maandag 5 oktober 2015

Concert 1 oktober 2015: Een troostend KCO met dissonant


Brahms: Tragische Ouverture
Brahms/Glanert: Vier Präludien und Ernste Gesänge
Fauré: Requiem

Russell Braun, bariton
Christina Landshamer, sopraan
Groot Omroepkoor

Stéphane Denève, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Het Koninklijk Concertgebouworkest vervolgt haar requiemtraditie met het troostende Requiem van Fauré. Een minder geslaagde combinatie met Brahms en een bariton die soms letterlijk “loszingt” zorgen voor een jammerlijke dissonant. 

Nu de zomer definitief voorbij is en het drukke najaar zich aandient, is een moment van contemplatie zonder meer welkom. Het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) lijkt dit perfect aan te voelen en neemt sinds 2010 elk jaar een requiem in het programma op. Na geslaagde uitvoeringen van onder andere de requiems van Mozart en Brahms onder (inmiddels voormalig) chef-dirigent Mariss Jansons is het nu de beurt aan het Requiem van Gabriel Fauré (1845-1924). Zijn requiem is by far het bekendste werk van deze tijdgenoot van Debussy en Ravel en is geen vreemde keuze gezien zijn kerkelijke verleden en zijn verbondenheid aan de Madeleinekerk in Parijs als koordirigent en organist. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat dit – terecht – als troostrijk betitelde requiem een grote rol toekent aan zowel het koor als het orgel. Met het Groot Omroepkoor en het Maarschalkerweerd-orgel in combinatie met het KCO is succes dan vrijwel een gegeven. En hoewel het KCO onder de Franse dirigent Stéphane Denève garant stond voor een prachtige uitvoering ging deze uitvoering op zich en het programma in het algemeen toch gebukt onder enige dissonantie. 

De tragiek van Brahms
Een dissonantie die eigenlijk startte met de koppeling van het Requiem van Fauré met werken van Johannes Brahms (1833-1897). Hoewel de titel anders doet vermoeden is de Tragische Ouverture van Brahms vooral lekker stevig en niet dermate tragisch dat de troost van Fauré nodig is. Het is een goede opener die in de handen van het KCO en Denève vakkundig werd uitgevoerd. De dissonantie deed zich echter voor in een tweede werk van Brahms dat aan het programma was toegevoegd: zijn Vier Ernste Gesänge die Brahms schreef als memento mori voor de door hem geliefde Clara Schumann. Deze liederen worden normaliter gezongen begeleid door alleen een piano, maar op de lessenaars in het Concertgebouw stond de versie voor orkest in de orkestratie van de hedendaagse Duitse componist Detlev Glanert (1960). Voor het gemak heeft Glanert aan zijn orkestratie ook nog vier preludes toegevoegd zodat de cyclus van vier liederen één geheel vormt. Aan de Canadese bariton Russell Braun (1965) de schone taak om de hartenkreet van Brahms gestalte te geven. Helaas bleek dit allemaal wat minder geslaagd. Niet alleen omdat Braun lang niet altijd (hoorbaar) boven het orkest uitkwam, maar ook omdat zijn stem niet heel erg leek te passen en daarom een dissonant vormde. Een dissonantie die wellicht ook gelegen ligt in de aanpassingen van Glanert. Hoewel de preludes zeker niet onverdienstelijk waren, zorgde de combinatie met de orkestratie er wel voor dat van het oorspronkelijke werk van Brahms weinig overbleef. In het geheel hoorde je soms eerder Mahler dan Brahms. En hoewel dat op zich geen straf is, kan dat natuurlijk niet echt de bedoeling zijn van wat vast bedacht is als hommage aan Brahms.

De tragiek van Russell Braun
Deze dissonantie zette zich voort in de uitvoering van het requiem. Het troostrijke karakter van Fauré’s meesterwerk kwam zonder meer tot uiting in de passende combinatie van orkest en het altijd uitstekende Groot Omroepkoor met als bonus het fameuze orgel van het Concertgebouw. Het overbekende en prachtige Pie Jesu kon rekenen op een voorbeeldige en breekbare bijdrage van sopraan Christina Landshamer (1977). Wederom was hier Braun de spelbreker. Zijn bariton-stem leek soms boven het orkest te zweven en niet vanwege het engelachtige karakter, maar als losstaand element. Of Braun zijn dag niet had of zijn stemgeluid gewoon niet geschikt is voor dit programma is lastig te zeggen, maar het is wel de verkeerde soort tragiek voor een dergelijk concert. En dat is jammer want het leidt af van een voor de rest fijne uitvoering. 

Oordeel FerdiBog: ***½

Op 1 en 4 oktober heeft het Koninklijk Concertgebouworkest, ditmaal onder Stéphane Denève, de jaarlijkse requiemtraditie voortgezet met een programma rondom het Requiem van Fauré. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 1 oktober.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen