zaterdag 8 april 2017

Meer dan klassieke muziek voor dummy's. 'Alles begint bij Bach' van Merlijn Kerkhof


Met Alles begint bij Bach weet Merlijn Kerkhof op aanstekelijke wijze zijn liefde en enthousiasme voor klassieke muziek over te brengen. Een boek dat niet alleen een welkome en toegankelijke inleiding is, maar ook een tijdig pleidooi is voor al het moois dat klassieke muziek kan bieden. Alleen mag bij een eventuele herziene druk het kaftdesign - dat nog het meest doet denken aan een schreeuwerige reclamefolder van de Media Markt - achterwege gelaten worden. 

“Hij maakt er levend weefsel van, met rode blosjes en broeierige plooien, onderhuidse trillingen en kippenvel. Merkwaardig, hoe je kunt juichen bij toefjes tuba en het stofgoud van een glissanderende harp” en “Tegelijkertijd verbrokkelde het eerste deel bij gebrek aan psychologisch bindmiddel. Veel ambacht en weinig Freud is niet per se een nadeel in een metier dat zich soms verliest in gesnotter". Zomaar fragmenten uit respectievelijk een cd-recensie en een concertbespreking van een collega-recensent van Merlijn Kerkhof. Het mooie, bijna poëtische gebruik van de Nederlandse taal schrikt potentiële liefhebbers van klassieke muziek eerder af dan dat het een nieuw publiek aanspreekt.  Tegelijkertijd versterkt dit het vooroordeel dat klassieke muziek 'ingewikkeld' is en 'zeker niet voor iedereen'. De recensies van schrijver, journalist en muziekcriticus Merlijn Kerkhof (1986) zijn daarentegen lezenswaardig en toegankelijk. In zijn stukken voor De Volkskrant verlaat hij gebaande paden en brengt hij - ook door langere artikelen te schrijven met een andere insteek - klassieke muziek iets meer in de mode. Van het jureren van de mooiste stukken van de vergeten componist Telemann tot waarom de beste klassieke pianisten nog altijd uit Rusland komen. De bijdragen van Kerkhof lees ik - en vast velen met mij - met plezier. Om zijn liefde voor de klassieke muziek voor een groter publiek te etaleren en tegelijkertijd het publiek ervoor te vergroten én te verjongen, levert Kerkhof zijn eerste boek af: Alles begint bij Bach. De ondertitel ‘wat je moet weten over klassieke muziek’ maakt duidelijk dat we hier te maken hebben met een muziekgeschiedenis op hoofdlijnen om lezers te verleiden op ontdekkingstocht te gaan door de klassieke muziek. 

Niet alleen voor beginners
Merlijn Kerkhof
Aangezien – oneerbiedig gezegd – dit vertaald zou kunnen worden naar ‘klassieke muziek voor dummy’s’ rijst natuurlijk de vraag waarom een bespreking van dit boek juist op dit cultuurblog verschijnt. Net als Kerkhof hoef ik niet van de waarde van klassieke muziek overtuigd te worden. En net zoals Kerkhof constateer ik dat het nog redelijk gaat met de klassieke muziek in Nederland, maar dat de toekomst verre van zonnig is. De vergrijzing lijkt bijna onomkeerbaar terwijl het aanbod van klassieke muziek – door Kerkhof ook als ‘kunstmuziek’ omschreven – relatief statisch blijft aangezien “moderne” klassieke muziek weliswaar mondjesmaat terrein wint, maar in de huidige omvang zeker niet het redmiddel is voor het ontelbare aantal concertzalen dat Nederland telt. Het leuke aan Alles begint bij Bach is dat het niet alleen een fijne inleiding vormt over de klassieke muziek, maar dat ook voor de al bekeerde liefhebber er het nodige te genieten valt. Natuurlijk is het een mooie samenvatting van al bekende anekdotes zoals Brahms die jarenlang zwoegde op zijn eerste symfonie uit angst vergeleken te worden met Beethoven tot de mysterieuze ontstaansgeschiedenis van Mozarts Requiem en de wel zeer innige band tussen de nazaten van Richard Wagner en Adolf Hitler. Tegelijkertijd is er nog genoeg onontgonnen gebied zodat er voor een ieder wel iets verrassends in staat en Kerkhof in staat is de bijbehorende historische context te schetsen. Want muziek ontwikkelt zich niet in isolement, maar als onderdeel van de maatschappij. Ook sluit Kerkhof vrijwel ieder hoofdstuk af met een aantal luistertips. Door de aanstekelijke en aansprekende wijze waarop Kerkhof zijn enthousiasme voor de klassieke muziek onder woorden brengt, kan het niet anders dan dat de lezer een aantal van die tips gaat luisteren. En als op deze wijze een groter en vooral jonger publiek voor klassieke muziek wordt getrokken dan is de missie van Kerkhof zonder meer geslaagd. 

Je kunt je natuurlijk afvragen of een boek nu het ideale medium is om voorbij het kernpubliek voor de klassieke muziek te komen, maar dat is muggenziften. Zeker ook omdat diverse orkesten – met name het Koninklijk Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Residentie Orkest – via allerhande nieuwe concertvormen hetzelfde pogen als Kerkhof en de resultaten hoopgevend en dan weer teleurstellend zijn. Klassieke muziek, maar vooral hetgeen de (geduldige) luisteraar oplevert, is het meer dan waard. Daarbij is muziek één van die vormen van cultuur die aantoont waarom de menselijke beschaving daadwerkelijk een beschaving mag heten. Maar vooral omdat muziek kan leiden tot een toevoeging op je leven: van geluk en contemplatie tot het bieden van troost. Muziek – mits passend bij ieders voorkeur – kan het allemaal teweeg brengen. Het inleidende hoofdstuk waarbij Kerkhof de lezer (letterlijk) meeneemt naar een (fictief) concert is daarbij niet alleen ontwapenend, maar rekent ook af met een aantal van de misvattingen over het bezoek aan een concert. Sowieso worden vele mythes over klassieke muziek door Kerkhof ontkracht: van het idee dat opera dood zou zijn en het failliet van de moderne klassieke muziek tot aan het feit dat klassieke muziek elitair is. Opvallend is dat Kerkhof heel zijdelings of eigenlijk geen aandacht besteedt aan ballet- en filmmuziek. Juist deze twee genres zijn een toegankelijk middel om richting de klassieke muziek te gaan. Gezinnen met kinderen zijn niet weg te slaan bij balletklassiekers zoals Notenkraker en Muizenkoning, Coppelia en Assepoester. Maar ook moderne dansgezelschappen zoals het NDT hebben moderne choreografieën op werken variërend van Beethoven tot Glass. Hetzelfde geldt voor filmmuziek waarbij de grens tussen wat filmmuziek is en wat niet soms moeilijk te stellen is. En de stap van de inmiddels zeven soundtracks van Star Wars van John Williams naar Also Sprach Zarathustra van Richard Strauss is voor een klassieke muziekliefhebber in de dop snel gemaakt. Alles begint bij Bach is inmiddels al aan de derde druk toe, dus wellicht is er op termijn nog aanleiding om een herziene versie te publiceren. Een tweetal extra hoofdstukken over ballet- en filmmuziek zouden dan niet misstaan. En mocht er een herziene versie komen, dan is het ook aan te bevelen om het kaftdesign nog eens onder de loep te nemen. Want hoewel ik grote waardering heb voor het boek dat Kerkhof geschreven heeft, strekt deze waardering zich zeker niet uit tot de kaft die nog het meest doet denken aan zo’n schreeuwerig reclamekrantje van de Media Markt. Dat moet toch beter kunnen. Budget of geen budget.

Het einde van de klassieke muziek?
Door de geschiedenis van de klassieke muziek episodisch te bespreken, biedt Kerkhof de lezer een scala aan opstappunten voor de klassieke muziek-trein. Zijn grote liefde voor Bach – de titel zegt het al – stopt hij daarbij niet onder stoelen of banken, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat Bach niet per se het eerste opstappunt hoeft of moet zijn. Klassieke muziek is ook een kwestie van gewenning. Een uitgangspunt dat hij ook hanteert voor hedendaagse kunstmuziek. Hoewel ik het met Kerkhof eens ben dat het aanbod van zowel klassieke muziek als moderne klassieke muziek zo groot is, dat je nooit het hele oeuvre kunt afdoen met ‘daar hou ik niet van’, ben ik zelf iets minder optimistisch over de rol van moderne klassieke muziek. Zeker, er valt op dat punt ontzettend veel te genieten. De opera Nixon in China van John Adams (1947) is niet alleen één van de meest succesvolle eigentijdse opera’s, maar heeft inmiddels ook een vaste plek verworven in de canon van ‘klassieke’ opera’s. Om over de populariteit van de muziek van Philip Glass (1937) nog maar te zwijgen. Maar in alle eerlijkheid: er zijn veel moderne stukken die het genieten waard zijn, maar het nooit in zich zullen hebben om het kernrepertoire in de schaduw te stellen. En juist dat is nodig om de toekomst van klassieke muziek zeker te stellen. Maar zoals Kerkhof terecht opmerkt, telde de wereld in Bachs sterfjaar 1750 slechts 791 miljoen mensen en zijn we inmiddels richting het tienvoudige aantal. Dan moet er toch genoeg talent zijn voor een hedendaagse Bach, Mozart of Beethoven? Samen met Merlijn Kerkhof hoop ik het van harte. En in de tussentijd ga ik gezellig door met luisteren naar prachtige muziek. Een leven zonder zou toch wel heel saai zijn.

In september 2016 is ‘Alles begint bij Bach’ van Merlijn Kerkhof verschenen bij uitgeverij Thomas Rap. Tevens beschikbaar als eBook. Deze recensie verschijnt gelijktijdig bij online nieuwsmagazine Jalta.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen