zaterdag 27 februari 2016

Concert 26 februari 2016: Yannick's krachtige en liefdevolle Bruckner


Mantovani: Love Songs voor fluit en orkest
Bruckner: Symfonie Nr. 8

Juliette Hurel (fluit)
Yannick Nézet-Séguin, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Yannick en het Rotterdams Philharmonisch Orkest overrompelen met een krachtige én liefdevolle uitvoering van Bruckner's monumentale Achtste Symfonie. En of dat niet genoeg is, leveren ze - voorgegaan door fluitist Juliette Hurel - de wereldpremière af van Love Songs voor fluit en orkest van Bruno Mantovani. 

De Achtste Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896) is voor dirigenten in veel opzichten de Heilige Graal van de klassieke muziek. Deze laatste door Bruckner afgeronde symfonie volgde op de Zevende Symfonie die - in tegenstelling tot zijn voorgaande symfonieën - voor het eerst eensluidend enthousiast werd ontvangen. Het inspireerde Bruckner om in de Achtste Symfonie zijn eigen weg te gaan om vervolgens - wederom onbegrepen door publiek en critici - grote delen van zijn laatste jaren te geven aan het herschrijven ervan. Het is daarom niet vreemd om te stellen dat juist de omgang met deze kritiek Bruckner belette om zijn Negende Symfonie af te ronden zodat deze slechts bestaat uit een romp van drie delen. Een romp die een omvang heeft die alleen wordt overtroffen door de Achtste Symfonie. Juist de grootte van de symfonie zowel qua orkestbezetting als duur - afhankelijk van het gekozen tempo variërend van ongeveer tachtig tot honderd minuten - is een uitdaging waar zelfs de meest ervaren dirigent even van terugdeinst. Niet in de laatste plaats omdat de Achtste Symfonie bij uitstek het pantheon van de meest eminenten dirigenten vormt. Want wanneer je ervoor kiest om deze symfonie op de lessenaar te zetten, bevindt je in het eerbiedwaardige gezelschap van Bruckner-vertolkers als Bernard Haitink, Carlo Maria Giulini, Herbert von Karajan, Günter Wand en Wilhelm Fürtwängler. Yannick Nézet-Séguin declameert zijn liefde voor Bruckner al sinds hij startte bij het Orchestre Métropolitain van Montréal en heeft met datzelfde orkest al het grootste deel van de symfonieën van Bruckner opgenomen. De monumentale Achtste Symfonie werd in 2013 aan cd toevertrouwd. Toch is een symfonie van Bruckner een reis van ontwikkeling die nooit helemaal stopt gelet op hoe topdirigenten zoals Karajan en Haitink telkens weer andere interpretaties van het werk ten gehore brachten. In het geval van Haitink nog steeds brengen, want  de eerbiedwaardige Haitink leidt het Radio Filharmonisch Orkest voor de Zaterdagmatinee van 27 februari in het Te Deum en de Negende Symfonie van Bruckner. Aan Yannick dus de uitdaging om in de schaduw van zoveel grootsheid de Achtste van Bruckner te brengen.

Kracht en emotie hand in hand
Hoewel Yannick's opnames en uitvoeringen van Bruckner niet altijd vol lof zijn ontvangen, maakt deze uitvoering van de Achtste Symfonie zonneklaar dat zijn verbintenis met Brucker lang en diep is. Want wie ervoor kiest om deze symfonie zonder partituur te dirigeren getuigt van overmoed of een diepe connectie met de muziek waardoor de bladmuziek slechts een hindernis vormt voor de uitvoering ervan. De Achtste Symfonie is zowel voor dirigent als publiek een weerbarstig stuk waarbij hoe vaker je de symfonie ondergaat, hoe beter je deze begrijpt. Het is daarom niet verwonderlijk dat één van de bezoekers aan deze reeks concerten op Twitter zich (vertwijfeld?) afvroeg wat het toch met Bruckner's Achtste is, eerst vrees je dat de muziek stopt, daarna ben je bang dat die nooit meer ophoudt. Daarbij is het voor dirigenten ook nog eens verleidelijk om alleen het bombastische van de symfonie te onderstrepen - met name het laatste spectaculaire deel leent zich hiervoor - en het liefdevolle karakter te veronachtzamen. Niet verwonderlijk aangezien Bruckner deze symfonie opdroeg aan Frans Jozef, maar in werkelijkheid - zoals al zijn werk - natuurlijk ten dienste stelt van dem lieben Gott. In de verbinding tussen de kracht en het liefdevolle karakter ligt de kern van de fenomenale uitvoering door Yannick en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het oneindige Adagio ontroerde daarom oprecht, maar juist ook wanneer Bruckner zich het meest krachtig toont, wist Yannick de balans te vinden zodat de uitvoering immer ten dienste van het werk stond. Dit alles ondersteund door de werkelijk fantastische Rotterdamse koper- en houtblazers. De inzet van maar liefst acht hoorns - onder leiding van de nieuwe aanvoerder David Fernandez Alonso - was daarbij een heerlijk hoogtepunt. Een inzet die overigens flexibel was aangezien de helft van de sectie ook dienst deed als Wagner-tuba. Een gedenkwaardige uitvoering door een dirigent die zelfbewust en niet zonder reden zijn toetreden tot het pantheon van de grote Bruckner-dirigenten aankondigt. 

De liefde voor de fluit
De magistrale uitvoering van Bruckner deed bijna vergeten dat het orkest voor de pauze ook nog even voorzag in een wereldpremière van het werk Love Songs voor fluit en orkest. Voor dit werk liet de Franse componist Bruno Mantovani (1974) zich inspireren door RPhO-fluitist Juliette Hurel die de (niet makkelijke) solopartij ten gehore bracht. Deze compositie zal - gelijk de werken van Bruckner in zijn tijd - zeker nog wat gewenning vragen. Want dit werk dat in een aantal opzichten doet denken aan Olivier Messiaen is een kakofonie van orkest en fluit waarbij die laatste zich bedient van razende loopjes in de hoogste regionen waardoor Hurel een aantal nieuwe noten aan haar bereik heeft moeten toevoegen. Of Love Songs vaker uitgevoerd gaat worden is de vraag, maar het zegt veel over de kwaliteit en durf van het Rotterdams Philharmonisch Orkest om het werk op de lessenaar te nemen in combinatie met de Achtste van Bruckner. Gezien het grote enthousiasme van het publiek zowel voor als na de pauze en het feit dat het - in tegenstelling tot gebruikelijk - het muisstil was, geeft aan dat Yannick en zijn orkest in hun missie geslaagd zijn. 

Oordeel FerdiBlog: *****

Op 25, 26 en 27 februari 2016 staat de Achtste Symfonie van Bruckner centraal bij het Rotterdams Philhamornisch Orkest onder leiding van chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin. Op 25 februari als onderdeel van de serie 'Core Classics' en op 26 februari en 27 februari als regulier programma samen met 'Love Songs voor fluit en orkest' van Bruno Mantovani in respectievelijk De Doelen te Rotterdam en het Concertgebouw in Brugge. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 26 februari. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen