zondag 31 mei 2015

Opera 31 mei 2015: Een knotsgekke en fantastische 'Benevuto Cellini' van Terry Gilliam


De Nationale Opera
Benvenuto Cellini
(Hector Berlioz, 1803-1869)

John Osborn, Benvenuto Cellini
Mariangela Sicilia, Teresa
Laurent Naouri, Fieramosca
Maurizio Muraro, Giacomo Balducci
Orlin Anastassov, Le Pape Clement VII

Terry Gilliam (regie/decor)
Aaron Marsden (decor), Katrina Lindsay (kostuums)
Paul Constable (licht), Finn Ross (video)

Koor van De Nationale Opera
Sir Mark Elder, Rotterdams Philharmonisch Orkest
Muziektheater, Amsterdam

De Nationale Opera pakt met Berlioz' relatief onbekende Benvenuto Cellini groots uit en zet één van leukste producties van de afgelopen jaren neer. Dankzij de fantasie van Terry Gilliam en de muzikaliteit van Sir Mark Elder. 

Het leven van de Italiaanse beeldhouwer Benvenuto Cellini (1500-1571) leest als een spannend boek. En gelukkig had Cellini dat zelf ook door en zette zich - als de echte uomo universalis die hij was - tot een autobiografie. Schijnbaar heeft zijn wilde leven velen geïnspireerd waaronder de Franse componist Hector Berlioz (1803-1869) van wie in 1838 de gelijknamige opera Benvenuto Cellini in première ging. Alle spanning van het leven van Cellini ten spijt: het werd een enorme flop. Zo groot dat Benvenuto Cellini daarna maar mondjesmaat is uitgevoerd. Want hoewel de ouverture enige bekendheid geniet, zijn concertante of scenische uitvoeringen schaars. De onlangs overleden Sir Colin Davis was een grote voorvechter van Berlioz en heeft - voor Philips en LSO Live, het label van het London Symphony Orchestra - een indrukwekkende discografie achtergelaten die de benchmark vormt voor alle opnames die nog moeten komen. In 2008 verscheen Benvenuto Cellini bij LSO Live en bracht dit vergeten werk weer over het voetlicht. Hoewel de voorganger van De Nationale Opera al in 1991 een scenische uitvoering van Benvenuto Cellini bracht, zijn de krachten met de English National Opera gebundeld om een nieuwe productie op de planken te brengen. Een bijzondere productie aangezien Terry Gilliam tekent voor de regie en enscenering. En van één van de oprichters van Monty Python mag verwacht worden dat zijn visie op de enscenering alle conventies doorbreekt en de fantasie de vrije loop laat. De recensies waren in het Verenigd Koninkrijk, maar ook de afgelopen weken in Nederland bijna onverdeeld laaiend enthousiast. Want Benvenuto Cellini is een knotsgekke en fantasievolle enscenering die natuurlijk staat of valt bij de muzikale kwaliteit. En juist dat zit met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Sir Mark Elder en met louter topsolisten gelukkig helemaal goed. De Nationale Opera tekent hiermee voor één van de leukste producties van de afgelopen jaren en een feestje om te zien en te horen. 

Een spannend libretto ontbreekt... 
Toch is het niet helemaal verwonderlijk dat de opera nooit echt is doorgebroken. Het libretto is niet echt spannend en laat qua dynamiek ook te wensen over. In twee akten vertelt Berlioz het verhaal van Benvenuto Cellini die door Paus Clemens VII ten koste van zijn rivaal Fieramosca is uitverkoren om een bronzen beeld van de Griekse held Perseus te maken. Deze Fieramosca wordt gesteund door de pauselijke schatbewaarder Balducci wiens dochter aan Fieramosca beloofd is. Niet alleen is Cellini Fieramosca in zijn werk te slim af, maar ook in de liefde komt Fieramosca bedrogen uit. Want Teresa is verliefd op Cellini. Fieramosca doet er alles aan om Cellini in een kwaad daglicht te zetten  en het werk aan Perseus te vertragen. Dat lukt bijna wanneer de Paus zich er zelfs mee gaat bemoeien maar zich - uit liefde voor de kunst - door Cellini laat overtuigen om hem al zijn zonden te vergeven en de hand van Teresa te beloven. Maar dan moet Cellini wel het beeld van Perseus in een dag klaar hebben anders wacht de slot. Het moge duidelijk zijn dat Cellini zegeviert en hij eindigt met Teresa en de Paus met zijn Perseus. Hoewel deze episode slechts in beperkte mate is gebaseerd op het echte leven van Cellini is het niet gek om te vermoeden dat het leven van Cellini wel spannender episoden heeft gehad. Toch heeft Berlioz voor dit minimale verhaal een opera van ruim drie uur nodig. Aangezien de muziek van hoge kwaliteit (en moeilijkheidsgraad) is, is dat geen straf, want die typische Berlioz-klank is volop aanwezig in Benvenuto Cellini en geeft ook alle ruimte om de solisten te laten stralen. Van Cellini en Teresa via Balducci tot aan Fieramosca en de Paus.  

Een uitvoering bomvol energie
Terry Gilliam
Dit alles in de enscenering van Gilliam die lijkt op een op hol geslagen droom en het Middeleeuwse Rome tijdens het carnaval van 1532 tot een heerlijke fantasieplaats maakt waar de details de uitzinnige fantasie van Gilliam nog eens onderstrepen. Tijdens de heerlijke ouverture wordt al uitgepakt met enorm grote beelden en confetti wat het plezier al losmaakt. Hoewel het soms (erg) druk op het toneel is en zo de "actie" nog weleens deels kan verdwijnen in het geweld van Gilliam's fantasie is het uiteindelijk een echte toevoeging op de muziek en een feest voor de ogen. De humor van Gilliam is absurd, maar gaat nooit de grens over dat je de muziek of de opera niet meer serieus kan nemen. Daarbij speelt Gilliam ook met veel elementen. De opkomst van de Paus - uitstekend neergezet door Orlin Anastassov - is zo'n voorbeeld. Met veel pomp and circumstance komt hij op om vervolgens te tonen dat zijn vertoning (letterlijk) uiterlijk vertoon is en daaronder een Paus tevoorschijn komt die kiest voor een eenvoudig wit tuniek. Natuurlijk wel opgeleukt met allerhande sieraden want deze Paus combineert machtsvertoon, pracht en praal met (gespeelde) nederigheid. En het goede optreden van Anastassov is over de hele linie te zien en te horen met als echte hoogtepunten John Osborn als Cellini en Mariangela Sicila als Teresa. Alleen Maurizio Muraro's Balducci leek soms wat volume te missen. Iets wat niet van het uitstekend spelende Rotterdams Philharmonisch Orkest kan worden gezegd. Onder leiding van de in Rotterdam populaire en in het Verenigd Koninkrijk zeer succesvolle Sir Mark Elder spelen de Rotterdammers de sterren van de hemel. 

Ongetwijfeld heeft De Nationale Opera zich na het debacle van MacBeth zich gerevancheerd en met deze enscenering van Benvenuto Cellini een productie neergezet die - samen met het eveneens geweldige en fantasierijke Die Zauberflöte - één van de absolute hoogtepunten van de afgelopen jaren vormt. Een snelle reprise zal vast en zeker niet ontbreken en geeft al die liefhebbers van Berlioz en geweldige ensceneringen de kans om dit feestje bij te wonen. Wat wat een feestje was het! 

Oordeel FerdiBlog: *****


'Benvenuto Cellini' van Hector Berlioz is van 9 t/m 31 mei 2015 opgevoerd door De Nationale Opera.  Het betreft een co-productie met de English National Opera die op 5 juni 2014 in première is gegaan. Deze recensie is gebaseerd op de slotuitvoering op 31 mei 2015. 

maandag 25 mei 2015

Musical 24 mei 2015: Een droom van een hoofdrol voor Berget Lewis


Joop van den Ende en Albert Verlinde
Dreamgirls

Berget Lewis, Effie
Carolina Dijkhuizen, Deena
Aïcha Gill, Lorell
Edwin Jonker, Curtis
Clayton Peroti, Jimmy T. Early
David Goncalves, C.C.
Jerrel Houtsnee, Marty

Henry Krieger (muziek)
Gijs de Lange (regie)
Jurriaan van Dongen (vertaling)
DeLaMar Theater, Amsterdam

De musical Dreamgirls put inspiratie uit Diana Ross en The Supremes en levert daarmee een prima musical af die soms wat onevenwichtig. Berget Lewis is daarbij allesbehalve onevenwichtig en steelt de show.

De soulmuziek van het label Motown zorgde niet alleen voor een lange reeks van hits, maar betekende tevens de doorbraak van de Afro-Amerikaanse muziek naar het bredere (blanke) publiek. Eén van de bekendste groepen van Motown zijn ongetwijfeld de Supremes. En zoals altijd hoort er bij dergelijk succes groot drama. Een drama dat zich voltrok tussen Diana Ross en Florence Ballard waarvan de laatste vond dat producer en eigenaar van Motown Berry Gordy de eerste voortrok. Gezien de carrière van Diana Ross is het geen verrassing wie aan het langste einde trok. Het fictieve Dreamgirls is losjes op deze geschiedenis gebaseerd en is daarmee de musical die de doorbraak van de soulmuziek in beeld (en geluid) brengt. Een musical die overigens in de originele Engelstalige versie al in 1981 op Broadway haar première beleefde en in 2006 als film met onder andere Beyoncé werd uitgebracht. Joop van den Ende en Albert Verlinde zagen een gat in de markt en lieten Dreamgirls (deels) vertalen waardoor nu ook Nederland het podium van de Dreamgirls is. 

Perfect voor Berget Lewis
In ruim tweeënhalf uur trekt het verhaal van de Dreamettes zich aan het publiek voorbij.  Effie, Deena en Lorrell hopen op een doorbraak bij een amateur zangwedstrijd, maar eindigen uiteindelijk via hun daar opgepikte manager Curtis als achtergrondzangers van gevestigde ster Jimmy T. Early. Al snel wordt het succes groter en is de tijd aangebroken voor de Dreamettes om zelfstandig hun weg te gaan. Daar waar de carrière van Early hard achteruit kachelt, gaan de Dreamettes vol voor succes. Een succes waarbij alleen de naam de Dreams past. En dat is niet het enige wat verandert. De rondborstige en volle Effie - met een dijk van een stem - moet haar natuurlijke hoofdrol overgeven aan Deena die door manager Curtis als meer geschikt wordt gezien voor de doorbraak naar het All-American publiek. Een lastige periode van samenwerking volgt totdat de onvermijdelijke bom barst en Effie haar eigen weg gaat. Het inruilen van Effie voor Deena is - zeker in de bezetting met respectievelijk Berget Lews en Carolina Dijkhuizen - eigenlijk heel vreemd, want Berget Lewis zingt als Effie de sterren van de hemel en zet daarbij de rest van de cast volledig in de schaduw. En dat zal wellicht ook niet eens in tegenspraak zijn met hoe het er bij de Supremes aan toe ging, want de aanleiding was niet zangkwaliteit, maar de doorbraak naar het grotere publiek. 

Onevenwichtig
Dit drama ontspint zich in het eerste deel van de musical en leidt tot een puik laatste lied voor de pauze waarin Berget Lewis de sterren van de hemel zingt als Effie die net uit de Dreams is gezet. Vervolgens is er nog ruim een uur over om de rest van het verhaal te vertellen en dan zakt de musical toch een tikkeltje in. Daarbij helpt het dat de heerlijke hit One Night Only in dat tweede deel langskomt. Zowel in een 'rustige' versie van Effie die haar doorbraak als soloartiest betekent en de (meer bekende) discoversie van de Dreams om Effie de pas af te snijden. Het aardige aan deze musical is dat er voor gekozen is om het grootste deel van de liedjes Engelstalig te houden en dat werkt uitstekend. Toch is het opvallend dat een musical die zich baseert op een beroemde én beruchte periode uit de muziek niet echt grossiert in memorabele nummers die ook veelal het echte Motown-geluid ontberen. Aan de cast ligt dit overigens niet die zonder uitzondering prima vertolkingen neerzetten al wordt iedereen - met Carolina Dijkhuizen voorop - muzikaal in de hoek gezet door de muzikale kracht en aanwezigheid van Berget Lewis. Al met al leid tot een wat onevenwichtige musical die veel entertainment biedt, maar waar alles niet zo in elkaar valt dat een echte showstopper is geboren. 

Oordeel FerdiBlog: ***½




'Dreamgirls' is de Nederlandse adaptatie van het Engelstalige origineel die in 1981 in première is gegaan en waarop de filmversie (met o.a. Beyoncé) uit 2006 is gebaseerd. 'Dreamgirls' is in september 2014 in première gegaan en is tot 1 mei op tournee gegaan door Nederland. 'Dreamgirls' is verlengd en van 1 mei tot en met 26 juli te zien in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Meer informatie en kaarten bestellen kan hier.  

dinsdag 19 mei 2015

De 'mixed bag' van F. Scott Fitzgerald: 'The Curious Case of Benjamin Button and Six Other Stories' van F. Scott Fitzgerald



De verhalen in de bundel The Curious Case of Benjamin Button and Six Other Stories hebben vrijwel niets gemeen behalve de constante hoge kwaliteit die F. Scott Fitzgerald in elk ervan levert.


Naast schrijver van The Great American Novel was F. Scott Fitzgerald (1896-1940) ook een begenadigd schrijver van korte verhalen. Een talent dat overigens – in tegenstelling tot zijn romans – hard nodig was om in zijn onderhoud te voorzien. Dit heeft geleid tot een groot maar onoverzichtelijk stuwmeer aan korte verhalen aangezien veel verhalen in divers en niet altijd logisch samengestelde bundels zijn opgenomen. Tegelijkertijd zijn er ook de nodige verhalen die hij voor magazines schreef amper nog in publicaties terug te vinden. Niet voor niets heeft de Fitzgerald-kenner Sarah Churchwell recent de bundel Forgotten Fitzgerald. Echoes of a Lost America uitgebracht met vergeten dan wel niet meer gepubliceerde verhalen.  In 2008 bracht Penguin – in de reeks Modern Classics – verhalen samen uit de bundels Flappers and Philosophers (1920), Tales of the Jazz Age (1926) en Taps at Reveille (1935). Deze verzameling met de weinig verhullende naam The Curious Case of Benjamin Button and Six Other Stories is een ratjetoe aan verhaalstijlen dat één ding gemeen heeft: de constante kwaliteit. Overigens is de samenstelling door Penguin niet helemaal toevallig want in 2008 verscheen ook de filmversie van The Curious Case of Benjamin Button met onder andere Brad Pitt en Cate Blanchett.

Van fabel tot de Twilight Zone
In deze bundel komen allerlei genres langs waarbij Fitzgerald in twintig tot dertig pagina’s overtuigend een klein op zichzelf staand universum neerzet waarbinnen het verhaal zich afspeelt. Enige uitzondering is het verhaal May Day dat bijna zestig pagina’s telt en daarom uit de toon valt. Maar ook omdat dit verhaal – als enige binnen de bundel en sowieso niet echt veelvoorkomend in zijn werk – als achtergrond gebruikt maakt van de May Day Riots van 1919. The Curious Case of Benjamin Button is – met name vanwege de recente filmversie – het meest bekende verhaal en is een fabel over Benjamin Button die in 1860 te Baltimore ter wereld komt als een 70-jarige man en in de jaren daarna  “opgroeit” door telkens te verjongen. Dit leidt tot bijzondere situaties waarbij Fitzgerald niet in de val trapt om praktische problemen die een dergelijke omgekeerde groei te verklaren. Hoe een 70-jarige man uit de baarmoeder is gekomen, laat Fitzgerald wijselijk in het midden, maar tevens wordt de moeder ook niet ten tonele gevoerd.  Ook tragiek maakt onderdeel uit van deze verzameling door het zonderlinge The Cut-Glass Bowl dat met een paar aanpassingen zo had kunnen dienen als basis voor een aflevering van The Twilight Zone, want een grote glazen kom dat Evylyn en Harold Piper kregen voor hun huwelijk is telkens het middelpunt van een drama in hun leven. Drama’s die in omvang en ellende alleen maar toenemen… Ook in The Four Fists is er één element dat domineert: ditmaal een vuistslag die de hoofdpersoon door zijn gedrag oploopt en hem telkens steeds meer op het rechte pad doet belanden.

En natuurlijk liefde
En natuurlijk ontbreekt (onmogelijke) liefde niet in deze verzameling. In Head and Shoulders vindt de pedante intellectueel Horace Tarbox zijn liefde in de “simpele” danseres Marcia die uiteindelijk de rollen doet omdraaien en haar het intellect van de relatie maken. Zo anders is het in ‘Oh Russet Witch!’ waar het leven van een boekhandelaar door een vrouw van lichte zeden nooit meer hetzelfde zal zijn en hij haar tegen het einde van zijn leven nog eens zal ontmoeten en alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Voor de screenwriter Joel Coles liggen de kaarten in Crazy Sunday aanmerkelijk anders wanneer hij langzamerhand verliefd wordt op de vrouw van filmbaas Miles Calman. Een tragische gebeurtenis lijkt uitkomst te bieden of toch niet?

Voor liefhebbers van korte verhalen in het algemeen en van F. Scott Fitzgerald in het bijzonder is The Curiois Case of Benjamin Button and Six Other Stories zonder meer een no-brainer!

Oordeel FerdiBlog: ****

Lees hier de eerdere recensie van de F. Scott Fitzgerald-bundel ‘Forgotten Fitzgerald. Echoes of a Lost America’ samengesteld door Sarah Churchwell.


‘The Curious Case of Benjamin Button and Six Other Stories’ is een bundeling van zeven korte verhalen van F. Scott Fitzgerald die eerder verschenen in ‘Flappers and Philosophers’ (The Four Fists, The Cut-Glass Bowl, Head and Shoulders), ‘Tales of the Jazz Age’ (May Day, ‘Oh Russet Witch!’, ‘The Curious Case of Benjamin Button) en ‘Taps at Reveille’ (Crazy Sunday). Deze bundel is uitgegeven door Penguin. Bestellen kan hier.

zondag 17 mei 2015

Concert 15 mei 2015: Vrolijk vroeg werk met De Vriend


Mozart: Balletmuziek uit 'Idomeneo' 
Mozart: Pianoconcert Nr. 9 'Jeunehomme'
Mozart: 'Allemande' uit de Suite in C
Schubert: Symfonie Nr. 1

Kristian Bezuidenhout (fortepiano)
Jan Willem de Vriend, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Jan Willem de Vriend en Kristian Bezuidenhout breken een lans voor vroeg werk van Mozart en Schubert en zwepen het Koninklijk Concertgebouworkest op met als resultaat een energiek concert van jeugdige vrolijkheid. 

Het is zonder meer duidelijk dat Jan Willem de Vriend geniet van het werk van Franz Schubert (1797-1828). Zelfs diens jeugdige Eerste Symfonie die pas zestig jaar na de dood van Schubert gedrukt zou worden is in de woorden van De Vriend een wondersymfonie die volledig serieus genomen moet worden. Terwijl hij nu successen viert met zijn opnames van de symfonieën van Mendelssohn zijn binnenkort de symfonieën van Schubert aan de beurt. Afgelopen vrijdag gaf De Vriend overtuigend zijn visitekaartje af met een heerlijke energieke en vrolijk makende uitvoering van de Eerste Symfonie door het Koninklijk Concertgebouworkest. De onbevangenheid van dirigent en werk kwamen volledig tot hun recht en waren exemplarisch voor een programma vol vroeg werk van Mozart en Schubert. Een programma dat op voorhand - door het lichte karakter ervan - niet meteen heel indrukwekkend lijkt, maar in de uitvoering dat des te meer was. 

De jonge Mozart
Aan de afsluiting met Schubert koppelt graag gezien KCO-gastdirigent De Vriend het ballet uit  Mozart's opera Idomeneo. Deze fijne balletmuziek toont de verschillende facetten van het genie van Mozart. Muziek die meteen instantly recognizable is en overloopt van de energie. Het vormt een trefzekere opening van een concert dat jeugdige energie als leidraad heeft. Want voordat Idomeneo een verdere aftrap zou vormen voor de steeds verfijndere opera's van Mozart's hand, was het jonge genie al volop bezig met pianoconcerten. Het Negende Pianoconcert neemt daarbij een bijzondere positie in aangezien feitelijk het eerste echte pianoconcert van de hand van Mozart was. De acht pianoconcerten die hieraan vooraf gingen waren eigenlijk meer probeersels en gebaseerd op het werk van anderen. Dit eerste "originele" pianoconcert heeft in de loop van de tijd de bijnaam "Jeunehomme" gekregen wat schijnbaar een verbastering is van Louise Victoire Jenamy voor wie het concert is geschreven. Voor de uitvoering heeft De Vriend de krachten gebundeld met de van oorsprong Zuid-Afrikaanse Australiër Kristian Bezuidenhout (1979). Bezuidenhout laat daarbij de "reguliere" piano achterweg en speelt het concert op zijn - overigens beeldschone in wortelnotenhout uitgevoerde - fortepiano. De keuze voor het instrument onderstreept het lichte karakter van het werk en past daarom uitstekend. Enige nadeel was wel dat het beperkte volume van de fortepiano - ook bij de kleine bezetting van het KCO - soms parten speelde waardoor de piano een enkele keer volledig werd overstemd door het orkest. Dit alles drukte de pret maar zeer beperkt waardoor De Vriend en Bezuidenhout een fijne uitvoering ten beste gaven. Een uitvoering die nog eens werd gevolgd door een toegift van Bezuidenhout met een zeer fijngevoelig gespeeld Allemande uit Mozart's Suite in C

De drie werken van Mozart vormden een mooie aanloop naar de eerder gememoreerde uitvoering van Schubert's Eerste Symfonie die het absolute hoogtepunt van deze avond van vrolijk vroeg werk met Jan Willem de Vriend vormde. 

Oordeel FerdiBlog: ****

Op 13, 15, 17 en 21 mei 2015 brengt het Koninklijk Concertgebouworkest onder Jan Willem de Vriend met medewerking van Kristian Bezuidenhout vroeg werk van Mozart en Schubert. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 15 mei. Meer info en kaarten bestellen kan hier

vrijdag 15 mei 2015

Het krukje van Osama bin Laden: 'Geronimo' van Leon de Winter


Een krukje van Osama Bin Laden en diens vermeende (!) dood brengt het lot van de hoofdpersonen van Geronimo samen. Misschien niet altijd even geloofwaardig, maar Leon de Winter levert weer een prima literaire thriller af.

Op 2 mei 2011 kwam een einde aan een klopjacht van bijna 10 jaar op Osama bin Laden. Onder codenaam Operation Neptune Spear vielen Navy SEALs het schuiladres van Bin Laden in de Pakistaanse stad Abbottabad binnen. Geronimo gold daarbij als codewoord voor zijn uitschakeling of overgave. Uiteindelijk zou Bin Laden de inval niet overleven en kwam een einde aan het leven van de meest gezochte terrorist van de afgelopen decennia en het brein achter de afschuwelijke aanslagen op 11 september 2001. Om te voorkomen dat zijn graf een rallying point zou worden voor zijn aanhangers is het lichaam diezelfde dag nog aan de zee gegeven. Daarmee werd natuurlijk wel voeding gegeven aan allerhande complottheorieën dat Bin Laden nog zou leven. Tot op heden lijkt dat nogal mee te vallen en is de algemene consensus dat Bin Laden inderdaad in Pakistan zijn dood heeft gevonden. Die mogelijk kleine twijfel over de dood van Bin Laden is bepalend voor het nieuwste boek van Leon de Winter (1954) met de toepasselijke titel Geronimo.

Losse eindjes
In een recent interview met dagblad Trouw maakt Leon de Winter duidelijk geen geloof te hechten aan complottheorieën dat Bin Laden nog zou leven en maakt tevens duidelijk dat de inspiratie voor Geronimo niet Operation Neptune Spear maar de cover van Times Magazine van augustus 2010. Voor die cover is een foto gebruikt van een Afghaans meisje wiens neus en orden waren afgesneden. Deze barbarij is (helaas) niet uniek en veel voorkomend in regio van Afghanistan en Pakistan en wordt belichaamd door weesmeisje Apana die haar handen en oren op dezelfde wijze heeft verloren. Deze Apana staat centraal in een vlotgeschreven en spannend verhaal waarbij De Winter de bekende feiten rondom de dood van Bin Laden gebruikt om (binnen die feiten!) een alternatieve waarheid te creëren waarin Bin Laden helemaal niet dood is, maar nog in leven. In het eerder gememoreerde Trouw-interview geeft De Winter aan dat een drietal elementen rondom de operatie vraagtekens hebben opgeleverd: het gebrek aan tunnels rondom de schuilplaats van erkend tunnelgraver Bin Laden, het niet horen aankomen van de lawaaiige Black Hawk-helikopters en de constatering dat Bin Laden (met het gevaar van een showtrial en bijbehorende publiciteit voor zijn verwerpelijke ideeën) en vooral zijn kennis levend meer waard zou zijn dan dood. Daar waar Apana de menselijke spil van het verhaal is en symbool voor een verwerpelijke ideologie en de vreselijke gevolgen daarvan wordt het overleven van Bin Laden gesymboliseerd door een krukje. Een krukje dat door Jabbar - een buurjongen van Bin Laden – wordt meegenomen nadat de operatie in Abbottabad is afgerond. Dit krukje herbergt een geheim dat Bin Laden – in de wereld van De Winter – de Verenigde Staten op zijn knieën kan dwingen en Bin Laden een troefkaart geeft om alsnog de overwinning op te eisen.

De magie van Bach
Aan deze mix wordt ex-Special Ops Tom Johnson gevoegd die meer van Operation Neptune Spear weet en zich – toen hij nog actief was in Afghanistan – zich ontfermd heeft over Apana wiens vader als tolk werkte voor de Amerikanen. Een band die versterkt wordt door Tom’s fascinatie voor de Goldberg Variaties van Bach in de uitvoering door Glenn Gould (zowel die van 1955 als 1981). Een fascinatie die door Apana wordt overgenomen en haar doet dromen om ooit nieuwe handen te krijgen zodat zij ook dit werk kan spelen. Een duidelijk statement tevens van De Winter over de helende werking van muziek en de schoonheid die perfide ideologieën ontmaskert. Zoals eerdere boeken van De Winter als VSV (2012) en Het Recht op Terugkeer (2008) komen alle verhaallijnen gaandeweg bij elkaar tot één ontknoping die zijn voorliefde voor de Angelsaksische vertelvorm uitdrukt. Daarbij moet wel gezegd worden dat – wederom gelijk zijn voorgaande boeken – het verhaal soms net iets te vaak van toevalligheden aan elkaar hangt waardoor de “geloofwaardigheid” (cruciaal bij een dergelijke vertelvorm gebaseerd op een alternatieve c.q. aanvullende waarheid) soms wat onder druk komt te staan. Dit laat onverlet dat De Winter een prima literaire thriller aflevert die de meeste lezers zonder meer zal bekoren, maar geen blijvende indruk zal achterlaten.

Oordeel FerdiBlog: ***½ 

‘Geronimo’ van Leon de Winter is sinds eind april verkrijgbaar in zowel paperback als hardcover en wordt uitgegeven door De Bezige Bij. Bestellen kan hier.

Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het online nieuwsmagazine. Met enige regelmaat zullen recensies op het gebied van Kunst & Cultuur ook daar gepubliceerd worden.

donderdag 7 mei 2015

Opera 6 mei 2015: Orpheus! Kijk niet om!


De Nederlandse Reisopera
Orphée et Eurydice
(Christoph Willibald Gluck, 1714-1787)

Samuel Boden, Orphée
Kristina Bitenc, Eurydice
Hanna Herfurtner, L’Amour

Floris Visser (regie)
Dieuweke van Reij (decor en kostuums)
Alex Brok (licht)

Consensus Vocalis
Roger Hamilton, HET Symfonieorkest
Lucent Dans Theater, Den Haag

De armlastige Nederlandse Reisopera zet met een ingetogen en inventieve uitvoering een prachtige en ontroerende Orphée et Eurydice met de uitstekende jonge Samuel Boden in de titelrol als één van de vele hoogtepunten.

Recent heeft de Raad voor Cultuur het kabinet geadviseerd om meer subsidie te verstrekken aan de Nederlandse Reisopera en dat andere reizende gezelschap Opera Zuid. Komt de overheid niet over de brug dan rest volgens de Raad voor Cultuur niets anders dan het fuseren van beide gezelschappen. Het Ring des Nibelungen-project van enkele jaren geleden is voor de Nederlandse Reisopera geen optie meer, terwijl het ook steeds lastiger lijkt om aandacht te generen voor de "reguliere"  producties. Want ondanks juichende kritieken was het Lucent Dans Theater weliswaar gezellig vol, maar zeker niet overvol. Een gebrek aan marketingbudget lijkt hier toch debet aan. En dat is jammer wat met Orphée et Eurydice heeft de Nederlandse Reisopera een absolute voltreffer te pakken die het meer dan verdient om door bomvolle zalen gezien te worden.

Ingetogen kracht
Enkele jaren geleden was het culturele landschap nog behoorlijk anders, want zo konden de Utrechtse Spelen in 2011 een spectaculaire Orfeo ed Euridice op de planken brengen. Deze spectaculaire openluchtuitvoering van de Italiaanse versie van Gluck’s publiekslieveling vond plaats in de tuin van Paleis Soestdijk en was een groot succes. Maar financieel zonder meer niet. Bijna vier jaar later staat de cultuurwereld er anders voor. De Nederlandse Reisopera heeft niet alleen gekozen voor de Franse versie die Gluck twaalf jaar na de Italiaanse première schreef voor het Parijse publiek, maar ook voor een (door beperkte middelen noodgedwongen) sobere enscenering. Dit terwijl muzikaal gezien de Franse versie juist “luxer” is met onder andere het heerlijke Danse des Furies dat overigens in de Soestdijk-versie ook gezellig er in was gefietst. Maar wellicht dat de gedwongen zuinigheid de creativiteit van de Nederlandse Reisopera maximaal gestimuleerd heeft, want juist het kleinschalige karakter en de op het eerste gezicht simpele enscenering geven deze versie een ingetogen kracht die niet alleen het beste uit Gluck’s opera naar voren haalt, maar ook oprecht doet ontroeren. En dat is bij het tragische liefdesverhaal (dat door Gluck van een happy end werd voorzien) bepaald niet ongepast. De beperkingen die de Nederlandse Reisopera kent, geeft ook de ruimte om een risico te nemen bij de casting. Voor de allesbepalende rol van Orphée – die eigenlijk de gehele opera op het toneel staat en by far de grootste rol heeft – is gekozen voor de jonge Brit Samuel Boden die met zijn breekbare doch bepaalde niet zwakke stem de sterren van de hemel zingt. Tel daarbij de weltschmertz die hij uitstraalt over de tragische dood van zijn geliefde Eurydice op en je hebt een absolute winnaar te pakken. Een winst die je vanaf het eerste moment al voorvoelt met de door HET Symfonieorkest energieke en uitstekende uitgevoerde ouverture waarbij het kale woestijnlandschap de complete plaats van handeling is. Een Grieks aandoend huwelijksgezelschap omringt de geliefden op hun huwelijksdag. Nog voordat de ouverture voorbij is, sterft plotseling Eurydice. Orphée is ontroostbaar en staat op het punt zich van zijn leven te benemen wanneer de goddelijke L’Amour ingrijpt en Orphée in de gelegenheid wil stellen om het Dodenrijk te betreden en zijn geliefde terug te halen. Een reis die de opera voor de rest volledig zal domineren.

Ontroerend
Juist deze reis lijkt uitermate geschikt om in de enscenering flink uit te pakken. De Reisopera kiest voor het handhaven van het woestijnlandschap met als  centraal element het graf van Eurydice dat tevens dienst doet als ingang tot het Dodenrijk. Door een inventief lichtontwerp en het graf als permanente en herhalende doorgang te gebruiken wordt een nachtmerrieachtig beeld gecreëerd. Een nachtmerrie waarbij Orphée zijn spiegelbeelden tegen komt die hem proberen te beletten Eurydice te vinden. Tegelijkertijd word het – uitstekende zingende – Consensus Vocalis ingezet om zijn reis langs de vele gevaren vorm te geven. En juist door deze ingetogenheid is de emotionele zeggingskracht van de muziek zoveel groter. Zo veel zelfs dat je als publiek bijna tegen Orphée zou willen schreeuwen ‘Kijk niet om!’ wanneer hij Eurydice meezeult uit het Dodenrijk maar is gewaarschuwd dat wanneer hij haar aankijkt zij voorgoed tot het rijk der doden is verwezen. En aangezien Eurydice niet begrijpt waarom haar geliefde haar niet wil aankijken, wordt Orphée gedwongen haar toch aan te kijken… Gluck voorziet daarbij voor Amor de rol van deux et machina die alles alsnog voor de geliefden oplost. In deze enscenering is echter gekozen voor een ambigu slot waarbij de conclusie gerechtvaardigd is dat de komst van Amor slechts een droom is en Orphée zich in de dood bij Eurydice voegt.

De Nederlandse Reisopera toont met Orphée et Eurydice haar creatieve en artistieke kracht en mag aanspraak maken op uitpuilende zalen door heel Nederland, want voor liefhebbers van opera in het algemeen en Gluck in het bijzonder is dit niet te missen.

Oordeel FerdiBog: *****



Gluck’s ‘Orphée et Eurydice’ wordt van 1 mei t/m 6 juni 2015 door het hele land uitgevoerd door de Nederlandse Reisopera. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 6 mei in Den Haag. Klik hier voor meer informatie.