zaterdag 28 januari 2012

Concert 27 januari 2012: Een wervelende Rotterdams-Russische winter


Stravinsky: Scherzo fantastique, voor groot orkest, op. 3
Shostakovich: Concert voor cello en orkest nr. 1, op. 107
Shostakovich: Symfonie nr. 10 in e, op. 93

Daniël Müller-Schott (cello), Bob Stoel (hoorn)
François-Xavier Roth, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Met rasse schreden nadert een koudweerfront waarbij de waarschuwingen van 'HISTORISCHE KOU' (dixit De Telegraaf) niet van de lucht zijn. Een Russische winter lijkt ons ten deel te vallen.  Het Rotterdams Philharmonisch heeft hier bij de programmering voor dit seizoen goed op geanticipeerd door gisteravond werken van twee van de meest prominente Russische componisten te programmeren: Igor Stravinsky (1882-1971) en Dmitri Shostakovich (1906-1975). Dit alles onder leiding van de in Rotterdam debutereden Franse dirigent François-Xavier Roth (1971).

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) heeft dit seizoen nadrukkelijk gekozen voor veel Russisch repertoire. Eerder werden een aantal van deze concerten al gebundeld in de concertreeks 'Russische Herfst' (zie voor recensies hier en hier) en nu de winter is begonnen wordt de voorliefde voor Rusland doorgezet. Dat de Rotterdammers dit repertoire beheersen zal gezien het feit dat Gergiev lange tijd chef-dirigent is geweest geen verrassing zijn. Wat wel verrasste was het ongelooflijk sterke en wervelende debuut dat Roth bij de Rotterdammers maakte gisteravond. Een vriend van mij wees er al op dat Roth 'up and coming' is. Dit werd gisteren wel heel erg duidelijk onderstreept door de sympathieke Fransman.

Roth opteerde voor een vol programma met werken van misschien wel de grootste namen uit de Russiche muziek die allebei een compleet andere carrière hebben bewandeld en de wending van de geschiedenis van hun land van tegenstelde perspectieven hebben meegemaakt. Stravinsky verliet zijn vaderland voor de Russische Revolutie om er, na furore te hebben gemaakt in de rest van de wereld, pas in de jaren zestig weer terug te keren. Shostakovich' carrière is, veelal letterlijk, bepaald door het regime dat na de revolutie aan de macht kwam. Geen andere componist heeft zo te lijden gehad (maar ook in het begin kansen gekregen) van het moorddadige regime van Stalin.

Het concert begon met de 'Scherzo fantastique, voor groot orkest' die Stravinksy liet opvallen bij Diaghilev en het begin betekende van een glansrijke carrière met werken als 'De Vuurvogel' en 'Le Sacre du Printemps' voor Diaghilev's Ballets Russes. Het is met recht een schertsend Scherzo dat in een kort tijdbestek van ruim tien minuten het complexe compositiekunnen van Stravinsky toont. Het knappe aan de uitvoering door Roth met RPhO was dat die complexheid nimmer afbreuk deed aan het oprechte plezier waarmee het stuk wervelend, maar ook bij tijd en wijle oprecht 'grappig', werd uitgevoerd. Roth is met name erg sterk in het zorgen voor een goede balans waardoor de complexiteit van Stravinsky transparant wordt. Bij tijd en wijle leek de wijze waarop het werk werd uitgevoerd denken aan Debussy's La Mer.

Na dit prachtige begin was het de beurt aan het eerste celloconcert van Shostakovich waar de Duitse cellist Daniel Müller-Schott een uitmuntende solist bleek, bijgestaan door de schaduwhoornsolo van Bob Stoel en uitstekend begeleid, wederom in perfecte balans, door het RPhO onder Roth. Het symfonisch concert van Prokofjev, geschreven voor Rostropovitsj, is de inspiratie voor dit werk. Met name de Cadenza, het derde deel van het concert, maakte door de prachtige solo van Müller-Schott veel indruk.

Het concert eindigde met een geweldige uitvoering van de tiende symfonie van Shostakovich die, net als het celloconcert, na de dood van Stalin het licht zagen en daarmee bevrijd waren van zijn verdrukkende overheersing van de kunsten. Het knappe aan de uitvoering van deze symfonie is dat Roth nimmer 'over the top' ging, terwijl dat gevaar bij symfonieën van Shostkovich, zeker bij de delen waar flink uitgepakt wordt, altijd op de loer ligt. Het enthousiasme, maar ook de nauwgezetheid waarmee Roth op de bok stond vond duidelijk weerklank bij de Rotterdammers en zorgden voor een prachtig concert.

Roth is recent benoemd tot chef-dirigent van het SWR Sinfonieorchester, maar kent ook verbintenissen met het London Symphony Orchestra (waar Gergiev nu de scepter zwaait) en het BBC National Orchestra of Wales. Tevens is hij de oprichter van het Kamerorkest Les Siècles dat in eigen beheer cd's uitgeeft en heeft hij een, naar ik heb gehoord, prachtige cd uitgebracht met werken van Franck. Het kan niet anders dan dat we nog veel gaan horen van Roth en als ze in Rotterdam verstandig zijn, nodigen ze hem nog vaak uit om als gastdirigent op te treden!

dinsdag 24 januari 2012

'The Humbling' van Philip Roth


Philip Roth (1933) is één van de bekendste 'living authors' van de Verenigde Staten en zijn oeuvre is inmiddels veelomvattend waarbij de laatste jaren talrijke titels van zijn hand zijn verschenen. Deze versnelling, ondanks zijn inmiddels gevorderde leeftijd, heeft ook tot kritiek geleid op de kwaliteit van zijn laatste boeken. 'The Humbling' kocht ik recent in de ramsj. Aangezien ik graag boeken lees van de hand van Roth (zie voor een andere Roth-recensie hier) verbaasde het me nogal dat er zoveel exemplaren van het nog maar in 2009 uitgegeven 'The Humbling' in de uitverkoop lagen. Na het lezen van een aantal recensies (na overigens het boek zelf te hebben gelezen) is me duidelijk geworden waarom: het boek is door de meeste critici niet welwillend ontvangen. Mijn beeld is ietwat gemengder.

Laat ik beginnen met het positieve deel van deze recensie. 'The Humbling' is, zoals alle boeken van Roth, mooi geschreven en leest vlot. En hoewel de materie, op z'n zachtst gezegd, wat bizar is, blijft het boek je toch boeien. Overigens kan gezien het totaal aantal pagina's van 140 beter gesproken worden over een novelle. Zoals gezegd is het verhaal bizar, en dat is ook meteen het kritiekpunt op het boek, en werpt het de vraag op wat de aanleiding voor het schrijven was. Het boek handelt over een beroemde acteur, Simon Axler, en valt in drie delen uiteen. In het eerste deel maken we kennis met Axler wiens carrière in een dip zit. Hij is zijn talent verloren en kampt als het ware met 'actor's block'. Er lijkt niets meer aan te doen en zijn depressie neemt hand over hand toe. Hij besluit zich tijdelijk op te laten nemen in een inrichting en leert daar een andere patient, Sybil van Buren, kennen. Van Buren is in de inrichting beland omdat ze erachter is gekomen dat haar man haar dochtertje misbruikt. Ze gaf hem echter niet aan en belandde in een depressie en poogde zelfmoord te plegen. Nadat Axler weer thuis is teruggekeerd ontvangt hij nog een brief van Van Buren. In het tweede deel van het boek wordt Axler, nog steeds kampend met zijn 'actor's block', bezocht door de lesbische dochter, Pegeen Mike Stapleford, van twee bevriende acteurs. Dit leidt uiteindelijk tot een relatie tussen de oudere Axler (hij is in de zestig) en de veertigjarige Pegeen die blijkbaar het lesbische maar even laat voor wat het is. Dit leidt tot confrontaties tussen Pegeen en haar ouders die de relatie afkeuren althans veel lastige vragen stellen over de relatie. Tussendoor komt ook een ex van Pegeen, Louise, langs die Pegeen stalkt. Ten slotte wordt in het derde deel duidelijk dat Sybil van Buren haar man heeft vermoord en in de gevangenis zit. Axler zit met zijn eigen sores en expermenteert zich seksueel helemaal suf met Pegeen. Dit leidt uiteindelijk ook tot een trio en wanneer als vervolg hierop een wildvreemde vrouw mee naar huis wordt genomen, is het einde van de relatie aldaar. Uiteindelijk is Axler verlaten van zowel zijn acteertalent als Pegeen en zit er niets anders op om de laatste scene van zijn leven te acteren: zijn zelfmoord die hij uitvoert als zijn succesvolle uitvoering van Konstantin Gavrilovich uit Tsjechov's 'De Meeuw'. En zo is 'The Humbling' (de vernedering) van Axler compleet.

Zoals te lezen valt, gebeurt er het nodige in de 140 pagina's, maar is het verhaal echt een tikkeltje bizar en bij tijd en wijle ook erg expliciet. Wat het doel van het verhaal is, is me daarom ook niet helemaal duidelijk. De kritieken kan ik me dus goed voorstellen, maar tegelijkertijd heb ik het boek wel in een handomdraai uitgelezen. Blijkbaar boeide het me toch genoeg. Geen hele warme aanbeveling, maar mocht je het boek een keer hebben liggen... De schrijfstijl laat in ieder geval wel duidelijk zien waarop Roth zo'n belangrijke hedendaagse schrijver is. Op Wikipedia las ik overigens dat Al Pacino de filmrechten van het boek heeft gekocht. Of dat nu een goed idee ben ik niet zo zeker van.

zondag 22 januari 2012

Concert 20 januari 2012: Het KCO en de afwezige maestro's


Brahms: Akademische Festouvertüre, op. 80
Bruch: Eerste Vioolconcert
Beethoven: Symfonie Nr. 6 'Pastorale'

Vesko Eschkenazy
Ankush Kumar Bahl, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Dit concert heeft voor mij de toegevoegde waarde van een dirigent voor eens en altijd aangetoond. Lange tijd keek ik uit naar het concert waar ik voor het eerst de beroemde Duitse dirigent Kurt Masur, bekend van zijn heldhaftig optreden in de nadagen van de DDR, zou horen in een repertoire dat hem als een maatpak zit. Helaas is de KCO-serie 'De Grote Maestro's' onder een slecht gesternte geprogrammeerd. In december moest Mariss Jansons vanwege gezondheidsproblemen het stokje (letterlijk) overdragen aan James Judd. Nu, luttele uren voor de start van het concert, stuurde het KCO het bericht de wereld in dat Masur vanwege gezondheidsredenen moest afzeggen en dat men op het laatste moment (de volstrekt onbekende) assistent-dirigent Ankush Kumar Bahl bereid had gevonden het concert ongewijzigd over te nemen.

Helaas bleek Bahl niet zoals Judd een competente vervanging. Voor het begin van het concert toog KCO-directeur Jan Raes weer op het podium om de vervanging toe te lichten. Zijn verhaal wees, in tegenstelling tot zijn verhaal bij Judd, op weinig vertrouwen in Bahl. Er werd wel heel erg beklemtoond dat de zaal hem een hart onder de riem moest steken aangezien hij zonder repetitie het programma overnam. Dat klinkt natuurlijk allemaal sympathiek en de zaal heeft hem zeker een kans gegeven, maar ik vind het een orkest als het KCO, toch geroemd als 's werelds beste, onwaardig. Er worden forse prijzen gevraagd voor de kaartjes en dan mag navenante kwaliteit worden verwacht. Raes maakte daarbij ook nog eens de fout om te benadrukken hoe goed de concerten waren die Masur de dagen ervoor nog wel had gedirigeerd. Over zout in de wonden strooien gesproken. Bahl was wat mij betreft een erg slechte keuze. De uitvoeringen van zowel de Akademische Festouvertüre als het vioolconcert van Bruch waren volstrekt rommelig en dirigent en orkest leken in twee compleet verschillende stukken verzeild geraakt te zijn. Dit terwijl het repertoire toch niet als het meest complexe of onbekende kan gezien worden. Bruch's Vioolconcert is een van mijn favoriete vioolconcerten, maar een rode draad was niet meer te ontwaren terwijl de tempi veel te langzaam werden genomen. Behalve bij de meer bekendere delen wanneer het tempo onverklaarbaar werd opgevoerd. De concertmeester van het KCO, die als solist acteerde, moest tegen het einde even met zijn rug naar het publiek gaan staan om zijn broeders in het concert mee te krijgen. Deze genante vertoning kreeg vervolgens van het aanwezige publiek een staande ovatie waar ik geen begrip voor op kan brengen. Natuurlijk wil je dirigent en het orkest een hart onder de riem steken. Een dergelijke situatie is voor niemand leuk, maar we hebben hier wel te maken met een groep professionals waar we geen medelijden mee hoeven te hebben. Maar het Nederlandse publiek lijkt sowieso geen concert meer af te kunnen sluiten zonder staande ovatie wat het instrument volstrekt aan inflatie onderhevig maakt.

Gezien de erbarmelijke kwaliteit van het programma voor de pauze ben ik voor het eerst in mijn leven in de pauze van een concert weggegaan. Dat ook de zesde van Beethoven zo'n behandeling zou krijgen, zat ik niet op te wachten. Een extra biertje in de stad had mijn voorkeur. Overigens neem ik deze wanvertoning vooral de directie van het KCO kwalijk. Ik had er meer respect voor gehad wanneer ze het hele concert hadden gecanceld, Bahl haden laten repeteren om vervolgens het zondagmiddagoptreden nog enigszins te redden. Ik kan me heel eerlijk gezegd niet voorstellen dat de concurrentie in Berlijn en Wenen dit ook zo zouden laten gebeuren. Nu de serie 'De Grote Meastro's' van de vier concerten nu twee maal zijn ontsierd door afwezige maestro's kan ik alleen maar hopen dat de volgende concerten niet zo ontsierd worden en het KCO nadenkt over hoe dergelijke zaken in de toekomst voorkomen kunnen worden en welke geste kan worden gedaan om deze verloren avond nog enigszins goed te maken.

donderdag 12 januari 2012

'The Stranger's Child' van Alan Hollinghurst


De uitreiking van de prestigieuze Britse Man Booker Prize werd in 2011 overschaduwd door het feit dat voor de handliggende boeken weliswaar de longlist, maar niet de shortlist hadden gehaald. Uiteindelijk won 'Sense of an Ending' van Julian Barnes, maar velen waren verrast dan wel geërgerd over het feit dat het nieuwe boek van Alan Hollinghurst niet had gewonnen, laat staan de shortlist niet had gehaald. Dat gecombineerd met het feit dat ik vrijwel alle boeken van Hollinghurst met veel plezier heb gelezen (recensies van 'The Swimming-Pool Library' hier en 'The Spell' hier) kon het dus niet uitblijven dat ik 'The Stranger's Child' zou lezen.

Na het lezen van 'The Stranger's Child' kom ik tot de conclusie dat dit het meest ambitieuze boek van Hollinghurst tot op heden is. Dit komt niet alleen door het aantal pagina's (bijna 600), maar ook de wijze waarop het boek in elkaar zit en is geschreven. Op veel punten is het een roman in de mal van 'Brideshead Revisited' van Evelyn Waugh. Net als bij Waugh speelt homoseksualiteit een grote rol in dit boek zoals het een zeer grote rol speelt in de rest van het oeuvre van Hollinghurst. Daarbij valt het wel op dat dit in ieder boek minder expliciet is. Zie hierover ook mijn recensies van de andere twee boeken waar ook 'The Line of Beauty' in naar voren komt. Ook het onderwerp past in de sfeer van 'Brideshead Revisited': centraal in het boek staat de (fictieve) 'minor poet' Cecil Valance wiens bezoek, in 1913 aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, aan het ouderlijk huis van zijn Cambridge-vriend George Sawl inspireert tot zijn bekendste gedicht 'Two Acres' (naar het gelijknamige huis) dat door de Eerste Wereldoorlog en het verlangen naar het oude Engeland nieuwe betekenis krijgt en tevens wordt omarmd door Churchill. Tijdens het bezoek is maar al te duidelijk dat de vriendschap van George en Cecil heel ver gaat. In die tijd is het 'the love that dares not speak its name' maar ondertussen veel en vaak, vooral in de wereld van Oxbridge, voorkomt. Gezien zijn charmante voorkomen en zijn niet-alledaagse houding en zeer goede komaf (woonachtig op het statige Corley Court wat zijn broer Dudley verleidt tot de uitspraak: 'Waarom heeft hij een gedicht geschreven over 'two acres' (hectares) terwijl hij erfgenaam was van 10.000 'acres'). Tegelijkertijd is de zus van George, Daphne, heimelijk verliefd op Cecil, terwijl de broer van George, Hubert, een vreemde vriendschap met de oudere (en naar later blijkt homoseksuele) Harry Hewitt er op na houdt.

Het mooi aan het boek is dat het in vijf delen verschillende tijdsperiodes beschrijft van 1913 tot en met 2008. Hoewel Valance in de Eerste Wereldoorlog omkomt, is hij wel de verbindende schakel tussen de brede schakering van personages die in de vijf periodes aan bod komen. Er is, op Valance (althans in geest) na, geen enkel personage dat in alle delen voorkomt. Via die vijf periodes kom je steeds meer te weten over Valance, maar vooral ook het tijdsbeeld en de interactie tussen de verschillende personages. Het is alsof je als een voyeur telkens in een tijdmachine stapt. Het tweede deel speelt na de Eerste Wereldoorlog waar blijkt dat Cecil (en Hubert) in de oorlog is omgekomen en Daphne, na een verloving met Cecil via de oorlogspost, is getrouwd met diens jongere broer Dudley. Tijdens een feestje is ook Sebastian Stokes te gast die werkt aan een biografie van de oorlogsdichter Cecil, die ligt begraven in een crypte in Corley Court onder een marmeren gelijkenis van hemzelf. De biografie gaat over veel zaken, maar juist niet die zaken rondom 'the love that dears not speaks its name'. Aan het einde van dit deel wordt duidelijk dat Daphne niet gelukkig is met Dudley, mede vanwege het feit dat hij een tik aan de oorlog heeft gehouden. Zij gaat vreemd met een bezoekende fotograaf Revel Ralph. Dat Daphne getrouwd is met de broer van Cecil is overigens niet zo vreemd: het gebeurde in die tijd wel vaker dat een verloofde van een omgekomen broer werd 'overgenomen'. Een van de eerste voorbeelden daarvan is overigens Hendrik VIII die de (nog 'onbedorven') vrouw van zijn vroeggestorven broer en troonopvolger Arthur, Katharina van Aragon, 'overnam'. Dit zou nog een grote rol spelen bij zijn poging om van haar te scheiden en de uiteindelijk breuk tussen Engeland en de Paus en de totstandkoming van de Anglicaanse kerk.

Vervolgens schiet het boek door tot na de Tweede Wereldoorlog in de jaren zestig waar het erop lijkt dat de personages niets hebben met Valance. Het gaat vooral over de ontluikende relatie van bankbediende Paul Bryant en muziekleraar Peter Rowe. Totdat blijkt dat Rowe lesgeeft op een jongensschool gevestigd in Corley Court, Bryant gefascineerd is door Cecil Valance en Rowe bevriend is met de familie Keeping die via Leslie Keeping als schoonzoon is verbonden aan Daphne, de inmiddels ex-verloofde van Cecil en ex-vrouw van Dudley en ook Revel Ralph en inmiddels door het leven gaat als weduwe van ene Jacobs. Keeping is weer de manager van de bank van Bryant en zo is de cirkel weer rond. Diezelfde Bryant blijkt eind jaren zeventig, begin jaren tachtig bezig te zijn met een biografie over Cecil Valance waarbij hij de inmiddels bejaarde Daphne, Dudley en George spreekt. Het boek eindigt in 2008 bij de herdenkingsdienst van Peter Rowe waar blijkt dat Bryant een scandaleuze biografie over Valance en daarna nog vele andere boeken heeft uitgebracht en een 'minor celebrity' is. Dit is slechts in vogelvlucht een overzicht van de diverse dwarsverbanden die tussen de vijf hoofdstukken bestaan, maar bij het lezen zijn er nog veel en veel meer.

Het is overigens ook een erg mooi geschreven boek waarbij ik de waarschuwing meegeef dat ik begrepen heb dat de Nederlandse vertaling ondermaats is. Zeker bij dit boek ben ik blij met mijn eigen uitgangspunt van het zoveel mogelijk lezen van boeken in de oorspronkelijke taal indien ik de betreffende taal ook echt machtig ben. Enige minpunt aan het boek is dat ik niet alle hoofdstukken even sterk vond en het einde een beetje 'wegloopt'. Maar dat hoeft niemand te weerhouden want ik sluit me aan bij de critici die vonden dat 'The Stranger's Child' (de titel komt van een deel van het gedicht 'In Memoriam A.H.H.' van Alfred Lord Tennyson) de Booker Prize 2011 verdiende. 'The Line of Beauty' was tot op heden mijn favoriete Hollinghurst, maar deze heeft stevige concurrentie gekregen. 'The jury's still out!'

woensdag 4 januari 2012

'America America' van Ethan Canin


Nu de Republikeinse voorverkiezingen, na een lange 'Phoney War', hun vuurdoop in Iowa hebben gehad en de strijd voor het Amerikaanse presidentschap formeel is losgebarsten, is 'America America' van Ethan Canin een wel heel toepasselijk boek. Het boek beschrijft de mislukte gooi naar de Democratische kandidatuur van de (fictieve) Senator Henry Bonwiller voor president tegen de zittende president Richard Nixon in 1971 door de ogen van campagnehulp Corey Sifter. Hoewel Bonwiller (en Sifter en de andere hoofdpersonages) fictief zijn, is de omgeving van de roman dat niet. Canin gebruikt, verteld vanuit de ik-figuur van Corey Sifter, als stijlmiddel een fictief verhaal in een bestaande context. Dat doet hij erg overtuigend en duidelijk is dat Henry Bonwiller grotendeels is gebaseerd op de mislukte campagne van Edward Kennedy om de Democratische presidentskandidaat te worden tegen Nixon.

Het boek gaat echter veel verder dan dat aangezien het niet een lineair verhaal betreft maar episodes uit verschillende tijden uit het leven van Corey Sifter die door elkaar lopen zonder te verwarren. Het boek start met de begrafenis van Henry Bonwiller, wanneer Sifter 50 is, en beschrijft vervolgens zijn leven tot dan toe in relatie tot Bonwiller en zijn financier en tycoon Liam Metarey. De relatie tussen Sifter en Metarey is de basis van het verhaal. Metarey is de zoon van een authentieke Amerikaanse 'robber baron' (denk Rockefeller, Carnegie en Vanderbilt) die zijn vader's imperium heeft overgenomen. Deze Metarey is echter stukken minder harteloos dan zijn vader en dient met name de maatschappij waarin hij leeft: in een uithoek van de staat New York in de buurt van Buffalo. De vader van Corey is loodgieter en doet klusjes voor Metarey waarbij zijn zoon ook hulp biedt. Het goed klaren van een klus leidt tot meer klusjes voor Corey bij Metarey en stukje bij beetje komt hij steeds nader bij de familie te staan en dan met name de dochter Christian. De familie bestaat verder uit June, de vrouw van Metarey en diens zoon Andrew en andere dochter Clara. In die tijd speelt de Vietnam-oorlog een hoofdrol en Metarey wil een anti-oorlogskandidaat steunen mede ook in het besef dat zijn zoon Andrew uiteindelijk ook naar Vietnam kan worden gestuurd. De senator voor zijn staat en goede vriend Henry Bonwiller besluit in dat gat te springen en zich te kandideren waarbij hij de (financiële) steun van Metarey goed kan gebruiken. Hierdoor krijgt Corey steeds meer klussen voor de campagne van Bonwiller en komt hij steeds meer te weten over diens campagne zonder er ooit een belangrijke rol in te spelen. Tegelijkertijd krijgt Corey de mogelijkheid van Metarey om zijn eigen bescheiden afkomst te overtreffen door naar de oude school van Metarey te gaan waardoor hij uiteindelijk verder kan studeren en eindigt als uitgever van een regionale krant de Speaker-Sentinel in Saline. De campagne van Bonwiller verloopt zoals die van Kennedy ook verliep en eindigt in dezelfde categorie (denk 'Chappaquiddick'). Aangezien het boek drijft op het uitgangspunt dat de lezer over veel zaken (en dan met name de precieze details) in het ongewisse wordt gehouden, zal ik hier verder niets meer over schrijven, dat zou het lezen van het boek iets minder aardig maken.

Dit laatste punt heeft nogal tot wat kritiek op het boek geleid. Ik las een recensie in de New York Times die Canin hoog heeft zitten als de schrijver van korte verhalen, maar hem tekort vinden schieten bij het schilderen van een groter canvas waarbij het achterhouden van informatie als slecht stijlmiddel wordt beschouwd. De New Yorker was een stuk positiever en had wel wat aanmerkingen maar vind het boek prachtig wijds van opzet en bij tijd en wijle meesterlijk. Ik ben het roerend eens met de New Yorker. Ik kende Canin helemaal niet en heb het boek gekocht na een tip van een vriend die zelden teleurstelt met zijn aanbevelingen. Het boek leest als een pastorale van de Amerikaanse maatschappij en haar politieke systeem van de afgelopen vijftig jaar en beschrijft een prachtig breed canvas dat iedere pagina een genoegen is om te lezen. Dat informatie continu wordt achtergehouden, leidt juist tot spanning omdat Canin impliciet duidelijk maakt dat het antwoord komt, maar dat de reis ernaar toe evenzo belangrijk is als de uitkomst. De uitkomst kleurt die reis dan weer in wat een beetje doet denken aan de film 'Citizen Kane' dat begint met de 'dying words' van tycoon Charles Foster Kaner ('rosebud'). Pas aan het einde van 'Citizen Kane', wanneer de levensloop van Kane is doorgelopen, wordt duidelijk wat de betekenis is van 'rosebud' waarmee de hele film op zijn plek valt. Wat dat betreft zijn de parallelen tussen de film 'Citizen Kane' en 'America America' treffend. Een goede verfilming van dit boek zou ik ook zeer toejuichen. Overigens is Kane, net als Bonwiller, gebaseerd op een bestaand persoon: krantenmagnaat William Randolph Hearst. 'Rosebud' had overigens in het echt voor Hearst ook betekenis, maar was niet de naam van de slee die zijn verloren jeugd personificeerde, maar de koosnaam van het nogal privégedeelte van zijn minnares.

'America America' is, mede vanwege de mooie episodische schrijfstijl en het treffende onderwerp, een van de mooiste romans die ik de afgelopen jaren heb gelezen en de komende jaren vast en zeker nog met regelmaat zal herlezen. Met de voorverkiezingen in New Hampshire om de hoek en de naderende presidentsverkiezingen in november 2012 een bij deze campagnetijd passende begeleidende roman.