zaterdag 24 december 2016

Nationale Ballet 22 december 2016: Coppelia meets Dr. Seuss


Nationale Opera & Ballet
Coppelia
(Léo Delibes, 1836-1891)

Michaela DePrince, Zwaantje
Remi Wörtmeyer, Frans
Jared Wright, Dr. Coppelius
Riho Sakamoto, Coppelia

Ted Brandsen (choreografie)
Sieb Posthuma (decor en kostuums)

Het Nationale Ballet
Koen Kessels, Het Nationale Ballet
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Geïnspireerd door de feestdagen presenteert Het Nationale Ballet sinds jaar en dag een feestelijke (familie)voorstelling in de aanloop naar en tijdens de Kerstdagen. Na de geweldige klassieker in een zeer Nederlands jasje Notenkraker en Muizenkoning is dit jaar Coppelia hernomen. De eigentijdse én eigenwijze productie uit 2008 lijkt geïnspireerd door het werk van kinderboekenschrijver Dr. Seuss en is het zien meer dan waard. Al worden de dansers van het Nationale Ballet niet bepaald uitgedaagd, maar een feestje is het zonder meer. 

Daar waar de muziek van Tsjaikovski voor Notenkraker en Muizenkoning alom bekend is en vrijwel iedereen bij het horen van de naam van de componist genoeg weet, ligt dat met de Franse componist Delibes toch een tikkeltje anders. Hoewel de muziek van balletklassieker Coppelia vast tot herkenning leidt, komt deze herkenning niet in de buurt van de universeel bekend muziek van Tsjaikovski. Léo Delibes (1836-1891) is een tijdgenoot van Tsjaikovski en net als hij een kind van de Romantiek. Mooie en meeslepende melodieën die zich uitstekend lenen voor een klassiek ballet. Het verhaal van Coppelia draait om de geliefden Swanilda en Franz – in de productie van het Nationale Ballet bekend onder de meer bij deze tijd passende namen Zwaantje en Frans – wiens liefde danig op de proef gesteld. Uiteraard door een liefdesconcurrent, maar niet in bekende zin van het woord. In Coppelia draait het om de gelijknamige pop die het geesteskind is van Dr. Coppelius en die Frans tracht te verleiden. Het oorspronkelijke verhaal over de poppenmaker Dr. Coppelius is in de versie van het Nationale Ballet vertaald naar een modernere setting, vast en zeker ook met het oog op het familievriendelijke karakter van de voorstelling. Dus Frans is opeens een sportleraar terwijl Zwaantje in een – hoe hip! – juicebar werkt. Dr. Coppelius heeft nu geen speelgoedwinkel meer, maar is heer en meester van een kliniek waar bij de beau monde van het tuttige dorp van Zwaantje en Frans mooi maakt in de eeuwige queeste te beantwoorden aan het schoonheidsideaal. De boodschap voor de zaal is daarmee helder. 

Dr. Seuss?
Wat opvalt aan deze productie is de heerlijke look and feel van het geheel. Het prachtige ontwerp van decor en kostuums van de hand van helaas wijlen Sieb Posthuma (1960-2014) is een lust voor het oog. De cartoonachtige uitstraling verhoogt het kijkplezier en geeft de gehele productie schwung. Het doet daarbij denken aan de stijl van de illustraties behorend bij de verhalen van de Amerikaanse kinderboekenschrijver Dr. Seuss (pseudoniem van Theodor Seuss Geisel). De schrijver van onder andere The Cat in the Hat, Horton Hears a Who! en How the Grinch Stole Christmas is al ruim 25 jaar geleden overleden, maar die stijl is tijdloos en is zeer herkenbaar in het werk van Posthuma. Het werk krijgt – mede door de humoristische regie – een vrolijk en grappig karakter dat de kwaliteit van de productie zeer ten goede komt. Daarbij heeft het relatief korte werk (drie aktes van telkens een half uur) vaart. In de eerste akte wordt de liefde van Zwaantje en Frans neergezet en Dr. Coppelius en zijn magische creatuur Coppelia geïntroduceerd terwijl in de tweede akte Frans naar de kliniek van Dr. Coppelius wordt gelokt voor een snood experiment. Gelukkig wordt hij gered door Zwaantje en haar vriendinnen, terwijl Coppelia in de mêlee onklaar wordt gemaakt. De slotakte draait om het huwelijk van Zwaantje en Frans waar Coppelia – ware zij een slechte horrorfilm – samen met Dr. Coppelius nog één keer haar opwachting maakt. Het gekke daarbij is dat ongeveer halverwege die akte het verhaal echt klaar is, maar dan nog een aantal solo’s en duetten van Zwaantje en Frans volgen. Daardoor loopt de productie tegen het einde een beetje weg, maar dat is inherent aan dit ballet en niet vanwege de heerlijke productie. 

Weinig spierpijn
Hoewel er op hoog niveau wordt gedanst en de productie als geheel een lust is voor het oog én – dankzij het energiek spelende Balletorkest – het oor kan de indruk niet weggenomen worden dat we hier niet met de meest complexe choreografie van doen hebben. De immer uitstekend dansende dames en heren van het Nationale Ballet zullen na afloop van deze voorstelling vast en zeker minder spierpijn hebben dan bij menig andere productie. Dit overigens in markante tegenstelling met het publiek dat op gaandeweg de voorstelling bij werkelijk ieder poep en scheet van de dansers ging applaudisseren. Dat sommige leden van het publiek zonder blaren het theater verlieten mag een wonder heten. Dat gezegd hebbende waren de solisten - zoals gebruikelijke bij het Nationale Ballet - van hoog niveau. Met name de immer blije Remi Wörtmeyer als Frans en zeker Michaela DePrince als Zwaantje en Jared Wright als de snode Dr. Coppelius. Hoewel Notenkraker en Muizenkoning het karakter van de feestdagen het beste benadert, is Coppelia een erg fijne en vooral vermakelijke productie die ongetwijfeld de grote schare bezoekers een heerlijke invulling van de feestdagen bezorgt. 


Van 10 december 2016 t/m 1 januari 2017 herneemt Het Nationale Ballet de eigen productie van Coppelia met choreografie van Ted Brandsen die in 2008 in première is gegaan. Muzikale begeleiding door Het Balletorkest onder leiding van Koen Kessels. Meer informatie en kaarten bestellen hier. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen