zaterdag 30 januari 2016

'The Donald' for President. 'Nooit genoeg. De biografie van Donald Trump' van Michael D'Antonio


Aan de vooravond van de eerste presidentiële voorverkiezingen in Iowa domineert Donald Trump zowel de media als de peilingen. Zijn politieke dood is al diverse malen afgekondigd, maar lijkt hem alleen maar sterker te maken en zijn aanhang fanatieker. Michael D’Antonio levert met perfecte timing een biografie af van een man die overschatting tot een kunst heeft verheven, bizarre uitspraken telkens overleeft en de Verenigde Staten – zo niet de wereld – fascineert. 

Tijdens de 2011-editie van de fameuze Correspondent’s Dinner domineerde Donald Trump de bijeenkomst en verslaglegging ervan. Helaas voor hem niet op een positieve manier. Want zowel host Seth Meyers als president Obama namen Trump genadeloos op de hak. Niet zonder reden omdat Trump in de periode ervoor zich bekeerd had tot de birthers en publiekelijk en vasthoudend vraagtekens stelde bij de geboorteplaats van Obama en dus de legitimiteit van zijn presidentschap. De beelden van een almaar zuurder kijkende Trump terwijl Meyers grap na grap over hem maakte, spraken boekdelen. In de nieuwe biografie van Donald Trump getiteld Nooit Genoeg haalt biograaf Michael D’Antonio juist deze episode aan. Maar niet vanwege het feit dat Trump niet tegen een grap kan en blijkbaar wel ‘tikken’ kan uitdelen, maar als een klein kind ze ontvangt. Nee, voor D’Antonio is het tekenend dat op het moment dat Obama Trump (hard) aanpakt een bepaald triomfalisme zich van Trump meester maakt. Want daar staat toch maar de President van de Verenigde Staten die hem, de grote Donald Trump, alle aandacht geeft. Precies deze combinatie van publiciteitsgeilheid en overschatting vormt de kern van Donald Trump en daarmee de basis voor zijn succes. Want hoewel grote delen van de Verenigde Staten en nog grotere delen van de rest van de wereld Trump een al dan niet gevaarlijke pias vinden: succes heeft hij. De vraag is alleen altijd hoe groot dat succes in realiteit is. 

Waarheid is wat je zelf gelooft
Donald Trump heeft een vaste tactiek wanneer mensen over hem schrijven: hij staat er in beginsel voor open, maar waarschuwt immer dat wanneer – in zijn ogen althans – je over de schreef gaat, hij geen (juridische) mogelijkheid onbenut zal laten om de schrijver in het ongelijk te stellen. Bijzondere is echter dat de zaken waarnaar hij verwijst simpelweg niet hebben plaats gevonden of Trump niet in het gelijk hebben gesteld. Voor Michael D’Antonio is het (nog) niet tot een rechtszaak gekomen, maar halverwege de interviews met Trump en zijn omgeving werd elke toegang van de een op de andere dag ingetrokken. De reden: D’Antonio liet in één van de gesprekken vallen dat hij een journalist had gesproken die op Trump’s zwarte lijst stond. Zo is dus de geautoriseerde biografie verworden tot een ‘gewone’ biografie, maar dat mag de pret niet drukken. Sterker nog, het stelt D’Antonio in de gelegenheid om een volledig beeld te geven van Trump. Een beeld dat realistisch en fair lijkt. Een biografie waarin D’Antonio veel van de uitspraken – met bewijs – onderuit haalt, maar tegelijkertijd constateert dat Trump oprecht zijn eigen waarheid gelooft en zo ook snel van mening kan veranderen. Dit gecombineerd met een neus voor publiciteit verklaart ook zijn nog steeds voortdurende succes in de voorverkiezingen bij de Republikeinen waar de paniek over het gebrek aan een overtuigende establishment-kandidaat alsmaar grotere vormen aanneemt. Maar het verklaart ook hoe Trump al decennialang in het publieke oog springt en – naast een aantal mislukkingen – ook vele successen variërend van vastgoed (zijn iconische gebouwen in New York, veelal met zijn eigen naam erop) tot televisie (The Apprentice) heeft voortgebracht. En dat allemaal op grond van het beeld van een selfmade man terwijl zijn vader Fred Trump – zoon van de Duitse immigrant Friedrich Drumpf - al één van de rijkste mensen van de V.S. was en zijn zoon daarop kon toren. Desalniettemin stelt zijn succes en (publicitaire) dominantie zijn vader in de schaduw. 

Geen smoking gun
Deze biografie bevestigt een beeld van Trump dat al bestaat en geeft tal van voorbeelden waardoor de conclusie is gerechtvaardigd dat de man niet helemaal deugt en er ook wel vraagtekens zijn te plaatsen bij de manier waarop hij zijn commerciële succes heeft verkregen. Toch bevat deze biografie niet de smoking gun die Trump ten gronde richt. Simpelweg vanwege het feit dat vriend en vijand wel doorheeft hoe Trump in elkaar zit en juist vanwege de manier waarop hij zich manifesteert met meer weg komt dan menig ander in het publieke domein en dus de kern vormt voor zijn aantrekkingskracht. Ikzelf heb altijd met veel plezier gekeken naar The Apprentice en zo Trump met zijn rare mondmimiek, idiote overdrijvingen en hang naar (ostentatieve en vooral smakeloze) luxe leren “kennen”. En welke vreemde uitspraken hij ook doet over Mexicanen, vrouwen in het algemeen en Rosie O’Donnell en Hillary Clinton in het bijzonder hij blijft een soort pias die immer kan teren op een bepaalde – bij gebrek aan een beter woord – gunfactor. Daarom is deze biografie zonder meer aardig om te lezen en waarschijnlijk informatiever dan het recent verschenen boek(je) van Charles Groenhuijsen. Opvallend daarbij is dat D’Antonio uitputtend is in het vertellen van het verhaal van het leven van Trump, maar dat de basis van zijn succes en karakter redelijk snel duidelijk zijn en dat voor de rest niet meer verandert waarmee soms bij het lezen de vraag opkwam waarom deze man eigenlijk nog een biografie nodig heeft. Want er is al genoeg van ‘The Donald’ in het publieke domein.

Oordeel FerdiBlog: ***½

‘Nooit Genoeg. De biografie van Donald Trump’ van Michael D’Antonio is in januari verschenen en de vertaling door Jacques Meerman en Rob de Ridder van ‘Never Enough. Donald Trump and the pursuit of success’ voor Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta. 

zaterdag 23 januari 2016

Een hels karwei... 'De afdaling in de Hel. Europa 1914-1949' van Ian Kershaw


De befaamde biograaf van Adolf Hitler en chroniqueur van Nazi-Duitsland Ian Kershaw zet zijn tanden in de geschiedenis van de gehele 20e eeuw. Gelukkig kiest hij voor een aanpak in twee delen, waarvan het eerste deel de lezer door ‘Het Tijdperk van de Europese Zelfvernietiging’ leidt. Prepare for a bumpy ride… 

Ian Kershaw (1943) begint zijn – wellicht laatste? - werk met een citaat van Winston Churchill uit 1901: “Oorlogen tussen volkeren zullen verschrikkelijker zijn dan die tussen koningen”. Wie de geschiedenis van de 20e eeuw in ogenschouw neemt, kan niet anders concluderen dat Churchill het bij het recht eind had. Nu zijn oorlogen nimmer beschaafd geweest, maar in het algemeen zou het tot de 20e eeuw duren voordat de totaaloorlog die niet alleen levensgevaarlijk was voor de deelnemende soldaten, maar ook onschuldige burgers zijn intrede zou doen. Hoewel deze eeuw, slechts 16 jaar oud, al de nodige barbarij kent, valt dit nog altijd in het niet bij de slachtingen van de vorige eeuw. Een eeuw die gedomineerd werd door drie gerelateerde oorlogen: de beide wereldoorlogen en de Koude Oorlog. Een overzicht van die eeuw van oorlog is een hels karwei – in alle betekenissen van het woord - en het zal daarom niet verbazen dat Kershaw dit project heeft verdeeld over twee boeken. Het eerste boek De Afdaling in de Hel handelt over de periode 1914-1949 en wordt zonder overdrijven door Kershaw ‘Het Tijdperk van de Europese Zelfvernietiging’ genoemd. En wie de bijna 600 pagina’s tot zich neemt, kan niet anders concluderen dat Kershaw het helaas bij het rechte eind heeft. De twee wereldoorlogen hebben ongekend veel leed veroorzaakt, maar tevens de positie van Europa onherkenbaar veranderd en de weg geopend naar een langdurige duopolie van de Verenigde Staten en de Sovjetunie die pas in de nadagen van de 20e eeuw zou overgaan in een (nog altijd voortdurende, maar steeds meer onder druk komende) Amerikaanse hegemonie. 

De oorzaak van de crisis
De oorzaken voor de afdaling in de hel zijn volgens Kershaw: (1) een uitbarsting van etnisch-racistisch nationalisme, (2) de verbitterde en onverzoenlijke eisen van gebiedsherziening, (3) de acute klassenstrijd en (4) een langdurige crisis van het kapitalisme. Met deze vier oorzaken in het achterhoofd, is het weinig verbazingwekkend dat Duitsland een prominente rol speelt in dit boek als schurk van de 20e eeuw, althans de eerste helft. Voor de Tweede Wereldoorlog zal niemand de schuldvraag betwisten, maar voor de Eerste Wereldoorlog ligt deze complexer en hangt samen met de balance of power en het onvermogen van de Europese grootmachten om hun leidende positie in de wereld te behouden door elkaar de oorlog te verklaren in een dodelijk dominospel van allianties over en weer. Gezien de achtergrond van Kershaw en diens uitgebreide en toonaangevende publicaties over Duitsland ligt het voor de hand dat Duitsland een prominente rol in dit boek speelt. Gelijk de rol die zij in de eerste helft van de vorige eeuw speelde. Dat laat onverlet dat Kershaw zo volledig mogelijk probeert te zijn en de diverse Europese landen zo volledig doch behapbaar mogelijk behandelt, met overigens een nadruk op de Europese grootmachten Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje. Maar de Nederlandse lezers kunnen gerust zijn, we spelen ook een rol(letje) in het geheel. 

Omvattend, maar ook (soms) wat oppervlakkig
Kershaw presteert het door deze aanpak om een behoorlijk volledig beeld te geven van de eerste helft van die eeuw van oorlog en daarbij ook landen en gebeurtenissen te behandelen die in de regel niet bekend zijn bij een breed publiek. Dat in combinatie met de natuur van een dergelijk overzichtswerk zorgt ervoor dat Kershaw zonder meer slaagt in de opzet te komen tot een omvattend werk zoals voorgangers als Eric Hobsbawm (Een eeuw van uitersten). Desalniettemin ontkomt een werk als deze er niet aan dat de scope ervan tot een bepaalde oppervlakkigheid leidt. Soms krijg je als lezer daarbij ook het idee dat Kershaw meer zou willen vertellen, maar dat de ruimte daarvoor echt ontbreekt. Misschien is dat ook de reden dat er in beperkte mate kleine feitelijke foutjes zijn ingeslopen. Want Hitler’s favoriete architect en Nazi-minister Albert Speer is in tegenstelling tot wat Kershaw schrijft tijdens het Proces van Neurenberg niet tot levenslang maar slechts tot twintig jaar cel in Spandau veroordeeld. Net zoals Kershaw niet meldt dat Göring weliswaar ter dood is veroordeeld tijdens hetzelfde proces, maar dat hij de beul ontliep door zelfmoord te plegen. Dit is overigens klein grut dat wegvalt bij de prestatie van Kershaw om een leesbare en betekenisvolle geschiedenis van de eerste helft van de 20e eeuw te schrijven. Het is nu afwachten hoe Kershaw de laatste helft van die wrede eeuw gaat kenschetsen en wanneer we deze – op voorhand belangwekkende – uitgave mogen verwachten. Eén troost: de tweede helft van de 20e eeuw is, althans voor het Westerse deel van Europa, een stuk beter verlopen dan de eerste… 

Oordeel FerdiBlog: ****

‘De Afdaling in de Hel. Europa 1914-1949’ van Ian Kershaw is recent verschenen en de vertaling door Huub Stegeman van ‘To Hell and Back. Europe 1914-1949’ voor Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta. 

zaterdag 16 januari 2016

'The Bridge' is (gelukkig) weer terug!


Saga is terug! Fans van Scandinavische misdaadseries weten dan genoeg en zullen ongetwijfeld het derde seizoen van The Bridge in een orgie van binge-viewing tot zich hebben genomen. En dat zal geen straf zijn geweest, want hoewel Saga het ditmaal moet stellen zonder haar partner Martin weet The Bridge 3 de kern van het succes trouw te blijven, maar tegelijkertijd een nieuwe richting op te gaan. Verplicht kijkmateriaal voor een ieder die ook maar een beetje van misdaadseries houdt, maar voor wie het nieuwe jaar vrolijk wil beginnen is een betere aftrap denkbaar… 

Na het succes van Wallander en met name The Killing bleek in 2011 de Zweeds-Deense coproductie The Bridge de volgende internationale hitserie uit Scandinavië. Door een lijk gevonden op de Sontbrug en daarmee precies op de grens tussen Zweden en Denemarken vormden de Zweedse inspecteur Saga Norén (een geweldige Sofia Helin)en haar Deense evenknie Martin Rohde een onwaarschijnlijk team van een womanizer en de autistische Saga wiens bijzondere karaktertrekken het onaangepaste karakter van Sarah Lund uit The Killing – toch ook geen makkelijke tante – laat verbleken. Aan dit bijzondere duo de taak om in tien afleveringen een almaar uitdijend complot met bijbehorende bodycount te ontrafelen. Een complot dat ook de nodige persoonlijke gevolgen had voor met name Martin. In het tweede seizoen ging The Bridge op dezelfde voet verder waarbij een nieuw mysterie tot de bodem moest worden uitgezocht, waarbij de serie in mineur eindigde omdat Martin het recht in eigen handen nam. Met Martin in de gevangenis was het de grote vraag hoe het duo van Saga en Martin opnieuw bij elkaar gebracht kon worden voor een derde seizoen. 

De nieuwe Martin
Het beantwoorden van die vraag bleek voor de schrijvers van The Bridge geen probleem, maar wel voor Kim Bodnia die Martin gestalte geeft. Het verschil van inzicht hierover betekent dat Martin in de wereld van The Bridge nog steeds in de gevangenis zit. Dit bleek onvoorzien aangezien de verhaallijn al zo goed als rond was met de terugkeer van Martin daarin verwerkt. Een serie op zo’n cruciaal punt herschrijven en tegelijkertijd vasthouden aan het oorspronkelijke idee is normaliter vragen om moeilijkheden, los nog van de vraag hoe The Bridge zich ontwikkelt met alleen Saga in de hoofdrol. Ondanks deze moeizame start is The Bridge 3 een waardig en vooral spannend vervolg op de eerdere seizoenen. Sterker nog: het gedwongen afscheid van Martin geeft de serie nieuwe dynamiek doordat Saga de onbetwiste hoofdpersoon is geworden. Daarbij is – in tegenstelling tot de eerdere seizoenen – een groter palet aan (interessante) personages onderdeel van de verhaallijn. Niet alleen is er sprake van meer personages, maar ze worden pas gaandeweg de serie geïntroduceerd waardoor de eerste helft van de afleveringen telkens nieuwe karakters opduiken met verhaallijnen die – op het eerste gezicht – niets met de centrale misdaad te maken lijken te hebben. Want natuurlijk staat een misdaad centraal: ditmaal de gruwelijk geënsceneerde moord op een lesbische genderactivist in een macaber gezinstableau. Dit blijkt de start van een onderzoek door Saga die wederom een team moet vormen met een Deense evenknie aangezien ook deze misdaad grensoverschrijdend is. Een eerste teaming met een vrouwelijke collega verloopt dramatisch, maar met de intrede van Henrik (Thure Lindhardt) is een nieuwe Martin tot het pantheon van The Bridge toegetreden. Een personage dat – net als Saga – de nodige bagage heeft en daarmee een extra dimensie geeft aan de serie. 

Deprimerend
Het is al eerder door mij en vele anderen opgemerkt: Scandinavische misdaadseries zijn in de regel donker van aard en zijn niet van de happy ends. The Bridge 3 is hier geen uitzondering op. De macabere moordenaar blijft lange tijd Saga en Henrik een stap voor en zaait als een criminele mastermind dood en verderf en lijkt te beschikken over oneindige creativiteit, intelligentie en middelen. Dit doet soms een beetje afbreuk aan het realistische karakter van de serie, maar is tegelijkertijd de kern van verslavende misdaadseries: de moordenaar heeft bijna bovennatuurlijke gaven waardoor de nieuwsgierigheid naar de ontrafeling van het mysterie des te groter wordt. Daar komt het tragische achtergrondverhaal van Henrik en de moeizame emotionele geschiedenis van Saga – die de hoofdrol opeist door de plotselinge terugkeer van haar moeder – nog eens bovenop. Voor kijkers met een enigszins gedeprimeerde aard is The Bridge 3 misschien niet de beste start van het jaar, want vrolijk is het allemaal niet. Maar je blijft kijken want door de nieuwe verwikkelingen rondom Saga, de centrale misdaad zelf, maar ook de overvloed aan personages en verhaallijnen verkeer je als kijker in de een continue zucht naar de achtergrond van dit alles. En uiteindelijk valt alles – zoals immer bij The Bridge – netjes op z’n plek. Kritische noot daarbij is wel dat juist het grote aantal personages er ook voor zorgt dat sommige karakters niet (meer) uitgediept worden tegen het einde van de serie waardoor een gevoel van losse eindjes kan ontstaan. Eén los einde is daarbij overigens zeer welkom aangezien deze er alle aanleiding toe geeft dat het na drie seizoenen nog niet gedaan is met The Bridge en dat een vierde seizoen zonder meer voor de hand ligt. De sage van Saga kan dus onverminderd door. 

Oordeel FerdiBlog: ****½


‘The Bridge 3’ is sinds december verkrijgbaar op zowel DVD als Blu Ray en wordt uitgegeven door Lumière. Bestellen kan hier. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 10 januari 2016

Concert 10 januari 2016: Fischer en Thibaudet in sprankelende harmonie


Beethoven: Ouverture Die Geschöpfe des Promotheus
Beethoven: Pianoconcert Nr. 5
Mozart: Maurerische Trauermusik
Mozart: Symfonie Nr. 41 Jupiter

Jean-Yves Thibaudet (piano)
Iván Fischer, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Iván Fischer te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest is altijd een feestje. Maar met Jean-Yves Thibaudet achter de piano in een fijn programma van Beethoven en Mozart is het feest compleet. 

Wie weleens een concert van het Koninklijk Concertgebouworkest met als gastdirigent Iván Fischer  (1951) op de bok heeft bijgewoond, zal niet verbaasd zijn dat de naam van Fischer hardnekkig ronding als mogelijke opvolger voor Mariss Jansons. Want eigenlijk zijn al zijn gastdirecties bij het KCO een groot succes. Niet in de laatste plaats de cyclus van Beethoven-symfonieën die Fischer vorig seizoen met het KCO uitvoerde. De kern van zijn succes is misschien wel zijn uitmuntende gevoel voor de werking van een orkest getuige ook het voortdurende succes van zijn Budapest Festival Orchestra. Wellicht ook de hoofdreden waarom uiteindelijk Daniele Gatti is verkozen tot opvolger van Jansons omdat Fischer misschien ook helemaal niet "vrij" was aangezien hij bij zijn huidige orkest alle vrijheid heeft om het orkest te vormen naar zijn inzichten. Zowel bij Gatti als Fischer is zeer duidelijk de chemie met het orkest te zien én te horen.  En ook dit concert - op de dag af precies een jaar na een subliem concert van het KCO onder Fischer met de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven - is weer een bevestiging van de kwaliteit van Fischer in het algemeen en zijn klik met het KCO in het bijzonder. Fischer doorleeft de muziek ook daadwerkelijk en werpt zijn hele zijn in de strijd om het orkest aan te geven hoe hij het graag wil. Hij krijgt het daarbij ook voor elkaar om het KCO - in kleinere samenstelling en andere opstelling - zeer transparant te laten klinken. Bijna alsof er niet een volledig orkest zit, maar een authentiek kamermuziekensemble.

Een Keizerlijke uitvoering
Dit bleek meteen al bij de aftrap van het concert met de altijd fijne ouverture en sfeermaker uit de balletmuziek Die Geschöpfe des Promotheus van Ludwig van Beethoven (1770-1827). Een mooi intro voor het daadwerkelijke hoogtepunt van het concert: Beethoven's Vijfde (en laatste) Pianoconcert, het zogenaamde Kaiserkonzert. Als solist trad de Franse pianist Jean-Yves Thibaudet (1961) aan die tevens dit seizoen artist in residence is bij het KCO. Fischer en Thibaudet vormden één muzikaal geheel waarbij het plezier in het maken van muziek overduidelijk te zien was. Opvallend daarbij is ook hoeveel gevoel Fischer heeft voor solisten en continu "bezig" was met Thibaudet. Daarmee ontstond een eigenlijk perfecte balans tussen orkest en solist waardoor het typische call and response van een dergelijk pianoconcert prachtig naar voren kwam. Musici en solist luisterden volledig naar elkaar en in combinatie met de kracht en (klank)kleur van Thibaudet ontstond een uitvoering die ongeloof goed en harmonieus was. Opvallend bij deze uitvoering - en voor het concert in het algemeen - was het sprankelende karakter. Niet alleen van de muziek, maar juist ook van de uitvoerenden. Een waar feestje.

Die andere muzikale grootheid
Fischer heeft gekozen voor een programma van twee (klassieke) muzikale grootheden want na de pauze was het de beurt aan werken van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Wederom een combinatie van een "kleiner" werk en een orkestraal stuk. Het karakter van de Maurerische Trauermusik is echter compleet anders dan Beethoven's ouverture. Mozart (her)schreef dit stuk dat al op de plank lag ter ere van de nagedachtenis van twee collega-leden van de vrijmetselaars. De eerdere versie stond als ten dienste van dit genootschap, maar Mozart weet met dit prachtige, doch weinig vrolijke stuk de thema's dood, leven en licht naar muziek te vertalen. Misschien om de treurigheid te verbannen werd afgesloten met Mozart's laatste symfonie: de Jupiter oftewel zijn Symfonie Nr. 41. De bijnaam komt voort uit het slotdeel waar alle thema's uit de gehele symfonie samen komen in een spectaculaire fuga die vanwege het spectaculaire karakter natuurlijk zonder meer kan worden vernoemd naar de Romeinse oppergod en de grootste planeet in ons zonnestelsel. En in de uitvoering door het KCO onder leiding van Fischer werd het spectaculaire karakter alleen maar onderstreept. Ook hier weer de transparantie en de sprankeling. En hoewel deze werken van Mozart wat 'lichter' zijn dan de werken van Beethoven in het eerste deel van het concert vormde Jupiter een waardig slot voor een wederom fijn concert met Fischer op de bok. Fischer mag dan niet de inkomende chef-dirigent zijn van het KCO (Gatti treedt in seizoen 2016/2017 aan), maar als hij net zoals de afgelopen jaren veelvuldig te gast is, is dat alleen maar goed nieuws voor liefhebbers van klassieke muziek in het algemeen en van het KCO in het bijzonder.

Oordeel FerdiBlog: ****½

Lees hier de recensie van het concert op 10 januari 2014 - precies één jaar geleden - van het KCO onder Fischer met de Zesde en Zevende Symfonie van Beethoven.

Iván Fischer en 'artist in residence' Jean-Yves Thibaudet waren op 6, 7 en 10 januari 2016 te gast bij het Koninklijk Concertgebouworkest met een programma van Beethoven en Mozart. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 10 januari. 

Nog steeds een gitzwarte (alternatieve) toekomst... 'The Madagaskar Plan' van Guy Saville


Een gitzwart alternatief universum waar het Derde Rijk Europa domineert en grote delen van Afrika heeft gekoloniseerd, maakte The Afrika Reich een uitstekend schrijfdebuut voor Guy Saville. Bijna vijf jaar later is dat universum nog steeds deprimerend en gaat het verhaal van Burton Cole verder in The Madagaskar Plan.  

Met het in 2011 verschenen The Afrika Reich maakte Guy Saville (1973) niet alleen zijn debuut, maar trad ook nog eens in de voetsporen van grootheden zoals Robert Harris en Philip Roth. En hoewel het werk van Harris en Roth verschilt als dag en nacht hebben hun respectievelijke boeken Fatherland en Het Complot tegen Amerika gemeen dat een alternatief universum waar Hitler-Duitsland niet verslagen is omdat de Tweede Wereldoorlog anders is verlopen dan wel niet heeft plaats gevonden de achtergrond voor het verhaal vormt. Deze What if?-romans maken deel uit van een literair genre dat zich uitstrekt over allerhande tijdsperiodes maar waarbij de Tweede Wereldoorlog als alternatief scharnierpunt in de geschiedenis toch wel één van de meeste populaire uitgangspunten is. En dat is niet zo vreemd aangezien het een periode betreft die volledig onderdeel uitmaakt van het collectief geheugen (alleen al door de vrijwel dagelijkse vergelijkingen die je om de oren vliegen) en natuurlijk het catastrofale en verstrekkende karakter van de Tweede Wereldoorlog en de verwevenheid met de betekenis voor en invloed op de twintigste eeuw. Met verve en zelfvertrouwen heeft Guy Saville dit speelveld betreden en schreef met The Afrika Reich een internationale bestseller die overigens aan Nederland voorbij lijkt te zijn gegaan, mede ook vanwege het feit dat een Nederlandse vertaling niet voorhanden is. In The Afrika Reich schildert Saville een wereld waar het Verenigd Koninkrijk het na Duinkerken op een akkoordje heeft gegooid met Hitler en zo de Europese dominantie van Duitsland accepteerde in ruil voor het behoud van het Britse Rijk. Met een Verenigde Staten die het isolationistische uitgangspunt nog immer trouw is gebleven. Dit gaf Duitsland de ruimte voor een hernieuwde Scramble for Africa waardoor een daadwerkelijk Afrika Reich onder leiding van de gewetenloze SS-er Walter Hochburg is ontstaan. In The Afrika Reich is het aan huurling Burton Cole om Hochburg uit te schakelen en de misstanden van de Nazi's publiek te maken. Het spannende doch gitzwarte The Afrika Reich las als een trein en een vervolg en een verfilming zoals Fatherland (met onze eigen Rutger Hauer!) lagen voor de hand. Van de verfilming is het (nog) niet gekomen, maar sinds afgelopen zomer is daar wel het vervolg: The Madagaskar Plan.

Een realistische alternatieve wereld
Het succes van What if?-romans staat of valt bij het realistische karakter ervan. En dat zit bij Guy Saville meer dan goed. Zijn alternatieve vertrekpunt - de zware nederlaag van de Britten bij Duinkerken - is geloofwaardig waarbij hij de slimme zet heeft gedaan om de actie te situeren in Afrika in plaats van Europa en daarbij zich te baseren op oorspronkelijke Duitse plannen. Plannen die (natuurlijk) uitgingen van een onontkoombare eindoverwinning. Hiermee slaat Saville twee vliegen in één klap: hij onderscheidt zich hiermee van andere vergelijkbare romans en geeft zichzelf de ruimte om in Afrika een alternatief universum te creëren waarin hij minder gebonden is aan beperkingen zoals wanneer zijn verhaal in Europa speelt. Hoewel het een alternatief universum is, moet je dan ook als schrijver je enigszins houden aan historische karakters, gebeurtenissen en locaties. Natuurlijk komt in beide boeken de situatie in Europa voorbij, maar dit is (soms jammerlijk) beperkt en slechts als ondersteuning van zijn Afrikaanse verhaal. Een verhaal dat - gek genoeg - in zijn tweede boek misschien nog realistischer is aangezien de titel van het boek refereert aan een daadwerkelijk bestaand plan van de Nazi's om Joden "onder te brengen" op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Een locatie die overigens ook buiten Duitsland heeft gecirculeerd als het Joods Huis, niet in de laatste plaats in het Verenigd Koninkrijk. Daarbij heeft The Madagaskar Plan nog het aanvullende voordeel dat de alternatieve historische omgeving en de belangrijkste hoofdrolspelers - Burton Cole en Walter Hochburg - al geïntroduceerd zijn waardoor Saville meteen van leer kan trekken.

Een gitzwarte alternatieve wereld
En van leer trekken doet Saville want The Madagaskar Plan gaat eigenlijk meteen door waar The Afrika Reich gestopt is. Hoewel Cole aan het einde van het vorige boek de strijd met Hochburg heeft overleefd, is hij nog niet samengebracht met zijn geliefde Madeleine. En helaas voor Cole blijkt haar man Jared - hooggeplaatst binnen de Britse geheime dienst en tevens betrokken bij het plan om Hochburg te vermoorden - het weinig op prijs te stellen dat Cole en Madeleine de bloemetjes buiten zetten. Voor straf wordt Madeleine - die zelf Joodse wortels heeft - verscheept naar Madagaskar waardoor er voor Cole niets anders op zit om terug te keren naar Afrika om ditmaal het zwaarbewaakte gevangeniskamp dat Madagaskar is te infiltreren. En tegelijkertijd is Jared bezig met een missie daar van groot belang voor de geopolitieke verhoudingen en dus de toekomst van de wereld. Een missie waardoor beide heren ook het pad kruisen van Walter Hochburg die weliswaar de leiding heeft over Afrika, maar niet over Madagaskar en tegelijkertijd in de veronderstelling leeft dat Cole hun laatste strijd niet overleefd heeft. Dit alles komt samen in een zonder meer spannende pageturner die eigenlijk op gelijke hoogte staat met het eerste deel. Lezers met een wat depressieve aard moeten de boeken van Saville misschien maar links laten liggen, want beide boeken kenmerken zich ook door een alternatieve wereld die gitzwart is en waar maar weinig sprankjes van hoop zich voordoen. Happy ends zijn ook niet bepaald de voorliefde van Saville. En bij The Madagaskar Plan  heeft Saville er nog een (forse) schep bovenop gedaan. Het zou daarom niet verbazen dat dit de potentiële lezersschare beperkt. Hoewel The Madagaskar Plan zonder meer een succesvol vervolg is, is het wel de vraag hoe het nu verder gaat met Saville. Ook nu laat hij alle ruimte voor een vervolg, maar de vraag is of er nog genoeg "muziek" zit in zijn centrale uitgangspunt en of hij niet het risico loopt het gitzwarte zo uit te werken dat dit tegen het verhaal gaat werken. De zaden voor deze teleurstelling zijn (beperkt) terug te vinden in The Madagaskar Plan maar hoeven liefhebbers van What if?-romans in het algemeen en fans van The Afrika Reich in het bijzonder niet te weerhouden om zich onder te dompelen in de gitzwarte wereld van Guy Saville.

Oordeel FerdiBlog: ****

In juli 2015 is 'The Madagaskar Plan' van Guy Saville verschenen als vervolg op 'The Afrika Reich'. Beide boeken zijn niet in het Nederlands vertaald. Bestellen kan hier

zaterdag 9 januari 2016

Je zou er zo een film van maken... 'Jeugd' van Paolo Sorrentino


Na het grote succes van La Grande Belezza is Paolo Sorrentino terug met Youth. In de aanloop naar zijn over het algemeen goed ontvangen tweede Engelstalige film, laat Sorrentino ook zijn minder bekende literaire kant zien met Jeugd

Boekverfilmingen zijn niets nieuws. Een groot deel van de nieuwe films die ieder jaar verschijnen zijn – in meer of mindere mate – gebaseerd op een literaire evenknie. Voor veel regisseurs vormen zij juist de inspiratie om tot een film te komen. Binnen het gilde van regisseurs is er echter ook nog een zeer klein gezelschap dat zich niet alleen bezig houdt met het maken van films, maar daarnaast zich ook opwerpt als schrijver. Bekend voorbeeld is de Canadese regisseur David Cronenberg die in 2014 zijn schrijvende debuut had met Geconsumeerd. Paolo Sorrentino (1970) gaat echter een stapje verder en publiceerde voorafgaand aan de première van zijn nieuwste film Youth het gelijknamige boek en presenteert zich hiermee als een schrijver-regisseur. 

Filmisch, hoe kan het ook anders
In tegenstelling tot Cronenberg is Sorrentino al langer schrijver en schreef hij in 2011 het commerciële en kritische succesvolle Hanno tutti ragione (‘Iedereen heeft gelijk’). Met Jeugd combineert hij echter zijn beide talenten door het verhaal over twee bejaarde vrienden tijdens een vakantie in de Alpen te benutten als inspiratie voor zowel een boek als een film. Voor de film richt Sorrentino zich – voor een tweede keer in zijn carrière – nadrukkelijk op de internationale markt door een Engelstalige film met toppers als Michael Caine en Harvey Keitel af te leveren. Niet verwonderlijk na het grote internationale succes van de prachtige film over de essentie van Rome La Grande Belezza die onder andere in Nederland zeer succesvol was met avond na avond gevulde filmhuizen. Een succes waar de kiem al voor werd gelegd met Il Divo, de biografische film over de voormalige Italiaanse premier Andreotti en de (corrupte) politiek van Italië. Hoewel zonder meer van plan heb ik Jeugd gelezen zonder de film te hebben gezien en daarbij zelfs pas de filmtrailer gekeken nadat de laatste pagina was omgeslagen. Zonder de film te hebben gezien, kan op grond van de trailer al vastgesteld worden dat de film een vrijwel letterlijke vertaling is van het boek. En zelfs zonder ook maar een snipper van de film of de trailer gezien te hebben, zal menig lezer dit vaststellen. Want Jeugd is bovenal een filmisch boek waar de scenes elkaar letterlijk opvolgen en zo een film in je eigen hoofd projecteren. 

Een goed boek of een goede film?
In Jeugd vertelt Sorrentino het verhaal van twee oude vrienden – Fred en Mick – die tegen het einde van hun leven lopen, maar vriendschap bij elkaar hebben gevonden. Een vriendschap die overigens ook cultureel van aard is: Fred is een gerenommeerd componist-dirigent in ruste terwijl Mick een bekende filmregisseur is die nog één film aan zijn oeuvre wil toevoegen. In hun rustieke hotel in de Alpen dat bevolkt wordt door allerhande aparte hotelgasten zoekt Fred vooral rust en Mick – met zijn team van jonge honden – de inspiratie om nog één goede film te maken. Maar allebei zijn ze gefascineerd door hun medegasten en bespreken ze van alles met elkaar, zolang het maar leuk is. Want de moeilijke onderwerpen gaan ze liever uit de weg. Enige uitzondering hierop is de status van hun urinewegen die dagelijks besproken worden in de hoop dat meer dan enkele druppels aan het toilet zijn toevertrouwd. Een discussie die wel heel overduidelijk symbool staat voor het proces van ouder worden. En hoewel dergelijke symboliek er nogal dik bovenop ligt en juist het filmische schrijven in het begin van het boek wat vervreemdt c.q. het allemaal wat “ plat” maakt, word je als lezer snel in de beslommeringen van Mick en Fred gezogen en lees je het boek in een vloek en een zucht uit om daarna je voor te nemen de film te gaan kijken. Je kan het – net als Mick en Fred – slechter in het leven treffen. 

Oordeel FerdiBlog: ***½


‘Jeugd’ van Paolo Sorrentino is recent verschenen bij De Bezige Bij in de vertaling van Els van der Pluijm. Bestellen kan hier. Deze recensie is ook gepubliceerd bij online nieuwsmagazine Jalta.