vrijdag 24 juni 2011

'Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed' van Bas Heijne


Een paar weken geleden nam ik deel aan een panel over de Amerikaanse presidentsverkiezingen  in 2012 georganiseerd door de 11e editie van de BKB Academie. Hoewel de verkiezingen nog ver weg zijn, was er genoeg aanleiding voor Jan-Kees Emmer (adjunt-hoofdredacteur van de Telegraaf) en mijzelf om het gesprek aan te gaan met de Amerikaanse deelnemers van het panel: de Democraat Michael Johnston en de Republikein Jonathan Paton. Uiteraard kwam ook de naam van Sarah Palin voorbij in combinatie met de Tea Party-beweging als voorbeeld van populisme in de V.S. Ondanks de overweldigende media-aandacht voor Palin ging niemand van het panel ervan uit dat Palin vanaf 2012 kan worden aangesproken met 'Madam President'. Obama, ondanks zijn kwetsbare positie, lijkt zich voor te kunnen bereiden voor een tweede termijn in het Witte Huis. De enige 'dark horse' die gezien werd is Obama's voormalige ambassadeur in China de Republikein Jon Huntsman. Mocht hij de Republikeinse primaries winnen dan zou Obama op moeten passen, maar dat is een 'tall order' voor een gematigde Republikein.

Hoewel deze lange inleiding weinig met een boekrecensie te maken heeft, hangt het nauw samen met het recent uitgegeven essay van Bas Heijne 'Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed'. Enerzijds omdat het onderwerp van zijn essay, het populisme, vele landen, waaronder de V.S., bezig houdt en anderzijds omdat, naast een mooie BKB-mok, dit boek mij ten deel viel voor mijn deelname aan het panel.

Ontegenzeggelijk is 'Het Populisme', dat zeer lastig te definiëren valt, een belangrijk onderwerp in binnen- en buitenland. Een essay erover lijkt daarom zeer voor de handliggend. Jammer genoeg is Heijne niet geslaagd in zijn voornemen: ik ben van zijn, goed geschreven, essay niet veel wijzer geworden. Een ondertitel als 'Het populisme ontleed' belooft ook eigenlijk te veel. Veel verder dan het populisme karakteriseren en de spanning die het voortbrengt aanstippen komt hij niet. Dat is wat mij betreft een (fatale) zwakte in het essay.

Desalniettemin zijn voor mij twee hoofdstukken van het boek het lezen meer dan waard. In het hoofdstuk 'Een nieuwe beweging' zet hij scherp neer waarom er sprake is van een cultuurkloof en daarmee waarom de huidige politiek maar moeizaam een antwoord kan formuleren op populistische partijen dan wel populistische stellingnames die over het hele politieke spectrum voorkomen. Aan de ene kant staat een groep die algemene principes probeert toe te passen op een steeds ongelijksoortiger samenleving terwijl aan de andere kant een groep staat die bestaat uit een sterk geïndivudualiseerde generatie die de eigen ervaring of ervaring van anderen gebruikt om uitspraken te doen over de samenleving. In mijn opinie hebben beide groepen zowel gelijk als ongelijk en leidt de spanning tussen de twee stellingnames tot onvrede. Heijne formuleert geen antwoord, maar dat kun je hem eigenlijk ook niet kwalijk nemen. Wat hij wel goed doet is met een praktisch voorbeeld komen hoe deze twee stellingnames verzoend worden: Mr. Frank Visser, tevens de titel van het hoofdstuk hierover. Deze olijke rechter, bekend van de NCRV-programma's 'De rijdende rechter' en 'Recht in de regio' is een voorbeeld van een officiële instantie, in dit geval de rechterlijke macht, die de eerder genoemde tegenstelling wel weet te overbruggen door via herkenbaarheid, nabijheid en dialoog recht te spreken. Uitspraken van Mr. Frank Visser worden, ook als ze niet in het voordeel van een beklaagde uitvallen, geaccepteerd en het vertrouwen in de rechterlijke macht, althans de persoon van Mr. Frank Visser, is onaangetast. Uiteraard is dit niet dé oplossing en een politiek systeem gebaseerd op Mr. Frank Visser denk ik ook het mijne van, maar het geeft in ieder geval wel een handvat in deze discussie en daar kunnen we Heijne dankbaar voor zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen