vrijdag 28 februari 2014

Concert 27 februari 2014: Rotterdamse hoornpracht in een verlaten, schril en majestueus concert


Abrahamsen: "Let me tell you"
R. Strauss: Eine Alpensinfonie

Barbara Hannigan (sopraan)
Yannick Nézet-Séguin, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Was de wintersport de spelbreker, lag het aan de programmering van weer Eine Alpensinfonie of was het toch het vooruitzicht van modern werk waardoor het Rotterdamse publiek het gisteren massaal liet afweten in de Doelen? Zelden was de Doelen zo leeg en speelde het Rotterdams Philharmonisch Orkest - nota bene onder leiding van de eigen chef-dirigent en rising star Yannick Nézet-Séguin - voor een zo beperkt gezelschap. De Grote Zaal van de Doelen was nog niet eens voor een derde gevuld en dat was helaas tijdens het gehele concert te merken. Een concert van (letterlijk) schrille contrasten en een paar prachtige majestueuze hoogtepunten.

Gebroken tonaliteit
Voor de pauze werd het spaarzaam aanwezige publiek vergast op de Nederlandse premiere van het werk voor sopraan en orkest Let me tell you van de Deense componist Hans Abrahamsen (1952). In de programmatoelichting viel te lezen dat de teksten van deze (onafgebroken) cyclus van zeven liederen is gebaseerd op de gelijknamige novelle van Paul Griffith waarbij Ophelia haar verhaal in de ik-vorm vertelt in slechts 481 woorden: het exact aantal woorden dat Ophelia heeft in Hamlet van William Shakespeare. Tevens werd het publiek via deze toelichting voorbereid op het uitgangspunt van gebroken tonaliteit dat Abrahamsen hanteert. Voor de volledigheid werd daarbij vermeld dat de in de ogen van Abrahamsen natuurtonen vals kunnen klinken voor de argeloze luisteraar. Als publiek weet je dan eigenlijk al genoeg. Hoewel deze recensent niet automatisch afkerig is van moderne klassieke muziek (het tegenovergestelde is het geval) was met name het eerste deel van deze liederencyclus een beproeving en op een aantal punten niet prettig voor het gehoor door het gebruik van hoge fluittonen. Daar biedt het prachtige stemgeluid van Barbara Hannigan dan ook geen tegenwicht voor. In de latere delen van de cyclus werd het allemaal beter, maar toen was deze recensent al lang afgehaakt. Moderne muziek hoeft toch zeker niet te betekenen dat iets niet meer mooi hoeft te zijn? Het die hard-publiek ging er (natuurlijk) wel voor staan. Dat dan wel weer. 

De Rotterdamse hoorn
De contrast tussen het programma voor en na de pauze kon niet groter zijn: het imposante toondicht Eine Alpensinfonie van Richard Strauss (1864-1949). Een werk dat een dermate groot orkest vraagt dat de uitvoering ervan lang niet altijd praktisch is en daarom niet al te vaak gebeurt. Er worden bijvoorbeeld zo maar twintig (!) hoorns voorgeschreven. In de Doelen konden er overigens maar acht geteld worden. Het bleek echter dat juist dit werk nog niet zo lang geleden al in Rotterdam was uitgevoerd dus wellicht dat de combinatie van (te) modern en (te) bekend werk een verklaring is voor de lage opkomst. Hoe het ook zij, het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van de immer energieke Yannick wierp zich met verve op dit Alpenavontuur op muziek. Opvallend was dat Yannick een stevig tempo hanteerde wat de balans in het orkest niet altijd ten goede kwam waardoor Nacht, Sonnenaufgang en Der Anstieg wat rommelig leken aan te doen. Daarbij zal het ook niet geholpen hebben dat de zaal zo leeg was. Funest voor de concentratie van de leden van het orkest en het leek ook hoorbaar in de akoestiek. 

Toch lukte het Yannick om de Rotterdammers bij de bekende hoogtepunten van Strauss' meest bekende toondicht majestueus te spelen waarbij (wederom) de Rotterdamse hoornspelers - en dan met name de Eerste Hoorn - het grootste compliment verdienen: wat kunnen zij spelen zeg! Uiteindelijk daalde het publiek - samen met Yannick - de Alpen weer af en eindigde Eine Alpensinfonie zoals het begon: met de wegstervende Nacht

Het programma met werken van Abrahamsen en R. Strauss wordt uitgevoerd op 27 en 28 februari 2014. Deze recensie is op basis van het concert van 27 februari. Kaarten bestellen kan hier

Om in de stemming te komen hier de Berliner Philharmoniker onder leiding van Semyon Bychkov met een mooie 'teaser' van Eine Alpensinfonie:


Zie hier voor een recensie van een uitvoering van 'Eine Alpensinfonie' maar ditmaal door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink op 23 december 2011.

woensdag 26 februari 2014

CD-recensie: De Zwanenzang van Claudio Abbado


De onlangs overleden dirigent Claudio Abbado leeft voort in zijn discografie en voegt postuum een laatste hoofdstuk toe aan zijn indian summer met het Orchestra Mozart.

Op 20 januari verloor de wereld van klassieke muziek een geliefde dirigent: Claudio Abbado (1933-2014). Abbado’s raffinement en gevoelige dirigeerstijl klinken door in de discografie die hij nalaat. Een discografie die met behulp van toporkesten als de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en het London Symphony Orchestra zonder meer imposant is.

Na zijn afscheid bij de Berliner Philharmoniker legde Abbado zich steeds meer toe op orkesten die hij zelf samenstelde en samenbracht in zijn Lucerne Festival. De afgelopen jaren maakte hij furore met het in 2004 opgerichte Orchestra Mozart (thuisbasis: Bologna) dat een direct gevolg is van het Lucerne Festival. Een orkest dat overigens met de dood van Abbado ook abrupt aan een einde is gekomen doch waarbij collega-dirigent Riccardo Muti zich inspant om het orkest alsnog komende zomer weer bij elkaar te krijgen.

Mozart voorbij
In de afgelopen jaren heeft het Orchestra Mozart met aan het roer Claudio Abbado een behoorlijk aantal veelgeprezen (live)opnames uitgebracht waarvan de kwaliteit een ware indian summer voor Abbado hebben ingeluid. Hoewel de focus sterk lag bij werken van Mozart, waaronder de late symfonieën, concerten voor viool, klarinet en hoorn en een aantal pianoconcerten keek deze Italiaanse supercombi ook verder met de vioolconcerten van Beethoven en Berg en werken van Schumann (diens Tweede Symfonie) en Bach (de Brandenburg Concerten).

Doublure

Met als solist Maria João Pires kwam onlangs een cd uit met het 20e en 27e Pianoconcert van Mozart. Voor zijn dood werd al aangekondigd dat er nog een cd met pianoconcerten van Mozart zou worden uitgebracht. Deels als doublure met de opname met Pires (Pianoconcert Nr. 20) en deels nieuw (Pianoconcert Nr. 25), maar dan met de legendarische Martha Argerich als solist. Abbado’s dood maakte deze geplande release opeens tot een in memoriam.

Geraffineerd en passievol
En gelukkig is deze cd een passend in memoriam die volstrekt past in raffinement en gevoeligheid die het hele oeuvre van Abbado kenmerkt. Opvallend daarbij is dat de doublure van het 20e pianoconcert dat helemaal niet is: Argerich kiest voor een meer temperamentvolle benadering van dit werk dan haar collega Pires in de eerdere opname, waardoor beide opnames – zowel in kwaliteit als in onderscheid – in volledige harmonie naast elkaar kunnen bestaan. Ook het 25e Pianconcert wordt gekenmerkt door het temperament van Argerich. En voor de liefhebber is het goed te weten dat ze voor de cadensen in de 20e kiest voor die van Beethoven en in de 25e kiest voor die van Friedrich Gulda.

Gelijk vrijwel alle opnames van het Orchestra Mozart is dit een aanrader voor allen die het werk van Abbado én Argerich hoog achten en in het bijzonder gefascineerd zijn door de late pianoconcerten van Mozart. Een passend eerbetoon aan een muzikale titaan.

De liveopname van de 20e en 25e Pianoconcerten van Mozart uitgevoerd door Martha Argerich en het Orchestra Mozart onder leiding van Claudio Abbado is op 7 februari 2014 verschenen. Via de ‘audiosampler’ van Deutsche Grammophon kunnen delen van de cd geluisterd worden:
  

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

donderdag 20 februari 2014

'The Hours' van Michael Cunningham


The Hours van Michael Cunningham is net zo krachtig als toen het in 1998 voor het eerst uitkwam en is tegelijkertijd één van de weinige boeken waarbij de filmversie het oorspronkelijke boek verrijkt in plaats van teniet doet.
 
The Hours (2002) is één van die films die beklijft: het verhaal van drie vrouwen in drie verschillende perioden in de twintigste eeuw verbonden door Virginia Woolf's Mrs. Dalloway wordt prachtig tot leven gebracht door Nicole Kidman, Julianne Moore en Meryl Streep. Dit alles nog eens extra aangezet door de prachtige filmmuziek van Philip Glass.
 
Zelfmoord
Het gelijknamige boek verscheen al in 1998, maar pas recent ben ik dit boek gaan lezen terwijl ik de film ook al jaren geleden voor het eerst zag. Michael Cunningham kiest ervoor om zijn drie leading ladies alternerend op te voeren waardoor hun (thematische) verbondenheid tot zijn recht komt. Boek (en film) starten in het Verenigd Koninkrijk van 1923 met de zelfmoord van Virginia Woolf die in die periode ook Mrs. Dalloway schreef. In dit boek wordt een dag uit het leven van Clarissa Dalloway  uit de doeken gedaan, een dag dat zij een feestje organiseert dat overschaduwt wordt door de zelfmoord van een één van de gasten. In 1949 volgt de lezer daarop in het boek van Cunningham Laura Brown. Mrs. Brown zit gevangen in het gelukkige leven van een typisch Amerikaanse huisvrouw na de Tweede Wereldoorlog. Haar geordende leven (trouwe man en lieve zoon) wordt overschaduwd door haar gedachten tot zelfmoord.
 
Verbondenheid
Ten slotte volgt de lezer Clarissa Vaughan in New York die gelijk Woolf's Clarissa een feestje organiseert voor de aan Aids lijdende Richard die een prijs in ontvangst neemt voor zijn literaire werk. Deze Richard was lang geleden de one time love interest van Clarissa voordat hij definitief koos voor mannen en Clarissa voor vrouwen. Toevalligerwijs is Richard's bijnaam voor Clarissa ook nog eens 'Mrs. Dalloway' en is Richard een dichter en schrijver van bescheiden succes wiens meest bekende boek schaamteloos plukt uit het leven van Clarissa. Ook in 1999 komt het thema van zelfmoord weer naar voren en blijkt er een personele verbondenheid te bestaan tussen 1949 en 1999.
 
Boek versus film
Zowel bij het boek als de film is het van belang om niet al te veel te verklappen zodat de verrassingen die in het verhaal zitten ook verrassingen blijven. Het prachtig geschreven boek van The Hours is op uitstekende wijze verfilmd waarbij de film het boek verrijkt in plaats van er afbreuk aan te doen. In één opzicht is de film beter (behalve dat het boek - althans niet automatisch - de prachtige muziek van Philip Glass als soundtrack heeft): de cruciale verbinding tussen '1949' en '1999' wordt in de film (letterlijk) in beeld gebracht en is daardoor sterker dan wanneer je het boek leest. Sterker nog: de evidentie ervan is het boek veel minder dan je zou denken wanneer je eerst de film hebt gezien. Deze laatste zinnen lezen wellicht als raadsels maar fungeren hopelijk als aansporing om het boek te lezen én de film te zien.
 
De trailer van 'The Hours':
 
 
 
 


woensdag 19 februari 2014

Cd-recensie: Yuja Wang en Gustavo Dudamel: 'Shock and Awe'


Yuja Wang benadrukt haar virtuositeit en wordt uitstekend begeleid door Gustavo Dudamel in haar nieuwste cd met pianoconcerten van Rachmaninoff en Prokofjev.
 
China is niet alleen een opkomende economische en militaire macht, maar ook op muzikaal gebied timmert China flink aan de weg. In navolging van het (commerciële doch niet altijd artistieke) succes van pianist Lang Lang melden grote aantallen Chinese kinderen zich aan voor pianoles en is klassieke muziek in China hipper dan in de meeste Westerse landen. Alleen al op grond van kansberekening betekent dit dat in de toekomst bekende pianisten steeds vaker een Chinese naam zullen hebben.
 
Virtuoos
Maar die toekomst is misschien wel dichterbij dan gedacht, want naast Lang Lang timmert zijn landgenote Yuja Wang (1987) ook flink aan de weg. Voor haar nieuwste (live)cd koos zij voor een volledig Russisch programma met het Derde Pianoconcert van Sergej Rachmaninoff (1873-1943) en het Tweede Pianoconcert van Sergej Prokofjev (1891-1953). Dit met begeleiding van het Simón Bolivar Symphony Orchestra onder leiding van Gustavo Dudamel. Een ongelooflijk stevig programma want beide pianoconcerten vragen veel van de techniek en virtuositeit van de solist. Een virtuositeit die Wang niet ontzegd kan worden.
 
Kernrepertoire
De pianoconcerten van Rachmaninoff behoren tot het kernrepertoire en geven pianist en orkest alle ruimte om te excelleren. En in deze opname van het Derde Pianoconcert excelleert Yuja Wang als geen ander. Deze recensent had het geluk om een live-uitvoering van juist dit pianoconcert door Wang én Dudamel maar dan met het Los Angeles Philharmonic bij te wonen afgelopen december in de Walt Disney Concert Hall te Los Angeles (zie hier voor de recensie). Gelijk de opname betoverde Wang het publiek door haar virtuositeit en ongekende techniek.
Woorden van gelijke strekking zijn ook van toepassing op het tweede deel van de cd: het minder bekende Tweede Pianoconcert van Prokofjev. Daar waar de Russische Romantiek nog ten volle doorklinkt in Rachmaninoff is het Tweede Pianoconcert van Prokofjev een temperamentvolle doorkijk naar de moderniteit. Een doorkijk die door Wang met flair wordt gespeeld.
 
Ingetogen
Bij het eerder genoemde optreden van Wang was al duidelijk dat de samenwerking tussen Wang en Dudamel een goede is en datzelfde geldt voor hun pairing voor deze cd. Gelijk Lang Lang overschaduwt Dudamel’s celebrity zijn artistieke resultaten nog wel eens waardoor zijn cd-opnames lang niet altijd geslaagd zijn. Opvallend is echter dat Dudamel in beide pianoconcerten garant staat voor een ingetogen begeleiding die de kracht van deze opname alleen maar verder doet toenemen.
 
Zo zorgen Yuja Wang en Gustavo Dudamel voor een ware muzikale shock and awe waardoor liefhebbers van pianoconcerten in het algemeen en de Russische school in het bijzonder niet hoeven te vrezen voor een miskoop met deze cd.
 
De "trailer" van de nieuwste cd van Yuja Wang:
 
>
 
Op 31 januari 2013 is de nieuwste cd van Yuja Wang verschenen met het Derde Pianoconcert van Rachmaninoff en het Tweede Pianoconcert van Prokofjev. Zij wordt begeleid door het Simón Bolivar Symphony Orchestra onder leiding van Gustavo Dudamel. Het betreft een live-opname in de Sala Simón Bolivar, Centro de Acción Social por la Música te Caracas, Venezuela (februari 2013).
 
Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

zondag 9 februari 2014

Dans 7 februari 2014: Een 'Titanic' die niet zinkt, maar wel water maakt

© Ballet National de Marseille

Holland Dance Festival
Titanic

Frédéric Flamand, choreografie
Fabrizio Plessi, visual and video artist

Ballet National de Marseille
Lucent Dans Theater, Den Haag

Titanic van het Ballet National de Marseille begint veelbelovend, verliest halverwege coherentie doch zinkt - gelijk de echte Titanic - niet, maar maakt wel net iets te veel water. 

In het kader van het Holland Dance Festival is het Ballet National de Marseille naar Nederland gehaald om te fungeren als één van de hoogtepunten van het festival. De nog altijd tot de verbeelding sprekende scheepsramp waarbij de onzinkbare geachte Titanic in 1912 na een botsing met een ijsberg tot zink en werd gebracht en 1.522 levens kostte, is een inventieve aanleiding voor dans. Artistiek directeur en choreograaf van het Ballet National de Marseille Frédéric Flamand liet zich inspireren door megalomanie ("Megalomanie is overall (…) Technologische vooruitgang is uiterst fragiel: als systemen uitvallen,ligt voor je het weet de halve wereld plat") en ontwikkelde - ondersteund door visual and video artist Fabrizio Plessi - het verhalende ballet Titanic.

Moderne dans en moderne dans
Titanic maakt een goede start doordat de choreografie het verhaal van het beroemde schip goed vertelt. We zien de havenarbeiders hard aan het werk om de Titanic aan zijn reis te laten beginnen. Aan boord zien we de verschillen tussen de (rijke) passagiers en de mensen die hun reis mogelijk maken: van bediening tot aan de machinekamer. Hoewel de choreografie van Flamand zeker aanspreekt, valt het toch op dat je moderne dans hebt en moderne dans. In Nederland - en zeker in Den Haag - zijn we verwend met het Nederlands Dans Theater (NDT) en na net vorige week Programma III van het NDT te hebben gezien, is het verschil toch erg evident. Hoewel de dansers uit Marseille soepel bewegen, brengen ze niet het detail dat het NDT laat zien. Op de een of andere manier voelt het ook of het NDT een paar jaar voorop loopt. 

Spoor bijster
Daarbij helpt het overigens ook niet dat halverwege het 'verhaal' de vertelling het spoor een beetje bijster raakt. Na indrukwekkende scènes op het dek waarbij het leven van de passagiers prachtig wordt uitgebeeld volgt een nog indrukwekkender scène waar de ijsberg geraakt wordt. Op het Scherzo uit de Negende Symfonie van Antonín Dvořák wordt deze botsing prachtig weergegeven. Helaas maakt het ballet na deze botsing water zonder overigens te zinken. De reden hiervoor is dat het vertellen van het verhaal eigenlijk wordt losgelaten ten faveure van suggestie van, ja van wat eigenlijk? Het helpt daarbij ook niet dat de lappendeken aan muziek (Ives, Schnittke, Lang, Dvořák en Kern) ook niet altijd even toepasselijk is. Meest bizarre daarbij was overigens een scène in de machinekamer waar opeens een bokser langskwam, de symboliek ging aan deze recensent in ieder geval volledig voorbij.

Goede poging, maar…
Al met al doet het Ballet National de Marseille een goede poging om Titanic op deze wijze uit te beelden, maar toch blijft het gevoel knagen dat er meer in had gezeten. En dat je moet optreden in de thuishaven van het onwaarschijnlijk goede NDT helpt dan ook niet. 

De trailer van 'Titanic' van het Ballet National de Marseille:



In het kader van het Holland Dance Festival voerde het Ballet National de Marseille op 7 en 8 februari 'Titanic' uit in het Lucent Dans Theater. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 7 februari.

zaterdag 8 februari 2014

Concert 6 februari 2014: Gimeno vervangt Jansons in een muzikaal ratjetoe

© KCO / Anne Dokter

Sibelius: De Zwaan van Tuonela 
(uit: de Lemminkäinen-suite)
Lindberg: Pianoconcert Nr. 2
Stravinsky: Jeu de Cartes
J. Strauss: Ouverture 'Die Fledermaus'

Yefim Bronfman (piano)
Gustavo Gimeno, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Gustavo Gimeno kreeg de kans van zijn leven, maar heeft te stellen met een muzikaal ratjetoe dat nooit echt een programma wordt en het vooral moeten hebben van de golden oldies Sibelius en Johann Strauss.

Het begint inmiddels een verontrustend terugkerend fenomeen te worden: Mariss Jansons die wegens gezondheidsredenen verstek moet laten gaan. Ditmaal was een eerder dan geplande medische behandeling de oorzaak dat vroegtijdig bekend werd dat Jansons de geplande concerten van het Koninklijk Concertgebouworkest op 6 en 7 februari moest overlaten aan (ditmaal) KCO-slagwerker en opkomend assistent-dirigent Gustavo Gimeno.

Twee Nederlandse premières 
De Spaanse Gimeno maakte hiermee zijn debuut bij het Nederlandse orkest en kreeg daarmee de kans van zijn leven. Opeens leiding geven aan een orkest uit de absolute wereldtop zou een ieder tot knikkende knieën reduceren. De vraag daarbij is overigens wel waarom het KCO nooit in staat is om Jansons op enigszins gelijkwaardig niveau te vervangen. Recent moest bijvoorbeeld - de inmiddels overleden - Claudio Abbado zijn terugkeer naar Nederland afzeggen, maar werd het Orchestra Mozart op sleeptouw genomen onder de bezielende leiding van Bernard Haitink (zie voor een recensie van dit geweldige Beethoven-concert hier). 

Deze keuze was ook terug te zien in de Grote Zaal van het Concertgebouw zelf. Waar normaal de zaal voor Jansons zou uitpuilen, waren op veel plekken plukjes lege stoelen te ontwaren. Nu zal dat ook deels gelegen hebben aan een programma dat op voorhand weinig samenhang leek te suggereren zonder echte grote publieksfavorieten en - to top it all off - ook nog in combinatie met de Nederlandse première van het Tweede Pianoconcert van de Finse componist Magnus Lindberg (1958).

Chaos
Wat op voorhand het hoogtepunt had moeten worden, werd het zeker niet. De Russisch-Israëlische pianist Yefim Bronfman (1958) trok alle bravura uit de kast, maar Lindberg's pianoconcert - opdrachtcompositie van het New York Philharmonic en het KCO - is toch vooral veel chaos met hinten van Gerswin's Rhapsody in Blue en Pianoconcert. De recente wereldpremière werd ook door Bronfman uitgevoerd, maar dan met het New York Philharmonic onder Alan Gilbert en is - helaas voor Gimeno - op cd en iTunes uitgebracht en de verschillen zijn groot: de transparantie en ordening in de chaos die Gilbert aanbrengt, ontbraken - met name in het eerste deel - bij Gimeno. Helaas was daarom de mooie en gevoelige reprise (schijnbaar Scarlatti) van Bronfman meer op zijn plaats dan het pianoconcert zelf.

Het begint met een S… 
Gimeno wist de juiste snaar echter veel beter te raken bij de andere werken. Werken waarbij de onderlinge samenhang - gelijk het hele programma - eigenlijk ontbrak, behalve dat de drie resterende componisten allen met een S beginnen. Een betoverende en gevoelige uitvoering van De Zwaan van Tuonela van Sibelius - mede door een uitstekende hobosolo - viel de Grote Zaal ten deel. Ook voelde de strak en soepel dirigerende Gimeno zich thuis bij het minder uitgevoerde ballet Jeu de Cartes van Stravinsky. In deze verrassend goede uitvoering bereikte Gimeno wat hem in Lindberg ontging: gestructureerde wanorde. Gimeno sloot af met een echte crowdpleaser: de Ouverture uit Die Fledermaus van Johann Strauss. Hier drukte Gimeno nadrukkelijk zijn stempel op de uitvoering door de ouverture te spelen ware het werk van Richard en niet Johann. Daar waar het vooral een wals is, benadrukte Gimeno (zijn natuur als slagwerker daarmee niet ontkennend) het marsachtige karakter. Dit was als start van de uitvoering van de volledige operette niet passend geweest, maar zorgde voor een heerlijke afsluiting van het concert.

Hier een interview met Yefim Bronfman en Alan Gilbert (chef-dirigent New York Philharmonic) over het Tweede Pianoconcert van Magnus Lindberg:


De concerten van het KCO met werken van Sibelius, Lindberg, Stravinsky en J. Strauss vonden plaats in het kader van de D- en A-series op 6 en 7 februari 2014. Deze recensie is op basis van het concert van 6 februari 2014. 

donderdag 6 februari 2014

Dans 1 februari 2014: Liefde en verlies in 'Programma III' van het Nederlands Dans Theater

© NDT

Nederlands Dans Theater
Programma III
"Looking back at the past but not staring at it"

Jiří Kylián: Heart's Labyrinth
Marco Goecke: Hello Earth
León & Lightfoot: Stop-Motion

Nederlands Dans Theater 1
Matthew Rowe, Holland Symfonia

Lucent Dans Theater, Den Haag

Terecht stelt Paul Lightfoot (artistiek directeur NDT) dat liefde en verlies een rode draad vormen in Programma III van het Nederlands Dans Theater. In drie uiteenlopende choreografieën van Kylián, Goecke en het duo León & Lightfoot brengen de dansers van het NDT vol overtuiging liefde en verlies met een doorkijk naar het verleden.

Heart's Labyrinth
Met Heart's Labyrinth dat in 1984 in premiere ging, graaft het NDT in haar rijke verleden van haar voormalig artistiek directeur Jiří Kylián. Dezelfde Kylián die vorig jaar aangaf dat met ingang van het volgende seizoen zijn oeuvre niet meer toegankelijk is voor het NDT zodat het NDT de vrijheid heeft om een nieuwe weg in te slaan. Wie Heart's Labyrinth heeft gezien of ander werk van Kylián heeft aanschouwd, kan alleen maar concluderen dat deze gedwongen cesuur met het verleden in ieder geval niet geworteld is in de sleetsheid van zijn werk. Bijna 30 jaar na de premiere oogt Heart's Labyrinth nog even fris en is Kylián's verbeelding van het hart en de diversiteit aan gevoelens op muziek van Schönberg, Webern en Dvořák's - in de woorden van de choreograaf zelf - 'rampzalig prachtige Nocturne, op. 40 voor Strijkorkest immer aansprekend.


Hello Earth
Met Hello Earth laat associate choreographer Marco Goecke voor het eerst van zich zien bij het NDT. Ook hier staat het hart centraal, maar dan letterlijk: een groot hart van korrels ligt centraal op de dansvloer en is daarmee onderdeel van de choreografie. Door de aparte choreografie, die afwijkt van Kylián's meer vloeiende stijl, komen de korrels tot leven al wordt het niet helemaal duidelijk wat Goecke nu precies probeert te zeggen. Een choreografie die zeer wordt geholpen door de van zichzelf 'modern dansende' muziek van Benjamin Britten, diens Variations on a Theme of Frank Bridge. Zeker niet onverdienstelijk, maar ook niet het hoogtepunt van Programma III.


Stop-Motion
Want het absolute hoogtepunt van de avond was zonder twijfel Stop-Motion van het gelauwerde duo Sol León & Paul Lightfoot. Door een prachtige combinatie van choreografie, de muziek van Max Richter (1966) en beeld werd het publiek in vervoering gebracht door de wereld van León & Lightfoot. Een wereld vol avontuur waar gevoel belangrijker is dan een statement. Een wereld die heel klein eindigt wanneer alle opsmuk (beeld, decor, licht) langzamerhand wegsterft en slechts de dans overblijft.  Een gevoel van melancholie werd ook niet geheel onderdrukt mede door het voorwoord van Lightfoot in het programmaboekje waarin hij schrijft dat 'verandering dwingt ons tot reflectie op het verleden en op de kwetsbaarheid van de toekomst' en hij duidelijk maakt dat de verhuizing van het Lucent Dans Theater naar een tijdelijk onderkomen in afwachting van de bouw van het Spuiforum deze wereldpremière de laatste lijkt te zijn in het Lucent Dans Theater. 


Lees hier en hier mijn eerdere recensies van het NDT. 'Programma III' wordt nog tot en met 13 februari 2014 uitgevoerd. Klik hier voor de speellijst.

zaterdag 1 februari 2014

Een terechte klassieker: 'Dracula' van Bram Stoker


Hoewel Bram Stoker niet de eerste was die schreef over vampiers, is zijn Dracula de basis voor een fascinatie over bloedzuigende ondoden die tot op de dag van vandaag en in verschillende verschijningsvormen nog altijd niet gedoofd is.

True Blood, The Vampire Diaries en natuurlijk (het vreselijke) Twilight: vampiers zijn enorm populair en deze populariteit lijkt vooralsnog niet eindig te zijn. Zonder ooit een letter van Dracula van Bram Stoker (1847-1912) te hebben gelezen, is de fictieve graaf Dracula alom bekend en weet een groot deel van de wereldbevolking dat je vampiers nooit toestemming moet geven om binnen te komen, knoflook binnen handbereik moet hebben en altijd een kruisje moet dragen. Want eenmaal door een vampier gebeten, wordt je zelf een ondode gedoemd om je bloedlust te stillen door zelf slachtoffers te maken. Pas een staak in het hart van een vampier gevolgd door onthoofding kan deze plaag stoppen. 

Terug naar de oorsprong
Deze constatering zegt veel over het succes van Bram Stoker's verhaal over graaf Dracula, zeker in het licht van het feit dat Stoker niet de eerste was die over vampiers schreef, maar zijn vertelling van het verhaal beklijft en heeft ontelbaar veel navolging gevonden. Een bijzondere constatering aangezien al het andere werk (schijnbaar terecht) in de vergetelheid is geraakt. Gezien het iconische karakter van Dracula en de onontkoombare constatering dat velen het verhaal kennen zonder het boek gelezen te hebben, is het natuurlijk de vraag of deze klassieker uit 1897 bij lezing beantwoordt aan de hooggespannen verwachtingen die je - gezien het grote succes - zou mogen hebben. Het korte antwoord is: zonder enige twijfel. Het lezen van Dracula ruim een eeuw na publicatie is zonder meer een groot genoegen en fascineert des te meer omdat de maagdelijke lezer veel meent te weten, maar het beeld toch zal moeten bijstellen.

Episodisch
Het inventieve aan Dracula is dat Stoker heeft afgezien van een reguliere vertelling. Door middel van in chronologische volgorde geplaatste delen uit de dagboeken en andere schriftelijke verslaglegging van de hoofdpersonen aangevuld met enkele krantenberichten vertel Stoker zijn verhaal. Het aardige daarbij is dat er daarom juist geen sprake is van een alwetende verteller, maar dat gelijk de hoofdpersonen het mysterie van graaf Dracula stukje bij beetje uit de doeken wordt gedaan. Een mysterie dat nooit helemaal kan worden uitgelegd omdat de motieven van Dracula zelf niet belicht kunnen worden: het betreft slechts de ervaringen van zijn slachtoffers en diegenen die jacht op hem maken.

Victoriaans
Bram Stoker's Dracula is daarbij bovenal ook een verhaal van zijn Victoriaanse tijd zonder dat dit storend is of ouderwets aandoet. Al vanaf de eerste pagina wordt de lezer meegetrokken in de duistere wereld van Transsylvanië  waar de advocaat Jonathan Harker door heen reist op weg naar zijn client graaf Dracula die van plan is naar Londen te verhuizen en daartoe diens diensten nodig heeft. Via Harker maken we voor het eerst kennis met Dracula en wordt langzamerhand uit de doeken gedaan dat deze graaf uit een voornaam Midden-Europees geslacht niet deugt. Uiteindelijk zal Dracula vertrekken naar Londen en Harker (tijdelijk) achterlaten. In Londen manifesteert Dracula zich door Lucy Westenra tot ondode te maken. Een transformatie die met steeds grotere wanhoop wordt gade geslagen door de drie heren die streden om haar hand: Dr. Jack Seward, Arthur Holmwood (later: Lord Godalming) en de Amerikaan Quincy Morris. Holmwood is uiteindelijk haar verloofde geworden, maar het is Seward die met hulp van de Nederlandse Dr. Abraham Van Helsing Lucy probeert te redden en uiteindelijk de diagnose moet stellen dat zij onder de invloed van een vampier is komen te staan. Dezelfde Lucy die een goede vriendin is van Harker's verloofde Mina en wie na de dood van Lucy het volgende slachtoffer is van Dracula. Wat volgt is een bittere strijd van de vier heren tegen Dracula en voor het leven van Mina. Een strijd die voert door het Victoriaanse Londen en eindigt bij de poorten van Dracula's kasteel in Transsylvanië. 

Slechte film
Stoker's boek fascineert nog immer en is voor een ieder die ook maar enigszins geïnteresseerd het horrorgenre in het algemeen en in vampiers in het bijzonder nog altijd een ideaal startpunt. Laat je daarbij ook vooral niet ontmoedigen door de werkelijk niet al te beste (doch redelijk trouwe) filmversie Bram Stoker's Dracula van Francis Ford Coppola. Juist na het lezen van het boek wordt duidelijk hoezeer Coppola het boek en de langzame opbouw van het mysterie niet begrepen heeft en Bram Stoker juist wel begrepen heeft hoe je een terechte klassieker schrijft. 

In tegenstelling tot Francis Ford Coppola werd Stephen King wel op goede wijze geïnspireerd door Bram Stoker's 'Dracula' en schreef het evenzo aan te bevelen 'Salem's Lot'. Een recensie van deze klassieker van Stephen King kan hier gelezen worden.