maandag 26 juni 2017

De herontdekking van Anthony Burgess' magnum opus


Ruim 35 jaar na het verschijnen van Earthly Powers is voor het eerst als Machten der Duisternis een Nederlandse vertaling verschenen van het magnum opus van Anthony Burgess. Alle reden om de oorspronkelijke versie voor het eerst te lezen en na te gaan waarom de bedenker van A Clockwork Orange niet alleen daarom bekend hoort te zijn. De intrigerende eerste zin is de start van een literair avontuur dat je niet snel vergeet. 

De Britse schrijver Anthony Burgess (1917-1993) is één van de bekendste schrijvers in de Engelstalige wereld, maar zijn faam daarbuiten is toch vooral verbonden met A Clockwork Orange. Een roman die een bijzonder naargeestige toekomst schetst en vooral bekend is geworden door de filmversie van de hand van Stanley Kubrick. Een film die in 1971 grote controverse uitlokte, maar tegenwoordig die impact niet meer heeft. In 1980 schreef Burgess Earthly Powers dat pas deze maand – onder de titel Machten der Duisternis – voor het eerst een Nederlandse vertaling heeft gekregen. Daar waar de toekomstblik uit de jaren zestig van A Clockwork Orange zeer tijdgebonden is, geldt dat in minder mate voor Earthly Powers dat als biografie van de fictieve schrijver Kenneth Toomey in een kleine 700 pagina’s een panorama van de twintigste eeuw schetst. Earthly Powers is zo’n boek dat begenadigd is met een eerste zin die intrigeert en fascineert. Een zin die overigens ook in de nieuwe Nederlandse vertaling niet aan kracht heeft ingeboet: “Het was de middag van mijn eenentachtigste verjaardag en ik lag in bed met mijn schandknaap toen Ali kwam zeggen dat de aartsbisschop er was om me te spreken”. 

Een literair leven
In die eerste zin van dat eerste hoofdstuk zitten tal van elementen die in de tachtig hoofdstukken die hier nog op volgen bepalend zijn. Het maakt duidelijk dat de hoofdpersoon van Earthly Powers homoseksueel is. Een niet bepaald ongevaarlijke constatering in het Verenigd Koninkrijk waar Burgess opgroeide en tot vervolging dan wel censuur leidde. Oscar Wilde (1854-1900) is het daar het meest fameuze voorbeeld van. Een afschrikwekkend voorbeeld dat William Somerset Maughan (1874-1965) ervan weerhield om homoseksualiteit in zijn werk voor te laten komen. Dezelfde schrijver die naar verluidt de inspiratie vormde voor de 81-jarige uit die eerste zin van Earthly Powers. De fictieve Britse schrijver Kenneth Toomey die zijn vaderland – vanwege zijn eigen homoseksualiteit - al lang geleden heeft verruild voor een zelfgekozen verbanning in onder andere Malta waar in zijn villa deze eerste zin plaats vindt. Een villa verder bevolkt door een laatste in een behoorlijke rij van minnaars die vooral aan Toomey zijn verbonden door zijn geld en aanzien. Een constatering die Toomey zelf met graagte expliciet maakt. En zijn trouwe dienaar Ali die de andere noden van Toomey ledigt. 

De in totaal 81 hoofdstukken die Earthly Powers telt, staan symbool voor het aantal levensjaren van Toomey waarin hij zich richt tot de lezer en zijn levensverhaal uiteenzet. Een levensverhaal waar de Rooms-Katholieke kerk een belangrijke rol speelt. Het is niet voor niets dat Toomey op zijn 81e wordt bezocht door een aartsbisschop. Deze prelaat heeft tot taak om bewijs te verzamelen voor de heiligverklaring van Paus Gregorius XVII. Voor zijn goddelijke roeping ging deze paus door het leven als Carlo Campanati en was hij via zijn broer Domeninco verbonden aan de Toomey-familie. Deze niet onverdienstelijke componist die later succes zou hebben in Hollywood was getrouwd met Hortense, de zus van Kenneth Toomey. De verwikkelingen in het leven van Toomey zijn nauw verbonden met die bijzondere familieband, maar nog meer met de belangrijkste ontwikkelingen in de twintigste eeuw. 

Een waar magnum opus
Het bijzondere aan Earthly Powers is dat hoewel volledig fictief Burgess – vanuit de familiaire wederwaardigheden van de families Toomey en Campanati – een panorama van de twintigste eeuw aan de lezer voorbij doet trekken. Van bepalende thema’s zoals geloof, de aard van het kwaad en homoseksualiteit en invloedrijke (met name literaire) personen zoals James Joyce, Joseph Goebbels, Benito Mussolini en Ernest Hemingway tot historische gebeurtenissen al dan niet gefictionaliseerd. Van de zeppelin Hindenburg tot een variatie op het Jonestown-incident waar een sekte collectief zelfmoord pleegde. Toomey reist daarbij met name door Europa en de landen van het Gemenebest vanaf de Eerste Wereldoorlog, de opkomst van het fascisme, de Tweede Wereldoorlog en de nieuwe wereldorde na het einde van het Derde Rijk en de Japanse koloniale ambities. Burgess heeft daarbij een onmiskenbaar talent om dit alles tot een zeer rijke roman te kneden die fascineert door de reikwijdte en het prachtige taalgebruik, maar ook her en der tot een glimlacht leidt door een karakter dat varieert van het droogkomische tot het dramatische. De rijkheid die Earthly Powers omvat, maakt het tot een bijna onmogelijke opgave om dit op een goede manier binnen deze (relatief) beperkte ruimte te etaleren. Deze uiteenzetting toont (hopelijk) aan dat Earthly Powers terecht wordt gezien als het magnum opus van Anthony Burgess en een belangrijke mijlpaal in de Engelstalige literatuur. Een boek dat al veel eerder in het Nederlands vertaald had moeten worden om een groter publiek kennis te laten maken met het bijzondere leven van Kenneth Toomey.

‘Earthly Powers’ van Anthony Burgess is voor het eerst in 1980 verschenen. Als ‘Machten der Duisternis’ is 1 juni jl. de Nederlandse vertaling door Paul Syrier verschenen bij Uitgeverij G.A. van Oorschot. Deze recensie is op basis van de oorspronkelijk Engelstalige versie. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

zaterdag 17 juni 2017

Festival Classique 2017: Oneindig Mondriaan


Festival Classique 2017
Movement

Beethoven: Ouverture Coriolan
Grieg: Solveigs vuggevise en Ved Rondane
Satie: Gymnopedie Nr. 3
Milhaud: Scaramouche
Tsjaikovski: Symfonie Nr. 6 - Allegro molto vivace
Dvořák: Song to the Moon uit Rusalka
Stravinsky: De Vuurvogel - Danse InfernaleBerceuse en Finale
Brahms: Hongaarse Dans Nr. 1 (reprise)

Kari Postma (sopraan), Raaf Hekkema (saxofoon)
Lex Bohlmeijer (presentatie), Thom Stuart (choreografie)
De Dutch Don't Dance Division 

Nicholas Collon, Residentie Orkest
Kurhaus, Scheveningen 

Met Movement brengt het Festival Classique een hommage aan Piet Mondriaan. Geïnspireerd door diens vernieuwende kunst slaan ruim 130 musici en dansers de handen ineen om - in veel gevallen letterlijk - de beweging die Mondriaan ontketend heeft tot leven te brengen. Het Residentie Orkest onder leiding van de nieuwe chef-dirigent Nicholas Collon slaagt daar zeer goed in, maar vooral wanneer de De Junior Dutch Dance Division het feest compleet maakt met meeslepende dans. 

In 2006 startte het Festival Classique met concerten in en rondom het centrum van Den Haag met als hoogtepunt het concert op de Hofvijver. Maar aangezien de zomer meteorologisch maar vooral gevoelsmatig in juni nog vaak niet echt begonnen is, viel dat hoogtepunt met enige regelmaat (letterlijk) in het water. Inmiddels is het Festival Classique verhuisd naar Scheveningen en vindt van 15 tot en met 25 juni alweer de elfde editie plaats. De statige Kurzaal in het Kurhaus is één van de bijzondere locaties die dienen als podium voor het festival dat met 42.000 bezoekers in 2016 zeer succesvol en inmiddels vast onderdeel van de Haagse zomer is geworden. Na het openingsconcert op donderdag was het gisteren aan Movement om het festival echt in beweging te krijgen. De gecombineerde krachten van 130 musici en dansers slaagde daar volkomen in. Geïnspireerd door het iconische werk van Piet Mondriaan (1872-1944) is Movement een divers programma geworden met zang en dans op muziek van Beethoven, Grieg, Satie, Milhaud, Tsjaikovski, Dvořák en Stravinsky. 

Een nieuwe chef-dirigent
Het Haagse Residentie Orkest is onlosmakelijk met het Festival Classique verbonden, maar bevond zich tegelijkertijd de afgelopen jaren in een bijzondere positie. Sinds het vertrek in 2012 van Neeme Järvi heeft het orkest geen chef-dirigent meer. Een moeilijke (financiële) periode lag daar aan ten grondslag waardoor het orkest noodgedwongen een tijd lang het had te doen met een reeks aan gastdirigenten. Een duo van Richard Egarr en Jan Willem de Vriend was de volgende stap waarbij de jonge Nicholas Collon (1983) de afgelopen twee jaar naast De Vriend het orkest weer tot leven bracht. Vlak voor de start van het Festival Classique werd - niet onverwacht - bekend dat met ingang van het volgende seizoen Collon de nieuwe chef-dirigent en artistiek adviseur van het orkest wordt. Een bevestiging van het voor iedereen zichtbare, maar vooral hoorbare feit dat het eminente orkest weer helemaal terug is van weggeweest. Het recente concert ter gelegenheid van het afscheid van burgemeester van Den Haag Jozias van Aartsen - met onder andere een indrukwekkende uitvoering van de Vierde Symfonie van Mahler - was daar al een mooi voorbeeld van. En ook in de muzikale potpourri die Movement is, werd dit zonneklaar. 

Het hoogtepunt met Mondriaan en Tsjaikovski
Daarbij was het Residentie Orkest niet alleen in de Kurzaal. Het diverse programma werd op aanstekelijke wijze aan elkaar gepraat door Radio 4-presentator Lex Bohlmeijer. De Noors-Nederlandse sopraan Kari Postma ontroerde in twee liederen van Grieg, maar vooral in de Song to the Moon uit  Dvořák's opera Rusalka. De saxofonist Raaf Hekkema pakte uit in Scaramouche van de Franse componist Milhaud en - zeker in het derde samba-achtige deel - liet duidelijk horen waarom dit werk in een programma als Movement niet mag ontbreken. Maar het echte hoogtepunt van de avond waren die momenten waarop de muziek van het Residentie Orkest tot leven werd gebracht door de jonge dansers van De Junior Dutch Don't Division van het Haagse dansgezelschap De Dutch Don't Dance Division (DeDDDD) van Thom Stuart en Rinus Sprong. In Den Haag is DeDDDD inmiddels een begrip door onder andere jaarlijkse producties zoals Solo's at the Sea en de kerstproductie. Grappig genoeg waren de juniors diezelfde avond ook zeer zichtbaar voor de rest van Nederland aangezien ze in Holland's Got Talent zich naar de finale dansten. En dat is niet zonder reden aangezien het dansen van hoog niveau is en de choreografie, ditmaal van Thom Stuart, geweldig samen gaat met de muziek van in dit geval Beethoven en Tsjaikovski. In de Ouverture Coriolan gaven de mannelijke dansers - getooid in de kleuren van Mondriaan - een abstracte weergave van de muziek gebaseerd op de historische Romeinse staatsman Coriolanus die door zijn moeder werd overreed om Rome te sparen en zo zijn eigen ondergang tegemoet ging. Maar het echte hoogtepunt was de combinatie van Mondriaan en het opzwepende derde deel uit de Zesde Symfonie van Tsjaikovski. Een schier eindeloze optocht van dansers - via een soort perpetuum mobile-constructie waarbij de eerste danser snel weer aansluit als laatste in de rij - in de iconische Mondriaan-jurk van Michael Barnaart van Bergen (geïnspireerd door Yves Saint Laurent) gaven enorm reliëf aan de muziek van Tsjaikovski en de beste vertaling van Movement. De combinatie was dermate indrukwekkend dat het publiek tot een welgemeende en zeer spontane tussentijdse staande ovatie kwam. Hoewel nog het prachtige Song to the Moon en delen uit Stravinsky's De Vuurvogel volgden was het hoogtepunt echt al geweest. Sowieso had de prima uitgevoerde De Vuurvogel - hoewel Stravinsky nog altijd blijkbaar niet ieders smaak is - wel wat meer 'omlijsting' mogen hebben door ook dit werk te combineren met dans. Maar dat is een beperkte kritische noot op een verder heerlijk concert dat met de eerste Hongaarse Dans van Brahms nog een lekkere goulash-uitmijter kreeg.

De elfde editie van Festival Classique vindt plaats van 15 t/m 25 juni in diverse locaties in en rondom het Kurhaus in Scheveningen. 'Movement' wordt op zondag 17 juni voor een tweede en laatste keer uitgevoerd. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 16 juni. Kaarten en meer info over het Festival Classique hier

dinsdag 13 juni 2017

Pervers genot in een waanzinnige Salome


De Nationale Opera
Salome
(Richard Strauss, 1864-1949)

Malin Byström, Salome
Evgeny Nikitin, Jochanaan
Lance Ryan, Herodes
Doris Soffel, Herodias
Peter Sonn, Narraboth

Ivo van Hove (regie), Jan Versweyveld (decor en licht) 
An D'Huys (kostuums), Tal Yarden (video)

Daniele Gatti, Koninklijk Concertgebouworkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

De Nationale Opera sluit het seizoen af met een in alle opzichten waanzinnige nieuwe productie van Richard Strauss’ Salome. Een door Daniele Gatti aangejaagd Koninklijk Concertgebouworkest laat de prachtige en sensuele  muziek van Strauss stralen als nooit tevoren. Terwijl een spaarzame maar hoogst effectieve enscenering van Ivo van Hove maximaal ruimte geeft aan het perverse genot van Salome die door Malin Byström in volle waanzin ongenaakbaar tot leven wordt gebracht. Een geweldige productie die zonder twijfel het muzikale hoogtepunt van dit seizoen is en nu al een klassieker.

Voor de derde maal in vijftien jaar voert De Nationale Opera de omstreden opera Salome (1905) van Richard Strauss uit. Gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Oscar Wilde schreef Strauss een eenakter waar Salome, de perverse stiefdochter van koning Herodes, haar stiefvader via haar sensuele dans van de zeven sluiers overreedt om de door hem gevangen genomen Johannes de Doper (Jochanaan) te onthoofden. Dit slechts vanwege het feit dat Jochanaan de verliefde Salome durft af te wijzen en weigert haar te kussen. Geslaagd in haar moorddadige voornemen, kust zij het levenloze hoofd van Jochanaan. Tot afgrijzen van haar stiefvader die haar dood beveelt. Zowel bij de première van het toneelstuk van Oscar Wilde als de opera van Richard Strauss was het schandaal niet van de lucht. Een schandaal dat Strauss bepaald geen windeieren heeft gelegd aangezien Salome een zeer populair onderdeel is geworden van de operacanon en de componist later deed opmerken dat zijn villa in Garmisch betaald is met de inkomsten van deze opera.   

Kupfer, Konwitschny en Van Hove
In 2002 stofte de toenmalige De Nederlandse Opera de niet onverdienstelijke enscenering van Harry Kupfer uit 1988 nog eens af om deze onder muzikale leiding van Edo de Waart uit te voeren. In 2009 volgde een volledig nieuwe productie in een enscenering van Peter Konwitschny. Een nogal onbegrijpelijke en abstracte enscenering gecentreerd rondom een eettafel met monsterlijke figuren waarbij het boegeroep na afloop – terecht - niet van de lucht was. Daar waar Kupfer de natuurlijke kracht van de muziek en het libretto via de enscenering ondersteunde, was hier sprake van een parallelle wereld die alleen maar afleidde. Het is daarom weinig verwonderlijk dat – in markant contrast met de Kupfer-enscenering – dit decor achterwege is gelaten en gekozen is voor een nieuwe productie onder regie van Ivo van Hove als onderdeel van het Holland Festival. 

Voor de muzikale begeleiding werd ditmaal het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) onder leiding van de eigen chef-dirigent Daniele Gatti bereid gevonden. De laatste keer dat het KCO onder Gatti in de orkestbak van Nationale Opera & Ballet kon worden teruggevonden, was in 2014 met een geweldige productie van Verdi’s Falstaff. En hoewel dit positief stemt, heeft Gatti pas één keer eerder kortstondig Salome gedirigeerd en heeft het orkest – althans in de huidige bezetting – nog geen enkele keer deze opera zich meester gemaakt. Toch waren de voortekenen voor deze productie zeer gunstig. Want, zoals elders ook opgemerkt, bij het debuut van Gatti in 2004 bij het Koninklijk Concertgebouworkest stond Salome’s Dans van de Zeven Sluiers op de lessenaar. Een prachtig concert dat deze Salome-liefhebber net als de twee eerdere DNO-producties van Salome heeft bijgewoond.

Het orkest in de hoofdrol
Hoewel de rol van Salome door de omvang en zwaarte zeer bepalend is voor het succes van deze opera is de uiteindelijke hoofdrol toebedeeld aan de muziek en daarmee het orkest. Zeker wanneer het orkest de muziek van Strauss zo overtuigend en sensueel laat klinken als het KCO. Muziek die op het lijf geschreven is van Gatti aangezien pathos en bezieling leidend zijn voor een echt goede uitvoering. Het knappe hierbij is dat de waanzin die langzamerhand van Salome bezit neemt in haar queeste om Jochanaan te kussen hand in hand gaat met de ontwikkeling van de muziek. Momenten van pure schoonheid wisselen onnavolgbaar af met uitbarstingen van extase en toorn. De bedrieglijk eenvoudige enscenering van Van Hove die feitelijk niet meer is dan een steeds kleiner wordende doorkijk naar het paleis van Herodes afgezet tegen een kaal en zwart decor gedomineerd door een almaar veranderende maan weet puntgaaf de dramatiek van het libretto te ondersteunen. Een dramatiek die tot perfectie wordt geboetseerd door Malin Byström die een bijzonder geloofwaardige Salome neerzet en de sterren van de hemel zingt, maar ook de Dans van de Zeven Sluiers verdienstelijk en ongebruikelijk zelf danst. Een dans waar de rest van cast als het ware gehypnotiseerd in op gaat. De bonkige en volop getatoeëerde Jochanaan van Evgeny Nikitin lijkt op het eerste gezicht in niets op een man waar een prinses als Salome door verrukt zou kunnen raken, maar juist in die stoere ongenaakbaarheid wordt het des te geloofwaardiger. Sowieso is er een overvloed aan talent in de rolbezetting, hoe klein de rol ook. Herodes is door Lance Ryan ontdaan van de overbekende karikatuur terwijl Doris Soffel een zeer koninklijke Herodias neer zet die niet alleen haar dochter aanspoort tot heiligschennis, maar naast Byström de meest overtuigende vertolking neerzet. 

De producties van De Nationale Opera vallen zelden tegen, maar deze productie van Salome neemt een wel heel bijzondere plaats in. De ruim één uur en drie kwartier die deze eenakter duurt, vliegen voorbij en bereikte door de hoge kwaliteit een intensiteit waardoor het publiek ademloos – er was werkelijk waar geen kuch te horen – in de greep was van het muzikale genie van Richard Strauss. Een genie dat tot volle wasdom komt door een ultieme samensmelting van orkest, dirigent, solisten en enscenering. Zonder twijfel het muzikale hoogtepunt van dit seizoen en één van de pareltjes uit de trotse geschiedenis van de Nationale Opera. Halverwege zegt Jochanaan met 'Du bist verflucht!’ Salome de wacht aan en tekent tegelijkertijd zijn eigen doodvonnis. Dat geldt allesbehalve voor deze magistrale uitvoering waarbij je pas vervloekt bent wanneer je niet de kans grijpt om deze muzikale hoogmis te ondergaan.  

Foto: Nationale Opera & Ballet


Op 9 juni 2017  is een nieuwe productie van ‘Salome’ van Richard Strauss bij De Nationale Opera in première gegaan. Tot en met 5 juli wordt ‘Salome’ bij Nationale Opera & Ballet in Amsterdam opgevoerd. Deze recensie is op basis van de uitvoering van maandag 12 juni. 


maandag 5 juni 2017

Opera 31 mei 2017: De waanzin van Rigoletto


De Nationale Opera
Rigoletto
(Giuseppe Verdi, 1813-1901)

Luca Salsi, Rigoletto
Lisette Oropesa, Gilda
Saimir Pirgu, Il Duca di Mantova
Rafal Siwek, Sparafucile
Annalisa Stroppa, Maddalena
Carlo Cigni, Il Conte di Monterone

Damiano Michieletto (regie)
Paolo Fontin (decor), Agostino Cavalca (kostuums)
Roland Horvath (video)

Koor van De Nationale Opera
Carlo Rizzi, Nederlands Philharmonisch Orkest
Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

Verdi's overbekende Rigoletto doet de gelijknamige nar langzaam wegzakken in volledige waanzin door de door hemzelf veroorzaakte dood van zijn dochter Gilda. In de nieuwe productie voor De Nationale Opera maakt regisseur Damiano Michieletto de waanzin vanaf het eerste moment manifest. Een gewaagde keuze die - mede met dank aan uitstekende prestaties van solisten en orkest - succesvol én meeslepend uitpakt. 

Verdi's Rigoletto is de eerste opera van de Italiaanse componist die zo succesvol is dat sinds de première in 1851 de neergang van de gelijknamige nar nooit het repertoire verlaten heeft. La donna è mobile is één van de meest bekende aria's uit de operageschiedenis en ver buiten het operahuis bekend. Een opera die niet alleen uitstekend geschikt is als introductie tot het werk van Verdi, maar juist ook voor de eerste stappen in de wondere wereld van de opera. Wie de synopsis echter tot zich neemt, vraagt zich door de veelvoud aan personages en gebeurtenissen af hoe dit moet leiden tot een makkelijk te volgen opera. Dan blijken verhaal en uitvoering in de praktijk toch wel erg gescheiden werelden te zijn aangezien Rigoletto's langzame mars naar waanzin door de door hem zelf veroorzaakte dood van zijn dochter Gilda door de mislukte wraak op haar minnaar bijzonder logisch en goed te volgen te zijn. Juist de ontwikkeling van de succesvolle en machtige nar naar zielig hoopje menselijke ellende vormt de kracht en het hart van Verdi's meesterwerk. Daarbij zeer wel beseffend dat de historische nar vaak veel meer was dan een clown, maar een hoveling die - afhankelijk van zijn koninklijke meester -  invloed had. Een voorbeeld hiervan was de nar in de hofhouding van Koning James I van Engeland (tevens James IV van Schotland) die grote invloed en rijkdom vergaarde. De teloorgang van een hoveling - ook al betreft het "slechts" een nar - is daarom een fijne basis voor een opera vol menselijk drama. 

Rigoletto in het gesticht
In de regie van Damiano Michieletto is het langzame verval in waanzin geen begaanbare weg. In de prachtige nieuwe productie voor De Nationale Opera is de gehele opera gesitueerd in een gesticht waar Rigoletto zijn traumatische neergang opnieuw en volledig in zijn hoofd beleeft. De nar is hier vanaf het eerste moment waanzinnig waarbij de realiteit van het gesticht en zijn herinnering aan hetgeen zijn waanzin startte door elkaar heen lopen. Het is zonder meer een vondst die naast het onmiddellijke effectbejag ook zonder meer werkt en zo deze klassieke opera een welkome en aansprekende draai geeft. Michieletto combineert een naargeestig gesticht met videoprojecties die het gelukkige leven van vader Rigolette en dochter Gilda weergeven. Door de klinisch witte muren fungeert het decor daarmee tegelijkertijd als levensgroot projectiescherm. Een pop representeert Gilda in de reële wereld van het gesticht terwijl een uitmuntende zingende Lisette Oropesa - eerder te zien in de heerlijke DNO-productie Falstaff - Rigoletto's dochter in zijn herinnering voor haar rekening neemt. Via poppenspelers komt de nep-Gilda tot leven en markeert daarmee een intrigerend contrast met de echte Gilda. 

Een Italiaanse Rigoletto
Met een grotendeels Italiaanse cast en het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van de Italiaanse Verdi-expert Carlo Rizzi is deze Rigoletto een op en top Italiaanse aangelegenheid die door de muzikale kwaliteit en de enscenering dramatisch en meeslepend is. Naast Lisette Oropesa's Gilda is de Rigoletto van Luca Salsi zonder twijfel het hoogtepunt. Zonder een spoor van twijfel geeft hij gestalte aan de waanzinnige Rigoletto. Beide hoofdrolspelers worden bijgestaan door een schmierende Simir Pirgu als de Hertog van Mantua die de grote liefde van Gilda is, maar haar tegelijkertijd bedriegt en de toorn van haar vader doet ontsteken. Een toorn die leidt tot het in dienst nemen van de huurmoordenaar Sparafucile die heerlijk donker gestalte wordt gegeven door Rafal Siwek. Ondanks dat Gilda weet dat zij door haar grote liefde is bedrogen, kiest zij ervoor om zijn plaats in te nemen en ten prooi te vallen aan Sparafucile. Een daad die de vloek die aan het begin van de opera over Rigoletto wordt uitgesproken manifest maakt en de allesomvattende waanzin bij de nar teweegbrengt die de kern vormt van de kracht van deze opera én deze productie.


Van 9 mei t/m 5 juni 2017 voert De Nationale Opera 'Rigoletto' van Verdi in een nieuwe productie  onder regie van Damiano Michieletto uit. Deze recensie is op basis van de uitvoering op woensdag 31 mei 2017.