vrijdag 25 januari 2013

Leven in een kibboets: 'Onder vrienden' van Amos Oz


Wie de hedendaagse politiek in Israël beziet kan niet anders concluderen dat ‘rechts’ al jarenlang domineert. En in een land waar steeds dezelfde namen van tijd tot tijd het premierschap claimen, is Netanyahu the man to beat. Met het vooruitzicht op voortzetting van diens premierschap is het voor velen misschien moeilijk te geloven dat Israël tot ver in de jaren zeventig werd gedomineerd door de socialistische Arbeiderspartij, de enige politieke partij die zelfstandig een meerderheid in de Knesset tot haar beschikking had. Pas in 1977 trad de 18e regering van Israël aan met voor het eerst een rechtse premier: Menachim Begin van Likud.

Voor 1977, maar ook zeker nog daarna, was Israël het beloofde socialistische land. Dat is ook niet verwonderlijk aangezien de zionisten die via de aliyah naar Israël trokken het socialisme aanhingen. Juist het gelijkheidsideaal zal het socialisme zo aantrekkelijk hebben gemaakt voor een vervolgde bevolking. Niet voor niets was Joop den Uyl goed bevriend met Golda Meir en bevond zich op zijn bureau twee foto’s: één van zijn vrouw en de ander van Golda Meir. In het nieuwe boek van Amos Oz (1939) word je teruggevoerd naar de beginjaren van de staat Israël en die typische Israëlische vinding: de kibboets.

Onder Vrienden bestaat uit acht korte verhalen die op zichzelf staan, doch allemaal verbonden zijn. Alle verhalen gaan over inwoners van de fictieve kibboets Jikhat. Zo kom je Tsvi Provizor tegen, een vijfenvijftig jarige vrijgezel die niets liever lijkt te doen dan de meest vreselijke nieuwsberichten te verkondigen aan allen die het willen horen. Niet om ze in een depressie te helpen, maar om de slachtoffers van deze tragedies toch nog een stem te geven. Ook tref je een Nederlander, Maarten van den Berg, gevlucht voor de Nazi’s naar het beloofde land en sterk voorstander van het Esperanto dat hij ziet als de universele taal om te komen tot een vreedzame wereld. Ook overspel, moeilijke vader-dochter relaties, het gevoel een buitenstaander te zijn en ontluikende verboden liefde passeren de revue. Zo’n kibboets is net de echte wereld.

In alle verhalen figureren enkele van de hoofdpersonen van de andere verhalen of worden kort genoemd. Zo schept Oz een samenhangend beeld van het leven in een kibboets. Daarbij is overigens de echte hoofdrolspeler van het boek de kibboets zelf en niet de diverse personages die Oz voor de lezer geschapen heeft. Hij bereikt dit onder andere door ieder verhaal slechts een momentopname te laten zijn uit het leven van de leden van de kibboets. Wie hoopt acht afgeronde verhalen te lezen, komt bedrogen uit. Elk verhaal kent niet echt een einde en is daarmee een reflectie op het ‘echte’ leven. Wie nog denkt dat wellicht het laatste verhaal alle eindjes aan elkaar zal knopen, moet maar niet met dit boek beginnen.

Door deze opzet is het boek eigenlijk een verhandeling over de kibboets. Iets waar Oz zelf vanuit zijn vroegere leven zeer bekend mee is. Of het leven in de kibboets nou wordt aangeprezen is in the eye of the beholder, maar het beeld dat naar voren komt uit Onder Vrienden is op zijn best een mixed bag. Het is vooral een gedwongen levensstijl waar afwijking toch maar slecht getolereerd wordt. Het blijkt maar weer dat ook een ideale samenleving te maken heeft met dezelfde problemen, verwikkelingen en gebeurtenissen als de rest van de wereld.

De kibboets is één van de meest praktische uitingen van het socialisme en heeft daarom een bijzondere weerklank gevonden bij Europese socialisten. Mij doet het altijd denken aan een scène uit Yes, Minister waar minister Jim Hacker meldt dat zijn dochter Lucy, student aan de socialistische universiteit van Essex, haar volgende vakantie wil doorbrengen in een kibboets en dan droog opmerkt ‘Or I should say, as she’s at the University of Sussex, another kibbutz’. Gelijk Yes, Minister is ook Onder Vrienden geen warme aanbeveling voor de kibboets.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

maandag 21 januari 2013

'What the hell's the presidency for?': 'The Passage of Power' van Robert Caro

 
© Wiki Commons

Met inmiddels 3.000 pagina’s en vier delen is The Years of Lyndon Johnson, Robert Caro’s biografie van de 36e president van de Verenigde Staten, in alle opzichten monumentaal te noemen. Van Bill Clinton tot William Hague en Mark Rutte: ze zweren allemaal bij het genie van dit werk.

In 1982 verscheen het eerste deel The Path to Power over het leven van Johnson tot aan zijn verloren campagne voor U.S. Senator namens Texas in 1941. Acht jaar later verscheen het tweede deel, Means of Ascent, dat met name handelt over de ditmaal wel succesvolle verkiezing tot Senator in 1948 na een legendarische Democratische voorverkiezingsstrijd tegen Coke R. Stevenson die alle (wettelijke) grenzen te buiten ging.

Het was ooit de bedoeling dat het hele leven van Johnson in drie volumes zou passen, maar met de, na twaalf jaar voorbereiding, uit 2002 stammende meesterlijke vertelling in ruim 1.100 pagina’s door Caro van de senaatsjaren van LBJ was de conclusie dat een extra vierde deel nodig zou zijn. 

En nu een decennium nadat Master of the Senate is verschenen en beschreef hoe Johnson de ingeslapen Senaat omvormde tot een ongekend machtsmiddel waar hij als Democratische Leader de scepter zwaaide, verschijnt The Passage of Power. Het vierde deel handelt ‘slechts’ over de Democratische voorverkiezing voor de kandidatuur voor president in 1960 waar Johnson het zou afleggen tegen John F. Kennedy om vervolgens diens Vice President te worden. Een ongelooflijk frustrerende periode voor deze Macher die van het toppunt van zijn macht terugvalt tot een machteloze tweede man in een administratie die niet de zijne was. En op het laagste punt van zijn carrière, als tegelijkertijd onderzoeken worden gestart naar een naaste adviseur en zijn levensstijl, slaat het noodlot op 22 november 1963 in Dallas toe en wordt Lyndon B. Johnson de opvolger van de vermoorde 35e president van de Verenigde Staten.
 
En op het moment dat Johnson het overgenomen presidentschap van Kennedy daadwerkelijk tot zijn presidentschap heeft gemaakt, stopt het boek en moeten de talloze bewonderaars van het werk van Caro (dat ‘slechts’ bestaat uit biografieën van Robert Moses en Johnson), het doen met de mededeling dat er een vijfde deel komt waarvan Caro in 2011 meldde dat dit nog twee tot drie jaar zou duren. Grote kans dat Caro er alsnog een zesde deel uitsleept en veel meer tijd nodig heeft om zijn doorwrochte, maar geweldig leesbare en literaire LBJ-odyssee af te ronden.

© Wiki Commons
Want The Passage of Power geeft gelijk de voorgaande delen een zo onnoemlijk scherpe en diepgravende aanblik van het conflicterende karakter van Johnson. Enerzijds de man die alle (vuile) trucs uit de kast haalt om politieke macht te verkrijgen, maar anderzijds zich inzet voor de meest waardige wetgeving die in de 20e eeuw het Amerikaanse Congres heeft gepasseerd: The Civil Rights Act uit 1964. Dit innerlijke conflict kan niet los gezien worden van Johnson’s jeugd in Johnson City nabij Austin in Texas. De weidsheid en ruigheid van de staat Texas heeft Johnson gevormd. Deze recensent heeft, naast de Lyndon B. Johnson Presidential Library te Austin, ook zijn ranch, The Texas White House, bezocht en dat geeft een volstrekt nieuwe dimensie aan de blik op Johnson en de omgeving die hem gevormd heeft.

Net zo zeer als The Great State of Texas heeft de neergang van zijn vader, die na een succesvolle politieke carrière van de één op andere dag al zijn aanzien kwijt was en arm zou sterven, Johnson gevormd. Caro toont overtuigend aan dat het schrikbeeld van zijn vader zoon Johnson weerhield om zich openlijk te kandideren als Democratische presidentskandidaat in 1960 waardoor Kennedy met de prijs aan de haal ging. Zijn angst voor een nederlaag was groter dan zijn wens om president te worden.

En daar waar Johnson dacht dat ‘power is where power goes’ kwam hij bedrogen uit en werd hij stelselmatig klein gehouden door de Kennedy-broers en kon hij alleen maar de conclusie delen van zijn beroemde voorganger John Adams dat ‘the Vice Presidency is the most insignificant office that ever the invention of man contrived or his imagination conceived’. Een andere voorganger en mede-Texaan, John Nance Garner, was nog duidelijker. In diens ogen was het vicepresidentschap ‘not worth a warm bucket of spit’.

Caro beschrijft ook meesterlijk de intense haat en nijd die bestaat tussen Johnson en Robert Kennedy die al startte toen Johnson nog de Leader was en Kennedy slechts een medewerker in de Amerikaanse Senaat. Johnson wordt als gevaarlijk gezien en moet daarom zo ver mogelijk van de macht gehouden worden, terwijl er tegelijkertijd bij de (weinig charmant overkomende ) Kennedy-kliek een groot dédain bestaat voor de boerse Johnson die als Rufus Cornpone wordt weggezet: ‘when he mispronounced “hors-d'oeuvres” as “whore doves”, the mistake was all over Georgetown in what seemed an instant’. 

Toch is het belangrijkste deel van het boek dat deel dat besloten ligt in de titel The Passage of Power: de overgang van de macht van Kennedy naar Johnson. Caro toont daarbij terecht aan dat Johnson in slechts luttele weken het land door een ongekend moeilijke periode loodste, kansloze wetgeving van zijn voorganger door het Congres kreeg en tegelijkertijd het presidentschap tot het zijne maakte zodat er geen enkele twijfel kon zijn wie, slechts een ruim halfjaar later, namens de Democraten aan de presidentsverkiezingen zou deelnemen: niet Robert Kennedy, maar Lyndon Baines Johnson. Want dat tekent Johnson ook: het gebruiken van de macht die je hebt om schijnbaar hopeloze maar nobele zaken toch te realiseren. In de woorden van Johnson: ‘What the hell’s the presidency for?’.

Voor een man als Caro die een groot deel van zijn leven heeft gewijd en nog steeds in de ban is van Johnson zou het weleens moeilijk kunnen zijn om objectief naar Johnson te kijken. The Passage of Power is, ondanks de vele vreemde en soms volstrekt nare en naargeestige trekken die Johnson rijk is, uiteindelijk een lofzang op Johnson. Tegelijkertijd geeft Caro aan dat deze lofzang alleen mogelijk is doordat Johnson al zijn nare eigenschappen in die cruciale periode in toom hield. Tegen het einde van het boek laat Caro daarom helder doorklinken dat het volgende deel een heel andere Johnson zal laten zien. Dan zal Johnson oog in oog komen met het, overigens door zijn voorgangers geïnstigeerde, Amerikaanse beleid in Vietnam dat een schaduw zal werpen over zijn presidentschap en Johnson laat verworden tot een gebroken man die in 1973, op slechts 64-jarige leeftijd, zou overlijden aan een zware hartaanval. Een kwaal die alle Johnson-mannen parten zou spelen en Johnson al vroeg duidelijk maakte dat wanneer hij iets wilde bereiken in zijn leven hij dit voor zijn zestigste moest hebben gedaan. Time was not on his side.

Het moge duidelijk zijn dat The Passage of Power onomwonden wordt aangeraden aan allen die ook maar een lichte interesse hebben in de Amerikaanse politiek, het leven van Lyndon B. Johnson en misschien wel de beste (politieke) biografie van de vorige en deze eeuw willen lezen. En de echte liefhebber begint bij The Path of Power. Spijt is geen optie.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

zondag 20 januari 2013

Concert 16 januari 2013: Kamermuziek van Korngold en Schönberg


Korngold: Strijksextet
Schönberg: Verklärte Nacht

Strijkers van het Rotterdams Philharmonisch Orkest
viool: Petra Visser, Wim Ruitenbeek
altviool: Galahad Samson, Francis Saunders
cello: Daniel Petrovitsch, Mario Rio

Jurriaanse Zaal, De Doelen, Rotterdam

'More corn than gold'. Zo betitelde een criticus van de New York Sun geestig, doch vernietigend over het Vioolconcert van Erich Wolfgang Korngold (1897-1957). En op de één of andere manier beweegt het werk van muzikaal wonderkind (en zoon van eminent Weens muziekcriticus Julius) Korngold zich immer in het schemergebied van de klassieke muziek. Hoewel zijn werk in veel opzichten vergelijkbaar is met de laat-Romantiek van Richard Strauss is hij altijd minder serieus genomen. Dit schijnt vooral te maken te hebben met het feit dat hij, gevlucht voor de Nazi-opmars vanuit Wenen naar de V.S., zich in de oorlogsjaren verdienstelijk maakte als de toonaangevende filmcomponist van Hollywood. Na de oorlog en zijn terugkeer naar Wenen kreeg hij binnen de klassieke wereld geen voet meer aan de grond en is zijn reputatie sindsdien altijd wat halfslachtig geweest.

En dat is niet helemaal terecht. Zijn opera's Die Tote Stadt en Das Wunder der Heliane, maar ook het Vioolconcert en zijn, voor die tijd, zeer moderne Symfonie zijn het luisteren meer dan waard. De strijkers van het Rotterdams Philharmonisch Orkest hadden echter een voor mij volstrekt onbekend (kamer)werk van Korngold geprogrammeerd: zijn Strijksextet uit 1917. Het bleek een niet altijd toegankelijk werk dat gedecideerd niet atonaal is doch wel enkele trekken ervan lijkt te hebben. Daarbij worden 'ongemakkelijke' passages afgewisseld met prachtige sonore delen zoals het gevoelige en sprankelende adagio. Het werk wordt afgesloten met een finale die mij deed denken aan het Vioolconcert, voorwaar geen straf.

Na de pauze was gekozen voor Verklärte Nacht van Arnold Schönberg (1874-1951). Gelijk Korngold heeft Schönberg ook moeten vluchten voor het opkomende Nazisme en heeft hij de oorlog doorgebracht in de Verenigde Staten. Schönberg is de aartsvader van de atonaliteit en heeft een duidelijke plek in de wereld van de klassieke wereld verworven. Verklärte Nacht is nog voor zijn atonale periode geschreven in 1899 en is exemplarisch voor de fin-de-siècle. 

Het werk is oorspronkelijk bedoeld voor een strijksextet, maar later (door de componist zelf) bewerkt voor een groter strijkorkest. Deze laatste versie hoorde ik al eens gespeeld door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van James Judd (voor recensie zie hier). Verklärte Nacht is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Richard Dehmel dat handelt over een nachtelijke wandeling van een man en een vrouw waarbij de vrouw aan haar man opbiecht dat zij zwanger is doch niet van hem. De man reflecteert hierop en accepteert juist de zwangerschap en neemt zich voor het kind als het zijne te zien waarmee het gedicht (onverwacht) een positieve afloop kent. De verschillende stadia van gevoelens, verwachting - gespannenheid - afwachting - gelatenheid - acceptatie, worden door Schönberg in het werk vertaald. Deze oorspronkelijke versie voor strijksextet kwam volstrekt anders van karakter over dan de versie voor strijkorkest: veel directer en raakte daarom meer. Overigens ook vanwege de uitstekende uitvoering van de Rotterdamse strijkers. 

Een mooie avond Kamermuziek in Rotterdam die aantoont dat de intimiteit van 'kleiner' werk soms meer in een behoefte voorziet dan het, door de bank genomen door mij meer te prefereren, grotere symfonische werk. 

woensdag 16 januari 2013

Cabaret 15 januari 2013: 'Heb je hun weer...' van Plien en Bianca


Plien en Bianca:
'Heb je hun weer...'

Stadstheater Zoetermeer 

Zodra artiesten beginnen met 'Best of...'-reeksen is het vaak snel gedaan met de creativiteit en lijkt de artiest in kwestie tot het besef gekomen dat teren op oude roem lucratiever en vooral minder inspannend is dan het risico te lopen iets nieuws te bedenken dat wellicht niet aanslaat. Het verdienmodel van shows in Las Vegas, denk Celine Dion c.s., is daar een uitgesproken voorbeeld van.

Het zal daarom niet verbazen dat deze gedachte ook door het hoofd spookte bij het betreden van het Stadstheater van Zoetermeer voor het programma 'Heb je hun weer...' van het hilarische duo Plien en Bianca. Want vreemd is het natuurlijk wel dat een duo dat, sinds het in 1996 winnen van het Cameretten Festival met hun programma Changez!, met zes avondvullende show door het land getoerd is om vervolgens in het vorige en huidige theaterseizoen al op de proppen te komen met een oeuvreshow.

Gelukkig was die vrees nergens voor nodig. In een gelikte aaneenschakeling van hun meest bekende en hilarische typetjes en sketches van ruim één uur en drie kwartier komt de liefhebber van absurdistisch cabaret met focus op de (lesbische) vrouw helemaal aan zijn of haar trekken. Van de welgestelde dames uit Ngorongoro  (met name in hun safari op de schouders van kleine negertjes die onderdeel zijn van één pak) tot aan de plattelandsmeisjes Jeltje en Meike bekend van de VPRO-serie Zaai ('Er is hier nooit wat te doen'), ze komen allemaal langs. Door slimme kledingwisselingen en komische vertolkingen van bekende nummers stap je in een sneltrein van cabaret en vliegt de avond voorbij.

Enige nadeel van deze aanpak is natuurlijk wel dat het allemaal nogal vluchtig is en dat je bij het verlaten van het theater vooral nog weet dat je behoorlijk hebt gelachen, maar niet meer precies waarom. Voor een echte topavond cabaret is het toch wel prettig als er een rode draad is waar de voorstelling aan wordt verbonden. Dat geeft ook net wat meer verdieping aan zo'n avond.

Desalniettemin kan je met een gerust hart naar één van de voorstellingen van deze 'Best of...' van Plien en Bianca gaan. Gegarandeerd volgt een dolkomische avond en die verdieping kan je daarna zoeken door nog een boek te lezen. Tips op dat vlak zijn elders op deze blog te vinden... 


dinsdag 8 januari 2013

George H.W. Bush verklaard in drie boeken



George H.W. Bush heeft na zijn, door Bill Clinton afgedwongen, afscheid van het Amerikaanse presidentschap zelden meer de schijnwerpers opgezocht, behalve als fundraiser in chief voor de slachtoffers van de Aziatische tsunami in 2004 en orkaan Katrina in 2005. Toch was de 41e president van de Verenigde Staten rond de Kerstdagen groot nieuws, helaas door toedoen van zijn zorgelijke gezondheid.

Onherroepelijk zal deze close call aandacht vergroten voor het leven en de carrière van Bush. En dat is ook niet zo gek. Niet alleen is hij de pater familias van de belangrijkste politieke dynastie van de V.S., ook was hij achtereenvolgens lid van het Huis van Afgevaardigden, ambassadeur bij de Verenigde Naties, afgevaardigde van de V.S. in China, directeur van de CIA, vicepresident onder Ronald Reagan en uiteindelijk president van de Verenigde Staten. Een presidentschap, hoewel deze slechts één termijn duurde, die met het verstrijken van de jaren steeds meer gewaardeerd wordt door zijn verstandige buitenlandse beleid en het maken van een start met de herziening van de Amerikaanse begroting die onder Clinton zou worden afgerond.

Over zijn zoon George W. Bush, de 43e president van de Verenigde Staten, en diens beleid zijn de afgelopen jaren tal van boeken verschenen. Over zijn vader al met al toch een stuk minder. Voor allen die meer willen weten van George H.W. Bush daarom drie boekentips die inzicht geven in drie kenmerkende onderdelen van zijn leven: zijn familie, de Golfoorlog en de periode na zijn presidentschap.

‘The Bushes. Portrait of a Dynasty’ van Peter en Rochelle Schweizer

De Verenigde Staten kennen tal van politieke dynastieën. De bekendste Democratische families zijn Roosevelt en Kennedy en aan de Republikeinse kant zijn dat Taft en Rockefeller. De familie Bush is zonder twijfel de bekendste en belangrijkste Republikeinse dynastie, maar lijkt inmiddels ook de familie Kennedy te hebben overtroffen door het consequent leveren van nationale politici. Van aartsvader Senator Prescott Bush via de 41e president George H.W. Bush en diens zoons oud-gouverneur van Florida Jeb Bush en voormalig gouverneur van Texas en 43e president George W. Bush. En een nieuwe generatie onder leiding van George P. Bush, de half-latino zoon van Jeb, staat inmiddels ook klaar.

In het boek The Bushes. Portrait of a Dynasty wordt de familiegeschiedenis van de familie Bush uit de doeken gedaan en wordt duidelijk dat de sterke familieband, eindeloze competitie en politiek engagement sleutelwoorden zijn. Ook de befaamde Bush-rolodex staat symbool voor het (intensief) onderhouden en gebruik maken van allerhande contacten. Ten slotte maakt het boek duidelijk dat de familie Bush mee is geëvolueerd met de Republikeinse Partij. Waar Prescott Bush representant was van de Republikeinse East Coast establishment, maakte George H.W. Bush de omslag naar de toekomst van de Republikeinen in de Sun Belt en werd zijn zoon vaandeldrager van de conservatieven in de partij.

Hoewel het boek een wat hagiografisch karakter heeft en overduidelijk de imprimatur van de familie-Bush heeft gekregen, geeft het inzicht in de invloedrijkste politieke familie van de V.S.

'The Commanders' van Bob Woodward


Bob Woodward, bekend geworden door de Watergate-affaire, houdt al jarenlang een boekenreeks over de politieke actualiteit op gang die door recensenten en publiek worden gewaardeerd. De opzet van ieder boek is gelijk. Zodra hij een onderwerp heeft geïdentificeerd, gebruikt hij zijn legendarische journalistieke status om met alle movers and shakers, zowel on als off the record, te spreken. Op grond daarvan schrijft hij zeer lezenswaardige boeken waarbij zijn beschrijvende stijl en het gebruik van dialogen het voor de lezer net lijkt bij alle belangrijke besprekingen aanwezig te zijn geweest.

In The Commanders is dit niet anders en wordt de lezer meegenomen in de eerste twee jaar van het presidentschap van George H.W. Bush waarbij  Manuel Noriega in Panama werd afgezet en de voorbereidingen werden getroffen voor de Eerste Golfoorlog. Een oorlog die na slechts 100 uur zijn doel bereikte om Saddam Hussein uit Kuweit te verjagen door een alliantie van 28 landen, de inzet van 675.000 militairen ten koste van 150 Amerikaanse militaire doden. Een oorlog die de geest van vernedering van Vietnam deed verdrijven en de basis legde voor die andere Golfoorlog onder de zoon van George H.W. Bush.

‘The President’s Club. Inside the world’s most exclusive fraternity’ van Nancy Gibbs en Michael Duffy
The President’s Club van Nancy Gibbs en Michael Duffy gaat over de relatie tussen zittende Amerikaanse presidenten en hun voorgangers. Het boek maakt duidelijk dat in tijden van crisis het voor zittende  residenten meer dan de moeite waard is om voorgangers te raadplegen voor advies, maar soms ook het vragen om missies uit te voeren. Voordeel voor de geraadpleegde oud-presidenten is dat het een kans is, indien nodig, op rehabilitatie, maar in alle gevallen leidt het tot de felbegeerde titel van elder statesman.


Het boek maakt duidelijk dat George Bush als geen andere president aan het einde van zijn presidentschap gekozen heeft voor een leven buiten de schijnwerpers en alleen de publiciteit opzoekt bij rampen zoals de Aziatische tsunami in 2004 en orkaan Katrina in 2005. Op verzoek van zijn zoon vormden Bill Clinton en George H.W. Bush een team om geld op te halen voor de slachtoffers. Hieruit is een vriendschap ontstaan tussen de voormalige rivalen. Een vriendschap die ook is doorgetrokken naar de jongere Bush toen president Obama zijn voorgangers Clinton en Bush jr. vroeg om de slachtoffers van de aardbeving in Haïti te helpen. De banden tussen Bill Clinton en de familie Bush zijn zo goed dat Clinton de hoogste eer heeft ontvangen die de familie kan uitreiken: een bijnaam. De man die George H.W. Bush een tweede termijn in het Witte Huis onthield staat nu bekend als the brother form another mother. Het kan verkeren.

Zie voor een uitgebreidere recensie mijn eerdere blog over The President's Club.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

donderdag 3 januari 2013

'Masterclass': de fotografie van Arnold Newman (1918-2006)

Igor Stravinsky, 1946 © Arnold Newman

Liefhebbers van musea weten al sinds jaar en dag dat het meer dan de moeite waard is om het centrum van Den Haag links te laten liggen en af te reizen naar het Statenkwartier voor het door Berlage ontworpen Gemeentemuseum. Wat velen wellicht niet weten is dat het Gemeentemuseum al sinds jaar en dag samenwerkt met GEM, het museum voor moderne kunst, en het Fotomuseum Den Haag die onderdeel uitmaken van hetzelfde museumcomplex. Natuurlijk trekt het Gemeentemuseum de meeste aandacht, zeker nu een deel van de permanente collectie van het aan een verbouwing begonnen Mauritshuis tijdelijk aldaar huist. Toch is er veel meer te zien en dit geldt met name voor het Fotomuseum.

Tot en met 13 januari 2013 biedt het Fotomuseum een retrospectief van de Amerikaanse fotograaf Arnold Newman (1918-2006). Newman is vooral bekend vanwege zijn portretten van tal van prominente politici, artiesten, schrijvers en schilders Igor Stravinsky, John F. Kennedy, Salvador Dali, Marilyn Monroe, Ayn Rand, Christian Dior, Piet Mondriaan en Truman Capote.

Het schijnt dat Newman bij het opstellen van zijn eigen tentoonstellingen dan ook vooral de aandacht liet uitgaan naar dergelijke grote namen. Hij was in de veronderstelling dat hun bekendheid een extra dimensie gaf aan zijn foto’s waardoor zijn foto’s met de mindere goden minder vaak te zien zijn geweest. Nu Newman is overleden en daarmee zijn kritische bejegening van zijn eigen werk niet meer in zijn eigen handen rust, maar in dat van conservatoren is met het retrospectief Masterclass: Arnold Newman (1918-2006) een andere keuze gemaakt.

In het Fotomuseum is daarom een prachtige selectie te zijn uit de meer dan 8.000 foto’s die de collectie van Arnold Newman omvat. Het retrospectief bestaat met name uit portretfoto’s al ontbreekt ook een aantal van zijn stillevens niet. En natuurlijk zijn foto’s van celebs zoals John F. Kennedy en Marylin Monroe te bewonderen, maar juist ook vergeten artiesten en captains of industry.

De kracht van het werk van Newman zit in zijn gebruik van de omgeving als integraal onderdeel van het portret. Sterker nog: vaak gebruikt Newman iets kenmerkends van de geportretteerde. Dit leidt tot bijvoorbeeld een meesterlijke foto van Stravinsky waarbij de piano, Stravinsky was naast componist ook pianist, domineert, maar tevens het modernistische van de muziek van Stravinsky weergeeft. Een foto van Piet Mondriaan lijkt juist weer een vertaling van zijn abstracte schilderkunst terwijl John F. Kennedy wordt omringd door adviseurs die enerzijds lijken te bestaan uit true believers meegekomen naar het Witte Huis en anderzijds de van staatswege al zittende adviseurs die ten dienste staan van de bekleder van de functie wie dat ook moge zijn.

Een ander kenmerk van het werk van Newman is zijn gewoonte om een eenmaal genomen foto bij ontwikkeling te onderwerpen aan cropping. Daarmee wordt het gewenste beeld gesneden uit de originele foto. Newman zag het maken van de foto dus als een onderdeel van zijn artistiek proces en niet als sluitstuk.

Een veelgehoorde kritiek op Newman is dat hij zijn subjecten (te) flatteus portretteerde. Zo is ook een prachtige foto te zien van de Amerikaanse industrieel David Rockefeller die maar met één woord is te omschrijven: power. Hetzelfde geldt voor de, op een magistrale biografie door Lyndon Johnson-biograaf Robert Caro na, vergeten Master Builder van New York Robert Moses. Newman fotografeerde Moses voor de skyline van New York staande op een smalle ijzeren balk op het water. Een moderne Jezus staand voor de bouwwerken die hijzelf mogelijk maakte. Kritische foto’s zijn er ook: de naargeestige foto van de veroordeelde nazi Alfried Krupp, telg uit de bekende Duitse familie van industriëlen, spreekt wat dat betreft boekdelen.

Naast foto’s van bekende Nederlanders zoals Willem de Kooning en Piet Mondriaan zal met name de foto van een contemplatieve Otto Frank in het Achterhuis na de Tweede Wereldoorlog voor veel bezoekers indrukwekkend zijn.

Arnold Newman mag dan een fotograaf zijn geweest die met name ‘binnen de lijnen’ opereerde, hij koos daarbinnen wel zijn eigen lijn en daarin ligt zijn succes besloten en de reden om naar het Haagse Statenkwartier af te reizen.


‘Masterclass: Arnold Newman (1918-2006) is nog tot en met 13 januari 2013 te zien in het Fotomuseum Den Haag. Het retrospectief is gestart in het C/O Berlin en is nog te zien in het Harry Ransom Center van de Universiteit van Texas in Austin (februari-mei 2013) en het San Diego Museum of Art (juni-september 2013). Meer info op de website van het Fotomuseum Den Haag.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.