woensdag 31 augustus 2016

Concert 30 augustus 2016: Blomstedt thuis in Bruckner


Bach: Vioolconcert in E
Bruckner: Symfonie Nr. 5

Vilde Frang (viool)
Herbert Blomstedt, Gewandhausorchester Leipzig
De Doelen, Rotterdam

Wie het eminente Gewandhausorchester Leipzig in Nederland in  levende lijve had willen zien en horen, kreeg daartoe maar één enkele kans: gisteren gaven zij een eenmalig concert in De Doelen in Rotterdam. Onder leiding van hun voormalig chef-dirigent en huidig eredirigent Herbert Blomstedt brachten zij de complexe Vijfde Symfonie van Bruckner tot leven. En als bonus het 'Italiaanse' vioolconcert van Bach door de talentvolle Noorse violiste Vilde Frang. 

Dat Nederland een Mahler-traditie is inmiddels een alom bekend gegeven, maar ook de symfonieën van Anton Bruckner (1824-1896) kunnen rekenen op bovenmatige interesse. Maar in markante tegenstelling tot Mahler blijft de populariteit van de Oostenrijkse Bruckner nog altijd beperkt tot Centraal-Europa, Duitsland en Nederland. De afgelopen week gaf - weliswaar vertekend - een aardig beeld van die populariteit: vorige week speelde het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Daniele Gatti nog de Vierde Symfonie terwijl afgelopen maandag Bernard Haitink het European Union Youth Orchestra (EUYO) bewoog tot een imponerende uitvoering van Symfonie Nr. 7. En gisteravond was het de beurt aan Rotterdam waar het Gewandhausorchester Leipzig te gast was met Bruckner's Vijfde Symfonie. Evenzo opvallend is dat - met alle respect voor jongere generaties dirigenten zoals Gatti, Thielemann, Albrecht en Venzago die zich aan Bruckner wagen - deze in zijn eigen tijd onbegrepen componist toch vooral het domein is van de oudste generatie dirigenten. De meest eminente Bruckner-vertolkers waren of zijn tijdens de grootste Bruckner-successen op hoge leeftijd. Bruckner-specialist Günter Wand ging de symfonieën pas na zijn zestigste dirigeren terwijl zijn meest indrukwekkende opnames met het NDR Sinfonieorchester en de Berliner Philharmoniker op nog veel latere leeftijd tot stand kwamen. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor Herbert von Karajan die in zijn laatste jaren nog voortreffelijke uitvoeringen van de Zevende en Achtste Symfonie opnam met de Wiener Philharmoniker. Sterker nog: de opname van de Zevende is meteen zijn allerlaatste opname gebleken. Alhoewel Bernard Haitink in de jaren zestig al een toonaangevende Bruckner-cyclus voor Philips opnam met het (toen nog niet Koninklijke) Concertgebouworkest, viert hij nu op hoge leeftijd grote successen met zijn doorvoelde interpretaties van Bruckner's symfonieën. De lijst gaat maar door, want dit geldt evenzo voor dirigenten zoals Harnoncourt en Giulini. En dan hebben we daar Herbert Blomstedt die de afgelopen jaren een zeer goed ontvangen cyclus heeft opgenomen met het Gewandhausorchester Leipzig. Een dag nadat de 87-jarige Haitink het EUYO in Bruckner leidde, wist de 89-jarige Herbert Blomstedt de Rotterdamse Doelen in extase te brengen met een indrukwekkende uitvoering van de Vijfde Symfonie.

Noors-Zweeds Bach-feestje
Ondanks dat het niet ongebruikelijk is om de Vijfde Symfonie alleen te programmeren - Harnoncourt en Haitink volgden deze lijn de afgelopen jaren bij het Koninklijk Concertgebouworkest - heeft Blomstedt hier een andere kijk op door aan het programma het Vioolconcert in E toe te voegen. Geïnspireerd door de vioolconcerten van Vivaldi componeerde Johann Sebastian Bach (1685-1750) een aantal vioolconcerten waaronder dit Vioolconcert. Het is - zoals we van Bach gewend zijn - een ongekend stralend werk waar viool en orkest met in plaats van tegen elkaar spelen. Je moet wel een enorme zuurpruim zijn om dit werk niet te waarderen. De in Verenigde Staten geboren Zweed Blomstedt had voor de gelegenheid de Noorse violiste Vilde Frang (1986) meegenomen. Haar muzikale ster is op dit moment rijzende door het podium te delen met tal van prominenten orkesten, dirigenten en andere solisten zoals de Wiener Philharmoniker, Bernard Haitink en Anne-Sophie Mutter. Haar recente opname van de vioolconcerten van Korngold en Britten versterken dit beeld. In Bach's Vioolconcert stelde zij allerminst teleur door de fijne rozige klank van haar uit 1864 stammende viool van Jean-Baptiste Vuillaume. De chemie tussen Frang, Blomstedt en een selectie van het Gewandhausorchester was evident. De uitvoering deed de muziek nog meer stralen waardoor het al relatief korte vioolconcert (met name het nog geen drie minuten durende maar opwindende slotdeel) voorbij vloog. 

Sereen met Bruckner
Na dit fijne voorspel werd het tijd voor de muzikale hoofdmaaltijd: Bruckner's Vijfde Symfonie. Hoewel niet zijn langste symfonie is het ongetwijfeld zijn meest complexe en een werk dat je als luisteraar niet meteen in zijn volledigheid kan bevatten. Een kwalificatie die ook geldt voor dirigenten en daarmee misschien wel het beste voorbeeld is waarom juist dirigenten op hoge leeftijd zulke uitmuntende Bruckner-vertolkers zijn. Opvallend was dat de nog immer kwieke Blomstedt zich zo thuis voelde in Bruckner dat hij vol overtuiging stiltes in de uitvoering liet vallen en duidelijk zijn eigen accenten stelde. Soms letterlijk door het spelen van bepaalde noten nog meer staccato te laten zijn dan gebruikelijk. Het maakte duidelijk dat het voor Blomstedt niet gaat om effectbejag maar om de muziek van Bruckner zo natuurlijk mogelijk ten gehore te brengen. En dat is bij de Vijfde nog een hele klus omdat deze symfonie die ongekend kleinschalig en "stil"  van start gaat langzamerhand opbouwt en alle ruimte geeft aan de ontwikkeling van de thema's. Thema's die - meer dan in de andere symfonieën - in de diverse delen op verschillende wijze terugkomen, nog het meest pregnant bij het begin- en slotdeel die vrijel gelijk starten. Dat Blomstedt daarbij kan rekenen op de kwaliteit van één van de meeste eminente en oudste orkesten ter wereld versterkt dit alleen maar. De verbondenheid tussen orkest en dirigent is ook niet zo verwonderlijk aangezien Blomstedt van 1998 tot 2005 de chef-dirigent was en nu door het leven gaat als eredirigent van het Gewandhausorchester. Het orkest dat afgelopen jaren tot nieuwe hoogten is gebracht door Riccardo Chailly en vanaf 2017 onder leiding komt te staan van Andris Nelsons die aantreedt als de 'Gewandhauskapellmeister'. Dat laat onverlet dat het niet zorgeloos genieten is van Bruckner. De vreemde en soms ongemakkelijke overgangen alsmede de complexiteit van deze symfonie die contrapuntisch is gecomponeerd vraagt veel van de luisteraar. Maar de volhouder wordt beloond door een muzikale taal die volstrekt oprecht is en doordrenkt van een expressie van diepgevoelde religie aan de kant van Bruckner. Het is daarom ontzettend jammer dat dit geweldige orkest Nederland slechts eenmalig aandoet, want concerten als deze doen verlangen naar meer. 

Deze zomer en najaar staat voor het Gewandhausorchester Leipzig in het teken van de 'Festival-Tournee 2016' waarmee tegelijkertijd gevierd wordt dat het orkest al een eeuw op tournee gaat. Van 26 augustus tot en met 20 november speelt het orkest in Edinburgh, Londen, Rotterdam, Salzburg, Luzern, Essen en Frankfurt. Op 30 augustus was het orkest te gast in De Doelen in Rotterdam. 

dinsdag 30 augustus 2016

Concert 29 augustus 2016: Jong geleerd, Haitink gedaan


Robeco SummerNights 2016

Haydn: Sinfonia Concertante
Bruckner: Symfonie Nr. 7

Lorenza Borrani (viool), Paul Watkins (cello)
Kai Frömbgen (hobo), Stefan Schweigert (fagot)

Bernard Haitink, European Union Youth Orchestra
Concertgebouw, Amsterdam

Onder toeziend ook van Prinses Beatrix stampten en joelden de jonge talenten van het European Union Youth Orchestra elkaar, maar vooral hun eredirigent Bernard Haitink toe. En dat is niet verwonderlijk aangezien de emimente maestro het opleidingsorkest verleidde tot een geweldig concert gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw. Van lichtvoetig en lyrisch in Haydn tot imposant en meeslepend in Bruckner: dit concert had het allemaal. 

Het had niet veel gescheeld of dit concert van het European Union Youth Orchestra (EUYO) was niet alleen het afsluitende concert geweest in een Europese tour ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het orkest, maar tegelijkertijd ook het allerlaatste concert ooit. Want in mei - toen deze tour al lang en breed vast lag - kwam het bericht dat de Europese Unie de subsidie voor het orkest zou stopzetten waarmee per september een effectief einde zou komen aan dit opleidingsorkest voor jonge talenten van 16 tot 26 jaar voortkomend uit de lidstaten van de Europese Unie. Een grote protestbeweging vanuit de culture sector, in Nederland onder andere ondersteund door het Koninklijk Concertgebouworkest, kwam op gang, terwijl in het Europees Parlement op initiatief van een Europees Parlementslid uit Malta handtekeningen werden verzameld tegen dit voornemen. De acties hadden succes want de Europese Commissie liet recent weten dat een oplossing was gevonden waardoor het EUYO de activiteiten kon doorzetten. Zo werd een feestelijke tournee die verworden was tot een afscheidsronde alsnog een gelegenheid tot jubel. In de woorden van de Europese Commissie dient het orkest een "Europese rol" te hebben. Wat dat precies is en of een orkest daar aan kan voldoen of niet laat onverlet dat het jaarlijks samen komen van 120 talenten die in een seizoen tot één orkest gevormd worden en tegelijkertijd een waardevolle opleiding doorlopen, is ongetwijfeld een verrijking voor de Europese muzikale cultuur.  Dit wordt nog eens onderstreept door het dat dat het Chamber Orchestra of Europe voortgekomen is uit voormalige leden van het EUYO. Ene Claudio Abbado - een voormalig lid en aanvoerder van het toen nog geheten European Community Youth Orchestra - startte zijn carrière zo. 


Haydn: lyrisch en lichtvoetig
Nu bieden resultaten uit het verleden in de regel weinig houvast voor de toekomst, maar aangezien het orkest deze zomer topdirigenten zoals Vasily Petrenko en Bernard Haitink wist te strikken alsmede solisten zoals de pianospelende zussen Labècque kan het in de basis niet verkeerd zijn. Bij de weinig uitgevoerde Sinfonia Concertante van Joseph Haydn (1732-1809) bleek dat het met de muzikale kwaliteit van het EUYO dik in orde is. Dit werk waar vier solisten (viool, cello, hobo en fagot) het "opnemen" tegen de rest van het orkest is een luchtig, maar pakkend werk dat op lichtvoetige en lyrische wijze door het orkest ten gehore werd gebracht. Het EUYO kon daarbij rekenen op solisten van goed kaliber voortkomend uit het Chamber Orchestra of Europe, de Berliner Philharmoniker en het Emerson Kwartet. Met veel aplomb werd de directie van Bernard Haitink gevolgd. Dit tot groot genoegen van het publiek in de grote zaal onder toeziend oog van HKH Prinses Beatrix die ongetwijfeld aanwezig was ter ondersteuning van dit muzikale initiatief en natuurlijk het feit dat Bernard Haitink op de bok stond. Want met Bernard Haitink heeft het EUYO een eredirigent die zonder twijfels één van 's werelds grootste dirigenten is en - gezien de reactie van het Concertgebouw-publiek - nog altijd veel fans in Nederland heeft. Het is van Haitink dan ook bekend dat hij graag met jong talent werkt en daarom tijd vrij maakt om jonge musici te helpen in hun muzikale ontwikkeling. Een jeugdorkest dat een zaal als het Concertgebouw afgeladen vol krijgt is ongetwijfeld een unicum. Een unicum dat - laten we eerlijk zijn - toch vooral gelegen ligt in het feit dat een levende legende voor het orkest staat.

Bruckner: imponerende treurnis en verlossing
Toch doet deze constatering geen recht aan de kwaliteit van het orkest. Want op een aantal onvolkomenheden bij met name de koperblazers na vormen de leden van het EUYO aan het einde van dit seizoen één geheel dat op hoog niveau muziek maakt. Daarbij heeft het EUYO als voordeel ten opzichte van "reguliere" orkesten dat concerten zoals deze bijzonder zijn. Het feit dat deze musici de kans hebben zich te laven aan de kennis en ervaring van de inmiddels 87-jarige Haitink versterkt niet alleen maar het plezier maar ook het gevoel van toewijding. Dit was zonder meer merkbaar in de uitvoering van de Zevende Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896). Een bijzondere symfonie in het oeuvre van Bruckner aangezien het de enige symfonie die tot ongebreideld enthousiasme leidde bij zowel publiek als critici. Gelijk de overige symfonieën van Bruckner is het een imponerend geheel, niet alleen door de lengte van ruim een uur, maar ook de wijze waarop de muziek zich ontwikkelt. Een ontwikkeling die overigens verre van vrolijk is aangezien het Adagio is geschreven in de periode dat Bruckner's muzikale held Richard Wagner overleed. De pijn is daarmee goed te voelen en het vraagt veel van een orkest om dit rijkgeschakeerde werk in het algemeen, maar het prachtige Adagio in het bijzonder op goede wijze te vertolken. Onder ferme leiding van Bruckner-specialist Haitink - die overigens deze zelfde symfonie komend seizoen bij het Koninklijk Concertgebouworkest leidt - slaagde het EUYO hier uitstekend in. Want niet alleen de treurnis van het Adagio, ook de verlossing in de overige delen kwam imponerend tot stand en wist de aandacht van het publiek er van begin tot einde volledig bij te houden. Een welgemeend en terecht groot applaus volgde terwijl het orkest zelf in de joelstand ging om de verschillende secties die door Haitink werden uitgelicht toe te juichen. Maar het grootste applaus vanuit zowel de zaal als het orkest was gereserveerd voor Haitink zelf die daar - zoals we hem inmiddels kennen - niet altijd even makkelijk mee omgaat. Maar dit eerbetoon was zonder meer terecht, want wie anders kan jonge musici inspireren tot grootse muzikale daden. Laten we hopen dat het Haitink nog lang gegeven is zo'n rol te spelen, het muzikale leven is erbij gebaat. 

Het concert terugluisteren via Radio 4 kan hier. Via ConcertgebouwLive en het YouTube-kanaal van het Concertgebouw kan het concert ook teruggekeken worden:

Sinfonia Concertante van Haydn: 


Symfonie Nr. 7 van Bruckner:


In juli en augustus vinden in het kader van de Robeco SummerNight een reeks zomerconcerten plaats. Op 29 augustus maakte het European Union Youth Orchestra onder 'conductor laureate' Bernard Haitink haar opwachting. 

zondag 28 augustus 2016

Hoop en vrees op de vierkante kilometer. 'Jerusalem. The Biography' van Simon Sebag Montefiore


Als hoofdstad van drie religies en een indrukwekkende en tegelijkertijd beangstigende geschiedenis die nog altijd gaande is, ontlokt Jeruzalem bij haar bezoekers uiteenlopende gevoelens en observaties. Maar hoogstwaarschijnlijk verbaast vrijwel iedere bezoeker zich erover dat het 'centrum van de wereld' feitelijk niet meer omvat dan een enkele vierkante kilometer. Het belang van dit beperkte grondgebied is echter immens veel groter. De heerlijk leesbare en - met betrekking tot dit onderwerp een bijna onmogelijk toe te kennen eigenschap - objectieve geschiedenis geschreven door Simon Sebag Montefiore  is daarmee het standaardwerk over deze stad van hoop en vrees.

Vanaf ongeveer 2.800 voor Christus is de stad die we nu als Jeruzalem kennen al bewoond geweest. Hiermee is Jeruzalem één van de oudste doorlopend bewoonde steden ter wereld. Tegelijkertijd bevinden de belangrijkste symbolen van bijna vijf millennia geschiedenis zich op het beperkte grondgebied dat we nu de Oude Stad noemen en slechts een enkele vierkante kilometer beslaat. Niet alleen de beperktheid van omvang valt op, maar ook het feit dat de gebouwen die zo bepalend zijn voor de historische en religieuze waarde van de stad feitelijk relatief nieuw zijn, kan bij menig bezoeker tot een deceptie leiden. Wie echter de biografie door Simon Sebag Montefiore (1965) van het kruispunt van religies en beschavingen en daarmee het 'centrum van de wereld' leest, maar Jeruzalem nog niet bezocht heeft, kan zich hierop voorbereiden. Want de geschiedenis van de meest besproken stad ter wereld is tegelijkertijd de geschiedenis van een stad waar de meeste strijd over is gevoerd en tot op de dag die strijd - ditmaal tussen Israël en de Palestijnen - voortduurt. Een strijd die ervoor gezorgd heeft dat de stad ontelbare malen van 'eigenaar' is gewisseld en waar vrijwel gebouw de plaats heeft ingenomen van een belangwekkende voorganger. Een bezoek aan Jeruzalem is daarom zonder meer een bezoek aan de geschiedenis, maar dan wel een geschiedenis is waarbij de symboliek van de gebouwen een belangrijkere rol speelt dat de gebouwen zelf. 

Een objectieve biografie
Een stad met een zo rijke, maar tegelijkertijd omstreden geschiedenis leent zich maar moeilijk tot het schrijven van één omvattende biografie. Daarbij is het nog veel lastiger om een vorm van objectiviteit te benaderen gezien het uiteenlopende belang dat aan de stad door een bijna oneindig aantal religies, landen, bevolkingsgroepen en historici wordt toegekend. Dat het Montefiore is gelukt om niet alleen een geschiedenis van bijna 50 eeuwen in een boek van ruim 500 pagina's te vangen en daarbij - zoals breed is opgemerkt in de besprekingen van het boek dat in 2011 is verschenen - tegelijkertijd een objectieve historie te schrijven. Al moet wel gezegd worden dat de filantroop Moses Montefiore en zijn betekenis voor de stad best wel prominent in het boek naar voren komt waarbij het toevalligerwijs de oudoom van de schrijver betreft. Overigens doet hij dit in alle openheid en geeft deze familiale band extra kleur aan de levende geschiedenis van Jeruzalem. De constatering dat Montefiore zowel een omvattende als objectieve historie van Jeruzalem heeft geschreven  rechtvaardigt alleen al dat dit werk tot de standaardwerken over dit historisch en religieus kruispunt   gerekend mag worden. Maar daar blijft het niet bij. Montefiore heeft een ontzettend fijne pen en een neus voor het aansprekend vertellen van een verhaal. Dat deze fervente aanhanger van de monarchie het niet kan nalaten om een relatief Anglocentrisch gezichtspunt in te nemen doet daar in wezen niet veel aan af. Want wie met ongekende flair een geschiedenis kan schrijven waar de belangrijkste wereldmachten van de afgelopen duizenden jaren hun opwachting maken, doet ongetwijfeld iets goed. In een fijn proza komen de verschillende opeenvolgende machthebbers van Jeruzalem aan bod: Jodendom, Heidendom, Christendom, Islam, Kruistochten, Mammelukken, Ottomanen, Kolonialisme en Zionisme. 

Duizelingwekkend
Het grote nadeel van werken zoals deze is dat het aantal namen en gebeurtenissen dat de revue passeert zo groot is dat maar weinig echt blijft hangen en enige voorkennis geboden is. Gek genoeg geldt dat duizelingwekkende aantal zeker ook voor dit werk, maar weet Montefiore op een toegankelijke wijze de geschiedenis van Jeruzalem inzichtelijk te maken, waardoor die voorkennis handig, maar zeker niet noodzakelijk is. Met zijn oog voor het menselijke - zeg maar rustig human interest-aspect - weet hij die veelkleurige geschiedenis tot leven te wekken en tegelijkertijd de brede ontwikkelingen in de geschiedenis te schetsen. Daarbij weet Montefiore in de meeste gevallen een goede balans te houden tussen het schetsen van historische gebeurtenissen die rechtstreeks op Jeruzalem van toepassing zijn, maar waar nodig van hoofdrolspelers ook hun definitieve lot te schetsen ook al heeft dat met Jeruzalem niets te maken. Gelukkig kiest hij er daarbij in de regel ervoor om dit niet al te uitgebreid te doen en vaak ook door belangrijke historische figuren net zo snel weer uit zijn narrative te laten verdwijnen als dat ze verschenen zijn. Punt blijft bij dit soort werken dat er van alle informatie die wordt gedeeld, maar zo weinig echt blijft hangen door de grote overvloed aan informatie. Toch lukt het Montefiore om de hoofdlijnen van de geschiedenis van Jeruzalem te schetsen en stopt hij wijselijk bij de Zesdaagse Oorlog en het moment dat Jeruzalem onderdeel is geworden van Israël, een situatie die tot op de dag van vandaag voortduurt en daarmee geen geschiedenis meer is maar actualiteit. In de epiloog laat hij het heden aan het woord door een dag uit de leven van de representanten van de verschillende religies die Jeruzalem herbergt te beschrijven. Gek genoeg zal menig lezer na het lezen van de overwegend gewelddadige geschiedenis van Jeruzalem steeds grotere twijfels hebben over religie in het algemeen en de betekenis voor Jeruzalem in het bijzonder. Maar tegelijkertijd groeit daarmee het gevoel voor de symboliek en daarmee bepalende invloed van deze stad van hoop en vrees. 


In 2011 is 'Jerusalem. The Biography' van Simon Sebag Montefiore verschenen. Een Nederlandse vertaling is in hetzelfde jaar verschenen. Ook viel het verschijnen ervan samen met een door Montefiore gepresenteerde driedelige serie 'Jerusalem. The Making of a Holy City' bij de BBC. 

vrijdag 26 augustus 2016

Concert 25 augustus 2016: Aan de vooravond van een nieuw tijdperk


Robeco SummerNights 2016

Von Weber: Ouverture uit Oberon
Schumann: Celloconcert
Bruckner: Symfonie Nr. 4 (1874/80)

Sol Gabetta (cello)
Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Over een kleine twee weken treedt Daniele Gatti formeel aan als chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest tijdens de inaugurele RCO Opening Night. Aan de vooravond van een nieuw tijdperk leidt hij zijn nieuwe orkest tijdens de Robeco Summer Nights in een heerlijk Romantisch programma met werken van Weber, Schumann en Bruckner en kan zich geen betere generale repetitie wensen. Met de stralende celliste Sol Gabetta op de koop toe.

Sinds de oprichting in 1888 van het toen nog niet met het predikaat 'Koninklijke' getooide Concertgebouworkest kent het orkest slechts zes chef-dirigenten. Op 9 september treedt de Italiaan Daniele Gatti in de voetsporen van zijn illustere voorgangers en is hij na Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly en Mariss Jansons de zevende Amsterdamse maestro. De druk die daarmee op hem ligt als chef-dirigent van één van 's werelds beste orkesten is daarmee niet gering. Zijn benoeming is daarbij ook met enige wisselende geluiden omgeven waarbij hij de afgelopen periode zowel de belofte leek te gaan inlossen als vraagtekens voedde over zijn benoeming. Hoe het ook zij: op 9 september a.s. vindt de feestelijke RCO Opening Night plaats die tegelijkertijd de formele inauguratie van Gatti betekent. Je zou denken dat tot dit grootse moment de aankomend chef-dirigent zich in (muzikaal) zwijgen hult, maar niets is minder waar. Want ter gelegenheid van de Robeco Summer Nights treedt het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) onder Gatti niet één maar twee keer op tijdens de Robeco SummerNights. En beide keren is celliste Sol Gabetta eveneens van de partij. Daar waar het concert op 18 augustus vooral in het teken stond van de Franse muziek met werken van onder andere Dutilleux, Debussy en Saint-Saëns was het nu volbloed Duitse Romantiek dat de klok sloeg. Gatti smeedde de ouverture uit Von Weber's Oberon, het Celloconcert van Schumann en Bruckner's Vierde Symfonie samen tot één magistraal visitekaartje voor zijn aanstaande muzikale leiding van het Amsterdamse orkest. Een visitekaartje waar Sol Gabetta, de celli en blazers van het KCO ook een grote rol in hadden.

De muzikale zon in huis
Jaren en jaren geleden was de Vierde Symfonie van Bruckner ook te horen tijdens de Robeco zomerconcerten, maar toen was het Philippe Herreweghe die zijn interpretatie gaf. In markante tegenstelling tot Gatti vond deze Vlaamse dirigent het voor de rest wel welletjes en bestond het concert alleen uit deze symfonie. Neem dan Gatti die niet alleen Sol Gabetta op sleeptouw neemt en Schumann's Celloconcert uitvoert, maar het programma ook nog eens start met de ouverture uit Von Weber's opera Oberon. Het is daarom niet verwonderlijk dat hoewel deze zomerconcerten altijd om acht uur starten het publiek pas ruim na half elf het Concertgebouw verliet. Het aardige aan dit programma was overigens ook dat hoewel de Vierde Symfonie van Bruckner nu niet bepaald niet-courant is de andere delen van het programma weliswaar exponenten van de muzikale Romantiek zijn, maar veel minder vaak gespeeld worden. Zeker met de keuze voor een ouverture van Von Weber had het meer voor de hand gelegen om te kiezen voor het bekendere Der Freischütz. Juist omdat Bruckner door dit werk werd geïnspireerd om de hoorn tot uitgangspunt te nemen voor zijn Vierde Symfonie. Een vlammende uitvoering van deze minder bekende ouverture van Carl Maria Von Weber (1786-1826) gaf een uitstekend startschot voor de rest van het programma, waarbij zeker het Celloconcert een hoogtepunt was. Dit enige celloconcert van de hand van Robert Schumann (1810-1856) markeert de liefde van de componist voor de cello. Het instrument dat hij ging spelen nadat hij door een probleem met zijn hand niet meer in staat was de piano te spelen. Hoewel door Schumann gepresenteerd als concertwerk is het een prachtige samensmelting van cello en orkest waarbij de drie delen naadloos in elkaar overgaan en daarbij één uniform werk vormen. In de capabele handen van de (muzikaal) opwindende Argentijnse Sol Gabetta kwam het tot een memorabele uitvoering waarbij de connectie tussen orkest, dirigent en solist evident was. Zo werd zij - op een warme en broeierige zomeravond - de stralende zon in het Concertgebouw. Niet voor niets is haar voornaam Latijn voor zon. Zij sloot haar zomerse samenwerking met het KCO af met een prachtig toegift - El Cant del Ocells, een Catalaans slaapliedje bekend geworden door Pablo Casals' cello-uitvoering - waarin zij werd ondersteund door de cellisten van het KCO. 

Imponerende Bruckner
Een chef-dirigent van het KCO kan natuurlijk niet om muzikale grootheden Mahler en Bruckner heen. Zij vormen immers het kernrepertoire van het orkest en zijn nog altijd de grootste publiekstrekkers. Bruckner's Vierde Symfonie - in de diverse versies zoals we van twijfelkont Bruckner gewend zijn - heeft de ondertitel 'De Romantische' en is een muzikale allegorie van het landelijke Oostenrijk, vertegenwoordigd door het schallen van de hoorn waardoor je tijdens het luisteren veelal onderdeel vormt van een jachtpartij. Bruckner is al sinds jaar en dag onderdeel van het DNA van het KCO. De Bruckner-cyclus uit de jaren zestig onder leiding van Bernard Haitink opgenomen voor Philips is daar een goed bewijs van. De Vierde uit die cyclus staat bekend als buitengewoon opwindend, terwijl nog niet zo heel lang geleden dezelfde symfonie is verschenen op huislabel RCO Live maar met ditmaal Mariss Jansons op de bok. Gatti imponeerde in een steeds warmer wordende grote zaal van het Concertgebouw met zijn vertolking van de Vierde. Groots, meeslepend en volledig onder controle loodste hij het orkest door dit magistrale werk. Alle orkestgroepen waren in goede doen en zelfs een hoestende violiste kon daar geen afbreuk aan doen. Het was duidelijk dat Gatti een klik heeft met deze muziek en dat toonde zich in de uitvoering waar de spanning tijdens de vele hoogtepunten van afdroop. Gatti krijgt - terecht - nog weleens het verwijt dat volume boven subtiliteit gaat, maar ook hier liet hij zich van zijn beste kant zien door ook de 'stilte' in het werk op te zoeken. Zo werd de finale ook daadwerkelijk de culminatie van al het voorgaande en kan Gatti met veel vertrouwen zijn inauguratie tegemoet zien. 

In juli en augustus vinden in het kader van de Robeco SummerNights een reeks zomerconcerten plaats. Zowel op 18 als 25 augustus maakt het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Daniele Gatti en met medewerking van celliste Sol Gabetta haar opwachting in deze reeks. Op 25 augustus met een programma van Weber, Schumann en Bruckner. Meer info over en kaarten bestellen voor de Robeco SummerNights hier.

woensdag 24 augustus 2016

Wallander's Brexit


Geen land ter wereld waar Scandinavische misdaadseries zo populair zijn als in het Verenigd Koninkrijk. Series als The Killing en The Bridge zijn niet aan te slepen en kunnen steevast rekenen op hoge kijkcijfers, zeker in vergelijking met andere niet-Britse producties. De oerserie van dit Scandinavische succes is zonder twijfel Wallander en het zal daarom ook niet verbazen dat de BBC een Engelstalige versie met Kenneth Branagh heeft geproduceerd. Met een vierde serie van drie afleveringen komt – net als het Zweedse origineel – een einde aan de avonturen van inspecteur Wallander en vormt daarmee een eigen Brexit. 

De oorspronkelijke Zweedse misdaadserie over inspecteur Wallander telt 32 afleveringen die van 2005 tot en met 2013 zijn uitgezonden. Het succes buiten de grenzen van Zweden verleidde Henning Mankell, de vorig jaar overleden geestelijk vader van inspecteur Kurt Wallander, om via zijn eigen productiehuis Yellow Bird gesprekken aan te gaan in het Verenigd Koninkrijk dat uiteindelijk in 2008 heeft geleid tot een Engelstalige BBC-serie met Kenneth Branagh in de rol van de stoïcijnse politie-inspecteur Kurt Wallander. Met vier series van in totaal 12 afleveringen is inmiddels een einde gekomen aan de Britse Wallander. In juni werd de laatste aflevering uitgezonden terwijl de vierde serie vlak daarna op DVD is verschenen. Een goed moment dus om de balans op te maken. 

Engelstalig, maar nog gewoon Zweeds
Het blijft vreemd dat juist vanwege het succes van de oorspronkelijke Wallander het nodig was om een Engelstalige versie te maken. Immers waar de weinig toegankelijke Zweedse taal daadwerkelijk een reden is voor een remake wijst het succes van de Zweedse Wallander en andere Scandinavische series uit dat zelfs het Britse publiek over te halen is om de moedertaal links te laten liggen, wanneer de kwaliteit en spanning van de betreffende series dik in orde is. Daarbij is de nuffige Krister Henriksson een meer dan goede Wallander waardoor een extra vraagteken geplaatst kan worden bij dit voornemen. Nu heb ik diverse afleveringen van beide series gezien en kan me eigenlijk wel wat voorstellen bij deze remake aangezien ze complementair aan elkaar zijn. Dat is des te vreemder aangezien de Engelstalige serie trouw blijft aan de boeken van Henning Mankell en er overlap is tussen beide series: zo is de laatste aflevering van de BBC-versie The Troubled Man hetzelfde verhaal als de eerste aflevering van het derde (en laatste) seizoen van de Zweedse versie. Daar komt nog eens bij dat de BBC-serie zich gewoon afspeelt in Zweden en dan met name in Ystad, thuisbasis van Kurt Wallander. Er is nadrukkelijk niet voor gekozen om de verhalen van Mankell zowel letterlijk als figuurlijk te vertalen naar het Verenigd Koninkrijk. Kenneth Branagh en een cast van overwegend Britse acteurs lopen dus gezellig rond in een erg Zweedse wereld. En hoewel dit in beginsel vervreemdend werkt, is het misschien wel de sleutel van het succes van de BBC-variant en ligt daarin de meerwaarde ten opzichte van het Zweedse origineel besloten.

Van Zuid-Afrika naar de boezem van de familie
Die vervreemding komt (uiteraard) ook terug in de laatste drie afleveringen waar het karakter van Wallander – uitstekend tot leven gebracht door de Noord-Ierse acteur en filmregisseur Kenneth Branagh – tijdens een bezoek aan een politieconferentie in Zuid-Afrika geconfronteerd wordt met een vermiste Zweedse die samen met haar man in Zuid-Afrika is gaan wonen (The White Lioness). Verder heeft Wallander het in A Lesson in Love te verduren met een motorbende die de hand lijkt te hebben gehad in de naargeestige dood van een vrouw en de vermissing van haar dochter. In die aflevering komt ook voor het eerst de schoonvader van Wallander’s dochter ten tonele. Deze aristocratische en voormalige Marineman Hakan von Enke wordt prachtig gestalte gegeven door Terrence Hardiman. Een naam die niet meteen tot herkenning zal leiden, maar zijn kenmerkende gestalte, dictie en stem maken hem een graag geziene bijrolacteur die in het Verenigd Koninkrijk vooral bekend is geworden als The Demon Headmaster in de gelijknamige serie. A Lesson in Love bouwt daarbij mooi op richting de laatste aflevering The Troubled Man die in het teken staat van de verdwijning van Hakan. Tegelijkertijd komen de gezondheidsproblemen van Wallander, die in A Lesson in Love voor het eerst echt duidelijk worden, in alle ernst en met de nodige gevolgen naar buiten. Zo combineert deze laatste serie van drie afleveringen de pijlers waarop het succes van de Wallander in het algemeen en de BBC-versie in het bijzonder op gebouwd zijn: volwassen dramatiek in combinatie met misdaad, maar voor een karakterschets van Kurt Wallander. Met deze serie is – na het de afronding van de Zweedse serie – een definitief einde gekomen aan Wallander en heeft Kenneth Branagh daarmee zijn eigen ‘Brexit’ gecreëerd. 


In juli is Volume 4 van de BBC-serie ‘Wallander’ met in de hoofdrol Kenneth Branagh op DVD verschenen. De serie wordt uitgegeven door Lumière en is gebaseerd op de boeken van Henning Mankell.

donderdag 18 augustus 2016

Concert 17 augustus 2016: Doorleefde Beethoven en opwindende overmoed in Brahms


Robeco SummerNights 2016

Beethoven: Vioolconcert
Brahms: Symfonie Nr. 4

Augustin Hadelich (viool)
Lahav Shani, Rotterdams Philharmonisch Orkest
Concertgebouw, Amsterdam

Met een jonge violist en een nog jongere gastdirigent en klassiekers van Beethoven en Brahms laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest  ook in het zomerseizoen van  zich horen. Een doorleefde uitvoering van Beethoven’s Vioolconcert en een opwindende – tikkeltje overmoedige – vertolking van de Vierde Symfonie van Brahms zorgden voor een fijne zomeravond in het Concertgebouw.

De Israëlische dirigent Lahav Shani (27) kan ongetwijfeld zonder herkend te worden over straat lopen, want zelfs met white tie lijkt hij allesbehalve op een dirigent en nog jonger dan hij is. Tegelijkertijd bedient hij zich niet van de kapsones van een (klassieke) maestro want na afloop van het concert dartelde Shani door het orkest heen om diverse orkestleden in het zonnetje te zetten voor hun bijdrage. Net zoals Shani – bij de toegift van violist Augustin Hadelich – eveneens gemoedelijk in de zaal ging zitten om samen met het publiek te luisteren naar een mooie uitvoering van het andante uit de Tweede Vioolsonate van Bach. En ook op het podium zie je bij tijd en wijle nog echt een jonge jongen staan. Maar laat er geen misverstand over bestaan: deze pupil van Daniel Barenboim - die gelijk zijn mentor piano en orkestdirectie beheerst - weet  zodra hij voor een orkest staat  donders goed wat hij wil. Zijn wijze van dirigeren varieert van springerig soepel naar intensief stram. Met name wanneer die laatste stijl naar voren komt, doet hij erg denken aan Herbert von Karajan in zijn nadagen toen rugproblemen hem veroordeelden tot een gelijksoortige stramme dirigeerstijl.  Door diverse succesvolle invalbeurten is de ster van Shani rap gestegen en ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft al eerder met hem kennis gemaakt. Dat is blijkbaar goed bevallen want op het podium blijkt dat het orkest Shani moeiteloos volgt en – belangrijker – hem zijn rol ook gunt.

Het belang van muziek
Dat werd meteen al duidelijk bij het Vioolconcert van Ludwig van Beethoven (1770-1827). Dit uitgebreide en lyrische vioolconcert is voor violist én publiek een geliefd werk, maar daarmee is het tegelijkertijd des te lastiger om een goede uitvoering neer te zetten. Door de herkenbaarheid ligt de lat automatisch hoog. Met de eveneens jonge in Italië geboren Duitser Augustin Hadelich (1984) is die lat geen probleem. Gelijk Shani is ook zijn ster rijzende, maar is het belang dat hij aan muziek hecht wellicht nog groter. Want in zijn tienerjaren heeft hij tijdens een thuisbrand (ernstige) brandwonden opgelopen waardoor hij meer dan een jaar geen viool kon spelen. Juist omdat hij gedwongen zijn viool heeft moeten laten rusten zonder te weten of hij weer zou kunnen spelen, maakt dat hij nu met grotere intensiteit speelt. Hij beseft het belang dat muziek voor hem heeft te goed en wil daar zoveel mogelijk van genieten. En genieten deed zowel hij als het publiek gisteravond met een doorleefde uitvoering van dit Vioolconcert. Daarbij meer dan uitstekend begeleid door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Shani. Publiek, orkest én dirigent waren daarom terecht lovend over de muzikale kwaliteiten van Augustin Hadelich.

Opwindende overmoed
Na de pauze stond Shani er alleen voor en dan ook nog eens met symfonie die niet de makkelijkste is. Want de Vierde Symfonie van Johannes Brahms (1833-1897) zit zo boordevol muzikale ideeën dat een dirigent goed moet weten wat hij wil om te voorkomen dat orkest én publiek niet verdwalen in een muzikale overvloed. Brahms heeft zich pas op latere leeftijd aan de symfonie gewaagd, waardoor zijn symfonische oeuvre uit slechts vier symfonieën bestaat. Overschaduwd door de symfonieën van de grote Beethoven kon hij zich niet voorstellen wat hij nog toe te voegen had. Gelukkig heeft hij zich over die schroom heengezet en componeerde hij vier doorwrochte symfonieën boordevol muzikale ideeën. En daarvan is de Vierde Symfonie ongetwijfeld het werk dat het meest van muzikaliteit uit de voegen barst. Want niet alleen vormen de eerste minuten van het eerste deel de basis voor de drie volgende delen, maar bevat dit deel zoveel muzikale rijkdom dat het een volledige symfonie in zich herbergt. Aan Shani en het Rotterdams Philharmonisch Orkest om deze “gevaarlijke” muzikale reis te maken. Een reis die bovenal kenmerkend Rotterdams was, niet in de laatste plaats door de kenmerkende sound van de Rotterdamse blazers in het algemeen en de hoorns in het bijzonder. Shani koos daarbij voor een voorzichtig en relatief trage start, maar bouwde snel op en begeleidde publiek en orkest naar een uitvoering die zonder twijfel elementen van jeugdige overmoed bevatte waarbij effectbejag en een flink fortissimo niet ontbraken. Dit deed echter geen afbreuk aan een opwindende vertolking die een passende epiloog vormde voor een mooie muzikale avond in het Concertgebouw.

In juli en augustus vinden in het kader van de Robeco SummerNights een reeks zomerconcerten plaats. Op 17 augustus maakten het Rotterdams Philharmonisch Orkest gastdirigent Lahav Shani en solist Augustin Hadelich hun opwachting in het Concertgebouw met een programma van Beethoven en Brahms. Meer info over en kaarten bestellen voor de Robeco SummerNights hier

donderdag 11 augustus 2016

Een moord hoog in de wolken. 'Death in the Clouds' van Agatha Christie


Over enkele weken verschijnt een nieuw avontuur van privédetective Hercule Poirot van Sophie Hannah terwijl Kenneth Branagh voorbereidingen treft voor een (nieuwe) verfilming van The Murder on the Orient Express. Bijna een eeuw na de publicatie van het eerste Poirot-verhaal en ruim veertig jaar na de dood van Agatha Christie is deze bijzondere Belg nog steeds populair. Maar zijn de oorspronkelijke boeken eigenlijk nog het lezen waard? 

Met de publicatie in 1920 The Mysterious Affair at Styles werd niet alleen Hercule Poirot geïntroduceerd, maar betekende dit ook het debuut van Agatha Christie (1890-1976). Het zou de start betekenen van een ongekend succesvolle schrijverscarrière die naast Poirot ook de immer nog bekende Miss Jane Marple, maar ook de nog altijd lopende moordmysterie The Mousetrap zou opleveren. Dit en de vele andere boeken die zij schreef, hebben Christie tot de best verkochte schrijfster ooit gemaakt wiens verkoopcijfers kunnen wedijveren met het werk van Shakespeare en de Bijbel. Ondanks dat zij al ruim veertig jaar dood is, blijven haar boeken – met name in de Engelstalige landen – in druk en inspireert zij nog steeds tot film- en tv-versies. Van meerdere versies van Miss Marple waarbij de serie met Joan Hickson uit de jaren tachtig nog altijd de beste is tot David Suchet die van 1989 tot 2013 erin geslaagd is om alle Poirot-verhalen te verfilmen. Ondanks dat Suchet gezien wordt als de definitieve Poirot weerhoudt dit regisseur Kenneth Branagh er niet van om Murder on the Orient Express – in 1974 verfilmd door Sidney Lumet met in de hoofdrol Albert Finney en tevens opgenomen als lange TV-aflevering met David Suchet – om volgend jaar een nieuwe versie in de bioscopen te brengen. Een versie waarin hij zelf ook de rol van Poirot op zich neemt. Maar ook op het boekenfront is het allerminst stil. Enkele jaren geleden schreef Sophie Hannah – met goedkeuring van de erven-Christie – met The Monogram Murders een (geslaagd) nieuw Poirot-avontuur, terwijl over enkele weken zij opnieuw in de wereld van Poirot duikt met Closed Casket. Poirot doet er dus nog steeds toe, maar hebben de oorspronkelijke avonturen de tand des tijds doorstaan of kunnen we beter kijken naar Suchet en Branagh kijken en Sophie Hannah lezen?

Moord aan boord
Door met name het David Suchet-verhikel Agatha Christie’s Poirot zijn alle Poirot-verhalen niet alleen verfilmd, maar daarmee ook bekend. Daardoor ligt het minder voor de hand om de oorspronkelijke verhalen te lezen omdat de ontknoping veelal bekend is. Death in the Clouds (1935) is daarom een goed startpunt om opnieuw het werk van Christie te lezen, want dit verhaal over een moord hoog in de wolken is één van de minder bekende avonturen van de pedante Belgische privédetective. Het aardige aan dit verhaal is dat het een typisch Poirot-verhaal is. Niet alleen zit de privédetective (letterlijk) met zijn neus bovenop de moord, maar leidt de locatie van de moord ertoe dat het lijstje van verdachten beperkt is. Want in Death in the Clouds wordt een vlucht van Parijs naar Croydon opgeschrikt door de dood van de Franse financier Madame Giselle. Wat in eerste instantie lijkt op een natuurlijke dood door een reactie op een wespensteek, blijkt uiteindelijk een zeldzaam gif – door middel van een pijl afgevuurd via een blaaspijp – de boosdoener te zijn. Waar de andere passagiers niets met deze financier van high society en bewaker van hun geheimen van doen lijken te hebben, gaat Poirot op onderzoek uit en komt erachter dat er wel degelijk banden zijn tussen een aantal passagiers en Madame Giselle en het niet toevallig is dat zij op deze vlucht zat. 

Tand des tijds
Een boek dat ruim tachtig jaar geleden voor het eerst gepubliceerd is, heeft natuurlijk niet volledig de tand des tijds doorstaan. Dit komt het beste tot uitdrukking in de maatschappelijke verhoudingen waarbinnen dit moordverhaal zich afspeelt. Verhoudingen waarbij een lid van de aristocratie altijd meer rechten c.q. met meer egards wordt behandeld dan de andere passagiers. Die strikte hiërarchie is tegelijkertijd een zeer realistisch tijdsbeeld van het toenmalige Verenigd Koninkrijk dat nog een Empire was en een klassensysteem kende dat nog door klinkt in het huidige Groot-Brittannië van premier Theresa May. Want geen ander land ter wereld waar lijstjes worden bijgehouden naar de achtergrond (particulier of publiek onderwijs) van een kabinet. In vergelijking met haar (aristocratische) voorganger David Cameron doet het May het – in dat opzicht – ietsje “ beter”. Maar ook de wijze waarop Christie langzamerhand via het speurwerk van dat gekke mannetje Poirot ontrafelt, is nog steeds lezenswaardig waarbij de ontknoping uiteindelijk (toch nog) onverwacht is. Poirot blijft dus gewoon lezenswaardig en zijn avonturen zijn zonder meer aan te bevelen, zeker in deze zomermaanden waarbij een fijne detective altijd op zijn plaats in. Nu nog afwachten of Sophie Hannah met haar tweede Poirot-avontuur de defintieve aftrap geeft voor een langdurige nieuwe reeks van deze nog altijd fascinerende privédetective. 

Begin september verschijnt ‘The Closed Casket’, het tweede Poirot-verhaal van de hand van Sophie Hannah. Het hier besproken boek ‘Death in the Clouds’ van Agatha Christie verscheen in 1935 en is – als onderdeel van een nieuw vormgegeven Poirot-reeks - nog altijd leverbaar. De Nederlandse vertaling (‘Poirot’s Vliegtocht’) is vooralsnog niet (meer) verkrijgbaar. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

woensdag 10 augustus 2016

Terug naar Overlook Hotel. 'Doctor Sleep' van Stephen King


Een maniakale en moordzuchtige vader overleven terwijl je - samen met je moeder - ingesneeuwd bent als enige bewoners van een geïsoleerd hotel in de Rocky Mountains. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Vijfendertig jaar na The Shining vertelt Stephen King hoe het Danny Torrance vergaan is. Met Doctor Sleep keren we (gelukkig?) terug naar het vermaledijde en spookachtige Overlook Hotel.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: The Shining (1977) van Stephen King heb ik nooit gelezen. De filmversie van Stanley Kubrick - uit mijn geboortejaar 1980 - staat daarentegen in mijn geheugen gegrift. Niet in de laatste plaats door Jack Nicholson die perfect gestalte geeft aan de maniakale schrijver Jack Torrance die met zijn gezin een winter doorbrengt als huisbewaarder van het Overlook Hotel in de Rocky Mountains, Colorado. In dat isolement - geholpen door de geesten van het hotel - draait Jack door en weten zijn vrouw Wendy en zijn zoontje Danny ternauwernood zich het vege lijf te redden, terwijl Jack het onderspit delft. De fascinerende en bekruipende filmversie zit vol met memorabele momenten. Van Jack's ijzingwekkende 'Here's Johnny!' tot kleine Danny die op zijn driewieler door de lege gangen van het hotel fietst. Mijn recente Stephen King-manie in combinatie met de fascinatie voor deze film in ogenschouw nemende, is het niet verwonderlijk dat een vervolg op The Shining op de leesstapel is beland. En voor het lezen van Doctor Sleep is het niet strikt noodzakelijk om The Shining te hebben gelezen wanneer je de filmversie kent. Echter - tot enige schrik van deze lezer - maakt King duidelijk dat de filmversie op essentiële punten afwijkt van de filmversie waarbij sowieso  tussen de regels door te lezen is dat King helemaal niet zo onder de indruk is van de visie van Kubrick. Of hij daar gelijk in heeft, kan ik pas beoordelen wanneer ik The Shining daadwerkelijk gelezen heb. Maar gezien het plezier waarmee Doctor Sleep is verslonden, gaat het niet lang duren voordat die vergelijking gemaakt kan worden. 

Ouder en wijzer (na het afzweren van alcohol...)
Bij het lezen van Doctor Sleep valt op dat King ruim de tijd neemt om de achtergrondgeschiedenis van de hoofdrolspelers uit te werken alvorens zich te richten op het daadwerkelijke verhaal. Dat is ook niet zo vreemd, want om geloofwaardig tot een vervolg op The Shining te komen, moet de volwassenwording van Danny Torrance geschetst worden. En dat pad naar volwassenheid is moeizaam geweest. Na die bijna-fatale winter hebben Danny en zijn moeder kunnen leven van een schadevergoeding toegekend door de eigenaren van het hotel. Al snel worden zij echter veroordeeld tot een relatief armoedig bestaan waarbij Wendy overlijdt aan kanker. Danny kampt niet alleen met de gevolgen van die ene winter, maar ook zijn mentale gave (de 'shining') waardoor hij geesten ziet en met gelijkgestemden kan communiceren. Dit alles leidt de volwassen Daniel tot een leven in dienst van drank dat allesbehalve gelukkig is. Maar gelukkig weet hij zich van de drank te ontdoen wanneer hij tijdens zijn zwervende bestaan het stadje Frazier in New Hampshire aandoet en wordt geholpen aan een baantje, kan rekenen op de steun van een inwoners van Frazier en uiteindelijk alcohol afzweert. Omdat King ruim de tijd neemt voor deze ommezwaai in het leven van Daniel is het niet alleen geloofwaardig, maar wordt je in het leven van Frazier getrokken. Daniel werkt daar inmiddels bij een hospice waar hij stervenden in hun laatste momenten bijstaat om de overgang van het tijdelijke naar het eeuwige vreedzaam te laten verlopen. Een talent dat hem de bijnaam "Doctor Sleep" oplevert. Een kat die de dood immer voelt aankomen is zijn partner in crime. Tegelijk met het leven van Daniel laat King ons kennis maken met het bijzondere meisje Abra die we volgen vanaf haar geboorte tot haar tienerjaren. Zij is - net als Daniel - begaafd en beschikt over de 'shining', maar haar 'shining' is ongelooflijk veel krachtiger en zij zoekt uiteindelijk contact met Daniel. Ten slotte maakt de lezer kennis met de sekte The True Knot (de Ware Knoop). Dit op het eerste gezicht onschuldige samenraapsel van pensionado's in campers is een eeuwig levend gezelschap dat slechts kan overleven door de 'stoom' die vrijkomt bij het doden van mensen die beschikken over de 'shining'. De ongekende 'shining' van Abra komt daarbij spoedig op hun radar en kan de True Knot voorzien in al hun behoeften. Pas ver in het boek komt King ter zake: de jacht van True Knot - onder leiding van de duivelse Rose O'Hara - op Abra en de hulp die zij inroept van Daniel om dit Kwaad te weerstaan.

Spannend, maar niet altijd duidelijk
Het fijne aan Doctor Sleep is dat door de uitgebreide aanloop je zo bekend bent met de hoofdrolspelers dat het uiteindelijke onderwerp van het boek - de strijd van Daniel en Abra tegen de True Knot - een gelaagdheid krijgt die het anders niet had gehad. Tel daarbij het onmiskenbare talent van King om een goed verhaal te vertellen op en je hebt een geheide aanrader te pakken. Een aanrader die overigens - in tegenstelling tot The Shining - niet zozeer eng is, maar vooral spannend. Een spanning die tot een hoogtepunt komt wanneer - hoe kan het ook anders - het finale treffen met de True Knot plaats vindt daar waar het allemaal begon: de Overlook Hotel. Het is daarbij ook knap van King dat hij een verhaal weet te vertellen dat geen afbreuk lijkt te doen aan het origineel en toch een eigen tone of voice heeft. Het is immers goed en wel om te willen weten hoe het met Danny verder is gegaan, maar het verhaal van Daniel moet dan wel op zichzelf staan. En dat doet het zonder meer. Tegelijkertijd wordt de gave van de 'shining' uitgewerkt, wat ook van toegevoegde waarde is. Wat - gek genoeg - minder goed uitgewerkt wordt zijn sommige 'actie-scenes'. Het leidt een enkele keer tot het niet helder over het voetlicht krijgen wat er precies gebeurt. Een kleine aanmerking op een verder zeer geslaagde toevoeging op het (almaar uitdijende) oeuvre van Stephen King en aanrader voor fans van zowel de film- als boekversie van The Shining.

'Doctor Sleep' van Stephen King is in 2013 verschenen. Een Nederlandse vertaling - als 'Dr. Sleep' - is in hetzelfde jaar verschenen. 

woensdag 3 augustus 2016

Een verdacht mirakel. 'Voor de val' van Noah Hawley


Een privévliegtuig dat 16 minuten na vertrek onverklaarbaar in de zee stort, maar wel twee overlevenden heeft? In een tijd waarin een ongeluk nooit echt een ongeluk kan zijn, is een dergelijk wonder al snel verdacht en worden de overlevenden blootgesteld aan de ellende die permanent achterdochtige nieuwsgaring is. Of is er wel degelijk meer aan de hand? Noah Hawley – bekend van de Netflix-serie Fargo – heeft met Voor de val een spannende roman geschreven, perfect voor deze zomer. 

In deze zomer waar het ene ellendige nieuwsbericht het andere volgt, is het steeds minder goed voorstelbaar dat er ook nog weleens simpelweg ongelukken met fatale afloop gebeuren die niet samenhangen met (moslim)terrorisme (Frankrijk, Beieren) of een ouderwets “verward” iemand (München, Japan). Dit alles binnen de context van continue nieuwsgaring waardoor we niet alleen in real time alles mee beleven, maar waar de grens tussen feit en onwaarheid door de snelheid van het nieuws lang niet altijd even duidelijk is. Binnen deze context plaatst Noah Hawley zijn roman over een ongelukkige vlucht met fatale afloop. Want een vlucht waarbij een belangrijke nieuwsbaas, het grootste deel van zijn gezin en een bevriende echtpaar waarvan de man invloedrijk op Wall Street is én op het punt stond gearresteerd te worden omkomen, kan geen toeval zijn. Dit tragische gegeven projecteert Hawley op de twee overlevenden om zo een spannend verhaal binnen een maatschappijkritische context te vertellen.

Filmrechten
Hoewel Noah Hawley (1967) met Voor de val inmiddels zijn vijfde boek heeft geschreven was hij voor mij – en naar mag worden aangenomen het bredere Nederlandse publiek – geen bekende schrijver. Niet voor niets dat de Nederlandse uitgever subtiel op de kaft Hawley introduceert als de ‘Auteur van de populaire Netflix-serie Fargo’. Hawley blijkt de scenarioschrijver te zijn van deze geweldige serie geïnspireerd op de gelijknamige filmklassieker van Joel en Ethan Coen. De serie, die inmiddels twee seizoenen beloopt met een derde seizoen in aantocht, bevolkt dezelfde quirky wereld als de gelijknamige film en weet een perfecte balans te vinden tussen een misdaaddrama en (zwarte) komedie. Een balans die wordt gevonden door de ietwat koddige volksaard van de gemiddelde inwoner van Minnesota waar beide seizoenen (maar in andere tijdsperiodes) zich in afspelen. Die koddigheid is in Voor de val ver te zoeken, maar het zal niet verbazen dat de filmrechten voor het boek inmiddels al verkocht zijn. 

Fox News
Want Noah Hawley weet zijn verhalen buitengewoon goed te vertellen. In Voor de val vindt het vliegtuigongeluk al in het eerste deel plaats waarna Hawley de tijd neemt om niet alleen de aanloop naar het ongeluk – vanuit diverse perspectieven – te vertellen, maar ook de gevolgen van het ongeluk te schetsen voor de overlevenden. Want hoewel het privévliegtuig met 11 inzittenden in de zee stort op weg naar New York vanaf Martha’s Vineyard zijn er tegen elke verwachting in twee overlevenden. JJ Bateman, enige overlevende en jongste zoon van de familie Bateman, en Scott Burroughs een toevallige passagier die JJ (en zichzelf) redt door een onmenselijke prestatie neer te zeten en naar de kust te zwemmen. Dit mirakel verwordt in de continue cyclus van het nieuws al snel verdacht. Niet in de laatste plaats aangejaagd door de belangrijkste presentator van een nieuwskanaal. Een nieuwskanaal dat gemodelleerd naar Fox News en wiens presentator Bill Cunningham wel erg lijkt op Bill O’Reilly. Hawley’s Bill – een goede vriend van Dave Bateman – kan zich niet voorstellen dat zo’n belangrijk iemand als Bateman om kan komen door een ongeluk. Zeker niet in ogenschouw genomen dat Wall Street-koning Ben Kipling “toevallig” omkomt de dag voordat hij gearresteerd wordt op verdenking van het doen van zaken met schurkenregimes. Dat een weinig succesvolle schilder - Scott Burroughs – opeens op verzoek van de vrouw van Bateman mee vliegt, is een toevalligheid te veel voor Bill Cunningham en een complottheorie is geboren. Hawley weet meesterlijk de gevolgen van deze gedachte te koppelen aan actuele maatschappijkritiek over het functioneren van de media. Tegelijkertijd ontvouwt het drama zich verder door de nasleep voor JJ en Scott en de individuele verhalen van de 11 passagiers in de aanloop naar het fatale ongeluk (?). Hawley weet daarbij goed de spanning vast te houden en toch op de proppen te komen met een geloofwaardig, maar desalniettemin onverwachte ontknoping. Een uitstekend boek van een goede schrijver die een spannende én klassieke roman met een boodschap heeft geschreven. Zonder meer een zomertip!

In juli is ‘Voor de val’ van Noah Hawley bij de Boekerij van Meulenhoff verschenen. Het betreft de vertaling door Carolien Metaal van de oorspronkelijke Engelstalige versie ‘Before the fall’. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

maandag 1 augustus 2016

Concert 31 juli 2016: Geslaagd debuut van de Münchner Symphoniker


Robeco SummerNights 2016

Verdi: Ouverture uit Aida
Tsjaikovski: Vioolconcert 
Mendelssohn: Symfonie Nr. 4 Italiaanse

Simone Lamsma (viool)
Kevin John Edusei, Münchner Symphoniker
Concertgebouw, Amsterdam

Waar de Royal Albert Hall de BBC Proms heeft om de zomer door te komen, heeft het Concertgebouw al bijna dertig jaar de Robeco SummerNights. Voor de Münchner Symphoniker betekent het concert van gisteren niet alleen hun debuut bij deze reeks zomerconcerten, maar ook in het eerbiedwaardige Concertgebouw. Een geslaagd debuut, maar met een paar vraagtekens over de viool van solist Simone Lamsma. 

Met het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding van Mariss Jansons en Valery Gergjev die de Münchner Philharmoniker leidt, hebben de inwoners van München weinig te klagen. Maar dat heeft München als bastion van muziek niet weerhouden om te beschikken over nog eens een derde orkest: het Münchner Symphoniker. Dit orkest in 1945 opgericht door Kurt Graunke richt zich met name op het klassieke en romantische kernrepertoire, maar staat ook bekend om uitvoeringen van filmmuziek. Met als chef-dirigent de sympathieke en dynamische Kevin John Edusei (1976) mikt het orkest op een iets andere markt dan de twee grotere broers, maar kent daarmee tegelijkertijd haar plek. Bij de Robeco SummerNights maakte het orkest haar debuut bij dit zomerfestival én in het Concertgebouw. Gezien het karakter van deze reeks en de focus van het orkest op het (romantische) kernrepertoire zal het niet verbazen dat de musici uit München hebben gekozen voor een programma met Romantische toppers als Verdi, Tsjaikovski en Mendelssohn. Dat ging er bij het publiek in als Ketellapper. Alleen al vanwege de constatering dat door de hoge gemiddelde leeftijd het grootste deel van het publiek deze referentie aan de reclameslogan uit de jaren tachtig kent als hun broekzak. Een toegift kon niet uitblijven en dat gaf Edusei de gelegenheid om de achterliggende motivatie voor dit programma een klein beetje toe te lichten. Want het was bijna tweehonderd jaar geleden dat één van de grondleggers van de Romantiek, Johann Wolfgang von Goethe, zijn Italienische Reise schreef en daarmee het verlangen naar het Zuiden vormgaf. Een verlangen dat tot uiting komt in de intens vrolijke Vierde Symfonie van Mendelssohn die niet zonder reden bekender is als de Italiaanse symfonie. En dat in combinatie met het ultieme Romantische vioolconcert van Tsjaikovski. Maar wat was er aan de hand met de viool van Simone Lamsma?

Een Stradivarius met een nasaal geluid
Het Vioolconcert van Tsjaikovski is (terecht) een publiekslieveling en was vorig jaar één van de zomerhoogtepunten door de fijne uitvoering door de elegante Arabella Steinbacher uitmuntend begeleid door het Orchestre de la Suisse Romande onder leiding van Neeme Järvi. Hoewel de Münchner Symphoniker garant stond voor een mooie begeleiding, met name door de nadruk die Edusei legt op een puntige (lees: niet uitgesponnen) en lichte behandeling van de noten met een lekker pittig tempo, was er toch iets niet helemaal in de haak. Ook op de techniek van de Nederlandse violiste Simone Lamsma valt weinig af te dingen, die is prima voor elkaar. En ook het samenspel met het derde orkest van München was - op her en der wat miscommunicatie over het tempo na - niet verkeerd. Wat deze uitvoering minder geslaagd maakte, was de toon van Lamsma's 'Mlynarski' Stradivarius die op de een of andere manier - althans voor deze concertbezoeker - de intensiteit miste om de volbloed romantiek van het werk naar voren te brengen. Bij tijd en wijle klonk de viool wat - bij gebrek aan een beter woord - nasaal en leek het bereik ook niet altijd even groot. Ruim een jaar geleden excelleerde Lamsma nog in het Vioolconcert van Korngold waar dit niet het geval was. Ook bij de toegift (een sonate van Bizet?) leek de toon van de viool meer te passen bij het werk. Zonder meer geen slechte uitvoering, maar de aparte toonzetting van deze viool deed toch een klein beetje afbreuk aan dit prachtige werk.

Muzikaal München
De muzikaliteit die dirigent en orkest toonden in het Vioolconcert, kwam ook terug in de concertopening met de Ouverture uit Aida. Niet te verwarren met de Prelude die deel uitmaakt van de opera, maar een apart door Verdi gecomponeerde ouverture die een eigen leven is gaan leiden en populair is gemaakt door Toscanini. Deze lijn werd voortgezet in de Vierde Symfonie van Mendelssohn. Dit zonder twijfel vrolijkste werk van de hand van Mendelssohn is geïnspireerd op zijn bezoek aan Italië tijdens zijn Grande Tour door Europa. Juist de aanpak van Edusei werkte hier uitstekend: een flink tempo gecombineerd met een nadruk op 'lichtheid' en puntigheid zorgden voor een wervelende uitvoering van deze immer fijne symfonie. Een symfonie die perfect past bij een zomeravond en dus deze reeks zomerconcerten. Een toegift is meer regel dan uitzondering bij deze reeks en na zijn hierboven al genoemde schets van de relatie met het werk van Goethe voerde hij het publiek wederom naar het Zuiden met - niet verrassend voor dit orkest - filmmuziek. Maar dan wel filmmuziek van Nino Rota uit Fellini's La Strada. Je kan de zomer slechter doorbrengen. 

Het concert is live uitgezonden op Radio 4 en hier terug te luisteren. 

In juli en augustus vinden in het kader van de Robeco SummerNights een reeks zomerconcerten plaats. Met een programma van Verdi, Tsjaikovski en Mendelssohn maakte het Münchner Symphoniker op 31 juli niet alleen haar debuut bij de Robeco SummerNights, maar ook in het Concertgebouw. Meer info over en kaarten bestellen voor de Robeco SummerNights hier