woensdag 27 juli 2016

Stephen King's Lord of the Rings. 'The Stand' van Stephen King


Een epos schrijven is niet alle schrijvers gegeven. Want het simpelweg afleveren van een vuistdik boek, maakt nog niet The Lord of the Rings of andere soortgelijke verhalen. Met The Stand – in het Nederlands verschenen als De Beproeving - schreef Stephen King in 1978 zijn epos. Een epos dat twaalf jaar later in een onverkorte versie verscheen en opeens 400 pagina’s extra telde. In de meeste gevallen een slecht voorteken, maar ruim een kwarteeuw na die definitieve versie is het lezen van The Stand allesbehalve een beproeving.

Het zal (vaste) lezers van mijn blog niet ontgaan zijn dat na Pet Sematary dit nu het tweede achtereenvolgende boek van Stephen King is dat besproken wordt. En dan ook nog eens een boek dat – wederom in navolging van Pet Sematary – allesbehalve nieuw is. Bij mij werkt het vaak zo dat het lezen van het ene boek van een schrijver, leidt tot een volgend boek van diezelfde schrijver. Zeker wanneer het schrijvers betreft die je in een boek trekken zoals Robert Harris, Ian McEwan en Stephen King. Na het lezen van Pet Sematary kon ik de lokroep van een volgende shot Stephen King niet weerstaan. En met de zomer nu dan toch eindelijk begonnen en daarmee meer tijd voor een dikke pil, kwam daarmee The Stand in het vizier. Zonder twijfel het meest epische verhaal van de hand van Stephen King en tegelijkertijd – samen met It – zijn langste verhaal. Althans uitgaande van de onverkorte versie die in 1990 is gepubliceerd.

Het einde van de mensheid?
Want The Stand – in Nederland uitgegeven als De Beproeving – telt in de meest recente (Engelstalige) editie ruim 1.300 pagina’s, terwijl de oorspronkelijk versie uit 1978 het met 400 pagina’s minder moest doen. Een aderlating die overigens – althans volgens het voorwoord van King – niet met kwaliteit van doen had, maar met praktische overwegingen: de prijs die de uitgever kon vragen verhield zich niet tot de productiekosten voor het oorspronkelijke manuscript. In de onverkorte versie die in 1990 verscheen, kan de The Stand-lezer van het prille begin meer achtergronden lezen over de karakters, zijn compleet nieuwe karakters teruggekeerd en is de pop culture-omgeving geactualiseerd. Het is daarmee een beetje als The Lord of the Rings waarbij het populaire karakter Tom Bombadil een grote rol in het boek heeft, maar in de filmversie in geen velden of wegen te bekennen is. Daarmee houden de vergelijkingen met het magnum opus van J.R.R. Tolkien overigens niet op. Het epische karakter van het verhaal dat The Stand is, maakt het daarmee The Lord of the Rings van Stephen King. Want in The Stand grijpt een genadeloos griepvirus om zich heen die het einde van de mensheid lijkt in te luiden. Door de continu veranderende aard van het virus blijkt het ontwikkelen van een vaccin onmogelijk en worden de Verenigde Staten in een kwestie van weken gedecimeerd. De rest van de wereld lijkt hetzelfde lot beschoren, maar dat is voor de overlevenden niet te achterhalen omdat met de dood van het overgrote deel van de Amerikanen tegelijkertijd de gehele infrastructuur waardoor de maatschappij functioneert tot stilstand komt.

Een strijd tussen Goed en Kwaad
Want hoewel de plaag genadeloos toeslaat, blijkt een (zeer) beperkt deel van de getroffenen immuun te zijn. Aan deze groep de schone taak om niet alleen te overleven, maar ook te zorgen voor (een beperkte vorm van) wederopbouw om tot een nieuwe samenleving te komen. In deze desolate omstandigheden vormen zich rondom Las Vegas (Nevada) en rondom Boulder (Colorado) twee concurrerende samenlevingen die gescheiden worden door de Rocky Mountains. De ene – niet zonder toeval met Sin City als hoofdstad – een dictatuur onder de geheimzinnige Randall Flagg, de ander als een voortzetting van de Amerikaanse democratie, maar wel goddelijk geïnspireerd door zuster Abagail Freemantle. Want King zou King niet zijn, wanneer het hier niet alleen een verhaal betreft over de gevolgen van een dergelijke plaag, maar uiteindelijk gaat over de strijd tussen Goed en Kwaad. Een strijd waarbij Randall Flagg de personificatie is van de duivel en geëquipeerd is met magische krachten waaronder een alziend oog dat geïnspireerd is op Sauron uit The Lord of the Rings. Ook een Gollum-achtige figuur in de vorm van de pyromaan de Trashcan Man draagt bij aan de vergelijkingen met Tolkien’s verhaal. Zo is daar aan de ‘goede’ kant ook nog eens een soort fellowship die de leiding neemt van de Free Zone en daarmee het democratische antwoord op het uitdijende imperium van Randall Flagg vormt. Deze Randall Flagg wordt in The Stand voor het eerst door King geïntroduceerd, maar komt in verschillende hoedanigheden en soms met een andere naam voor in diverse van diens verhalen. Gelukkig kunnen de inwoners van de Free Zone rekenen op de bescherming van zuster Abagail en daarmee goddelijke interventie. 

Een karakterschets
Hoewel de ruim 1.300 pagina’s die The Stand omvat een hele kluif lijkt, komt het tijdens het lezen diverse keren voor dat het je als lezer niet zou verbazen als er nog eens honderden pagina’s extra zouden moeten volgen. Want King neemt ruim de tijd om de diverse personages in hun context te plaatsen en tegelijkertijd de gevolgen van een dergelijke plaag voor een samenleving als de onze uit te werken. Hij maakt daarbij niet de fout om dit uitputtend te doen waardoor hoe hele basale zaken zoals eten en drinken na zo’n ramp wel aan bod komen, maar lang niet altijd tot in detail worden uitgewerkt. Het gevaar van een dergelijke apocalyptische context is dat een schrijver zich verliest in de details of – aan de andere kant van het spectrum – zich juist te weinig rekenschap geeft van de gevolgen van een dergelijke ramp. Ook het toevoegen van een magisch/goddelijk element is met gevaren omkleed. Want wat begint als een apocalyptisch doch realistisch verhaal kan daarmee verworden tot een weinig serieus te nemen fabeltje. King weet hier goed de balans te houden en heeft daarmee een rijk geschakeerd verhaal geschreven dat – ondanks enkele ‘inzak’-momenten – blijft fascineren en nooit (echt) het idee doet ontstaan dat 1.300 pagina’s wat aan de ruime kant is. Sterker nog: zodra de eindstrijd tussen Goed en Kwaad daadwerkelijk begint, bekruipt je als lezer het gevoel dat er te weinig pagina’s resteren om het verhaal af te ronden. Zeker omdat King veel tijd neemt om zijn karakters uit te werken alsmede de gevolgen van een dergelijke ramp. Daarmee is The Stand allesbehalve een beproeving en zonder twijfel The Lord of the Rings van Stephen King. 

In 1978 verscheen ‘The Stand’ van Stephen King. In 1990 volgde de onverkorte versie die ruim 400 pagina’s meer telt dat de oorspronkelijke uitgave. Een Nederlandse vertaling – onder de titel ‘De Beproeving’ – is verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Luijtingh-Sijthoff. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen