zondag 25 januari 2015

Opera 25 januari 2015: Close Encounters of the Don Giovanni Kind


Don Giovanni
(Wolfgang Amadeus Mozart, 1756-1791)

Duncan Rock, Don Giovanni
Piotr Micinski, Leporello
Renate Arends, Donna Elvira
Vili Gospodiva, Donna Anna
Yves Saelens, Don Ottavio
Jaco Huijpen, Il Commendatore
Marina Zyatkova, Zerlina
Jan Szurgot, Masetto

Eva Buchmann (regie)
Jan Willem de Vriend (dirigent)
HET Symfonieorkest | Orkest van het Oosten
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Jan Willem de Vriend en Eva Buchmann zetten een puike Don Giovanni neer waarbij het publiek bijkans op schoot zit bij de musici en solisten. En dat is geen straf, maar volop genieten!

Don Giovanni (1787) is één van die opera's waarbij het muzikale genie van Wolfgang Amadeus Mozart ervan af spat. Van de enerverende ouverture tot de laatste krachtmeting tussen Don Giovanni en Il Commendatore die de rillingen over je rug doen gaan en alles wat er tussenin zit. Bijzondere is dat de prachtige ouverture pas op het allerlaatste moment - de musici zatten bijkans al klaar voor de première - door Mozart bij elkaar is gecomponeerd en daarmee tegelijkertijd een voorbeeld van diens genialiteit als zijn gebrekkige planning. Gek genoeg gaat Mozart na de hellegang van Don Giovanni nog even door met een gezellig terugblikkend ensemble waar het moraal van het verhaal nog even uit de doeken wordt gedaan. In de uitvoering onder leiding van Jan Willem de Vriend kan het ensemble vervroegd de kleedkamers in en zijn de angstkreten van Don Giovanni en diens trouwe hulpje Leporello het laatste wat het publiek zal horen. En daar valt eigenlijk wel wat voor te zeggen, hoewel natuurlijk altijd opgepast moet worden wanneer voor de componist wordt gedacht, zeker bij een componist als deze. Maar dat is niet de enige innovatie die De Vriend doorvoert. Samen met regisseur Eva Buchmann heeft De Vriend de enscenering drastisch omgegooid. 

Bijna op schoot 
Stralend middelpunt is het kleinschalige HET Symofieorkest, ook bekend als het Orkest van het Oosten. Een middelpunt niet alleen in artistieke, maar ook in letterlijke zin. Want De Vriend en Buchmann kiezen ervoor om orkest, enscenering en publiek gezamenlijk op het podium te zetten. Een basale enscenering omringt het orkest terwijl de enscenering weer wordt omringd door het publiek. Zo zit je bijkans bij het orkest op schoot en kun je de solisten van wel heel dichtbij meemaken. In één geval leidde een te hoge stellage en een te korte jurk van Zerlina (Marina Zyatkova) tot blozende blikken bij een mannelijke bezoeker die zich daarna vooral voornam om niet meer richting Zerlina te kijken. Hoewel de niet-geplaceerde plekken (natuurlijk) voor wat onrust zorgden onder het publiek, werkt deze enscenering uitstekend. Juist omdat De Vriend kiest voor de kleinschalige "authentieke" bezetting, dus meer in de lijn van Gardiner en Jacobs dan Giulini en Böhm, werkt dit des te beter. De dramatiek van de muziek en het opwindende karakter ervan komen daardoor helemaal tot uiting. Vervolgens blijkt ook nog eens dat De Vriend een goede hand heeft in de keuze van solisten die eigenlijk stuk voor stuk uitstekend werk afleveren. Even was er een angstig moment toen De Vriend - nadat de voorstelling al wat vertraging had opgelopen - meldde dat zijn Don Giovanni (Duncan Rock) hem die ochtend had laten weten dat de griep van de avond ervoor zich had doorgezet wellicht het voortijdige einde van deze uitvoeringen kon betekenen. Echter koos Duncan Rock ervoor om toch het podium te betreden. Ietwat lijkbleek en zwetend stortte hij zich vol overgave in de rol en op een wat kleiner volume (dan normaal?) na was er van die griep niet veel te merken. Hoogtepunt was de wijze waarop Piotr Micinski grappig gestalte gaf aan het hulpje van de Italiaanse versie van Don Juan. Want deze Don Giovanni is natuurlijk op de befaamde Don Juan gebaseerd en breekt menig vrouwenhart waarbij collateral damage hem om het even is. Zo om het even dat in de eerste scène de vader van Donna Anna, Il Commendatore, fataal wordt verwond door Don Giovanni wanneer hij hem met zijn dochter betrapt. Don Giovanni zal dit uiteindelijk met de dood moeten bekopen wanneer Il Commendatore als naargeestige fantoom terugkeert om Don Giovanni mee te slepen naar de hel.

Zuiderstrandtheater
Dit alles vond plaats in het nieuwe doch tijdelijke Zuiderstrandtheater dat prachtig gelegen is aan de Scheveningse Haven. Dit theater is het tijdelijke onderkomen van het Residentie Orkest, waar De Vriend als chef-dirigent aan is verbonden en het Nederlands Dans Theater. Een onderkomen dat nodig was vanwege de ontwikkeling van het Spuiforum op de plek van de Dr. Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater. Inmiddels zijn de (omstreden) plannen voor het Spuiforum in de prullenbak beland, maar zal er nog steeds een broodnodig nieuw cultureel centrum aan het Spuiplein verrijzen dat niet alleen het Residentie Orkest en NDT, maar ook het Conservatorium zal huizen. De nieuwe plannen betekenen wel dat het Zuiderstrandtheater een jaar later dan gepland door deze instellingen wordt gebruikt wat dus ruimte geeft voor andersoortige programmering zoals deze Don Giovanni. En dat is voorwaar geen straf, want met deze puike uitvoering van Don Giovanni worden meteen de mogelijkheden van het Zuiderstrandtheater inzichtelijk. Net zoals de vorige uitvoeringen maakt deze enscenering het niet echt mogelijk om boventiteling te gebruiken. En hoewel dat normaliter best jammer is, versterkte ook deze keuze de band tussen publiek en muziek. Het enige jammere aan deze enscenering is dat de speellijst een stuk langer had mogen zijn, want dat verdienen musici, solisten, het duo De Vriend/Buchmann en natuurlijk het genie van Mozart zonder enige twijfel!

Oordeel FerdiBlog: *****


Deze speciale enscenering van Mozart's 'Don Giovanni' had haar première bij Opera St. Moritz in Zwitserland en was in januari in Nederland te zien. Op 17 en 18 januari in De Spiegel te Zwolle, 20 en 21 januari in Carré te Amsterdam en op 24 en 25 januari in het Zuiderstrandtheater te Den Haag. Deze recensie is op basis van de voorstelling van 25 januari.

woensdag 21 januari 2015

Concert 15 januari 2015: Gatti strikes back met een ingetogen, maar vlammende Derde van Mahler

Gatti tijdens de repetitie met het KCO, gevolgd door Nieuwsuur
Mahler: Symfonie Nr. 3

Christianne Stotijn, mezzosopraan
Groot Omroepkoor (dames)
Nationaal Kinderkoor

Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Met een Derde Symfonie van Mahler waar de spanning werkelijk van afdroop liet Gatti, na een eerdere grillige vuurdoop, horen waarom hij terecht de opvolger van Mariss Jansons bij het Koninklijk Concertgebouworkest is. 

Zodra Mariss Jansons aangaf dat hij met ingang van het volgende seizoen afscheid zou nemen als chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) vlogen de namen je om de oren. Namens zoals Iván Fischer, Andris Nelsons en Daniele Gatti die overigens ook voor dit nieuws al rondgingen. Want de broze gezondheid van de huidige Amsterdamse maestro gaf daar zonder meer aanleiding toe. Uiteindelijk werd het – sneller dan verwacht – dan toch de Italiaan Daniele Gatti (1961). Gatti die de eer heeft om na Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly en Mariss Jansons aan te treden als de zevende chef-dirigent in het ruim 125-jarige bestaan van dit eerbiedwaardige orkest. De reacties waren gemengd en veelal was te horen dat het een ‘te veilige keuze’ betrof. En ook de eerste concerten met Gatti op de bok bij het KCO na de bekendmaking onderstreepten die controverse. Met name zijn vuurdoop met de Zesde Symfonie van Mahler was een bron van grote onmin in recenserend Nederland. Zo waren de Volkskrant en NRC (en ondergetekende) totaal niet overtuigd met respectievelijk 2 en 3 sterren, maar was de recensent van Trouw blijkbaar bij een compleet ander concert en beloonde Gatti met het maximale aantal sterren. Ook bij een volgend concert met werk van o.a. Alban Berg wist Gatti niet volledig te overtuigen. Had het KCO een kat in de zak gecontracteerd?

Ingetogen en vlammend
Gelukkig voor het KCO liet Gatti zijn eerder bij het KCO getoonde kwaliteiten volledig zien in een ingetogen, maar vlammende uitvoering van de Derde Symfonie van Gustav Mahler (1860-1911). Opvallend was hoezeer Gatti genoot van de muziek en het orkest op sleeptouw nam in dit niet meteen toegankelijke muzikale epos. Want een epos is het zeker. Met een duur van gemiddeld één uur en drie kwartier is dit de langste symfonie uit het oeuvre van Mahler en sowieso één van de langste symfonieën in het repertoire. Gek genoeg is de bezetting van deze symfonie kleiner dan bijvoorbeeld de Tweede en Achtste Symfonie, maar Mahler vraagt wel om twee koren en een solist die al met al slechts een kwartier wat te doen hebben. Zo stonden daar de dames van het Groot Omroepkoor , het Nationaal Kinderkoor en mezzosopraan Christianne Stotijn toch een groot deel van de uitvoering wortel te schieten. Maar de momenten dat zij los konden gaan, waren dan ook prachtig hoewel de soms wat overtrokken dictie van Stotijn een tandje minder had gemogen. Het knappe aan de gehele uitvoering was dat Gatti het werk ongelooflijk ingetogen liet spelen, maar op de juiste momenten de dynamiek tot zijn recht liet komen. Daardoor werd deze moeilijk te vatten hymne aan de natuur en geïnspireerd door Des Knaben Wunderhorn en Nietzsche’s Also Sprach Zarathustra een zeldzaam gehoorde eenheid waar orkest en dirigent zich van hun beste kant lieten zien. En hoogtepunten ook daadwerkelijk zo voelden. Daarbij mag overigens de eenzame posthoorn die zich voor het derde deel ergens in het Concertgebouw als individueel fernorchester had laten posteren en een magistrale solo ten gehore gaf zeker niet onbenoemd blijven. 

De muzikale Monica Seles
Gatti – eerder deze week nog te zien in een interview bij Nieuwsuur waarbij Twan Huys helaas niet veel verder kwam dan de obligate vragen – heeft met deze uitvoering zonder meer revanche genomen voor zijn hobbelige start bij het KCO. En passant heeft hij laten zien – wat overigens al eerder het geval was met uitstekende uitvoeringen met het KCO van Mahler’s Vijfde en Negende Symfonie- dat het absolute kernrepertoire in goede handen is bij hem. Het is nu aan Gatti én het KCO om dit succes uit te bouwen en niet alleen bij de bekende showstoppers een volledig uitverkochte Grote Zaal van het Concertgebouw te veroorzaken, maar ook de weg te leiden naar al die andere muziek die de wereld rijk is. Daarbij past wel een waarschuwing aan het adres van Gatti. Hij heeft nogal de neiging om in the heat of the moment met de muziek mee te grommen of zoals bij dit concert zelfs mee te zingen. Dit was schijnbaar voor het publiek op de eerste rijen niet bepaald een feestje. En laten we wel wezen: niemand heeft behoefte aan een muzikale versie van voormalig en luidruchtig toptennisser Monica Seles.

Oordeel FerdiBlog: ****½

Op 15 en 16 januari 2015 voert het Koninklijk Concertgebouworkest de Derde Symfonie van Gustav Mahler uit onder leiding van aankomend chef-dirigent Daniele Gatti. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 15 januari 2015. Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het nieuwe online magazine. Met enige regelmaat zullen culturele recensies ook daar gepubliceerd worden.

Lees hier de recensie van de uitvoering door Gatti en het KCO van de Zesde Symfonie van Mahler.

zondag 18 januari 2015

Alles of niets: 'Caesar. Life of a Colossus' van Adrian Goldsworthy


Veni, vidi, vici was niet alleen het devies van Julius Caesar, maar is ook zonder meer van toepassing op de indrukwekkende en alomvattende biografie door Adrian Goldsworthy van één van de grootste namen uit de wereldgeschiedenis.

Historicus Adrian Goldsworthy (1969) stelt niet onterecht dat Julius Caesar zonder twijfel één van de meest bekende namen uit de wereldgeschiedenis is die ook vandaag de dag nog bijna universeel gekend is. Daarmee behoort Caesar tot een uiterst selecte club die onder andere Alexander de Grote, Napoleon en Hitler beslaat. Andere kanshebbers voor deze inner circle zijn Cleopatra, Marcus Antonius, Augustus en Nero. Niet geheel toevallig de minnares, trouwe adjudant, erfgenaam en verre nazaat van diezelfde Caesar. Het leven van Caesar (100 - 44 v. Chr) is daarom onderwerp van vele biografieën, maar was (en is) tegelijkertijd voor velen ook een inspiratiebron: van het toneelstuk Julius Caesar van William Shakespeare tot de HBO-serie Rome. Goldsworthy, gespecialiseerd in de historie van het oude Rome, doet ook zijn duit in het zakje met een alomvattende biografie waar zowel Caesar als generaal, staatsman en politicus Caesar aan bod komt. Overigens komt de militaire historicus in Goldsworthy ook uitgebreid naar boven wat voor de algemeen geïnteresseerde niet altijd even behulpzaam is, maar desalniettemin de pret niet mag drukken.

Het sleutelmoment van de Gallische campagne
Hoewel Gaius Julius Caesar afstamde van onder andere de clan van de Julii en daarmee  - volgens overlevering - afstammeling van de godin Venus was deze clan weliswaar oud en nobel, maar niet meer zo prominent als sommige andere families. Net zoals andere zonen van de oude families was een carrière als magistraat in de Romeinse Republiek de aangewezen weg voor Caesar. De opkomst van dictator Sulla gooide roet in het eten, maar na de terugkeer naar de Republiek kon ook Caesar, onder Sulla nog persona non grata, zijn carrière weer hervatten. Een carrière waarbij hij het aanknopen van relaties tot een kunst verhief, zowel op zakelijk als seksueel vlak. In al zijn (grote) ondernemingen lijkt het uitgangspunt voor Caesar zonder twijfel 'alles of niets'. Door - in eerste instantie als junior partner - een verbond te sluiten met de grote militaire held Pompeius en de rijke Crassus ontstaat het eerste (informele) triumviraat dat de zaken in de Romeinse Republiek voor een groot deel bestiert. Het volgende triumviraat zal bestaan uit zijn erfgenaam Octavianus, Marcus Antonius en Lepidus en uiteindelijk leiden tot het Romeinse Keizerrijk onder diens eerste keizer Augustus. Door het triumviraat krijgt Caesar de Gallische provincies onder zijn hoed als gouverneur. In die periode zal hij het tot dan toe nog niet aan Rome toebehorende Gallië (het hedendaagse Frankrijk en België) aan zich onderwerpen en duurzaam onder de heerschappij van Rome brengen. Een heerschappij die pas bij de val van het West-Romeinse Rijk in 467 na Christus definitief voorbij zal zijn. Ook zal hij twee keer het Kanaal oversteken en de Zuidkust van het huidige Engeland binnenvallen en zo de grenzen van Rome nog verder oprekken dan ooit voor mogelijk was geleken. Overigens toont Goldsworthy overtuigend aan dat deze laatste prestatie van Caesar vooral meer marketing was dan structurele winst, want het leven ging aan de overkant van het Kanaal na het vetrek van Caesar gewoon door en pas zijn verre opvolger Claudius zou een deel van het huidige Groot-Brittannië voegen bij het Romeinse Rijk. Maar de campagnes in Gallië, overigens prachtig omschreven in Caesar's eigen woorden in diens Commentarii de Bello Gallico, leverden Caesar de faam op om een belangrijke, zo niet belangrijkste man in de Romeinse Republiek te worden. Tegelijkertijd maakte de oorlogsbuit hem de rijkste man in Rome terwijl hij met schulden overladen naar Gallië was vetrokken. Gallië is daarmee hèt sleutelmoment in de carrière van Caesar en het voorbeeld hoe hij ging voor alles of niets.

Van dictator tot stichter van het Keizerrijk
Het knappe aan de biografie van Goldsworthy is dat hij de carrière van Caesar nadrukkelijk plaats in de context van zijn tijd en daarmee zijn acties (en wreedheid) ook relativeert. Althans in relatie brengt tot zijn tijdgenoten. In alles merk je dat Goldsworthy gepoogd heeft - met inbegrip van de toch beperkte bronnen over het leven van Caesar - een objectieve biografie te schrijven. Ook neemt Goldsworthy heel bewust afstand van het uitgangspunt dat alle acties van Caesar altijd gericht waren op de almacht binnen de Romeinse Republiek en daarmee de grondlegging van het het Romeinse Keizerrijk dat nog ruim vier eeuwen zou voortduren. Goldsworthy maakt duidelijk dat de vijanden van Caesar ook niet stil zaten en zo mede verantwoordelijk waren voor het creëren van de situatie waarbij Caesar met zijn legioenen de grens van Italië - het nog altijd onvindbare riviertje de Rubicon - overstak en daarmee een point of no return voorbij ging omdat het onwettig was om als legeraanvoerder met je leger Italië in te trekken. Ook op dat moment was het voor Caesar alles of niets en is zijn befaamde uitspraak Alea iacta est ("De teerling is geworpen") zonneklaar. Diens oversteek zou leiden tot een burgeroorlog waarbij Caesar, niet altijd verwacht, het definitief won van de grote militaire held Pompeius waarvan Goldsworthy stelt dat deze veel te voorzichtig handelde en zo zichzelf ook ten val bracht. Het andere lid van het triumviraat Crassus was al voor de burgeroorlog gedood door de Parthen, terwijl de vluchtende Pompeius zijn toevlucht zocht in Egypte en daar gedood werd in naam van de jonge broer van Cleopatra. De veldslagen waarmee Caesar definitief zijn heerschappij over Rome vestigde worden - net als de Gallische veldslagen - met gevoel voor detail door Goldsworthy beschreven. Fans van militaire geschiedenis zullen die met plezier lezen, hoewel de algemene lezer vast niet altijd de gedachte kan weerstaan dat het op zich ook wel een tandje minder had gekund in het boek. Laat overigens duidelijk zijn dat Goldsworthy een knap staaltje aflevert door alle facetten van het leven van Caesar in goede balans en prettig lezende narrative samen te brengen. Want ook zijn beschrijving van de laatste jaren van Caesar als dictator tot die beruchte Iden van Maart en diens bijna iconische dood aan de hand van de messteken van de nobele senatoren van Rome zullen weinigen met enige interesse in geschiedenis onberoerd laten. 

Oordeel FerdiBlog: ****½

'Caesar. Life of a Colossus' van Adrian Goldsworthy is in 2006 door Orion Books uitgegeven. Bestellen kan hier. Er is ook een Nederlandse vertaling van Ambo|Anthos verkrijgbaar. 

dinsdag 13 januari 2015

Tour de Napoleon: 'Napoleon. De Schaduw van de Revolutie' van Bart van Loo


Bart van Loo schrijft met Napoleon. De Schaduw van de Revolutie misschien wel de beste introductie op het leven van Napoleon én de Franse Revolutie. Napoleon zelf zal er wat minder blij mee zijn geweest…

Napoleon Bonaparte (1769-1821) is net als Alexander de Grote en Julius Caesar één van die zeldzame historische figuren die blijvend fascineren en universeel bekend zijn. En in tegenstelling tot die twee andere grote namen uit de twintigste eeuw, Hitler en Stalin, mag deze fascinatie omslaan in bewondering. Zeker in Frankrijk zelf is de bewondering voor Napoleon nog altijd groter dan de afschuw ondanks de verwoesting van levens en eigendom die zijn oorlogen teweeg hebben gebracht. Alleen in een land als Frankrijk kan een (toenmalig zittend) premier koketteren met deze voorliefde. Want niet alleen schreef Dominique de Villepin enkele (hoog aangeschreven) boeken over Napoleon, ook een buste van de grote kleine man leukte zijn werkplek op. De Vlaamse kenner van Frankrijk Bart van Loo (1973) doet ook een duit in het overvolle zakje van Napoleon-boeken, maar steekt zijn weerzin tegen Napoleon niet bepaald onder stoelen of banken. Dat hij desondanks een aanvulling op het repertoire geschreven heeft strekt hem, maar zeker ook zijn onderwerp tot eer.

De propaganda van Napoleon
Bart van Loo heeft zijn fascinatie voor Frankrijk in het algemeen en Napoleon in het bijzonder omgezet in een echte rollercoaster van een boek. Een lezer met enige interesse in Frankrijk en Napoleon zal het moeilijk vinden om dit flamboyant geschreven boek weg te leggen. Van Loo is een gepassioneerd schrijver en aangezien het geen wetenschappelijke biografie betreft, geeft hij zich volledig over aan zijn onderwerp én zijn vooringenomenheid over dat onderwerp. Want het is vanaf het begin duidelijk dat Van Loo weinig opheeft met de adoratie die Napoleon, bijna tweehonderd jaar nadat hij definitief bij Waterloo werd verslagen, nog altijd ten deel valt. Zijn missie is daarom om de mens achter de mythe te ontrafelen en die menselijkheid neemt Van Loo bij tijd en wijle dan ook zeer letterlijk. Niet alleen de veldslagen – o.a. Toulon, Piramiden, Marengo, Austerlitz, Moskowa en natuurlijk Waterloo - waar Napoleon’s roem op is gebouwd en die menig Fransman nog uit zijn hoofd kan afratelen komen aan bod, maar ook zijn liefdesleven en grote gevoel voor (eigen) propaganda. De kleinzieligheid van deze eveneens kleine man, maar ook zijn puppyverliefdheid worden door Van Loo flink uitgemeten. Ditzelfde geldt overigens ook voor de wijze waarop Napoleon propaganda wist te bedrijven en daarmee zijn tijd ver vooruit was. Veldslagen worden ook gewonnen in de beeldvorming, zeker wanneer je ze eigenlijk verloren hebt of één van je generaals eigenlijk een grotere rol speelde. Hoewel de Slag bij de Piramiden op zich door Napoleon werd gewonnen, was het vervolg een drama, maar door positieve berichten vooruit te sturen en terug te snellen naar Parijs kon Napoleon grote schade voor zichzelf voorkomen. Een geschiedenis die zich met zijn mislukte veldtocht tegen Rusland overigens herhaalde.

De schaduw van de Franse Revolutie
De meerwaarde van Van Loo’s beschouwing van Napoleon ligt – naast het uitspitten van de minder bekende elementen – toch vooral in de relatie die wordt gelegd tussen de opkomst van Napoleon en de Franse Revolutie. De ondertitel De schaduw van de Revolutie is veelzeggend. Van Loo betoogt dat de Franse Revolutie (en de tirannieke uitkomst ervan) bepalend is geweest om iemand als Napoleon uiteindelijk Frankrijk om te kunnen laten vormen naar een keizerrijk. Juist de natuur van die revolutie en de rol van het volk zijn daarbij belangrijke elementen geweest voor Napoleon om zijn populariteit en (daadwerkelijke) militaire overwinningen om te zetten in persoonlijke macht. Daarom besteedt Van Loo in zijn boek ook veel pagina’s aan het verhaal van de Franse Revolutie en diens hoofdrolspelers zoals Talleyrand en Fouché (later resp. ministers van Buitenlandse Zaken en Politie onder Napoleon). Ook de niet geheel van sympathie gespeende Lodewijk XVI en zijn Marie Antoinette komen voorbij. Daarmee is Van Loo’s boek ook een heerlijke en redelijk omvattende introductie en toelichting op de Franse Revolutie. Een introductie die – zeker in het Nederlandstalige gebied – node werd gemist. Des te knapper wanneer je beseft dat Van Loo zowel het verhaal van de Franse Revolutie als het leven van Napoleon in 450 pagina’s afrondt. Het helpt daarbij dat Van Loo geen wetenschappelijk verantwoord werk heeft geschreven en dus zelf kiest wat er wel of niet aan de orde komt. Wie bijvoorbeeld wil lezen hoe Napoleon een einde maakte aan de duizendjarige Meest Serene Republiek van Venetië moet vooral een ander werk over Napoleon erop na slaan. Grote kans overigens dat dit boek juist voor lezers het startpunt vormt voor het lezen van meerdere bijdragen uit de enorme canon van Napoleon en aan Napoleon gerelateerde boeken. 

Meer dan een karikatuur
Ondanks het voornemen van Van Loo om een niet al te positief beeld van Napoleon te schetsen en de mythe van de man te scheiden, lukt dit hem maar deels. En dat is maar goed ook, want een boek dat slechts negatief is over één van de grote figuren in de wereldgeschiedenis heeft net zo weinig toe te voegen als een hagiografie over dezelfde Napoleon. Enige bewondering kan niemand vreemd zijn wanneer je kennis neemt van deze Tour de Napoleon en daarmee het militaire genie van Napoleon, het feit dat hij een land dat verscheurd werd door de Revolutie nieuw leven inblies en door diens Consulaat (1799-1804) en Keizerrijk (1804-1815) een erfenis van achterliet dat Frankrijk (en Europa) tot op de dag van vandaag zowel in aanzicht, wetgeving en cultuur nog steeds beïnvloedt. Sir Arthur Conan Doyle had het bij het goede eind toen hij stelde: ‘He was a wonderful man – perhaps the most wonderful man who ever lived. What strikes me is the lack of finality in his character. When you make up your mind that he is a complete villain, you come on some noble trait, and then your admiration of this is lost in some act of incredible meanness.’

Oordeel FerdiBlog: ****½

‘Napoleon. De schaduw van de revolutie’ van Bart van Loo is recent uitgegeven dor De Bezige Bij Antwerpen. Bestellen kan hier

Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het nieuwe online magazine. Met enige regelmaat zullen culturele recensies ook daar gepubliceerd worden.

zondag 4 januari 2015

Een lastig verhaal: 'De Scharlaken Stad' van Hella Haasse


Hella Haasse vond ruim zestig jaar geleden de inspiratie voor haar vierde roman in de intriges van het Pauselijke Rome en de familie Borgia. Hoewel een lastig verhaal voor hoofdpersoon en lezer intrigeert De Scharlaken Stad nog steeds. 

De familie Borgia staat synoniem voor verdorvenheid want incest, overspel en moord waren deze familie niet vreemd. Toch is het deze familie gelukt om zowel in de persoon van Alfonso Borgia als Rodrigo Borgia het hoogste morele gezag te verwerven: het pontificaat. Als Paus Alexander VI (1492-1503) wist pater familias Rodrigo Borgia de rijkdom en macht van zijn familie uit te breiden en tal van familieleden tot kardinaal te benoemen. Zijn kinderen Cesare en Lucrezia zijn de andere bekende leden van de Borgia-stam waarbij de eerste voor Machiavelli in diens De Heerser (Il Principe) alle kenmerken vertoonde van de ideale vorst, maar in zijn tijd vooral berucht was om diens wreedheid en de sterke geruchten over een incestueuze relatie met zijn zus Lucrezia. Niet voor niets vormde deze familie de inspiratie voor Showtime om een (historische niet erg correcte en sensatiebeluste) televisieserie aan The Borgias te wijden. Hella Haasse (1918-2011) vond meer dan zestig jaar geleden voor haar vierde roman ook haar inspiratie bij de familie Borgia. Niet om een smeuïg verhaal te vertellen over overspel, moord en incest (hoewel hier zonder meer aan gerefereerd wordt), maar het verhaal te vertellen van Giovanni Borgia. De zoon van... wie eigenlijk? Via de zoektocht van deze Giovanni geeft Haasse een rijkgeschakeerd beeld van het Italië en bovenal het Pauselijke Rome van de zestiende eeuw. 

De wereldlijke macht van de Paus
Het leven voor de jonge Giovanni is een lastig verhaal. Opgegroeid onder de vleugels van Cesare Borgia op het toppunt van de macht, rijkdom en roem van het Borgia-geslacht heeft hij tevens de neergang van de familie Borgia meegemaakt. Een neergang die zich vrijwel meteen na het overlijden van Paus Alexander VI inzette. Want in tegenstelling tot de hedendaagse Paus beschikten de pausen van weleer niet alleen over geestelijke, maar ook wereldlijke macht. Een groot deel van (het toen nog lang niet een eenheid vormende) Italië werd beheerst door de Pauselijke Staat terwijl het andere deel van Italië werd beheerst door stadsstaten zoals Milaan, Florence en Venetië. Ook vormde Italië een battleground voor het Heilig Roomse Rijk en de Franse koningen. In al die wisselende allianties speelde de geestelijke én wereldlijke macht van de Paus een belangrijke rol. Niet voor niets dus dat een Paus zijn familie tot grote rijkdom en macht kon brengen. Maar ook niet zo vreemd dat bij de overgang naar Julius II de familie Borgia in één klap het grootste deel van hun macht en rijkdom verloren. Ook als tegenreactie op de Borgia-corruptie. In De Scharlaken Stad vertelt Haasse vanuit diverse gezichtspunten niet alleen het verhaal van de jonge Giovanni die op zoek is naar zijn ware identiteit, maar ook de verwikkelingen rondom Rome en het Italië van de zestiende eeuw. Zo schetst de briefwisseling tussen Niccolo Machiavelli en de Florentijnse politicus Francesco Guicciardini de geopolitieke context van het verhaal. Tegelijkertijd wordt deze context verder ingevuld door het gezichtspunt van Vittorio Colonna, vrouw van de Markies van Pescara en belangrijke legeraanvoerder van het Heilig Roomse Rijk. Zijdelings komt ook nog Michelangelo aan bod, hoewel zijn bijdrage aan het verhaal wat vreemd aandoet en soms lijkt alsof het gekozen is om ook zijn bekende werken een plek te geven. 

Borgia of Farnese
De Scharlaken Stad is niet alleen het lastige verhaal van Giovanni die op zoek is naar zijn roots waarbij het zomaar kan zijn dat hij de zoon of kleinzoon is van Paus Alexander VI waarbij er tevens wel of niet sprake kan zijn geweest van incest of dat hij helemaal geen Borgia is, maar wellicht zelfs een Farnese. Het is ook een lastig verhaal voor de lezer. De context van De Scharlaken Stad en de zoektocht van Giovanni maken dit een intrigerende roman, maar door de verschillende perspectieven die ook binnen het perspectief van verhaalvorm wisselt en het wat archaïsch taalgebruik gecombineerd met lange zinnen, maken dit niet het meest toegankelijke werk van Haasse. Een makkelijk weglezende pageturner is het niet en enige kennis over de Italiaanse geschiedenis kan ook geen kwaad. Maar wie bereid is om zich te verdiepen in deze intrigerende roman van Hella Haasse zal zeker niet bedrogen uitkomen. En dat schijnt van de televisieserie over de familie Borgia nou niet bepaald gezegd te kunnen worden... 

Oordeel FerdiBlog: ****

'De Scharlaken Stad' van Hella S. Haasse is in 1952 voor het eerst uitgegeven en is nog steeds in druk bij Querido. Bestellen kan hier.   

vrijdag 2 januari 2015

Bizar, met oog voor detail: 'Geconsumeerd' van David Cronenberg


Het literaire debuut van regisseur David Cronenberg is een bizar maar fascinerend verhaal waar geestelijke en fysieke grenzen worden opgezocht met een soms misselijkmakend oog voor detail. 

De Canadese filmmaker David Cronenberg (1943) is zo’n typische regisseur die in de marge een trouwe fanschare heeft opgebouwd, gezien wordt als een bekende “serieuze” filmmaker, maar wiens films eigenlijk helemaal niet zo bekend zijn. Op The Fly met Jeff Goldblum na is de kans groot dat andere films zoals A Dangerous Method, A History of Violence of eXistenZ de gemiddelde bioscoopbezoeker een ergens vaag wat zeggen. En dan hebben we het ook nog over de meer bekende films van zijn hand. Toch weerhield dit EYE Amsterdam niet om afgelopen zomer een groot retrospectief te wijden aan Cronenberg en diens naamsbekendheid, althans in Nederland, te vergroten. Met Geconsumeeerd gooit David Cronenberg het over een andere boeg en betreedt hij de literaire wereld. Een regisseur die zich opeens een literair licht waant, boeken zijn voor minder met grote scepsis tegemoet getreden.

Oog voor detail
David Cronenberg
Met Geconsumeerd is Cronenberg dichtbij zijn fascinatie als filmmaker gebleven: de fysieke en psychologische grenzen van de mens. In Geconsumeerd gaan concurrenten én minnaars Naomi en Nathan op onderzoek naar het bizarre van de mensheid. Als internetjournalisten zijn ze totaal geobsedeerd door hun apparatuur die de basis voor hun werkzame leven vormt. Het regisseursoog van Cronenberg laat zich hier gelden door extreem gedetailleerde beschrijvingen van o.a. de camera’s, mobiele telefoons en tablets. Niet alleen lijkt het daarom soms of je een script leest, maar is het tevens een uiting van het consumentisme dat één van de hoofdthema’s van het boek is. Niet voor niets gaat Naomi op zoek naar de filosoof Aristide Arosteguy die ervan verdacht wordt zijn vrouw Célestine te hebben omgebracht en vervolgens een deel van haar te hebben opgegeten. Een bizar einde aan de relatie van twee seksueel vrijgevochten marxistische filosofen die menig student “hulp” hebben gegeven op het pad van de seksualiteit en juist naam hebben gemaakt met hun denkbeelden over consumentisme. Naomi zal Aristide uiteindelijk vinden en samen met hem de geestelijke en fysieke grenzen van de mens opzoeken in de schaduw van een groter complot dat zelfs tot Noord-Korea reikt, maar waarvan nooit helemaal duidelijk wordt of het fictie of feit betreft. Terwijl Naomi de donkere krochten van de wereld van Aristide Arosteguy uitdiept verliest Nathan zich in een fotoserie over de obscure chirurg Zoltán Molnár. Dit leidt tot een affaire met een terminale patiënte van Molnár en het oplopen van een zeldzame geslachtsziekte die hem in contact brengt met de ontdekker ervan. Deze dokter Roiphe is bezig met het classificeren van een (veel interessantere!) ziekte die zich manifesteert bij zijn dochter die toevalligerwijs een voormalig studente is van het echtpaar Arestoguy…

Een geslaagd debuut met filmpotentie
Hoewel deze samenvatting (zonder noemenswaardige spoilers overigens) wijst op een wel heel toevallige samenloop van omstandigheden heeft Cronenberg zonder twijfel een geraffineerd debuut geschreven waarmee hij trouw is gebleven aan zijn filmwerk. Geconsumeerd is een bizar verhaal met vulgaire en obscene trekken die vaak shockeren en soms down right misselijkmakend zijn. Maar het verhaal fascineert immer en het onverwachte einde dat misschien zo niet te betitelen is, is onderdeel van deze fascinatie. Bijzondere is overigens ook dat her en der – leuk voor de Nederlandse lezers! – Nederland voorbij komt, maar dan vooral in de vorm van minor characters voor wie of hun situatie het woord sinister lijkt te zijn uitgevonden. 

Cronenberg heeft met Geconsumeerd een geslaagde uitstap gemaakt naar de wereld van de literatuur. Een uitstap waarbij de mate van detail het voor de hand liggend maakt dat Consumed binnen nu en enkele jaren in de bioscoop te zien zal zijn. Met vast en zeker de classificatie voor 16 jaar en ouder.

Oordeel FerdiBlog: ****

‘Consumed’ van David Cronenberg is door Arjaan en Thijs van Nimwegen vertaald en door De Bezige Bij als ‘Geconsumeerd’ in Nederland uitgegeven. Bestellen kan hier

Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het nieuwe online magazine. Met enige regelmaat zullen culturele recensies ook daar gepubliceerd worden.