woensdag 28 mei 2014

'The Legacy': een ellendige nalatenschap


Na The Killing en Borgen gooit de Deense staatsomroep DR het over een compleet andere boeg met familiedrama The Legacy. En slaagt wederom.

De opmars van Scandinavische televisieseries die perfect aansluit bij het fenomeen binge-viewing en de opkomst van Netflix c.s. zal maar weinigen ontgaan zijn. Het bespreken van waarom deze series zo succesvol zijn, is zowel hier als op andere plekken al uitgebreid besproken. Wat opvallend is bij het succes van met name de series van de Deense staatsomroep DR dat men weet wanneer het genoeg is en bij elke nieuwe serie een ander weg inslaan. Zowel The Killing als Borgen zijn na drie seizoenen op hun hoogtepunt gestopt. Daar waar The Killing een echte crimeserie was en Borgen de politiek van Denemarken duidde, gooit men het bij The Legacy over een volledig andere boeg: een familiedrama ontsproten uit de nalatenschap van een moeder aan haar kinderen.

De familie Grønnegaard
Frederik, Emil en Gro
In The Legacy (in het Deens Arvingerne) maken we kennis met de vrijgevochten Veronika Grønnegaard. Veronika – overduidelijk een kind van de jaren zestig – is een succesvolle kunstenares die zich op haar enorme landgoed wijdt aan haar kunst en zich weinig gelegen laat aan haar omgeving. Dit heeft diepe sporen achtergelaten op haar kinderen Gro, Frederik en Signe. Gro is de oudste en streeft – in veel gevallen hopeloos – naar de waardering van haar moeder. Het is daarom niet verwonderlijk dat zij de kunstwereld is ingegaan. Haar muzikale maar wereldvreemde vader Thomas woont in een hutje op het landgoed en is onderdeel van het gevolg van Veronika maar niet langer haar geliefde. Haar twee zoons Frederik en Emil hebben een andere vader dan Gro. Hun vader heeft jaren geleden Veronika verlaten en haar achtergelaten in het landhuis dat tot die tijd van hem was. Uiteindelijk keert hij ziek terug en pleegt in datzelfde landhuis zelfmoord. Frederik haat zijn moeder daarom en heeft zich gestort op een verdienstelijke carrière als jurist, terwijl de flierefluitende jongste van het gezin Emil in Thailand zit en een ontspannen leven leidt waarbij iedere onderneming uiteindelijk tot niets leidt, maar altijd financieel wordt gered door zijn moeder.

Een nieuwe loot aan de stam
Signe alias "Sunshine" 
Veronika is met heel veel dingen bezig, maar vooral zichzelf. Het is daarom geen verrassing dat wanneer een terminale longkanker wordt geconstateerd zij dit niet meldt aan haar kinderen. Om een en ander nog complexer te maken besluit ze vlak voor haar dood het landgoed na te laten aan Signe (alias “Sunshine”) het jongste kind van Veronika dat wordt opgevoed door haar vader en stiefmoeder zonder dat ze zelf weet dat haar moeder niet haar echte moeder is. Zodra dit uitkomt, ontstaat een familiedrama dat zorgvuldig in tien afleveringen van een uur wordt verteld. Want met deze plotselinge wending wordt het voornemen van Gro teniet gedaan om het landgoed om te bouwen tot een museum voor het werk van haar moeder. Frederik ziet zijn kans vervliegen om eigenaar te worden van het huis van zijn vader waarmee het onrecht dat hem en zijn vader door zijn moeder is aangedaan zou worden rechtgezet. En Emil? Diens erfenis wordt door zijn neus geboord en verliest daarmee de kans om zijn schulden bij nogal criminele geldschieters in Thailand af te lossen. Signe daarentegen erft een huis van een moeder die ze pas vlak voor haar door leert kennen en lijkt te transformeren van een doorsnee vrouw in een rijtjeshuis naar vrouwe van een landgoed. Een transformatie die haar en haar omgeving niet goed afgaat.

Geen melodrama
Het zal niet verbazen dat deze nalatenschap genoeg stof oplevert om het gebruikelijke aantal van tien afleveringen in een seizoen met gemak te vullen. Wat daarbij opvalt is dat de makers erin geslaagd zijn om elke vorm van melodrama te vermijden. Daardoor ontspint zich een geloofwaardig familiedrama dat niet wordt “opgeleukt” met een plotseling sterfgeval of andere narigheid die het verhaal compleet op z’n kop zet. En dat is soms wel even wennen, zeker wanneer je de Amerikaanse tegenpool van een serie als deze gewend bent. The Legacy kent een behoorlijk aantal momenten waarbij je het ergste verwacht, maar dit zich niet zo voltrekt en zo het realisme van de serie fier overeind blijft staan. Dus wanneer bijvoorbeeld de gebroeders Frederik en Emil in de auto zitten en Frederik veel te hard rijdt, eindigt dit niet in een fataal ongeluk, maar een ruzie tussen de beide broers waarbij Frederik (letterlijk) gas terugneemt. Dit gebrek aan melodrama versterkt de serie alleen maar. En hoewel de karakters absoluut hun dramatische momenten hebben, zijn alle personages “grijs” en hebben daardoor hun goede en slechte kanten. Het is wat dat betreft net het echte leven. Een stemmige productie en zeer passende titelmuziek van Nina Persson (bekend van The Cardigans) maken het succes af.

Weer een succes
The Legacy is in Denemarken een grote hit en zal het gelijk The Killing en Borgen ook buiten Denemarken goed doen. Om The Legacy te duiden zijn al vergelijkingen gemaakt met het beroemde Festen, maar eigenlijk gaat de vergelijking met het succesvolle drama van de publieke omroep Oud Geld veel beter op. In zowel The Legacy als Oud Geld gaat het niet om respectievelijk de nalatenschap en de toekomst van de familiebank, maar het effect dat dit heeft op onderlinge verhoudingen in een familie. Net als Oud Geld is dit een kwalitatief hoogwaardige dramaserie die het verdiend om bekeken te worden. Hoewel de laatste aflevering over de ellendige nalatenschap van Veronika Grønnegaard veel losse eindjes bij elkaar brengt, ligt een tweede (en vast en zeker derde) seizoen voor de hand. En dat is voor niemand een straf.

De trailer van 'The Legacy':



‘The Legacy’ is vanaf 27 mei algemeen verkrijgbaar en wordt – net als ‘The Killing’ en ‘Borgen’ – uitgegeven door Lumière. ‘The Legacy’ is in januari van dit jaar als ‘Arvingerne’ in première gegaan op het Deense DR1. Deze recensie is gebaseerd op de Blu-ray versie. Bestellen kan hier.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Leven, het culturele katern van De Dagelijkse Standaard. Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

woensdag 21 mei 2014

Het drijfzand van de zaak-Dreyfus: 'De Officier' van Robert Harris


Robert Harris vertelt met flair het verhaal van de Dreyfusaffaire en schrijft daarmee een spannende en toegankelijke roman over één van de grootste schandalen van Frankrijk.

De Dreyfusaffaire is één van die historische schandalen waarvan de meeste mensen wel gehoord hebben, maar de details ervan niet paraat hebben. Een typisch geval van klok horen luiden, maar… Toch wist de Dreyfusaffaire het Frankrijk van het einde van de 19e eeuw en begin van de 20e eeuw op haar grondvesten doen schudden. Na de blamerende nederlaag van Frankrijk in de Frans-Pruisische oorlog was het Frankrijk er alles aan gelegen om een nieuwe nederlaag tegen de Duitse overmacht te voorkomen. Dit ook nog eens in een tijd dat de Joden in Frankrijk steeds vaker en openlijker gewantrouwd werden. Een fenomeen wat helaas in het Europa van toen niet tot Frankrijk beperkt bleef. Aan deze giftige mix werd een spionageschandaal toegevoegd waarbij Franse militaire geheimen in Duitse handen waren gevallen. Nader onderzoek leidde al snel tot het wijzen van vingers naar de jonge en bovenal Joodse officier Alfred Dreyfus die ook nog eens op weinig sympathie kon rekenen van zijn collega’s. De Dreyfusaffaire die de Franse samenleven jarenlang in haar greep zou houden was geboren.

Twijfel
Georges Picquart
Niet alleen vormen deze ingrediënten de basis voor de Dreyfusaffaire maar vormden ze ook de aanleiding voor de bekende Britse schrijver Robert Harris (1957) om een literaire thriller over de affaire te schrijven. Daarbij heeft Harris gekozen voor realistische fictie waarbij de basis van zijn verhaal stevig gegrond is in de realiteit. Harris heeft daardoor niet alleen een spannend verhaal geschreven, maar ook een mooie (verhalende) introductie op de Dreyfusaffaire. Harris vertelt het verhaal van de Dreyfusaffaire vanuit het perspectief van kolonel Georges Picquart, het Hoofd van de Afdeling Statistiek van het ministerie van Defensie. Deze Picquart is daarmee overigens niet het hoofd van een soort Franse versie van het CBS, maar is baas de inlichtingendienst. Hoewel Picquart een kleine rol speelt bij de arrestatie van Dreyfus is het uiteindelijk Picquart die de bewijsvoering tegen Dreyfus langzamerhand ontrafelt en diens onschuld steeds dichter bij de oppervlakte brengt. Een onderzoek dat hij overigens vooral uit plichtsbesef doet, want de persoon Dreyfus – die hij in een eerder leven nog les gaf op de militaire school – staat niet hoog bij hem aangeschreven. Een mild antisemitisme is Picquart niet vreemd en dat schaart hem onder een groot deel van de toenmalige Franse bevolking. De twijfel die Picquart naar boven haalt en – met hulp van medestanders zoals Émile Zola die het befaamde J’Accuse… schreef - daarmee aantoont dat de zaak tegen Dreyfus op drijfzand is gebouwd, is in beginsel lang niet genoeg om de inmiddels naar Duivelseiland verbannen en onder vreselijke omstandigheden gevangen gehouden Dreyfus te redden. Dreyfus werd in 1894 gearresteerd, maar zou pas in 1906 gerehabiliteerd worden. De affaire zorgde daarmee voor een enorme maatschappelijke aardverschuiving in Frankrijk.

Spanning
Het knappe aan De Officier is dat Robert Harris, ondanks het feit dat de uitkomst voor vrijwel iedere lezer bekend moet zijn, het toch voor elkaar krijgt om met recht een literaire thriller te schrijven. Als lezer leef je mee met de verrichtingen van de toch wel sympathieke Picquart en kan je bij het lezen zonder meer voorstellen dat het zowel met Picquart als Dreyfus niet goed afloopt. Nu is Harris, bekend van onder andere Fatherland, Enigma, Archangel en zijn Cicero-trilogie, een getalenteerde schrijver van spanning, maar ook bij deze zeer feitelijke roman weet hij de spanning telkens weer op te bouwen. Het zal daarom ook niet verrassen dat Roman Polanski het boek in 2015 als film zal uitbrengen. Eerder werkten Harris en Polanksi als samen in de verfilming van The Ghost met Ewan McGregor als de ghost writer van wel erg op Tony Blair gelijkende Britse premier in ruste wiens vorige scribent mysterieus om het leven kwam. Ook het boek Fatherland is eerder niet onverdienstelijk als TV-film uitgebracht met in de hoofdrol onze eigen Rutger Hauer.

Liefhebbers van Robert Harris zullen ongetwijfeld – al voor het lezen van de diverse lovende recensies – dit boek gekocht én gelezen hebben. Voor alle anderen die wellicht nog twijfelen, op zoek zijn naar een goede literaire thriller of meer willen weten over de Dreyfusaffaire doen er goed aan om de kleine 450 pagina’s tot zich te nemen en zich onder te dompelen in deze zwarte bladzijde in de Franse geschiedenis.


 ‘De Officier’ is in april door Cargo/De Bezige Bij uitgegeven en is de vertaling door Paul Witte van ‘An Officer and a Spy’ van Robert Harris. In 2015 verschijnt de verfilming door regisseur Roman Polanksi. 'De Officier' kan hier besteld worden.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Leven, het culturele katern van De Dagelijkse Standaard. Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

maandag 19 mei 2014

The Quick and the Undead: 'The Quick' van Lauren Owen


Lauren Owen maakt een flitsend debuut met The Quick, een gotische thriller waarbij de ruim vijfhonderd pagina’s voorbij vliegen.

Bij het schrijven van recensies van boeken is het altijd moeilijk om genoeg over het verhaal te vertellen zonder te vervallen in spoilers maar tegelijkertijd ook niet zo weinig te vertellen dat de lezer geen idee heeft waar het boek over gaat. The Quick is sinds zeer lange tijd een boek dat echt gedijt bij zo min mogelijk informatie over het verhaal vooraf. Maar eigenlijk moet toch wel een tipje van de sluier worden gelicht zodat de lezer enigszins weet wat voor boek gekocht wordt. Met andere woorden: als u mij op mijn blauwe ogen wilt geloven, stop met het lezen van deze recensie en schaf The Quick aan. Zo niet lees dan vooral verder maar dan wel onder het motto you have been warned

Het Londen van Jack the Ripper
Hoewel The Quick van de 28-jarige Lauren Owen haar schrijfdebuut is, valt dat niet af te leiden uit het boek zelf. Trefzeker leidt Owen de lezer door het Londen van de tweede helft van de 19e eeuw, een periode gekenmerkt door gotiek, de wereld van Sir Arthur Conan Doyle en Jack the Ripper. Haar verhaal begint echter bij de landed aristocracy in de shires van Engeland waar broer en zus James en Charlotte Norbury worden opgevoed in een enorm landhuis Aiskew Hall dat verlaten is door hun vader en hun moeder reeds gestorven is. Vader Norbury keert uiteindelijk ziek terug om thuis te sterven en de kosten van het onderhoud van het landhuis wegen niet op tegen de erfenis. Zoals zoveel kinderen van de (berooide) aristocratie is geldgebrek in die kringen een ander fenomeen dan bij “normale” families. Een kleinere doch nog altijd comfortabele behuizing East Lodge volgt en James krijgt de gelegenheid om gewoon in Oxford te studeren om daarna in Londen te wonen.

Een liefdesverhaal of…?
Eenmaal in Londen aangekomen moet James spaarzaam omgaan met zijn geld en is daarom gedwongen om een huisgenoot te nemen. Tegen zijn zin treft hij Christopher Paige die hij nog kent van zijn studie en de omstandigheden dwingen beide heren tot het delen van een appartement in de stadsvilla van familie van Christopher die ook wat verlegen zit om extra geld. Een fenomeen dat de ouders van Christopher overigens niet treft. Uit deze gedwongen samenwoonconstructie volgt uiteindelijk een verboden liefde tussen beide heren die zich ontvouwt in de eerste honderd pagina’s van het boek. Op het moment dat hun verboden liefde ontdekt wordt, besluiten de heren gezamenlijk naar het buitenland te trekken. En op het moment dat The Quick een romantische vluchtgeschiedenis lijkt te worden, zet Lauren Owen het verhaal op z’n kop en worden James en Christopher op de avond van hun vlucht te pakken genomen door… door wat eigenlijk? Jack the Ripper of iets meer sinisters? Christopher overleeft de aanval niet, terwijl James wordt “opgevangen” in de mysterieuze herensociëteit Aegolius (latijn voor uil). Daar blijkt dat James buiten zijn eigen wil om hetgeen deelt dat alle leden van de Aegolius bindt… En tegelijkertijd is een schemerachtige wereld terecht is gekomen waar de gemiddelde inwoner van Londen (gelukkig) geen weet van heeft. Een wereld waar verschillende groepen tegenover elkaar staan en waar de (uiteindelijke) leider van de Aegolius Edmund Bier, bijgestaan door de nog immer menselijke Doctor Knife, zich voorbereidt voor een gevecht op leven en dood tussen zijn eigen soort en dominantie over het menselijke ras, door Bier c.s. gemakshalve 'The Quick' genoemd...

Dood of…?
De oplettende lezer heeft het genre van The Quick inmiddels al afgeleid uit het voorgaande en zo niet lees dan vooral nog eens mijn recensie van ‘Salem’s Lot van Stephen King op mijn eigen FerdiBlog. De zus van James, Charlotte, komt ook achter de waarheid achter de transformatie van James en zet alles in het werk om haar broer uit de klauwen van de Aegolius te krijgen en vindt haar queeste bondgenoten zoals de Amerikaan Arthur die op het nippertje is ontsnapt aan de Aegolius, maar ook soortgenoten van Edmund Bier en inwoners van Londen die weten wat zich afspeelt in de Aegolius en tot doel hebben hier een einde aan te maken.

Owen’s debuut blijft de volle vijfhonderd pagina’s boeien en ze heeft met recht een pageturner geschreven die tegelijkertijd een afgerond verhaal is, maar ook uitzicht bied op een mogelijk vervolg. Wat mij betreft komt dat vervolg er zeker!


‘The Quick’ is het debuut van Lauren Owen en in april 2014. Vooralsnog is ‘The Quick’ niet in het Nederlands vertaald en alleen verkrijgbaar in de oorspronkelijke Engelstalige versie. Bestellen kan hier

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Leven, het culturele katern van De Dagelijkse Standaard. Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

zondag 18 mei 2014

Concert 15 mei 2014: Vol op het orgel met Fabio Luisi

Fabio Luisi en Vesko Eschkenazy in repetitie (Fotografie: Renske Vrolijk)

Honegger: Rugby, mouvement symphonique
Lalo: Symphonie Espagnole
Saint-Saëns: Symfonie Nr. 3 "Orgel-symfonie" 

Vesko Eschkenazy (viool), Leo van Doeselaar (orgel)
Fabio Luisi, Koninklijk Concertgebouworkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Fabio Luisi toont pit en temperament in een publieksvriendelijk concert met werk van louter Franse componisten. Maar het orgel van het Concertgebouw is uiteindelijk de grote ster.

Het Amsterdamse Concertgebouw beschikt niet alleen over een wereldberoemde akoestiek, maar het gebouw zelf en natuurlijk de Grote Zaal zijn ook van een bijzondere schoonheid. Voor een dirigent moet het al een hoogtepunt (en ook soms beangstigend) zijn om de treden naar het podium af te dalen. Dat is toch een andere binnenkomer dan bij vrijwel alle andere concertzalen ter wereld. Imposant middelpunt van die Grote Zaal is natuurlijk het orgel. Een orgel dat bij de opening van het Concertgebouw in 1888 nog de grote afwezige was. Een benefietconcert en loterij zorgden in 1890 voor genoeg fondsen om het orgel bij orgelbouwer Michael Maarschalkerweerdorgel te bestellen. Vandaar dat het orgel van het Concertgebouw ook bekend is onder de naam Maarschalkerweerdorgel. En hoewel het orgel onontkoombaar is voor iedere bezoeker van het Concertgebouw wordt deze maar relatief weinig gebruikt. Afgelopen donderdag was het echter zover en kon organist Leo van Doeselaar helemaal los gaan met de beroemde Orgelsymfonie van Camille Saint-Saëns (1835-1921). 

Een Italiaanse uitvoering
Maar het was niet alleen Saint-Saëns wat de klok sloeg, ook zijn minder bekende landgenoten Arthur Honegger (1892-1955) en Edouard Lalo (1823-1892) gave acte de présence. Dit volledig Franse programma van het Koninklijk Concertgebouworkest is in handen gesteld van de Italiaanse dirigent Fabio Luisi (1959). Deze voormalige chef-dirigent van onder andere de Staatskapelle Dresden en de Wiener Symphoniker en huidig chef van de Opera en Philharmonia Zurich is geen onbekende voor het KCO. In de Mahler-serie van het KCO over drie seizoenen tekende Luisi voor Das Lied von der Erde en Totenfeier.  Luisi geeft aan zijn concerten immer een heerlijk Italiaanse temperament mee wat vaak leidt tot uitvoeringen met pit en vaart zonder op souplesse in te binden. Een goed voorbeeld hiervan was zijn afscheidsconcert bij het Wiener Symphoniker vorig jaar (zie hier voor de recensie). En ook in dit bij uitstek Franse programma kreeg een echt Italiaanse uitvoering waar pit in zat.

Minder bekend
Het Maarschalkerweerdorgel
Het hoogtepunt van dit concert kon niet anders dan na de pauze zijn. Niet alleen is de Derde Symfonie van Saint-Saëns - beter bekend als de Orgelsymfonie - een publiekslieveling maar dus ook een uitgelezen moment om het Maarschalkerweerdorgel uit de mottenballen te halen. Dit laat onverlet dat het programma voor de pauze ook niet onaardig was. Het symfonische werk Rugby van Honegger is eigenlijk onderdeel van een symfonisch drieluik waarbij de drie onderdelen als separate onderdelen zijn geschreven en derhalve vaak ook apart worden uitgevoerd. Rugby (1928) is Honegger's geslaagde poging om extreme fysieke inspanning in muziek uit te beelden. Honegger's moderne en bij vlagen atonale en contrapuntische compositie slaagt daar goed in en floreert juist bij de voortvarende aanpak van Luisi. Gelijk Rugby is ook de Symphonie Espagnole (1874) van Lalo een echt showpiece. Daarbij zet de naam de luisteraar op het verkeerde been want deze symfonie met Spaanse invloeden is toch echt een vioolconcert waarbij Vesko Eschkenazy, concertmeester van het KCO, zijn kunnen flink kon etaleren. En dat deed hij met succes wat leidde tot enthousiaste reacties vanuit de zaal en het bijna obligate toegift: volksmuziek uit zijn thuisland Bulgarije. Overigens was het publiek dermate onbekend met dit vijfdelige werk dat na elk deel werd geapplaudisseerd. Vervelend en niet zozeer omdat het niet hoort, maar wel om de reden waarom het niet hoort: het verstoort de eenheid van een muziekstuk. 

De wereld van Saint-Saëns
Een euvel dat zich gek genoeg ook voordeed tussen de delen van de Orgelsymfonie van Saint-Saëns. Blijkbaar was een groot deel van het publiek voor het eerst in een concertzaal tot ergernis van deze en andere vaste concertbezoekers. En dan niet uit een misplaatst snobisme, maar wel vanwege de beleving van een muziekstuk. Overigens leidde bij dit specifieke concert het te laat betreden van de podiumplaatsen door een grote groep tot de zeldzame situatie dat Fabio Luisi voor het starten van het eerste stuk eerste enkele minuten moest wachten tot deze groep zat dan wel - er was te weinig plek - verwijderd was van de trap. Gelukkig was al deze onnodige hinder niet terug te horen in de spectaculaire uitvoering van één van Saint-Saëns' meest bekende werken en een goed voorbeeld van zijn muzikale wereld. Een stemmig en "donker" (macaber!) begint culmineert in een burn down the house-hoogtepunt waarbij Saint-Saëns de organist - in dit geval Leo van Doeselaar - vol op het orgel laat gaan tot groot jolijt van iedere luisteraar. Ook hier paste de dirigeerstijl van Luisi uitstekend waarbij hij oog bleef houden voor de details en de rol van de piano - in kenmerkende Saint-Saëns-stijl, denk daarbij aan Aquarium uit Le Carnival des Animaux - en alles liet samenkomen in een heerlijke climax. 

Het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Fabio Luisi voert op 15, 16 en 18 mei een volledig Frans programma uit met werken van Honegger, Lalo en Saint-Saëns. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 15 mei 2014. 

zaterdag 17 mei 2014

Opera 13 mei 2014: Een ingenieuze en duivels goede 'Faust'


De Nationale Opera
Faust
Charles Gounod (1818-1893)

Michael Fabiano, Faust
Irina Lungu, Marguerite
Mikhail Petrenko, Méphistophélès
Marianne Crebassa, Siebel
Florian Sempey, Valentin
Doris Lamprecht, Marthe
Tomislav Lavoie, Wagner

Koor van De Nationale Opera
Marc Minkwoski, Rotterdams Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

De Nationale Opera imponeert door een duivels goede ‘Faust’ met ingenieuze en spectaculaire enscenering. En dat op grond van een licht belachelijk libretto!

Het mag geen verrassing heten dat Nederland in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder op muzikaal gebied niet onder doet voor metropolen als Parijs, Londen, Berlijn en Wenen. Met het Koninklijk Concertgebouworkest en Nationale Opera en Ballet in Amsterdam, het Nederlands Danstheater in Den Haag en het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Rotterdam slaan we een flinke deuk in het muzikale pakje boter. Zelfs met die wetenschap komt het nog geregeld voor dat de kwaliteit van een productie zo hoog is dat je nog steeds aangenaam verrast wordt. De uitvoering van Faust door De Nationale Opera is zo’n verrassing.

Belachelijk libretto
Het is ruim veertig jaar geleden dat Faust van Charles Gounod bij (de voorganger van) De Nationale Opera in de programmering was opgenomen. En hoewel Faust groot succes heeft gekend, liggen de hoogtijdagen ervan toch echt achter zich. Dit komt met name door het nogal gedateerde en ietwat belachelijke libretto. Hoewel gebaseerd op Goethe’s beroemde Faust leest het libretto dat Jules Barbier en Michel Carré schreven weg als een slechte soap. Centraal staat de deal die de oude wetenschapper Faust maakt met de Duivel (Méphistophélès) om weer jong en aantrekkelijk te worden en daarmee de jonge Marguerite te schaken. Een desastreuze uitkomst voor Marguerite die zwanger wordt van Faust, door hem wordt verlaten, haar kind doodt, haar broer hierom ten strijde ziet trekken tegen Faust die daarbij de dood vindt om ten slotte vanuit de gevangenis het licht te zien en in de Heer te komen. Soaps als The Bold and the Beautiful kunnen hier nog een puntje aan zuigen. Tegelijkertijd is het een opera van ruim drie uur die vol zit met mooie melodieën, maar waarvan er maar weinig echt zijn blijven hangen. Uitzondering hierop vormt het prachtige afsluitende trio van Marguerite, Faust en Méphistophélès Alerte, alerte… Anges purs.. Christ est ressuscité.

Fantastische enscenering
Met hulp en onder regie van Àlex Ollé van La Fura dels Baus komt De Nationale Opera (in samenwerking met Teatro Real Madrid) met een fantastische enscenering waarbij Faust wordt gesitueerd als een wetenschapper in een modern lab. Door de ingenieuze techniek van Het Muziektheater volgt scènewisseling op scènewisseling waarbij deze moderne enscenering fantastisch aansluit bij het werk van Gounod en daarmee een diepere laag aanbrengt. Een mooi voorbeeld is de kerkscène waarin Marguerite – uitgestoten door haar omgeving – vergiffenis vraagt aan God. De enscenering is zo sterk en de keuze om de Christusfiguur door Méphistophélès zo doordacht dat je als publiek niet anders kan dan genieten.

Marc Minkowski
Tegelijkertijd is deze productie gezegend met de uitstekende prestaties van het Rotterdams Philharmonisch Orkest dat onder ferme leiding staat van de Franse sterdirigent Marc Minkowski. In zijn handen krijgt het werk vaart en pit met behoud van het melodieuze karakter van Gounod’s compositie. Het immer imponerende Koor van De Nationale Opera en topsolisten zoals Irina Lungu, Mikhail Petrenko en Michael Fabiano maken het feest compleet. Met name het doortrapte en duivelse plezier waarmee Mikhail Petrenko Méphistophélès speelt, is zeer aanstekelijk.

Het zal daarom niet verbazen dat de recensies voor Faust over het algemeen lovend tot zeer lovend zijn en dat het aantal lege plaatsen voor de resterende uitvoeringen beperkt is. Voor liefhebbers van (klassieke) opera in uitdagende moderne ensceneringen, maar eigenlijk alle operaliefhebbers is Faust door De Nationale Opera een echte no-brainer!


‘Faust’ van Gounod wordt van 10 t/m 27 mei uitgevoerd door De Nationale Opera. Meer info en kaarten bestellen hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 13 mei 2014.