zondag 11 september 2016

De Cicero-trilogie van Robert Harris


Het leven van de Romeinse staatsman en filosoof Marcus Tullius Cicero is het bewijs dat een pen machtiger dan het zwaard kan zijn. Zijn intellect en redenaarstalent ondersteunden de Romeinse Republiek in haar donkerste dagen, maar leidden tevens tot zijn eigen ondergang. Met zijn drieluik aan romans brengt Robert Harris Cicero overtuigend en meeslepend tot leven en vestigt hij zich als een waardig opvolger van Robert ‘I, Claudius’ Graves

Dat Robert Harris (1957) – bekend van onder andere Fatherland, Enigma, The Ghost en An Officer and a Spy - een begenadigd schrijver is, mag geen verrassing zijn. Het zal daarom niet verbazen dat het grootste deel van zijn boeken verfilmd zijn of de basis vormen voor een miniserie. Zijn achtergrond als journalist en reporter klinkt door in de onderwerpen van zijn romans die vrijwel altijd een historische context hebben, zowel fictief als buitengewoon trouw aan de werkelijkheid. Zo is zijn voorlaatste boek An Officer and a Spy een getrouwe romanversie van de infame Dreyfuss-affaire die Frankrijk rondom de vorige eeuwwisseling in haar greep hield. Daarentegen is zijn Fatherland – verfilmd met in de hoofdrol onze eigen Rutger Hauer - historisch georiënteerd, maar dan wel een alternatieve geschiedenis waarbij Duitsland uit de Tweede Wereldoorlog als overwinnaar is gekomen. Zijn Romeinse roman Pompeii neemt de uitbarsting van de Vesuvius als gegeven voor een verder fictief verhaal, maar ontbrandde wel zijn interesse voor de Romeinen. Een interesse die verder versterkt werd door Rubicon, Tom Holland’s beschrijving van de nadagen van de Romeinse Republiek en de opkomst van Julius Caesar. Door Rubicon raakte Harris geïntrigeerd door één van de hoofdrolspelers uit die periode: Marcus Tullius Cicero (106 – 43 voor Christus). Cicero is de geschiedenis ingegaan als staatsman én filosoof die tijdens de turbulente periode dat de Romeinse Republiek overging in een keizerrijs een hoofdrol speelde. Een hoofdrol niet door aan het hoofd van legioenen te staan, maar door de overtuigingskracht van zijn woorden. Een periode die in de ogen van Harris zo belangwekkend en verstrekkend is geweest in de geschiedenis van de mensheid dat pas met de Tweede Wereldoorlog en de aanloop naar die allesverwoestende oorlog toe een soortgelijk kantelpunt zich heeft afgespeeld. Het heeft Harris verleid om in 2006 Imperium te publiceren, zijn eerste roman over Cicero. In 2009 verscheen het vervolg Lustrum (in de Verenigde Staten en Italië verschenen als Conspirata) en eind vorig jaar was daar het slotstuk Dictator waarvan afgelopen juni de paperbackversie verschenen is. 

Weer de opkomst en ondergang van Caesar?
Hoewel meteen bij de start van de trilogie in 2006 Robert Harris kon rekenen op lovende recensies heb ik tot zeer recent zijn Cicero links laten liggen. Want hoewel kennis over het leven van Cicero – in markante tegenstelling met zijn naamsbekendheid - nu niet bepaald gemeengoed is, speelt een groot deel van zijn leven af tijdens één van de bekendste periodes uit de wereldgeschiedenis: de opkomst en ondergang van Julius Caesar. Een onderwerp dat niet bepaald onderbelicht gebleven zowel op het vlak van non-fictie als fictie, waar misschien de uitmuntende HBO-serie Rome nog wel het meest treffende voorbeeld is en Cicero – vertolkt door David Bamber – een belangrijk personage vormde. Juist daarom heb ik de Cicero-boeken altijd aan me voorbij laten gaan, maar met het verschijnen van het derde en laatste deel Dictator ben ik gestart met Imperium. En het enige waar ik spijt van heb, is dat ik niet eerder begonnen ben aan deze magistrale trilogie. Het feit dat de ruim 1.200 pagina’s in nog geen twee weken voorbijvlogen spreekt boekdelen. Het bijzondere daarbij is dat hoewel – zeker in Lustrum en Imperium – de (over)bekende episodes uit de nadagen van de Romeinse Republiek de revue passeren Harris die juist sporadisch behandelt en zich richt op Cicero en de gebeurtenissen in zijn leven die een stuk minder bekend zijn dan de opkomst van Caesar, het eerste triumviraat (Pompeius, Caesar en Crassus), de moord op Caesar, het tweede triumviraat (Octavianus, Marcus Antonius en Lepidus) en de vestiging van het Romeinse Keizerrijk onder Augustus. Harris neemt je overtuigend mee in de mores van de Romeinse Republiek en schetst in Imperium de opkomst van de niet-aristocratische Cicero door het aanklagen van Verres, de corrupte gouverneur van Sicilië. In Lustrum bereikt Cicero zijn hoogtepunt wanneer hij tot consul verkozen wordt en tot twee keer toe de Republiek weet te redden van de opstand onder leiding van Catilina. In Dictator wordt de Republiek overschaduwd door de opkomst van Caesar die uiteindelijk eindigt in een burgeroorlog waar Cicero de (verliezende) kant van Pompeius kiest en Caesar uiteindelijk tot dictator wordt uitgeroepen om vervolgens door een grote groep senatoren in het Theater van Pompeius (dat dienst deed als Senaat nadat het oorspronkelijke gebouw uitgebrand was tijdens de opstand van Publius Clodius Pulcher, een episode die ook tot in detail in deze trilogie uit de doeken word gedaan) op de Iden van maart met tientallen messteken om leven gebracht wordt. Anderhalf jaar later wordt Cicero verpulverd in de machtsstrijd om Caesar op te volgen en is zijn executie het lijm dat het (ongemakkelijke) triumviraat van Octavianus, Marcus Antonius en Lepidus bijeen moet houden. 

De Robert Graves van de 21e eeuw
Het knappe aan deze trilogie is dat hoewel volledig geborgd in – voor zover mogelijk – historische feitelijkheid het leven van Cicero als een trein leest en daarmee een historische pageturner is. Om Cicero tot leven te brengen, geeft Harris het woord aan Cicero’s secretaris Tiro die het leven van zijn meester aan het papyrus heeft toevertrouwd. Harris lijkt hiermee navolging te geven aan de grootmeester van de Romeinse roman Robert Graves. In diens fictieve “autobiografie” I, Claudius (1934) en Claudius the God (1935) is keizer Claudius (de voorlaatste keizer van de Julisch-Claudische dynastie en verre erfgenaam van Caesar) aan het woord en beschrijft hij zijn wonderlijke leven waarmee hij tegelijkertijd de opeenvolgende regeringen van Augustus, Tiberius en Caligula tot leven brengt. Niet alleen door de vertelvorm, maar juist door de wijze waarop hij Cicero tot leven brengt is Robert Harris een waardig opvolger van Robert Graves. Door zijn schrijftalent en overduidelijke fascinatie voor de nadagen van de Romeinse Republiek in het algemeen en Cicero in het bijzonder weet hij op een meeslepende wijze dat leven gestalte te geven. De woorden spatten van de pagina’s af. Woorden die het redenaarstalent, de staatsrechtelijke overtuigingen maar ook de liefde voor roddel en achterklap en de blinde ambitie om tot consul gekozen te worden van Cicero tot leven brengen. Zo ga je gaandeweg tijdens het lezen steeds meer houden van deze tegenstrijdige einzelgänger die de Romeinse senaat en het volk om zijn vingers weet te winden, maar evenzo levensgevaarlijke vijanden weet te maken en grote triomfen afwisselt met diepe dalen in zowel zijn politieke als persoonlijke leven. Het behoeft geen nadere toelichting dat de Cicero-trilogie van Robert Harris een ongekwalificeerd succes is en het verdient om gelezen te worden. Want na het lezen van de eerste pagina’s is er – gelijk Caesar toen hij de Rubicon overstak – geen weg meer terug: alea iacta est.

In 2015 is ‘Dictator’ het laatste deel van de Cicero-trilogie van Robert Harris verschenen. In 2006 en 2009 verschenen respectievelijk ‘Imperium’ en ‘Lustrum’ . De trilogie is tevens in een Nederlandse vertaling verschenen terwijl de paperback-versie in juni op de markt gekomen is. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen