zondag 10 januari 2016

Concert 10 januari 2016: Fischer en Thibaudet in sprankelende harmonie


Beethoven: Ouverture Die Geschöpfe des Promotheus
Beethoven: Pianoconcert Nr. 5
Mozart: Maurerische Trauermusik
Mozart: Symfonie Nr. 41 Jupiter

Jean-Yves Thibaudet (piano)
Iván Fischer, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Iván Fischer te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest is altijd een feestje. Maar met Jean-Yves Thibaudet achter de piano in een fijn programma van Beethoven en Mozart is het feest compleet. 

Wie weleens een concert van het Koninklijk Concertgebouworkest met als gastdirigent Iván Fischer  (1951) op de bok heeft bijgewoond, zal niet verbaasd zijn dat de naam van Fischer hardnekkig ronding als mogelijke opvolger voor Mariss Jansons. Want eigenlijk zijn al zijn gastdirecties bij het KCO een groot succes. Niet in de laatste plaats de cyclus van Beethoven-symfonieën die Fischer vorig seizoen met het KCO uitvoerde. De kern van zijn succes is misschien wel zijn uitmuntende gevoel voor de werking van een orkest getuige ook het voortdurende succes van zijn Budapest Festival Orchestra. Wellicht ook de hoofdreden waarom uiteindelijk Daniele Gatti is verkozen tot opvolger van Jansons omdat Fischer misschien ook helemaal niet "vrij" was aangezien hij bij zijn huidige orkest alle vrijheid heeft om het orkest te vormen naar zijn inzichten. Zowel bij Gatti als Fischer is zeer duidelijk de chemie met het orkest te zien én te horen.  En ook dit concert - op de dag af precies een jaar na een subliem concert van het KCO onder Fischer met de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven - is weer een bevestiging van de kwaliteit van Fischer in het algemeen en zijn klik met het KCO in het bijzonder. Fischer doorleeft de muziek ook daadwerkelijk en werpt zijn hele zijn in de strijd om het orkest aan te geven hoe hij het graag wil. Hij krijgt het daarbij ook voor elkaar om het KCO - in kleinere samenstelling en andere opstelling - zeer transparant te laten klinken. Bijna alsof er niet een volledig orkest zit, maar een authentiek kamermuziekensemble.

Een Keizerlijke uitvoering
Dit bleek meteen al bij de aftrap van het concert met de altijd fijne ouverture en sfeermaker uit de balletmuziek Die Geschöpfe des Promotheus van Ludwig van Beethoven (1770-1827). Een mooi intro voor het daadwerkelijke hoogtepunt van het concert: Beethoven's Vijfde (en laatste) Pianoconcert, het zogenaamde Kaiserkonzert. Als solist trad de Franse pianist Jean-Yves Thibaudet (1961) aan die tevens dit seizoen artist in residence is bij het KCO. Fischer en Thibaudet vormden één muzikaal geheel waarbij het plezier in het maken van muziek overduidelijk te zien was. Opvallend daarbij is ook hoeveel gevoel Fischer heeft voor solisten en continu "bezig" was met Thibaudet. Daarmee ontstond een eigenlijk perfecte balans tussen orkest en solist waardoor het typische call and response van een dergelijk pianoconcert prachtig naar voren kwam. Musici en solist luisterden volledig naar elkaar en in combinatie met de kracht en (klank)kleur van Thibaudet ontstond een uitvoering die ongeloof goed en harmonieus was. Opvallend bij deze uitvoering - en voor het concert in het algemeen - was het sprankelende karakter. Niet alleen van de muziek, maar juist ook van de uitvoerenden. Een waar feestje.

Die andere muzikale grootheid
Fischer heeft gekozen voor een programma van twee (klassieke) muzikale grootheden want na de pauze was het de beurt aan werken van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Wederom een combinatie van een "kleiner" werk en een orkestraal stuk. Het karakter van de Maurerische Trauermusik is echter compleet anders dan Beethoven's ouverture. Mozart (her)schreef dit stuk dat al op de plank lag ter ere van de nagedachtenis van twee collega-leden van de vrijmetselaars. De eerdere versie stond als ten dienste van dit genootschap, maar Mozart weet met dit prachtige, doch weinig vrolijke stuk de thema's dood, leven en licht naar muziek te vertalen. Misschien om de treurigheid te verbannen werd afgesloten met Mozart's laatste symfonie: de Jupiter oftewel zijn Symfonie Nr. 41. De bijnaam komt voort uit het slotdeel waar alle thema's uit de gehele symfonie samen komen in een spectaculaire fuga die vanwege het spectaculaire karakter natuurlijk zonder meer kan worden vernoemd naar de Romeinse oppergod en de grootste planeet in ons zonnestelsel. En in de uitvoering door het KCO onder leiding van Fischer werd het spectaculaire karakter alleen maar onderstreept. Ook hier weer de transparantie en de sprankeling. En hoewel deze werken van Mozart wat 'lichter' zijn dan de werken van Beethoven in het eerste deel van het concert vormde Jupiter een waardig slot voor een wederom fijn concert met Fischer op de bok. Fischer mag dan niet de inkomende chef-dirigent zijn van het KCO (Gatti treedt in seizoen 2016/2017 aan), maar als hij net zoals de afgelopen jaren veelvuldig te gast is, is dat alleen maar goed nieuws voor liefhebbers van klassieke muziek in het algemeen en van het KCO in het bijzonder.

Oordeel FerdiBlog: ****½

Lees hier de recensie van het concert op 10 januari 2014 - precies één jaar geleden - van het KCO onder Fischer met de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven.

Iván Fischer en 'artist in residence' Jean-Yves Thibaudet waren op 6, 7 en 10 januari 2016 te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest met een programma van Beethoven en Mozart. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 10 januari. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen