donderdag 30 maart 2017

'Onegin' van Het Nationale Ballet: Meeslepend liefdesdrama zonder poespas


Het Nationale Ballet
Onegin
(Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, 1840-1893)

Anna Tsygankova, Tatiana
Jozef Varga, Onegin
Qian Liu, Olga
Remi Wörtmeyer, Lensky
Sébastien Galtier, Gremin

John Cranko (choreografie)
Kurt-Heinz Stolze (muziekbewerking en orkestratie)
Elisabeth Dalton (decor en kostuums)

Het Nationale Ballet
Ermanno Florio, Het Balletorkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Hoewel Tsjaikovski "slechts" muziek schreef voor drie balletten betekent dit allerminst dat de balletwereld zich hoeft te beperken tot Het Zwanenmeer, De Notenkraker en De Schone Slaapster. Want met Onegin liet choreograaf John Cranko zich weliswaar inspireren door Tsjaikovski's opera Jevgeni Onegin maar vond hij de muziek in ander werk van de Russische romanticus. Aan Het Nationale Ballet is een dergelijk klassiek doch eigentijds liefdesepos zeer besteed en tekent daarom voor een meeslepende productie. 

Het zijn goede tijden voor liefhebbers van Tsjaikovski. Want hoewel Onegin va John Cranko (1927-1973) in 1965 in première ging bij het Stuttgarter Ballet en in 1967 een gereviseerde versie kreeg, duurde het nog tot 2002 voordat Het Nationale Ballet zich er aan waagde. Maar nu dus in de reprise. Een goede timing aangezien enkele maanden geleden een ander ballet gebaseerd op het werk van Tsjaikovski in Nederland te zien was: Alice in WinterWonderland van De Dutch Don't Dance Division (zie hier voor die recensie). De basis voor die productie werd in 1995 gelegd door componist-dirigent Carl Davis die de opdracht van het English National Ballet kreeg om op grond van het werk van Tsjaikovski muziek samen te stellen voor een balletversie van Alice in Wonderland. Het aardige daarbij is dat Tsjaikovski nog altijd inspireert, maar dat zijn oeuvre dermate groot is dat beide balletten slechts één deel uit dat oeuvre delen. Daar waar Alice bestaat uit een avonturentocht door de fantasie van een meisje, is Onegin een onvervalst liefdesepos. Een ballet dat net als de (bijna) gelijknamige opera gebaseerd is op een roman van Aleksandr Poesjkin (1799-1837). Een schrijver die rustig de Russische Shakespeare genoemd mag worden. Met Onegin schreef hij vooral een liefdestragedie aangezien de liefde van Tatjana door Onegin wordt afgewezen. Een nare afwijzing aangezien Onegin voor de ogen van Tatiana haar liefdesbrief aan hem verscheurt. Om het allemaal nog een tikkeltje erger te maken flirt Onegin met Olga, de verloofde van zijn vriend Lensky. Deze Lensky laat het er niet bij zitten, daagt Onegin uit voor een duel, maar laat daarbij het leven. Vele jaren later is de arrogante en harteloze Onegin veranderd in een lege huls op zoek naar een antwoord op zijn eigen nutteloosheid. Op een bal van een prins ontmoet hij wederom Tatiana die inmiddels de vrouw van zijn gastheer blijkt. Onegin raakt alsnog verliefd op Tatiana, maar ditmaal is zij het die zijn liefdebrief verscheurt en een einde maakt aan dit tragische epos. 

Een eigentijdse klassieker
Het bizarre aan dit verhaal is dat het deels overlap heeft met het werkelijke leven van Poesjkin, zonder dat hij daar overigens erg in heeft gehad. Want Poesjkin zou zelf de dood vinden in een duel naar aanleiding van een (vermeende) affaire. Een affaire waarbij het duel overigens eerder werd afgewezen, maar een zeer literaire doch krenkende brief van Poesjkin aan zijn tegenstrever alsnog leidde tot het fatale duel. Het is daarom niet voor niets dat het begindoek van deze productie het portret van Poesjkin draagt, inclusief zijn geboorte- en sterfjaar. De productie van Het Nationale Ballet is daarbij klassiek, maar dat past juist erg goed bij deze tragische liefdesgeschiedenis. De choreografie van John Cranko is weliswaar ook klassiek, maar heeft een duidelijk eigentijds karakter. Daarbij is het opvallend dat de gehele productie een fijne 'vaart' heeft waarbij de solo's, duetten en de (indrukwekkende) scenes van het corps de ballet naadloos en afwisselend in elkaar overgaan. Dit alles ondersteund door de tijdloze muziek van Tsjaikovski die als symbool van de (muzikale) Romantiek zeer op zijn plaats is. Het knappe is dat het arrangement, gelijk Carl Davis voor Alice in Wonderland, weliswaar bestaat uit een allegaartje van meer en minder bekende muziek van Tsjaikovski maar wel klinkt als één geheel. 

Lul van een vent
Maar wat uiteindelijk deze productie geslaagd maakt, zijn de prestaties van Het Nationale Ballet. Met Jozef Varga heeft Onegin een solist die niet alleen technisch uitmuntend is, maar vooral uitstekend gecast is als de arrogante Onegin. Want sympathiek is Onegin zeker niet, het is gewoon een lul van een vent. Varga weet op overtuigende wijze gestalte te geven aan een man die probleemloos solt met de gevoelens van een vrouw en er ook wel been in ziet om een vriend te doden. Een vriend die overigens evenzo zo goed gestalte wordt gegeven door Remi Wörtmeyer die technisch eveneens enorm begaafd is, maar een karakter hieraan koppelt dat innemend is. Ster is natuurlijk Tatiana in een prachtrol van Anna Tsygankova. Dit alles gecompleteerd door een goed op elkaar ingespeeld corps de ballet en de uitstekende bezielende begeleiding door het Balletorkest onder leiding van Ermanno Florio. De liefhebber van een meeslepend liefdesdrama als klassiek doch eigentijds ballet kan de komende weken probleemloos terecht bij Het Nationale Ballet.


'Onegin' wordt van 29 maart t/m 16 april 2017 uitgevoerd door Het Nationale Ballet. Deze recensie is op basis van de première op 29 maart. Meer info en kaarten bestellen hier

maandag 27 maart 2017

Midnight Sun: In de Zweeds-Franse Lappen-mand


Televisiemakers uit Zweden en Frankrijk bundelen succesvol hun krachten in de nieuwste crimeserie Midnight Sun. De getormenteerde Franse politieagente Kahina Zadi vormt met de sullige openbaar aanklager Anders Harnesk een onwaarschijnlijk duo in de klopjacht op een wrede seriemoordenaar. En dat alles in de spectaculaire natuurpracht van het Zweedse mijnstadje Kiruna waar de zon de hele dag schijnt en de duisternis in haar inwoners huist.

De duistere misdaadseries zijn al jaren niet aan te slepen. Hoewel de kwaliteit van de meeste series, vooral uit de Scandinavische landen, niet bepaald een probleem is, wordt het natuurlijk steeds lastiger om een originele draai aan het genre te geven. Midnight Sun, de nieuwste loot aan de misdaadstam, weet in de eerste minuten meteen de aandacht te trekken. Niet alleen door de spectaculair gruwelijke moord via een helikopter, maar ook doordat de gelauwerde acteur Peter Stormare (Fargo, The Lost World: Jurassic Park en Prison Break) zijn opwachting maakt in deze Zweeds-Franse coproductie. Zowel Frankrijk als Zweden timmeren allebei aan de weg in het segment van de misdaadseries, maar in Midnight Sun is deze samenwerking ook een onlosmakelijk element van het verhaal. Want de man die op – ik herhaal het nog maar eens – spectaculair gruwelijke wijze via een helikopter aan zijn einde komt, blijkt een Frans staatsburger te zijn. Alle reden voor de Franse politieagente Kahina Zadi om af te reizen naar het noordelijkste puntje van Zweden. Daar in de ongerepte natuur bevindt zich het stadje Kiruna. Een stadje dat leeft van de mijnbouw en tegelijkertijd valt binnen Lapland en daarmee het domein van de Sami, het nomadische volk dat wij vooral kennen als de Lappen. Samen met haar Zweedse collega Rutger Berlin – gestalte gegeven door de indrukwekkende Zweedse acteur Peter Stormare – is het aan Zadi om de moordenaar op te sporen. Een moordenaar die in de beste traditie van dergelijke misdaadseries het natuurlijk niet bij één slachtoffert laat en een grote originaliteit toont in de wijze waarop hij zijn slachtoffers om het leven brengt. 

Een dag zonder nacht
De teleurstelling is dan ook groot wanneer de rol van Peter Stormare al na één aflevering eindigt en zijn plek wordt ingenomen door de sullige openbaar aanklager Anders Harnesk die bovenal een antiheld is. De teleurstelling is overigens van korte aard omdat zowel het personage van Harnesk als die van Zadi dieper gaan dan je zou vermoeden. Want Harnesk heeft een nogal bazige dochter die hem als slaaf behandelt terwijl hij tegelijkertijd homo blijkt te zijn en een relatie heeft met een ruig knappe helikopterpiloot. Daarbij is Harnesk zelf een Sami hoewel hij met de onorthodoxe en antieke rituelen en levenswijze van zijn volk niets te maken wil hebben. Deze afkomst geeft een spanning in zijn werk en de relatie met de Zweedse politieagenten. Want de Sami in Kiruna zijn allesbehalve onderdeel van de maatschappij en kampen met (on)verholen racisme van hun Zweedse broeders. Ook Kahina Zadi kan daarover meepraten vanwege haar Algerijnse afkomst en een zoon met wie ze – vlak voordat ze naar Zweden vertrekt – voor het eerst in jaren oog in oog komt te staan. Dit alles tegen een achtergrond van continu zonlicht omdat Kiruna zo noordelijk ligt dat de nacht even licht is als de dag. Dit leidt tot grote desoriëntatie bij zowel Zadi als de kijker. Een desoriëntatie die doet denken aan de Noorse film Insomnia die in 2002 door Christopher Nolan opnieuw verfilmd is met Al Pacino als een soort Zadi die niet alleen een moord moet oplossen, maar ook kampt met de bijzondere omstandigheid dat het dorp waar de moord plaats heeft gevonden net zo licht is als Kiruna. 

Een nacht zonder einde
De overvloed aan licht kan overigens niet maskeren dat de inwoners van Kiruna een groot geheim delen en tegelijkertijd een samenleving hebben gevormd waar racisme en geweld aan de orde van de dag zijn. Een samenleving die ten dienste staat van de mijnbouw. Zelfs zo dat het noodzakelijk is om het gehele stadje letterlijk te verhuizen teneinde de mijnbouw voort te kunnen zetten. Een samenleving die door deze bijzondere combinatie van factoren een sadistische moordenaar voortgebracht heeft. In acht afleveringen vindt de klopjacht op deze mysterieuze moordenaar plaats, maar is er ook veel ruimte voor het verhaal van de jagers Harnesk en Zadi, het lot van de Sami en de natuurpracht van het noorden van Zweden. De Zweeds-Franse combinatie werkt daarbij zowel voor het verhaal als de productiewaarde meer dan goed en weet zo een eigen niche te bemachtigen in het grote aanbod van misdaadseries. 

Foto: Lumière


De Zweeds-Franse coproductie ‘Midnight Sun’ is sinds maart zowel op DVD als op Blu-ray beschikbaar en wordt uitgegeven door Lumière. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zondag 12 maart 2017

Hans Liberg: Geen rode draad? Geen probleem!


Hans Liberg
Trálálálá voor iederéén!!

Stadsgehoorzaal, Leiden

Met zijn voorlopig laatste voorstelling Trálálálá voor iederéén!! rolt Hans Liberg zijn succesformule van muzikaal cabaret weer uit. Een formule die weliswaar niet erg vernieuwend is, maar nog altijd garant staat voor een mooie avond. Niet in de laatste plaats door de toevoeging van de getalenteerde sidekick Ralph Adriaansen. 

Op 3 mei vindt de laatste voorstelling van Trálálálá voor iederéén!! plaats in Theater De Flint in Amersfoort. Het is tegelijkertijd een voorlopig einde aan de theatervoorstellingen van Hans Liberg. Afgelopen november maakte Liberg bekend dat het na 36 jaar (!) optreden tijd is voor een “pitstop”. Na mei gaat Liberg zich toeleggen op zijn verzameling hedendaagse kunst en zijn eerste liefde: de muziekwetenschap. Of Liberg terugkeert naar het theater is onbekend, maar wie hem in zijn nieuwste programma bezig ziet, constateert dat de formule van Liberg allesbehalve vernieuwend is, maar dat deze nog altijd werkt en de grote man er nog altijd lol in heeft. De aankondiging van het naderende afscheid betekent ook dat voor zijn sidekick Ralph Adriaansen een einde komt aan de samenwerking. Sinds 2010 is zijn rol als muzikale sidekick én komisch mikpunt gestaag gegroeid. Zeker in dit laatste programma neemt de door Liberg tot ‘Vibralph’ omgedoopte Ralph een steeds groter aandeel in het succes van Liberg voor zijn rekening. Tegelijkertijd is deze nieuwe voorstelling geen spoor te bekennen van afscheid. Sterker nog: minder dan in andere producties van Liberg is er van een rode draad geen sprake, behalve de fascinatie van Liberg voor muziek en de (komische) verbanden daartussen. Dat is overigens geen enkel probleem aangezien de show voorbij vliegt en niemand zich bekocht zal voelen door de voor Liberg kenmerkende mix van muzikale humor. 

Tijd voor Barok
Een mix die start met de Fanfare for the Common Man van Copland die – naar goed Libergiaans gebruik – naadloos overgaat in We will rock you van Queen. Een plechtig hijsen van een achtergronddecor bestaande uit een negental rood-witte nationale vlaggen (van Japan tot Oostenrijk en Kroatië) is Liberg’s manier om aan te geven dat een nieuwe tijd is aangebroken. De tijd van Trump en daarmee pomp and circumstance. Door Liberg gekenschetst als een tijd voor Barok. Natuurlijk komt de Nederlandse politiek ook (even) aan bod, niet in de laatste plaats door de diverse op het podium uitgestalde instrumenten te koppelen aan een lijsttrekker. Een groot, log en zwaar blaasinstrument laat Liberg voor wat het is, maar niet zonder vilein op te merken dat het Sharon Dijksma betreft. Nogal flauw, maar toch lach je er hard om. Even denk je dat Liberg volledig geëngageerd gaat inzetten op de nationale en mondiale politiek, maar op een aantal speldenprikjes na blijft het daarbij. Ook daarin ontbreekt een rode draad, behalve dan de verbroederende werking van muziek die pas tot verdeeldheid leidt wanneer de tekst ter sprake komt (‘Sinterklaasje kom maar naar binnen met je Hoofd Logistiek’ etc.). In die zin is muziek de enige rode draad die Liberg nodig heeft om vrij associërend van het ene naar het andere te komen. Dat is niet bepaald vernieuwend, maar is nog altijd een beproefd recept voor een leuke avond.

Tijd voor Ralph
Opvallend is dat de rol van sidekick Ralph Adriaansen in Trálálálá voor iederéén!! groot én van meerwaarde is. Niet alleen is hij een vakkundig bespeler van de vibrafoon en slagwerker, maar heeft zijn olijke aanwezigheid een heilzaam effect op de beproefde Hans Liberg-formule. Liberg geniet er van om de jonge Ralph op zijn plaats te zetten en daarmee de sympathie van het publiek zijn kant op te bewegen. Daarbij zijn de momenten waarop Liberg en Ralph gezamenlijk musiceren net zo waardevol als de momenten dat Ralph onderdeel of onderwerp is van een grap. Zo maakt Trálálálá voor iederéén!! duidelijk dat de “pitstop” nodig én onnodig is. Enige vernieuwing zou Liberg niet misstaan, maar het feit dat zijn unieke mix van muziek en humor nog altijd volle zalen trekt én garant staat voor een leuke avond betekent dat het theater de komende jaren toch een tikkeltje armer is geworden. 

Foto: Thomas Mayer

Van 22 november 2016 tot en met 3 mei 2017 toert Hans Liberg door Nederland met zijn voorlopig laatste voorstelling ‘Trálálálá voor iederéén!!’. Deze recensie is op basis van de voorstelling in de Stadgehoorzaal te Leiden op 8 maart 2017. Meer info en kaarten via www.hansliberg.com.

vrijdag 10 maart 2017

De zachte kant van Al Capone. 'Al Capone. Leven, legende en nalatenschap' van Deirdre Bair


Over Al Capone zijn talloze boeken, documentaires, films en series verschenen. Toch weet Deirde Bair te verrassen met haar biografie over de bekendste gangster in de geschiedenis van de misdaad. Niet alleen legt zij de focus op de ‘zachte’ kant van Capone, maar ontdoet ze het leven van Scarface – bijna tot vervelens toe - van alle fictie. Wat resteert is de ware Al Capone en dat is al niet misselijk. 

Een besloten diner in een chic restaurant in Chicago. Aan een grote ronde tafel de absolute top van het misdaadimperium van Al Capone in de Windy City. Met in zijn hand een honkbalknuppel vergast Capone zijn gehoor op een uiteenzetting van het belang van teamwork. Tijdens zijn verhaal loopt hij heen en weer achter de ruggen van zijn misdadige confrères. En dan plotseling blijft hij staan en slaat hij het hoofd van één van de aanwezigen tot moes. Een almaar groter wordende plas bloed ontstaat en kleur het tafellinnen rood. Zo rekent de grote Al Capone af met verraders. Deze fameuze scène uit Brian DePalma’s The Untouchables uit 1987 met Robert De Niro als Al Capone staat symbool voor het beeld dat in het collectieve bewustzijn bestaat over de grootste gangster van de twintigste eeuw. En hoewel deze scène zonder meer geworteld is in de werkelijkheid - de afrekening met Albert Anselmi en John Scalise die Capone wilden onttronen - staat het eveneens symbool voor de overdreven legendevorming die zich rondom Capone heeft voltrokken. In Al Capone. Leven, legende en nalatenschap rekent Deirdre Blair rucksichtslos af met hele en halve onwaarheden - zoals de honkbalscène in The Untouchables - die rondom het leven van Al Capone (1899-1947) zijn ontstaan en heeft zij vooral aandacht voor het persoonlijke leven van deze misdaadkoning die nog altijd wereldfaam geniet. 

De familie van Al Capone
De Amerikaanse schrijfster Deirdre Bair (1935) heeft zich toegelegd op het genre van de biografie waardoor Al Capone lid geworden is van een bont gezelschap dat op de warme belangstelling van Bair de afgelopen jaren heeft mogen rekenen: Samuel Beckett, Anais Nin, Simone de Beauvoir, Carl Jung en Saul Steinberg. Vanaf de eerste pagina maakt Bair duidelijk dat haar biografie van Capone anders is dan de enorme berg biografen die haar voor zijn gegaan. Wie een gedetailleerde beschrijving van de misdadige carrière van Al Capone denkt aan te treffen, komt bedrogen uit. Tegelijkertijd moet Bair niets hebben van overdrijving en richt zich slechts op de feitelijke én te bewijzen gebeurtenissen in het leven. Wanneer daar twijfel over is, deinst Bair er niet voor terug om deze twijfel duidelijk uit te werken. Een aanpak die ze consequent volhoudt tot bijna vervelens toe. Haar focus richt zich op de man achter de mythe. Een focus die mogelijk is omdat zij – in tegenstelling tot haar voorgangers – toegang heeft gekregen tot persoonlijke documenten en gesprekken met zijn familie. Hoewel de misdadige carrière minder aan bod komt dan je in beginsel zou willen, geeft dit juist ruimte voor een afgewogen beschrijving van het gehele leven van Capone. Overigens komen de belangrijkste ‘wapenfeiten’ – zoals het Valentijnsdagbloedbad - wel degelijk aan bod, waarbij overigens een bepaalde voorkennis niet strikt noodzakelijk, maar wel handig is. Tekenend hiervoor is dat de Eliot Ness, de befaamde opsporingsambtenaar die een belangrijke rol speelde bij de val Al Capone, slechts één keer in het boek wordt genoemd. Daarentegen is er veel aandacht voor het familieleven van Capone. Een leven dat in het teken stond van zijn huwelijk met Mae en zijn zoon Sonny. Maar ook zijn moeder Teresa die – naar goed Italiaans-Amerikaans gebruik – een dominante rol in het leven van haar zoon speelde en zijn broers en zus Mafalda. 

Kort maar krachtig
In markante tegenstelling tot de legende hield de heerschappij in Chicago van de in New York geboren Al Capone amper zes jaar stand. In die zes jaar wist hij al zijn tegenstanders af te troeven en ongelooflijke hoeveelheden geld te verdienen. Geld dat hem en zijn familie in staat stelde een ongekend luxe leven te leiden en duizenden mensen – waaronder vele overheidsdienaren en politieagenten – schatplichtig aan hem te maken. Tegelijkertijd had hij deze enorme inkomsten nodig om zijn beveiliging mogelijk te kunnen maken, want in de dog eat dog world van de misdaad was niemand zijn leven zeker. Via de oude misdaadbaas Johnny Torrio en na diens pensionering wist Capone zich op te werken tot de onbetwiste leider van The Chicago Outfit en daarmee de facto baas van de stad. Een positie die hij verder wist te versterken doordat hij tegelijkertijd veel deed aan liefdadigheid en zo een volksheld werd voor bepaalde delen van Chicago. Hoewel zijn val zich uiteindelijk snel voltrok, blijft het frappant dat hij nooit veroordeeld is voor de daden van zijn misdadige imperium, maar slechts voor het ontduiken van belasting. Een veroordeling die – zoals Bair aantoont – pas mogelijk werd door het volstrekt incompetente optreden van de advocaat die namens hem poogde tot een schikking te komen met de overheid en daarmee het bewijs leverde dat Capone wel degelijk over inkomsten beschikte en dus belastingplichtig was terwijl hij nog nooit een cent had afgedragen. Met die veroordeling eindigde de almacht van Capone en zou een nieuwe fase van zijn leven starten. Een fase die vanaf zijn veroordeling tot elf jaar gevangenisstraf in 1931 bestond uit zijn gevangenschap in achtereenvolgens Atlanta en Alcatraz en de ruim zeven jaar die hij tot aan zijn dood in 1949 in vrijheid leefde, maar met het mentale vermogen van een kind. Zijn zenuwstelsel was al lange tijd aangetast door syfilis waardoor hij mentaal hard achteruit ging. Zijn tijd in Alcatraz had het kunnen doen keren, maar de medische zorg daar was dermate ondermaats dat er uiteindelijk geen weg meer terug was. Bair werpt licht op deze periode die voor velen onbekend zal zijn en biedt daarmee – naast haar focus op de ‘zachte’ kan van het leven van Al Capone – een afgeronde biografie van de grootste misdadiger van de twintigste eeuw die ironisch genoeg niet wordt geveld door het geweld waar hij zijn faam aan te danken heeft, maar aan de onomkeerbare geestelijke achteruitgang die een groot misdadig genie reduceerde tot een dementerend kind. 

In januari is ‘Al Capone. Leven, Legende en Nalatenschap’ van Deirdre Blair bij Unieboek|Het Spectrum verschenen. Het betreft de Nederlandse vertaling door Conny Sykora en Vera Sykora van het eind oktober verschenen ‘Al Capone. His life, legacy and legend’. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

dinsdag 7 maart 2017

Ballet Blue(s): Een heerlijke potpourri van 'blauwe' dans


De Dutch Don't Dance Division
Ballet Blue(s)

Choreografieën van Thom Stuart, Rinus Sprong,
Ed Wubbe, Ton Simons & Bronislava Nijinska

De Dutch Junior Dance Division
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Geïnspireerd door de blues, maar evenzo door barokmuziek en Tsjaikovski's balletklassieker De Schone Slaapster brengt De Dutch Junior Dance Division Ballet Blue(s). Een aanstekelijke potpourri van moderne én klassieke dans waarbij zelfs de grootste zwartkijker iets van zijn of haar gading vindt. Aan de 'blues' leidt je na deze productie niet meer. 

Afgelopen december vierde De Dutch Don't Dance Division (DeDDDD) artistiek én publiek succes met het door Esscher geïnspireerde en door dirigent-componist Carl Davis samengestelde "vierde ballet" van Tsjaikovski Alice in WinterWonderland. Zes volledig uitverkochte voorstellingen betekenden de meest succesvolle productie van 2016 in het Haagse Zuiderstrandtheater. No rest for the wicked want sinds 1 maart toert De Dutch Junior Dance Division (DeDJDD) met Ballet Blue(s) door Nederland. Dit nieuwe programma uit de koker van Rinus Sprong en Thom Stuart - samen vormen zij DeDDDD - is geïnspireerd door de blues en wordt uitgevoerd door DeDJDD: het meerjarige talentontwikkelingstraject voor getalenteerde en pas afgestudeerde dansers. Hoewel de dansers van DeDJDD jong zijn was daarvan in de Haagse Koninklijke Schouwburg niets van te merken. Van de 18-jarige Charly de Groote tot de ervaren Corinne Cilia en Youri Jongenelen (beide dansers hadden de hoofdrol in Alice in WinterWonderland), met zekerheid en beheersing voerden zij de potpourri aan dans uit. Want Ballet Blue(s) mag dan geïnspireerd zijn door de blues, uiteindelijk is de kleur blauw de werkelijke rode (!) draad die verschillende dansdisciplines verenigt in één avondvullend programma. 

Van Unico van Wassenaer tot Ry Cooder
De kern van Ballet Blue(s) wordt gevormd door twee uitgebreide choreografieën die zowel het programma voor als na de pauze openen. Het uit 2002 stammende, maar voor deze voorstelling geactualiseerde Blauw Bloed verbeeldt - op de barokmuziek Concerto Armonici van Unico Wilhelm van Wassenaer (1692-1766) - een avondvisite bij de adellijke familie Van Wassenaer waarbij de klassieke dans én bijbehorende barokke kostuums stukje bij beetje worden teruggebracht naar onze eigen tijd. Een stoelendans biedt daarbij een komische noot. Op muziek van Van Wassenaers bekendere tijdgenoot Antiono Vivalid - Winter uit De Vier Jaargetijden - wordt deze lijn voortgezet waarbij de synchrone choreografie opvallend goed werd uitgevoerd. Wie op grond hiervan denkt dat het toch wel heel veel barok is, vergist zich. Want één van de hoogtepunten was het duet tussen Lindy Bremer en Youri Jongenelen die op Ry Cooder's I Knew These People gestalte gaven aan een verstoorde relatie tussen voormalige geliefden. Het bijzondere hieraan is dat het grootste gedeelte van de choreografie plaats vindt op het gesproken woord en pas later in muziek overgaat. De choreografie "vertelt" daarbij het verloop van de relatie zonder te vervallen in gebaartjes en maniertjes die bij een potje Hints niet zouden misstaan. Vorig seizoen liet het NDT met The Statement ook al zien hoe muziek niet per se een voorwaarde is voor een boeiende choreografie. Dat is aan Thom Stuart, die tekent voor deze nieuwe choreografie, ook zeer goed besteed. 

Van solo tot teamwork
Deze balans werd ook na de pauze goed gehandhaafd. Eigenlijk zo dat er voor ieder altijd wat wils is. Dat is tegelijkertijd de kracht én zwakte van Ballet Blue(s). Wie een volstrekt samenhangende voorstelling zoals Alice in WinterWonderland verwacht, komt in die zin bedrogen uit. Maar het aardige aan Ballet Blue(s) is juist dat je in een avondvullend programma een enorme diversiteit aan dans aan je voorbij ziet trekken. Zo divers dat de meningen wat nu het beste was dan wel het meeste aansprak varieerde van bezoeker tot bezoeker. Wat betreft deze bezoeker was met name de tweede helft van het programma ijzersterk met een prachtige choreografie (uit 1989) van Ed Wubbe op Vivaldi's stemmige Nisi Dominus, maar ook de bijzondere solo Still Life III (1991) van Ton Simons waarbij Lindy Bremers, slechts begeleid door een enkele lichtbak en wat rook, een prachtige solo die veel concentratie en beheersing vraagt, innemend wist neer te zetten. De complete tegenstelling die ontstond door de klassieke De Blauwe Vogel uit Tsjaikovski's De Schone Slaaptster te programmeren werkt uitstekend én op de lachspieren. Ook Rinus Sprong van DeDDDD maakt - naast als choreograaf - zijn opwachting als niet onverdienstelijk zanger in One For My Baby van Arlen & Mercer waarbij een dronken stamgast zijn relatieproblemen wegdanst. De bluesmuziek van Cuby and the Blizzards door Thom Stuart vertaalt in een lijzige en synchrone groepschoreografie sloot de avond memorabel af. Het was veel blauw wat de klok sloeg, maar met een blue gevoel ga je zeker niet naar huis. 

Van 1 maart t/m 21 mei 2017 toert De Dutch Junior Dance Division door Nederland met 'Ballet Blue(s)'. De première vond op maandag 6 maart plaats in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag. Deze recensie is op basis van die première. Meer info en tickets hier

zondag 5 maart 2017

Mata Hari in de schijnwerpers. 'The Spy' van Paolo Coelho


Dit jaar is het eindelijk zover: een eeuw nadat onze enige echte eigen femme fatale Mata Hari door Frankrijk als spion werd gefusilleerd, wordt het gerechtelijk dossier openbaar. Pas dan kan - hopelijk - voor eens en altijd vastgesteld worden of Mata Hari daadwerkelijk een spion was of slechts slachtoffer van krachten die zij wist aan te wakkeren, maar niet kon beheersen. Alle reden voor de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho om zich voor zijn nieuwste roman te verdiepen in die wonderlijke vrouw uit Leeuwarden.

Het is niet vreemd dat Mata Hari – in 1876 geboren te Leeuwarden als Margaretha Geertruida Zelle – nog altijd tot de verbeelding spreekt. Een oer-Hollandse vrouw met een mondain leven vol intrige, daar heb je er in Nederland niet bepaald veel van. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het leven van de sensuele danseres die uiteindelijk als spion voor de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog zou acteren nog altijd grote bekendheid geniet in Nederland. Een bekendheid die het Nationale Ballet eerder inspireerde om haar leven om te vormen tot een volledig nieuw en avondvullend ballet met muziek van Tarik O’Regan en in een choreografie van Ted Brandsen. Een ballet dat het komende seizoen hernomen wordt. En met het oog op het vrijgeven van haar dossier laat ook het Fries Museum zich niet onbetuigd en wijdt vanaf 14 oktober 2017 een tentoonstelling aan Mata Hari. Bijzonder genoeg kan Mata Hari ook in het buitenland op enige vorm van schijnwerpers rekenen. Want als een succesvolle en veelgelezen schrijver zoals de Braziliaan Paulo Coelho (1947) over je schrijft, kan het niet anders dan dat de bekendheid alleen maar verder zal toenemen. Met De Alchemist brak Coelho in 1988 door en van dit boek zijn tientallen miljoenen exemplaren verkocht. Zo’n vaart zal het met The Spy – in de Nederlandse vertaling uitgegeven door de Arbeiderspers als De Spion – vast niet lopen, maar het betekent wel dat een grote groep lezers in aanraking komt met een deel van de Nederlandse geschiedenis die allesbehalve Nederlands is.

Femme fatale
Want onze vaderlandse geschiedenis leent zich niet bepaald voor spionagethrillers, maar met Mata Hari hebben we toch een beetje onze eigen James Bond te pakken. Dat het na al die jaren nog steeds niet geheel duidelijk is of Mata Hari nu echt een spion voor de Duitsers was of dat ze slachtoffer is geworden van een heksenjacht zoals de Franse Dreyfus-affaire heeft de aantrekkingskracht van Mata Hari alleen maar groter gemaakt. Daar waar in de jaren na haar dood geen twijfel leek te zijn over haar schuld is dat beeld langzamerhand gaan kantelen. Wie het boek van Coelho – die in het nawoord aangeeft zich zoveel mogelijk op feiten te hebben gebaseerd – leest, zal reikhalzend naar de openbaarmaking van haar dossier uitkijken, maar stilletjes de conclusie trekken dat ze weliswaar allesbehalve onschuldig was, maar een (echte) spion toch zeker ook niet was. Niet voor niets wordt in The Spy met regelmaat verwezen naar de affaire rondom de Joods-Franse officier Alfred Dreyfus (1859-1935) die eind 19e eeuw werd beschuldigd van verraad en wiens zaak Frankrijk op de kop zette en antisemitisme een gezicht gaf. Overigens is die vergelijking wel wat gratuit aangezien de impact van de zaak-Mata Hari natuurlijk totaal niet in de schaduw kan staan van de Drefuys-affaire. In Nederland en ook wel daarbuiten mag het groot nieuws zijn geweest, maar dat zat natuurlijk vooral in het feit dat het een ‘exotische’ femme fatale betrof: sex sells. Een diepere laag rondom een maatschappelijk thema zoals in de Dreyfus-affaire met een latent antisemitisme mist hier natuurlijk wel, hoewel de hysterie van oorlog en de positie van de vrouw natuurlijk wel degelijk elementen zijn in de zaak-Mata Hari. 

Een briefwisseling
Het aardige aan het boek van Coelho is dat hij het verhaal van Mata Hari beperkt en vlot vertelt. Startend bij haar executie wordt teruggeblikt op haar leven door een briefwisseling tussen Mata Hari en haar advocaat Clunet. Daarmee heeft Coelho’s boek veel meer het idee van een novelle. Een novelle die prachtig geschreven is en zeer makkelijk leest en daarmee (helaas) ook snel weer voorbij is. Dat heeft als nadeel dat het soms wat oppervlakkig kan aanvoelen en dat Coelho wel met erg grote stappen door het leven van Mata Hari banjert. Tegelijkertijd leidt deze aanpak tot schoonheid door eenvoud en is The Spy een bijzondere prettige introductie op een polderspion waar we allemaal veel over hebben gehoord, maar waarschijnlijk evenzo weinig van weten. Met 2017 als het jaar van de waarheid een goede manier om je opnieuw te verdiepen in een vrouw die leefde voor de schijnwerpers en zo haar dood vond. 

Eind vorig jaar is ‘The Spy’ van Paulo Coelho verschenen. Naast deze Engelstalige vertaling door Zoë Perry is ook een Nederlandstalige versie – ‘De Spion’ – verschenen.