donderdag 30 juli 2015

Dagboek van een gentleman: 'The Duff Cooper Diaries' van John Julius Norwich


De voor velen onbekende politicus, diplomaat en schrijver Duff Cooper heeft – tijdens de meest bepalende periode in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk – nooit echt aan de knoppen gezeten, maar altijd in de buurt ervan. Met dank aan zijn zoon zijn de dagboeken van Duff Cooper sinds 2005 openbaar en passen ze naadloos in het rijtje succesvolle en openhartige politieke dagboeken zoals die van Alan Clark en Chris Mullin. 

In tegenstelling tot vrijwel alle andere landen ter wereld kent het Verenigd Koninkrijk een bruisende traditie van politieke dagboeken. Een traditie die vooral gedragen wordt door politici die altijd nabij de macht hebben gefunctioneerd, maar er altijd ver genoeg van af hebben gestaan om sans gêne hun waarnemingen met de buitenwereld te kunnen delen. Wellicht dat deze openhartigheid de schrijvers in kwestie ook van die daadwerkelijke macht heeft afgehouden, maar in dit geval biedt deze eigenschap het brede publiek een inkijk die velen normaliter niet gegund is. Het meest bekende (en beruchte) voorbeeld van dergelijke politieke dagboeken is zonder twijfel de Conservatieve politicus Alan Clark (1928-1999). Zijn meesterlijke dagboeken – over drie delen verdeeld – zijn een feestje om te lezen en geven niet alleen inkijk in zijn eigen turbulente leven vol drank en vrouwen, maar ook een onthullende kijk in de wereld van de Britse politiek in het algemeen en zijn fascinatie voor Margaret Thatcher ("Like her? She is not there to be liked. She's a force of nature") in het bijzonder. De dagboeken van Clark zijn overigens – tot op heden – de enige dagboeken die zijn verfilmd als televisieserie. Een erg vermakelijke en goede serie met John Hurt als Alan Clark. Chris Mullin (1963) is een ander voorbeeld van deze traditie en kan gerekend worden tot de pendant van Clark bij Labour, maar dan zonder de drank en vrouwen. In zijn – eveneens in drie delen verschenen – dagboeken fileert hij genadeloos de machinerie van New Labour en geeft hij een inkijk zonder opsmuk. Voordat Clark en Mullin het levenslicht zagen, hield Duff Cooper al een dagboek bij. Hoewel hij in 1954 gestorven is, heeft het nog een halve eeuw geduurd voordat zijn dagboeken – geredigeerd door zijn zoon befaamd historisch schrijver John Julius Norwich – het licht hebben gezien. Maar voor de liefhebbers van de dagboeken in het algemeen en die van Clark en Mullin in het bijzonder zijn de belevenissen van Duff Cooper onweerstaanbaar en geven ze een beeld van misschien wel de belangrijkste periode in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk. 

Portret van een klasse
Want hoe anders kan de periode tussen 1915 en 1951 geduid worden? Ga maar na: net na het hoogtepunt van haar (wereld)macht bevond het Verenigd Koninkrijk zich in The Great War. De Eerste Wereldoorlog die over ging in een ongemakkelijk interbellum waarin de krachten van het fascisme toenamen. Maar tegelijkertijd een tijdperk waarin koning Edward VIII moest aftreden vanwege zijn voornemen tot een huwelijk met een gescheiden Amerikaanse. En ten slotte de allesvernietigende Tweede Wereldoorlog die het einde zou inluiden van het oude Empire en de eerste jaren erna in het teken stonden van wederopbouw en de totstandkoming van de Verenigde Naties. Hoewel Duff Cooper niet bepaald wereldberoemd is, zat hij wel op de eerste rang bij al deze hoofdstukken van dit historisch schouwspel. Voortgekomen uit de gegoede (maar niet waarlijk aristocratische) klasse werkte hij bij Buitenlandse Zaken waar hij – tegen de zin van zijn moeder – zich vrijwillig aanmeldde om te vechten in de Eerste Wereldoorlog. Een heldhaftige periode zou volgen waarna hij terug zou keren naar Engeland en Diana Manners, de liefde van zijn leven. Hoewel zij ja had gezegd tegen zijn aanzoek per brief uit de loopgraven van de oorlog, keurden de ouders van Diane het huwelijk af. Want hoewel Duff Cooper in het juiste wereldje rondliep en natuurlijk de juiste scholen (Eton, Oxford) had doorlopen, was zijn afkomst te min voor de Hertog en Hertogin van Rutland. Uiteindelijk zouden ze zich gewonnen geven. Opvallend is dat zowel in de periode voor zijn huwelijk als daarna Cooper zich immer in de high society heeft begeven. Zijn dagboeken zijn daarom een who’s who van de absolute crème de la crème van politiek, cultuur en bedrijfsleven uit die tijd. Dit terwijl de rol van Cooper in datzelfde maatschappelijk leven behoorlijk is, maar niet overdreven groot. Via het parlement zal hij uiteindelijk het kabinet betreden als onder andere First Lord of the Admiralty en uiteindelijk eindigen als ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk in Frankrijk. 

Waarom een dagboek bijhouden?
Toch blijft altijd de vraag waarom mannen – want het zijn vrijwel altijd mannen – zoals Cooper een dagboek bijhouden. In 1948 noteert hij in zijn dagboek er iets over naar aanleiding van een vraag van een goede vriend. Hij geeft daarin aan dat hij het niet schrijft om later nog eens terug te lezen, want daar houdt hij niet van. Hij schrijft het ook niet voor zijn nabestaanden, want hij is dermate eerlijk over zijn drankgebruik, gokverslaving en ontrouw dat hij niet zou willen dat zijn vrouw – die hij overigens enorm lief heeft – of zijn zoon dit ooit zouden lezen. Als dat zijn doel was dan zou hij veel niet hebben geschreven. Des te mooier overigens de constatering dat zijn zoon John Julius Norwich (de achternaam is ontstaan nadat Cooper tegen het einde van zijn leven in de adelstand is verheven als de 1st Viscount Norwich) de dagboeken heeft geredigeerd en zijn vader – in goede en slechte tijden – laat voortleven. Uiteindelijk stelt hij “perhaps the answer is that people who love life as much as I do want to keep some record of it – because it is all they can keep”. En juist daarom zijn de dagboeken van Duff Cooper ruim zestig jaar na zijn dood nog steeds zo de moeite van het lezen waard. Niet alleen vanwege het tijdsbeeld, de klassenmaatschappij van die tijd en de historische gebeurtenissen, maar vooral ook vanwege Duff Cooper. Zoals op typische onderkoelde wijze de Britten zeggen: quite a character

Oordeel FerdiBlog: ****

De dagboeken van Duff Cooper (1890-1954) zijn geredigeerd door zijn zoon John Julius Norwich en voor het eerst in 2005 door Weidenfeld & Nicolson uitgegeven. Bestellen kan hier. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta

Lees op FerdiBlog een eerdere recensie van het laatste dagboek van Chris Mullin: A Walk-On Part. Diaries 1994-1999

dinsdag 21 juli 2015

Gebied X eindelijk ontrafeld? 'Aanvaarding' van Jeff VanderMeer


Met Aanvaarding komt een einde aan de Southern Reach-trilogie. Hoewel Gebied X zeker niet alle raadselen prijsgeeft, komt VanderMeer zijn lezers goed genoeg tegemoet om te kunnen spreken van een passend slot. Een slot dat zich overigens doet vergelijken met The Godfather, Part III. Op zichzelf zeker niet het beste deel, maar als deel van de trilogie onmisbaar.

Jeff VanderMeer (1968) kan met tevredenheid terugkijken op zijn Southern Reach-trilogie. De drie delen zijn bestsellers gebleken, kunnen bogen op over het algemeen positieve recensies (Humo betitelde de hele reeks als “Verliteratuurde mindfuck”) en de filmrechten zijn verkocht aan Paramount Pictures. Met Aanvaarding – de Nederlandse vertaling van Acceptance – komt ook hier een einde aan de romancyclus over het mysterieuze Gebied X dat zich bevindt op het Amerikaanse halfrond en een dreiging vormt voor de mensheid. In het eerste deel Vernietiging maakten we kennis met de twaalfde expeditie die in naam van de Southern Reach-organisatie op onderzoek is gegaan in Gebied X. In de fascinerende start van de serie volgden we de Biologe die de raadselachtigheid van Gebied X niet ontrafeld, maar wel voor de lezer inzichtelijk maakt. Het tweede deel Autoriteit neemt een heel ander perspectief in, die van waarnemend Southern Reach-directeur John Rodriquez alias Control die – gelijk de biologe die tevens op onverwachte wijze haar intrede ook in dit deel maakt – de raadselen rondom Gebied X meer inzichtelijk maakt zonder ook maar één mysterie te onthullen. Ook komt in dit deel de voormalig directeur nadrukkelijk in beeld en – net als in het eerste deel – wordt verwezen naar de mysterieuze vuurtorenwachter die meer met het mysterie van doen heeft. VanderMeer liep in beide voorgaande delen (bewust?) het risico zijn lezerspubliek van zich te vervreemden omdat hij het mysterie al 600 pagina’s intact liet. Met het derde deel zouden de vele vragen beantwoord moeten worden zodat na in totaal 1.000 pagina’s het geheim van Gebied X eindelijk onthuld is. Maar is dat ook echt zo…?

Terug naar af
Voor alle twijfelende lezers van de eerste twee delen: Aanvaarding is zeker de moeite waard en geeft genoeg prijs om frustratie te voorkomen. Daarbij grijpt – de immer prettig schrijvende – VanderMeer in dit derde en laatste deel consequent terug op de gebeurtenissen van zowel Vernietiging als Autoriteit en maakt daarmee duidelijk dat deze van elkaar afwijkende delen integraal nodig waren om het volledige verhaal te kunnen vertellen. Betekent overigens ook dat het niet gek is dat de drie delen – zowel in de Verenigde Staten als Nederland – relatief kort na elkaar zijn verschenen. Want van bepaalde gerichte en soms buitengewoon precieze voorkennis wordt zonder meer uitgegaan. VanderMeer alterneert daarmee tussen drie vertelperspectieven die deels voortkomen uit de voorgaande boeken, maar waarbij het derde vertelperspectief nu ook individueel stem geeft aan de vuurtorenwachter die in de marge van de eerste delen een rol speelde. Een stem waarvan iedere lezer natuurlijk al aan zijn/haar water aanvoelde dat deze belangrijker was voor de oplossing van de raadsels rondom Gebied X dan de marginale aandacht in beginsel deed vermoeden. 

Niet het beste deel, wel een passend slot
Gelijk de bespreking van de twee eerdere delen geeft het geen pas om teveel over het verhaal uit de doeken te doen. Want zo worden spoilers voorkomen. Wel moet gezegd worden dat Aanvaarding (natuurlijk!) minder intrigeert dan Autoriteit, maar vooral Vernietiging. Want hoewel het mysterie wel grotendeels wordt onthuld, blijft er nog genoeg te raden over. De kracht van Autoriteit en vooral dus Vernietiging zit in de consequente spanningsboog waarbij steeds meer informatie wordt gegeven zonder feitelijk ook maar iets van de raadselen rondom Gebied X te ontrafelen. Daarmee is Aanvaarding een passend slot, maar niet het hoogtepunt uit de reeks. Dat blijft – althans voor deze recensent – toch het scherpe en intrigerende Vernietiging. In die zin is Aanvaarding vergelijkbaar met The Godfather, Part III. Voor velen (onterecht) een behoorlijke aanfluiting (met name vanwege de acteerprestaties van Sofia Coppola). En het is zonder meer zo dat van de drie films het derde de minste is, maar doordat The Godfather, Part III alles aan elkaar verbindt, neemt de kracht van de film door die context onmiskenbaar toe. En zo is het dus precies met Aanvaarding. Als apart deel is het minder bijzonder dan de eerdere delen, maar doordat het de cyclus afsluit versterkt dat element de kracht van het boek en kunnen fans van Jeff VanderMeer en de Southern Reach-trilogie dit derde deel gerust aanschaffen. Hoe Paramount Pictures deze cyclus overigens wil verfilmen zal voor menig lezer een groot raadsel zijn, maar dat de verfilming er op de een of andere manier komt, lijkt niet uitgesloten.
Oordeel FerdiBlog: **** 

Lees de eerdere recensies van Vernietiging en Autoriteit op FerdiBlog.

‘Aanvaarding’ is de vertaling door Otto Biersma en Luud Dorresteyn van ‘Acceptance’, het derde en laatste deel van de ‘Southern Reach’-trilogie van Jeff VanderMeer. ‘Aanvaarding’ is in juni verschenen bij De Bezige Bij. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta. Bestellen kan hier

zondag 19 juli 2015

Opera 8 juli 2015: Een magistraal einde voor Waltraud Meier's Isolde


Bayerische Staatsoper
Tristan und Isolde
(Richard Wagner, 1813-1883)

Waltraud Meier, Isolde
Robert Dean Smith, Tristan
René Pape, König Marke
Alan Held, Kurwenal
Michelle Breedt, Brangäne
Francesco Petrozzi, Melot

Peter Konwitschny (regie) 
Johannes Leibacker (decor en kostuums)

Chor der Bayerischen Staatsoper
Philippe Jordan, Bayerisches Staatsorchester
Nationaltheater, München

Waltraud Meier schittert voor het laatst als Isolde in Richard Wagner's invloedrijke liefdesdrama Tristan und Isolde. Een perfect team van solisten en orkest aangejaagd door Philippe Jordan gaven Meier een waardig afscheid van haar signature role en zorgden voor een geweldige uitvoering daar waar het 150 jaar geleden begon: het Nationaltheater in München.

Richard Wagner's Tristand und Isolde is één van de meest kenmerkende episodes uit de geschiedenis van de opera. Een opera die voor Wagner bij uitstek het monument voor de liefde is, maar tegelijkertijd bij de première in 1865 een schandaal veroorzaakte door de - althans voor die tijd - erotische lading waardoor aanwezige heren als de wiedeweerga hun echtgenotes uit de zaal escorteerden en zelfs een priester in afgrijzen het theater verliet onderwijl een kruis slaand. Maar het is tevens een opera die sterk verbonden is met de dood. En dan niet alleen de fictieve liefdesdood van Tristan en Isolde, maar ook de dood van de eerste Tristan slechts enkele weken na de première. Ook de eminente dirigenten Felix Mottl en Joseph Keilberth zouden - allebei rond hetzelfde moment in de Tweede Akte - overlijden tijdens het dirigeren van Tristan und Isolde. En dan is er nog het muzikale karakter van de opera waarbij Wagner de noten geen verlossing laat geven en zo de atonaliteit van Schönberg lijkt te voorvoelen. Genoeg redenen dus om Tristan und Isolde een speciale plek te geven in het pantheon van de muziek. En tegelijkertijd een enorme uitdaging om Tristan und Isolde op een fatsoenlijke manier op het podium te brengen. Voor de Bayerische Staatsoper wiens voorganger ook voor de wereldpremière tekende is het vooral een kwestie van noblesse oblige.

Afscheid van Isolde
In 1993 liet Waltraud Meier zich voor het eerst horen als Isolde, een rol die sindsdien één van haar signature roles is geworden. Maar ook een rol die veel vergt. Niet voor niets moest Kirsten Flagstad - één van de grote Isoldes uit de muzikale geschiedenis - bij de naoorlogse opname met Wilhelm Furtwängler op de bok voor de hoge noten zich verlaten op Elisabeth Schwarzkopf die op dat punt gedwongen was de honneurs waar te nemen. Om een dergelijke "aftakeling" voor te zijn, heeft Waltraud Meier besloten om de rol van Isolde na de uitvoeringen voor de Bayerische Staatsoper op 8 en 12 juli 2015 niet meer te hernemen. Zo werd deze uitvoering dus ook nog eens het afscheid van Waltraud Meier van één van de meest prestigieuze rollen. En gelukkig voor haar, maar natuurlijk vooral het publiek was het een waardig afscheid waar de jarenlange ervaring van Meier samenkwam in een ongekend doorvoelde Isolde. Een Isolde die ook nog eens niet op zichzelf stond, maar kon steunen op een uitstekende cast. Een cast aangevoerd door Robert Dean Smith die een ongetwijfeld puike Tristan neerzette hoewel hij de volume c.q. kracht mist om een echte Heldentenor te zijn. Een euvel dat zich al eerder heeft voorgedaan bijvoorbeeld bij het soleren bij Mahler's Das Lied von der Erde bij het Koninklijk Concertgebouworkest enkele seizoenen geleden. Het gebrek aan kracht werd nog eens onderstreept in het samenspel met de zeer krachtige Alan Held die een prachtige Kurwenal neerzette. Laat er overigens geen twijfel over bestaan dat wat Robert Dean Smith miste in kracht hij volledig goed maakte in pathos en het doorleven van de rol van Tristan. En alsof dit alles niet genoeg was werden de bijrollen van Brangäne en koning Marke geweldig uitgevoerd door respectievelijk Michelle Breedt en de zeer eminente René Pape. Deze laatste mocht - terecht - aanspraak maken op groot enthousiasme van het publiek.

Een fijne enscenering
Het liefdesverhaal van Tristan en Isolde waarbij Tristan Isolde begeleidt naar Cornwall om haar te huwen aan Koning Mark maar uiteindelijk hun (al sluimerende) liefde opnieuw volledig opbloeit, is er geen voor lachebekjes. Tristan moet zijn ongehoorde liefde bekopen met een fatale zwaardwond van Melot die Koning Marke wijst op de liefde tussen zijn aanstaande en zijn vertrouweling. Uiteindelijk poogt Tristan te herstellen in zijn thuisbasis in afwachting van Isolde die hem net op tijd bereikt om hem te zien sterven. Een lot dat zij - gekweld door haar liefde voor hem - ook zal ondergaan waarmee de meest ultieme liefdesdood in de geschiedenis van de opera is geboren. Een verhaal waar Wagner ruim vier uur de tijd voor neemt en die alleen werkt bij een serieuze uitvoering en een passende enscenering. Een enscenering in de regie van Peter Konwitschny die door de eenvoud, maar het onderscheid tussen de realiteit en de gewenste realiteit van Tristan en Isolde bijna tot een happy end leidt, althans een samenkomst van Tristan en Isolde in een door Konwitschny gesuggereerd hiernamaals. Zijn simpele enscenering zoals het luxe cruiseschip om de overtocht van de Tristan begeleide Isolde is spot on en versterkt het drama alleen maar, zonder de overdreven kanten van Wagner's liefdesdrama te benadrukken. En dit alles ondersteund door het geweldig spelende Bayerisches Staatsorchester aangevuurd door Philippe Jordan die - gelijk zijn vader Armin dat deed met een benchmark-opname van Parsifal - zijn Wagneriaanse visitekaartje overtuigend afgeeft. Een mooier afscheid had Waltraud Meier zich vast en zeker niet kunnen wensen. Voor het publiek was het daardoor een memorabel vaarwel.

Oordeel FerdiBlog: ***** 

Waltraud Meijer zingt in 1999 in het Nationaltheater te München 'Liebestod' tijdens een eerdere opvoering van deze enscenering:




In het kader van de Münchner Opernfestspiele hernam de Bayerische Staatsoper Wagner's 'Tristan und Isolde' in de enscenering van Peter Konwitschny op 8 en 12 juli 2015. Op 30 juni 1998 vond de premiére van deze versie plaats. De wereldpremière van 'Tristan und Isolde' vond op 10 juni 1865 tevens in het Nationaltheater van München plaats. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 8 juli 2015. 

donderdag 16 juli 2015

Ballet 7 juli 2015: Een 'supersized' Midzomernachtsdroom uit Beieren


Bayerisches Staatsballett
Ein Sommernachtstraum
(Felix Mendelssohn-Bartholdy & György Ligeti)

Ekaterina Petina, Hippolyta/Titania
Matej Urban, Oberon/Theseus
Ilia Sarkisov, Philostrat/Puck
Katherina Markowskaja, Helena
Zusana Zahradníková, Hermia
Javier Amo, Demtrius
Matteo Dilaghi, Lysander

John Neumeier (choreografie en regie)
Jürgen Rose (decor en kostuums)

Michael Schmidtsdorff, Bayerisches Staatsorchester
Nationaltheater, München

Met een gedurfde combinatie van Mendelssohn en Ligeti maakt het Bayerisches Staatsballett een avondvullende Ein Sommernachtstraum die als een droom voorbijgaat. 

Wie door Beieren toert en hoofdstad München aandoet, kan alleen maar concluderen dat deze deelstaat die succesvol Hightech & Lederhose combineert een enorm succesverhaal is. Daarbij kan Beieren ook nog eens bogen op een imposante, maar vooral stabiele geschiedenis, want van 1180 tot het einde van de Eerste Wereldoorlog en daarmee de implosie van het Keizerrijk Duitsland werd Beieren geregeerd door dezelfde familie: de familie-Wittelsbach. Die stabiliteit en de goede natuurlijke ligging hebben Beieren en niet in de laatste plaats pronkhoofdstad München geen windeieren gelegd. Het grote aantal kastelen zijn daar een voorbeeld van waaronder Neuschwanstein als de realisatie van de fascinatie van Ludwig II voor de Middeleeuwen en de mythes waarop Wagner zijn opera's baseerde. Het zal daarom niet verbazen dat ook in cultureel opzicht München in de wereld mee telt met een opera, meerdere orkesten en een (klassiek) ballet van wereldniveau. Het is misschien daarom niet helemaal verbazingwekkend dat Mariss Jansons het Koninklijk Concertgebouworkest heeft opgegeven, maar zijn Beierse orkest heeft aangehouden. Eveneens is het niet verbazingwekkend dat in Beieren - waarbij de gemiddelde inwoner van München niet bepaald gespeend is van arrogantie - het supersizen geen onbekend fenomeen is. Want waar kan je een uitvoering van Mendelssohn's Midzomernachtsdroom treffen die avondvullend is in plaats van een uurtje? Juist: München!

Mendelssohn vs. Ligeti
Voor de in 2013 in première gegane nieuwe enscenering van de hand van John Neumeier is ervoor gekozen om de muziek van Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) uit te breiden met aanvullend werk van Mendelssohn en werk van de moderne componist György Ligeti (1923-2006). Het ingenieuze daaraan is dat daarmee recht wordt gedaan aan de twee werelden waarin Ein Sommernachtstraum zich afspeelt: de wereld van de mensen en de wereld van de feeën. "Onze" wereld - waarin het huwelijk van Hippolyta en Theseus centraal staat - wordt muzikaal vertegenwoordigd door Mendelssohn's bekende gelijknamige muziek, terwijl de wereld van Titania en Oberon gesymboliseerd wordt door de onaardse klanken van Ligeti. Het aardige daarbij is dat men het hierbij niet heeft gelaten en ook nog aanvullende muziek van Mendelssohn waaronder de Ruy Blas-ouverture én orgelmuziek (deels geschreven door Mendelssohn vrij naar Verdi's La Traviata) in het ballet heeft verwerkt. Daar waar Ligeti de wereld van de feeën verbeeldt, zorgt de orgelmuziek met bijbehorende groep handwerkers voor een komische noot. De overgang tussen Mendelssohn, Ligeti en het draaiorgel is telkens groot en misschien dat afgevraagd kan worden of de muziek van Ligeti - in dit geval althans - niet iets te ver afstaat van het bronmateriaal, werkt het zonder meer. Al zal een groot deel van het publiek vast ook een enkel moment Ligeti 'uitzitten' om weer Mendelssohn te kunnen horen. En de muziek van Mendelssohn is natuurlijk tijdloos waarbij de toegevoegde stukken - die helemaal niets met iets van een Midzomernachtsdroom van doen hebben - een prachtige aanvulling vormen. Het blijft verbazen hoe in zijn korte leven Mendelssohn zoveel prachtige en tijdloze muziek heeft geschreven. Des te meer aangezien het Bayerisches Staatsorchester  de muziek uitstekend speelt en de perfecte begeleiding vormt voor het ballet. 

Dubbelrol
Het Bayerisches Staatsballett is van hoog niveau en zet met deze avondvullende versie van de Midzomernachtsdroom een betoverende opvoering neer. Daarbij overigens waren de sterren van de avond Ekaterina Petina en Matej Urban die - net als Ilia Sarkisov - een dubbelrol hadden in zowel de wereld van de mensen als de feeën. Opvallend genoeg was de Sarkisov's rol van Puck minder dominant dan in andere producties. In bijvoorbeeld de recente uitvoering door het Nationaale Ballet was de rol van Puck zonder enige twijfel de hoofdrol én publiekslieveling. De rol van publiekslieveling was hier weggelegd voor Matej Urban die na het slotapplaus nog apart in het zonnetje gezet aangezien hij ter plekke te horen kreeg dat hij een prestigieuze lokale culturele prijs had gewonnen die tevens meteen overhandigd werd. Ook erg passend aangezien deze supersized versie van Ein Sommernachtstraum op alle fronten succesvol was en tegelijkertijd een vernieuwende dimensie geeft aan een zeer klassiek, maar nog altijd  terecht erg geliefd ballet.

Oordeel FerdiBlog: ****½

Lees hier de eerdere recensie op FerdiBlog van de uitvoering van 'Midzomernachtsdroom' door het Nationale Ballet als onderdeel van 'Fairytales'.


'Ein Sommernachtstraum' in de enscenering en choreografie van John Neumeier is op 13 oktober 2013 in première gegaan bij het Bayerisches Staatsballet. In het kader van de Münchner Opernfestspiele is deze uitvoering op 7 juli 2015 voor de 23e keer hernomen. 

dinsdag 14 juli 2015

Opera 28 juni 2015: Siegfried als 'couch potato'


Staatstheater Nürnberg
Siegfried
(Richard Wagner, 1813-1883)

Vincent Wolfsteiner, Siegfried
Rachael Tovey, Brünnhilde
Peter Galliard, Mime
Antonio Yang, Der Wanderer (Wotan)
Martin Winkler, Alberich
Nicolai Karnolsky, Fafner
Julie-Marie Sundal, Erda
Csilla Csövari, Der Waldvogel

Georg Schmiedleitner (regie), Stefan Brandt (decor)
Alfred Mayerhofer (kostuums), Olaf Lundt (licht)

Marcus Bosch, Staatsphilharmonie Nürnberg
Staatstheater, Neurenberg

Het Staatstheater van Neurenberg toont in Siegfried de muzikale kracht van de regio, maar een enscenering die Siegfried wegzet als couch potato en tegelijkertijd geforceerd grappig én grof wil zijn, doet hier afbreuk aan. 

Duitsland is - naast topinstituten zoals de Berliner Philharmoniker en de Bayerische Staatsoper - ook gezegend met een sterke regionale muzikale cultuur waardoor de inwoners van menig middelgrote stad over een aanmerkelijk groter cultureel aanbod beschikt dan vergelijkbare steden elders in Europa. Het is in Duitsland dan ook helemaal niet zo bijzonder wanneer opera's zoals die van Richard Wagner - die het nodige vragen qua inzet van orkest en solisten - met enige regelmaat in de regio worden opgevoerd. Zo is op 8 april een nieuwe enscenering door Georg Schmiedleitner van het derde deel van Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner in premiere gegaan bij het Staatstheater van Neurenberg. In deze stad die het trotse keizerlijke verleden van de Kaiserburg verbindt met de infame erfenis van de NSDAP-partijdagen is een opvoering van Siegfried eerder business as usual dan iets bijzonders. 

Muzikaal op orde
Het mooie aan een dergelijke opvoering is dat een regionaal orkest zoals de Staatsphilharmonie van Neurenberg zonder meer is opgewassen tegen de muziek van Wagner. Zeker ook in combinatie met uitstekende solisten zoals Vincent Wolfsteiner als de wat dommige maar oersterke Siegfried die dom wordt gehouden door zijn gemene adoptievader Mime die in hem het wapen ziet om de draak Fafner (u weet wel: één van de reuzen uit Das Rheingold) de machtige Ring te ontfutselen en zo de wereldheerschappij te verkrijgen. Siegfried komt - met hulp van Wotan indrukwekkend gestalte gegeven door Antonio Yang - echter achter zijn ware roots (het product van incest tussen twee haakjes) en doodt Mime nadat hij Fafner al van het leven heeft beroofd en beschikt over de Ring. Uiteindelijk leidt de Waldvogel hem naar Brünnhilde die sinds Die Walküre gevangen zit in een ring van vuur. Toevalligerwijs is zij technisch ook de tante van Siegfried, maar dat gegeven staat liefde op het eerste gezicht niet in de weg en leidt tot de de climax van de opera: een uitstekend duet van  Siegfried en Rachael Tovey's uitmuntende Brünnhilde. Hoewel de Staatsphilharmonie wat leek te hebben bezuinigd op de bezetting (het reguliere grote aantal harpen was in geen velden of wegen te bekennen) en daardoor soms wat "dunnetjes" klonk, wist Marcus Bosch in de uitvoering dit behoorlijk te maskeren. Daarbij zijn we in Nederland - waar recent voor het laatste de prachtige Ring in regie van Pierre Audi voor het laatst te zien en te horen was - natuurlijk enorm verwend. 

Bedroevende enscenering
Daar waar Neurenberg muzikaal goed meekomt, blijkt de enscenering een regelrechte teleurstelling. Dat een instelling zoals het Staatstheater niet beschikt over net zoveel budgettaire mogelijkheden als de grotere broers in de rest van Duitsland (en Nederland!) betekent niet dat een enscenering niet effectief kan zijn. Helaas is de ideeënwereld van Georg Schmiedleitner een wereld van teleurstellingen. In zijn visie is de dommige Siegfried een onvolwassen luilak die samen met Mime in een smerig huis woont waar menig studentenhuis nog een ordentelijk geheel bij is. De gehele enscenering maakte sowieso een goedkope en "vieze" indruk. En daar hoeft niet zoveel mis mee te zijn, maar hoe het nu deze prachtige opera van Wagner versterkt, werd gaandeweg de avond niet duidelijk. Daarbij zijn er ook enkele dramaturgische keuzes gemaakt die gewoon afbreuk doen aan één van Wagner's grootste meestwerken. De uitstekende Rachael Tovey - die enige kwaliteiten op het gebied van slapstick niet ontbeert - werd daarom gedwongen om bij de scène van haar ontwaking door Siegfried een soort koddige bakvis te spelen die het concept snoozen  tot nieuwe hoogten wist te brengen. Er is niets op tegen om wat humor in een opera te brengen, maar laten we eerlijk zijn: in het werk van Wagner is gewoon geen ruimte voor koddigheid. De climax van de opera die gaat over de liefde tussen Siegfried en Brünnhilde verwerd zo tot een vreemde uitslaapmarathon op de zondagmorgen die eindige met het pas verliefde paar als uitgeluid ouder echtpaar hangend op de bank. Ook de poging om te shockeren door Alberich (die naar aanleiding van Das Rheingold) nog een appeltje had te schillen met Wotan) te laten plassen over Wotan met een zichtbare kleine Alberich die dan weer - hoe laf! - gewoon van plastic was. Als je dan zonodig wil shockeren, ga er dan ook echt voor. En zo kan het dus zijn dat een muzikale helemaal niet verkeerde uitvoering voor een deel wordt tenietgedaan door een enscenering waarvan het doel en nut volledig onduidelijk blijven. Volgende keer dus maar geblinddoekt naar Neurenberg.  

Oordeel FerdiBlog: ***

Lees hier de recensie op FerdiBlog van 'Siegfried' door de (toenmalige) Nederlandse Opera.


In een nieuwe enscenering van Georg Schmiedleitner is 'Siegfried' op 8 april jl. bij het Staatstheater Nürnberg in premiere gegaan. Tot en met 19 juli vinden uitvoeringen plaats. Meer info hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 28 juni 2015. 

zondag 12 juli 2015

Concert 27 juni 2015: Bruckner in de Bamberger Dom


Bruckner: Symfonie Nr. 9

Jonathan Nott, Bamberger Symphoniker
Kaiserdom zu Bamberg, Bamberg

Jonathan Nott sluit zijn voorlaatste seizoen bij de Bamberger Symphoniker in stijl af met een indrukwekkende uitvoering van Bruckner's laatste (en onvoltooide) symfonie. Een uitvoering die alleen maar in kracht toeneemt door een geweldige en toepasselijke locatie: de Kaiserdom van Bamberg!

Het Beierse Bamberg is één van de weinige grotere Duitse steden waarvan de historische binnenstad de vernietiging van de Tweede Wereldoorlog zonder al teveel schade heeft doorstaan. Tegelijkertijd kan de stad bogen op een indrukwekkende Kaiserdom met niet alleen het praalgraf van keizer Hendrik II en zijn keizerin Kunigunde, maar ook het enige pauselijke graf ten noorden van de Alpen: de laatste rustplaats van Paus Clemens II. In diezelfde Dom staat de prachtige Bamberger Reiter die tevens naamgever is van het gelijknamige regiment dat het traditionele regiment was van de familie Von Stauffenberg en dus ook Claus Schenk von Stauffenberg die zijn leven gaf voor een mislukte aanslag op Hitler. Maar Bamberg is meer dan een dwarsdoorsnede van de Duitse geschiedenis, want cultureel doet Bamberg er ook toe. Hoewel de Bamberger Symphoniker "slechts" een regionaal orkest voor de deelstaat Beieren is, is het een zeer gerenommeerd orkest dat - zeker sinds het aantreden van Jonathan Nott in 2000 - in de wereld van de klassieke muziek ertoe doet. Niet voor niets kan het orkest bogen op een zeer goed ontvangen Mahler-cyclus die de afgelopen jaren is opgenomen, maar tevens is de Bamberger Symphoniker een belangrijk onderdeel van het leven in de stad.  Want maar liefst 10% (!) van de bevolking van Bamberg heeft een abonnement voor concerten van de Bamberger Symphoniker.  Nu de Britse dirigent Jonathan Nott (1963) zijn laatste seizoen als chef-dirigent ingaat, is het de vraag wie hem bij dit mooie orkest zal opvolgen. Vooruitlopend op zijn laatste concert als chef-dirigent met de Achtste Symfonie van Bruckner, sloot hij dit seizoen af met Bruckner's zwanenzang: de machtige Negende Symfonie. 

Een kathedraal in een kathedraal
Met zijn Negende Symfonie kwam een einde aan het muzikale leven van Anton Bruckner (1824-1896). Sterker nog zijn dood zorgde ervoor dat de Negende zich beperkt tot slechts drie delen, hoewel van het vierde deel genoeg schetsen resteren om tot een reconstructie te komen die recent is opgenomen door de Berliner Philharmoniker onder Simon Rattle. Desalniettemin kent de onvoltooide versie van deze symfonie een uitgebreide uitvoeringsgeschiedenis waarbij zelfs de dood van de componist deze muziek zijn luisteraars niet kon doen onthouden. De zeer godvruchtige Bruckner droeg deze symfonie op aan "Dem Lieben Gott" en daarmee de muzikale uitdrukking van de toewijding aan zijn diepgevoelde geloof. Bruckner's kenmerkende symfonische stijl die - ook op deze blog - tot wellicht vervelens toe wordt omschreven als kathedralen van muziek is zeer toepasselijk voor de Negende. Een symfonie die in het eerste deel vanuit een muzikale mist opbouwt naar een glorieus hoogtepunt. Gevolgd door een marsachtig Scherzo en (noodgedwongen) afgesloten met een gloedvol Adagio. Voor de uitvoering van deze symfonie heeft Nott gekozen voor de imposante Kaiserdom die zonder meer toepasselijk is voor de muziek van Bruckner: een muzikale kathedraal in een daadwerkelijke kathedraal. 

Indrukwekkend
En het moet gezegd: ook voor muziek kan de locatie beslissend zijn voor het succes van een concert. In de toepasselijke omgeving van de Kaiserdom kan een uitvoering van Bruckner's zwanenzang bijna niet anders dan goed zijn, maar in dit geval werd de geweldige locatie ook nog eens gecombineerd met een piekfijne uitvoering. Een uitvoering waarbij de galmende akoestiek van de Dom een extra dimensie gaf aan zowel het eerste als derde deel. Helaas bleek de akoestiek minder geschikt voor het Scherzo. Het staccato van dit marsachtige tweede deel weerkaatste daardoor te snel waardoor de uitvoering rommelig en ongelijk overkwam terwijl dit niet het geval was. Maar een kleine kanttekening bij een verder uitstekende uitvoering die volledig recht heeft gedaan aan het symfonische genie van Bruckner. En een treffende bevestiging dat Jonathan Nott en de Bamberger Symphoniker een geweldige combinatie zijn. Zijn afscheidsconcert in de Dom met de Achtste Symfonie van Bruckner op de lessenaar zal wellicht nog memorabele zijn, dus voor wie nog een vakantiebestemming zoekt voor de zomer van 2016 doet er niet slecht aan om in ieder geval een tussenstop in Bamberg te overwegen...

Oordeel FerdiBlog: ****½

Jonathan Nott en de Bamberger Symphoniker hebben het concertseizoen 2014/2015 op 27 juni 2015 afgesloten met de Negende Symfonie van Anton Bruckner in de Kaiserdom van Bamberg. Nott sluit zijn chef-dirigentschap van de Bamberger Qymphoniker in juli 2016 af op dezelfde locatie maar dan met Bruckner's Achtste Symfonie. 

zaterdag 11 juli 2015

Ingehaald door de actualiteit: 'De Verraders' van David Bezmozgis


Het zit David Bezmozgis niet mee. Zijn roman over een in ongenade gevallen Israëlische politicus die uitwijkt naar Jalta op de Krim wordt ingehaald door de actualiteit van het Russische landjepik en zijn eigen keuze om een weinig realistisch politiek Israël te schilderen. Desondanks is De Verraders allesbehalve een mislukking. 

Een Israëlisch minister die uit het kabinet stapt als protest tegen de ontruiming van Joodse nederzettingen. En zijn toevlucht zoekt op de Krim. In de huidige tijd. Oh ja, hij logeert bij toeval ook nog eens bij de man die hem in de Sovjettijd heeft verraden. Minder geloofwaardig zal je het niet treffen in een roman. En toch is dit in een notendop het verhaal dat de Letse Canadees David Bezmozgis (1973) ons vertelt. Want in De Verraders wordt Baruch Kotler, vanwege zijn standpunt tegen de ontruiming van Joodse nederzettingen, gedwongen om zijn ministerschap neer te leggen én Israel te ontvluchten omdat – via de geheime dienst – foto’s van zijn affaire met zijn medewerker en veel jongere Leora in de openbaarheid zijn gekomen. De beroemde Sovjetdissident vlucht naar Jalta op de Krim en komt daar – oh welk een toeval! – Vladimir Tankilevich tegen die hem toentertijd verraden heeft. En hij komt hem niet zomaar tegen, maar nadat het hotel dat Kotler en Leora hadden geboekt hun reservering niet meer konden vinden en zij op het troosteloze busstation van Jalta Svetlana treffen die hen in huis wil nemen voor een luttel bedrag. Unique selling point en teken van betrouwbaarheid is dat haar man een Jood is. Driemaal raden wie deze Jood in Jalta is… En Jalta en de Krim zijn overigens gewoon nog in handen van Oekraïne. De casual reader zou nu kunnen concluderen dat De Verraders de moeite van het openslaan niet waard is, maar dat is verre van waar. 

Een handig nawoord
Bezmozgis heeft met De Verraders de pech gehad dat zijn oorspronkelijke idee voor een verhaal en de uitwerking ervan toen deze zo goed als af was, werd ingehaald door de actualiteit. De actualiteit van Vladimir Poetin die – onder het mom van zelfbeschikkingsrecht – de Krim heeft toegevoegd aan Rusland dat op weg lijkt naar een gedeeltelijk herstel van de Sovjetunie. Niet zonder reden is daarom een nawoord van de schrijver toegevoegd waarin hij deze dynamiek en de vertwijfeling wat hiermee te doen uiteenzet. Uiteraard is Bezmozgis wel geheel verantwoordelijk voor de weinig realistische verwerking van de hedendaagse Israëlische politiek. Een minister die uit de huidige (of vorige) regering-Netanyahu stapt vanwege het ontruimen van Joodse nederzettingen is pure science fiction. En datzelfde geldt ook wel een beetje voor het gemakt waarmee Bezmozgis het verhaal laat voort denderen door allerhande toevalligheden. Maar het is tegelijkertijd ook een duidelijk bewijs voor de kwaliteiten van Bezmozgis dat De Verraders stiekem een fijne roman is over boetedoening en vergeving. Zeker ook omdat Bezmozgis – los van de genoemde toevalligheden – geen overmatig drama aan het verhaal toevoegt en de confrontatie tussen Kotler en Tankilevich juist heel onderkoeld laat ontwikkelen. 

Geslaagd?
Of deze roman nu daadwerkelijk volledig geslaagd is, valt lastig te zeggen. Het is zeker geen pageturner en er zijn momenten dat de spanningsboog wat verslapt, maar toch blijft het verhaal meer dan genoeg fascineren om zonder problemen de eindstreep te halen. Een eindstreep die eigenlijk geen echte afronding dan wel genoegdoening voor de hoofdpersonen biedt, maar misschien is dat wel de kwaliteit van deze roman die zich – net als de gekozen en overkomende actualiteit – aan weinig wat gelegen laat.

Oordeel FerdiBlog: ***½

'De Verraders'  is de vertaling door Nicolette Hoekmeijer van het oorspronkelijke 'The Betalers' en is recent in Nederland uitgegeven door De Bezige Bij. Bestellen kan hier. Deze recensie is eerder verschenen bij Jalta, het online nieuwsmagazine.