zaterdag 16 juli 2011

Opera 15 juli 2011: Een koninklijke 'Orfeo ed Euridice'

Gluck: Orfeo ed Euridice

Gary Boyce (countertenor - Orfeo)
Stefanie True (sopraan - Euridice)
Ilse van de Kasteelen (sopraan - Amore)

Hoite Pruiksma, Concerto d'Amsterdam
Paleis Soestdijk

Met samenknepen billen moeten velen deze week naar de weerberichten hebben gekeken, zich afvragend of de openluchtuitvoering van Gluck's 'Orfeo ed Euridice' in de tuinen van paleis Soestdijk zou doorgaan. De hele week zijn de uitvoeringen vanwege het (nood)weer afgelast, maar op vrijdag was het opeens stralend, windstil en zonnig weer. Laat dit nu net de dag zijn geweest dat ik kaarten had voor deze opera. Het leidde tot een magische avond.

In de tuinen van paleis Soestdijk op de grote waterpartij achter het paleis werd de opera opgevoerd. Daarbij dient het paleis zelf als onderdeel van het decor. In de lovende NRC-recensie viel te lezen dat regisseur Jos van Thie de locatie via GoogleEarth heeft gevonden en na twee jaar voorbereidingen was het gereed: een prachtig uitgevoerde en volmaakt technisch opgezette opera in een koninklijke omgeving. Het is lastig om goed te beschrijven hoe de enscenering bij Soestdijk is uitgevoerd. De foto geeft al een idee, maar een YouTube-video zegt zo veel meer:


'Orfeo ed Euridice' is de bekendste opera van Christoph Willibald von Gluck (1714-1787). Daarbij schreef Gluck zowel een Franse als Italiaanse versie. Voor 'Soestdijk' werd gebruik gemaakt van de Italiaanse versie. Gluck maakte met zijn opera's de weg vrij voor de opera's van Mozart en zijn opvolgers waarbij, in tegenstelling tot de fixatie van barokopera op de levens van monarchen en helden, de nadruk steeds meer kwam te liggen op de emoties van het alledaagse leven. Ook het uitgangspunt dat opera's om de aria's draaien, kwam mede door hem verder onder druk te staan. Orfeo is gebaseerd op het mythische verhaal van Orpheus in de Onderwereld en dit lijkt in strijd met bovenstaande. Het unieke van Gluck's opera is dat de mythische figuren zich veel meer gedragen als 'echte mensen' dan bijvoorbeeld de hoofdrolspelers in de opera van Monteverdi over dezelfde Orpheus-mythe. Het verhaal is genoegzaam bekend: Orpheus treurt om zijn geliefde Eurydice. De godin Amor, gestuurd door Zeus die onder de indruk is van de smeekbedes van Orpheus, verschijnt en vertelt Orpheus dat hij mag afdalen in de onderwereld om zijn geliefde terug te halen. Daarbij mag hij haar onder geen beding aankijken, doet hij dat wel dan blijft zij voorgoed in de onderwereld. Bij het ophalen van zijn geliefde gaat het uiteraard mis: hij kijkt Eurydice aan omdat zij hem verwijt dat hij haar niet aankijkt en denkt dat hij niet meer van haar houdt. Eurydice keert terug naar de onderwereld, Orpheus staat op het punt om zichzelf het leven te ontnemen om alsnog bij Eurydice te zijn. Amor grijpt net op tijd in en herenigt de geliefden in de bovenwereld.

Het is een prachtige opera om op paleis Soestdijk uit te voeren en het knappe aan de uitvoering is dat de techniek dik in orde was. Het zag er allemaal prachtig uit en het klonk fantastisch. De prestaties van de solisten, het koor, dansers en het orkest, ondanks de niet-ideale omstandigheden, waren erg goed. De enscenering maakte volledig gebruik van de natuurlijke omgeving en het gebruik van platforms net onder het wateroppervlak zorgde dat er fysiek verbinding werd gemaakt tussen het paleis en het hoofdtoneel: een rots midden in het water. Aangezien het toch een koninklijke omgeving betrof, kon een knipoog naar de voormalige bewoners niet ontbreken. Aan het einde van de eerste akte kwam daardoor Amor over het water aanfietsen vanaf het paleis naar de rotspartij. Hoe meer ze dichterbij kwam, hoe meer gegniffel er ontstond: het was Juliana. De actrice die Juliana voor haar rekening nam, heeft goed gekeken naar de maniertjes van de voormalige koningin wat leidde tot veel herkenning. Actrice en de zang van Amor waren daarbij overigens gescheiden. Daarmee was de kous nog niet af. Aan het einde van de opera wanneer Orpheus en Eurydice weer samen zijn, was Amor/Juliana ook aanwezig, maar in de verte kwam weer iemand op de fiets over het water aan: Bernhard om zijn vrouw mee terug te nemen naar het paleis. Ook maakten de andere Oranje's op diverse plekken in de enscenering hun opwachting: Willem-Alexander & Maxima (op de kade in hun bruidskleding),Wilhelmina met haar vader Willem III in een bootje en Beatrix (te paard!) op een afgelegen grasveld. Zij moest er blijkbaar niet zo veel van hebben.

Alle lof voor alle betrokkenen bij deze prachtige uitvoering en hulde voor de durf om het op deze wijze uit te voeren. Daarbij hielpen de weersomstandigheden nog extra mee. Tegen het einde van de opera was de volle maan in volle glorie onderdeel van de enscenering. Waarbij de volle maan werd verhuld door wolken op het meest treffende moment: bij de klaagzang van Orpheus wanneer hij denkt Eurydice voorgoed te hebben verloren. Op het moment dat de geliefden elkaar toch weer in de armen konden vallen, trok de bewolking weg en was de volle maan weer zichtbaar. De natuur gaf hiermee blijkbaar ook haar goedkeuring voor deze geweldige productie. Nu maar hopen dat het weer voor de laatste serie voorstellingen (Orfeo eindigt op 23 juli) meevalt zodat nog velen hiervan kunnen genieten!

dinsdag 12 juli 2011

'The Popes. A History' van John Julius Norwich


Tot dit moment (en wellicht nog de komende jaren) hebben er tijdens mijn leven maar twee Pausen in Vaticaanstad gezeteld: Johannes Paulus II (1978-2005) en Benedictus XVI (2005 -). Het beeld van de paus is daardoor van een grootmoedige kerkvorst die het lijden van de wereld probeert tegen te gaan, maar er wel wat gedateerde opvattingen op na houdt. Nu wist ik natuurlijk wel dat dit beeld niet gold voor de Pausen van langer geleden, maar na het lezen van de geschiedenis van de Pausen van de apostel Petrus tot aan Benedictus XIV kan ik dat beeld een stuk gedetailleerder invullen. Want de Pausen van vroeger konden er wat van. Van de meest liefdadige vertegenwoordigers van God op aarde tot de grootste misdadigers en alles er tussen in. Van Leo de Grote (440 - 461) die Attila de Hun Rome liet sparen tot Urbanus II (1088-1099) die de Eerste Kruistocht beval tot aan Adrianus VI (1522-23), de enige Paus uit de Nederlanden waarna het tot 1978 zou duren voordat een niet-Italiaan Paus zou worden.

Het aardige aan dit boek is dat het een compleet overzicht biedt van alle Pausen (en tegen-Pausen) die in Rome en Avignon gezeteld hebben. Tegelijkertijd biedt het een mooie blik op de geschiedenis van Europa in het algemeen en Italië in het bijzonder die verweven is met de Pauselijke geschiedenis. Ten slotte maakt het duidelijk dat het instituut Paus over de eeuwen heen stevig is veranderd. De crux zit daarbij in het feit dat de Paus tot 1871 over wereldlijke macht beschikte. De zogenaamde Pauselijke of Kerkelijke Staat omvatte een groot deel van Italië dat rechtstreeks door de Paus werd bestuurd. Daarbij deinsden sommige Pausen er niet voor terug om zelf het Pauselijke leger aan te voeren in de strijd. Dit zorgde ervoor dat, met name de Middeleeuwse Pausen, zowel op grond van hun geestelijke als wereldlijke macht invloed konden uitoefenen op hun omgeving. De geestelijke macht moet daarbij niet onderschat worden: het excommuniceren van vijandelijke monarchen had lange tijd groot effect. Immers een monarch moest vrezen voor zijn eeuwige ziel en belangrijker: zijn onderdanen waren niet meer gebonden hem te gehoorzamen. Deze geestelijke macht nam in latere jaren sterk af nadat duidelijk was dat deze macht nogal willekeurig werd gebruikt en steeds minder om het lijf had. De republiek Venetië, onder interdict van de Paus, bewees dit en brak daarmee de geestlijke macht van de Paus. De wereldlijke macht duurde nog tot de eenwording van Italië die, hoe kan het ook anders, het einde betekende van de Pauselijke staat. Vanaf dat moment was de Paus nog wel staatshoofd, maar slechts van een ministaatje dat we vandaag de dag nog steeds kennen als Vaticaanstad. Daarmeen neemt het Katholicisme een aparte plaats in onder de wereldreligies: de enige religie die een onafhankelijke staat kent. Ambassadeur zijn bij de Heilige Stoel is niet de meest begerenswaardige diplomatieke post, maar geen religie die een dergelijke post kent. Na het verlies van de wereldlijke macht heeft het Pausdom zich ontwikkelt tot de geestelijke herder van de Katholieke volgelingen zoals we deze kennen van de huidige en vorige Paus. Daarbij is er ook een kentering geweest richting het adresseren van de sociale problematiek in de wereld. Dit begon bij Paus Johannes XXIII en strekte zich uit tot zijn opvolgers in het algemeen en het Tweede Vaticaanse Concilie in het bijzonder.

In een eerdere blog over The Middle Sea. A History of the Mediterranean gaf ik al hoog op van de schrijfkunsten van John Julius Norwich en ook bij dit boek is het niet anders. Het eerder gememoreerde gevoel van de aristocratische grootvader die vertelt bij het haardvuur is hier andermaal aanwezig. Al moet ik wel zeggen dat, in tegenstelling tot 'The Middle Sea', door de omvang van de Pauselijke geschiedenis maar weinig echt blijft hangen in de stortvloed aan gebeurtenissen en personen, maar dat kun je Norwich amper verwijten. Wat hem wel te verwijten is, zijn een paar foutjes die hopelijk te maken hebben met een slordige redacteur. In het hoofdstuk over de Paus en Mussolini dateert hij de executie (door ophanging) van Mussolini en zijn minares Claretta Petacci foutief in 1943 (moet 1945 zijn) en stelt hij in de laatste alinea dat de Katholieke kerk 2 miljard volgelingen kent. Dit zijn er 1 miljard. Gezien het feit dat hij 2 miljard vertaalt naar een zesde van de wereldbevolking lijkt dit een (erg slordige) typefout.

Naar aanleiding van dit boek publiceerde The Daily Telegraph een interview met Norwich. Daarin wordt terecht gesteld dat Norwich het gelukt is om de omvattende geschiedenis van de Pausen leesbaar te houden. Een geschiedenis die omvattender is dan zijn boeken over Venetië en Byzantium: 'Now, he has brought home the trophy of a dynasty even longer than the dominion of either great city, housed in the 500 pages of The Popes. Norwich possesses the genius of potting a tangled tale digestibly.' Norwich, in zijn typische stijl, voegt daaraan toe: 'When I had to condense the three volumes on Byzantium into one – a shameful thing – I began by cutting out all the anecdotes and jokes, but ended up cutting the dull facts and keeping the jokes and anecdotes.'

zondag 3 juli 2011

De Mahlerserie van het Koninklijk Concertgebouworkest (2009 - 2011)


In de loop van 2009 kondigde het Koninklijk Concertgebouworkest een bijzonder abonnement aan: alle symfonieën en 'Das Lied von der Erde' van Gustav Mahler in één tweejarig abonnement. Dit alles ter gelegenheid van de Mahlerjaren 2010 en 2011. In 2010 was het 150 jaar geleden dat Mahler werd geboren om in 2011 gevolgd te worden door dat andere jubileumjaar: 100 jaar daarvoor was Gustav Mahler gestorven. Nu was het KCO niet het enige orkest dat de afgelopen twee jaar extra aandacht aan Mahler besteedde: ieder zichzelf respecterend orkest had in ieder geval Mahler op de lessenaar staan, maar nog veel liever werd een hele cyclus of festival georganiseerd. Van Ashkenazy's Mahlercyclus in Sydney tot Riccardo Chailly's Internationales Mahler-Festival in Leipzig. 

Ondanks de stevige concurrentie kan, met enige nationale trots en een beetje subjectiviteit, niet anders gesteld worden dat Nederland Mahler de grootste eer heeft bewezen met een zeer memorabele serie die moeilijk herhaald zal kunnen worden. Met op de bok een reeks internationale topdirigenten is alle 'concurrentie' in de schaduw gezet. De combinatie Haitink, Jansons, Boulez, Maazel, Fischer, Gatti, Harding, Luis en Inbal zal niet snel meer herhaald worden. Zeker niet gezien de gevorderde leeftijd van een aantal. Chailly zit met zijn festival het KCO, als haar voormalig chefdirigent, op de hielen en deelt twee dirigenten van de Amsterdamse serie: Daniel Harding en Fabio Luisi. Die laatste nam met hetzelfde stuk ('Das Lied von der Erde'), dezelfde solisten en het KCO deel aan het festival in Leipzig.

Ik had het grote geluk het abonnement op tijd besteld te hebben en heb alle concerten mogen meemaken. Op 30 juni 2011 vond het afsluitende concert plaats, Mahler's Tiende onder Inbal, waarvan de uitgebreide recensie kan worden gelezen in mijn voorlaatste blog. Nu deze Mahlerserie - met pijn in het hart! - is afgerond en ik deze blog pas ben gaan schrijven toen de serie de laatste concerten in ging, onderstaand een korte kenschets van de 11 concerten die samen deze prachtserie vormden:

Symfonie Nr. 1 - Daniel Harding (2 oktober 2009)
Met de jonge, maar talentvolle Daniel Harding werd de aftrap gegeven van de Mahlerserie. Ondanks de intimiderende lijst van grote dirigenten die hem zouden volgen, leverde Harding een stevige en 'zangerige' vertolking af die op sommige punten door te grote vertragingen de lijn even verloor. Geen slecht begin!

Symfonie Nr. 2 - Mariss Jansons (3 december 2009)
m.m.v. solisten Ricarda Merbeth, Bernarda Fink en het Groot Omroepkoor
Met de eigen chef-dirigent Mariss Jansons op de bok werd een fantastisch concert afgeleverd. Jansons zette in al zijn Mahleroptredens de toon voor de rest van de serie waardoor al zijn uitvoeringen het absolute hoogtepunt vormden van de serie. Zijn Mahler 2 was een geweldige vertolking waarbij grootse momenten werde afgewisseld met subtiele zang en gloedvol spel. De opname van dit concert, met als bonus de tv-registratie op DVD, is verkrijgbaar in de RCO Live Webshop.

Symfonie Nr. 3 - Mariss Jansons (5 februari 2010)
m.m.v. solist Bernarda Fink, het Groot Omroepkoor (dames), Jongens van het Sacramentskoor Breda en het Jongenskoor Rijnmond en Rivierenland
Hoewel de 2e symfonie één mijn absolute favorieten is en ik altijd minder had met de derde symfonie, blies Jansons met deze uitvoering dit vooroordeel weg. Een geweldige uitvoering viel het Concertgebouw ten deel dat terecht een lange staande ovatie opleverde. Ook deze opname, helaas zonder bonus-DVD met tv-registratie, is verkrijgbaar in de RCO Live Webshop.

Symfonie Nr. 4 - Iván Fischer (23 april 2010)
m.m.v. solist Miah Persson
De cd-opname van Fischer met zijn Budapest Festival Orchestra en dezelfde solist als bij de KCO-uitvoering, Miah Persson, heeft vele prijzen gewonnen. Sterker nog: in korte tijd is deze opname één van de benchmarkopnames geworden. Misschien waren mijn verwachtingen daarom te hooggespannen en hoewel de meeste recensies lyrisch waren, kon deze uitvoering me niet ontzettend bekoren.

Symfonie Nr. 5 - Daniele Gatti (25 juni 2010)
In tegenstelling tot de uitvoering van Mahler 4 had ik geen hoge verwachtingen van dit concert. Dit had vooral te maken met het feit dat ik in oktober 2007 deze symfonie al door het KCO onder Jansons hoorde en dat was een prachtige avond. Daarvoor had ik Gatti al eens zien optreden als gastdirigent bij het KCO met een Wagnerprogramma dat niet verkeerd was. Dat bleek een goede voorbode! Ondanks de indruk die Jansons achter had gelaten, werd het een fantastisch concert. Gatti leverde een prachtige, lyrische vijfde af die nog een tijd lang na het concert doorgalmde.

Symfonie Nr. 6 - Lorin Maazel (21 oktober 2010)
In de Volkskrant-recensie van dit concert werd al gememoreerd dat Maazel (ondanks een cyclus met de Wiener Philharmoniker) niet bekend staat als Mahlerdirigent. Deze Amerikaanse dirigent is echter wel een grote naam die na de dood van Von Karajan in de running was als chef-dirigent van de Berliner Phlharmoniker. Hij was zo zeker van zijn zaak dat de persconferentie al geregeld was. Om vervolgens Claudio Abbado benoemd te zien worden. In het concert bevestigde de eerste twee delen het oordeel van de Volkskrant. Deze delen horen dreigend en omineus te zijn: niets van dit alles bij Maazel. Maar toen kwamen de laatste twee delen waarbij Maazel, met name in het Andante Moderato, zulke schoonheid uit het KCO toverde dat het de hele avond goed maakte. Zelden zo prachtig dit deel van deze symfonie, die samen met de 2e tot mijn favorieten behoort, gehoord.

Symfonie Nr. 7 - Pierre Boulez (20 januari 2011)
Pierre Boulez is bij leven al een legende. Na de dood van Bernstein nog de enige levende componist-dirigent wiens invloed in Frankrijk zo groot is dat hij voor elkaar kreeg zijn experimenteel muzikale centrum, IRCAM, door de Franse overheid te laten financieren. Veel heeft dat nog niet opgeleverd overigens. Zijn Mahler-opnamen, met de Wiener Philharmoniker en het Cleveland Orchestra, zijn niet slecht. Sterker nog: zijn opnames van de Zesde en Zevende worden regelmatig als benchmarkopname gemarkeerd. Zijn zevende heb ik op cd en is prachtig en met die verwachting naar het concert te gaan. Hoewel het natuurlijk uniek is om Boulez aan het werk te zien, viel deze uitvoering me tegen. Ik vond het allemaal te afstandelijk en te weinig Mahler-weltschmerz. Nu is dat ook de stijl van Boulez, maar ik vond het live een tikkeltje te afstandelijk.

Symfonie nr. 8 - Mariss Jansons (4 maart 2011)
m.m.v. solisten Christine Brewer, Camilla Nylund, Maria Espada, Stephanie Blythe, Miholo Fujimura, Robert Dean Smith, Tommi Hakala, Stefan Kocán en Chor des Bayerischen Rundfunks, het Groot Omroepkoor, het Nationaal Jongenskoor, Staatskoor 'Latvija' en het Nationaal Kinderkoor JUNIOR
Jansons op de bok bij de 'Symphony of a Thousand': wat een feest. Niet een symfonie die je snel zult opzetten, maar live bezorgde Jansons me zowel aan het einde van het eerste als het einde van het tweede deel kippevel. Wat een fantastische opname waar hij het voor elkaar kreeg om de twee hoogtepunten, het begin en het einde, fantastisch te verbinden. Nooit klonk het middenstuk zo goed en was het eens een keer geen kwestie van 'uitzitten'. Een magistraal geheel met geweldige solisten en koren. Als het goed is komt de opname van deze symfonie binnenkort uit bij de RCO Live Webshop. Laten we hopen dat een DVD met tv-registratie niet ontbreekt.

Symfonie Nr. 9 - Bernard Haitink (13 mei 2011)
Het eerste concert dat ik uitgebreid op mijn blog heb besproken: 'Haitink's uitvoering was prachtig in subtiliteit en transparantie en leidde tot een spanning en intensiteit die het Concertgebouw, zeker in het laatste deel, volledig in z'n greep hield.' Lees de rest van de blog hier.

Das Lied von der Erde - Fabio Luisi (18 mei 2011)
m.m.v. solisten Anna Larsson en Robert Dean Smith
Ook dit concert was recent al onderwerp van mijn blog. Ik was met name onder de indruk van Luisi's intepretatie van Mahler's Totenfeier voor de pauze: 'Hoewel ik naar Amsterdam kwam voor Das Lied von der Erde was het hoogtepunt toch echt voor de pauze. Luisi stelde bij Das Lied niet teleur met een prachtige orkestrale klank en begeleiding van de solisten. Solisten die mij allebei tegenvielen.' Lees de rest van de blog hier.

Symfonie Nr. 10 - Eliahu Inbal (30 juni 2011)
Met het wegsterven van de laatste noot van Mahler's Tiende onder het Koninklijk Concertgebouworkest onder Eliahu Inbal eindigde de prachtige Mahlerserie. Inbal had de onmogelijke opdracht om een symfonie die grotendeels niet echt des Mahlers is uit te moeten voeren ruim een maand na de weergaloze Bernard Haitink met de Negende. Lees de blog erover hier.

PS. De AVRO, de ambassadeur van klassieke muziek bij de Publieke Omroep, heeft TV-registraties van de concerten gemaakt en per blok van 5 concerten uitgezonden tijdens twee Mahlerweken ('Das Lied von der Erde' viel buiten de boot bij de AVRO). Via deze link zijn alle concerten terug te zien!

Concert 30 juni 2011: De Tiende van Mahler


Mahler: Symfonie Nr. 10

Eliahu Inbal, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Met de Tiende van Mahler eindigde de Mahlerserie van het Koninklijk Concertgebouworkest die in oktober 2009 begon en alle symfonieën en Das Lied von der Erde omvatte. Aan de Israëlische dirigent Eliahu Inbal de grote, maar ook dubieuze, eer om de serie af te sluiten met Mahler's laatste symfonie.

Het is een grote eer om in dezelfde serie als eminente dirigenten als Jansons en Maazel en Mahlerexpers als Haitink, Boulez en Fischer te mogen dirigeren. En daar zit het eerste deel van het dubieuze aspect nu precies in. Hoe je het ook wendt of keert Inbal is een goede dirigent, maar hij benadert niet het niveau van de anderen in de serie. Ook Daniel Harding, die de eerste symfonie voor zijn rekening nam, hoort nog niet bij de groten der aarde, maar is nog jong. Inbal is zijn carrière begonnen bij het hr-sinfonieorchester Frankfurt. Op dit moment staat hij in Tokyo en bij philharmonisch orkest van Tsjechië op de bok. Ten slotte is hij music director van La Fenice. Het zelfde La Fenice in Venetië waar de verwoesting ervan door brand onderwerp is van het boek The City of Falling Angels van John Berendt dat elders op deze blog is besproken.

Het andere dubieuze aspect is het werk zelf. In de zomer van 2010 maakte Mahler een schets van de opvolger van zijn negende symfonie. Zijn vroegtijdige dood in Wenen in het voorjaar van 1911 zorgde ervoor dat deze symfonie 'unvollendet' is gebleven. In de jaren zestig heeft Deryck Cook, met toestemming van Mahler's weduwe Alma, een 'performing version' van de vijf delen tellende symfonie gemaakt. De symfonie heeft geleid tot een tweedeling onder dirigenten: velen weigeren de 'performing version' te spelen omdat deze versie niet de ware vertegenwoordiging kan zijn van Mahler's wens. Voor die groep is het spelen van het eerste meest complete deel, het Adagio, alleen acceptabel. Simon Rattle is een van de weinigen die het werk op de lessenaar heeft staan en waarvan opnames zijn uitgebracht met het Bournemouth Symphony Orchestra en (later) een liveversie met de Berliner Philharmoniker.

Met het voorafgaande in het achterhoofd zal het niet verbazen dat het concert niet het hoogtepunt van de cyclus was. Zeker niet in de wetenschap dat het concert volgde op de Negende uitgevoerd door Beranrd Haitink. Inbal liet het KCO, zoals altijd, prachtig spelen en het Adagio maakte duidelijk dat we hier met Mahler van doen hadden, maar de overige delen konden me maar matig boeien. Aardige was wel dat in het vierde deel je opeens verwantschap met 'Das Trinklied von der Erde' uit 'Das Lied von der Erde' kon horen.

Met het wegsterven van de laatste noot eindigde deze prachtige Mahlerserie van het Koninklijk Concertgebouworkest. Met een memorabele serie concerten hebben zijn de opeenvolgende jubilea van geboorte (1860) - en sterfjaar (1911) van Mahler fantastisch kracht bijgezet.