zaterdag 27 september 2014

Pension Hommeles: 'Thicker than water'


Op het eerste gezicht lijkt Thicker than water een imitatie van het Deense The Legacy maar al snel vindt dit Zweedse familiedrama een eigen stem.

Het moet fascinerend zijn om de vergaderingen van de Scandinavische productiehuizen en staatsomroepen bij te wonen. Het ene succesnummer heeft de grenzen van Denemarken, Zweden en - in mindere mate - Noorwegen nog niet verlaten of een nieuw TV-succes dient zicht alweer aan. Opvallend daarbij is wel dat de thematiek van de Scandinavische producties opvallende gelijkenissen vertoont, in markant contrast overigens tot de landen zelf die op essentiële onderdelen toch grote verschillen tonen. Dus zo kan het zo maar zijn dat wanneer het ene land een misdaadserie heeft gelanceerd, het andere land al snel volgt. De Deense staatsomroep DR lijkt de ultieme succesformule in handen te hebben: na het misdaadsucces van The Killing volgde de politieke serie Borgen en bleef recent heel Denemarken aan de buis gekluisterd voor het familiedrama The Legacy waar een erfenis van de matriarch spanningen tussen haar kinderen veroorzaakt. De Zweedse staatsomroep SVT laat dit niet op zich zitten en heeft het eveneens in haar thuismarkt goed bekeken eigen familiedrama Thicker than water (in het Zweeds: Tjockare än vatten) gelanceerd. Gelukkig is Thicker than water veel meer dan een herhaaloefening en hoeven liefhebbers van The Legacy niet te vrezen voor een herhaling van zetten, maar dan in de even onverstaanbare doch immer sympathieke Zweedse taal.

Verplicht samenwerken
Lasse, Jonna en Oskar
Op een mooi gelegen Zweeds eiland bevindt zich het ietwat kneuterig aandoende pension van de familie Waldemar. Het pension wordt gerund door Anna-Lisa Waldemar en haar zoon Oskar en zijn familie. Naast Oskar heeft Anna-Lisa nog twee kinderen: oudste zoon Lasse en dochter Jonna. De serie begint wanneer Lasse en Jonna - die al lange tijd op het vasteland wonen en het contact met hun moeder en broer sterk hebben zien verwateren - naar het pension worden geroepen. Aangekomen geeft Anna-Lisa aan dat ze met al haar kinderen apart wil praten. Deze gesprekken leiden vooral tot onbegrip omdat Anna-Lisa voor elk van haar kinderen een cryptische boodschap heeft. Snel daarna wordt Anna-Lisa levenloos in een dobberende roeiboot gevonden: ze heeft zelfmoord gepleegd. Een zelfmoord niet omdat Anna-Lisa depressief is, maar omdat ze terminaal ziek is en haar einde zelf wilde bepalen. De broers Lasse en Oskar en zus Jonna worden op elkaar terug geworpen uit verdriet en allerhande vragen over de handelswijze van hun moeder. Vragen die alleen maar in hoeveelheid toenemen wanneer bij het voorlezen van haar testament blijkt dat het pension pas het bezit van Lasse, Oskar en Jonna wordt wanneer zij een heel zomerseizoen - en zonder meer dan vierentwintig uur het eiland te verlaten - samen het pension bestieren en het seizoen met winst afsluiten. Lukt ze dat niet dan vervalt het pension aan een goed doel en vervliegt de erfenis van de Waldemar-nazaten. Van geheimzinnige boodschappen via een onverwachte zelfmoord tot verplicht samenwerken: zo rolt de familie Waldemar.

Geheimen
In plaats van haar kinderen samen te brengen, leidt deze onverwachte en vooral verplichte samenwerking meteen tot spanningen en kan het pension van de familie Waldemar beter door het leven gaan als Pension Hommeles. Maar dan zonder de humor van Annie M.G. Schmidt. Spanningen die niet vreemd zijn aangezien Oskar al die jaren het pension heeft gerund en nu wellicht door toedoen van zijn zus en broer zijn hele bestaan naar de Filistijnen ziet gaan. Voor Lasse en Jonna is het overigens ook geen feestje. Jonna heeft een redelijk succesvolle carriere als actrice waarbij verblijf op een afgelegen eiland nu ook niet bepaald wenselijk is. Lasse op zijn beurt bestiert in Stockholm een restaurant en heeft al moeite genoeg om de eindjes aan elkaar te knopen. Ook voor Kim, dochter van Lasse, is het allemaal geen feestje zo te stranden op een saai eiland. De artistieke partner van Jonna kan daar ook over meepraten... Daar komt nog eens bij dat de familie Waldemar bol staat van de geheimen. Niet in de laatste plaats door de langjarige verdwijning van Waldemar-patriarch. Al snel is duidelijk dat Waldemar senior er nogal losse handjes op nahield en ook de drank maar moeilijk kon laten staan, waardoor zijn verdwijning weleens wat criminele trekjes zou kunnen hebben. Dat moeder Waldemar geheimen had, was al duidelijk, maar ook haar kinderen kunnen er wat van. Gaandeweg de serie wordt de reikwijdte van die geheimen duidelijk en komen we steeds meer te weten over de familie Waldemar terwijl ze alle zeilen moeten bijzetten om het pension draaiende te houden en hun erfenis veilig te stellen. En natuurlijk hebben de voorwaarden van Anna-Lisa's testament tot doel om haar kinderen nader tot elkaar te brengen, maar dat valt nog sterk te bezien.

Een eigen stem
Thicker than water is zonder meer het kijken waard. Al vanaf de eerste aflevering klinkt de eigen stem van dit familiedrama zonneklaar door en is Thicker than water allesbehalve een rip-off van The Legacy. De personages intrigeren en de verhaallijn is over het algemeen ook geloofwaardig. Het personage van Lasse - type womaninzer met een geldprobleem - is wat standaard en sommige gedragingen van met name Jonna zijn niet altijd even geloofwaardig, maar dit alles mag de pret niet drukken. Eenmaal begonnen aan het Waldemar-saga zal - zeker voor de meeste kijkers - betekenen dat je de tien afleveringen zult willen zien om te weten hoe dit familiedrama eindigt: in moord en doodslag of toch nog een happy end?



'Thicker than water' (originele Zweedse titel: 'Tjockare än vatten') wordt in Nederland door Lumière uitgegeven en is vanaf 30 september algemeen verkrijgbaar. Bestellen kan hier.

donderdag 25 september 2014

Opera 23 september 2014: Verwarrende schoonheid in 'Gurre-Lieder' van De Nationale Opera


De Nationale Opera
Gurre-Lieder
Arnold Schönberg (1874-1951)

Burkhard Fritz, Waldemar
Emily Magee, Tove
Anna Larsson, Waldtaube
Markus Marquardt, Bauer
Wolfgang Ablinger-Sperrhacke, Klaus Narr
Sunnyi Melles, Sprecher

Koor van De Nationale Opera
KammerChor des ChorForum Essen
Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Marc Albrecht en de Nationale Opera zetten een wonderschone 'Gurre-Lieder' van Schönberg neer, maar de enscenering roept meer vragen op dan het beantwoordt.

Hoewel dirigenten een ongekende hoeveelheid muziek tot hun beschikking hebben om uit te voeren, is de de Heilige Graal van de (klassieke) muziek een exclusieve club. Als je als dirigent echt meedoet heb je natuurlijk de symfonieën van  Beethoven op je naam staan en als het even kan ook Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner op je palmares staan. Mahler en Bruckner ronden de wensenlijst over het algemeen af. Maar dan is er altijd nog een muziekstuk waar veel dirigenten naar snakken om live uit te voeren: de Gurre-Lieder van Arnold Schönberg (1874-1951). De fascinatie ligt niet alleen in de muziek, maar ook de onwerkelijke schaal die nodig is om de Gurre-Lieder op te voeren. Bij de premiere in 1913 in de Musikverein te Wenen waren maar liefst 757 musici en koorleden betrokken. Nu kan het ook wel een tandje minder, maar de productie van De Nationale Opera die dinsdag ten einde liep telt nog steeds het gigantische aantal van 235. Chef-dirigent van De Nationale Opera Marc Albrecht zal zich zeer gelukkig hebben geprezen dat hij in de mogelijkheid is gesteld om Gurre-Lieder uit te voeren. En dan ook nog eens voor het eerst in een enscenering door Pierre Audi van dit van oorsprong concertante muziekstuk. De bofkont!

Deense wortels
Schönberg - tijdgenoot van Mahler en grondlegger van de twaalftoonsmuziek en daarmee het modernisme in de klassieke muziek - vond zijn inspiratie voor 'Gurre-Lieder' in de poëzie van de Deense schrijver Jens Peter Jacobsen (1847-1885). Deze Jacobsen baseerde zich op het Deense plaatsje Gurre, ooit de vesting van de Deense koning Waldemar IV. Schönberg legt daarbij niet de focus op de overwinningen en de pracht en praal van Waldemar, maar diens tragische (verboden) liefdesgeschiedenis met Tove. Zijn koningin laat zijn geliefde Tove vermoorden waardoor het leven van Waldemar gitzwart wordt en alleen de dood en de mogelijke hereniging in de hemel met Tove troost biedt. Schönberg gebruikt dit gegeven om een  orkestraal liedfestijn op te tuigen dat door de nadruk op twee solisten (Waldemar en Tove uitstekend vertolkt door Burkhard Fritz en Emily Magee) in de verte wat weg heeft van Mahler's 'Das Lied von der Erde'. Ondanks de enorme bezetting die Schönberg voorschrijft is een groot deel van  Gurre-Lieder bijna intiem te noemen, maar wanneer Schönberg los gaat met koor en orkest dan is dat een epische en magistrale ervaring. Daarbij luidt Schönberg de Romantiek in de muziek passend uit, want hoewel hij Gurre-Lieder afrondde toen hij zich zelf al muzikaal verder had ontwikkeld richting het modernisme, is zijn (toenmalige) Romantische idioom leidend. Dit alles leidde tot de voor Schönberg zelf verdrietige conclusie dat hij roem vergaarde met een stuk dat uiteindelijk niet stond voor zijn baanbrekende werk ten faveure van het modernisme.

Vervreemdend en verwarrend
'Gurre-Lieder' is altijd concertante uitgevoerd en zo ook bedoeld door Schönberg, maar schaal, verhaal en muziek zijn zonder meer schatplichtig aan de opera. Dit heeft Pierre Audi geïnspireerd om - voor het eerst! - Gurre-Lieder te ensceneren en op te voeren in het Muziektheater. En het moet gezegd: de enscenering, bestaande uit een oude fabriekshal en fantasierijke kostuums waaronder de permanent met een grote ballon getooide Klaus Narr (vertolkt door Wolfgang Ablinger-Sperrhacke) is oogstrelend. En toch werkt het in combinatie met de tekst en het statische karakter van 'Gurre-Lieder' wat vervreemdend. Het sowieso niet altijd te volgen verhaal wordt door de enscenering nog wat verwarrender doch. Desalniettemin is een dergelijke opvoering een must-see. Zowel vanwege de enscenering alsmede het zeldzame feit zelf dat Gurre-Lieder wordt opgevoerd. Opvallend was overigens wel dat bij deze laatste uitvoering van de reeks zich wat (kleinschalige) technische mankementen voordeden en een enkele keer het muzikaal ook niet helemaal lekker liep. Dit laat onverlet dat het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht een uitmuntende uitvoering ten gehore brachten. Niet in de laatste plaats door het immer geweldige Koor van de Nationale Opera. Door de laatste scene waar muziek, koor en enscenering tot een perfect hoogtepunt samenkwamen zorgden dat de problemen met de enscenering vergeven, doch niet vergeten werden.


'Gurre-Lieder' van Schonberg is door de Nationale Opera van 2 t/m 23 september 2014 uitgevoerd. Deze recensie is op basis van de laatste opvoering op 23 september.

zondag 14 september 2014

De karikatuur voorbij: 'Days of Fire. Bush and Cheney in the White House' van Peter Baker


Peter Baker kijkt voorbij de karikaturen van Bush en Cheney en levert daarmee een evenwichtige én lezenswaardige terugblik op het presidentschap van George W. Bush. 

Tegen het einde van zijn presidentschap reikte George W. Bush een Kennedy Center Honor uit aan acteur Morgan Freeman voor zijn belangrijke bijdrage aan de Amerikaanse cultuur. Bush noemde daarbij ook de film Deep Impact waarin Freeman de Amerikaanse president speelt terwijl een snel naderende komeet het einde van de wereld lijkt in te luiden. Bush liet zich - tot grote hilariteit van de toehoorders - daarbij ontvallen 'about the only thing that hasn't happened in the last eight years'. Zijn Secretary of State Condoleezza Rice voegde hem bij zijn terugkeer van het podium nog 'Don't tempt fate. We've still got a few weeks left' toe. 

Bush en Cheney
Wie de acht jaar (2001-2009) die George W. Bush president was van de Verenigde Staten in ogenschouw neemt kan niet veel anders dan hetzelfde constateren: de aanslagen op 11 september 2011, de oorlogen in Afghanistan en Irak, de vernietigende gevolgen van orkaan Katrina en de financieel-economische meltdown na de val van Lehman Brothers zijn de belangrijkste crises die Bush op zijn weg vond. Crises die elk op zichzelf al een presidentschap zouden markeren, vonden plaats binnen de presidentiële termijn van één man. Niet verwonderlijk dus dat al tijdens het presidentschap van Bush al talloze boeken verschenen. Alleen Bob Woodward al schreef vier boeken over delen van zijn presidentschap. Een presidentschap dat ook werd gemarkeerd door zijn vicepresident Dick Cheney. Een in veel ogen bijna duivelse machiavellist die de waarlijke macht achter de troon zou zijn met een dommige en in de schaduw van zijn vader staande Bush als zijn plooibare spreekpop. Een evenwichtige beschrijving van - hoe je het ook wendt of keert - invloedrijk en belangwekkend presidentschap ontbrak nog altijd. Met Days of Fire. Bush and Cheney in the White House levert Peter Baker precies die ontbrekende schakel en doet dit ook nog eens op een zeer lezenswaardige manier.

'Not worth a bucket of warm piss'
Peter Baker heeft als politiek correspondent voor achtereenvolgens de Washington Post en de New York Times het presidentschap van Bush van dichtbij meegemaakt. Puttend uit die ervaring, maar ook honderden interviews met de hoofdrolspelers uit die tijd weet hij in een kleine 650 pagina's de Witte Huis-periode van Bush en Cheney op knappe wijze te reconstrueren. Hoewel hun relatie het uitgangspunt is, komen de belangrijkste ontwikkelingen uit die periode aan bod met een nadruk op het buitenlands beleid. Niet zo vreemd voor een presidentschap dat startte met een binnenlandse focus maar door 9/11 het steven voor de rest van de periode op de wijdere wereld moest richten. Opvallend daarbij is dat het vice-presidentschap van Dick Cheney van grote invloed is geweest. Dit in markant contrast met de meeste van zijn voorgangers voor wie het vice-presidentschap niet veel meer was dan een ceremoniële functie ver verwijderd van de daadwerkelijke macht van het presidentschap. Lyndon B. Johnson was doodongelukkig onder John F. Kennedy terwijl John Nance Garner, vice-president onder Franklin D. Roosevelt de functie treffend omschreef als 'not worth a bucket of warm piss'. 

Bush-I versus Bush-II
Rumsfeld, Bush en Cheney
Cheney, die als opdracht van presidentskandidaat Bush kreeg een vice-presidentskandidaat te zoeken en uiteindelijk door Bush zelf als beste werd gevonden, drukte vanaf het begin een stevig stempel op het presidentschap van Bush. Niet alleen beleidsmatig, maar ook op de hoofdrolspelers van dat presidentschap. Zijn oude mentor Donald Rumsfeld als Secretary of Defense is daarvan het meest markante voorbeeld en meteen ook één van de meest omstreden leden van de Bush-ploeg. Hoewel dit erop wijst dat de karikatuur van Cheney misschien helemaal niet zo ver bezijden de waarheid is, toont Baker overtuigend aan dat beslissingen van Bush weliswaar vurig bepleit waren door Cheney, maar dat vrijwel geen besluit gevonden kan worden dat Bush ook zelf niet had genomen. Daar lagen de uitgangspunten van Bush en Cheney te dicht voor bij elkaar en is Bush - ook in zijn eigen woorden - teveel de Decider voor. Sterker nog: Baker toont aan dat de relatie tussen Bush en Cheney veranderd is tijdens de gehele ambtsperiode waarbij in de tweede termijn Bush en Cheney steeds vaker anders dachten waardoor Cheney, zeker in de nadagen van Bush, behoorlijk gemarginaliseerd was. Daar waar de Cheney's jarenlange politieke en bestuurlijke ervaring Bush kon helpen, was Bush in zijn tweede termijn zonder meer his own man die het presidentschap zonder meer begreep. Een hoogoplopend meningsverschil over de veroordeling van Cheney's Chief of Staff I. Lewis "Scooter" Libby marginaliseerde Cheney verder. Deze Cheney's Cheney vergaloppeerde zich in de Valerie Plame-affaire en is daarvoor veroordeeld. Cheney was van mening dat hem onrecht was aangedaan en heeft tot de laatste dag van het presidentschap van Bush hardhandig ingezet op gratie voor Bush. Gratie die Bush niet wilde verlenen waardoor de relatie tussen Bush en Cheney danig bekoeld is geraakt. 

Hoewel Bush en Cheney deze eerlijke weerslag van hun periode in het Witte Huis vast niet altijd met veel plezier zullen lezen en ook hun falen zonder opsmuk duidelijk wordt, verdwijnen de karikaturen van beide heren ten faveure van een tweetal politici die zonder twijfel in een belangwekkende periode in de wereld aan de knoppen van het Witte Huis hebben gezeten. En dat ook nog eens op een zeer lezenswaardige manier waardoor de bijna 650 pagina's als een politieke thriller lezen. Days of Fire is zonder twijfel de komende jaren het standaardwerk over het Witte Huis onder Bush en Cheney.

Een interview met Peter Baker door Stephen Colbert voor 'The Colbert Report':


'Days of Fire. Bush and Cheney in the White House' van Peter Baker is in oktober 2013 verschenen. Recent is de paperbackversie uitgegeven. Bestellen kan hier

zaterdag 6 september 2014

Een panorama van het interbellum: 'Alleen de Wolken' van Philipp Blom


Philipp Blom schijnt in Alleen de Wolken een nieuw licht op de geschiedenis van het interbellum door een sprankelende mix van kunst, literatuur en historische anekdotes.

Het interbellum (1918-1938) lijkt in het grotere geheel der dingen toch niet meer te zijn dan een wapenstilstand van ruim twee decennia van een aaneengesloten Wereldoorlog die het aangezicht van de wereld en de plaats van Europa tot in de eeuwigheid heeft veranderd. Tegelijkertijd is het een periode waarin de wereld - Europa en de Verenigde Staten voorop - moest herstellen van de Eerste Wereldoorlog en bouwen aan een nieuwe toekomst. Een toekomst die de Tweede Wereldoorlog zou omvatten, maar voor de 'deelnemers' aan die rare historische periode gewoon hun leven was. Historicus Philipp Blom (1970) ontrafelt in Alleen de Wolken. Cultuur en Crisis in het Westen, 1918-1938 deze opmerkelijke historische periode en zorgt met zijn anekdotische aanpak en fascinatie voor kunst en cultuur een meeslepend panorama. 

Weer een jaar, weer een gebeurtenis
Blom kiest in Alleen de Wolken dezelfde aanpak als in de De Duizelingwekkende Jaren, Europa 1900-1914 door ieder jaar van de beschreven periode in het teken te laten staan van een gebeurtenis die minder voor de hand ligt. Of zoals de Engelsen zo mooi kunnen zeggen off the beaten track. Een jaar als 1933 staat natuurlijk in het teken van de definitieve doorbraak van Hitler en zijn NSDAP en daar valt - ook voor Blom - niet aan te ontkomen. Maar in het hoofdstuk 1933: Pogrom van het intellect kiest hij als gezichtspunt de grote boekverbranding in Duitsland vanuit het gezichtspunt van schrijver Erich Kästner die zijn eigen werk verbrand ziet worden en herkend wordt door één van de omstanders doch zich wel tijdig uit de voeten kan maken. Met deze anekdote als startpunt vertelt Blom over de totstandkoming van de boekverbranding die in eerste instantie door Goebbels niet werd gesteund maar door het grote enthousiasme alsnog door hem - met alle gevolgen van dien - omarmd. Eveneens tekenend voor Blom is de grote nadruk in zijn narrative op de uitingen van kunst en cultuur in die tijd, maar ook andere tijden. Zo kregen de woorden van Heinrich Heine van ruim een eeuw daarvoor 'Dit was nog maar het eerste begin, want waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen' een profetisch karakter. In Blom's beschrijving van een jaar komen zo vele facetten en hun reikwijdte aan de oppervlakte. In ditzelfde hoofdstuk gericht op de jacht op de intelligentsia komt bijvoorbeeld ook de geslaagde poging van Hitler aan bod om invloed uit te oefenen op Hollywood. 

Het onbekende bekende
Zo slaagt Blom er telkens in om via het (min of meer) onbekende, bekende gebeurtenissen in een nieuw licht te zetten. Daarmee is Alleen de Wolken niet het zoveelste boek over het interbellum, maar is het bijna een staalkaart van die twintig bewogen jaren die Eerste en Tweede Wereldoorlog aan elkaar binden, maar tegelijkertijd de dynamiek van een tijd weergeven onderhevig aan enorme technische en historische veranderingen. Veranderingen die door de Eerste Wereldoorlog ontketend leken te zijn, maar in feit aan het begin van de 20e eeuw hun begin vonden. Een veranderende maatschappij die letterlijk en figuurlijk moest herstellen van shellshock, in de Verenigde Staten een puriteinse periode van drooglegging inluidde, meer inzicht gaf in onze plaats in het universum en de evolutie, maar tegelijkertijd ook de wereld van Metropolis was en de opkomst van fascisme in onder andere Duitsland en Italië en een steeds meer isolationistische Verenigde Staten in de ban van de Grote Depressie dat onder meer tot uiting kwam in The Grapes of Wrath van John Steinbeck over de Dust Bowl.

Met schijnbaar groot gemak schildert Philipp Blom dit caleidoscopische tableau en maakt het interbellum inzichtelijk. Voor een ieder met alleen al een sporadische interesse in de geschiedenis van deze eeuw een niet te missen boek. 

In augustus is bij De Bezige Bij 'Alleen de Wolken' van Philipp Blom verschenen. De vertaling van de Engelstalige versie 'The Wars Within. Life and Culture in the West, 1918-1938' door Pon Ruiter en Henny Corver. Tevens is in augustus de oorspronkelijke Duitstalige versie van het boek verschenen: 'Die zerrissenen Jahre 1918-1938'. Bestellen kan hier