donderdag 12 december 2013

Opera 10 december 2013: 'De Speler' van Sergej Prokofjev


De Nederlandse Opera
De Speler
Sergej Prokofjev (1891-1953)

John Daszak, Aleksej Ivanovitsj
Sara Jakubiak, Polina
Pavlo Hunka, Generaal
Renate Behie, Baboelenka
Gordon Gietz, Markies
Kai Rüütel, Blanche
George Nigi, Mr. Astley
Marcel Beekman, Vorst Nilsky
Matthew Zadow, Baron Würmerheim
Roger Smeets, Potapitsj

Koor van De Nederlandse Opera
Marc Albrecht, Residentie Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Dat een gokverslaving je wereld kan beperken en of je nu wint of verliest je leven er niet beter op wordt, is voor Sergej Prokofjev (1891-1953) een mooie aanleiding geweest om de roman De Speler van Fjodor Dostojevski te gebruiken als basis voor een gelijknamige opera uit 1917. Een opera wiens experimentele muziek de moderne tijd met urgentie aankondigt doch pas in 1929 voor het eerst te horen was: de Russische Revolutie gooide roet in het eten en dwong Prokofjev uit te wijken naar de Verenigde Staten. Met de daadwerkelijke eerste uitvoering zoveel jaar later was de impact van dit stuk minder dan in 1917 en misschien is dat wel de reden waarom deze opera vrij onbekend is en niet bijster vaak wordt uitgevoerd. 

Dat weerhield het uitstekende spelende Residentie Orkest er niet van om onder de bezielende leiding van Marc Albrecht deze moderne en bij tijd en wijle absurdistische opera met verve te brengen. In een inventieve 'gesloten' enscenering van een hotel-casino in Roulettenburg volgen we Aleksej Ivanovitsj die gokverslaafd is en via het gokken de geldproblemen van zijn vriendin Polina hoopt op te lossen. In dit vreemde hotel-casino ontmoet Aleksej, overigens uitstekend vertolkt door John Daszak, een aantal andere zonderlinge figuren waaronder Polani's stiefvader - de Generaal - die rondhangt in het hotel-casino in afwachting van de dood van de rijke Baboelenka ('Grootmoedertje') waardoor haar erfenis hem toekomt en hij zijn schulden bij de Markies kan aflossen. Helaas voor de Generaal duikt Baboelenka onverwacht op en jaagt met een ongekende vitaliteit het grootste deel van haar rijkdom er doorheen. Sommigen zouden het zien als de ultieme daad van vrouwelijke onafhankelijkheid, maar anderen als the last hurrah van een vrouw aan het einde van haar leven. Niet alleen is de Generaal zijn erfenis kwijt, ook zijn vriendin Blanche vindt het wel best met hem en laat merken dat de enige aantrekkingskracht die hij had zijn toekomstige financiële situatie betrof. 

Hoewel onze hoofdpersoon Aleksej in de opera weinig geluk kent, verandert zijn geluk in de laatste akte: hij laat de bank springen en kan Polina uit de brand helpen. Russische vrouwen zijn daarbij onvoorspelbaar en Polina werpt zijn geld terug en verlaat hem, Aleksej achterlatend in een permanente gokverslaving die hij maar weer snel in de praktijk brengt. Daarmee de conclusie rechtvaardigend dat een gokverslaving - gelijk elke verslaving - isolatie met zich mee brengt en leidt tot een gesloten wereld. Een thema dat in meer of mindere mate voor alle bezoekers van het hotel-casino in Roulettenburg geldt en prachtig gevat in de enscenering die tevens de (toenmalige) tijdsgeest mooi neerzet, maar altijd blijk geeft van een gesloten wereld zonder uitgang naar de buitenwereld. Overigens is de muziek van Prokofjev zeker niet ieder's smaak. De urgentie, het modernisme en het 'zware': je moet er wel van houden. Maar alle reden om een kaartje voor deze muzikale waarschuwing tegen gokken te overwegen. 

De Nederlandse Opera voert 'De Speler' nog uit op 13,17, 20, 23, 26 en 29 december 2013 uit. De première was op 7 december. Deze recensie is op basis van de uitvoering van 10 december. Kaarten bestellen kan hier

De trailer van 'De Speler':



woensdag 11 december 2013

'The Bridge II' zet grensverleggende spanning onverminderd voort


Met The Bridge II is het gelukt  de spanning van de eerste serie te evenaren, waardoor The Bridge zichzelf positioneert als misschien wel de beste Scandinavische crimeserie.
 
Al eerder is hier en op andere plaatsen hoog opgegeven van de Scandinavische televisie-industrie. Het succes van The Killing en Borgen is algemeen bekend en vorig jaar – in de slipstream van dat succes – werd ook de Zweeds-Deense coproductie The Bridge (Bron / Broen) in Nederland uitgebracht. De vondst van een lijk op de Sontbrug (Øresundsbron), precies op de grens tussen Denemarken en Zweden, bracht de autistische Zweedse inspecteur Saga Norén en de womanizing Deense inspecteur Martin Rohde samen. Aan dit duo de opdracht om de moordenaar op te sporen en diens almaar uitdijende complot een halt toe te roepen. Net als bij de succesformule van The Killing blijf je als kijker gekluisterd aan het scherm en zie je de oplossing zich ontvouwen in tien spannende afleveringen van elk een uur. Het is niet zo gek dat het fenomeen binge-viewing benoemd is, want series zoals The Bridge zijn hiervoor gemaakt: eenmaal begonnen, is het onmogelijk te stoppen.
 
De moorddadige Sontbrug
Hoewel The Killing een afgeronde verhaallijn kent en uiteindelijk heeft geleid tot drie series, leek het minder voor de hand te liggen dat er ook een vervolg zou komen op The Bridge. Titel en verhaallijn van de serie waren zo verbonden met de Sontbrug dat het toch moeilijk leek een vervolg te creëren dat niet halfslachtig aan zou doen. Immers zou wederom een moord op of rondom de Sontbrug weinig geloofwaardig zijn. Het knappe aan The Bridge II is dat de schrijvers erin geslaagd zijn een verhaallijn te verzinnen die de spanning van het origineel evenaart (en misschien op punten zelfs overstijgt) en tegelijkertijd de aanleiding weer te vinden rondom de Sontbrug.
 
The Bridge II vindt plaats dertien maanden na de dramatische gebeurtenissen van het origineel waarbij Martin en Saga weliswaar de moordenaar, politie-collega Jens, hebben gepakt, maar dit wel ten koste is gegaan van het leven van Martins zoon August. Martin is nog altijd in diepe rouw en leeft inmiddels gescheiden van zijn vrouw en zijn (resterende) kinderen. Saga daarentegen functioneert gezellig autistisch door en lijkt – emotioneel althans – nergens vatbaar voor. Sterker nog: Saga heeft inmiddels een relatie met ene Jakob die het nodige met haar te stellen heeft in de serie, omdat haar klinische benadering van een relatie nu niet bepaald romantisch is.
 
Ecoterrorisme
Het botsen van een oude olietanker op de Sontbrug waarbij aan boord gevangen gehouden Zweedse en Deense jongeren worden gevonden, brengt Martin en Saga weer bij elkaar. Het onderzoekt leidt al snel tot een groep ecoterroristen die dood en verderf zaaien om aandacht te vragen voor hun groene agenda. The Bridge zou The Bridge echter niet zijn als dit niet slechts het topje van de ijsberg blijkt en achter deze terroristen een gewiekste mastermind met compleet andere doelstellingen schuilgaat. De combinatie van de sociale Martin en de autistische (maar enorm analytische en scherpe) Saga werkt wederom aanstekelijk en in de spannende tien afleveringen die de tweede serie beslaat, krijgen we ook een kijkje in de (emotionele) keuken van Martin en Saga. Martin worstelt nog steeds met de dood van zijn zoon en gaat in de gevangenis de confrontatie aan met Jens, in een poging hem de ernst van zijn daden te laten inzien. Ondertussen worstelt Saga met haar relatie en komen we door toedoen van Martin meer te weten over haar familieachtergrond en zien we dat erachter dat koele exterieur zeker emotie schuilt.
 
Gezien de spanning die bij het kijken van een serie als The Bridge hoort, is het verstandig het verhaal in zo vaag mogelijke termen te beschrijven – spoilers zijn absoluut ongewenst. Het knappe aan de serie is overigens dat natuurlijk het complot wordt opgelost, maar niet zonder persoonlijke gevolgen voor Martin en Saga, die overigens uitstekend worden neergezet door Kim Bodnia en Sofia Helin. Hier blijft The Bridge het (g)rauwe en realistische karakter van de Scandinavische crime series trouw. En daar waar het einde ook een echte afsluiting betekent van het eerste seizoen, laat het een los eindje achter waardoor het niet anders kan dat op termijn een derde (en gelijk The Killing laatste?) serie verschijnt. En dat is voor niemand een straf. Voor nu kunnen alle liefhebbers van crimeseries in het algemeen en Scandinavische series in het bijzonder hun hart ophalen bij het bloedstollende The Bridge II.
 
The Bridge II’ is sinds 4 december overal verkrijgbaar zowel op DVD als Blu-ray en wordt uitgegeven door Lumière in de serie ‘Lumière Crime Series’. Eerder was de DVD-versie al exclusief via de webshop van De Volkskrant verkrijgbaar. Bestellen kan hier.
 
De trailer van de ‘The Bridge II’:
 

 

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

maandag 9 december 2013

The Last Empress: 'De Keizerin' van Jung Chang



Jung Chang schrijft met De Keizerin een zeer lezenswaardige biografie van keizerin-weduwe Cixi en verhult haar sympathie voor ‘De Oude Boeddha’ niet.

Gezien het toenemende belang van opkomende wereldmacht China is het niet vreemd dat de interesse in de Chinese geschiedenis – gelijk de fascinatie voor de geschiedenis van de huidige hegemoon de Verenigde Staten – toeneemt. Jung Chang (1952) is hier een exponent van en dit wordt ondersteund door het verkoopsucces van haar familieautobiografie Wilde Zwanen, drie dochters van China en haar controversiële (lees: zeer negatieve) biografie Mao, het onbekende verhaal geschreven met haar man de Britse historicus Jon Halliday. Nu heeft Chang zich geworpen op het levensverhaal van keizerin-weduwe Cixi (ook bekend als Tsu Hsi), een vrouw waar haar bewondering evident voor is.

Vooroordelen
Bijna veertig jaar domineerde Cixi (1835-1908) het Chinese Keizerrijk tijdens de Qing-dynastie. Een niet geringe prestatie voor een ieder, maar toch zeker voor een vrouw. Toch is relatief weinig bekend over Cixi in de Westerse wereld op enkele (negatieve) vooroordelen na naar aanleiding van de Bokseropstand (1899-1901) en de beschrijving in de geschiedenisboeken ervan. En natuurlijk wordt het beeld van Cixi gevormd door Bernardo Bertolucci’s magistrale The Last Emperor (1987) over de laatste keizer van China Puyi die op driejarige leeftijd door Cixi werd uitgeroepen tot de (laatste) heerser van het in elkaar stortende Chinese keizerrijk.

Voordat de Qing-dynastie ten val zou komen was Cixi aan de macht. Haar tocht naar het centrum van de macht verliep via het zijn van de bijvrouw van keizer Xianfeng (1831-1861). In die rol kreeg zij de enige zoon van Xianfeng en bij het opvolgen van diens vader als keizer Tongzhi (1856-1875) kwam de feitelijke macht in haar handen. Een macht die ze ruim veertig jaar zou uitoefenen als regent voor keizer Tongzhi en na diens dood via haar neefje keizer Guangxu (1871-1908). Ze zorgde ervoor dat Guangxu haar niet overleefde waardoor ze tot op het laatste moment de macht in handen hield en het einde van de dynastie voorzag.

Chinese girl power
Jung Chang positioneert Cixi overduidelijk als het voorbeeld van girl power in China en de drijvende kracht achter de modernisering van China waardoor Cixi “het middeleeuwse China de moderne tijd in leidde”. Een modernisering die zich met name in de laatste jaren van haar bewind voltrok. Chang vertelt het verhaal van Cixi vol verve en heeft daarmee een zeer leesbare biografie geschreven waarbij ook de context van Cixi’s bewind duidelijk wordt. Een context van een China dat ook hoognodig moest moderniseren omdat zij geen partij was voor de Westerse mogendheden (met name Rusland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) terwijl het opkomende Japan een steeds groter gevaar voor China vormde. De Opiumoorlogen en de Bokseropstand maakte duidelijk dat China niet bestand was tegen de moderne tijd. In de ogen van Chang moderniseerde Cixi China met behoud van de eeuwenoude Chinese tradities en leidde China door deze moeilijke tijd en stelt zij dat Cixi in de geschiedenisboeken niet fair behandeld is: “Ze werd ofwel gezien als tiranniek en wreed of hopeloos incompetent, of allebei”.

Na het lezen van Chang’s strijdbare verdediging van Cixi en de vergelijking met de tirannie van het communisme die na Cixi (en de nationalisten onder Chiang Kai-shek) plaats vond, kan moeilijk anders geconcludeerd worden dat Cixi inderdaad tekort is gedaan. Daarentegen is het natuurlijk wel de vraag of de weergave van Cixi’s leven en daden door Chang niet ietwat te rooskleurig zijn. Gek genoeg stoort dit bij het lezen van deze ‘hagiografie’ geen moment. Voor allen die meer willen weten over de fascinerende geschiedenis van het Chinese Keizerrijk in het algemeen en de formidabele Cixi in het bijzonder is dit boek zonder meer een aanrader.

‘De Keizerin’ van Jung Chang is oorspronkelijk in het Engels uitgegeven als ‘The Empress Dowager Cixi: The Concubine Who Launched Modern China’ en in het Nederlands vertaald door Bart Gravendaal en Maarten van der Werf voor Meulenhoff Boekerij. Bestellen kan hier

zaterdag 7 december 2013

Musical 2 december 2013: 'The Book of Mormon'


The Book of Mormon
Verhaal, muziek en tekst door 
Trey Parker, Robert Lopez en Matt Stone

Prince of Wales Theatre, Londen

Wie de film South Park: Bigger, Longer & Uncut (1999) gezien heeft, zal het niet verbazen dat de makers van de succesvolle (en nog steeds lopende) serie South Park ambities hebben in de wereld van de musical. Want de filmversie van South Park grossiert in muzikale nummers die afgekeken lijken van het beste wat musicals te bieden hebben. En hoewel het overduidelijk spoofs zijn, zitten de nummers dermate goed in elkaar dat het ook een ode is aan de muziek van musicals. De filmversie van South Park smaakte blijkbaar naar meer, want twaalf jaar later (in 2011) ging de eerste echte musical van Trey Parker en Matt Stone in première op Broadway: The Book of Mormon

Satire met een hart
Inmiddels is de musical een groot succes en wordt de musical niet alleen op Broadway opgevoerd, maar ook in Chicago en hebben er twee tours in de Verenigde Staten plaats gevonden. En sinds 2013 is The Book of Mormon ook te zien in het Mekka van de musical: de West End in Londen. Net als in de V.S. is ook in Londen The Book of Mormon een grote hit en de grappigste musical die deze recensent heeft gezien. Want The Book of Mormon is een satire op religie in het algemeen en de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints (de Mormomen) in het bijzonder. Op geraffineerde wijze leggen Matt Stone en Trey Parker via aanstekelijke liedjes de inconsistenties van het Mormoonse geloof bloot om tegelijkertijd ook de boodschap uit te dragen dat het effect van geloof positief kan zijn. Het is daarom niet vreemd dat Matt Stone sprak van 'an atheist's love letter to religion'.  

Overigens betekent dit niet dat de musical in de verste verte moet worden gezien als een vorm van promotie voor de Mormonen. Want door de verhalen van de echte Boek van Mormon door de musicalwasstraat te halen en de gemiddelde musicalbezoeker te confronteren ermee onderstreept toch in hoge mate het ietwat belachelijke karakter van deze op drie na grootste christelijke stroming in de Verenigde Staten. Een stroming waar ook de voormalige presidentskandidaat Mitt Romney deel van uitmaakt. Het is ook niet zo vreemd dat Mormonen in het algemeen wat vreemd worden aangekeken in de Verenigde Staten en daarbuiten. Oervader van de Mormomen is Joseph Smith (1805-1844) die een Goddelijke openbaring claimde te hebben ondergaan die hem leidde naar een (gouden) geschrift dat kan worden gezien als het derde deel van de Bijbel. In dit deel worden de verhalen verteld van Goddelijke profeten die leefden op het Amerikaanse vasteland waarmee de Bijbelse verhalen dus ook een Amerikaanse dependance zouden kennen. Op grond hiervan leidde Joseph Smith zijn volgelingen naar het onontgonnen Westen om onderweg aan zijn einde te komen waarna zijn volgelingen zich vestigden in de Amerikaanse Utah en Salt Lake City stichtten. Een staat en een stad waar de Mormonen nog altijd dominant zijn. 

Ode aan de musical
Op basis hiervan hebben Matt Stone, Trey Parker en Robert Lopez een hilarische (en vooral niet zoetsappige) musical geschreven met liedjes die een satire zijn op de muziek van musicals, maar tegelijkertijd ook een ode aan de musical zijn. In The Book of Mormon volgen we de jonge Elders Price en Cunningham die na hun opleiding - tot hun beider schrik- aan elkaar worden gekoppeld en naar Oeganda worden gestuurd. Price is de veelbelovende Mormoon die wordt gekoppeld aan de wandelende ramp die Cunningham is. In Oeganda kunnen ze alleen maar constateren dat hun missie om de lokale bevolking - onderdrukt door een een militaire junta - het ware geloof te laten vinden volstrekt hopeloos is. Zoals altijd bij een musical is de wandelende ramp de redder van het verhaal en vindt de ijdele Price het licht en ontdekken de Mormomen van Oeganda en de lokale bevolking dat ze elkaar kunnen vinden in het concept van geloof en niet de rigide lijn van het Boek van Mormon. En zo krijgt deze hilarische en uitstekend in elkaar zittende musical een happy end in de beste traditie van de nuscial. Een enorme aanrader voor allen die binnenkort in New York, Chicago of Londen zijn!

Het openingsnummer 'Hello!' van 'The Book of Mormon' tijdens de Tony Awards 2012:


donderdag 5 december 2013

Concert 1 december 2013: LSO on Film: The Music of Patrick Doyle


Selecties uit de (film)muziek van Patrick Doyle:
Much ado about Nothing, Hamlet, Eragon, Sense and Sensibility,
Harry Potter and the Goblet of Fire, Henry V, Jack Ryan: Shadow Recruit, Corarsik
Calendar Girls, Rise of the Planet of the Apes, Wah-Wah, Brave

Janis Kelly (sopraan), Tomo Keller (viool), Emma Thompson & Sir Derek Jacobi
Frank Strobel, London Symphony Orchestra & Chorus
Barbican Hall, Londen

Grote kans dat de naam Patrick Doyle (1953) weinigen wat zegt, zelfs wanneer erbij vermeld wordt dat hij filmcomponist is. Maar de kans is evenzo groot dat zijn muziek, met name voor films zoals Henry V ('Non Nobis Domine'), Hamlet ('In Pace') en Harry Potter and the Goblet of Fire ('Potter Waltz'), juist wel heel bekend voorkomt. En zeker met het oog op de laatste film uit dit rijtje is dat knap omdat de oorspronkelijke muziek voor de Harry Potter-films door niemand minder is geschreven dan de absolute grootmeester van de filmmuziek: John Williams. Toch heeft Patrick Doyle het aangedurfd om voor de vierde film uit de Harry Potter-reeks, de eerste film zonder huiscomponist Williams maar wel met diens bekende 'Hedwig's Theme', uitstekende muziek te componeren. En het feit dat deze muziek in de schaduw kan staan van de muziek van Williams zegt veel over het talent van Doyle. Een talent dat al in een vroeg stadium is ontdekt door acteur-regisseur Kenneth Branagh wiens verfilmingen van Shakespeare allemaal bogen op de muziek van Patrick Doyle. Muziek in films zoals Hamlet, Henry V en Much ado about Nothing voegen zonder twijfel veel toe, niet in de laatste plaats door een mooie bijrol voor Doyle in Henry V waarin hij het 'Non Nobis Domine' inzet. 

Een schaterende en kwebbelende Schot
Alle reden dus voor het London Symphony Orchestra (LSO) om Doyle ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag te eren met een concert volledig in het teken van zijn muziek. Zoals altijd bij concerten in het Barbican Centre vindt voorafgaand aan het concert een inleiding plaats met deelnemers van het concert. In dit geval werd Patrick Doyle geïnterviewd door Gareth Davies, eerste dwarsfluit van het LSO. Doyle blijkt een onvervalste Schot met een enorm zonnige kijk op het leven en een grote dosis humor. Schaterlachend en kwebbelend vloog daarom de inleiding voorbij waarbij Doyle niet voorbij ging aan het moeizame herstel van een zware ziekte en zijn liefdadigheidswerk ten behoeve van de bestrijding van leukemie. Liefdadigheid die hij vorm heeft gegeven door het organiseren van een concert met medewerking van zijn vrienden uit de filmindustrie zoals Kenneth Branagh, Emma Thompson en Sir Derek Jacobi.

De hoge achting van vrienden en familie voor Doyle was onmiskenbaar zichtbaar in de Barbican Hall: vele aanwezigen waren precies dat. Zo ontstond tijdens het concert een uitgelaten sfeer die het concert alleen maar ten goede kwam. Overigens niet in de laatste plaats door het uitstekende London Symphony Orchestra dat al jarenlang vertoeft in de top vijf van de beste orkesten van de wereld. Daarbij is filmmuziek een specialiteit van het LSO aangezien deze muziek vaak op het programma staat en het LSO tal van soundtracks heeft verzorgd. Een traditie die begonnen is met het opnemen van de daadwerkelijke soundtrack van de Star Wars-films. Dit werd nog eens onderstreept door de dirigent van de avond: Frank Strobel. Naast zijn focus op twintigste eeuwse componisten heeft hij zich gespecialiseerd in uitvoeringen van filmmuziek, onder andere door het live begeleiden van (oudere) films zoals Metropolis, Battleship Potemkin en de filmversie van Richard Strauss' Der Rosenkavalier. Deze laatste uitvoering heb ik - met veel plezier - enkele jaren geleden gehoord en gezien in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag. 

Schotse roots
De gespeelde selectie uit de filmmuziek van Doyle vormde een prachtig overzicht van diens werk. Opvallend daarbij was dat in veel van zijn werken zijn Schotse achtergrond impliciet (Much ado about Nothing, Wah-Wah) of heel erg expliciet (alle Schotse instrumenten rijkelijk present in een suite uit de Pixar-film Brave) te horen is. Zijn Schotse roots waren overigens het beste hoorbaar in het enige muziekstuk van de avond dat niet door Doyle voor film is gecomponeerd: Corarsik for Violin and Orchestra (2009). Dit werk heeft Doyle speciaal geschreven voor de vijftigste verjaardag van Emma Thompson. Het werk is digitaal uitgebracht nadat Thompson het liet horen in het bekende BBC Radio 4-programma Desert Island Discs

Doyle had ook nog een nieuwtje: de wereldpremière van enkele delen uit de in januari uit te komen film van Kenneth Branagh uit de Jack Ryan-reeks (The Hunt for Red October, Patriot Games etc.): Jack Ryan: Shadow Recruit. Tijdens het concert was Doyle zelf ook meermalen aan het woord om zijn dank over te brengen aan het LSO c.s. maar ook om zijn kinderen aan te kondigen die - zeer verdienstelijk - het nummer I find your love uit Calendar Girls ten gehore brachten. Ook sopraan Janis Kelly kwam nog langs voor het zingen van 'Weep you no more, sad fountains' uit Sense and Sensibility. Hoogtepunten van de avond waren overigens de bijdragen van twee van zijn vrienden: de overbekende Emma Thompson en Sir Derek Jacobi. Op muziek uit Much ado Nohing declameerde Emma Thompons 'Sigh no more'. Het absolute hoogtepunt - zeker voor deze liefhebber van I, Claudius - was toch echt Sir Derek Jacobi die op muziek van Hamlet op imponerende en magistrale wijze 'My Thoughts be Bloody' uit Shakespeare's Hamlet voordroeg. De volledige Barbican Hall ging hierbij terecht uit zijn dak. Wat een heerlijk concert!

'Non Nobis Domine' uit 'Henry V':


woensdag 4 december 2013

Murder She Wrote meets Mad Men: 'Maria Lang Mysteries'

© Lumière

De nieuwe Scandinavische crimeserie Maria Lang Mysteries laat zien dat niet alles uit Scandinavië grauw en rauw is. Met deze mooie tegenhanger van The Killing duurt het Scandinavische tv-succes voort.

Het voortdurende succes van de Scandinavische televisie-industrie is fascinerend. Want hoe kan het toch dat de drie Scandinavische landen met in totaal ‘slechts’ 24 miljoen inwoners met hun televisieseries zo’n impact hebben? Zeker in het licht van het feit dat de talen van Scandinavië amper te volgen zijn waardoor multitasking tijdens het kijken (lees: pielen met je smartphone of tablet) onmogelijk is en de culturen van Scandinavië dermate eigen zijn dat herkenbaarheid toch ook niet de verklaring kan zijn.

Het politieke drama van Borgen is universeel terwijl blijkbaar de (g)rauwheid van The Killing de Nederlandse (en Europese!) kijker mateloos fascineert. Gezien het succes van The Bridge (deel 2 is inmiddels verschenen) zou het rauwe en grauwe misschien toch de verklaring zijn voor het Scandinavische succes. De filmversies van de Millennium-trilogie onderstrepen dat punt. 

Een idyllisch, maar moorddadig dorp 
Maar dan hebben we daar opeens een nieuwe Zweedse crimeserie die in niets lijkt op The Killing of The Bridge: de Maria Lang Mysteries. Want hoewel moord en doodslag aan de orde van de dag is in het Zweedse dorp Bergslagen valt deze nieuwe televisiester aan het Scandinavische firmament het beste te omschrijven als een mix van Murder, She Wrote en Mad Men. De Maria Lang Mysteries zijn gebaseerd op de detectives van Maria Lang, pseudoniem voor de Zweedse schrijfster Dagmar Lange (1914-1991) en gaan over passionele moorden. Het koppel Puck en Eje dwarrelt gelijk Jessica Fletcher uit Murder, She Wrote door hun eigen wereld en lopen opvallend genoeg continu tegen moorden in hun (welvarende) omgeving aan. Een eigenschap die er vast voor gaat zorgen dat Bergslagen net als Jessica Fletcher’s fictieve woonplaats Cabot Cove een gemiddeld aantal moorden op jaarbasis krijgt te verstouwen waar menig grote stad zich nog voor zou schamen. De fotogenieke en über-Zweedse Puck en Eje worden bijgestaan door een vriend en vertegenwoordiger van de wet: detective Christer Wijk.

Jaren vijftig
Het aardige aan de Maria Lang Mysteries is dat het speelt in het Zweden van de jaren vijftig. Dit is overigens niet zo vreemd aangezien de boeken van Maria Lang die de basis vormen voor deze serie ook in die periode geschreven zijn. Daarmee zijn de Maria Lang Mysteries ook meteen een tijdsbeeld van het Zweden van de jaren vijftig, een Mad Men op z’n Zweeds zo u wilt. Juist dit zorgeloze en vrolijke tijdsbeeld vormt een scherp contrast met hetgeen borrelt onder de oppervlakte van kneuterigheid en gezelligheid. Want de moorden zijn allesbehalve kneuterig en gezellig en raken ook thema’s zoals homoseksualiteit die in de jaren vijftig volstrekt niet bespreekbaar waren, maar desalniettemin wel gewoon figureerden in de boeken van Maria Lang. Over progressief gesproken!

Gelijk de oervader van het Scandinavische succes Wallander bestaat de serie uit zes afgeronde verhalen van elk anderhalf uur. Wie net als deze recensent verslingerd is geraakt aan everything Scandinavian en na Wallander, The Killing en Borgen op zoek is naar een nieuwe serie om de donkere wintermaanden in zelfgebreide Sarah Lund-trui door te komen, doet er niet onverstandig aan om de Maria Lang Mysteries aan te schaffen. 

'Maria Lang Mysteries' is op DVD verkrijgbaar en wordt uitgegeven door Lumière. Kopen kan hier. De trailer van de Maria Lang Mysteries:


Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.