donderdag 20 augustus 2015

Concert 19 augustus 2015: De koddige vakman en de elegante solist


Sibelius: Andante Festivo
Tsjaikovski: Vioolconcert
Rachmaninoff: Symfonische Dansen

Arabella Steinbacher (viool)
Neeme Järvi, Orchestre de la Suisse Romande
Het Concertgebouw, Amsterdam

De koddigheid waarmee Neeme Järvi dirigeert alleen al is reden genoeg om een concert onder zijn leiding te bezoeken. Maar een heerlijk programma van Sibelius, Tsjaikovski en Rachmaninoff met ook nog eens de elegante topvioliste Arabella Steinbacher zorgde voor een geweldig concert.

Al sinds jaar en dag warmt Robeco het Concertgebouw in de zomer op door de reeks zomerconcerten. Tegenwoordig hip and happening de Robeco SummerNights geheten. Voor schappelijke prijzen wordt het (wat toegankelijker) klassieke repertoire uitgevoerd door topensembles en orkesten uit binnen- en buitenland. Ditmaal was het de beurt aan het Zwitserse Orchestre de la Suisse Romande. Dit orkest is in 1918 door de eminente Ernest Ansermet opgericht en – tot 1967 – door hem geleid. Inmiddels kan het orkest bogen op een indrukwekkende lijst chef-dirigenten waaronder Wolfgang Sawallisch, Armin Jordan en Marek Janowski. Sinds 2012 zwaait Neeme Järvi (1937) de scepter die overigens met ingang van het seizoen 2016-2017 wordt opgevolgd door Jonathan Nott die volgend jaar afscheid neemt van die andere regionale topper: de Bamberger Symphoniker. Järvi is geen onbekende in de wereld van de muziek in het algemeen en in Nederland in het bijzonder. Hij kan inmiddels bogen op bijna vijfhonderd opnamen en de teller loopt nog steeds. Daarnaast was hij lange tijd chef-dirigent van het Haagse Residentie Orkest. Hoewel Järvi in beginsel nogal stoïcijns overkomt, is een live-uitvoering met hem onnavolgbaar door zijn onderkoelde humor en zijn – bij gebrek aan een beter woord – koddige maar hoogst effectieve dirigeerstijl. Dit gecombineerd met een uitstekend en warm spelend orkest en de elegante perfectie van violiste Arabella Steinbacher zorgde ervoor dat dit concert van het begin tot het einde een groot feest was.

Verbonden door onderdrukking
Voor het optreden in Amsterdam heeft Järvi gekozen voor een fijn programma van het feestelijke Andante Festivo van Sibelius, Tsjaikovski’s Romantische vioolconcert en de spetterende Symfonische Dansen van Rachmaninoff. Opvallende daarbij is dat het optimistische van deze drie werken in schril contrast staat met de Russische onderdrukking waar deze drie componisten in hun leven aan onderworpen zijn geweest. Ga maar na: Finland werd lange tijd onderdrukt door de Russen waarbij de muziek van Sibelius een belangrijke rol speelde bij het Finse nationale ontwaken. De weinig gelukkige Tsjaikovski wiens muziek vaak is veroordeeld als te westers zag zich (hoogstwaarschijnlijk) genoodzaakt zijn leven te benemen uit vrees voor de publieke reactie op zijn seksuele geaardheid. En dan Rachmaninoff die na het uitbreken van de Russische Revolutie zijn thuisland is ontvlucht. Ondanks of misschien wel dankzij deze context zijn deze drie componisten in staat geweest om prachtige en ook opwekkende muziek te schrijven. Muziek die dankbaar gebruik maakt van de kwaliteiten van de uitvoerenden.

Minimale inspanning, maximaal resultaat
Want zoals gezegd: het Orchestre de la Suisse Romande is zonder meer een uitstekend orkest en liet dat meer dan goed horen. Hoewel Järvi – zeker in de laatste periode – een mindere band had met het Residentie Orkest, is de synergie tussen de Est en zijn Zwitserse Garde zonneklaar. Het mooie aan Järvi is dat zijn dirigeerstijl echt het zien waard is. Järvi gaat volledig in de muziek op, maar markeert dat door minimale bewegingen en een maximale mimiek. Vooral het publiek op de podiumplaatsen kan daarvan genieten. In Den Haag ging de mimiek soms zover dat het leek alsof het orkest bij tijd en wijle door de wenkbrauwen van Järvi werd gedirigeerd. Enige nadeel voor het publiek op het podium was dat ze fors op achterstand stonden bij de weergaloze uitvoering van zowel orkest als solist van het Vioolconcert. Järvi koos voor stevige tempowisselingen en een over het algemeen fors tempo dat de spanning in het werk fors deed toenemen. De Duitse soliste Arabella Steinbacher draaide hier haar hand echter niet voor om en zette een magistrale solo neer die immer elegant en technisch zeer bedreven bleef, hoe moeilijk Järvi het soms haar ook maakte. Haar spel werd al na het eerste deel beloond met een applaus en een terechte staande ovatie viel haar ten deel. Het publiek mocht daarna rekenen op een zeer toepasselijk toegift: een improvisatie op het Presto  van De Zomer uit Vivaldi's Vier Jaargetijden. Maar ook Järvi alleen stond zijn mannetje met een heerlijke opzwepende en perfect gebalanceerde uitvoering van Rachmaninoff's zwanenzang. Järvi toonde zijn inzicht in de structuur van de muziek die hij vast en zeker heeft opgedaan in zijn talloze opnamesessies van vrijwel alle belangrijke, maar ook de minder bekende orkestwerken. Ook Järvi mocht ten slotte rekenen op een zeer enthousiaste staande ovatie. Aanleiding voor hem om lekker koddig de grappenmaker uit te hangen, maar ook een toegift te verzorgen die voor de verandering niet bestond uit een nog niet gespeelde uitsmijter, maar een herhaling van het Andante Festivo ter gelegenheid van het feit dat het dit jaar 150 jaar geleden is dat Sibelius is geboren. En hoewel de eerste uitvoering van dit werk voor strijkorkest en pauken al geweldig was, spatte de pathos en enthousiasme er bij de reprise af. Kortom: een heerlijke afsluiting van een fijn programma in een uitmuntende uitvoering. Zo is een klassieke zomernacht een echt feestje!

Oordeel FerdiBog: *****

In het kader van de jaarlijkse Robeco SummerNights trad het Orchestre de la Suisse Romande – onder leiding van haar chef-dirigent Neeme Järvi en met medewerking van violiste Arabella Steinbacher – deze zomer eenmalig op in het Concertgebouw met een programma van Sibelius, Tsjaikovksi en Rachmaninoff.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen