zaterdag 27 augustus 2011

'Hereniging' van Fred Uhlman


'Hereniging' is een indringende novelle van Fred Uhlman (1901-1985) over een vriendschap tussen twee 16-jarige jongens in de schaduw van het opkomende Nazisme in het Duitsland van 1932. In slechts 96 pagina's laat Uhlman zien dat je niet veel pagina's nodig hebt om veel te zeggen.

De novelle beschrijft, vanuit zijn perspectief, het leven van de Joodse Hans Schwarz in de periode februari tot december 1932. Aan het begin van die periode treedt Konradin, graaf Von Hohenfels, in zijn leven door in zijn klas te komen op het Karl Alexander Gymnasium te Stuttgart. Konradin stamt van een roemrucht Duits adellijk geslacht dat zich kan meten met de Hohenzollerns en de Hohenstaufens. Later in het boek wanneer Hans de opera 'Fidelio' bijwoont, maken Konradin en diens ouders ook hun entree. Alsof de koninklijke familie binnenkomt. Zo is hun status dat de president van de Republiek niet anders kan dan zijn onderdanigheid te tonen. Hans, wiens vader arts is, behoort tot de intellectuele middenklasse en is bovendien Joods. Toch ontstaat spoedig een innige vriendschap tussen de beide jongens die amper een jaar duurt, maar beiden niet onberoerd laat.

Konradin en Hans vinden elkaar in de eenzaamheid die, voor ze elkaar leerden kennen, hun leven kenmerkte. Een gezamenlijke liefde voor cultuur markeert hun vriendschap dat er er uiteindelijk toe leidt dat Konradin ook wordt geïntroduceerd bij Hans thuis. Daar waar Hans' moeder de hoffelijkheid zelve is, schaamt Hans zich enorm voor zijn vader die van trotse inwoner van Stuttgart (en drager van het IJzeren Kruis) verwordt tot een hielenlikkende puber in aanwezigheid van Konradin. Zoals gebruikelijk bij vriendschappen is het ook de bedoeling dat je bij de ander thuis komt. Dit gebeurt, tot grote opluchting van Hans, dan ook, maar nimmer wanneer de ouders van Konradin aanwezig zijn. Bij het eerder genoemde operabezoek wordt Hans pijnlijk bewust van het feit dat dit geen toeval is: hij wordt genegeerd door Konradin en zijn ouders. Uiteindelijk blijkt dat met name de moeder van Konradin het niet kan verkroppen dat haar zoon omgang heeft met een Joodse jongen. Langzamerhand verandert de politieke situatie steeds meer richting het Nazisme en hoewel de ouders van Hans zich volledig Duits achten, en zelf niet van plan zijn Duitsland te verlaten, zorgen ze ervoor dat Hans naar familie in de Verenigde Staten kan totdat de tijdelijke krankzinnigheid van het Duitse volk voorbij is. De ouders van Hans zijn er vast van overtuigd dat de erfgenamen van Goethe en de andere Duitse cultuurdragers op tijd bij zinnen komen. Voor Hans zit er niets anders op dan naar de Verenigde Staten te vertrekken waar hij, tegen zijn zin in, rechten zal studeren en nooit toekomst aan zijn eigenlijke wens: het schrijven van boeken en gedichten.

Met het vertrek van Hans naar de Verenigde Staten eindigt ook de vriendschap met Konradin. Een einde dat ze allebei betreuren. Konradin lijkt overigens in de val van het Nazisme te trappen en geeft hoog op van Adolf Hitler die hij, mede gezien zijn imposante afkomst, heeft ontmoet. Het boek eindigt dertig jaar later met een oudere en wijzere Hans die bij toeval er achterkomt hoe Konradin is geëindigd: hij heeft de Tweede Wereldoorlog, gelijk veel van hun klasgenoten, niet overleefd. Waarom hij om het leven is gekomen, strekt uiteindelijk tot troost voor Hans wiens ouders het verhaal, ondanks hun complete assimilatie in Duitsland, helaas ook niet hebben kunnen navertellen.

'Hereniging' is een prachtige schets van vriendschap in die bizarre historische context. De levensloop van Uhlman bevat vele elementen die in het boek naar voren komen. Uhlman is ook gevlucht voor de opkomst van het Nazisme (maar was toen twee maal zo oud) en kwam via bizarre omwegen terecht in het Verenigd Koninkrijk waar hij, na een afgeronde rechtenstudie, een succesvol schilder werd en schrijver van zijn memoires 'The Making of an Englisman' en tegen het einde van zijn leven de schrijver van deze novelle.

woensdag 24 augustus 2011

'Het Diner' van Herman Koch


Als een MC Hammer hiphop ik achter de trend aan door recent pas 'Het Diner' van Herman Koch te kopen én te lezen. Het boek is sinds 2009 uit en het kan weinigen zijn ontgaan. Het nieuwste boek van Koch, 'Zomerhuis met Zwembad' is inmiddels ook een hit. Gezien het feit dat ik beschik over de 41e druk van 'Het Diner' zijn velen me voorgegaan. Grote kans dat de meeste lezers van mijn blog het boek al gelezen hebben, maar dat weerhoudt me niet om er over te schrijven!

Acteurs die opeens het schrijversbestaan ontdekken, hebben bij mij al snel de schijn tegen, maar na het lezen van 'Het Diner' kan ik niet anders constateren dan dat Koch een goede stap heeft gemaakt. 'Het Diner' is een ontzettend vlot geschreven en erg vermakelijk boek dat bij tijd en wijle hilarisch begint ( 'de pink van de gerant' is een prachtige aanknopingspunt om een aantal gebruiken in de betere restaurants aan de kaak te stellen) en uitmondt in een bizarre situatie met een onverwacht einde waarbij moraal onder druk van de realiteit geen stand houdt.

'Het Diner' gaat over twee echtparen die uit eten gaan. Het boek is in vijf delen verdeeld waarbij ieder deel als een gang bij een diner is betiteld. Paul Lohman, de 'verteller' van het boek, is samen met zijn vrouw Claire en zijn broer Serge en diens vrouw Babette uit eten in een hip restaurant in Amsterdam. Het is vanaf het begin duidelijk dat het tussen de broers niet botert. Serge is een bekend politcus, leider van de oppositie en kanshebber om de volgende premier te worden. Gezien de referenties aan Bush, een stuntelige minister-president (Jan-Peter Balkenende) ligt de suggestie niet ver weg dat het hier gaat om een figuur die geïnspireerd is door Wouter Bos. Gaandeweg het boek kom je, onder andere via flashbacks, steeds meer te weten over het leven van Paul, Claire, Serge en Babette terwijl je eveneens meer te weten komt over de reden waarom de vier samen eten. Ze zijn samen om een probleem rondom hun kinderen te spreken: Michel (van Paul en Claire) en Rick (van Serge en Babette). Daarbij speelt ook de geadopteerde zoon van Serge en Babette, Beau, een sinistere rol die hem uiteindelijk zal opbreken. Zonder al te veel te verraden kan gezegd worden dat Rick en Michel iets op hun geweten hebben dat te hufterig voor woorden is en indien bekend raakt dat zij dit gedaan hebben, zijn de gevolgen niet te overzien.

Koch plaatst de karakters in stevige morele dilemma's waarbij goed en kwaad maar moeilijk uit elkaar te houden zijn. Uiteindelijk is ook de conslusie dat op alle karakters wel wat is aan te merken, en in sommige gevallen heel erg veel: tot aan moord (met voorbedacht rade) toe! Het knappe aan het boek is ook dat je vaak denkt dat Koch een open eindje vergeet toe te lichten om een aantal pagina's of soms een half boek verder tot de conclusie te komen dat hij een afgerond verhaal heeft geschreven waar alle elementen terug komen en worden beantwoord. 

De conclusie is niet anders dan dat dit een heerlijke roman is die je niet snel zult wegleggen. Ben inmiddels dus zeer benieuwd naar de rest van het oeuvre van Koch! 

maandag 22 augustus 2011

'Volmaakte Verdwijning' van Derwent Christmas


Voor de verandering zette niet een boek, maar de naam van de schrijver van het boek me op het verkeerde been. Derwent Christmas is, op z'n zachtst gezegd, niet de meest typische schrijversnaam. In mijn onkunde, waarvoor ik me niet schaam deze publiekelijk te etaleren, dacht ik nog even dat 'Volmaakte Verdwijning' de Nederlandstige vertaling betrof van een voor mij onbekende Engelstalige schrijver. Toen die misvatting was rechtgezet, ging ik er tenminste vanuit dat het een pseudoniem betrof. Quod non! Derwent Christmas is geen pseudoniem maar de echte naam van de medeoprichter van het literaire tijdschrift Tzum, de voormalig stadsdichter van Leeuwarden die op dit moment werkzaam is in het onderwijs. In een interview met hem dat ik vond, werd uiteraard ook de vraag gesteld of niet beter een pseudoniem kon nemen om bovenstaande misvatting tegen te gaan. Na de vraag waarschijnlijk bij ieder interview al beantwoord te hebben, komt hij met een mooi antwoord: 'Derwent Christmas is wel goed. Heeft hetzelfde ritme als Gerard Reve en Harry Mulisch'.

'Volmaakte Verdwijning' is de tweede roman van Christmas en gaat over de succesvolle illusionist Wilfred Visser (pseudoniem Will Freedom) die afscheid wil nemen van zijn assistente, Paulette, die al vanaf het begin samen met hem zijn carrière heeft opgebouwd. Voor hij de kans krijgt om dit te doen, verdwijnt Paulette bij zijn laatste truc. Het publiek en de pers denkt dat dit een stunt is om de ietwat inzakkende carrière van Freedom nieuw leven in te blazen, maar Paulette is echt weg. Daarbij is Visser minder bezorgd om Paulette dan om het feit hoe ze heeft kunnen verdwijnen. Hoe kan een simpele assistente hem voor gek houden zonder dat hij het kan doorgronden? Uiteindelijk komt ook de politie informeren over de verdwijning en neemt het verhaal een andere wending. Daarbij blijkt uiteindelijk dat niets is wat het op het eerste gezicht lijkt. Parallel aan deze verhaallijn wordt de eerste ontmoeting van Paulette en Visser verteld, tevens het begin van zijn imposante carrière als illusionist. De tweelingzus van Paulette, Mirianda, maakt hierbij ook haar opwachting, net als Nolan, de oom van Visser, die Visser op het illustionistenpad helpt zijn eerste stappen te zetten.

Het boek is spannend en erg vlot geschreven: je vliegt er zo doorheen. Het is lang geleden dat ik een zo'n prettige spannende Nederlandstalige roman heb gelezen. Wellicht leidt het ook tot de aankoop van de debuutroman van Christmas: Twee Tranen. Het boek begint met een dankwoord aan Hans Klok. Ik hoop overigens dat deze dank zich richt op zijn hulp bij het informeren van Christmas over het werkzame deel van het illusionistenleven. Visser komt, in dit boek verteld vanuit het ik-perspectief van Visser, er niet best vanaf. Ik hoop voor Klok dat hij in het echt sympathieker is dan Visser. Visser is een gevoelloze zak die mensen vooral als gebruiksvoorwerpen ziet teneinde zijn carrière verder te brengen. Hij heeft er geen enkele moeite mee zijn ouders en oom, die hem helpen bij zijn carrière, te passeren ten gunste van zichzelf. Hetzelfde geldt voor Paulette en Mirianda: zij moeten alles voor hem opgeven zonder dat hij aan hun welvaren denkt. Dit gebrek aan omgevingssensiviteit breekt Visser uiteindelijk op en hangt samen met de verdwijntruc die Paulette met hem uithaalt. Tevens is duidelijk dat Visser ook met zichzelf overhoop ligt: tussen de regels door wordt subtiel duidelijk gemaakt dat Visser eigenlijk homo is, maar daar nog nooit voor uit is gekomen. Het einde van het boek geeft een glimmer van een mogelijk gelukkige toekomst voor Visser, maar vast staat het niet.

Om de naam van de schrijver maar te misbruiken voor een afsluitende grap: 'Christmas came early' met dit literaire cadeautje!

woensdag 17 augustus 2011

'The Spell' van Alan Hollinghurst


Na het lezen van The Swimming-Pool Library van Alan Hollinghurst heb ik meteen 'The Spell' gekocht. Net als al zijn boeken is het thema wederom homoseksualiteit. Zoals eerder bij 'The Swimming-Pool Library' betekent dit overigens niet dat wanneer je geen homo bent je het niet kunt lezen. Het zijn romans waar toevallig de hoofdpersonen voor het grootste deel homo zijn. Over het zijn van een 'homoschrijver' zegt Hollinghurst in een interview met The Guardian uit 2004: 'I only chafe at the 'gay writer' tag if it's thought to be what is most or only interesting about what I'm writing. I want it to be part of the foundation of the books, which are actually about all sorts of other things as well - history, class, culture. There's all sorts of stuff going on. It's not just, as you would think if you read the headlines in the newspapers, about gay sex'. En daar heeft Hollinghurst helemaal gelijk in. Al lijkt de beschrijving van het boek dat hierna volgt in strijd hiermee.

Het boek kent vier hoofdpersonen die allemaal homo en met elkaar verbonden zijn. Het boek, verteld vanuit het perspectief van de alwetende verteller, speelt zich, op een aantal flashbacks na, af in 1995 en begint bij het bezoek van dertiger Alexander Nichols (Alex) aan zijn ex Justin (eveneens dertiger) en diens nieuwe, oudere, vriend Robin Woodfield (ergens in de veertig). Alex is werkzaam bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. Robin is architect en woont, samen met Justin, in een typisch Engelse cottage in Dorset. Justin heeft geen baan en zal binnenkort beschikken over de erfenis van zijn recent overleden vader. De periode dat zijn vader komt te overlijden is ook de periode dat de relatie tussen Alex en hem op een onprettige manier eindigt. Het weekend is een poging om normaal in contact te komen, maar het ongemak spat ervan af. Als onverwachte gast meldt zich Danny, de 22-jarige en eveneens homoseksuele zoon van de dus niet altijd homoseksuele Robin, die uiteindelijk een relatie krijgt met Alex en hem daarmee helpt over Justin heen te komen.

Het boek volgt de belevenissen en verbondenheid van deze vier homo's waarbij geldt dat alle vier heren nooit volledig met elkaar op hun gemak zijn. Danny is voor Alex niet alleen het definitieve afscheid van Justin maar introduceert hem ook in de club- en drugsscene van Londen. De brave Alex wordt daardoor een stuk minder braaf. Uiteindelijk loopt ook deze relatie op de klippen omdat Danny verder wil kijken en zich niet wil binden. De titel van het boek hangt samen met Alex die telkens betoverd wordt door zijn jongere partners die zich volledig overgeven aan een wereld die niet de zijne is. Het boek eindigt wederom bij de cottage in Dorset waar Alex wederom op bezoek komt, ditmaal met zijn nieuwe vriend Nick die iets ouder dan Alex is en de stabiele 'normale' vriend is die hij altijd zocht. De relatie tussen Robin en Justin is dan inmiddels - na wat clashes - genormaliseerd. Danny zit in het buitenland en de conclusie lijkt gerechtvaardigd dat het allemaal op z'n pootjes terecht is gekomen.

Het verhaal zo beschrijvend lijkt het een weinig bijzonder boek. En in alle eerlijkheid vond ik dit boek een stuk minder dan 'The Swimming-Pool Library' en 'The Line of Beauty' die een grotere indruk achterlieten en beter zijn blijven hangen. De kritieken op dit boek waren bij publicatie in 1998 niet over de hele linie lovend. Toch is het een goed geschreven 'comedy of manners' waarbij de mooie en prettig leesbare schrijfstijl van Hollinghurst naar voren komt. Zoals opgemerkt in de blog erover was, ondanks de schaduw van HIV/AIDS, 'The Swimming-Pool Library' een viering van het homoseksuele leven. 'The Line of Beauty' ontkomt juist niet aan deze schaduw terwijl 'The Spell' er een beetje tussenin zit. In het hoofdverhaal doet het er niet toe, maar een eerdere partner van Robin, Simon, is overleden aan de ziekte. In die zin doet Hollinghurst een stap in zijn oeuvre ook wat betreft het onderwerp van menselijke relaties. Aan de andere kant is het uitgangspunt van het verhaal, zeker gezien de vader/zoon-component, toch wel een tikkeltje bizar en daardoor ook minder geloofwaardig.

Zoals de Britten zouden zeggen 'not altogether a ringing endorsement', maar wanneer je fan bent van de boeken van Hollinghurst dan moet je deze ook zeker gelezen hebben!

maandag 15 augustus 2011

'Siegfried. Een zwarte idylle' van Harry Mulisch


Na het lezen van Laurent Binet's prachtige debuut HhhH. Himmlers hersenen heten Heydrich herlas ik niet geheel toevallig 'Siegfried. Een zwarte idylle' van Harry Mulisch. 'Siegfried' is in 2001 uitgegeven en inmiddels weten we (helaas) dat 'Siegfried' het laatste volledige werk van Mulisch was nu hij 30 oktober vorig jaar is overleden. Van wat ik me kan herinneren was het uitkomen van 'Siegfried' een groot event, uiteraard zoals Mulisch - die wel van wat aandacht hield - het ook bedoeld had. En dat is ook niet zo gek, want vanaf 'De Aanslag' (1982), maar vooral door 'De Ontdekking van de Hemel' (1992) was Mulisch een nationale én internationale literaire ster geworden. Mulisch is de meeste vertaalde Nederlandse schrijver ooit. Toen in 1998 'De Procedure' uitkwam en hij in 2000 tekende voor het boekenweekgeschenk 'Het Theater, de Brief en de Waarheid' kon het niemand ontgaan dat Mulisch een nieuw boek had geschreven. Gezien het feit dat mijn editie van 'Siegfried' behoort tot de eerste druk zal het geen verbazing wekken dat ik ook vrolijk in die maalstroom ben meegegaan. Ik heb daar geen moment spijt van gehad.

Na 'De Ontdekking van de Hemel' is 'Siegfried' mijn favoriete boek van Mulisch. Het is ook één van de weinige boeken waar bij het lezen van de laatste pagina een siddering door me heen ging en ik me behoorlijk 'unheimisch' voelde. En dat is ook niet zo vreemd. Het onderwerp van het boek, verteld door een alwetende verteller, is Hitler als fascinatie van de hoofdpersoon internationaal vermaard schrijver Rudolf Herter die op bezoek is in Wenen om een voordracht te houden over zijn boek 'De uitvinging van de liefde' en mediainterviews te geven. Het is meteen duidelijk dat Rudolf Herter niemand anders dan Harry Mulisch zelf is. Leeftijd, ouders, gezinssituatie, de fascinatie voor Hitler en de Tweede Wereldoorlog en de overeenkomst van de titels van hun magnum opus leiden tot geen enkel andere conclusie. Terwijl Herter in Wenen is, stad van de Anschluss en geboorteland van Hitler, kan hij zijn gedachten alleen maar richten op Hitler en de wil om hem te begrijpen. Beter gezegd: om het absolute niets dat hij vertegenwoordigt te begrijpen.

Tijdens een tv-interview komt Herter tot een aankopingspunt om het absolute niets begrijpelijk te maken: door Hitler te plaatsen in een totaal gefingeerde, extreme situatie en dan te bezien hoe hij zich gedraagt. De bouwstenen hiervoor heeft Herter al voor een deel: de bizar kloppende overeenkomsten tussen het verval van Nietzsche en de geboorte van Hitler. Terwijl Herter aan niets anders kan denken, doet hij zijn voordracht waar na afloop een oud echtpaar naar hem toekomt om hem een verhaal te vertellen wat het gedachte-experiment volledig overbodig maakt. Een verhaal dat Hitler in een extreme situatie plaatst die daadwerkelijk bestaan heeft: de geboorte van een zoon van Adolf Hitler en Eva Braun. Ullrich en Julia Falk vertellen het verhaal van deze Siegfried onder voorwaarde dat Herter het verhaal pas mag doen na hun dood. Wat volgt is een ongekend indringend verhaal dat eindigt met Herter die Hitler lijkt te doorgronden, maar het niet kan delen met de rest van de wereld, ook al zou hij het willen in weerwil van zijn belofte aan het echtpaar-Falk. Het eindigt in de eerder genoemde laatste pagina die niet alleen bij mij, maar bij velen een siddering teweeg bracht. Onderdeel van de verhaalstructuur is ook een hoofdstuk verteld als het dagboek van Eva Braun over de laatste dagen in de Führerbunker in Berlijn terwijl de Russen steeds dichterbij komen. Het verloop en einde is bekend, zeker wanneer je bekend bent met de ijzersterke film Der Untergang die ik naar aanleiding van dit boek weer eens gekeken heb.

Mulisch is er in geslaagd om met dit gegeven een prachtig en indringend boek te schrijven. In een interview dat hij gaf aan NRC ter gelegenheid van het uitkomen van 'Siegfried' stelt hij dat het 'Mijn ambitie was om aan het slot van de twintigste eeuw iets definitiefs over Hitler te zeggen'. Dat is hem zeker gelukt, maar gezien zijn zelfkennis was het voor hem ook vast een feitelijke mededeling. Na het uitkomen van 'Siegfried' bleven alle Mulisch-lezers, waaronder ikzelf, in afwachting van een nieuw boek. Uiteindelijk zou het er niet meer van komen en blijkt 'Siegfried' zijn laatste volledige werk. Wel zal op 30 oktober 2011, precies een jaar na zijn dood, door uitgever De Bezige Bij een onafgeronde novelle 'De tijd zelf' worden uitgebracht. Echter is met 'Siegfried' een prachtige kroon gezet op de literaire carrière van Neerlands grootste schrijver.

zondag 14 augustus 2011

'HhhH. Himmlers hersenen heten Heydrich' van Laurent Binet


'HhhH' van Laurent Binet hoeft eigenlijk niet meer aanbevolen te worden. Wanneer je een boekhandel binnenloopt tref je vele exemplaren op prominente plekken, vaak getooid met een sticker van 'Meer dan 30.000 verkocht'. En dat voor een debuutroman van een Franse schrijver over een niet al te toegankelijk onderwerp: de aanslag op Reinhard Heydrich op 27 mei 1942 te Praag. En ondanks dit grote succes raad ik dit boek meer dan van harte aan. Samen met Anatomie van een moment van Javier Cercas is dit - tot op heden - het beste boek dat ik dit jaar heb gelezen.

'HhhH' is veel meer dan de beschrijving van aanslag op Heydrich en de aanloop ertoe en de gevolgen ervan. Het is het persoonlijke relaas van Laurent Binet (1972) om dit boek te schrijven en de zaken die hij bij het schrijven is tegengekomen: van anecdotes die maar op zeer beperkte wijze samenhangen met het onderwerp tot de duidelijke aanwezigheid van Binet zelf getooid met zijn (polemische) mening. Het is ook niet vreemd dat ik 'HhhH' in één adem noem met 'Anatomie van een moment' dat gaat over de mislukte Spaanse staatsgreep van 23 februari 1981. Beide boeken gaan over historische gebeurtenissen waar feitelijkheid plaats had moeten maken voor een roman, maar de werkelijkheid al meer dan genoeg is. In beide boeken is ook het persoonlijke relaas van de schrijver om te komen tot dit boek onderdeel van het boek. Het grote verschil is dat Binet zijn verhaal mengt met autobiografische elementen en de polemiek niet schuwt. Cercas beperkt autobiografische elementen tot een minimum en van polemiek houdt hij zich verre.

Het onderwerp van Binet is ook een begrijpelijk onderwerp voor een dergelijk boek. Van alle Nazi's was Heydrich misschien wel de meest genadeloze en gezien de concurrentie die hij op dit punt had, is dit een (zeer twijfelachtige en laakbare) prestatie. Binet beschrijft - het kan ook niet anders - de opmars van Heydrich in de Nazi-hiërarchie: van hoofd van de Reichssicherheitshauptamt (RSHA) tot aan waarnemend Reichprotektor Bohemen en Moravië (het huidige Tsjechië) ter vervanging van Konstantin von Neurath. Niet voor niets was zijn bijnaam, en de basis voor ondertitel van het boek, dat  hij de hersenen was van SS-leider Himmler. Overigens ligt zijn grootste misdaad in het feit dat hij aan de wieg heeft gestaan van de Holocaust door het voorzitten van de Wannsee-conferentie van 20 januari 1942 waar, in opdracht van Göring, de 'Endlösung' werd besproken. Van deze conferentie is in 2001 door HBO een tv-film gemaakt met Kenneth Branagh als Heydrich: Conspiracy. Het is geen leuke, maar wel een goede film die de (georganiseerde) waanzin en (efficiënte) misdadigheid van de Nazí's perfect weergeeft. Niet voor niets verwijst Binet ook naar deze film. Saillant detail hierbij is dat Adolf Eichmann optrad als secretaris van Heydrich en na diens dood zijn werk voortzette. Een rol waarvoor hij in 1960 in Argentinië werd opgespoord door Simon Wiesenthal en in 1962 door een Israëlische rechtbank ter dood werd veroordeeld. Een proces waar Harry Mulisch het boek 'De zaak 40/61' over schreef. En zo is de cirkel weer rond.

Binet verdeelt het boek in twee delen. Het eerste (langere) deel gaat in op zijn eigen relaas om tot dit boek te komen, een biografie van Heydrich, de wording van 'Operatie Anthropoid' (de oorspronkelijke titel van het boek die - terecht - door de uitgever als riskant werd ervaren: het zou wijzen op een Sci-Fi-verhaal) en de levensloop van de moedige aanslagplegers: de Tsjech Jan Kubis en de Slowaak Jozef Gabcik. Het tweede deel is een uitgebreide beschrijving van de aanslag gevolgd door de (vreselijke) afloop. Heydrich is door de aanslag 'slechts' zwaargewond geraakt, maar overlijdt een paar dagen later, op 4 juni 1942, alsnog door bloedvergiftiging. De wraakacties zijn meedogenloos: vele arrestaties en de complete vernietiging van twee dorpen. De aanslagplegers wisten te ontkomen en doken onder in een kerk waar ze op 18 juni 1942 werden gevonden en ze na een hevig vuurgevecht zelfmoord pleegden om niet in handen te vallen van de Nazi's. Een laatste saillaint detail betreft het feit dat op de dag dat de aanslag werd gepleegd Heydrich later op die dag naar Duitsland zou vliegen voor een ontmoeting met Hitler, die hem hoog had zitten, om te spreken over de uitroeiing van het 'Slavische ras'. Een betere dag hadden ze niet kunnen kiezen. Met de dood van Heydrich ('De Beul van Praag') eindigde zijn terreurbewind en werd zijn carrière (nog steeds te laat) gestopt.

woensdag 10 augustus 2011

'De Engelenclub' van Luis Fernando Verissimo


'De Engelenclub' van de Braziliaanse schrijver Luis Fernando Verissimo heb ik tijdens de vakantie in één ruk uitgelezen. Nu is dit ook niet zo moeilijk aangezien deze roman (uitstekend vertaald door Harrie Lemmens) ruim 100 pagina's telt, maar vooral omdat het een buitengewoon intrigerend verhaal betreft.

'De Engelenclub' is geschreven in de ik-vorm en is het relaas van Daniel. Hij vertelt over de ondergang van de Picadinho-club. De Picandinho-club is een groep van tien mannen uit de hogere en welgestelde kringen van Brazilië. Hun decennialange omgang met elkaar culmineert op voorspraak van de leidsman van de groep, Ramos, in het oprichten van een eetclub. Het uitgangspunt van de Picadinho-club is dat de mannen tien maal per jaar (van maart tot en met december) bij elkaar komen. Locatie is de woning van de betreffende gastheer en de gastheer is tevens verantwoordelijk voor het diner. Dit betekent overigens niet dat de gastheer per se dient te koken: hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit. De naam van de club verwijst naar een populair Braziliaans stoofvleesgerecht dat de mannen vaak aten bij hun stamkroeg Alberi. Met het oprichten van deze eetclub spreken ze echter af dat Picandinho als gastronomische maatstaf wordt afgewezen.

Het relaas van Daniel begint wanneer de Picandinho-club met 'reces' is en zich in verregaande staat van aftakeling bevindt. Twee jaar daarvoor is Ramos overleden en hoewel hij vervangen is door een nieuw lid (de club moet altijd uit tien mensen bestaan) is de schwung eruit. De avonden zijn niet meer gezellig, wat ook wordt verweten aan het feit dat de vrouwen van de clubleden deelnemen. Daniel is overigens niet getrouwd, zijn beste vriendin fungeert als zijn baard. In de aanloop naar het nieuwe seizoen treft Daniel per toeval de mysterieuze Lucídio die snel het vertrouwen van Daniel wint onder andere door zijn verhaal over een Japanse eetclub die ten dienste staat van koks in opleiding voor de bereiding van de giftige kogelvis. Bij dergelijke diners komen er altijd een paar eters te overlijden aangezien het snijden en bereiden van de kogelvis nauw luistert. De gastronomische beloning is zo groot dat men het risico op overlijden op de koop toe neemt. Sterker nog: het versterkt juist de gastronomische beleving. Lucídio beweert dat hij lid is van die club en al diverse edities heeft overleefd. Het leidt ertoe dat Lucídio kookt tijdens de eerste bijeenkomst van de club wanneer Daniel gastheer is. Hij is nadrukkelijk geen lid. Op zijn voorspraak wordt het diner beperkt tot de heren: 'No women allowed!' is het devies. Het diner is een groot succes en de Picadinho-club, op sterven na dood, herrijst tot vroegere hoogten.

Vanaf het moment dat Lucídio kookt voor de Picadinho-club gaat het mis: na het eerste diner overlijdt diezelfde nacht nog het lid van de club wiens favoriete gerecht op het menu stond. Na deze eerste onfortuinlijke uitkomst worden de diners voortgezet waarbij wordt afgeweken van de traditie: de diners vinden vanaf nu altijd plaats bij Daniel met Lucídio in de keuken. Elk diner valt er een nieuw slachtoffer, wederom na het eten van zijn favoriete gerecht, maar de steeds kleiner wordende club gaat toch door met de diners. Het einde van het boek geeft niet het complete antwoord op het raadsel, maar dat is gek genoeg geen diskwalificatie van het boek. Wat wel duidelijk wordt, is dat de leden van de club weten dat hun einde daar is wanneer hun favoriete gerecht wordt geserveerd. Toch houdt dit ze niet tegen. Wellicht omdat na zoveel jaren men de dood als een soort bevrijding ziet (de levensloop van de meeste clubleden kent een stevig neergaande lijn, het succes lijkt over) terwijl de laatste momenten op aarde worden gevuld met gastronomische hoogtepunten. De titel 'De Engelenclub' wordt hiermee meteen ook duidelijk. Het klinkt allemaal wat ongeloofwaardig, maar toch word je door het verhaal er in mee genomen. Overigens geeft het boek wel genoeg antwoorden om het tevreden weg te leggen. De oplossing, zonder al te veel weg te geven, ligt besloten in een band tussen Ramos, Lucídio en het op een na laatste lid van de club die richting het hiernamaals gaat.

Voor diegenen met een passie voor eten en lezen is dit boek een onweerstaanbaar delicaat hapje tussendoor!

vrijdag 5 augustus 2011

'The Swimming-Pool Library' van Alan Hollinghurst


De volgende blog naar aanleiding van de boeken gelezen tijdens mijn vakantie in Frankrijk gaat over 'The Swimming-Pool Library' van Alan Hollinghurst. Het is het tweede boek dat ik van Alan Hollinghurst las. In 2004 kwam van hem 'The Line of Beauty' uit dat in datzelfde jaar de prestigieuze Britse Booker Prize voor hedendaagse literatuur won. Hoewel het inmiddels zeven jaar geleden is dat ik het boek - ook tijdens een vakantie in Frankrijk - heb gelezen, is het goed blijven hangen. Het is een intrigerend tijdsbeeld van het Verenigd Koninkrijk van de jaren tachtig verteld vanuit het perspectief van de homoseksuele Nick Guest die inwoont bij de ouders van een goede vriend wiens vader, Gerald Fedden,  Member of Parliament voor de Conservatieven is. In het tijdperk van Thatcher ontbreekt de 'Iron Lady' dan ook niet: er wordt vaak naar haar verwezen en ze heeft een kleine cameo tijdens een feest van de Feddens waar Guest het waagt om haar (met succes!) ten dans te vragen. Uiteindelijk eindigt het verblijf van Guest tragisch, mede door de (verstoorde) relatie tussen politiek en (homo)seksualiteit. Ook de thematiek van de opkomst van HIV/AIDS maakt zich voelbaar in het boek. Naar aanleiding van dit boek heeft de BBC een gelijknamige driedelige miniserie gemaakt die in 2006 werd uitgezonden en op DVD verkrijgbaar is. Zowel boek als TV-serie zijn een aanrader.

Terug naar 'The Swimming-Pool Library'. Ook hier speelt de thematiek van homoseksualiteit een grote rol. Sterker nog: deze rol is nog een stuk groter (lees: explicieter) dan bij 'The Line of Beauty'. Niet voor niets kocht ik dit boek bij 'gay & lesbian bookshop' 't Verschil in Antwerpen. De HIV/AIDS-thematiek komt in dit boek nog niet aan de orde, hoewel het boek is opgedragen aan een vriend van Hollinghurst, Nicholas Clark, die als een van de eersten in het Verenigd Koninkrijk overleed aan de ziekte. Na wat zoeken trof ik een recensie van dit boek in de New York Times aan waar vermeld stond waarom deze thematiek ontbrak. Toen Hollinghurst begon met schrijven was HIV/AIDS alleen in de V.S. prominent. Toen Clark overleed tijdens het schrijven moest Hollinghurst kiezen: het boek afronden als viering van het homoseksuele leven of het nieuwe gevaar er in verwerken. Hij koos voor het eerste. Bij 'The Line of Beauty' dus voor het tweede.  Overigens is 'The Swimming-Pool Library' zijn eerste boek. Het verscheen, begeleid door goede kritieken, in 1988. 'The Line of Beauty' is zijn derde boek, terwijl eind juni zijn nieuwste boek is verschenen: 'The Stranger's Child'. Aangezien ik 'The Swimming-Pool Library' bijna net zo goed vond als 'The Line of Beauty' zal het niet verbazen dat ik 'The Stranger's Child' inmiddels al op mijn leesstapel heb liggen. De reden hiervoor is dat Hollinghurst een mooie directe literaire stijl heeft die op de juiste momenten grappig, mooi, tragisch, expliciet of grof is.

'The Swimming-Pool Library' gaat over de aristocratische jonge homo William Beckwith (25), kleinzoon van een voormalige hoge Britse magistraat, Viscount Beckwith. Uit het boek wordt al snel duidelijk dat William (Will) niet echt om aandacht verlegen zit. Tevens heeft hij alle tijd aangezien zijn grootvader, om de successierechten te besparen, zijn erfenis al aan hem ter beschikking heeft gesteld onder andere in de vorm van een mooi appartement. Veel van zijn tijd besteed hij in The Corinthian Club ('The Corrie') waar William, een fervent zwemmer, regelmatig zwemt. De titel van het boek houdt hier ook verband mee. De link die ik legde was het feit dat William tijdens zijn 'prep school'-tijd benoemd werd al prefect, in de taal van zijn school: librarian. De naamgeving van een librarian hing samen met de taak, zijn taak was het zwembad: de 'Swimming-Pool Librarian'. In reactie hierop schrijft zijn vader aan hem: 'Delighted to hear that you're to be Swimming-Pool Librarian. You must tell me what sort of books they have in the Swimming-Pool Library'. Op de wikipedia-pagina van dit boek staan naast deze nog twee verklaringen voor de titel die ik passief herkende. Ik noem ze niet, heb ze namelijk niet in eerste instantie herkend en wikipedia overschrijven schiet een beetje voorbij het doel van deze blog!

Naast een aantal niet onbelangrijke bijfiguren (waaronder zijn eveneens homoseksuele beste vriend medicus James Brook, zijn neefje Rupert ('Roops') Croft-Parker, diverse scharrels en zijn grootvader (wiens belangrijke rol pas in de laatste pagina's duidelijk wordt) is de andere belangrijke persoon in het verhaal Lord Charles Nantwich (83). De paden van William en Charles kruisen zich wanneer William, op een publiek toilet, Charles reanimeert nadat deze een hartaanval daar krijgt. Het blijkt dat ze elkaar ook wel eens gezien hebben op 'The Corrie'. Deze toevallige ontmoeting leidt tot een nadere kennismaking en uiteindelijk het verzoek van Charles aan William om zijn memoires te schrijven op grond van zijn dagboeken en andere belangrijke papieren. Hierdoor ontstaat in het boek een parallel verhaal. Het ene verhaal is een tijdsbeeld van de aristocratische en homoseksuele wereld van William in de jaren tachtig, terwijl het andere verhaal een tijdsbeeld is van de eveneens aristocratische, homoseksuele én koloniale wereld van Charles. Door de kennismaking leert William allerhande andere figuren kennen waarbij vaak geldt 'there's more than meets the eye'. Daarbij komt ook de persoon en literatuur van de schrijver Ronald Firbank (1886-1926) aan de orde. Het boek opent ook met een citaat uit diens boek 'The Flower Beneath the Foot'.

Het goede aan boek is niet alleen het (dubbele) tijdsbeeld, maar ook het feit dat er onder de oppervlakte iets borrelt. Er zit meer achter Nantwich dan een goedmoedige oude man met een bewogen leven. Ik ga niet verklappen wat dat is, maar het is afdoende om te zeggen dat bij het voorwerk voor de (eventueel) te schrijven biografie blijkt dat de paden van Lord Nantwich en Viscount Beckwith zich eerder hebben gekruist waardoor William wordt geconfronteerd met zichzelf en zijn voorkeuren. Maar om precies te weten hoe de vork in die steel zit, zal je het boek moeten lezen! Daarbij is het boek voor iedereen leesbaar, maar als jezelf homo bent, geeft dat een diepere dimensie van wel én juist geen herkenning.

dinsdag 2 augustus 2011

'Wait for me! Memoirs of the youngest Mitford Sister' van Deborah Devonshire


Het is een tijdje stil geweest op mijn blog in verband met een vakantie in Frankrijk. Dat gaf wel de gelegenheid om in hoog tempo een groot aantal boeken er door heen te jagen. Na deze recensie volgen  recensies van nog drie andere boeken. De aftrap is gereserveerd voor de memoires van Deborah (Hertogin van) Devonshire. Na een lovende recensie in 'The Economist' besloot ik dit boek te kopen. Toen ik het boek echter in mijn handen had met op de voorkant de inmiddels 91-jarige Deborah Devonshire en haar trouwe kippen twijfelde ik toch een beetje aan mezelf. Daardoor heeft het boek een paar maanden ongelezen op de stapel gelezen om vlak voor de vakantie toch erbij gehaald te worden.

Zoals gezegd zijn het de memoires van de Hertogin van Devonshire die beter bekend staat als één van de 'Mitford Sisters'. Nu had ik vaag gehoord van deze zussen, maar na wat struinen op het internet bleek er - althans bij mensen ruim over de 30 - zoiets te bestaan als 'Mitfordmania'. De zes dochters van David Freeman-Mitford, 2e Baron van Redesdale, waren beroemd en berucht in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten. Dit kwam met name door de uiteenlopende levenspaden van de zes dochters. Er was ook nog een zevende kind, een zoon Tom, maar die is omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Times-journalist Ben Macintyre karakteriseerde de gezusters Mitford als volgt: 'Diana the Fascist, Jessica the Communist, Unity the Hitler-lover; Nancy the Novelist; Deborah the Duchess and Pamela the unobtrusive poultry connoisseur'. De familie is overigens ook vooral bekend geworden door de roman 'The Pursuit of Love' van Nancy Mitford die sterk geïnspireerd was op haar eigen familieleven. Het adellijke leven van de Mitford's stond in schril contrast met het Engeland na de Tweede Wereldoorlog waar aristocratie - op z'n zachts gezegd - weinig geapprecieerd werd en kreeg daarom ook zoveel aandacht.

Zoals de titel al aangeeft betreft het de memoires van de jongste zus. De titel 'Wait for me!' lijkt vooral te slaan op het feit dat alle zusses al veel in de publiciteit hebben laten horen over hun leven, dan wel door memoires of andere acties, maar dat Deborah ('Hen' - de familie stond ook bekend om alle bijnamen en vreemde uitdrukkingen) nog van zich moest laten horen. Uiteindelijk zijn het geslaagde memoires die een mooie inkijk geven in het lange leven van Deborah Devonshire en daarmee tegelijkertijd een goed tijdsbeeld geeft van de aristocratie in het Verenigd Koninkrijk in de 20e eeuw. Daarbij komt er een stoet aan bekende namen uit de Engelse 'upper crust' langs zonder dat het om irritante 'namedropping' gaat. Die mensen waren er nu eenmaal, waaronder: (oud-)premier Harold MacMillan ('Uncle Harold'), oprichter van de British Union of Fascists Sir Oswald 'Sir O.' Mosley (getrouwd met Diana Mitford), Evelyn Waugh (schrijver van 'Brideshead Revisited') en de Prince of Wales ('Friend'). Maar ook de Kennedy's en Adolf Hitler (Unity Mitford was een groot fan en bevriend met hem) komen langs in de anecdotisch geschreven memoires van 'Hen'.

Dit terwijl de Mitfords binnen de aristocratische pikorde van het Verenigd Koninkrijk niet ongelooflijk hoog zaten. Echter is Deborah getrouwd met Andrew Cavendish. Cavendish was de tweede zoon van de Hertog en Hertogin van Devonshire, maar werd na de dood van zijn oudere broer tijdens de Tweede Wereldoorlog de 11e Hertog van Devonshire. De Devonshires zijn één van de meest prominente adellijke families van het Verenigd Koninkrijk. Vooral ook bekend door Georgiana, Hertogin van Devonshire (1757-1806) waar een kleine twee jaar geleden een film over is uitgekomen waarin ze werd weggezet als middelpunt van de 18e eeuwse Britse society met een Diana-achtige tragiek over zich. De banden met Harold MacMillan, het Koninklijk Huis en de Kennedy's (één van de Kennedy-zussen was getrouwd met de broer van Andrew Cavendish) komen uit deze familiehoek.

Naast het feit dat de memoires mooie, leuke, tragische en grappige anecdotes bevat, neemt 'Hen' geen blad voor de mond (o.a. over het alcoholisme van haar man) alhoewel ze daarbij wel behoorlijk discreet blijft, haar afkomst waardig. Daarbij gaat ze ook veelal in op haar carrière als Hertogin, want het beheren van alle Devonshire-landgoederen voor toekomstige generaties was een stevige dagtaak. Zeker in het licht van de hoge schulden die aan de landgoederen vastzaten vanwege de succesbelasting bij het overlijden van de vader van Andrew. In die socialistische tijd opgelopen tot ruim 97%. Het bekendste Devonshire-huis, Chatsworth, is uiteindelijk een voorbeeld gebleken voor het publiek maken van 'country houses' in het Verenigd Koninkrijk. Het is lastig om dit boek zomaar aan te raden. Ik heb het met veel plezier gelezen, juist vanwege de waarde als tijdsdocument. Echter is een behoorlijke kennis van het Verenigd Koninkrijk, haar klassensysteem en politieke systeem toch wel een noodzakelijke voorwaarde om alle anecdotes te begrijpen en in het goede perspectief te plaatsen. In ieder geval kan gesteld worden dat de titel 'Wait for me!' niet betekent dat we voor niets hebben moeten wachten op deze memoires.