebben geprezen dat hij in de mogelijkheid is gesteld om Gurre-Lieder uit te voeren. En dan ook nog eens voor het eerst in een enscenering door Pierre Audi van dit van oorsprong concertante muziekstuk. De bofkont!

Deense wortels
Schönberg - tijdgenoot van Mahler en grondlegger van de twaalftoonsmuziek en daarmee het modernisme in de klassieke muziek - vond zijn inspiratie voor 'Gurre-Lieder' in de poëzie van de Deense schrijver Jens Peter Jacobsen (1847-1885). Deze Jacobsen baseerde zich op het Deense plaatsje Gurre, ooit de vesting van de Deense koning Waldemar IV. Schönberg legt daarbij niet de focus op de overwinningen en de pracht en praal van Waldemar, maar diens tragische (verboden) liefdesgeschiedenis met Tove. Zijn koningin laat zijn geliefde Tove vermoorden waardoor het leven van Waldemar gitzwart wordt en alleen de dood en de mogelijke hereniging in de hemel met Tove troost biedt. Schönberg gebruikt dit gegeven om een  orkestraal liedfestijn op te tuigen dat door de nadruk op twee solisten (Waldemar en Tove uitstekend vertolkt door Burkhard Fritz en Emily Magee) in de verte wat weg heeft van Mahler's 'Das Lied von der Erde'. Ondanks de enorme bezetting die Schönberg voorschrijft is een groot deel van  Gurre-Lieder bijna intiem te noemen, maar wanneer Schönberg los gaat met koor en orkest dan is dat een epische en magistrale ervaring. Daarbij luidt Schönberg de Romantiek in de muziek passend uit, want hoewel hij Gurre-Lieder afrondde toen hij zich zelf al muzikaal verder had ontwikkeld richting het modernisme, is zijn (toenmalige) Romantische idioom leidend. Dit alles leidde tot de voor Schönberg zelf verdrietige conclusie dat hij roem vergaarde met een stuk dat uiteindelijk niet stond voor zijn baanbrekende werk ten faveure van het modernisme.

Vervreemdend en verwarrend
'Gurre-Lieder' is altijd concertante uitgevoerd en zo ook bedoeld door Schönberg, maar schaal, verhaal en muziek zijn zonder meer schatplichtig aan de opera. Dit heeft Pierre Audi geïnspireerd om - voor het eerst! - Gurre-Lieder te ensceneren en op te voeren in het Muziektheater. En het moet gezegd: de enscenering, bestaande uit een oude fabriekshal en fantasierijke kostuums waaronder de permanent met een grote ballon getooide Klaus Narr (vertolkt door Wolfgang Ablinger-Sperrhacke) is oogstrelend. En toch werkt het in combinatie met de tekst en het statische karakter van 'Gurre-Lieder' wat vervreemdend. Het sowieso niet altijd te volgen verhaal wordt door de enscenering nog wat verwarrender doch. Desalniettemin is een dergelijke opvoering een must-see. Zowel vanwege de enscenering alsmede het zeldzame feit zelf dat Gurre-Lieder wordt opgevoerd. Opvallend was overigens wel dat bij deze laatste uitvoering van de reeks zich wat (kleinschalige) technische mankementen voordeden en een enkele keer het muzikaal ook niet helemaal lekker liep. Dit laat onverlet dat het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht een uitmuntende uitvoering ten gehore brachten. Niet in de laatste plaats door het immer geweldige Koor van de Nationale Opera. Door de laatste scene waar muziek, koor en enscenering tot een perfect hoogtepunt samenkwamen zorgden dat de problemen met de enscenering vergeven, doch niet vergeten werden.


'Gurre-Lieder' van Schonberg is door de Nationale Opera van 2 t/m 23 september 2014 uitgevoerd. Deze recensie is op basis van de laatste opvoering op 23 september.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen