zondag 22 januari 2012

Concert 20 januari 2012: Het KCO en de afwezige maestro's


Brahms: Akademische Festouvertüre, op. 80
Bruch: Eerste Vioolconcert
Beethoven: Symfonie Nr. 6 'Pastorale'

Vesko Eschkenazy
Ankush Kumar Bahl, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Dit concert heeft voor mij de toegevoegde waarde van een dirigent voor eens en altijd aangetoond. Lange tijd keek ik uit naar het concert waar ik voor het eerst de beroemde Duitse dirigent Kurt Masur, bekend van zijn heldhaftig optreden in de nadagen van de DDR, zou horen in een repertoire dat hem als een maatpak zit. Helaas is de KCO-serie 'De Grote Maestro's' onder een slecht gesternte geprogrammeerd. In december moest Mariss Jansons vanwege gezondheidsproblemen het stokje (letterlijk) overdragen aan James Judd. Nu, luttele uren voor de start van het concert, stuurde het KCO het bericht de wereld in dat Masur vanwege gezondheidsredenen moest afzeggen en dat men op het laatste moment (de volstrekt onbekende) assistent-dirigent Ankush Kumar Bahl bereid had gevonden het concert ongewijzigd over te nemen.

Helaas bleek Bahl niet zoals Judd een competente vervanging. Voor het begin van het concert toog KCO-directeur Jan Raes weer op het podium om de vervanging toe te lichten. Zijn verhaal wees, in tegenstelling tot zijn verhaal bij Judd, op weinig vertrouwen in Bahl. Er werd wel heel erg beklemtoond dat de zaal hem een hart onder de riem moest steken aangezien hij zonder repetitie het programma overnam. Dat klinkt natuurlijk allemaal sympathiek en de zaal heeft hem zeker een kans gegeven, maar ik vind het een orkest als het KCO, toch geroemd als 's werelds beste, onwaardig. Er worden forse prijzen gevraagd voor de kaartjes en dan mag navenante kwaliteit worden verwacht. Raes maakte daarbij ook nog eens de fout om te benadrukken hoe goed de concerten waren die Masur de dagen ervoor nog wel had gedirigeerd. Over zout in de wonden strooien gesproken. Bahl was wat mij betreft een erg slechte keuze. De uitvoeringen van zowel de Akademische Festouvertüre als het vioolconcert van Bruch waren volstrekt rommelig en dirigent en orkest leken in twee compleet verschillende stukken verzeild geraakt te zijn. Dit terwijl het repertoire toch niet als het meest complexe of onbekende kan gezien worden. Bruch's Vioolconcert is een van mijn favoriete vioolconcerten, maar een rode draad was niet meer te ontwaren terwijl de tempi veel te langzaam werden genomen. Behalve bij de meer bekendere delen wanneer het tempo onverklaarbaar werd opgevoerd. De concertmeester van het KCO, die als solist acteerde, moest tegen het einde even met zijn rug naar het publiek gaan staan om zijn broeders in het concert mee te krijgen. Deze genante vertoning kreeg vervolgens van het aanwezige publiek een staande ovatie waar ik geen begrip voor op kan brengen. Natuurlijk wil je dirigent en het orkest een hart onder de riem steken. Een dergelijke situatie is voor niemand leuk, maar we hebben hier wel te maken met een groep professionals waar we geen medelijden mee hoeven te hebben. Maar het Nederlandse publiek lijkt sowieso geen concert meer af te kunnen sluiten zonder staande ovatie wat het instrument volstrekt aan inflatie onderhevig maakt.

Gezien de erbarmelijke kwaliteit van het programma voor de pauze ben ik voor het eerst in mijn leven in de pauze van een concert weggegaan. Dat ook de zesde van Beethoven zo'n behandeling zou krijgen, zat ik niet op te wachten. Een extra biertje in de stad had mijn voorkeur. Overigens neem ik deze wanvertoning vooral de directie van het KCO kwalijk. Ik had er meer respect voor gehad wanneer ze het hele concert hadden gecanceld, Bahl haden laten repeteren om vervolgens het zondagmiddagoptreden nog enigszins te redden. Ik kan me heel eerlijk gezegd niet voorstellen dat de concurrentie in Berlijn en Wenen dit ook zo zouden laten gebeuren. Nu de serie 'De Grote Meastro's' van de vier concerten nu twee maal zijn ontsierd door afwezige maestro's kan ik alleen maar hopen dat de volgende concerten niet zo ontsierd worden en het KCO nadenkt over hoe dergelijke zaken in de toekomst voorkomen kunnen worden en welke geste kan worden gedaan om deze verloren avond nog enigszins goed te maken.

1 opmerking:

  1. In de regel kan ik mij helemaal vinden in de recensies van de KCO-concerten in de serie 'De Grote Maestro's' in deze blog.

    Dit keer mis ik toch een kleine nuance waaraan overigens ook KCO-directeur Jan Raes om voor mij niet geheel begrijpelijke redenen in zijn korte betoog voorafgaande aan het concert voorbij ging.

    Laat ik voorop stellen dat ook ik het natuurlijk ontzettend jammer vond dat Kurt Masur op het laatste moment door ziekte verhinderd bleek. Ik nam dit keer speciaal mijn oudste zoon mee om hem deze legendarische dirigent mee te kunnen laten maken (gelukkig zou het voor mijzelf niet de eerste keer zijn en genoot ik al eerder van bijzondere concerten onder leiding van de Duitse maestro), maar die vlieger ging dus niet op.

    Ik betwijfel echter of de keuze van Ankush Kumar Bahl als vervanger, mede gezien de zeer beperkte tijd die de directie van het KCO nog ter beschikking stond, wel zo’n hele slechte was.

    In NRC Handelsblad van donderdag 19 januari jl. valt te lezen dat Bahl bij de repetities van deze concertserie als assistent van Masur optrad. Zo werden bij de repetitie van ‘het Eerste fluitconcert van Mozart dinsdagochtend (...) op aanraden van (...) Bahl de achterste lessenaars (...) weggezonden’, lezen we in die krant. Dat betekent dat Bahl heel direct bij het smeed- en kneedwerk door Masur betrokken was, daarop blijkbaar ook zijn invloed had en dus ook verwacht mocht worden dat hij in staat zou zijn in diens geest aan de finale uitvoering leiding te geven. Hij had weliswaar de stukken niet zelf als dirigent met het orkest gerepeteerd, maar maakte van die repetities wel integraal onderdeel uit.

    Er ging bij de uitvoering van vrijdagavond zeker wel wat mis, maar in het algemeen gesproken heb ik het – mede gezien de omstandigheden – als een hele verdienstelijke uitvoering ervaren. Zeker spelen daarbij de kwaliteit, professionaliteit, ervaring en het enthousiasme van het KCO een grote rol (en de virtuositeit van Vesko Eschkenazy niet te vergeten!), maar Bahl ging, gegeven de omstandigheden, zeker niet de mist in. En wat mij betreft ook niet de vergetelheid. Ik ben dan ook blij dat ik nog wel van de Pastorale van Beethoven heb genoten na de pauze.

    En ach, ook Haitink maakte in 1956 als zevenentwintig-jarige zijn debuut bij het KCO toen hij als vervanger van Carlo Maria Giulini de bok betrad (toegegeven: hij was toen al wel dirigent en geen assistent-dirigent, maar toch). Die dingen gebeuren ...

    Jan Schultheiss

    BeantwoordenVerwijderen