woensdag 30 maart 2016

Beperkte houdbaarheid: 'Het boek van de Baltimores' van Joël Dicker


Ruim een jaar na de bestseller De Waarheid over de Zaak Harry Quebert is schrijver Joël Dicker terug met een vervolg. Niet alleen hebben beide boeken dezelfde hoofdpersoon gemeen, maar is Het boek van de Baltimores net zo’n pageturner. Jammer genoeg is de houdbaarheid van het verhaal een stuk beperkter en beginnen de eerste vraagtekens zich al snel na het lezen van de laatste pagina te vormen… 

De Waarheid over de Zaak Harry Quebert was niet alleen de tweede roman van Joël Dicker (1985) maar betekende tevens zijn grote doorbraak. Want de lekker weglezende misdaadthriller is in meer dan dertig talen vertaald en was onder andere in de Nederlandse boekhandels een grote bestseller. Met Het boek van de Baltimores sorteren de boekhandels – gezien de grote stapels aldaar – alvast voor op een nieuwe bestseller. Niet alleen omdat Joël Dicker met zijn vorige boek een grote schare fans heeft verzameld, maar ook omdat beide boeken dezelfde hoofdpersoon delen en Het boek van de Baltimores daarmee als een vervolg kan worden gezien. Want ook nu is schrijver Marcus Goldman – een uitvergroot alter ego van Joël Dicker zelf? - de ware hoofdpersoon die door zijn verhaal te vertellen tegelijkertijd een nieuw boek aflevert, net zoals Dicker dat doet door Goldman weer van stal te halen. En ook nu hangt het verhaal samen met het verleden van Marcus Goldman. Want in De Waarheid over de Zaak Harry Quebert komt Goldman zijn leermeester en literaire grootmeester Harry Quebert te hulp in wiens tuin – na een vermissing van 33 jaar - het lichaam van Nora Kellergan wordt gevonden. In Het boek van de Baltimores keert Goldman terug naar zijn jeugd die al inspiratie vormde voor zijn eerste boek, maar na zijn boek over Harry Quebert volgt nu het ware relaas in wat Joël Dicker ruim 400 pagina’s ‘Het Drama’ noemt alvorens het mysterie te ontsluieren. En hoewel in beide gevallen de oplossing vakkundig door Dicker wordt ‘opgezouten’ tot de laatste hoofdstukken en hij daarmee een patent lijkt te hebben op een blauwdruk voor een pagenturner verschilt het karakter van beide boeken aanzienlijk: het ene boek is een misdaadthriller terwijl dit nieuwe boek in de kern een familiedrama is. En hoewel De Waarheid over de Zaak Harry Quebert minder lang blijft hangen dan menig ander boek is het opvallend dat het des te meer geldt voor Het boek van de Baltimores waarvan de houdbaarheid niet veel verder lijkt te strekken dan de laatste pagina. 

Drama met hoofdletter D!
In Het boek van de Baltimores weet Joël Dicker vakkundig de lezer mee te nemen in het leven van Marcus Goldman dat telkens verspringt naar het hier en nu, de periode na ‘Het Drama’, de directe aanloop naar ‘Het Drama’ en de familiegeschiedenis van de Goldmans die de emotionele basis legt voor het gehele verhaal. Het knappe aan Dicker is – en dat was in zijn vorige boek ook al zo – dat hij garant staat voor een geraffineerde spanningsopbouw waardoor je blijft lezen. Daar waar je bij bijvoorbeeld Dan Brown wel eens moe wordt van de continue cliffhangers is de stijl van Dicker meer die van een grote puzzel. Een puzzel waar stukje bij beetje meer duidelijk wordt, maar waar pas het laatste puzzelstukje het volledige overzicht geeft. Dit geeft Dicker ook alle ruimte om de bijna 450 pagina’s te vullen met het leven van de familie Goldman. Een familie die eigenlijk twee takken heeft: de succesvolle tak van advocaat Saul Goldman, woonachtig in Baltimore, en de minder succesvolle tak van de vader van Marcus die in Montclair woont. Marcus is feitelijk vertegenwoordiger van de Goldmans-uit-Montclair, maar door de intense vriendschap met zijn neef Hillel en zijn “stiefbroer” Woody wordt een brug geslagen tussen deze twee families en voelt Marcus zich niet alleen als een Goldman-uit-Baltimore, maar vormen de “drie neven Goldman” de Goldman Gang. Juist die vriendschap vormt de basis voor het eerste boek van Goldman. Echter zal net voor Thanksgiving 2004 ‘Het Drama’ de familie-Goldman toevallen waardoor ze nooit meer hetzelfde zullen zijn. Op de achtergrond speelt tevens Alexandra een behoorlijke rol die het liefdesobject van de drie neven is, maar in beginsel eindigt met Marcus. Deze Alexandra Neville is daarmee meteen het liefdesdeel van het verhaal en lijkt een beetje geïnspireerd te zijn op Adele of Adele-achtige popsterren. Zo zuigt Dicker je steeds verder in het verhaal en blijf je doorlezen om er achter te komen hoe het nu precies zit. 

Beperkt houdbaar
De Waarheid over de Zaak Harry Quebert kreeg van enkele recensenten het verwijt dat deze ‘literaire thriller’ allesbehalve literair is. Een nogal vreemd verwijt dat leek ingegeven door het spannende karakter van het boek. Die eerdere kritiek lijkt echter wel iets meer van toepassing op Het boek van de Baltimores al is literair een vreemd en moeilijk te duiden criterium. Wat wel opvalt bij dit boek is dat het verhaal op veel punten nogal ongeloofwaardig is en van toevalligheden aan elkaar hangt. Hierdoor blijft het allemaal minder hangen en zijn er de nodige vraagtekens te plaatsen bij het boek. Dit is echter geen probleem zolang je aan het lezen bent, want dan dendert Dicker gewoon door en laat je je meevoeren. Na het lezen van de laatste pagina leg je vervolgens het boek voldaan weg om niet veel later te bedenken wat je hebt gelezen en dan wreekt zich de beperkte houdbaarheid van de verhalenwereld van Joël Dicker. Een houdbaarheid die in zijn vorige boek wat langer stand hield. Begrijp me niet verkeerd: liefhebbers van De Waarheid over de Zaak Harry Quebert zullen veel plezier beleven aan de saga van de familie-Goldman. En ook lezers die voor het eerst met Dicker in aanraking komen zullen zich aan de boeken geen buil kunnen vallen. Maar na het lezen van beide boeken gaat de houdbaarheid aan je oordeel knagen en is het de vraag hoe Dicker zich ontwikkelt. Gaat hij dit trucje nog een keer reproduceren of gebruikt hij zijn talent voor de pageturner om zichzelf (deels) opnieuw uit te vinden. Want voor Marcus Goldman en zowel zijn familie uit Baltimore als Montclair is het boek nu wel gesloten.

Oordeel FerdiBlog: ***

Recent is ‘Le livre des Baltimore’ van Joël Dicker verschenen. De Nederlandse vertaling ‘Het boek van de altimores’ door Manik Sarkar wordt door De Bezige Bij uitgegeven. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

maandag 28 maart 2016

Concert 25 maart 2016: Het licht van een Rotterdamse Matthäus-Passion


Bach: Matthäus-Passion

Werner Güra, Evangelist (tenor)
Peter Rose, Christus (bas)
Camilla Tilling, sopraan
Lawrence Zazzo, countertenor
Robert Murray, tenor
Derek Walton, bas

Laurens Collegium Rotterdam
Jongenskoor Koorschool St. Bavo Haarlem
Pablo Heras-Casado, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam 

In de week overschaduwd door de duisternis van de aanslagen in Brussel brengt het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Pablo Heras-Casado licht én troost met de Matthäus-Passion. 

Dat muziek troost brengt is een cliché, maar daarom niet minder waar. De week dat Brussel is opgeschrikt door twee laffe aanslagen die zoveel leed hebben aangericht valt samen met de Goede Week die culmineert in Goede Vrijdag en Pasen. Een week waarin de uitvoeringen van de Matthäus-Passion en - in mindere mate - de Johannes-Passion domineren en tevens werden opgedragen aan de slachtoffers bij vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek. Want de passies van Johann Sebastian Bach (1685-1750) genieten - zeker in Nederland - een ongekende populariteit en markeren één van die weinige momenten dat (klassieke) muziek een volkstraditie vormt. Het muzikale genie van Bach vertaalt het lijdensverhaal van Christus naar een tijdloos oratorium dat menig luisteraar niet onberoerd laat en zo licht én troost brengt, juist in een week als deze. 

Een dynamische uitvoering
Voor orkesten zoals het Rotterdams Philharmonisch Orkest is het vanzelfsprekend om in de Goede Week de Matthäus-Passion ten gehore te brengen met in de regel ieder jaar weer een andere (gast)dirigent die zijn interpretatie geeft. Dit jaar is het de beurt aan de in Rotterdam graag geziene dirigent Pablo Heras-Casado die tegelijkertijd daarmee zijn debuut maakt met de Matthäus-Passion. De Spaanse dirigent Pablo Heras-Casado (1977) is onderdeel van een nieuwe generatie jonge dirigenten die de afgelopen jaren furore heeft gemaakt. Heras-Casado specialiseert zich met name in de componisten van de 19e eeuw waarin hij zich richt op een historisch geïnformeerde uitvoering zoals zijn recente opname van de Derde en Vierde Symfonie van Mendelssohn met het Freiburger Barokorchester een mooi voorbeeld van is. De Matthäus-Passion van Bach was nog onontgonnen terrein voor hem, maar met de drievoudige uitvoering bij één van de leidende orkesten in het land van de Matthäus-manie laat hij zien niet angstig aangelegd te zijn. En het moet gezegd dat hij met zijn uitvoering tekent voor een fraai debuut waarbij hij vooral zijn eigen weg kiest. Een weg die - in tegenstelling tot het onderwerp van de Matthäus - allesbehalve een lijdensweg is. Heras-Casado kiest voor een dynamische uitvoering waarbij hij het onderstrepen van de dramatiek, maar ook de lichtere momenten boven het plechtige karakter van de Matthäus stelt. Een aanpak die - een beetje plagerig - meer katholiek is dan protestants. Een gedurfde keuze bij een protestants-seculiere traditie. Maar de dynamische aanpak van Heras-Casado waarbij hij verschillende tempi hanteert en met name ook de koren telkens een andere invulling geeft van bijna fluisterend tot 'vol op het orgel' is zonder meer geslaagd. 

Een alt-ternatief van Lawrence Zazzo
Voor vele Matthäus-liefhebbers blijft de aria Erbarme Dich het emotionele en muzikale hoogtepunt. Een hoogtepunt dat door vele alten op prachtige wijze is ingevuld. Maar evenzeer ook een hoogtepunt voor de begeleidende soloviolist. Een begeleiding die bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest al sinds jaar en dag op voortreffelijke wijze en met veel pathos wordt uitgevoerd door concertmeester Igor Gruppman. De rol van alt kan echter - zeker met het oog op de uitvoeringspraktijk in de tijd van Bach zelf - ook worden uitgevoerd door een mannelijke solist. De Amerikaanse countertenor Lawrence Zazzo - hoewel een tikkeltje gemaniëreerd - wist zich met verve te onderscheiden door een uitstekende Erbarme Dich als hoogtepunt van zijn opvallende bijdrage aan de avond. Sowieso viel er qua solisten veel te genieten. Met Werner Güra trad een sympathieke Evangelist naar voren die moeiteloos de aria's, koralen en solo's samenbracht in één coherente Passie. De Christus van bas Peter Rose was allesbehalve fragiel, maar juist vol kracht en domineerde daarmee de andere solisten. Meer Oud dan Nieuw Testament zullen we maar zeggen en dat zal tegelijkertijd de reden zijn dat zijn bijdrage wellicht door andere luisteraard als te stevig en operatesk zal worden gevonden. Maar binnen deze uitvoering die het plechtige voor het dynamisch-dramatische verving een meer dan prima keuze. Sopraan Camilla Tilling zong voorbeeldig en met zichtbare passie, maar leek soms het orkest qua volume niet geheel de baas te kunnen. Een uitvoering als deze staat of valt uiteindelijk met de kwaliteit van het koor en dat was in Rotterdam meer dan in orde. De twee koren van het Laurens Collegium Rotterdam deed de muziek van Bach eer aan en volgden de dynamische aanwijzigingen van Heras-Casado tot in detail waardoor de eerder genoemde dynamische invulling van de koralen mogelijk werden. Daarbij mag de fijne inbreng van het jongenskoor van de Koorschool St. Bavo uit Haarlem niet onbenoemd blijven. 

De discussie over wel of geen applaus na afloop van de Matthäus kan in het midden gelaten worden omdat het applaus inmiddels het gewonnen lijkt te hebben van de waardering in stilte. Opvallend was echter de lange stilte die dirigent, orkest en publiek in acht namen na de laatste noot van het slotkoraal Wir setzen uns mit Tränen nieder. Ongetwijfeld in waardering voor een mooie uitvoering waarmee Heras-Casado een fraai debuut afrondde. Een stilte die overigens langer had geduurd ware het niet dat iemand in het publiek het niet meer hield en ging klappen waarna een kort moment van verwarring volgde en het publiek in een groot applaus uitbrak met dito gejoel her en der. Daar was zeker niets protestants of plechtigs aan. 

Oordeel FerdiBlog: ****

Pablo Heras-Casado en het Rotterdams Philharmonisch Orkest tijdens de eerste repetitie met de openingskoraal 'Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen':


Op 23, 24 en 25 maart was Pablo Heras-Casado te gast bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en maakte daarbij zijn debuut met de Matthäus-Passion. Deze is op basis van de uitvoering op Goede Vrijdag.  

zaterdag 19 maart 2016

In de schaduw van Oost én West: 'Duister Europa' van Robert Kaplan


Hoewel de verkoopcijfers van de boeken van Robert Kaplan – zeker voor non-fictie – zonder meer uitstekend zijn, is het niet zo dat vrijwel ieder huishouden over één van zijn boeken beschikt. Maar de invloed die zijn werk heeft, overtreft in de regel de grootste bestsellers. Want wie ook maar een beetje geïnteresseerd is in geopolitiek en het buitenland kijkt telkens reikhalzend uit naar zijn nieuwste boek. Met Duister Europa werpt Kaplan zijn licht op Roemenië. Een land dat door velen niet op voorhand als geopolitieke brandhaard zal worden betiteld. Maar voortgestuwd door zijn fascinatie voor dit land neemt Kaplan de lezer mee op reis door heden en verleden van een land in de schaduw van Oost en West. 

Jaren geleden kenschetste het weekblad The Economist een boek op prachtige wijze door te stellen dat ‘This book is destined to lie unread on the coffee tables of liberal America’. Het boek dat The Economist hier slechts in één zin wist weg te zetten was niet één van de zestien boeken geschreven door Robert Kaplan, maar de autobiografie van Bill Clinton My Life. Want sinds de doorbraak van zijn Balkanschimmen in 1993 weet Robert Kaplan (1952) met zijn mix van geopolitiek, geschiedenis en reisverhalen grote groepen lezers aan zich te binden. Want in tegenstelling tot de draak van een autobiografie van Clinton zijn de boeken van Kaplan immer het lezen waard. Zijn boeken zullen daarom nimmer ongelezen terug te vinden zijn op de salontafels van liberaal of conservatief Amerika of de salontafels waar dan ook ter wereld. Want Kaplan heeft de unieke gave om internationale en geopolitieke ontwikkelingen inzichtelijk te maken en vaker wel dan niet te markeren wat de internationale brandhaarden van de komende jaren zullen zijn. Daarmee is Kaplan verplichte lectuur voor allen die internationaal geïnteresseerd of professioneel actief zijn. Het bekendste voorbeeld hiervan is zijn beschouwing van de Balkan in Balkanschimmen. Hij was – ook al voordat het boek werd gepubliceerd – de eerste Amerikaanse schrijver die in de duisternis van de Balkan een oorlog zag ontvlammen. Toen de oorlog uitbrak werd zijn boek gezien onder arm van toenmalig president Bill Clinton waarvan insiders wisten te vertellen dat juist dit boek mede de aanleiding voor het Witte Huis vormde om niet in te grijpen. Een keuze die Kaplan niet heeft begrepen aangezien juist de omvang en diepte van die duisternis juist aanleiding zou kunnen zijn om – op welke wijze dan ook – in te grijpen. 

Roemenië?
Kaplan’s voorlaatste boek Het Aziatisch Kruitvat verscheen in 2014 en handelt over de landen rondom de Zuid-Chinese Zee als toekomstige geopolitieke brandhaard waar China en de Verenigde Staten en de landen rondom de Chinese Zee van Vietnam tot Japan zich in zullen bevinden. De thematiek van dit boek is immer actueel en was één van de redenen waarom de kenners niet alleen naar het Midden-Oosten bleven kijken, maar ook de blik verder oostwaarts richten. Alle reden dus om te denken dat Kaplan’s nieuwste boek de nieuwste geopolitieke hotzone ontrafelt. In Duister Europa – de meer dan uitstekende Nederlandse vertaling van In Europe’s Shadow van de hand van vaste Kaplan-vertaler Margreet de Boer – is verrassend genoeg Roemenië het onderwerp van Kaplan’s fascinatie. En hoewel in deze tijden van IS, de problemen in het Midden-Oosten en de toenemende spanningen met Rusland dit misschien wat vreemd lijkt, is dit vanuit het perspectief van Robert Kaplan alleszins verklaarbaar. Na zijn diensttijd in het Israëlisch leger vertrok Kaplan – in het bezit van zowel een Israëlisch als Amerikaans paspoort – naar Roemenië. Niet helemaal toevallig omdat hij daarmee tegemoet kon komen aan zijn fascinatie met het Oostblok en Roemenië – vanwege de grote Joodse gemeenschap aldaar – het enige land achter het IJzeren gordijn was waar Israël diplomatieke betrekkingen had en daarmee toegankelijk. Roemenië zou voor Kaplan het startpunt vormen voor een band met Oost-Europa die tot op de dag van vandaag voortduurt. Kenners van Kaplan zal dit overigens minder verbazen aangezien Roemenië een belangrijk onderdeel van Balkanschimmen vormde en dus niet exclusief handelt over Joegoslavië. 

Roemenië!
In Duister Europa toont Kaplan zijn grip op de geschiedenis en schetst een Roemenië als middelpunt van Oost en West zonder ooit ergens helemaal bij gehoord te hebben. Hoewel Roemenië – gelijk een groot deel van Europa – onderdeel is geweest van de belangrijkste rijken in de geschiedenis, is het land een unieke samensmelting van het Latijnse Westen en het Grieks-Orthodoxe Oosten. Een land dat vaak een grenspost vormde van het Romeinse tot het Ottomaanse Rijk en in de moderne geschiedenis tienmaal door Rusland is binnengevallen. Een land dat tevens een tragische geschiedenis heeft door in de Tweede Wereldoorlog – onder leiding van Antonescu – eerst voor de Nazi’s te kiezen en daarna voor de Russen en in beide gevallen veel landgenoten te verliezen in de strijd. Na de ellende van de Tweede Wereldoorlog volgde de lange schaduw van het communisme dat zich uitte in het regime van Ceausescu. Een regime dat Stalinisme combineerde met een vleugje Noord-Korea. Iets wat zelfs in Moskou met argusogen werd bezien. Met de val van het gehate echtpaar in 1989 opende Roemenië zich naar Europa en werd onderdeel van het Westen met als bekroning het lidmaatschap van de NAVO en de Europese Unie. In Duister Europa geeft Kaplan zijn unieke kijk op Roemenië door de bijzondere, maar ook duistere geschiedenis te combineren met een beschrijving van zijn bezoeken aan en gesprekken in Roemenië, maar ook o.a. Moldavië dat vroeger onderdeel was van Groot-Roemenië en nu slechts een zwakke democratie is. Een zwakke democratie waar in de woorden van Kaplan de Russische president Poetin fan van is, omdat je daarmee op allerhande schaduwachtige manieren een dergelijk land kunt destabiliseren. Een ontwikkeling waar Roemenië voor waakt aangezien het lidmaatschap van de NAVO en de EU dan weinig uitkomst biedt: een overduidelijke casus belli ontbreekt dan. Tegelijkertijd laat Kaplan zien dat de ontwikkelingen in Roemenië niet stil hebben gestaan, zeker wanneer je reist van Moldavië naar Roemenië en je feitelijk ziet hoe Roemenië ooit was en wat er verandert is. Tussendoor maakt Kaplan ook uitstapje naar de antieke geschiedenis van Roemenië waarin talloze beslissende veldslagen onderdeel zijn van het collectief bewustzijn, maar gek genoeg de slagen bekend zijn, maar de precieze locatie allesbehalve. 

Duister Europa is Kaplan's fascinerende reis door grensland Roemenië dat Oost en West verbindt, maar tegelijkertijd ook overschaduwd wordt door de grootmachten in verleden én heden. Roemenië is daarmee een ideologisch en geografisch grensgebied dat een verhaal vertelt over Europa, Rusland en een onzekere toekomst. Een boek dat juist in deze tijden van toenemende spanning met Rusland en aan de vooravond van het referendum over het Associatieverdrag met Oekraïne - waar Kaplan zich recent in Buitenhof voor heeft uitgesproken – een must read is. 

Oordeel FerdiBlog: ****

In februari is ‘In Europe’s Shadow’ van Robert Kaplan gepubliceerd. De Nederlandse vertaling ‘Duister Europa’ door Margreet de Boer voor Unieboek|Het Spectrum is in maart verschenen.

Deze recensie markeert het 396e bericht op én het eerste lustrum van FerdiBlog. Op 19 maart 2011 ging FerdiBlog van start met een recensie van Anatomie van een Moment van Javier Cercas. In die eerste maand had FerdiBlog 76 bezoekers, afgelopen maand bijna 4.000. Op naar de volgende 5 jaar!

zaterdag 12 maart 2016

Concert 11 maart 2016: More gold than corn


Voormolen: Eline
Korngold: Vioolconcert
Rachmaninov: Symphonie Nr. 2

Liza Ferschtman (viool)
Ainars Rubikis, Residentie Orkest 
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Het Vioolconcert van Korngold werd ooit door een recensent fameus weggezet als 'more corn than gold'. Dat weerhield het werk er niet van een vaste plek te verwerven in het repertoire. En het weerhield het Residentie Orkest al helemaal niet van een voorbeeldige uitvoering. Eline van de Haagse componist Voormolen en een meeslepende Tweede Symfonie van Rachmaninov completeerden de avond van 'de laatste Romantici'. 

Dirigenten uit Estland zijn geen onbekend fenomeen voor het Haagse Residentie Orkest. Lange tijd was Neeme Järvi de chef-dirigent en nu maakt de jonge Est Ainars Rubikis zijn debuut als gastdirigent in Den Haag. Blijkbaar is het een regio die overloopt van het muzikaal talent, want het naburige Letland levert met Mariss Jansons en Andris Nelsons een grote bijdrage aan de wereldtop van dirigenten. Rubikis lijkt uit eenzelfde mal gegoten waarbij hij - gelijk zijn Estse en Letse collega's - muziek laat ademenen en orkesten inspireert tot grote muzikaliteit. Daarbij kiest het Residentie Orkest steeds vaker voor thematische concerten waarbij de concerten veelal door artistiek directeur Ronald Kieft - die helaas binnenkort het orkest zal verlaten om directeur van de Stichting Omroep Muziek te worden - met aanstekelijk enthousiasme worden ingeleid. Dit concert stond in het teken van 'de laatste Romantici': componisten die ondanks de moderne tijd een muzikale stijl ontwikkelden die terugvoert naar de Romantiek. Het meest pregnante voorbeeld daarvan is misschien wel de Haagse componist Alexander Voormolen (1895-1980) wiens hommage aan Eline Vere van de realist (!) Louis Couperus een muzikaal idioom kent dat doet terugdenken aan de 19e eeuw. Het toondicht Eline is echter in 1957 gecomponeerd. Een jaar dat - zoals Kieft opmerkte - ook de lancering van de eerste Spoetnik betekende en waarin Blueberry Hill van Fats Domino het licht zag. De muziek van Voormolen is vrijwel onbekend. Sterker nog: de enige studio-opname van diens werk staat op naam van - hoe kan het ook anders - het Residentie Orkest (Chandos, 2000). 

Scherp, in balans en vol Technicolor
Voormolen's hang naar het verleden markeert ook de carrière van Erich Wolfgang Korngold. In 1897 geboren in Moravië en daarmee Oostenrijk-Hongarije zou de Habsburgse wereld waarin dit muzikale wonderkind werd geboren ruim 20 jaar later - als gevolg van de Eerste Wereldoorlog - volledig verdwenen zijn. Toch weerhield dit Korngold er niet van om die nieuwe wereld in 1920 - hij was slechts 23 - te verrassen met de opera Die Tote Stadt die tevens zijn magnum opus zou blijken. Zijn muzikale succes voerde hem naar de Verenigde Staten waar hij werkte aan muziek voor de bekende avonturenfilms van die tijd. Wie in die tijd dacht aan Errol Flynn hoorde de muziek van Korngold en wie de muziek van Korngold hoorde zag Flynn in diens rol als onder andere Robin Hood. Terwijl de wereld van zijn jeugd tot de geschiedenisboeken was veroordeeld, zou met de Anschluss in 1938 hetzelfde gebeuren met het Oostenrijk van zijn volwassen leven. Korngold bleef in de Verenigde Staten, legde zich toe op filmmuziek en zou pas weer voor de concertzaal schrijven wanneer Hitler verslagen was. In 1945 zag daarom zijn Vioolconcert het licht. Een werk dat door de mix van Romantisch idioom en verwijzingen naar zijn eerdere filmmuziek niet helemaal serieus werd genomen en daarmee het vernietigende oordeel 'more corn than gold' ontketende. Toen Korngold in 1957 - het jaar van Voormolen's Eline - overleed, viel een componist weg die tegen beter weten in terugviel op de Romantiek, maar inmiddels - alhoewel nog altijd beperkt tot het Vioolconcert en Die Tote Stadt - zijn plek verworven heeft. En het Residentie Orkest voelde het idioom van Korngold perfect aan. Overigens uitstekend aangespoord door Rubikis die niet alleen zorgde voor een perfecte balans tussen orkest en soliste Liza Ferschtman, maar ook garant stond voor een evenzo fijn evenwicht van de volvette Technicolor-elementen in Korngold's muziek én een strakke uitvoering die de vaak ermee gepaarde overdrijving neutraliseerde. De scherpe toon van Liza Ferschtman's spel paste hier uitstekend bij waardoor Rubikis, Ferschtman en het Residentie Orkest tekenden voor een voorbeeldige uitvoering die werd afgerond met een weinig gehoord toegift door Ferschtman: Eugène Ysaÿe's Vioolsonate Nr. 5 'Zonsopgang'. 

Zwelgen in Rachmaninov, maar met mate
Rubikis en het Residentie Orkest maakten het Romantische drieluik compleet met de Tweede Symfonie van Sergej Rachmaninov (1873-1943). Zoals Ronald Kieft al smakelijk vertelde was de première van zijn Eerste Symfonie - met dank aan een dronken Glazunov die de première dirigeerde - een groot drama dat ertoe leidde dat Rachmaninov pas twaalf jaar later zijn Tweede Symfonie het levenslicht liet zien. Met deze symfonie schreef hij een uitgebreid werk waar de meeslepende en vaak (bijna overmatig) zwelgende melodieën elkaar afwisselen. Met een duur van bijna een uur krijg je waar voor je geld, maar kan de symfonie - zeker bij eerste beluistering - wat onoverzichtelijk aandoen. Rubikis en het Residentie Orkest waren echter zeer stevig opgewassen tegen deze Romantische parel die in hun handen allesbehalve uiteenviel in een draak van de Romantiek. Ook hier gold de strakke leiding van Rubikis als succesformule voor een uitvoering waar de balans tussen Romantiek zwelgen en muzikale finesse telkens gevonden werd. Met name het prachtige Adagio dat bekend staat als één van de grootste symfonische delen in de Russische muziek zorgde na afloop voor een oorverdovende stilte in het Zuiderstrandtheater. Met Rachmaninov als afsluiting van 'de laatste Romantici' toonde het Residentie Orkest - en niet in de laatste plaats gastdirigent Rubikis en artistiek directeur Ronald Kieft - dat in Den Haag het adagium 'more gold than corn' geldt. 

Oordeel FerdiBlog:****

In het kader van 'Symphonic Friday' voerde het Residentie Orkest onder leiding van gastdirigent Ainars Rubikis en met medewerking van violiste Liza Ferschtman op 11 maart 2016 werken uit van 'de laatste Romantici'  Voormolen, Korngold en Rachmaninov.  

zondag 6 maart 2016

Dans 5 maart 2016: Vertrouwde vervoering én vernieuwing bij het NDT


Nederlands Dans Theater (NDT)
Somos

León & Lightfoot: Same Difference
Goecke: Woke Up Blind
Pite: The Statement
León & Lightfoot: Shoot the Moon

NDT 1
Sepp Grotenhuis (piano)
Paul Murphy, Het Balletorkest
Zuiderstandtheater, Den Haag

De immer voortgaande muziek van Philip Glass is niet alleen de perfecte inspiratie voor het Nederlands Dans Theater  maar staat ook symbool voor de continue vernieuwing die het gezelschap markeert. In het fijne programma Somos brengt het NDT1 het publiek - met dank aan León & Lightfoot - vertrouwd in vervoering, maar weet grenzeloos te vernieuwen in twee wereldpremières van Goecke en Pite. 

Met het choreografische duo van Sol León en Paul Lightfoot heeft het NDT een tijdloos repertoire opgebouwd dat immer de basis vormt voor de NDT-programmering. Hoewel het gevaar van berusting   loert, weet het NDT telkens te vernieuwen door het vertrouwde te combineren met wereldpremières die telkens beogen de grenzen van het NDT te verleggen. Het nieuwe programma Somos is een geweldig voorbeeld hoe vernieuwing en vertrouwdheid hand in hand gaan. Want de klassiekers Same Difference (2007) en Shoot the Moon (2006) - allebei op de hypnotiserende muziek van Philip Glass - sandwichen nieuwe werken van Marco Goecke en Crystal Pite die beiden als associate choreographers van het NDT door het leven gaan. Beide werken hebben het in zich om vast onderdeel van het repertoire te worden, maar ieder op geheel eigen manier. Daar waar Woke Up Blind rüchsichtlos op het gevoel van het publiek inspeelt, biedt The Statement door onderwerp en opzet iets totaal nieuws en - op geheel eigen wijze - meeslepende dansvorm.

Ego centraal in Same Difference
Theatraliteit en ongemak kenmerken Same Difference waarin het ego en de chaos die het veroorzaakt centraal staat. De dansers van het NDT1 volgen allen hun eigen ego waardoor een gefragmenteerd collectief ontstaat. Een collectief dat - op de pulserende klanken van Philip Glass' Symfonie Nr. 3 en Strijkkwartet Nr. 5 - het ongemak bij het publiek oproept door het ego niet alleen in dans, maar ook kreten gestalte te geven. Een ongemak dat versterkt wordt door de nabijheid tussen dansers en publiek die - met name op het laatst - voor het publiek wel heel dichtbij komt. Juist dit ongemak is instrumenteel voor de impact die Same Difference heeft. Een impact die nog eens versterkt worden door de live-begeleiding door het Balletorkest en een fenomenaal lichtontwerp waardoor muziek, dans en licht ultiem samen komen. Een klassieker die tevens het laatste (Haagse) optreden inluidde van Anna Herrmann. 


Verlangen in Woke Up Blind
De muziek van de tragisch vroeg overleden Jeff Buckley inspireerde Marco Goecke tot Woke Up Blind waar het broeierige You and I gevolgd door het meer hectische The way young lovers do elkaar vinden in het verlangen dat geuit wordt. Een ongebreideld verlangen dat de dansers van NDT1 ten volle naar voren brengen in een uitwerking die direct op het gevoel inspeelt en daarmee een mooi contrast vormde met de uiteenzetting van het ego in León & Lightfoot's Same Difference.



The Statement als woorden in dans
Op voorhand leek The Statement van Crystal Pite het moeizaamste deel van het programma. Ga maar na: een choreografie gebaseerd op een vergadering die ten doel heeft tot een gezamenlijke verklaring. En dit alles slechts begeleid op de gesproken tekst van auteur en theatermaker Jonathan Young met minimale muzikale ondersteuning door muziek van Owen Belton. Maar Pite weet met The Statement iets compleets unieks neer te zetten. Een spaarzaam decor bestaande uit een ovalen vergadertafel met een oversized hanglamp vormen het strijdperk van vier dansers van het NDT1. Een strijdperk waar een afdeling een verklaring moet afleggen door van bovenaf gezonden functionarissen over een situatie die volledig uit de hand is gelopen. Het knappe aan The Statement is dat de woorden van Jonathan Young niet worden geplaybackt, maar door de dans letterlijk worden "gesproken". Een surrealistische ervaring die de kwaliteit van het NDT onderstreept, maar tegelijkertijd ook de universaliteit van dergelijke processen aangeeft. Want het voorval of de inhoud komen nooit ter sprake, alleen het proces tot damage control die de (perverse en politieke) werking van een organisatie weergeven. Een bijzonder nieuw werk dat een compleet eigen plek inneemt in het repertoire van het NDT.


Vintage vervoering in Shoot the Moon
Het fantastische Shoot the Moon sluit de tetralogie af en zorgt voor een fijn hoogtepunt in het programma. Het tweede deel van het Tirol Concerto for Piano and Orchestra van Philip Glass is misschien wel één van de beste voorbeelden van de muziek van Glass. Muziek die op het eerste gezicht bekend én repeterend klinkt, maar in werkelijkheid het muzikale equivalent van een wenteltrap vormt: muziek die telkens verder doorstijgt zonder ooit echt een eindpunt te bereiken. Deze muziek heeft León & Lightfoot geïnspireerd om relaties en de emoties daarbinnen te vertalen naar dans waarbij een draaiend decor dat een inkijk geeft in werking van (onmogelijke) liefde binnen een relatie. Inmiddels is dit al de derde maal dat ik Shoot the moon onderga en telkens zie je weer nieuwe dingen en word je - gelijke Same Difference - meegenomen in een onweerstaanbare vervoering. Een vervoering die ditmaal nog pregnanter was door de live-begeleiding door het Balletorkest die onder leiding van Paul Murphy en met overtuiging door pianist Sepp Grotenhuis het feest compleet maakten. Een prachtige afsluiting van een geweldig programma zoals alleen het NDT dat kan brengen en invulling geeft aan de Spaanse betekenis van Somos: 'Wij zijn'. 


Oordeel FerdiBlog: ****½

Het NDT1 van het Nederlands Dans Theater voert van 4 februari tot en met 10 maart 2016 'Somos' op in diverse theaters in Nederland en in het eigen Zuiderstrandtheater te Den Haag. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 5 maart in Den Haag. 

zaterdag 5 maart 2016

Meer van hetzelfde... Gelukkig maar! 'Zolang er leven is. Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar'


In 2014 werd het dagboek van de hoogbejaarde Hendrik Groen over zijn leven in een bejaardentehuis een onverwachte bestseller. Inmiddels is er een Hendrik Groen-fanclub, zijn de vertaalrechten aan meer dan 25 landen verkocht en wordt deze bejaarde uit Amsterdam-Noord ook onderwerp van een TV-serie. Alle reden dus voor Hendrik Groen om wederom in te pen te klimmen en met Zolang er leven is een nieuw dagboek te publiceren. Een dagboek dat vooral meer van hetzelfde is, maar dat is in dit geval gelukkig geen straf. 

Ooit begonnen als bijdragen aan de literaire website Torpedo Magazine is het eerste dagboek van Hendrik Groen in 2014 uitgegeven door Meulenhoff. Ondanks het grote succes is nog steeds niet duidelijk wie er schuil gaat achter Hendrik Groen. Want dat het een pseudoniem is, was al snel duidelijk. Maar minder duidelijk is of er daadwerkelijk een bejaarde dagboekschrijver achter Hendrik Groen schuil gaat of dat het een pseudoniem is van een bekende schrijver variërend van Arnon Grunberg en Michiel Stroink tot aan één van de medewerkers van Torpedo Magazine. Na al het succes dat het dagboek heeft vergaard, blijft het een open vraag, maar als daadwerkelijk een bekende schrijver achter Hendrik Groen schuilgaat dan zou dit inmiddels toch ergens wel uitgelekt zijn. Want als zelfs J.K. Rowling een pseudoniem als Robert Galbraith niet geheim kan houden waarom zou dat in Nederland dan wel lukken? Zeker ook gezien het feit dat wanneer je het dagboek van Hendrik Groen leest een schrijver die zelf bejaard noch woonachtig is een verzorgingstehuis toch wel heel erg veel fantasie moet hebben om een dergelijk dagboek te schrijven. Hoe het ook zij Hendrik Groen – inmiddels 85 jaar – leeft nog steeds en heeft het bijhouden van een dagboek weer opgepakt wat heeft geleid tot Zolang er leven is. Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar.

Oud-maar-niet-dood-club (Omanido)
Het nieuwe dagboek van Hendrik Groen beslaat het jaar 2015 en is de weerslag van Groen’s keuze om alsnog het schrijven van een dagboek weer op te pakken. De lezers van het eerste dagboek weten dat hij samen met een aantal andere bejaarden – uit de gezellige categorie zullen we maar zeggen – de Oud-maar-niet-dood-club (Omanido) heeft opgericht als vehikel voor zijn pogingen om iets van het leven te maken. Lezers waren er daarbij ook getuige van dat Hendrik Groen binnen Omanido zeer close werd met Eefje die – zoals zovelen in de omgeving van Groen – helaas tegen het einde van het dagboek overleed. Na zijn dagboek over 2013 volgde er dus geen dagboek over 2014, maar met ingang van 1 januari 2015 heeft Hendrik Groen besloten om in ieder geval voor het jaar 2015 toch weer een dagboek bij te houden. Het aardige daarbij is dat het lezen van dit dagboek voor zowel de nieuwe lezers als de lezers van het vorige dagboek geschikt is. De lezers bekend met Hendrik Groen kennen de context en kunnen zich verheugen op een weerzien met bekende personages uit het vorige dagboek, terwijl voor nieuwe lezers de wereld van het klassieke verzorgingstehuis zich ontvouwt. Opvallend daarbij is dat de (links georiënteerde) Hendrik Groen zeer hecht aan de actualiteit en dat juist omdat het boek zo snel na het schrijven van zijn laatste bijdrage voor 2015 is verschenen, de lezer ook veel actualiteit zal herkennen waardoor het dagboek meer gaat leven dan bijvoorbeeld een jaar uit het leven van Groen van enkele jaren geleden. Toch blijft het daarbij opvallend hoe veel kennis deze Hendrik Groen heeft en hoe scherp hij analyseert. Iets wat zonder meer het idee voedt dat Hendrik Groen niet meer is dan een pseudoniem van een schrijver die verre van bejaard is. 

Meer van hetzelfde
Net als de voorganger leest Zolang er leven is heerlijk weg en blijft de oprechtheid van het dagboek intrigeren. Want vaak zal bij het lezen ervan een glimlach niet onderdrukt kunnen worden hoewel het verdriet van het telkens wegvallen van mensen om je heen – ook dit dagboek kent wat dat betreft weer een overlijden met grote impact op Hendrik – ook heel invoelbaar wordt. Ook de observaties over het leven in een verzorgingstehuis, de bureaucratie eromheen en de kinderachtigheid waarmee ook bejaarden elkaar te lijf gaan (leeftijd is geen remmende factor op dat gebied) blijven de lezer verbazen. Opvallend is dat de “verhaallijnen” uit het dagboek zich allemaal wel heel erg netjes houden aan de planning van het schrijven over één jaar, maar aan de andere kant is een jaar in een verzorgingstehuis ook relatief lang. Zolang er leven is is dus eigenlijk meer van hetzelfde, maar gezien het succes van het eerste dagboek is dit alleen maar een compliment. Of er nog een dagboek volgt is natuurlijk de vraag. Hendrik Groen heeft natuurlijk niet het eeuwige leven al scheelt het natuurlijk wel wanneer Hendrik Groen daadwerkelijk 85 jaar is of zich slechts voordoet als een 85-jarige. De tijd zal het leren… 
Oordeel FerdiBlog: ****

‘Zolang er leven is. Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar’ van Hendrik Groen en uitgegeven door Meulenhoff is eind januari verschenen. Deze recensie is eerder gepubliceerd bij online nieuwsmagazine Jalta.

dinsdag 1 maart 2016

Opera 28 februari 2016: Kleinschalige maar effectieve 'Dido & Aeneas' aan het Zuiderstrand


Eccles & Finger: The Loves of Mars and Venus
Purcell: Dido & Aeneas

Raffaella Milanesi, Dido (sopraan)
Richard Helm, Aeneas (bariton)
Stefanie True, Belinda (sopraan)
Anna Bessi, Heks (mezzosopraan)
Michela Antenucci, Heks (sopraan)
Iason Marmaris, Heks (bariton)

Coro Costanzo Porto
Fabio Bonizzoni, La Risonanza
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Met een minimale bezetting en zonder enscenering weet Fabio Bonizzoni het twintigkoppige La Risonanze en Coro Constanzo Porta en de zes solisten te verleiden tot een voorbeeldige uitvoering van één van de oudste én bekendste opera's: Dido & Aeneas van Henry Purcell.

Met het afketsen van het omstreden Spuiforum en de doorstart in het weinig inventief gedoopte Onderwijs en Cultuur Complex (OCC) zijn de Dr. Anton Philips-zaal en het Lucent Dans Theater  vrijwel volledig gesloopt en is een belangrijk deel van het Haagse culturele leven verplaatst naar het tijdelijke Zuiderstandtheater aan de Scheveningse kust. En deze overstap is tot op heden zeer succesvol verlopen waarbij zowel de aparte locatie als een herboren Residentie Orkest en het immer excellente Nederlands Dans Theater (NDT) nieuw leven geblazen lijken te hebben in het toch wel erg ingedommelde culturele leven van Den Haag. De kaartverkoop loopt goed en het theater probeert met een afwisselend aanbod een groter en diverser publiek te trekken. Dus het kan daarom zo maar zijn dat op een willekeurige zondag zoals afgelopen weekend het Italiaanse ensemble La Risonanza op de bühne staat om Dido & Aeneas ten gehore brengen. Niet alleen één van de oudste voorbeelden van opera, maar tegelijkertijd ook één van de bekendste. Niet in de laatste plaats door de prachtige slotaria 'When I am laid to Earth'. En op die willekeurig zondag brengt een orkest dat bestaat uit slechts zeven leden aangevuld met een koor van dertien dit meesterwerk ten gehore. 

Spaarzaam, maar ook zonder boventiteling
De ontmoeting van Dido en Aeneas door Nathaniel Dance-Holland
Want hoewel Dido & Aeneas - door Purcell in 1689 geschreven - qua omvang van orkest en koor volledig in het niet valt bij de latere generaties operacomponisten zoals Mozart, Strauss en Wagner maakt La Risonanza het wel heel bont met haar beperkte bezetting. Gelukkig past deze aanpak juist enorm goed en is dit aantal van zeven vooral lucky seven aangezien er in de uitvoering eigenlijk geen moment verlangd wordt naar een grotere bezetting. Zelfs de concertante uitvoering met wat puik - en her en der wat minder puik - inlevingsvermogen van solisten en koor maakt het gemis van een enscenering niet bijster groot. Wat wel node wordt gemist is de boventiteling. Want hoe goed de dictie van de solisten - Stefanie True als Dido's zus Belinda voorop - ook is, het verhaal echt volgen zonder boventiteling gaat niet. En dat doet toch wel afbreuk aan de ervaring. Iets wat ook de vraag doet opkomen hoe dat in de tijd van Henry Purcell (1659-1695) ging. Want met Dido & Aeneas had Purcell een noviteit in het Engeland van zijn tijd te pakken: een geheel gezongen drama met solo's, koor en orkest. Allemaal op basis van de bekende mythe over Koningin Dido, die als weduwe heerst over Carthago en als gezelschap vertrouwt op haar zuster Belinda. In Carthago arriveert de Trojaanse prins Aeneas (u weet wel na de val van Troje door het gelijknamige Paard) op wie Dido op slag verlief wordt. Het geluk van Dido is echter een bron van haat voor een aantal heksen - de verpersoonlijking van het Kwaad en in deze versie aangevoerd door een bariton wat niet altijd even gelukkig uitpakt - die een storm opwekken en een (nep) Mercurius op Aeneas afsturen die hem - in opdracht van de Goden - sommeert om Dido te verlaten, naar Italië te reizen en Rome te stichten. Ook geen verkeerd vooruitzicht aangezien hij aan de wieg zal staan van het machtigste en grootste rijk dat de geschiedenis ooit gekend heeft. Dido koopt daar natuurlijk niets voor en sterft van verdriet. Maar niet voordat ze het prachtige 'When I am laid to Earth' ten gehore heeft gebracht en daarmee haarzelf en de kracht van Dido & Aeneas voor altijd bevestigt. 

Van gebruiksmuziek naar een eigen kunstvorm
Het aardige aan deze opera is dat het allemaal binnen het uur is afgerond waarmee er dus nog alle ruimte is om het programma aan te vullen. Fabio Bonizzoni - die niet alleen dirigeert maar ook de klavecimbel voor zijn rekening neemt - heeft hier een mooie oplossing voor gevonden door Dido & Aeneas te combineren met werk van de vergeten componisten John Eccles (1668-1735) en Gottfried Finger (1660-1730). Deze componisten waren - zoals zoveel van hun tijdgenoten - grootleverancier van 'gebruiksmuziek'  voor het gesproken theater. Veel van deze muziek is verloren gegaan, maar Bonizzoni heeft een reconstructie gemaakt van het kolderieke The Loves of Mars and Venus en staat garant voor niet alleen het arrangement maar ook een aantal koren van deze korte tragikomedie. Bonizzoni heeft goed gezien dat The Loves of Mars and Venus  niet alleen een mooie aanvulling  en dus opwarmer vormt op Dido & Aeneas maar is in deze gereconstrueerde versie ook nu nog zeer de moeite waard. 

Oordeel FerdiBlog: ****

Op 28 februari 2016 vond in het Haagse Zuiderstrandtheater een eenmalige uitvoering plaats van 'Dido & Aeneas' van Henry Purcell door La Risonanza en Coro Costanzo Porto onder leiding van Fabio Bonizzoni plaats. Deze recensie is op basis van die uitvoering.