zaterdag 29 maart 2014

Concert 28 maart 2014: Sprankelende Oostenrijkse Romantiek met Mariss Jansons

© Renske Vrolijk / Koninklijk Concertgebouworkest

Mozart: Derde Vioolconcert
Bruckner: Symfonie Nr. 7

Frank Peter Zimmermann (viool)
Mariss Jansons, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Mariss Jansons' terugkeer bij het Koninklijk Concertgebouworkest zorgt voor een sprankelend en lyrisch concert met Oostenrijkse Romantiek van Mozart en Bruckner.

De Oostenrijkse keizers hadden nogal veel op met het motto AEIOU. En hoewel er vele interpretaties van zijn, maken de meest voorkomende daarvan duidelijk waarom: Austriae est imperare orbi universo ('Het is aan Oostenrijk de wereld te beheersen') en Alles Erdreich is Österreich untertan ('Het gehele aardrijk is aan Oostenrijk onderworpen'). Nou is het Habsburgse Rijk - later Oostenrijk-Hongarije - zonder meer lange tijd een dominante (wereld)macht geweest, maar wereldheerschappij heeft er nooit in gezeten. Ongetwijfeld zullen de Oostenrijkse keizers daar zelf ook niet mee gezeten hebben. Te meer daar Oostenrijk in één aspect wel degelijk wereldheerschappij heeft bereikt: op het gebied van de (klassieke) muziek. Vrijwel alle grote Romantische componisten zijn afkomstig uit Oostenrijk of verbonden met Wenen. Alles Musikalisch ist Österreich unteran als het ware. 

Orkest als aangever
En binnen de wereld van Oostenrijkse muziek schittert geen grotere ster aan het firmament dan Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Het is daarom niet verwonderlijk dat Mariss Jansons - recent weer teruggekeerd bij het Koninklijk Concertgebouworkest na een medische ingreep - in zijn Bruckner on Tour-cyclus ervoor kiest bij dit concert om Bruckner met Mozart te combineren. In de overige concerten met Bruckner's Negende en Vierde wordt overigens gecombineerd met de Oostenrijkse Haydn en de in Wenen gestorven Beethoven. 

Het Derde Vioolconcert (1775) van Mozart is een heerlijk sprankelend vioolconcert met op slag herkenbare melodieën waarbij het orkest fungeert als aangever voor de solist die zich lyrisch door Mozart's materiaal beweegt. En zeker in de uitvoering door het KCO onder Jansons met als solist de in het Concertgebouw graag geziene Frank Peter Zimmermann. Dit meesterlijke trio stond garant voor een uitvoering die uitblonk in lyriek en het plezier dat dit werk teweegbrengt voor publiek en uitvoerenden. 

Het enige ongekwalificeerde succes... 
Daar waar Mozart's genie al tijdens zijn leven als legendarisch gold, was dit zeker niet zo voor de zeer onzekere Anton Bruckner (1824-1896). Deze godvruchtige bewonderaar van Richard Wagner wijdde zich pas op latere leeftijd aan de symfonie. Symfonieën die veelal in diverse door de componist herziene versies terug te vinden zijn. Een gevolg van de (onterechte) kritiek op het werk van Bruckner, niet in de laatste plaats de gevreesde Weense muziekcriticus Eduard Hanslick. Zijn Zevende Symfonie is de enige symfonie die een ongekwalificeerd succes was tijdens het leven van Bruckner. Een bitterzoete constatering aangezien het bericht van de dood van Wagner - aan wie Bruckner al diens Derde Symfonie had opgedragen -  kwam tijdens het componeren van de Zevende Symfonie. Als eerbetoon herschreef Bruckner het Adagio met dit nieuws in zijn achterhoofd en voegde hij aan de orkestratie de Wagnertuba toe. 

Ook de uitvoering door het KCO onder leiding van Jansons was een ongekwalificeerd succes. Jansons zorgde voor een heerlijk lyrische en sprankelende uitvoering waarbij de balans in het werk en het orkest immer goed getroffen werd. Hij liet de diverse secties van het orkest stralen en zette ze daarom terecht één voor één in het zonnetje bij het jubelende applaus van het Concertgebouwpubliek. Een publiek dat ook dankbaar was dat Mariss Jansons weer op de bok stond in de hoop dat hij dit nog lang zal blijven doen. 

Een voorproefje van de Zevende Symfonie van Bruckner. Sir Simon Rattle en het Berliner Philharmoniker met (een deel van) het Scherzo:


Onder de titel 'Bruckner on Tour' voert het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van chef-dirigent in de periode van 19 maart t/m 5 april een drietal programma's uit met de Vierde, Zevende en Negende Symfonie van Anton Bruckner. Op 28 maart t/m 1 april wordt een programma uitgevoerd met de Zevende Symfonie gekoppeld aan het Derde Vioolconcert van Mozart met Frank Peter Zimmermann als solist. Deze recensie is gebaseerd op het concert van 28 maart 2014. Meer informatie over 'Bruckner on Tour' en kaarten bestellen kan hier

donderdag 27 maart 2014

Boekenweekgeschenk 2014: 'Een mooie jonge vrouw' van Tommy Wieringa


Het Boekenweekgeschenk 2014 van Tommy Wieringa leest lekker weg, maar voegt weinig toe aan de literatuur over de relatie tussen een oudere man en zijn jongere vrouw en beklijft daarom amper.

Het blijft opvallend hoe de gemiddelde Nederlandse boekenkoper zich door 'gratis' laat verleiden om per se in de boekenweek een boek te kopen. Een tendens die versterkt wordt door het feit dat de NS - als hoofdsponsor van de Boekenweek - het Boekenweekgeschenk op de zondag van de Boekenweek ziet als geldig treinkaartje. Ikzelf maak me ook schuldig aan het graaien naar gratis en bemerk enige teleurstelling als ik een Boekenweekgeschenk een jaar misloop. Dat terwijl er nog veel edities ongelezen in de boekenkast staan en maar weinige edities echt zijn blijven hangen. Het theater, de brief en de waarheid (2000) van Harry Mulisch over de affaire-Jules Croiset komt daar wel voor in aanmerking, maar misschien ook door het 'gedoe' rondom het boek. 

Old boy meets young girl
Ditmaal is Tommy Wieringa dus bereid gevonden om het Boekenweekgeschenk te schrijven. Het thema dit jaar was 'Ondertussen ergens anders' wat Wieringa - bekend van Joe Speedboot en Caesarion - inspireerde om een verhaal te schrijven over de Edward de viruloog van middelbare leeftijd die verliefd wordt op de twintiger Ruth. In 94 vlot geschreven pagina's loodst Wieringa de lezer door de relatie die steeds minder op een relatie begint te lijken en vooral in het teken staat van de verwijdering tussen Edward en Ruth. Een verwijdering die al begint bij de grote verschillen in hun beider blik op de wereld, maar fatale vormen aanneemt na de geboorte van hun zoontje Morris die een echte huilbaby blijkt te zijn en waarbij Ruth de oorzaak hiervan (onredelijk) legt bij Edward. En natuurlijk gaat Edward vreemd met een andere jonge blom die ook nog eens een collega is met alle gevolgen van dien voor zijn werk. 

Vervlogen
Tot zover eigenlijk weinig nieuws onder de zon en helaas blijft het daar ook bij, wat wellicht mede te danken is aan de beperkte ruimte die een schrijver heeft bij het Boekenweekgeschenk. Alleen Salman Rushdie kreeg het in 2001 voor elkaar met het lijvige Boekenweekgeschenk Woede  dat eigenlijk de naam niet verdiende, want niet van een Nederlandstalige schrijver en eigenlijk gewoon een voorpublicatie van zijn boek Fury

Het probleem met Een mooie jonge vrouw is dat het - gelijk de titel - een beetje aan de oppervlakte blijft hangen en eigenlijk niet goed uitlegt waarom het misgaat tussen Edward en Ruth, maar vooral beschrijft dát het misgaat. Kortom: een boek dat je in een vloek en een zucht leest, je niet erg tegen zal staan want je bent toch benieuwd hoe het afloopt, maar niet heel lang daarna eigenlijk compleet weer vergeten bent: je bent 'ondertussen ergens anders' zou je kunnen zeggen. Misschien symbolisch voor de tragiek van het Boekenweekgeschenk?

woensdag 26 maart 2014

Een mysterieuze verdwijning: 'Echoes from the Dead'


Met Echoes from the Dead betreden liefhebbers van Scandinavische misdaadseries wederom een desolate wereld overschaduwd door een mysterieuze verdwijning.

Het behoeft geen enkele introductie meer dat sinds de hype rondom The Killing alles wat enigszins Scandinavisch klinkt gretige aftrek vindt buiten Scandinavië. Nederland doet volop aan die hype mee en gezien de kwaliteit van de twee vervolgseizoenen van The Killing, het succes van de Millennium-trilogie, The Bridge en Borgen – de politieke tak van de Scandinavische succesformule – is dat ook niet verwonderlijk. Gevolg is dat het aanbod van Scandinavische series en films nog nooit zo groot geweest is in Nederland en elke nieuwe uitgave het moeilijker zal hebben om zich te bewijzen.

Desolaat
Veel van de Scandinavische succesnummers zijn gebaseerd op evenzo populaire misdaadromans. Met Echoes from the Dead is het boek Skumtimmen (Schemeruur) van de Zweedse schrijver Johan Theorin (1963) verfilmd. Een blik op enkele recensies van dit boek uit 2008 leert dat het werk van Theorin wordt gewaardeerd en onderdeel is van een vierluik van misdaadromans die allemaal gesitueerd zijn op het Zweedse eiland Öland in de Oostzee. Een perfecte locatie voor een misdaadroman en al helemaal voor een Scandinavische misdaadfilm. Want Öland is een typisch zomereiland dat in de andere seizoenen verlaten is en daarmee een prachtig desolate backdrop voor een mysterieuze verdwijning. Want vrolijkheid en gezelligheid is niet wat je in een gemiddelde Scandinavische serie of film zult tegenkomen. De rauwe en grauwe werkelijkheid des te meer.

Vader en dochter op onderzoek
In 1973 is de vijfjarige Jens Davidsson de mist in gelopen in een steppenachtig gebied dat Alvaret heet. Sindsdien is taal noch teken van hem vernomen en is zijn moeder Julia radeloos achter gebleven. De verdwijning heeft gezorgd voor een verwijdering tussen haar en haar vader Gerlof die zijn kleinkind Jens achterliet bij zijn bijna-blinde vrouw terwijl hij op Jens had moeten letten. Twintig jaar later is de relatie tussen Julia en haar vader nog steeds moeizaam, maar keert ze terug naar Öland om het huis van haar vader te ontruimen na de dood van haar moeder en zijn verhuizing naar een bejaardenhuis. Julia en haar vader worden geconfronteerd met de dood van een vriend van Gerlof die samen met hem altijd onderzoek is blijven doen naar de verdwijning van Jens. Niet lang daarna ontvangt Gerlof via de post één van de sandaaltjes die Jens de bewuste dag van zijn verdwijning aan had en worden vader en dochter opnieuw geconfronteerd met de verdwijning van hun zoon en kleinzoon en besluiten ze op onderzoek te gaan.
 
Schemeruur
De oorspronkelijk titel ‘Schemeruur’ wijst op de traditie in Öland om bij het moment van schemering enge verhalen te vertellen. Een traditie die overigens in de film niet (expliciet) voorkomt, maar in het boek wel. Een van die verhalen is het hardnekkige gerucht dat een seriemoordenaar – Nils Kant – kort na de Tweede Wereldoorlog Öland ontvlucht is, maar zou zijn teruggekeerd en her en der nog gesignaleerd. Gerlof is ervan overtuigd dat Kant – bij zijn terugkeer – verantwoordelijk is voor de verdwijning van Jens. De zoektocht van Julia en Gerlof wordt daardoor een zoektocht door de tijd waarbij je als kijken niet alleen Julia en Gerlof in hun tijd (1993!) volgt, maar ook gebeurtenissen ziet uit 1973 – het jaar dat Jens verdween – en delen van het leven van Nils Kant net na de Tweede Wereldoorlog en in zijn ballingoord Havana in de jaren zestig.

In de bekende duur van dit soort Scandinavische misdaadfilms (ruim 90 minuten) wordt het mysterie stukje bij beetje uit de doeken gedaan en is de waarheid natuurlijk immer anders en schokkender dan je zou denken. Hoewel naar de smaak van deze recensent de finale plot twist iets te vroeg inzichtelijk is, is Echoes from the Dead een vakkundige verfilming die daadwerkelijk enige kriebels bij het kijken veroorzaakt. De liefhebber van Scandi-crime kan met een gerust hart Echoes from the Dead kijken.

De trailer van 'Echoes from the Dead':




‘Skumtimmen’ (Schemeruur) is de verfilming van het gelijknamige boek van de Zweedse schrijver Johan Theorin en in Nederland door Lumière uitgegeven onder de internationale titel ‘Echoes from the Dead’ en sinds 25 maart jl. te koop. Bestellen kan hier

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

dinsdag 25 maart 2014

'Het geluid van vallende dingen' van Juan Gabriel Vásquez


Juan Gabriel Vásquez schetst treffend de impact van drugs op Columbia, maar laat tegelijkertijd zien dat ook in de meest abnormale omstandigheden het leven gewoon doorgaat.

Met Het geluid van vallende dingen geeft Juan Gabriel Vásquez (1973) inzicht in hoe het is om te leven in een land - en zeker een hoofdstad - waar de war on drugs een allesbepalende impact heeft op het leven van haar inwoners, maar waar tegelijkertijd ook het leven moet doorgaan. In Het geluid van vallende dingen volgen we de queeste van hoofdpersoon Antonio Yammara naar de reden waarom zijn biljartvriend Ricardo Laverde - telg van een roemrucht militair geslacht van piloten die aan lager wal zijn geraakt - op klaarlichte dag vermoord is. Een zoektocht die zeer persoonlijk is aangezien Yammara - bij toeval - naast Laverde liep toen hij geëxecuteerd werd en daardoor levensgevaarlijk gewond raakte. Een verwonding waarvoor Yammara jaren nodig heeft om te herstellen zonder ooit echt helemaal te herstellen. 

Pablo Escobar en zijn nijlpaard
Yammara's leven wordt compleet overhoop gegooid door de moord op Laverde en de trieste conclusie is dat in het Bogota van de jaren negentig dit niet ongewoon is. Het nieuws staat bol van de afrekeningen in het criminele drugscircuit. Een golf van geweld overspoelt Colombia en met name hoofdstad Bogota. Een geweldsgolf die in hoge mate een tijd lang gecentreerd was om één van de meest beruchte drugsbaronnen: Pablo Escobar. Een misdaadkoning die nergens voor terugdeinsde, ook niet de moord op een minister van Justitie. Aan deze zelfde Escobar heeft Yammara - en de dochter van Laverde Maya die Yammara treft in zijn zoektocht naar de waarheid - eigenlijk best goede herinneringen. Want zo wreed als Escobar was, had hij wel oog voor zijn eigen public relations en daarmee ook de bewondering van zijn landgenoten te ontlokken. Met name ook de jonge Columbianen voor wie een bezoek aan de dierentuin gevestigd op Escobar's landgoed een hoogtepunt was, want waar kon je in Colombia nu in het echt een nijlpaard zien? Een dierentuin die na de (gewelddadige) dood van Escobar in het ongerede is geraakt en de achtergrond vormt voor een scène waarbij Yammara en Maya terugkeren naar deze plek van hun jeugd en het verval aantreffen, waaronder een nijlpaard die er nog steeds rondbanjert. 

Kalm
Het knappe aan Het geluid van vallende dingen is dat Vásquez het verhaal over zijn thuisland in alle kalmte vertelt en een gelaagdheid in zijn personages en het verhaal aanbrengt waardoor je door de zoektocht van Yammara steeds meer te weten komt over Laverde, zijn handel in drugs en daarmee het leven in Colombia. Een leven dat veel is behalve zwart en wit, maar ook een poging doet om gewoon door te gaan. Een grijsheid die wordt gesymboliseerd door de vrouw van Laverde - Elaine 'Elena' Fritts - die in Colombia is terechtgekomen via het door John F. Kennedy opgerichte Peace Corps en de handel in marihuana van haar man eigenlijk wel kan billijken ondanks dat haar nieuwe president Richard M. Nixon in 1970 voor het eerst de term war on drugs gebruikt. Telkens wanneer Yammara's zoektocht vordert, neemt Vásquez de lezer mee terug in de tijd waardoor elke keer een nieuwe stukje van de puzzel wordt gelegd, zonder ooit de puzzel helemaal compleet te maken. Zo lees je niet alleen over Yammara's moeizame relatie met zijn vrouw Aura en zijn dochtertje Leticia door zijn brush with death, maar ook hoe de ouders van Maya elkaar hebben leren kennen, de patriciërsachtergrond van de familie Laverde, de betrokkenheid van Ricardo Laverde bij de drugshandel en diens arrestatie en het verhaal van Maya en Yammara die elkaar even heel na komen te staan met alle gevolgen van dien voor Yammara's gezinsleven. 

Realisme zonder magie
In een interview heeft Vásquez zich uitgesproken tegen de neiging om zijn eigen thuisland, maar ook de rest van Zuid-Amerika mooier weer te geven dan nodig. Vásquez kiest nadrukkelijk voor een realistische kijk op zijn land via zijn fictie en neemt daarmee afstand van het magisch realisme van veel van zijn collega-schrijvers uit Zuid-Amerika. Een realisme dat hij op kalme wijze prachtig beschrijft. Voor liefhebbers van de Zuid-Amerikaanse literatuur maar ook een way of live sterk beïnvloed door de war on drugs is Het geluid van vallende dingen een magische keuze.

'Het geluid van vallende dingen' is ruim een jaar na het verschijnen ervan onder de aandacht gebracht door het in de zendtijd van De Wereld Draait Door uit de mottenballen gehaalde 'Hier is... Adriaan van Dis'. In de tweede editie onder de DWDD-vlag interviewt Adriaan van Dis onder andere Juan Gabriel Vásquez:


'El ruido de las cosas al caer' is door Brigitte Coopmans uit het Spaans vertaald en door Signatuur in november 2012 uitgegeven als 'Het geluid van vallende dingen'. Het boek kan hier besteld worden. 

zaterdag 22 maart 2014

Concert 21 maart 2014: Een demonisch spektakel met Gergiev


Von Weber: Ouverture 'Der Freischütz' 
Dutilleux: Concert voor viool en orkest 'L' arbre des songes' 
Berlioz: Symphonie Fantastique

Benjamin Schmid (viool)
Valery Gergiev, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

De onnavolgbare Gergiev fascineert door de muzikale demonen van Von Weber en Berlioz te onderstrepen in een muzikaal spektakel dat het Rotterdamse publiek laaiend enthousiast maakte. 

Valeri Gergiev is in veel opzichten raadselachtig. Zijn passie voor muziek is onomstreden en zijn wereldfaam als dirigent zet hij in ter verbetering van het muzikale leven van zijn thuishaven Sint-Petersburg. Ook is hij niet te beroerd om Russische schrijvers uit de obscuriteit te helpen zoals Gajto Gazdanov wiens werk nu breder bekend is en diens graf op kosten van Gergiev is gerestaureerd (zie hier voor een recensie van Gazdanov's 'Het Fantoom van Alexander Wolf'). Tegelijkertijd is hij een culturele steunpilaar voor de Russische president Vladimir Putin. Een steun die hem de mogelijkheid biedt om ongekende (financiële) steun voor klassieke muziek en opera te ontketenen, maar die tegelijkertijd een morele prijs vraagt en vraagtekens zet bij zijn politieke beoordelingsvermogen.

Te laat
Een ander raadselachtig facet van Gergiev is zijn vermogen om - zonder merkbaar ongenoegen bij het publiek - regelmatig te laat op de bok te verschijnen (een mooi voorbeeld is terug te lezen in de recensie Gergiev in Sint-Petersburg). Een resultaat van zijn overvolle agenda en moeizame relatie met het concept tijd. Het Rotterdamse publiek - gewend aan Gergiev door diens jaren als chef-dirigent en nu ere-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest - wachtte daarom bij het concert van gisteravond bijna een kwartier voordat Gergiev zijn opkomst maakte. Een vertraging die meteen goed werd gemaakt door een heerlijk opwindende uitvoering van de ouverture van Von Weber's opera Der Freischütz

Demonisch
Der Freischütz is het bekendste werk van Carl Mario von Weber (1786-1826) en is een sleutelwerk in de Duitse opera omdat het de schakel is tussen het traditionele Singspiel en de full blown Romantiek van Wagner c.s. De muziek van Der Freischütz staat bekend om het uitgebreide orkestrale kleurenpalet, maar vooral ook de ontzettend goede kenschets door Weber van het kwade en demonische. En Gergiev is de perfecte dirigent  om het Rotterdams Philharmonisch orkest een bezeten en demonische uitvoering te ontlokken.

Miscommunicatie
Gergiev is al lang een promotor van het werk van de vorig jaar overleden Franse componist Henri Dutilleux (1916-2013) en programmeert vaak diens werk. Nu was het de beurt aan L'arbre des songes, een concert voor viool en orkest. De Oostenrijkse violist Benjamin Schmid - die ook actief is in de jazzwereld onder de naam 'Beni' Schmid - stond voor de taak om Dutilleux' vertakkende (letterlijke vertaling is 'Boom van de Dromen') werk uit één stuk bij het publiek over te brengen. Ondanks wat miscommunicatie tussen dirigent en solist bij de start kwam dat uiteindelijk helemaal goed en bleek het werk van Dutilleux niet het makkelijkst toegankelijke stuk van de avond te zijn, maar de waardering was er niet minder om.

Demonisch revisited
Zoals Gergiev het werk van Dutilleux onder de aandacht brengt, zo was Hector Berlioz (1803-1869) een groot voorvechter van het werk van Weber. Niet alleen deze constatering maakt de koppeling van het werk van beide componisten zo logisch, ook het feit dat juist ook Berlioz zijn demonen liet spreken in zijn bekendste orkestrale werk de Symphonie Fantastique. Precies twee weken geleden hoorde ik ditzelfde werk maar dan uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest onder Muyng-wun Chung. Een uitweiding over het werk zelf blijft dus achterwege maar kan in de recensie van dat concert gelezen worden. Daar waar Chung - door een wat trager tempo en de kwaliteit van het KCO - de schoonheid van het werk van Berlioz benadrukte, koos Gergiev voor een rauwe, bezeten uitvoering die het immer kuchende en rochelende Rotterdamse publiek in de laatste drie delen van het werk tot stilte bracht. Gergiev pakte bij deze delen enorm door en liet eigenlijk geen pauze bestaan. Zo ontstond een denderende trein van demonisch genoegen waarbij Gergiev het Rotterdams Philharmonisch Orkest opstuwde richting een spectaculaire finale waarbij alles uit de kast werd gehaald en het publiek bij het spelen van de laatste noot in gejuich liet opstaan. 

Valeri Gergiev is weer even terug in Rotterdam bij zijn oude orkest waar hij nu ere-dirigent is. Zijn terugkeer bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest staat in het teken van de werken van Von Weber, Dutilleux en Berlioz. Het programma is uitgevoerd in De Doelen op 20 en 21 maart en in het Concertgebouw op 22 maart als onderdeel van de NTR Zaterdagmatinee. Deze recensie is op basis van het concert van 21 maart 2014. 


woensdag 19 maart 2014

'Americana' met de Franse slag: 'De Waarheid over de Zaak Harry Quebert' van Joël Dicker



Met De Waarheid over de Zaak Harry Quebert heeft Joël Dicker een onvervalste pageturner geschreven die wellicht niet literair is, maar wel boeit tot de laatste pagina.

Met De Waarheid over de Zaak Harry Quebert van de in Genève geboren Joël Dicker is iets vreemds aan de hand. In Frankrijk is deze misdaadthriller een ongekend verkoopsucces met meer dan een miljoen verkochte exemplaren en tegelijkertijd een literair succes door nominaties voor en het winnen van diverse literaire prijzen. Ook in Nederland zie je stapels exemplaren in de boekhandels liggen aangezien uitgever De Bezige Bij er (terecht) van uit gaat dat ze een verkoopklapper in handen hebben. Maar hoewel de recensies in Nederland hoog opgeven over het pageturner-gehalte wordt in de meeste recensies fijntjes benadrukt dat de benaming ‘literair’ wat te hoog gegrepen is.

Main Street, USA
Natuurlijk is er een onderscheid binnen de literatuur, maar ik heb nooit helemaal begrepen waarom wanneer een schrijver een verhaal vertelt dat je telkens nieuwsgieriger maakt naar de volgende pagina (deels) kan worden afgeschreven omdat het boek ‘niet literair’ is. In de kern zijn alle schrijvers verhalenvertellers die de lezer willen vermaken, inspireren, informeren, intrigeren of een combinatie hiervan. De wijze waarop ze dit doen is aan de schrijvers zelf en de waardering zal van geval tot geval verschillen, maar of iets wel of niet ‘literair’ is, is dan toch meer een constatering dan meteen een (dis)kwalificatie.

De Waarheid over de Zaak Harry Quebert dus. Joël Dicker (1985) voert de lezer via ruim 600 pagina’s die omvliegen door de fictieve ‘zaak Harry Quebert’. In het stadje Aurora in de Amerikaanse staat New Hampshire – een typisch gevalletje van Main Street, USA mooi verbeeld op de cover door een schilderij van Edward Hopper – wordt 33 jaar na de verdwijning van de jonge Nola Kellergan haar lichaam gevonden begraven op het terrein van het huis van de beroemde schrijver Harry Quebert. Diens De Wortels van het Kwaad was de literaire (!) sensatie van 1975 en sindsdien prominent onderdeel van de Amerikaanse literaire canon en Harry Quebert’s entree tot een wereld van adoratie, roem en rijkdom. Een wereld die door deze vondst op instorten staat.

Franse blik
Wat een gewone misdaadthriller had kunnen zijn, wordt door Dicker omgevormd tot een thriller met psychologische trekjes en een soort zelfhulpboek voor beginnende schrijvers, want de echte hoofdpersoon is de schrijver Marcus Goldman. Deze Goldman is een protegé van Quebert en heeft recent een literaire (!) sensatie op zijn naam staan en moet bevallen van een opvolger waar heel de Verenigde Staten met smart op wacht. Een taak die hem moeilijk valt, wanneer zijn oude mentor wordt beschuldigd van moord op Nora. Goldman trekt naar Aurora en begint een speurtocht naar het Aurora van 1975, de relatie tussen de toen 35-jarige Quebert en de slechts 15-jarige Nora en de waarheid over de moord op en verdwijning van Nora Kellergan. Een speurtoch die tegelijkertijd Goldman zijn naarstig gezochte tweede roman bezorgt.

Het aardige is dat het boek geschreven is vanuit de worstelende successchrijver Marcus Goldman en daarmee gelardeerd is met diens eigen verleden en zijn relatie met Harry Quebert. Dicker bewandelt daardoor zeer vermakelijke zijwegen zonder de rode draad van de mysterie rondom Nora uit het oog te verliezen. Hiermee heeft Dicker een onvervalst Amerikaans aandoende thriller geschreven die in niets lijkt op de gangbare literatuur in Frankrijk. Het aardige daarbij is dat zijn kenschets van Americana over het algemeen zeer treffend is. Enige storende daarbij is dat hij de presidentsverkiezingen van 2008 tussen Obama en McCain heel licht op de achtergrond mee laat lopen wat dit in de basis tijdloze verhaal onnodig koppelt aan (vluchtige) actualiteit. Her en der wat zinnetjes met (lichte) verwijten over het beleid van George W. Bush voelen daardoor ook wat gratuit aan.

Laat niemand dit echter weerhouden om dit boek te lezen, want een ieder die ook maar een beetje houdt van een spannende pageturner die je tot op het laatst laat gissen naar de gruwelijke waarheid over Nora Kellergan en het slaperige stadje Aurora is bij Joël Dicker’s De Waarheid over de Zaak Harry Quebert aan het goede adres.


‘De Waarheid over de Zaak Harry Quebert’ van Joël Dicker is in januari 2014 verschenen en wordt uitgegeven door De Bezige Bij. Het betreft een vertaling – door Manik Sakar – van het in 2012 uitgegeven ‘La Vérité sur l’ Affaire Harry Quebert’.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

zondag 16 maart 2014

Concert 15 maart 2014: Energieke zorgeloosheid met Pablo Heras-Casado en het Rotterdams Philharmonisch Orkest


Stravinsky: Pulcinella-Suite
Haydn: Celloconcert in C
Fauré: Après un Rêve (toegift)
Prokofjev: Symfonie Nr. 5

Sol Gabetta (Cello)
Pablo Heras-Casado, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Pablo Heras-Casado neemt het Rotterdams Philharmonisch Orkest op sleeptouw en benadrukt de energieke zorgeloosheid van Stravinsky, Haydn en Prokofjev. 

Pablo Heras-Casado (1977) is onderdeel van een groep jonge dirigenten van wie de komende jaren veel verwacht wordt. Hoewel zijn naam nog niet zo bekend is, heeft hij een succesvolle vuurdoop beleefd bij toonaangevende orkesten zoals de Berliner Philharmoniker, de Chicago Symphony Orchestra en het Koninklijk Concertgebouworkest. Naast enkele goed ontvangen cd-opnames heeft hij ook recent zijn operadebuut gemaakt bij de Metropolitan Opera en is hij in de Verenigde Staten uitgeroepen tot dirigent van het jaar 2014. In Rotterdam en Den Haag was deze Spanjaard al bekend aangezien hij al menig concert van zowel het Rotterdams Philharmonisch Orkest als het Residentieorkest leidde.

Het orkest als een kwartet
Opvallend was dat de Grote Zaal van De Doelen gelijk een recent concert maar dan met de eigen chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin wederom voor meer dan de helft leeg was. Hopelijk niet een trend want de kwaliteit van het Rotterdams Philharmonisch is dermate dat goed gevulde zalen een logisch gevolg zouden moeten zijn. Volgende week keert voormalig chef-dirigent Valery Gergjev overigens terug en daar zijn dan weer bijna geen kaarten meer voor te krijgen.

De matig gevulde zaal weerhield Heras-Casado niet om een energieke en strak aangestuurde uitvoering van een (uitgebreide) suite van Stravinsky's neoklassieke ballet Pulcinella aan de Rotterdammers te ontlokken. Dit vrolijke en whimsical (een woord dat niet afdoende in het Nederlands valt te vertalen) ballet gebaseerd op de commedia dell'arte kwam enorm tot leven door de doorleefde maar strakke dirigeerstijl van Heras-Casado. Daarbij zorgde de orkestopstelling als een soort uit de kluiten gewassen kwartet  voor veel transparantie waarvan het stuk alleen maar verder profiteerde.

Een aangekondigd toegift
De energieke zorgeloosheid werd doorgezet in het Celloconcert in C van Haydn. Het werk van Haydn herbergt immer een zichzelf voortstuwende opgewekte energie waardoor zijn werk  - dat nimmer ellenlang is - nog altijd geliefd is en daarom vaak wordt geprogrammeerd. Voor dit uitdagende celloconcert keerde de Argentijnse Sol Gabetta terug naar Rotterdam en tekende voor een uitstekend samenspel met Heras-Casado en terecht enthousiaste reacties van het publiek. Een toegift van Fauré's Après un Rêve was het gevolg. Een overigens geplande toegift aangezien de oplettende lezer van de website van De Doelen de aankondiging ervan al had gezien. Daarbij is in dit werk ook orkestrale begeleiding nodig die onderdeel is van de bezetting voor het celloconcert dus bij de laatste terugkeer voor applaus werd Gabetta vergezeld door een kleine horde orkestleden. Een weinig spontaan toegift, maar dat mocht de pret niet drukken.

Heroïsch
Na de pauze waren de Rotterdammers hun kamerbezetting voor Haydn en Stravinksy ontgroeid en werd op volle sterkte de Vijfde Symfonie van Prokofjev uitgevoerd. Wederom toonde zich hier de kwaliteit van de strakke maar doorleefde leiding van Heras-Casado waardoor ook dit werk werd gekenmerkt door een energieke zorgeloosheid. Een zorgeloosheid die wortels vindt in het heroïsche karakter van Prokofjev's symfonie. Een overigens gelaagde heroïek aangezien dit werk de Sovjet-censuur moest kunnen passeren, maar de première ervan plaats vond terwijl de Duitse terugtocht richting de hel van de val van Berlijn gaande was. Een heerlijk imposant werk waarbij het tweede deel - het allegro marcato - eenzelfde whimsical maar wat meer satirisch karakter kent als de Pulcinella-suite en daarmee de cirkel van de avond weer rond maakte. Met een zorgeloos Rotterdams avondje als gevolg.

Sol Gabetta in Haydn's Celloconcert in C, maar dan met de Radio Kamer Filharmonie onder Philippe Herreweghe:


Het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Pablo Heras-Casado speelt dit programma van Stravinsky, Haydn en Prokofjev op 13, 14 en 15 maart in de Doelen te Rotterdam en op 16 maart in de Philharmonie te Essen. Deze recensie is op basis van het concert van 15 maart 2014. 

Zie hier voor een eerdere recensie van een concert met Pablo Heras-Casado, maar dan met een volledig Mahler-programma en met het Residentie Orkest. 

vrijdag 14 maart 2014

Ballet 8 maart 2014: Sprookjesachtig mooie 'Fairytales' van Het Nationale Ballet


Nationale Opera & Ballet
Fairytales

Midzomernachtsdroom 
Muziek: Ouverture en fragmenten uit A Midsummer Night's Dream 
van Felix Mendelssohn-Bartholdy
Choreografie: Sir Frederick Ashton
Decor- en kostuumontwerp: David Walker

Firebird
Muziek: L'Oiseau de Feu van Igor Stravinsky
Choreografie: Alexei Ratmansky
Decor: Simon Pastukh
Kostuums: Galina Solovyeva

Het Nationale Ballet
Matthew Rowe, Holland Symfonia
Muziektheater, Amsterdam

Muziek en choreografie van Midzomernachtsdroom en Firebird worden door een halve eeuw gescheiden, maar de sprookjesachtige betovering van Fairytales van het Nationale Ballet is tijdloos. 

Sinds kort gaan De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet gezamenlijk door het leven als Nationale Opera & Ballet. Gezien hun gezamenlijke standplaats, het Amsterdamse Muziektheater, een logische keuze. Pas bij de volgende seizoenen zal duidelijk worden wat de gezamenlijkheid voor de programmering betekent. Het dubbelprogramma Fairytales van Het Nationale Ballet is echter de eerste productie die onder de gezamenlijke vlag plaats vindt en een betere start had men zich niet kunnen wensen.

Bekende tegenpolen
Het Nationale Ballet combineert met Fairytales choreografie van zeer bekende, maar toch erg verschillende werken. Midzomernachtsdroom is gebaseerd op de feeërieke muziek van Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) en is de ultieme uiting van de muzikale Romantiek. Firebird daarentegen is de één-op-één vertaling van de speciaal door Igor Stravinsky (1882-1971) gecomponeerde balletmuziek L'Oiseau de Feu, muziek die naarstig op de deur van de muzikale moderniteit klopt. 

Sprookjesachtig
Opvallend daarbij is dat muziek en choreografie van beide werken allebei grofweg een halve eeuw uit elkaar liggen waardoor de verschillen merkbaar zijn, maar de overeenkomsten nog altijd overweldigend. Voor Midzomernachtsdroom maakt Het Nationale Ballet gebruik van de klassieke choreografie van Sir Frederick Ashton uit 1964. Dit wordt nog eens versterkt door het klassieke maar wonderschone bosrijke en feeërieke decor van de hand van David Walker. In een groot bos wordt het klassieke verhaal van Shakespear's gelijknamige blijspel over de werelden van elfen, edelen en eenvoudig landvolk in dans uiteengezet. Een prachtige en moeilijke choreografie met symmetrische en gelijkluidende ensembles en indrukwekkende solo's en duo's waarbij de komische noot niet geschuwd wordt. Hoewel pias Puck de mannelijke bijrol is, is de connectie met het publiek, de humor van de rol voor de oplettende kijker de waarlijke hoofdrol en niet koning van de woudelfen Oberon. 

Tijdloos
Het knappe aan de choreografie van Ashton is dat deze daadwerkelijk tijdloos is en niet onderdoet voor de nieuwe choreografie van Alexei Ratmansky voor Firebird. Toch zijn de verschillen voor en na de pauze overduidelijk. Niet alleen de muziek van Stravinsky is 'moderner' ook het decor straalt dit uit. De bekende fabel van prins Ivan die op zoek is naar zijn verloren liefde en haar vindt in de tuin van de boze tovenaar Kaschei, een tuin die ook bevolkt wordt door magische vuurvogels. Een veer van één van de vuurvogels leidt Ivan tot de overwinning op Kaschei en de terugkeer van zijn geliefde.

Het decor van zwartgeblakerde bomen onderstreept het moderne karakter. Daarbij wordt handig gebruik gemaakt van een enorm videoscherm waardoor het decor meer diepgang krijgt onder andere door de projectie van een enorme schaduw bij de opkomst van Kaschei. Ook de choreografie is modern van karakter, maar blijft overigens nog altijd "gewoon" ballet in plaats van moderne dans. Maar daar waar Ashton bij Midzomernachtsdroom kiest voor symmetrie en gelijke beweging, heeft de choreografie van Ratmansky wat meer individuele anarchie in zich. Een anarchie die soms wat rommelig kan aandoen, maar uiteindelijk prachtig combineert met de moderniteit van Stravinsky heerlijke muziek. 

Met deze feeërieke double bill waar oud en nieuw tijdloosheid uitstralen en geweldig combineren maakt Het Nationale Ballet - onder de nieuwe paraplu van Nationale Opera & Ballet - een droomstart. 

De 'trailer' van 'Fairytales' van het Nationale Ballet:


'Fairytales' van het Nationale Ballet wordt uitgevoerd van 1 t/m 16 maart 2014 in het Muziektheater te Amsterdam, thuisbasis van Nationale Opera & Ballet. Tickets voor de nog resterende uitvoeringen op 15 & 16 maart kunnen hier besteld worden. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 8 maart 2014.