woensdag 21 maart 2012

'Dirigenten. En nog eens dirigenten' van Roland de Beer


Dat muziek, en met name klassieke muziek, een grote hobby van me is, zal lezers van deze blog vast en zeker niet zijn ontgaan. Maar naast het luisteren naar muziek en het bijwonen van concerten is er bijna niets zo heerlijk als lezen over muziek. Dat kan door maandbladen zoals het geachte 'Gramophone' maar juist ook boeken van muziekrecensenten die schrijven over muziek, maar vooral smeuïge verhalen neerschrijven over de alleenheerser van de muziek: de dirigent. De directe aanleiding voor het (voor de derde keer her)lezen van het boek van Volkskrant muziekrecensent Roland de Beer was het concert van deFilharmonie onder onze eigen Edo de Waart (recensie van het concert hier). Ik kon me herinneren dat in het boek van De Beer wat stond over de bonje die De Waart had in Bayreuth (waar hij uiteindelijk zich terugtrok en dus nooit zou dirigeren). Naar aanleiding hiervan ben ik het hele boek weer gaan lezen en voor de liefhebber van klassieke muziek en het wel en wee van dirigenten is een boek als dat van De Beer onweerstaanbaar. De Beer lijkt in bepaalde mate op Norman Lebrecht die de muzikale roddeljournalistiek (met duidelijk eigen vooroordelen en voorkeuren) naar ongekende hoogten bracht (zie voor bespreking van zijn boek 'The Maestro Myth' hier).

De Beer pakt het allemaal wat geserreerder aan. Hij bundelt eerder geschreven artikelen in 23 hoofdstukken waarbij elk hoofdstuk is gewijd aan een dirigent waarbij eerst een korte schets wordt gegeven van de dirigent in kwestie gevolgd door een of meerdere artikelen en/of door De Beer afgenomen interviews en afgesloten met een puntsgewijs overzicht van de carrière en opnames van de bewuste dirigent. Het boek start met een beschouwing over de positie van de dirigent en eindigt met de constatering dat ook de globalisering invloed heeft op de orkestklank die weliswaar eigen blijft, maar wel minder eigen is dan vroeger. Het zal niet verbazen dat de Nederlandse dirigenten volop aan bod komen (Haitink, Mengelberg, De Waart, Van Zweden en Vonk) of dirigenten met een band met Nederlandse orkesten zoals het KCO, het RPhO en het NedPhO (Jansons, Chailly, Davis, Gergiev, Kreizberg en Hanchen).

Wanneer je niets met klassieke muziek hebt is het misschien niet het beste boek om aan te bevelen, maar toch zijn de verhalen vaak om te smullen. Edo de Waart die gek werd van de wisselende samenstelling in het orkest van de Bayreuther Festspiele, zich terugtrok en daarmee de kans op een echte internationale doorbraak vergooide. Haitink en de nare breuk tussen hem en het KCO die het einde van zijn chef-dirigentschap betekende, om later terug te keren als één van de absolute muzikale sterren van Nederland en de wereld. Gardiner en zijn biologische boerderij en Bach-project. De opstand in Baltimore tegen de benoeming van de vrouwelijke dirigent Marin Alsop. En het genie van Jansons gekoppeld aan de angst voor zijn zwakke hart. Deze en meer verhalen, ook een aantal bekend uit het boek van Lebrecht, komen bij De Beer terug. Het boek is goed geschreven, leest lekker weg, maar is nieuw niet meer verkrijgbaar: het lot van veel boeken uit deze categorie. Mocht je het boek zien liggen, aarzel dan (ondanks enige gedateerdheid, het boek stamt oorspronkelijk uit 2003, maar de laatste herziene druk uit 2007)  niet en dompel je heerlijk onder in de wondere wereld van dirigenten en nog eens dirigenten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen