zaterdag 16 december 2017

'The Crown' en de anjers van Von Ribbentrop. '17 Carnations' van Andrew Morton


De liefhebbers van The Crown konden hun geluk afgelopen week niet op: sinds 8 december is het tweede seizoen beschikbaar op Netflix. Een sterk geacteerd en verslavend seizoen waardoor de meeste fans waarschijnlijk al ontwenningsverschijnselen hebben en gedwongen zijn om minimaal een jaar te wachten op het derde seizoen. Ter afleiding en als verdieping van de sterke aflevering Vergangenheit is 17 Carnations van Andrew Morton over de Hertog en Hertogin van Windsor het lezen meer dan waard. 

De koninklijke familie – van welk land dan ook – is altijd een dankbaar onderwerp voor kranten, boeken, series en films. Zoals de Windsors aan de top van de internationale koninklijke hiërarchie staan, staan zij ook het meest in de wind wanneer het gaat om aandacht in de media en maatschappij. Van de ranzige Britse tabloids tot hooggewaardeerde verfilmingen zoals The Queen van scenarist Peter Morgan en een volstrekt overtuigende Helen Mirren als Koningin Elizabeth II. Het inspireerde Netflix om grootscheeps te investeren in een verfilming – van de hand van Peter Morgan - van het turbulente leven van de langst regerende monarch van het Verenigd Koninkrijk en inmiddels ook van de wereld: The Crown. Een succes bij het publiek én critici en bovenal prachtig gemaakt en uitmuntend geacteerd. Het is de bedoeling dat de gehele regeerperiode van Elizabeth verfilmd wordt waarbij een seizoen ongeveer tien jaar van haar regeerperiode tot onderwerp heeft. Het tweede seizoen dat sinds 8 december te zien is bij Netflix is zo mogelijk nog beter dan het eerste seizoen en begint bij de Suez-crisis in 1956 die het Verenigd Koninkrijk dwong tot de realisatie dat de wereld en haar positie daarin onherkenbaar veranderd is en eindigt met de geboorte van Prins Andrew in 1964. De talloze liefhebbers van de serie moeten in ieder geval tot 2019 geduld hebben voor het derde seizoen waarbij – vanwege de vordering van de leeftijd van Elizabeth in de serie - Olivia Colman de hoofdrol van Claire Foy overneemt. Het afgelopen seizoen kende een aantal zeer sterke afleveringen waaronder Marionettes over de (gedwongen) modernisering van het Koningshuis naar aanleiding van (niet onterechte) kritiek van Lord Altrincham. De aflevering die hier op volgde – Vergangenheit – was evenzo sterk en gaf een inkijk in het leven van de Hertog van Windsor, zijn aftreden als Koning Edward VIII, de vrouw voor wie hij de troon opgaf en hun beider relatie met hooggeplaatste Nazi’s en bewondering voor het Derde Rijk van Hitler. Voor de liefhebbers van The Crown in het algemeen en deze aflevering in het bijzonder is 17 Carnations van Andrew Morton het lezen meer dan waard in het “interregnum” tussen seizoen 2 en 3. 

Van Diana via de Beckhams naar de Windsors 
De Britse journalist en schrijver Andrew Morton (1953) is geen onbekende voor de Britse koninklijke familie. Zijn boek Diana: Her True Story in Her Own Words uit 1992 leverde hem faam en rijkdom op, maar was voor de koninklijke familie een bijzonder pijnlijke publicatie. Want door dit boek – waar Diana haar medewerking aan verleende – werd het sprookje van Charles en Diana definitief verbroken en deed Camilla Parker-Bowles haar intrede in de publiciteit. Na dit boek richtte Morton zich vooral op “royalty” uit de popcultuur: onder andere Madonna, Tom Cruise en David en Victoria Beckham. In 2011 keerde hij met een boek over William en Catherine terug in het hart van de koninklijke familie. Na het heden van de koninklijke familie was in 2015 het verleden aan de beurt met een boek over de Hertog en Hertogin van Windsor en dan vooral hun al dan niet vermeende banden met het Derde Rijk in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Een dagelijkse levering van bloemen
De Hertog van Windsor (1894-1972) is een fascinerende figuur die zijn troon opgaf omdat – zeker in het Verenigd Koninkrijk van die tijd – het onbestaanbaar was dat een koning die tevens aan het hoofd staat van de Anglicaanse kerk gehuwd was met een gescheiden vrouw. Maar in de tweemaal (!) gescheiden Wallis Simspon (1896-1986) vond hij de liefde van zijn leven en trad Koning Edward VIII in 1936 – na nog geen jaar koningschap en voor zijn formele inhuldiging – af en zou de rest van zijn leven doorbrengen als de voor hem gecreëerde titel Hertog van Windsor. Zijn fotogenieke uiterlijk en de reden van zijn aftreden maakte hem voor de rest van zijn leven wereldberoemd en voor zijn familie een continue ergernis. Want zoals uit 17 Carnations nadrukkelijk blijkt, zijn de verhoudingen binnen de Windsor-familie nooit hersteld en is er eigenlijk nooit een goede modus gevonden voor de omgang met een voormalige monarch. Een ex-monarch die zijn leven zou slijten in Frankrijk zonder wezenlijke bijdrage of functie, strijdend voor de erkenning van zijn vrouw die gehaat werd door zijn familie en een groot deel van de wereld. Niet helemaal ten onrechte want zowel Edward als Wallis waren – ook in de aanloop naar het koningschap en net als een deel van het Britse establishment – onder de indruk van de prestaties van het Derde Rijk en de richting die Adolf Hitler het herboren Duitsland wees. De fascinatie van Wallis Simpson ging misschien nog wel het verst en leidde tot nog altijd niet volledig aangetoonde verhalen dat zij het bed deelde met Von Ribbentrop, de Duitse ambassadeur in Londen en latere Minister van Buitenlandse Zaken. De titel 17 Carnations verwijst hier ook naar en zou wijzen op de dagelijkse levering van zeventien anjers van Von Ribbentrop aan Simpson. Het getal zeventien zou daarbij staan voor het aantal keren dat zij het bed gedeeld hebben. 

Het bruine schaap van de familie
Los of dit (sterke) verhaal waar is, zijn er genoeg harde feiten om overtuigend vast te stellen dat de Hertog en Hertogin van Windsor niet alleen sympathie voor het Derde Rijk hadden, maar dit ook vertaalden in acties. Bijvoorbeeld door Nazi-Duitsland te bezoeken, maar ook veelvuldig – al dan niet via tussenpersonen – in contact te treden. Vaak overigens vanwege de bescherming van hun bezit in Frankrijk. Want dat is een beeld wat ook uit 17 Carnations naar voren komt: de Hertog en Hertogin waren toch ook vooral – zelfs op het hoogtepunt van de oorlog – bezig met hun comfort en de eigen centen. Niet voor niets werd de Hertog benoemd tot gouverneur-generaal van de niet bepaald strategisch gelegen Bahama’s en sleet hij daar de oorlogsjaren. De fascinatie voor het Derde Rijk, het tot op zekere hoogte terecht gevoel van miskenning en focus op de eigen welvaart vormden een fatale combinatie die de Hertog en Hertogin van Windsor op het randje (en eigenlijk daarover) brachten van landverraad. Een episode die door de ontdekking van de Duitse oorlogsarchieven tijdens de regeerperiode van Elizabeth de nodige ellende veroorzaakte en Morton hebben geïnspireerd tot een prima uiteenzetting en daarmee verdieping van de kennis over de Hertog en Hertogin van Windsor die weliswaar in The Crown zeker geen hoofdrol hebben, maar wel zeer intrigerende bijrollen. 

Het derde seizoen van The Crown speelt in de jaren zeventig dus grote kans dat de Hertog van Windsor nog eenmaal acte de présence geeft al was het maar om zijn overlijden in 1972 te markeren. Een einde aan een bizar leven waar – terecht - een donkerbruine schaduw over hangt. 

Foto: Wikimedia Commons 

’17 Carnations. The Windors, The Nazis and the Cover-Up’ van Andrew Morton is in 2015 verschenen. Er is geen Nederlandse vertaling beschikbaar.

zondag 10 december 2017

Concert 9 december 2017: Op schoot bij het Residentie Orkest


Close to Classics

Mozart: Ouverture uit Le Nozze di Figaro
Beethoven: Symfonie Nr. 2

Otto Tausk, Residentie Orkest
Stadsgehoorzaal, Leiden

Bij Close to Classics van het Residentie Orkest zit je bijna letterlijk op schoot bij de orkestleden tijdens het concert. Een aanpak die meer is dan een gimmick en zowel voor publiek als orkest een nieuwe ervaring. De Stadsgehoorzaal in Leiden is een perfecte locatie voor een uniek concert. 

Voor dirigent Otto Tausk (1970) was het gisteravond even wennen. Midden in de grote zaal van de Stadsgehoorzaal - voor de gelegenheid ontdaan van de vaste stoelen - stond zijn dirigentenpodium, zijn werkplek voor die avond. In plaats van een orkest voor hem, waren de orkestleden van het Haagse Residentie Orkest in een cirkel om hem heen verspreid. En tussen die orkestleden zat het publiek. Normaliter zijn orkest en publiek gescheiden werelden die - in de woorden van Tausk - bij elkaar gebracht moeten worden door de dirigent. In de nieuwe formule Close to Classics zijn orkest en publiek één en zit je als publiek zomaar naast bijvoorbeeld een viool, cello of hoorn. Het lijkt een gimmick, maar leidt tot een compleet andere concertervaring. Niet alleen is de (fysieke) barrière tussen orkest en publiek weggenomen, maar is de muziekbeleving anders. Gezeten - in mijn geval - tussen de tweede violen is het vioolgeluid dominant, terwijl voor andere concertgangers juist de houtblazers of de cello's dominant zijn. Zo heeft iedere bezoeker een compleet eigen ervaring op grond van exact hetzelfde concert. 

Close to Classicisme 
Een concert waarbij de muziekkeuze nauw luistert. In deze opzet kan je niet met een orkest op volle oorlogssterkte aantreden. De omvang van de zaal moet dan navenant zijn en dan ontstaat juist het reële gevaar dat je als bezoeker niet veel meer mee krijgt dan de muzieksectie waar je bij zit. De grote symfonische werken van bijvoorbeeld Mahler, Bruckner of Richard Strauss zijn niet geschikt voor Close to Classics. Juist de componisten van het classicisme (1750 tot 1810) lenen zich uitstekend voor het concept doordat het symfonische werk uit die tijd juist uitgaat van een kleiner (kamer)orkest en zo dus met een beperkt orkest volwaardig kan worden uitgevoerd. De Grote Vier van het (Weense) classicisme - Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert - en vooral hun symfonieën lenen zich daarom uitstekend voor het concept. Niet voor niets stond in het concert van gisteravond Mozart en vooral Beethoven centraal terwijl de volgende editie Schubert en (wederom) Beethoven op de lessenaar staan. Overigens zouden de symfonieën van Mendelssohn zeker ook passen.

Verwondering
En het moet gezegd: het is bijzonder om een concert te midden van het orkest te beleven. Niet alleen tijdens het musiceren zelf, maar juist ook de anticipatie vooraf ("Naast wie zit ik, toch niet de trompetten anders ben ik straks doof"). Bij de eerste noten van de ouverture van Le Nozze di Figaro zit je volledig in de muziek, maar hoor je het - door de andere balans - op een andere manier. Het is moeilijk te omschrijven, maar de zeggingskracht van de muziek neemt ontegenzeggelijk toe. Je kon het ook zien aan de gezichtsuitdrukkingen van het publiek waarbij vooral verwondering en plezier dominant waren. Op deze wijze muziek beleven maakt pijnlijk duidelijk wat Beethoven moet hebben doorgemaakt toen hij - bij het schrijven van zijn Tweede Symfonie die onderdeel was van deze editie van Close to Classics - erachter kwam dat zijn gehoor langzamerhand aan het verdwijnen was. Afgesloten worden van je passie en de wereld en beseffen dat je over niet al te lange tijd muziek niet meer kunt horen, moet ondraaglijk zijn geweest. Een gevoel dat je - zoals Tausk mooi verwoordde in zijn toelichting - eigenlijk niet terug hoort in de optimistische en vrolijke muziek die deze symfonie is. Een symfonie dat de muzikale wereld van de ouverture van Le Nozze di Figaro deelt en daarom zo'n mooie combinatie vormt. Het tweede deel dat van geen ophouden weet is volgens Tausk één van de mogelijke gevolgen van Beethoven's aanstaande doofheid: de wil om een prachtige melodie tot het oneindige te blijven horen.

Close to Classics is een bijzonder geslaagd concept waarbij de Stadsgehoorzaal een zeer passende locatie bleek, alleen al vanwege het langwerpige, niet te grote formaat. Opvallend was ook dat door deze opzet het publiek en het orkest na afloop in gesprek met elkaar gingen over de muziek en de beleving. Het Residentie Orkest heeft met Close to Classics een prachtconcept ontwikkeld dat veel tijd en energie kost en veel minder praktisch is dan een regulier concert, maar van grote toegevoegde waarde is. 


'Close to Classics' met werken van Beethoven en Mozart werd eenmalig uitgevoerd op 9 december 2017. De volgende editie met Beethoven's Eerste Symfonie en de Derde Symfonie van Schubert onder leiding van Jan Willem de Vriend is op zaterdag 24 maart 2018. Meer informatie en kaarten bestellen hier. 

zaterdag 9 december 2017

Hurts in TivoliVredenberg: krachtig maar (wel heel) kort


Het meer upbeat karakter van het nieuwste album Desire past goed bij de stage presence van met name Theo Hutchcraft van Hurts. In TivoliVredenburg brengt het synthpopduo dat in 2010 doorbrak met het album Happiness met overtuiging een mooie staalkaart van de inmiddels vier albums die hun oeuvre omvat. Maar een paar nummers extra had niet misstaan. 

Zanger Theo Hutchcraft en toetsenist Adam Anderson maakten met hun debuutalbum Happiness  uit 2010 duidelijk dat synthpop - een muziekstijl gedomineerd door synthesizers en elektronische drums - nog altijd zeggingskracht heeft. Opvallend omdat synthpop toch vooral iets was van de jaren negentig, maar vooral de tachtiger jaren met synthpop-toppers als de Pet Shop Boys, Depeche Mode en A-ha. Happiness onderscheidde zich door een fijne mix van (power)ballads en meer uptempo nummers waarvan Wonderful Life en Better Than Love het ook als singles buitengewoon goed deden. Hun vervolgalbum Exile (2013) zette de muzikale lijn voort en behaalde - net als Happiness - een behoorlijk succes. Hoewel Hurts een trouwe fanbase heeft, lijkt de echte doorbraak (nog niet?) daar. Inmiddels is na Surrender in 2015 eerder dit jaar hun nieuwste album Desire verschenen. De gelijknamige tour is eind oktober gestart en deed afgelopen woensdag Nederland aan met een zo goed als uitverkochte Ronda in het Utrechtse TivoloVredenburg. 

Vrolijke Frans
Een paar jaar geleden was Hurts - naar aanleiding van debuutalbum Happiness - te bewonderen in een rap uitverkocht Paradiso. Hoewel in Nederland dus nog zeker populair, waren er voor dit concert tot een dag voor het concert nog bijna tachtig kaarten beschikbaar. Hurts lijkt daarbij een prachtige niche te vullen, maar zeker niet een groot publiek te bereiken. En dat is jammer, want de muziek van Hurts ligt goed in het gehoor en heeft een constante kwaliteit die op ieder van de vier albums te horen is. Waarbij het opvallend is dat het wat (overigens zeer prettige) depri karakter bij het nieuwste album Desire verruild is voor een meer vrolijk en upbeat karakter dat de muziek van Hurts zeker niet misstaat en de invloed van jaren negentig (house)muziek verraadt. Wanneer je de mannen van Hurts ziet, heb je niet bepaald het idee met lachebekjes van doen te hebben. In het geval van Adam Anderson is dit beeld na het concert in TivoliVredenburg niet echt gewijzigd: hij doet gewoon stoïcijns zijn ding. Anders is het met Theo Hutchcraft die met een grote glimlach rondmstuitert op het toneel en het publiek voorgaat in meezingers, die er zonder meer vooral op het nieuwe album zijn. Niet in de laatste plaats het sterke Beautiful Ones. Een goed achtergrondkoor en een stijlvol decor, goede lichtshow en een stijlvolle moderne kroonluchter maken de show af. 

Op tijd thuis
Met vier albums hebben de heren van Hurs inmiddels genoeg nummers om dergelijke concerten te geven.  Nummers van Happiness zijn inmiddels klassiekers die hun kracht bewijzen. De melancholische toppers Wonderful Life en Stay die ook in Utrecht weer langs kwamen, zijn daarom misschien wel de beste voorbeelden van de aansprekende stijl van Hurts. Het uptempo Better Than Love was nu te horen in een mooie ballad-versie: het voordeel van een band die inmiddels alweer zeven jaar meedraait. De heren leken - ondanks het stoïcijnse van Anderson - het erg naar hun zin te hebben, maar na de (geplande) reprise van Beautiful Ones en Stay was het feest voorbij en leerde een blik op de klok dat het net kwart voor tien was geweest. Terwijl de show - aangevuld met een voorprogramma van Tom Walker - pas om half negen begon. Het oeuvre van Hurts kan echt wel een show van anderhalf uur aan. Temeer daar bij eerdere concerten in deze tour niet 18 nummers zoals in Utrecht maar 21 nummers te horen. Het laat onverlet dat Desire een krachtig programma is dat liefhebbers van Hurts pleziert, maar zeker ook een groter publiek. 

De clip van 'Beautiful Ones' van het nieuwe album 'Desire':


De Desire Tour van Hurts is op 27 oktober 2017 gestart in Rusland en loopt in 2018 door. Op 6 december deed Hurts Nederland aan met een optreden in TivoliVredenburg in Utrecht. Meer info over de Desire Tour hier

zondag 3 december 2017

Star Wars in het Concertgebouw: een fenomeen 'in concert'


John Williams
The Imperial March, Star Wars Main Title
Yoda's Theme, The Asteroid Field

Richard Wagner
Walkürenritt

John Williams
Rey's Theme, March of the Resistance
The Jedi Steps and Finale, Battle of the Heroes

Gustav Holst
Mars, The Bringer of War 

Erich Wolfgang Korngold
Kings Row Suite

John Williams
Duel of the Fates, Scherzo for X-Wings, Princess Leia's Theme,
Thorne Room & End Title, Across the Stars

Leona Philippo (presentatie)
John Axelrod, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Concertgebouw, Amsterdam

Twee weken voordat The Last Jedi, het nieuwste hoofdstuk in de Star Wars-saga, in première gaat, brengt het Nederlands Philharmonisch Orkest een ode aan één van belangrijkste succesfactoren van het fenomeen: de muziek van John Williams. Onder leiding van dirigent John Axelrod schittert de muziek van Williams én de componisten die hem inspireerden tot een icoon van de filmmuziek. 

"Without John Williams, bikes don't really fly, nor do brooms in Quidditch matches, nor do men in red capes fly. There is no Force, dinosaurs do not walk the Earth, we do not wonder, we do not weep, we do not believe" aldus Steven Spielberg tijdens de toekenning van de Life Achievement Award van het American Film Institute (AFI) aan filmcomponist John Williams in 2016. Ware woorden die de impact van (film)muziek in het algemeen en die van John Williams in het bijzonder treffend schetsen. Want binnen de filmmuziek is er geen groter icoon dan John Williams. Als componist van de meest memorabele filmmuziek sinds de start van het medium stond Williams mede aan de wieg van het succes van films als E.T., Jurassic Park, Indiana Jones, Superman, Jaws en Harry Potter. Maar of dit nog niet genoeg was, is hij tevens de componist die met zijn muziek de Star Wars-saga tot een fenomeen heeft gemaakt. Een forse uitspraak die alleen al waarheid in zich heeft omdat deze gedaan is door George Lucas zelf. En een meer dan waar woord. Net zoals Bernard Herrmann (1911-1975) de films van Alfred Hitchcock maakte en daarmee de kracht van muziek onderstreepte. Want wat is de douchescène uit Hitchcock's Psycho zonder de striemende violen van Herrmann? Wat is het mysterie van Madeleine zonder de hypnotische muziek van Herrmann voor Vertigo? Het succes van de Star Wars-films kan niet los gezien worden van de iconische muziek die Williams al sinds 1977 aan de wereld geeft. Hoewel Williams inmiddels de 85-jarige leeftijd is gepasseerd, componeert hij nog steeds. De muziek van The Force Awakens (2015) was van zijn hand en kent memorabele en krachtige nieuwe Star Wars-muziek zoals Rey's Theme en March of the Resistance. Ook de muziek voor het achtste deel The Last Jedi is van zijn hand en is over twee weken te horen. De muziek van Rogue One, de eerste film uit de nieuwe Star Wars Anthologie, is niet meer door Williams geschreven, maar de soundtrack van Michael Giacchino is (hoorbaar) schatplichtig aan hem. Of hij de muziek van het laatste (nog niet genaamde) deel van de slottrilogie van Star Wars schrijft, ligt voor de hand, maar Williams loopt dan al hard tegen de negentig. Aan nieuwe muzikale ideeën ontbreekt het nog altijd niet. 

Darth Vader in da house
De impact van de muziek van Williams heeft het Nederlands Philharmonisch Orkest geïnspireerd tot Star Wars in het Concertgebouw en doet dat terecht. De muziek van Williams behoort weliswaar niet tot de traditionele 'klassieke' muziek, maar is daar zonder meer mee verbonden. Onder leiding van de heerlijk enthousiaste Amerikaanse dirigent John Axelrod en bijgestaan door presentator Leona Philippo  werd de beste muziek uit de Star Wars-films op meer dan overtuigende wijze ten gehore gebracht. Philippe is overigens ook bekend als winnaar van Maestro en liet met het dirigeren van Battle of the Heroes zien dat ze het dirigeren nog niet verleerd is. Op - gek genoeg - The Return of the Jedi na kwamen alle bekende thema's van Episode I The Phantom Menace tot Episode VI The Force Awakens langs. Van het dramatische Duel of the Fates en het romantische Across the Stars tot de bekende Star Wars Main Title en Throne Room. En natuurlijk ontbrak The Imperial March niet waarmee het concert spectaculair opende. Op de omineuze eerste noten ervan kwam John Axelrod - gehuld in het kostuum van Darth Vader - de trap van het Concertgebouw af. Daarmee was de verkleedpartij nog niet ten einde. Als laatste werk voor de pauze klonk het prachtige Jedi Steps and Finale, de muziek die Rey's ontmoeting met Luke Skywalker én de aftiteling van The Force Awakens begeleidt. Muziek die - zeer kenmerkend voor John Williams - er vast vaak voor zorgt dat bioscoopbezoeker blijven plakken tot het einde van de aftiteling. Op deze muziek werd de Grote Zaal van het Concertgebouw bezet door leden van de Dutch Harrison, de Nederlandse afdeling van de 501t Legion die bestaat uit wereldwijd 4.000 Star Wars-fans die kostuums hebben van de bad guys uit het Star Wars-universum. 

Schatplichtig aan Holst, Korngold, Wagner en Stravinsky
Het zal daarom niet verbazen dat het publiek van het Concertgebouw een tikkeltje anders was samengesteld dan tijdens een regulier abonnementsconcert. Tegelijkertijd hoeft hier niet de conclusie uit getrokken te worden dat het een soort samenscholing van Star Wars-nerds was die elke dialoog uit de hele franchise kunnen opdreunen. Hoewel de meneer met zijn Star Trek-t-shirt het niet helemaal begrepen had. Want het Nederlands Philharmonisch Orkest en John Axelrod hadden werk van dit concert gemaakt door het oeuvre van Williams in perspectief te plaatsen. Een perspectief dat zijn muziek verbindt met het grote orkestrale werk dat in Hollywood vanaf ongeveer de jaren dertig furore maakte. Een traditie die werd verstrekt door de Tweede Wereldoorlog en de gedwongen vlucht van talloze componisten zoals Erich Wolfgang Korngold die zich in hun nieuwe (tijdelijke) vaderland toelegden op dit nieuwe genre. Maar ook Wagner heeft hier een rol. Hij stierf weliswaar voordat er überhaupt zoiets was als een film, laat staan filmmuziek maar zijn allesomvattende muziektheater is - zoals Leona Philippo in haar presentatie al duidelijk maakte - als voorloper te zien van de soundtrack. Maar nog belangrijker: zijn gebruik van het Leitmotiv is zonder meer terug te horen in de muziek van Williams dat hierdoor wordt gedomineerd en zo succesvol is toegepast op Star Wars. Daarom liet het Nederlands Philharmonisch Orkest nadrukkelijk ook werk van Wagner en Korngold horen. Die laatste overigens vooral ook om de overeenkomsten met de Star Wars Main Title te laten horen. Dezelfde reden waarom Mars, The Bringer of War uit The Planets van Holst te horen was. In een klein intermezzo liet Axelrod delen uit Le Sacre du Printemps van Stravinsky spelen die wel heel erg klonken als The Dune Sea of Tatooine en The Stormstroopers uit de muziek voor A New Hope. De schatplichtigheid aan de klassieke muziek werd daarmee overtuigend aangetoond, overigens ook altijd ruiterlijk erkend door John Williams zelf. Een schatplichtigheid die Williams heeft geïnspireerd tot een zeer eigen geluid en muzikale canon die hem tot icoon van de filmmuziek heeft gemaakt. En tegelijkertijd het belang van klassieke muziek onderstreept waardoor het andersoortige publiek van dit concert wellicht in de toekomst terug te vinden is bij andere concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Muziek is - zoals ook nu weer bleek - universeel. Zeker de muziek van het Star Wars-universum. 


Op 1 en 2 december 2017 vond 'Star Wars in het Concertgebouw' plaats. Het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van John Axelrod stelde daarbij muziek van John Williams centraal en diens inspiratie: Wagner, Holst en Korngold. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 2 december. Het concert van 2 december werd tevens live gestreamd. 

zaterdag 2 december 2017

Tijdloze 'Howards End' in volle glorie gerestaureerd


In 1992 verscheen Howards End, de derde in een reeks verfilmingen naar boeken van E.M. Forster door regisseur James Ivory en producent Ismail Merchant. In het Engeland van de eeuwwisseling komen drie families van verschillende afkomst met elkaar in aanraking. Een prachtig tijdsbeeld met heerlijke vertolkingen door onder andere Anthony Hopkins en Emma Thompson. Ter gelegenheid van het feit dat het 25 jaar geleden is dat Howards End verscheen, is de film opnieuw verschenen in een gerestaureerde versie. 

In de jaren tachtig en negentig maakte Merchant Ivory Productions furore met literaire verfilmingen van E.M. Forster en Kazuo Ishiguro. A Room With a View (1985), Maurice (1987) maar vooral Howards End (1992) en The Remains of the Day (1993) zijn nog altijd filmklassiekers en onderscheiden zich door de productiekwaliteit en de vertolkingen. Voor zowel Anthony Hopkins als Emma Thompson betekenden deze films een belangrijke mijlpaal in hun carrière. Daar waar The Remains of the Day gebaseerd is op een boek van Kazuo Ishiguro (1954), zijn de drie andere films een verfilming van boeken van E.M. Forster (1879-1970) . Hoewel van een andere generatie gaat The Remains of the Day net als de boeken van E.M. Forster over het oude Engeland van tradities en klassenverschillen en vormen de vier films daarom een afgebakende canon binnen Merchant Ivory, het productiehuis van het succesvolle duo James Ivory en Ismail Merchant die bij deze vier films optraden als respectievelijk regisseur en producent. Howards End was in 1992 meteen al een klassieker en kreeg maar liefst negen Oscarnominaties waarvan er drie werden verzilverd, waaronder die voor Beste Actrice voor Emma Thompson. Inmiddels is het vijfentwintig jaar later en daarmee aanleiding om de film opnieuw af te stoffen. In een volledig gerestaureerde versie op grond van het originele cameranegatief en de magnetische soundtrack uit het archief van het George Eastman Museum. Eerder dit jaar is de film opnieuw uitgebracht in de bioscoop terwijl deze recent op DVD en Blu Ray is verschenen. 

Hoge productkwaliteit
Howards End is typisch zo’n film die vanaf het eerste moment als klassieker door het leven gaat. De vraag daarbij is of een dergelijke film de tand des tijds daadwerkelijk heeft doorstaan en niet alleen nu het kijken nog waard is, maar nog altijd de kwalificatie klassieker recht doet. Aan de productiekwaliteit van de films van Merchant Ivory ligt het in ieder geval niet. De zorg die aan decors, kostuums en locaties is besteed, is uitmuntend en dat je zie je vijfentwintig jaar na dato nog steeds terug. Daarbij is bij deze versie echt sprake van een gerestaureerde versie want de beeldkwaliteit is voortreffelijk. Het voordeel van Howards End is daarbij ook dat het een beeld van een tijd betreft. Een tijdsbeeld van het Engeland rondom het begin van de 20e eeuw: het Edwardiaans tijdperk vernoemd naar Koning Edward VII, zoon en opvolger van Koningin Victoria. Een periode waarin het Verenigd Koninkrijk op het hoogtepunt van haar macht zat. Maar daar gaat het in Howards End en in veel van de boeken van E.M. Forster niet om. Wel gaat het om de rigide klassenmaatschappij en de onderlinge relaties tussen de klassen. 

Een bescheiden maar krachtig drama
Centraal in Howards End staan drie families die andere posities in de maatschappelijke pikorde ondernemen. De familie Wilcox staat – onder andere door haar rijkdom vergaard uit zaken – bovenaan met pater familias Henry (Anthony Hopkins). Eén van de huizen die zij in bezit hebben is een idyllisch landhuis genaamd Howards End. Het huis is via zijn vrouw Ruth (een heerlijke verstrooide rol van Vanessa Redgrave) in zijn bezit gekomen en vormt de liefde van haar leven. In haar nadagen raakt ze bevriend met Margaret Schlegel (een prachtrol van Emma Thompson) die ze telkens belooft mee te nemen naar Howards End. Op haar sterfbed laat ze het huis aan Margaret na, maar deze laatste wil wordt genegeerd door de erven-Wilcox. Niet in de laatste plaats vanwege een mislukte vrijage tussen Margaret’s jongere zus Helen (Helena Bonham Carter) met één van de Wilcox-zoons. Toch houden de families contact en wordt het één familie wanneer Henry Margaret ten huwelijk vraagt. Zowel aan de randen van beide families als de maatschappij zijn daar ook nog Leonard en Jacky Bast. Door een misverstand komt hij in contact met Helen en raakt – door (ongewild) toedoen van beide families – zijn baan kwijt. Zorg over zijn toekomst brengt Helen ertoe om Leonard en Jacky binnen de cirkel van haar familie te brengen met uiteindelijk noodlottig gevolg. Een uitkomst die zich afspeelt in Howards End waardoor het huis een belangrijke rode draad in het leven van de drie families vormt. 

Het bijzondere aan Howards End is dat het drama en ook de impact relatief kleinschalig is, maar dat het verhaal bijzonder krachtig is in de kenschets van het Edwardiaans tijdperk. De eerder genoemde hoge productiekwaliteit en de uitstekende acteerprestaties maken duidelijk waarom Howards End  een klassieker was én is. 

Foto: Lumière


Ter gelegenheid van het feit dat het 25 jaar geleden is dat ‘Howards End’ is verschenen, is de film gerestaureerd en eerder dit jaar opnieuw in de bioscopen gebracht. Recent is de film ook op DVD en Blu Ray verschenen. Deze recensie is op basis van de Blu Ray-versie.

woensdag 29 november 2017

Opera 28 november 2017: De Nationale Opera verbindt de uitersten van Puccini en Zemlinksy


De Nationale Opera
Eine florentinische Tragödie / Gianni Schicchi
(Alexander von Zemlinsky / Giacomo Puccini)

Eine florentinische Tragödie

John Lundgren, Simone
Nikolai Schukoff, Guido Bardi
Ausrine Stundyte, Bianca

Gianni Schicchi

Massimo Cavalletti, Gianni Schicchi
Mariangela Sicilia, Lauretta
Enkelejda Shkosa, Zita
Alessandro Scotto di Luzio, Rinuccio

Jan Philipp Gloger (regie)
Raimund Orfeo Voigt (decor), Karin Jud (kostuums)

Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Twee voor de prijs van één moet De Nationale Opera hebben gedacht met een dubbelproductie van éénakters van Zemlinsky en Puccini. Zowel Eine florentinische Tragödie als Gianni Schicchi spelen zich af in Florence, maar dit gegeven lijkt meteen het enige dat beide opera's bindt. Muziek, verhaal en decor verschillen als dag en nacht, maar toch werkt deze dubbelproductie van uitersten.

Geschreven tijdens de Eerste Wereldoorlog en binnen twee jaar van elkaar in première gegaan (januari 1917 en december 1918), verschillen Eine florentinische Tragödie en Gianni Schicchi van elkaar als dag en nacht. Het muzikale idioom misschien nog wel het meeste. De muziek van de Oostenrijkse Alexander von Zemslinky (1871-1942) is zwaar en dramatisch op de hand en zijn muzikale stijl is een mix van Mahler,  Korngold en Richard Strauss. De veertien jaar oudere Italiaan  Giacomo Puccini (1858-1924) nam het leven in ieder geval minder serieus en dat is in zijn heerlijk melodieuze muziek ook goed te horen. Zijn Gianni Schicchi is één en al vrolijkheid terwijl Eine florentinische Tragödie de donkere diepten van de menselijke psyche opzoekt. Toch werkt de dubbelproductie goed hoewel Gianni Schicchi zonder twijfel de publiekslieveling is en waarschijnlijk ook de belangrijkste reden om deze productie te zien. 

Oprecht grappig
De reden dat Gianni Schicchi in deze enscenering onder regie van Jan Philipp Gloger zo goed werkt, is dat de productie oprecht grappig is. De dood van Buoso Donati is het startschot voor zijn familie om zich te storten op zijn (omvangrijke) erfenis. Het leidt tot een doldrieste zoektocht naar zijn testament die meteen op de lachspieren werkt. Helaas voor de familie blijkt uit het testament dat de enige 'winnaar' niet de familie is, maar de de kerk. De familie zit in zak en as en ook dat levert - met in de hoofdrol Zita (een geweldige rol van Enkelejda Shkosa) - de nodige hilariteit op. Maar niet getreurd want neef Rinuccio heeft de oplossing: het inschakelen van zijn aanstaande schoonvader Gianni Schicchi. Een man die door de rest van de familie te min wordt gevonden omdat Lauretta van haar vader geen bruidsschat mee krijgt. Maar zodra Schicchi ten tonele komt en het plan heeft om het het feit dat de dood van Buoso Donati niet bekend is te benutten voor een doortrapt plan om diens laatste wil te wijzigen, verdwijnen de bezwaren tegen hem als sneeuw voor de zon. De familie, op het liefdespaar Rinuccio en Lauretta na, krijgt hier spijt van wanneer Schicchi - vermomd als Buoso - het zo regelt dat de erfenis naar hemzelf en zijn dochter en schoonzoon gaat. Weliswaar een schurkenstreek, maar één waar Schicchi - met enig recht van spreken - rechtstreeks begrip voor vraagt aan het publiek en dat ook krijgt. Zeker omdat deze productie van De Nationale Opera op alle niveaus werkt: er wordt goed gezongen, nog beter geacteerd (inclusief uitstekende komische timing) en de enscenering - een typisch Italiaanse woning - klopt. Tel daarbij een fijn spelend Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht op en je hebt een klein feestje. Zeker omdat de muziek van Puccini aanstekelijk is, niet in de laatste plaats vanwege de bekende aria 'O mio babbino caro'. Eén van de redenen waarom Gianni Schicchi van Puccini's drieluik Il trittico de meest uitgevoerde is. 

Broeierig maar... 
Het aparte daarbij is dat zodra na de pauze het doek voor Gianni Schicchi opent je - alleen al op grond van de techniek - niet begrijpt waarom deze producties zijn samengevoegd. Want waar Gianni Schicchi zich afspeelt in een klassiek decor, moeten de drie solisten van Eine florentinische Tragödie het doen met een zwevend decor dat continu in beweging is en geen enkele opsmuk kent. De broeierige ouverture - uitstekend gespeeld door het Nederlands Philharmonisch Orkest met in Marc Albrecht een dirigent die het idioom van Zemlinsky zonder meer snapt - is het toneel van een heftige vrijpartij tussen Bianca en Guido, de zoon van de Hertog van Florence. De thuiskomst van Bianca's man Simone - zeer goed gezongen door John Lundgren die daarmee zijn mede-solisten een beetje in de schaduw stelt - verstoort hun samenzijn, maar verraadt hen nog (net) niet. Simone is onder de indruk van de hoge afkomst van de bezoeker en benut zijn afwezigheid om zijn (dure) stoffen aan de man te brengen. De sfeer wordt langzamerhand steeds naargeestiger en eindigt uiteindelijk in een duel waarbij - onverwacht - Guido het onderspit delft en sterft. Bizar genoeg doet deze daad de liefde van Bianca voor Simone weer ontbranden en leidt het tot een soort happy end. 

Eine florentinische Tragödie is zonder meer fascinerend en het decor - alleen al door de originaliteit - levert daar zeker een bijdrage aan. Of het helemaal werkt is wel een klein beetje de vraag. Het bijzondere is dat het gevaarte na de pauze niet gebruikt wordt, behalve (letterlijk) als basis voor het traditionele decor van Gianni Schicchi. Dat beide opera's in Florence spelen en zowel Buoso Donatie als Guido Bardi dezelfde kamerjas afgelegd worden maar ook in beide opera's een (mannelijk) karakter met de naam Simone voorkomt, zijn eigenlijk de enige echte overeenkomsten. Totdat Gianni Schicchi het woord richt aan het publiek. Het decor schiet omhoog en laat het gevaarte uit Eine florentinische Tragödie zien. Zo wordt in één klap duidelijk gemaakt dat beide verhalen niet alleen in Florence spelen, maar in het daadwerkelijke zelfde Florence. Een beetje een gimmick, maar zo kwamen de uitersten toch nog een beetje bij elkaar.

Foto's: De Nationale Opera


De dubbelproductie van Zemlinsky's Eine florentinische Tragödie en Gianni Schicchi van Puccini werd van 11 t/m 28 november 2017 opgevoerd door De Nationale Opera. Deze is recensie is op basis van de laatste uitvoering op 28 november.

zaterdag 25 november 2017

De revanche van Chamberlain. 'Munich' van Robert Harris


De Conferentie van München in 1938 beoogde ‘peace for our time’ te brengen, maar stelde de Tweede Wereldoorlog slechts voor korte tijd uit. Het verdrag dat de Britse premier Neville Chamberlain met Hitler sloot geldt tegelijkertijd op het moment zelf als zijn grootste triomf maar in retrospectief als zijn grootste nederlaag. Met de reputatie van ‘appeaser’ Chamberlain is het daarna nooit meer goed gekomen. De nieuwe roman Munich van Robert Harris is een spionagethriller tegen de achtergrond van de krachtmeting tussen Hitler en Chamberlain waarbij Harris voor die laatste wat herstelwerkzaamheden uitvoert. 

Het komt maar zelden voor dat een historische gebeurtenis zowel het hoogte- als dieptepunt in een carrière is. Het overkwam Neville Chamberlain in 1938 toen hij fameus terugkeerde naar het Verenigd Koninkrijk en – op grond van het Verdrag van München – ‘Peace for our time’ kon verklaren. Door Hitler aan de onderhandelingstafel in München te krijgen én hem te bewegen zich via een verdrag aan de internationale rechtsorde te houden was een nieuwe wereldoorlog voorkomen. Helaas bleek het slechts uitstel van executie en zou precies een jaar later de allesvernietigende Tweede Wereldoorlog starten. Een oorlog die ook de carrière en reputatie van Chamberlain zou vernietigen. Want zijn glorieuze moment van dat jaar ervoor kreeg een kwalijke dimensie. Want met de erkenning van de annexatie van het Sudetenland door Duitsland werd niet alleen Tsjechoslowakije geofferd, maar ook de internationale rechtsorde en kon Hitler rustig door gaan met zijn allesverwoestende doel om Duitsland Lebensraum te verschaffen. Met de aanvang van de Blitzkrieg die Polen overrompelde, werd Chamberlain alsnog gedwongen Duitsland de oorlog te verklaren. Het Verdrag van München kwam daarmee in een ander daglicht te staan en daarmee ook zijn appeasementpolitiek. Chamberlain werd gedwongen af te treden en opgevolgd door Winston Churchill. Met de reputatie van Chamberlain zou het niet meer goed komen terwijl hij slechts een halfjaar na zijn aftreden overleed aan de gevolgen van maagkanker. Voor Robert Harris de perfecte voedingsbodem voor zijn nieuwste roman Munich, een spionagethriller die speelt tegen de achtergrond van (de aanloop naar) de Conferentie van München. 

Onderhandelen in het hart van het Nationaalsocialisme 
Robert Harris weet als geen ander het verleden tot leven te brengen. Hij deed het al met zijn trilogie over het leven van Cicero en gaf vorig jaar met Conclave een inkijk in de verkiezing van een Paus. Ook de Tweede Wereldoorlog is hem niet vreemd met Enigma en Fatherland, een alternatieve geschiedenis waarin Duitsland de Tweede Wereldoorlog won. In september 1938 begaven delegaties van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië zich naar München. Een symbolische plek omdat juist hier het Nationaalsocialisme als eerste voet aan de grond kreeg en de stad sindsdien doordesemd werd door de vernietigende ideologie van Adolf Hitler. In het duistere hart van het Nationaalsocialisme was het aan Chamberlain – en in mindere mate de Franse premier Daladier – om Hitler te overtuigen om tot een vreedzame oplossing inzake het Sudetenland te komen. Een poging waarbij de Italiaanse dictator Mussolini bijzonder genoeg gold als een matigende factor. Harris beschrijft de sfeer van zowel de conferentie als de aanloop daarnaartoe treffend. Vooral door het alterneren tussen het Duitse en Britse gezichtspunt waarbij de spionagethriller die het hart van het verhaal vormt wordt gedragen door twee relatief laaggeplaatste ambtenaren: aan Britse kant door één van Chamberlain’s secretarissen Hugh Legat en aan Duitse kant door de diplomaat Paul Hartmann, een telg van Pruisische Junkers en zeer zeker geen fan van Hitler. 

Samenzwering
Hoewel Hartmann en Legat fictief zijn, geldt dit niet voor een groot deel van hun omgeving. Beide heren hebben een gedeeld verleden dat hen (opnieuw) naar München brengt. Daarbij haakt Harris handig in op de daadwerkelijk bestaande September-samenzwering (onder leiding van Ludwig Beck en Hans Oster) waarbij het leger Hitler zou neutraliseren wanneer hij Duitsland in oorlog zou storten. Bizar genoeg maakte het Verdrag van München een einde aan deze samenzwering. Ondanks dat het geen verrassing is dat de samenzwering op niets uitliep en het Verdrag van München de Tweede Wereldoorlog niet kon stoppen, heeft het verhaal toch een zekere spanning in zich. Ook bijzonder is dat in Munich Chamberlain door Harris wordt neergezet als allesbehalve naïef. Harris betoogt dat de appeasementpolitiek voortkomt uit een combinatie van een oprechte poging om oorlog en daarmee bloedvergieten te voorkomen én de wetenschap dat het Verenigd Koninkrijk – indien het tot oorlog zou komen - de extra tijd kon inzetten om op oorlogssterkte te komen. Toch een soort revanche voor Chamberlain dat een zeer lezenswaardig boek oplevert. 

‘Munich’ van Robert Harris is in september verschenen. Een Nederlandse vertaling – ‘München’ – van Rogier van Kappel is in oktober verschenen.

woensdag 22 november 2017

"Hallo. Daar zíjn we weer!" - 'Origin' van Dan Brown


Sinds The Da Vinci Code in 2003 verscheen is Dan Brown steevast terug te vinden in de bestsellerlijsten, met name wanneer het een nieuw avontuur van Robert Langdon betreft. Inmiddels is de expert in symbolen en codes met Origin toe aan zijn vijfde avontuur. Wederom een pageturner en zeker niet de slechtste uit de serie. 

Vaste prik in het hilarische society-programma Glamourland van Gert-Jan Dröge was interieurontwerper Jan des Bouvrie. Zodra hij – voor de zoveelste keer – weer in beeld kwam, schalde de woorden “Hallo. Daar zíjn we weer!” door de huiskamer. Precies dat gevoel bekruipt je bij het fictieve personage Robert Langdon. De hoogleraar kunstgeschiedenis aan Harvard en erkend specialist in symbolen en codes is misschien wel één van de belangrijkste redenen waarom de boeken van Dan Brown zo ontzettend goed verkopen. Een soort Indiana Jones voor deze tijd die tegelijkertijd ook lijkt te dienen als alter ego van de schrijver zelf zet zijn intellectuele kracht in om tal van complotten en mysteries te ontrafelen. Hoewel Dan Brown al vanaf 1998 publiceert, begon zijn echte succes pas in 2003 met The Da Vinci Code. Het gedoe uit Rooms-Katholieke hoek was daarbij zeker een factor en maakte van Dan Brown in één klap een bestselleracteur. Een verfilming kon niet achterblijven en in 2006 kroop publiekslieveling Tom Hanks in de huid van Robert Langdon en mocht Ron Howard de regiehonneurs op zich nemen. De kritieken hielden niet over, de opbrengst daarentegen bepaald wel. Inmiddels is met Origin (in de Nederlandse vertaling Oorsprong) het vijfde avontuur van Robert Langdon een feit. Daarmee is het ‘Hallo. Daar zíjn we weer!’-gevoel compleet. De vraag is: zijn we inmiddels Robert Langdon-moe?

Het Robert Langdon-universum
Een niet geheel onterechte vraag aangezien de laatste twee bijdragen in het Robert Langdon-universum – The Lost Symbol en Inferno – niet bepaald goed waren. Ook de verfilming van Inferno – nog meer dan The Da Vinci Code en Angels & Demons – liet te wensen over. Sowieso is het opvallend dat de boeken die na The Da Vinci Code ook de bestsellerlijsten bestormden – Angels & Demons, Deception Point en Digital Fortress – allemaal zijn geschreven voor het succes van The Da Vinci Code en daarmee heruitgaven betroffen. Daarvan was alleen Angels & Demons een Robert Langdon-avontuur. De andere twee boeken waren stand alone-avonturen die het lezen meer dan de moeite waard zijn. Angels & Demons is daarbij misschien wel het beste boek uit het Robert Langdon-universum. Gelukkig voor alle Dan Brown-fans (die sowieso ieder boek van zijn hand verslinden) is Origin weliswaar na The Da Vinci Code geschreven, maar hoort het kwalitatief tot de boeken van voor die tijd. 

Robert Langdon goes España
Zijn nieuwste avontuur brengt Robert Langdon naar Spanje en in het bijzonder het Guggenheim Museum in Bilbao. Een museum dat net zoals het moedermuseum in New York een zeer kenmerkende architectuur heeft. New York heeft Frank Lloyd Wright, maar Bilbao heeft die andere Frank: architect Frank Gehry. Reden voor zijn aanwezigheid is een voormalige student van hem Edmond Kirsch. Deze Kirsch is een futurist die een soort amalgaam is van Elon Musk, Steve Jobs en Mark Zuckerberg. In het Guggenheim zal Kirsch een ontdekking toelichten die de mensheid, maar vooral religies op de grondvesten zal doen trillen: het antwoord op de vragen ‘Waar komen we vandaan?’ en ‘Waar gaan we naartoe?’. Natuurlijk krijgt Kirsch de mogelijkheid niet om zijn ontdekking toe te lichten en is het aan Robert Langdon om de antwoorden te vinden. Daarbij bijgestaan door Ambra Vidal, de telegenieke directeur van Guggenheim en bovenal de verloofde van de (fictieve) Spaanse troonopvolger. En zo combineert Dan Brown religie en wetenschap (met name kunstmatige intelligentie) met het koninklijk huis van Spanje en voegt daar en passant nog een flinke dosis complottheorie rondom een Spaanse anti-Paus aan toe. Lezers van Dan Brown zal het allemaal niet onbekend voorkomen, maar het aardige aan Origin is dat het – zoals van Brown verwacht mag worden – een onvervalste pageturner betreft die ook nog eens (relevante) vragen stelt over de natuur van religie. De geoefende lezer zal een groot deel van de clou halverwege al geraden hebben terwijl de bad guy (een Spaanse admiraal die het allemaal niet meer zo ziet zitten) niet echt heel lekker uit de verf komt. Desalniettemin een prima bijdrage aan het Robert Langdon-universum waarbij het ‘Hallo. Daar zíjn we weer!’ mag schallen.

‘Origin’ van Dan Brown is in oktober verschenen. Een Nederlande vertaling – ‘Oorsprong’ – van Erica Feberwee en Yolande Ligterink is tegelijkertijd verschenen.

maandag 30 oktober 2017

Concert 28 oktober 2017: Orkest zonder dirigent en vioolconcert met piano


Beethoven: Ouverture 'Coriolan' 
Beethoven: Pianoconcert naar 'Vioolconcert in D'
Schubert: Symfonie Nr. 5

Dejan Lazić (piano)
Gordan Nikolić, Nederlands Kamerorkest
Concertgebouw, Amsterdam

Beethoven componeerde een wonderschoon vioolconcert en vijf pianoconcerten. Maar de liefhebber komt tot zes pianoconcerten aangezien Beethoven zelf zijn vioolconcert herschreef voor piano. Zijn 'Zesde Pianoconcert' was afgelopen zaterdag bij Dejan Lazić in goede doch theatrale handen. Het dirigentloze Nederlands Kamerorkest tekende voor een sprankelende begeleiding en energieke uitvoeringen van de Ouverture Coriolan en de Vijfde Symfonie van Schubert. 

De in Kroatië geboren, maar in Salzburg opgegroeide pianist Dejan Lazić bracht al eens eerder een van oorsprong vioolconcert in een uitvoering voor piano ten gehore. In 2011 speelde hij - samen met het Nederlands Kamerorkest waar hij met regelmaat te gast is - de pianoversie van het Vioolconcert van Johannes Brahms. Een versie die hij zelf voor piano heeft bewerkt. Voor Beethoven's beroemde Vioolconcert kon hij zich de moeite besparen aangezien de componist dit klusje zelf al geklaard heeft. Volgens het informatieve programmaboekje dat door het Nederlands Kamerorkest voor dit concert was samengesteld is de pianoversie gearrangeerd op verzoek van de componist en pianist Clementi. Schijnbaar was het een niet ongewoon verzoek aangezien Beethoven meerdere van zijn werken omzette naar piano. Hoewel het voor liefhebbers van het Vioolconcert vast wennen is om de pianoversie te horen, heeft Beethoven er betrekkelijk weinig werk aan gehad aangezien de pianoversie vrijwel zonder aanpassingen omgezet is. Daarmee ontstond een 'Zesde Pianoconcert' dat nooit zo bekend geraakt en vaak gespeeld is als zijn vijf pianoconcerten en dat ene briljante vioolconcert, maar zonder meer de moeite van het uitvoeren en beluisteren waard is. Ingeklemd tussen een ouverture die Beethoven in hetzelfde jaar (1807) componeerde en de Vijfde Symfonie van Franz Schubert die de toen 19-jarige componist slechts negen jaar later voltooide. 

Wanneer komt de dirigent op?
Het Nederlands Kamerorkest - sinds 1985 onderdeel van Stichting Nederlands Philharmonisch Orkest - begeleid met regelmaat opera's bij De Nationale Orkest en stond vanaf de oprichting in 1955 maar liefst 22 jaar onder leiding van violist Szymon Goldberg. Sinds 2004 is het wederom de eerste viool die tegelijkertijd de leiding heeft over het orkest: Gordan Nikolić. Dit betekent overigens niet dat het orkest geen dirigent heeft, want vanaf de eerste lessenaar heeft Nikolić duidelijk de muzikale leiding in handen. Met een strakke, intense en dramatisch gespeelde Ouverture 'Coriolanus' laat het orkest er geen twijfel over bestaan dat het prima zonder een dirigent op de bok, maar in het orkest. Sowieso is het op de gelijknamige Romeinse patriciër gebaseerde orkestral werk een welkome start voor ieder concert. Toch is het opvallend met hoeveel plezier en energie door het Nederlands Kamerorkest wordt gemusiceerd. Een speelwijze die ook bij de Vijfde Symfonie van Schubert het devies is. Een symfonie die een sprankeling en vrolijkheid in zich heeft die misschien minder tijdloos en universeel aansprekend is dan de overbekende Achtste ('De Onvoltooide') en de Negende (de 'Grote'), maar zeer goed past bij het karakter van het Nederlands Kamerorkest. 

Tikkeltje theatraal
Maar de hoofdattractie is toch het Pianoconcert naar het 'Vioolconcert in D' van Beethoven. Heel even leek deze in de schaduw te moeten staan van een nogal schreeuwerig Versace(?)-overhemd van  Dejan Lazić. Solisten - en vergeet dirigenten ook zeker niet - willen nog wel eens "bijzondere" kledingkeuzes maken.  Lazić past zonder meer in deze categorie. Gelukkig sprak de muziek voor zich, hoewel ook de nogal theatrale handgebaren van Lazić in combinatie met het overhemd een manmoedige poging ondernamen om de aandacht van de muziek af te leiden. Vanaf de eerste noten die samen een lange orkestrale inleiding vormen won de muziek het echter glansrijk. Maar dan het moment dat - ondanks het zicht op een piano - de eerste noten van de viool zich moeten aandienen, maar in plaats daarvan de piano de leiding neemt is en blijft wennen. Maar wie zich daarover heen kan zetten en met dank aan een uitermate strakke en zeer staccato uitvoering ontdekt een Vioolconcert dat als (Zesde) Pianoconcert evenzo goed werkt en tegelijkertijd een eigenstandig werk vormt. 

Het Nederlands Kamerorkest en pianist Dejan Lazić voeren op 27, 28 en 30 oktober en 1 november in Amsterdam, Alkmaar en Haarlem werken van Beethoven en Schubert uit. Meer informatie en kaarten bestellen hier. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 28 oktober in het Amsterdamse Concertgebouw. 

zaterdag 28 oktober 2017

Opera 26 oktober 2017: Violetta kan de tering krijgen, maar het publiek zeker niet!


Nederlandse Reisopera
La Traviata
(Giuseppe Verdi,  1813-1901)

Urška Arlič Gololičič, Violetta Valéry
Jesús Garcia, Alfredo Germont
Anthony Michaels-Moore, Giorgio Germont
Hanna-Liisa Kirchin, Flora Bervoix
Daniela Mazzucato, Annina
Christian Damsgaard, Gastone de Létorières
Eddie Wade, Barone Douphal
Wiebe-Pier Cnossen, Marchese d'Obingny
Paolo Battaglia, Dottore Grenvil

Floris Visser (regie), Alex Brok (licht)
Dieuweke van Reij (Decor en kostuums)

Consensus Vocalis, Scapino Ballet
Ilyich Rivas, Het Gelders Orkest
Zuiderstandtheater, Den Haag

Na het overweldigende succes van zijn regiedebuut met Orphée et Eurydice keert Floris Visser bij de Nederlandse Reisopera terug met La Traviata. De perfectie van zijn debuut evenaart hij niet, maar La Traviata is een ongekwalificeerd succes door de aansprekende enscenering, de toevoeging van een psychologische dimensie en een goede tot uitstekende uitvoering. Alleen het acteertalent van Violetta laat enigszins te wensen over en het aantal pauzes verstoort de dynamiek. 

Het jaar 2015 was een spannend jaar voor de Nederlandse Reisopera. Zou er nog genoeg geld zijn om het gezelschap draaiend te houden, maar vooral de kwaliteit te verzekeren of moest er gefuseerd worden met Opera Zuid? In die onzekere context kwam de geweldige productie van Orphée et Eurydice van Gluck als geroepen. Een succes zowel bij critici als publiek zal vast en zeker een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de toekomst van de Nederlandse Reisopera. Inmiddels is het gezelschap twee jaar verder, de (financiële) toekomst tot en met 2020 geborgd en een gezamenlijke productie met Opera Zuid het gevolg van samenwerking en niet gedwongen fusie. Op dit moment reist het gezelschap Nederland door met een onvervalste klassieker: La Traviata van Verdi. Wederom is Floris Visser gevraagd de regie ter hand te nemen. Een verzoek dat overigens voor de première van zijn regiedebuut Orphée et Eurydice al werd gedaan, maar wellicht een grotere uitdaging vormt. La Traviata is immers één van meeste bekende opera's van niet alleen Verdi, maar het repertoire in het algemeen. Een gegarandeerde publiekstrekker, maar dus ook een productie die in de aanpak nogal snel verkeerd kan uitpakken.  

Een psychologische dimensie
Dat is gelukkig geenszins het geval bij deze aansprekende enscenering. Visser kiest voor een relatief klassieke setting die daardoor behoorlijk getrouw is aan het origineel. Aankleding en tijdsgewricht zijn wat moderner, maar het grootste deel van de opera vindt plaats in een prachtig en klassiek huis met diverse kamers en trappen. Een huis dat eigendom is van de courtisane Violetta Valéry en dienst doet als haar woning én het ontvangen van haar clientèle. Waarmee Visser zijn stempel drukt, is een psychologische dimensie waarbij op gezette tijden Violetta's jeugd aan haar voorbij trekt. Een jeugd met een strenge vader en een vriendje waarmee het uiteindelijk niets wordt. De toevoeging van de jonge Violetta is een vondst en zorgt voor een uitvergroting van Violetta's tragische leven. Een leven zonder echte liefde, maar met een ziekte (tuberculose) die haar fataal wordt. Tijdens een feest - groots en meeslepend gebracht in deze enscenering - valt het (liefdes)kwartje dan toch en geeft ze (uiteindelijk) haar liefde aan Alfredo Germont. Hun geluk is slechts van korte duur wanneer blijkt dat hun gelukkige leven tegelijkertijd het einde van Violetta's professie inluidt en het geld snel op raakt. Haar voornemen tot de verkoop van al haar bezittingen, leidt tot een eerste scheur in hun relatie. Het bezoek van Alfredo's vader Giorgio is genoeg voor de definitieve breuk. De 'zondige' relatie staat het huwelijk van Alfredo's zus in de weg en Violetta - tot grote dankbaarheid van Giorgio - besluit Alfredo te verlaten. Alfredo neemt dit nieuws bepaald niet goed op en beledigt Violetta voor de gehele Parijse goegemeente. Berooid eindigt Violetta in haar huis en overlijdt. Zij en Alfredo maken het net voor die tijd goed, maar de opera eindigt desondanks in een grote tragedie. 

And the Oscar goes to... 
De thematiek van La Traviata is feitelijk de tering krijgen. Zowel letterlijk als figuurlijk aangezien Violetta niet alleen tuberculose heeft, maar ook nog eens door haar geliefde op hatelijke én publieke wijze wordt vernederd. Een rol die daarom veel vraagt van een sopraan zowel qua zang als het gestalte geven aan Violetta. In dat eerste slaagt Urška Arlič Gololičič goed, maar haar acteertalent laat een beetje te wensen over. Het is allemaal weinig subtiel waarbij het uitdrukken van wanhoop voor haar vooral een kwestie lijkt van je armen zo wijd mogelijk spreiden. In tegenstelling tot een eerdere recensie is het niet dermate storend dat hierdoor (echt) afbreuk wordt gedaan aan deze uitvoering. Maar een kanshebber voor een Oscar is Gololičič zeer zeker niet. Sowieso wordt er in La Traviata goed tot uitstekend gezongen en gemusiceerd. Jesús Garcia overtuigt als Alfredo, maar Anthony Michaels-Moore die zijn vader Giorgio speelt, overtuigt misschien wel het meeste. Op een afstandje lijkt hij en beetje op John '3rd Rock from the Sun' Lithgow, maar bovenal zong deze bariton uitstekend en gaf hij zijn rol overtuigend gestalte. Dit alles meer dan goed begeleid door het Gelders Orkest onder leiding van Ilyich Rivas en Consensus Vocalis. Het prettige aan een uitvoering wat verderop in de speellijst te horen, is dat een orkest gaandeweg meer op elkaar ingespeeld raakt. Naar aanleiding van de première was er her en der wat commentaar dat het orkest en het koor wat 'rommelig' musiceerden. In het Haagse Zuiderstrandtheater was daar zeker geen sprake van. Verder speelde het Scapino Ballet een - relatief - kleine rol door de inzet van enkele dansers. Altijd goed wanneer de diverse instellingen met elkaar samenwerken in een dergelijke productie.

Minder pauzes aub
Ten slotte nog iets over pauzes. Het is gebruik om na iedere acte een pauze te laten plaats vinden. Zo is er - meestal na een uur muziek - weer even tijd voor het publiek om het allemaal op zich in te laten werken. Daarbij is het ook handig om decorwisselingen in alle rust plaats te laten vinden. Toch valt er ook wat voor te zeggen om het aantal pauzes tot een minimum te beperken en vaker het publiek even in het donker te laten wachten tot het decor voor een nieuwe akte gereed is. Want de muzikale lijn en concentratie worden door een pauze toch onderbroken. Daarbij is het - zeker in het Zuiderstrandtheater - een hele logistieke operatie waarbij het vullen van een zaal al snel een kwartier duurt. La Traviata duurt in de regel net iets minder dan twee uur waarbij de laatste akte ruim drie kwartier duurt en de eerste twee aktes samen iets meer dan een uur. Twee volledige pauzes van samen vijftig minuten is dan - zeker bij een relatief kort werk - zonde en doet echt afbreuk aan het genieten en je onderdompelen in de muziek. Daarbij is het toch heerlijk om helemaal in muziek op te kunnen gaan? Zeker bij een heerlijke uitvoering zoals La Traviata van de Nederlandse Reisopera.


Van 30 september t/m 18 november 2017 voert de Nederlandse Reisopera 'La Traviata' van Giuseppe Verdi door heel Nederland uit. De première vond plaats in het Wilminktheater in Enschede. Deze recensie is op basis van de uitvoering in het Haagse Zuiderstrandtheater op 26 oktober 2017. Meer informatie en kaarten bestellen hier

dinsdag 24 oktober 2017

13 oktober 2017: Een oprecht grappige 'Il Turco in Italia' in München


Bayerische Staatsoper
Il Turco in Italia
(Gioachino Rossini, 1792-1868)

Ildebrando D'Arcangelo, Selim
Olga Peretyatko-Mariotti, Donna Fiorilla
Alessandro Corbelli, Don Geronio
Michele Angelini, Don Narciso
Sean Michael Plumb, Prosdocimo
Paula Iancic, Zaida
Long Long, Albazar
Damien Liger, Faktotum

Christof Loy (regie)
Herbert Murauer (decor en kostuums)

Chor & Opernballett der Bayerischen Staatsoper
Antonello Allemandi, Bayerisches Staatsorchester 
Nationaltheaeter, München

In Christof Loy's (hernomen) enscenering van Il Turco in Italia van Rossini is een oprecht komisch moment nooit ver weg. Een heerlijk energiek spelend en door Antonello Allemandi aangejaagd orkest van de Beierse Staatsopera en geweldige vertolkingen van met name Olga Peretyatko en Alessandro Corbelli maken het Beierse feest compleet. 

Gioachino Rossini (1792-1868) is typisch een componist die de melodie aan zijn kont heeft hangen. Met name zijn opera's zitten vol rijke melodieën die meteen lekker in het gehoor liggen. Dit verklaart ook grotendeels waarom hij bij leven meteen en - op termijn - na zijn dood populair was en is gebleven. Met name zijn komische opera's zijn een categorie op zich. Met de dramatische en groots opgezette opera Guillaume Tell eindigde Rossini in 1829 zijn reeks van opera's. Een kleine veertig jaar voor zijn overlijden. Hij trok zich blijkbaar terug omdat hij sterk het idee had dat zijn type van opera's niet meer in trek waren. Hij bleef componeren, waaronder zijn befaamde Stabat Mater, maar met opera was het gedaan. In de jaren dat hij opera's componeerde, zat hij niet bepaald stil en daarom beslaat zijn oeuvre een indrukwekkend aantal van 39 opera's. Met name zijn komische opera's hebben zijn faam gevestigd. Il Turco in Italia is daar een prachtig voorbeeld van. Zeker in de heerlijke uitvoering door de Bayerische Staatsoper te München. 

Komisch en energiek
Olga Peretyako
In de enscenering van Christof Loy - voor het laatst in München te zien in 2014 - is de zoektocht van de dichter Prosdocimo naar een aansprekend plot voor een drama buffo verplaatst naar de jaren vijftig. In zijn zucht om een libretto te schrijven wordt de dichter onderdeel - en zelfs dupe - van het door hem verzonnen verhaal. Een verhaal waarbij het bezoek van een Turkse prins een kettingreactie van verwikkelingen veroorzaakt waarbij een voormalige geliefde van hem opnieuw een gooi naar geluk doet, maar kapers op de kust zijn die haard en huwelijk op het spel zetten. Uiteindelijk komt het allemaal goed en (her)overwint de liefde en heeft Prosdocimo zijn libretto en de luisteraar een erg fijne opera. Rossini was zijn tijd vooruit met een focus op 'gewone' mensen in zijn opera's waarbij de onderlinge verhoudingen - zeker voor die tijd - erg modern waren met bepaald niet zwakke vrouwelijke personages. Verhoudingen die - zeker in Il Turco in Italia - alleen al door de tekst komisch uitpakken en de tand des tijds redelijk doorstaan. In de regie van Loy wordt het komische karakter onderstreept en uitgebouwd. Een scene tussen Selim en Don Geronio die strijden om het hart van Don Fiorilla (de vrouw van Don Geronio) wordt briljant komisch door beide heren hun kleren te laten uitrekken om daaronder een boksoutfit tevoorschijn te laten komen. De aanloop naar en het (schijn)gevecht zelf werkte aanstekelijk op de lachspieren van het Beierse publiek. Dit alles overigens zeer geholpen door een energieke muzikale directie van de Italiaanse dirigent Antonello Allemandi die oor én oog heeft voor de muziek van Rossini door tegelijkertijd tempo te houden, maar de details niet te veronachtzamen.  

Sterren van de avond
Alessandro Corbelli
Maar de grootste sterren van de avond waren zonder twijfel Olga Peretyatko (Donna Fiorilla) en Alessandro Corbelli (Don Geronio). Peretyako heeft haar Rossini-credentials recent ruimschoots bewezen met de cd Rossini!, een recital van bekende aria's uit o.a. Il Turco in Italia, Il Barbiere di Siviglia en Il Viaggio a Reims. Niet alleen overtuigt Peretyako als sopraan, maar zeker ook als actrice. De rol van de overspelige en gewilde Donna Fiorilla is haar op het lijf geschreven. Hetzelfde geldt voor Alessandro Corbelli die haar man Don Geronio gestalte geeft. Hoewel Corbelli inmiddels de 65 is gepasseerd, is dat volstrekt niet te horen aan het bereik en impact van zijn warme baritonstem. Daarnaast is hij gezegend met acteertalent want het is niet in de laatste plaats aan hem te danken dat deze uitvoering van Il Turco in Italia zo grappig uitpakt. Sowieso is de cast van deze uitvoering om door een ringetje te halen. Ook de dichter van de hand van Sean Michael Plumb die in deze enscenering gaandeweg het verhaal steeds meer schade oploopt, is voorbeeldig. Enige uitzondering op dit feest is de Don Narciso van Michele Angelini. Met name voor de pauze leek zijn zang telkens een fractie tegen het gewenste resultaat aan te hangen. In de tweede akte kwam hij pas op stoom en klonk hij - weliswaar pas na een tijdje - in zijn hoofdaria als een klok. Slechts een kleine smet op een voor de rest heerlijke uitvoering van Rossini's komische opera die nog eens duidelijk maakt waarom muziek niet alleen mooi maar ook heel komsich kan zijn.

'Il Turco in Italia' onder regie van Christof Loy is dit seizoen hernomen door de Bayerische Staatsoper. De voorstellingen hebben inmiddels plaatsgevonden. Deze recensie is op basis van de uitvoering op vrijdag 13 oktober 2017. 

dinsdag 17 oktober 2017

Toneel 16 oktober 2017: IJzersterke Carine Crutzen als Nikkelen Neelie


Theatergroep Suburbia
Neelie!

Carine Crutzen, Neelie Kroes
Dic van Duin, o.a. Bram Peper 
Thomas de Bres, o.a. Frans Swarttouw 
Lykele Muus, o.a. Wouter Jan Smit
Emmanuel Ohene Boafo, o.a. Hans Wiegel
Felix Meyer, o.a. Onno Ruding
David Elsendoorn, o.a. Ruud Lubbers

Léon van der Sanden (tekst), Julia Bless (regie)
Oude Luxor Theater, Rotterdam

Een nog levende politica als onderwerp van een toneelvoorstelling? Theatergroep Suburbia neemt de handschoen op met een productie geïnspireerd op het leven van voormalig minister en Europees Commissaris Neelie Kroes. Het is de vraag of Nikkelen Neelie het zelf een eerbetoon vindt, maar de ijzersterke vertolking door Carine Crutzen en de dynamiek van dit drama over macht, seks en feminisme maken het een meer dan geslaagde voorstelling.

Een toneelvoorstelling over een nog levende politica die bepaald niet in de coulissen is verdwenen, is een gedurfde keuze van Theatergroep Suburbia. Toch hebben schrijver Léon van der Sanden en regisseur Julia Bless met overtuiging gekozen om Neelie! op de planken te brengen. In het begeleidende programmaboekje maken zij duidelijk dat Neelie Kroes een vrouw is die staat voor deze tijd. Omstreden, maar tegelijkertijd een rolmodel. Een vrouw die de inspiratie voor Neelie! vormt, maar geen volledig waarheidsgetrouwe weergave van haar leven. Maar hoe pakt dit in de praktijk uit? Is het te overdreven of zit het vol met groteske verzinsels dan is de vraag waarom je überhaupt een bekende politica tot uitgangspunt neemt. Het is overduidelijk dat Neelie! gedramatiseerd toneel is waarbij de belangrijkste episoden uit het leven van voormalig minister en Europees Commissaris Neelie Kroes herkenbaar gepresenteerd worden, maar tegelijkertijd pogen een breder – bijna Shakespeariaans – verhaal te vertellen over het vrouw-zijn in een mannenwereld. Hoewel deze aanpak soms wat schuurt met het echte leven van Neelie Kroes is Neelie! een zeer geslaagde productie en het zien meer dan waard. Niet in de laatste plaats door een dynamische productie, een op elkaar ingespeeld ensemble en vooral een overtuigende vertolking door Carine Crutzen.

Nixon en Neelie!
Een vertolking die allesbehalve een imitatie door Crutzen van de bekende politica is. De voor Kroes typerende hoge hakken, mantelpakjes en haardracht daargelaten, lijkt en – tot op zeker hoogte – klinkt Crutzen niet als Kroes. Toch is haar vertolking ontegenzeggelijk raak. Een vertolking die doet denken aan Nixon van Oliver Stone. Net als Crutzen lijkt Anthony Hopkins eigenlijk helemaal niet op de hoofdpersoon – in dit geval de 37e President van de Verenigde Staten – maar is hij het wel. In die zin zijn er meer overeenkomsten tussen Neelie! en Nixon. Zowel de film als de toneelvoorstelling vergroten het leven van de hoofdpersoon uit om een breder verhaal te vertellen over macht. Enerzijds voorkomt dit ‘gedoe’ met de – in het geval van Neelie! nog levende – hoofdpersoon, maar anderzijds vooral om het geheel wat tijdlozer te maken. Een dergelijke aanpak werkt alleen wanneer de hoofdpersoon overtuigend wordt vertolkt in plaats van niet meer dan een karikatuur te zijn. Hoewel de Neelie van Crutzen zonder twijfel karikaturale elementen bevat, is het een aansprekende vertolking van een vrouw bij wie Rotterdam door de aderen vloeit en zich staande houdt in een mannenwereld. De première van Neelie! vond weliswaar plaats in Almere, maar het Oude Luxor Theater in Rotterdam was gisteren toch bepaald een meer passende locatie. 

Een dynamische productie met uitstekend samenspel
Want als er iets centraal staat in het leven van Neelie Kroes dan is het wel Rotterdam. De plek waar ze geboren en getogen is. De stad in wederopbouw die grote impact op haar gemaakt heeft. Het Rotterdam waar haar (strenge) vader aan verknocht was en zijn transportbedrijf opbouwde. De stad waar ze studeerde, onderdeel werd van de ‘Rotterdamse maffia’ van o.a. Ruud Lubbers, Onno Ruding en Frans Swarttouw. Die laatste met een belangrijke rol in het toneelstuk als haar permanente en keiharde minnaar waartegen haar eerste man Wouter-Jan Smit het moest afleggen. En de voorzitter van de Raad van Bestuur van het noodlijdende Fokker die vaak een beroep deed op Kroes in haar hoedanigheid als minister van Verkeer & Waterstaat. Maar ook de stad waar haar tweede echtgenoot PvdA-prominent en partijideoloog Bram Peper burgemeester was en tegelijkertijd de stad van Pim Fortuyn. Fortuyn die in deze toneelvoorstelling relatief prominent gepresenteerd wordt als kwelgeest van Neelie en Bram tijdens de bonnetjesaffaire van die laatste. Want affaires – zowel zakelijk als seksueel – zijn er genoeg in dit toneelstuk over macht, seks en vrouw-zijn in een mannenwereld. Het knappe aan Neelie! is dat Carine Crutzen en de zes mannen van Theatergroep Suburbia niet alleen een uitstekend samenspel hebben – Dic van Duin als Bram Peper en Thomas de Bres als Frans Swarttouw voorop – maar ook tekenen voor een dynamische productie. De verschillende – hoofdzakelijk chronologische gepresenteerde – episoden worden wervelend gebracht waarbij handig gebruik gemaakt van het publiek door bijvoorbeeld een politieke speech van Neelie door de andere acteurs vanuit het publiek te laten interrumperen. Neelie! duurt op de kop af één uur en vijfenveertig minuten zonder pauze, maar verveelt geen moment. Of de echte Neelie er blij mee zal zijn, is de vraag maar het is een fascinerende en geslaagde productie die het zien meer dan waard is. 

Foto: Theatergroep Suburbia


Theatergroep Suburbia voert ‘Neelie!’ van 7 t/m 23 december 2017 door heel Nederland uit. De première was op 14 oktober in de Kunstlinie Almere Flevoland (KAF). Deze recensie is op basis van de opvoering in het Oude Luxor Theater te Rotterdam op 16 oktober. Meer informatie hier.