woensdag 28 december 2011

Musical 26 december 2011: 'Wicked'


'Wicked'

Willemijn Verkaik (Elphaba)
Chantal Janzen (Glinda)
Jim Bakkum (Fiyero)
De Tovenaar van Oz (Bill van Dijk)

Tekst en muziek: Stephan Schwarz
Script: Winnie Holzman
Naar het boek van Gregory Maguire

Circustheater Scheveningen,
Den Haag

Hoewel aan het lezen van mijn blog je een andere indruk zou kunnen overhouden, heb ik ook nog andere interesses dan alleen maar klassieke muziek en boeken. Op Tweede Kerstdag toog ik met veel plezier naar het Circustheater, het bij mijn huis dichtstbijgelegen theater, voor de musical 'Wicked'. De kaarten voor deze musical waren zonder reserves gekocht omdat ik de musical in de oorspronkelijke Amerikaanse versie al in 2009 zag op Broadway. Toen was ik zeer onder de indruk van deze bewerking van het boek 'Wicked: The Life and Times of the Wicked Witch of the West' van Gregory Maguire. Zo onder de indruk dat 'Wicked', naast 'The Phantom of the Opera' mijn favoriete musical geworden is. Ik was daarom ook zeer benieuwd hoe de Nederlandse versie het ervan af zou brengen.

Dat er een Nederlandstalige versie van deze musical is gekomen, is niet zo vreemd. Sinds 2003 is 'Wicked' een van de populairste musicals van Broadway en is inmiddels naar diverse landen geëxporteerd waaronder naar dat andere muscial-mekka: Londen. De reden hiervoor is niet zo vreemd. 'Wicked' combineert uitstekende muziek met een ingenieus verhaal vanuit het unieke uitgangspunt dat één van de meest gehate 'villains' van de 'popular culture', de 'Wicked Witch of the West', goed in plaats van slecht is. Het verhaal van 'Wicked' is daarmee het verhaal van Elphaba die zou uitgroeien tot de iconische heks van de 20e eeuw. De musical beschrijft haar levensloop die wordt gekenmerkt door het feit dat zij de outsider is vanwege haar groene huidskleur. Elphaba is inwoner van Oz, het magische land bekend van het bezoek van Dorothy, dat onder leiding staat van een verlichte dictatuur onder de Tovenaar van Oz. Als blijkt dat Elphaba, in tegenstelling tot de Tovenaar, daadwerkelijk beschikt over magische krachten lijkt haar toekomst verzekerd. Een toekomst die haar samenbrengt met de Tovenaar. Tegelijkertijd verandert haar relatie met haar aartsrivaal Glinda van vijand- in vriendschap en lijkt er steeds meer te zijn tussen Elphaba en de knappe Fiyero dan Glinda en Fiyero die voor elkaar voorbestemd lijken: allebei knap en succesvol. De realiteit van Oz, waarbij dieren volwaardig (pratend en wel!) deelnemen aan de maatschappij, speelt hier een grote rol bij. De dieren worden, tot groot ongenoegen van Elphaba en Fiyero, steeds meer gemarginaliseerd. Waarom? Door  'De Grote Droogte' is er behoefte aan een zondebok en de dieren zijn daar uitstekend voor geschikt. Dit leidt ertoe dat Elphaba afstand neemt van de Tovenaar en deze zijn uitgebreide communicatieapparaat (lees: een uitstekende spindoctor, Madam Akaber) inzet om de gehate figuur van de 'Wicked Witch of the West' te creëren. Op de achtergrond speelt het bekende verhaal van Dorothy die via een tornadt in het huis van haar oom en tante in Oz is aangekomen en haar queeste over de 'yellow brick-road', samen met Blikkie, Laffe Leeuw en Lappie, onderneemt om uiteindelijk de Tovenaar te ontmoeten en samen met hem terug naar onze wereld te keren. Wat het knappe aan de opzet van de musical is dat het oorspronkelijke verhaal van L. Frank Baum, maar dan vooral de filmversie met Judy Garland, naadloos wordt verwerkt binnen het afwijkende uitgangspunt en daarme 'alternatieve universum' van Maguire. De overbekende scene van de laatste confrontatie tussen Dorothy (die in de musical als een zeurend kind overkomt) en Elphaba ('Í'm melting, I'm melting') krijgt zo een heel andere betekenis.

Zoals gezegd wordt het verhaal gelardeerd met goede muziek die ook in de Nederlandse vertaling, van de hand van Martine Bijl, zeer zeker overeind blijft en, in mijn ogen, de vergelijking met de Amerikaanse versie kunnen doorstaan. Om een idee te geven van de muziek, de vertaling, maar ook het kunnen van hoofdrolspeler Willemijn Verkaik een YouTube-video van de 'teaser' van de Musical Sing-a-Long op het Museumplein dit jaar:


Wat mij betreft kan de de Nederlandse versie de vergelijking met de Amerikaanse versie, ook op het gebied van de techniek, glansrijk doorstaan en dat terwijl ik normaliter geen fan van vertalingen ben. Dit komt door de goede vertaling, maar vooral ook door de meer dan uitstekende prestaties van Willemijn Verkaik en Chantal Janzen. Verkaik stond al in de Duitse versie en heeft een dijk van een stem die je voor deze rol ook nodig hebt. Chantal Janzen is vocaal minder sterk, maar in haar rol als 'domme blondje, met toch best wel wat verstand' Glind komt het vooral aan op (komische) timing en die is voortreffelijk. Beiden gaan volledig op in hun rol en zijn respectievelijk Elphaba en Glinda. De derde hoofdrolspeler is Jim Bakkum als Fiyero. Hij zingt prima, maar acteert en danst (ondanks 'Saturday Night Fever') als een houten klaas. Zijn naamsbekendheid is zijn grootste 'asset'. Daarnaast is Bill 'kan ik het Wilhelmus nog even voor u zingen' van Dijk (terecht) uit de mottenballen gehaald als uitstekende tovenaar en is 'Onderweg naar Morgen'-bitch Pamela Teves bereid gevonden om Madam Akaber te spelen. Die laatste werd op Tweede Kerstdag gespeeld door haar 'alternate' die ook zeker niet verkeerd was.

Ik ben van mening dat Joop van den Ende een succesvolle transfer van 'Wicked' voor elkaar heeft gekregen die volle zalen verdient. Of dit laatste echt gaat lukken, vraag ik me af. Er zijn al heel snel allerhande kortingsacties gestart: niet het beste voorteken. Reden hiervoor zou kunnen zijn dat het verhaal van de 'Wizard of Oz', zowel van L. Frank Baum als de totemische filmversie met Judy Garland, lang niet zo stevig in het collectieve bewustzijn van Nederland is verankerd als in de Verenigde Staten. Ik denk dat daarom heel veel mensen niet weten wat ze kunnen verwachten en daarom de gang naar het Circustheater niet eenvoudig zullen maken. Van den Ende is echter meer dan oud en wijs genoeg om van alles een succes te maken, dus dit zal ook lukken. Maar in tegenstelling tot een aantal andere producties verdient 'Wicked' ongekwalificeerd succes.

zaterdag 24 december 2011

Concert 23 december 2011: Haitink en Uchida. Een weergaloze combinatie!


Mozart: Piano Concerto Nr. 20, K466
R. Strauss: Eine Alpensinfonie, op. 64

Mitsuko Uchida
Bernard Haitink, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Naar dit concert, onderdeel van de KCO-serie 'De grote maestro's', keek ik al maanden uit. Niet alleen omdat Haitink op de bok zou staan, gezien zijn status als levende legende van de klassieke muziek, maar ook vanwege de solist: Mitsuko Uchida. En dat ook nog eens met een bij voorbaat geweldig programma met mijn favoriete pianoconcert, de twintigste van Mozart, en het specatulaire toondicht van Richard Strauss 'Eine Alpensinfonie'. Het gevaar bij zulke hoge verwachtingen is natuurlijk dat er nooit helemaal aan kan worden voldaan, maar daar was gisteren geen sprake van. Het werd een weergaloos concert dat wat mij betreft één van de mooiste concerten was die ik tot op heden heb bijgewoond.

Haitink en Uchida vormden voor de pauze een ware symbiose met een perfecte uitvoering van het 20e pianoconcert van Mozart (1756-1791). Het dreigende begin van het eerste deel van het concert, waar de piano de eerste minuten nog niet te horen is, gaat over in een prachtige 'call and response' tussen piano en orkest waarbij de piano steeds meer ruimte krijgt. Haitink en Uchida beschikken, naast uitstekende technische vaardigheden, allebei over dezelfde muzikale insteek: eerbied voor de componist en oor voor het geheel. Nimmer overstemde het orkest onder de lyrische directie van Haitink het fenomenale pianospel van Uchida. Lezers van mijn blog zal het opvallen dat ik me bij tijd en wijle nogal eens kan opwinden over de grote mate van gekuch in de Nederlandse concertzalen. Gisteren merkte ik dat het ook anders kan. De zaal luisterde dermate intens naar de muziek dat je een speld kon horen vallen. Dit was het meest duidelijk tegen het einde van het eerste deel van het pianoconcert waar de piano een uitgebreide solo tot de beschikking heeft. Uchida gebruikte deze om eerst te komen tot een fluisterend delicaat spel om daarna in een steeds subtieler crescendo het orkest weer 'toe te laten' om te komen tot een prachtige climax. Tijdens dit gehele deel was er geen ander geluid te horen in de zaal. Misschien wel het beste bewijs voor de kwaliteit die te horen was. Uchida is, net als Haitink, bescheiden op het podium (en bij het overdonderende applaus) maar gaat wel vol op in de muziek. Wanneer zij niet speelt beweegt ze mee met de muziek zonder dat het 'showy' is. Wanneer ze speelt doet ze dat met overgave, maar immer serieus. Publieksfavorieten zoals, de door mij niet zeer bewonderde, Lang Lang zouden hier wat van kunnen leren. Om een idee te krijgen van het spel van Uchida onderstaand een YouTube-filmpje van het laatste deel van het pianoconcert gespeeld door Uchida maar dan met de Berliner Philharmoniker onder Sir Simon Rattle:


Na de pauze was het de beurt aan Haitink alleen met de gegarandeerde showstopper 'Eine Alpensinfonie' van Richard Strauss (1864-1949). Lezers van mijn blog zal het niet ontgaan dat de Duitse Romantiek op mijn warme belangstelling mag rekenen en ook zeker de laatste vertegenwoordiger van deze stroming: Richard Strauss. Naast zijn opera's en liederen is Strauss ook vooral bekend om zijn toondichten. In 1915 schreef hij 'Eine Alpensinfonie' die het einde markeerde van opeenvolgende toondichten waaronder 'Don Juan', 'Also sprach Zarathustra' (bekend van het gebruik van het begin door Kubrick in '2001 A Space Odyssey') en 'Ein Heldenleben'. Zoals zoveel van zijn werk heeft ook 'Eine Alpensinfonie' een sterk biografisch karakter. Het beschrijft een avontuur in de Alpen die Strauss meemaakte toen hij nog kleine jongen was. Het aardige eraan is dat ook al weet je niet wat je te horen krijgt en je er niks over hebt gelezen dat je op veel momenten precies hoort wat er gebeurt. Of het nu een zonsopgang is die stil begint, maar glorieus tot zijn volle wasdom komt, een storm op de berg, het bereiken van het hoogste punt of de zonsondergang: de muziek is programmatisch van aard en leidt je door het gehele avontuur. Overigens wordt 'Eine Alpensinfonie' niet zo vaak uitgevoerd als het andere werk van Strauss. Dit komt met name door de enorme hoeveelheid musici die nodig zijn om dit stuk uit te voeren: meer dan 100. Alles komt er aan de pas: van harpen tot een dondermachine en een orgel. Het orgel van het Concertgebouw wordt niet vaak gebruikt, maar nu in volle glorie. Ondanks dit gegeven en de relatieve zeldzaamheid waarmee dit stuk wordt opgevoerd, was dit wel de eerste cd die ooit werd geperst in een uitvoering door het Berliner Philharmoniker onder Herbert von Karajan. Deze versie geldt nog steeds als benchmark waarbij ook een recentere versie van Christian Thielemann met het Wiener Philharmoniker hoge ogen gooit. En Haitink zelf staat, met het Concertgebouworkest, garant voor een bechmark-opname uit 1985. Deze is helaas alleen nog maar verkrijgbaar als onderdeel van de NRC-box 'Das Himmlische Leben'. Bestellen kan hier. Overigens heeft Haitink recent nog een versie uitgebracht met het London Symphony Orchestra op hun eigen label LSO Live.

De uitvoering van gisteravond was (meer dan) voorbeeldig. Een dergelijk werk, heeft enorme baat bij een live-uitvoering. Dit gekoppeld aan het prachtige en foutloze spel van het Koninklijk Concertgebouworkest en de meeslepende en lyrische directie van Haitink zorgden voor een fenomenale uitvoering die op alle fronten spectaculair was. Ook hiervoor geldt dat het moeilijk is om dit soort muziek goed onder woorden te brengen. Ook hier biedt YouTube weer een helpende hand met 'Eine Alpensinfonie' onder Haitink maar ditmaal met, het Strauss-orkest bij uitstek, de Staatskapelle Dresden:


Het goede nieuws is echter dat Haitink dit jaar bij het KCO op de bok staat voor de traditionele Kerstmatinee op Eerste Kerstdag. Het programma is 'Eine Alpensinfonie' gevolgd door de 'Vier Letzte Lieder' van Richard Strauss. De matinee wordt op 25 december vanaf 15.00 uur live uitgezonden door de AVRO op Nederland 2. Ondanks de gevordere leeftijd blijft Haitink, hij is inmiddels 82, maakt hij nog steeds een fiere indruk en levert hij het ene prachtige concert na het andere af. In 2012 zal ik hem nogmaal horen met de vijfde symfonie van Bruckner. Hopelijk gaat hij, en niet te vergeten Mitsuko Uchida, nog jaren door. Daarbij mogen we ons in Nederland gelukkig prijzen met zo'n toporkest, zo'n wereldvermaarde dirigent en de mogelijkheid om topsolisten zoals Uchida naar Nederland te halen. Welk land doet ons dit na?

vrijdag 23 december 2011

Concert 22 december 2011: 'Jauchzet, Frohlocket' in Rotterdam


Bach: Weihnachtsoratorium
I. Teil: Am ersten Weihnachtsfeiertage
III. Teil: Am dritten Weihnachtsfeiertage
IV. Teil: Am Feste der Beschneidung Christi
VI. Teil: Am Feste der Erscheinung Christi

Carolyn Sampson (sopraan)
Susan Bickley (alt)
Andrew Tortise (tenor)
Christopher Purves (bas)
Vlaams Radiokoor

Richard Egarr, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

In de aanloop naar de Kerst zijn er in talloze concertzalen en kerken in Nederland concerten die in het teken staan van de Kerst. Zo ook gisteravond in De Doelen waar het kerstwerk par excellence, Bach's Weihnachtsoratorium, werd uitgevoerd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest met op de bok 'de Bernstein van de oude muziek' Richard Egarr. Sinds ik een repetitie en een concert van Egarr heb ik bijgewoond, ben ik ongereserveerd fan van deze energieke en multigetalenteerde dirigent. Hierover valt meer te lezen in een blog over een concert van 10 april 2011 van dezelfde Egarr.

Zoals in de aanloop naar Pasen de Matthaüs-Passion van Bach in grote getale op de lessenaars van de Nederlandse concertzalen en kerken verschijnt, zo leiden de donkere dagen voor Kerst naar het verlangen om het Weihnachtsoratorium te horen. Bach is, zeker in Nederland met haar Bach-traditie, hofleverancier van de traditionele (christelijke) feestdagen. En dat is ook niet zo vreemd: het werk van Bach is van een grote schoonheid en maakt gevoelens los bij zelfs de meest cynische luisteraar. Daar waar de Matthaüs-Passion niet tot feestlijkheden noopt, is het met het Weihnachtsoratoirum volstrekt anders. Het veelvuldige gebruik vann pauken en trompetten (niet te horen in de Matthaüs- of Johannes-Passion) brengen, zoals het programmaboekje in Rotterdam al stelde, licht in de duisternis. Zodra de eerste cantate met haar feestlijke 'Jauchzet, Frohlocket' (juicht en jubelt) klinkt, ben je meteen in de Kerststemming.

Gisteravond was dit niet anders, mede door een goede uitvoering door het solisten, het Vlaams Radiokoor en het Rotterdams Philharmonisch onder Egarr die ook de klavecimbel speelde. Een prachtig gezicht om Egarr de diverse rollen zo soepel en enthousiast te zien balanceren. De solisten waren over het algemeen goed, waarbij vooral de kracht van Christopher Purves (bas) opviel. Opvallende aan zijn carrière is dat hij na zijn studie zich schoolde als zanger in het koor van King's College waarna hij zich aansloot bij de rockband Harvey and the Wallbangers. Een opmerkelijke carrière die hem alleen maar goed heeft gedaan. De andere solisten kwamen iets minder uit de verf, maar dat heeft ook met de akoestiek van De Doelen te maken die niet overmatig geschikt is voor dit werk. Het klonk bij tijd en wijle wat 'dun'. Dit met name ook door de keuze van Egarr, vanuit zijn wens tot een meer authentieke uitvoering van oude muziek, tot een kleine bezetting. Dit staat garant voor een energieke, want sneller genomen, uitvoering, maar de akoestiek van De Doelen kan hier niet helemaal mee omgaan. Een dergelijk werk blijft toch het beste wanneer uitgevoerd daar waar het hoort: in een kerk. De aanpak van Egarr valt het beste te vergelijken met die andere voorvechter van authentieke uitvoering Sir John Eliot Gardiner. Wanneer een meer gedragen en 'volle' uitvoering wordt gezocht zoals de klassieke opname van het Münchener-Bach Orchester onder Karl Richter ben je bij Egarr niet aan het goede adres.

Overigens speelde Egarr slechts vier van de zes cantates die samen het Weihnachtsoratorium uitmaken. Niet zo vreemd aangezien het gehele oratorium ruim drie uur in beslag neemt. In vroegere tijden werden de cantates gekoppeld aan lithurgie en werd per dag slechts één cantate gespeeld. Dit leidt wellicht tot het beeld dat de cantates afzonderlijk van elkaar zijn, maar de cantates vormen één geheel, zowel qua muziek als tekst. De tekst is hoogtwaarschijnlijk, net als bij de Matthaüs-Passion, van de hand van Picander en betreft delen uit het Matteüs en Lucas uit het Nieuwe Testament en vertelt over de geboorte van Jezus tot aan het bezoek van de drie wijzen. Zo glorieus als het oratorium begint zo glorieus eindigt deze ook: een triomferend slotkoraal bevestigt de overwinning van Christus op het kwaad en zorgde dat alle aanwezigen in De Doelen in ernst hun Kerstviering konden starten.

maandag 19 december 2011

'Kameraad Baron' van Jaap Scholten


De Libris Geschiedenis Prijs is de laatste jaren een goede toetssteen gebleken voor liefhebbers van historische non-fictie. Dit jaar won 'Kameraad Baron. Een reis door de verdwijnende wereld van de Transsylvaanse aristrocratie' van Jaap Scholten deze prijs. De jury, onder leiding van in haar eigen vakbondskringen in ongenade gevallen Agnes Jongerius, betitelde het als een 'lyrisch boek, waarin de auteur ongegeneerd zijn liefde belijdt voor het Transsylvaanse landschap en zijn bewondering voor de overzettelijkheid van de Roemeense adel in de communistische tijd.' De jury heeft daar meer dan gelijk in. 'Kameraad Baron' is het neerschrijven van de persoonlijke ontdekkingstocht van Jaap Scholten van zowel Transsylvanië als haar (aristocratische en adellijke) inwoners. Het persoonlijke komt tot uiting in het feit dat zijn vrouw Ilona afstammeling is van Hongaarse aristocratie gelinkt aan de Transsylvaanse aristocratie en een eerste ontdekkingstocht in Roemenië, na de val van Ceausescu, heeft geleid tot het permanent wonen in de hoofdstad van Hongarije, Boedapest.

De kern van het boek is gebaseerd op een gebeurtenis die voor mij onbekend was: in de nacht van 2 op 3 maart 1949 werden alle grootgrondbezitters, 7.804 mensen, veelal van adel of behorend tot (het hogere echelon van) de aristrocratie door de Roemeinse veiligheidsdienst, de gevreesde Securitate, uit hun huizen gehaald en gedeporteerd. Zij waren door de regering als 'klassevijanden' geclassificeerd, hun bezit werd afgenomen en men mocht alleen nog maar werken binnen de meest (arbeidsintensieve) en simpele beroepen soms leidend tot dwangarbeid. Pas na de val van Ceausescu werden deze voormalige 'klassevijanden' in de gelegenheid gesteld, niet altijd van harte, om delen van hun ontvreemde bezit terug te krijgen. De titel van het boek, Kameraad Baron, verwijst naar de benaming die in Hongarije werd gebruikt voor de gedeclasseerde adel: Báró Elvtárs. Volgens Scholten combineerde dit de verplichte gelijkheid van het communisme met het verboden verlangen naar de klassenmaatschappij. Een goede communist sprak zijn broeder immers met Kameraad aan!

Het boek valt in drie delen uiteen, naar de Transylvanië-trilogie van de Hongaarse aristocratische politicus Miklos Banffy (1873-1950), over de aristorcratie voor 3 maart 1949 ('Ze werden gewogen'), de periode van onderdrukking ('Ze werden verdeeld') en de periode na de val van Ceausescu ('Ze werden te licht bevonden'). Roemenië en Hongarije, waar de terreur iets minder was, maar nog steeds niet je dat, lopen in het boeken overigens nogal door elkaar omdat Transsylvanië in de roerige geschiedenis soms bij het ene en dan weer bij het andere land hoorde. Behalve in de tijd van Oostenrijk-Hongarije toen alles aan de Habsburgers behoorde. De Transsylvanische adel was echter via familiebanden met de adel in zowel Hongarije als Roemenië gelinkt en uiteindelijk zelfs met het Britse koninklijk huis.

Het boek is de weerslag van vele gesprekken die Scholten, mede vanwege de connecties van zijn vrouw, heeft gevoerd en geeft daarmee een beeld van deze vergeten episode. De jury stelt terecht dat zijn liefde en bewondering voor deze mensen goed doorklinkt. Dat is ook meteen mijn grootste kritiekpunt op het boek. De schrijver laat net even te vaak vallen dat hij via zijn vrouw gelinkt is aan aristocratie en dat vindt hij nogal overduidelijk prachtig. Iets wat zijn vrouw overigens niet begrijpt zoals hij zelf schrijft. Ook wordt de oom van Schotlen, voormalig ambassadeur van Nederland in Roemenië tijdens de neergang en val van Ceausescu, Coen Stork, ten tonele gebracht. Dit alles zorgt ervoor dat het geen afgewogen verhaal betreft en dat is toch een gemis. Daarbij zou wat nadere duiding van de historische context welkom zijn geweest om hetgeen hij in de gesprekken heeft gehoord meer te duiden. Ten slotte is het boek nogal episodisch van opbouw waardoor een echte rode draad ontbreekt. Soms krijg je het idee dat alle reisaantekeningen van Scholten zonder al te veel werk gekaft zijn. Dat leidt nog wel eens in doublures in informatie. De nacht van 2 op 3 maart 1949 komt nogal vaak terug.

Ondanks deze (toch wel stevige) kritiekpunten vind ik het boek wel een aanrader. Het is prettig geschreven en geeft een beeld van een periode en gebeurtenissen die voor mij, maar vast en zeker voor velen, volstrekt onbekend is. Daarmee doet het uitstekend dienst als de weerslag van een 'oral history' van deze groep bijzondere mensen.

dinsdag 13 december 2011

Concert 9 december 2011: Het Universum van Judd en het KCO


Schönberg: Verklärte Nacht
Holst: The Planets

Cappella Amsterdam
James Judd, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Een paar dagen voor dit concert ontving ik een mail die je liever niet ontvangt: de aankondiging dat Mariss Jansons bij dit concert niet op de bok zou staan. Wegens zware bronchitis heeft de, sowieso met een broze gezondheid kampende, Jansons al zijn concerten van die week moeten afzeggen. Gelukkig was een vervanger gevonden: de voor mij volstrekt onbekende Britse dirigent James Judd die tevens het programma ongewijzigd over zou nemen. Nadere informatie over het CV van deze dirigent stelde mij nou niet bepaald gerust: music director emeritus van het New Zealand Symphony Orchestra, voormalig chef-dirigent van het Florida Philharmonic Orchestra en artistiek directeur van het Grand Opera in Florida zijn toch niet aanstellingen die een vergelijk met Jansons ook maar een beetje doorstaan. De zin 'James Judd debuteert bij het Koninklijk Concertgebouworkest' maakt het er dan niet beter op. Eerder was hij blijkbaar niet in beeld. Het concert deden mijn twijfels echter verdwijnen. Judd zette een goed concert neer en kreeg het welverdiende applaus van het dankbare publiek. Het programma reikte (letterlijk) naar de hemelen met Holst's overbekende 'The Planets' en Schönberg's 'Verklärte Nacht'.

Voor de pauze was het de beurt aan 'Verklárte Nacht' van Arnold Schönberg (1874-1951). Schönberg wordt veelal in verband gebracht met atonaliteit, maar dat geldt niet voor zijn hele oeuvre (denk aan de Gurrelieder) waaronder dus 'Verklärte Nacht'. Dit orkeststuk voor strijkers is oorspronkelijk een kamermuziekstuk voor zes strijkers maar bewerkt voor groot strijkorkest. Het stuk is gebaseerd op een gedicht van Richard Dehmel en gaat over een nacht waarin een vrouw aan haar minnaar toegeeft dat zij zwanger is van een andere man. De man geeft echter aan dat door hun liefde het kind van hem zal zijn. Het is een prachtig gloeiend stuk van ruim een half uur dat prachtig door Judd en het KCO ten gehore werd gebracht.

Na de pauze was het de beurt aan één van de meest bekende stukken van de 20e eeuw: 'The Planets' van Gustav Holst (1874-1934). Het betreft een zevendelige toondicht gewijd aan de zeven (toen bekende) planeten: Mars, Venus, Mercurius, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De muziek per planeet is gemodelleerd naar het vermeende karakter. Het werk wordt vaak in verband gebracht met de Eerste Wereldoorlog die, met name in 'Mars, The Bringer of War' goed te horen zou zijn. Holst had dit onderdeel echter al voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog afgerond. Ondanks zijn Zweedse naam is Gustav Holst in alle opzichten een Brit en zijn muziek is ook zeer Brits en kenmerkend voor die tijd: lyrisch, verhalend en verheffend. Het is niet voor niets dat een deel van Jupiter de bron is voor één van de officieuze Britse volksliederen 'I Vow to Thee my Country'. Naast 'Jerusalem' van Sir Hubert Parry één van de meest bekende Britse liederen en vaste prik tijdens de 'Last Night of the Proms'. De populariteit van het werk, en daarmee het in de schaduw zetten van zijn overige werk, stak Holst dermate dat toen Pluto in 1930 werd ontdekt hij er niet aan moest denken om nog een extra deel aan 'The Planets' toe te voegen. Overigens zal iedereen die het werk voor het eerst hoort veel herkennen: delen van het werk worden al decennialang gebruikt in allerhande uitingen maar ook als inpsiratie voor andere werken. Niet in de laatste plaats de filmmuziek van John Williams (Star Wars etc.). In de uitvoering van Judd werd maar eens duidelijk waarom Britse dirigenten bij uitstek geschikt zijn om muziek van eigen bodem te spelen. Wat volgde namelijk was een prachtige uitvoering van dit bekende werk. Geen geringe prestatie omdat ik al jaren in het bezit ben van de legendarische uitvoering van 'The Planets' door Adrian Boult en het London Philharmonic Orchestra en dat de vergelijking daarmee zeker positief was.

Het universum van Judd deed dus niet onder voor het aangekondigde universum van Jansons, hoewel het natuurlijk altijd de vraag is wat gemist is door het ontbreken van Jansons op de bok.

dinsdag 6 december 2011

'A Walk-On Part. Diaries 1994-1999' van Chris Mullin


Het Verenigd Koninkrijk kent een lange en succesvolle traditie van politici die een (openhartige) inkijk geven in hun politieke en privéleven. Een van de bekendste 'diarists' uit een verder verleden is Sir Henry "Chips" Channon (1897-1958) een Member of Parliament (MP) voor de Conservatieven. In de jaren negentig kwam daar Alan Clark, eveneens een MP voor de Conservatieven, bij. Zij driedelige 'diaries' zijn een genot om te lezen en zijn zelfs, mede vanwege de populariteit ervan, door de BBC omgezet in een TV-serie met in de hoofdrol John Hurt als Alan Clark. Het geheim van de 'Alan Clark Diaries' is dat hij dicht genoeg bij de macht zat, onder andere als minister, om een goed beeld te geven, maar ver weg genoeg om wel alles te kunnen zeggen. Overigen kan van Alan Clark kan veel gezegd worden, maar niet dat hij een blad voor de mond neemt. In de aanloop naar het schrijven van mijn afstudeerscriptie voor politicologie, met als onderwerp de Britse Conservatieve Partij, las ik de 'Alan Clark Diaries' al en heb van iedere pagina genoten.

De afgelopen jaren is, aan de andere kant van het Brtise politieke spectrum, een nieuwe ster aan het 'diaries'-firmament verschenen: Chris Mullin, MP voor Labour. Gelijk Alan Clark is hij een parlementslid dat ook een tijd (junior) minister is geweest, zijn weg kent in de Labour Party maar geen behoefte heeft om zaken mooier voor te stellen dan ze zijn. Zijn eigen optreden incluis. De afgelopen jaren verschenen al zijn 'diaries' over zijn jaren als minister ('A View from the Foothills', 1999-2005) en zijn jaren als backbencher tijdens de neergang van Labour ('Decline & Fall', 2005-2010). Recent zijn de 'diaries' over de opkomstjaren van New Labour verschenen: 'A Walk-On Part' (1994-1999) die handelen vanaf de (onverwachte) dood van Labour-leider John Smith tot aan zijn 'verheffing' tot minister onder Tony Blair. Mullin is in het Verenigd Koninkrijk vooral bekend geworden van zijn verdediging van de 'Birmingham Six' die onterecht veroordeeld waren. Tevens is hij de schrijver van een zeer bekende fictieve politieke roman: 'A Very British Coup' dat handelt over de verkiezing van een zeer linkse Labour premier en de pogingen van het establishment om hem onderuit te halen. Van dit boek is overigens ook een serie gemaakt, dus Clark en Mullin lijken in meerdere opzichten op elkaar.

Net als de 'diaries' van Alan Clark heb ik de 'diaries' van Chris Mullin verslonden. Enige nadeel van 'diaries' is dat ze wat moeilijk te bespreken zijn op een blog zoals deze. Het blijft een beetje bij een warme aanbeveling: een verhaal ontbreekt uiteraard. Al is het geval van Mullin de opkomst en ondergang van New Labour wel een erg treffende rode draad. Ook het verloop van zijn eigen politieke carrière is duidelijk terug te lezen: van backbencher tot 'chairman of the select committee for Home Affairs' (soort vaste Kamercommissie) en uiteindelijk minister en vervolgens weer backbencher en tenslotte zijn afscheid als MP. Aardige aan deze laatste (maar in de tijd eerste) 'diaries' is, zoals Mullin zelf ook constateert in de inleiding, dat gebeurtenissen en keuzes die gemaakt worden op het moment heel anders worden beoordeeld dan 'in hindsight'. Zo stelt hij zelf al terecht dat de aandacht die op dat moment uitging naar het verbod op vossenjacht veel groter naar voren komt dan je nu zou denken. Ook zijn taxatie van een aantal beslisssingen van Blair (bijvoorbeeld over het moderniseren van 'Clause IV' van de beginselverklaring van Labour over de nationalisatie van bedrijven) was op dat moment compleet anders dan de geschiedenis heeft uitgewezen. Uiteindelijk was het een meesterzet van Blair om Labour weer 'electable' te krijgen terwijl Mullin het als het begin van het einde zag. Ook de enorme winst van Labour in 1997 zag Mullin niet aankomen, hij maakte zich zorgen dat ze net geen meerderheid zouden halen. Ten slotte valt op dat Mullin zich in die periode enorm druk maakte over de invloed van de Vrijmetselaars. Iets wat in zijn latere 'diaries' niet terugkomt en voor de lezer van nu, althans deze lezer, nogal bevreemdend overkomt.

Wat mij overigens het meeste opviel was een bepaalde verwevenheid tussen Alan Clark en Chris Mullin. Zo komt Alan Clark ook voor in de 'diaries' van Mullin. Dat is ook niet zo vreemd aangezien ze gedeelde periodes in de House of Commons kennen. De passage is wel aardig die Mullin er aan wijdt: 'Alan Clark has been selected - aged sixty-eight - to fight Chelsea in place of Nick Scott. I can't for the life of me understand why he wants to come back. By the time I'm sixty-eight I shall be long gone. He's got everything - a lovely wife, a castle, 17.000 acres in Scotland. He could have fun just managing his assets. What's more, he has made a far greater impact on the world since he left Parliament (via zijn 'diaries' - FdL) than he ever did when was here. I suppose he just wants material for another volume of diaries (klopt, 'The Last Diaries' - FdL)'. Maar ook worden ze verenigd in hun afkeer van 'yobs'. Een typisch Brits woord voor straattuig dat veel groteskere vormen aannam in het Verenigd Koninkrijk dan ooit in Nederland zo is geweest en daarom misschien ook niet zo voorstelbaar: hele delen van steden die compleet en permanent geterroriseerd worden. Nu was Mullin MP voor Sunderland in het noorden van Engeland en daar zij die problemen groot. Clark was een echte 'country squire' maar kwam dit probleem, in alle eerlijkheid wel in veel mindere mate, ook tegen: 'We are menaced, almost, as the law is structured; at the mercy of the rabble, and their yob nominees. Vandalism, road rage, casual larceny. There is a huge tide of scum rising, motivated by vulgar preference, schadenfreude, envy and class loathing. There is nothing we can do as they and their modish sympathisers have monopoly control over the legal process. But we are the counter-revolutionaries (...). And we must be patient, and prepared for when our day may come, and by the action we then take we will stand to earn the gratitude of all our people' (16 mei 1999, 'The Last Diaries', Alan Clark). Chris Mullin is korter en minder hoogdravend maar het sentiment lijkt toch hetzelfde: 'Yob culture is engulfing us and everyone is powerless. The yobs know it and they are without fear. They are winning. Where will it end? Floggings, kneecappings, death squads...' (16 juni 1995, 'A Walk-On Part', Chris Mullin). Ook daarin worden zij verbonden.

Wanneer je ook maar enige interesse hebt in politiek in het algemeen en de Britse politiek in het bijzonder dan kun je niet om de 'diaries' van zowel Alan Clark als Chris Mullin heen!

zaterdag 3 december 2011

Concert 2 december 2011: Russische herfst in Rotterdam


Beethoven: Concert voor Piano en Orkest Nr. 2
Shostakovich: Symfonie Nr. 4

Martin Helmchen, piano
Sir Mark Elder, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Met de vierde symfonie van Shostakovich (of in de vernederlandsing Sjostakovitsj) eindigde de concertreeks 'Russische Herfst' van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Vanaf oktober tot nu figureerden alle grote Russische componisten in De Doelen. Dit laatste concert uit de reeks, met het tweede pianoconcert van Beethoven als opwarmer, maakte toevallig onderdeel uit van mijn abonnement net zoals het eerste concert uit deze reeks dat ook deed. Een recensie van dat concert, met het eerste pianoconcert en de vierde symfonie van Tchaikovsky, is hier terug te lezen.

Bij voorbaat was ik zeer benieuwd naar dit concert vanwege het feit dat Sir Mark Elder op de bok zou staan. Elder is sinds 2000 chef-dirigent van het vermaarde, maar in verval geraakte, Hallé Orchestra. Het Hallé, gevestigd in Manchester, is één van de oudste orkesten ter wereld en opgericht door de pianist en dirigent Charles Hallé. Naast Hans Richter, die de première van Elgar's eerste symfonie verzorgde, is het Hallé vooral bekend geworden door het chef-dirigentschap van de in het Verenigd Koninkrijk zeer geliefde Sir John Barbirolli. Pas met de aanstelling van Elder is het Hallé bezig om in hoog tempo zijn oude luister te herstellen, geholpen door goede concertrecensies en een eigen muzieklabel. Op dat label zijn bekroonde opnames uitgegeven van het orkest onder leiding van Elder van Wagner's Götterdämmerung, maar vooral veel muziek van Britste componisten. Niet alleen vanwege zijn goede werk bij het Hallé was ik benieuwd naar Elder, maar ook vanwege de BBC-documentairereeks 'Symphony' van Simon Russell Beale over de geschiedenis van de symfonie, de meest nobele vorm van componeren. In deze reeks wordt de muziek verzorgd door een BBC-orkest onder leiding van Elder en geeft Elder toelichting op de gespeelde werken. Dit laatste kwam nog overwacht terug in het concert.

Maar eerst naar het programma voor de pauze: het tweede pianoconcert van Beethoven met achter de piano het jonge Duitse talent Martin Helmchen. In het tweede pianoconcert, dat terecht wordt aangemerkt als Mozartiaans maar met een duidelijke Beethovenklank, liet Helmchen duidelijk horen te beschikken over talent met lyrisch en vloeiend spel. Ondanks het vele gekuch in De Doelen, pijnlijk aanwezig tijdens de pauzeloze overgang van het tweede deel naar het slot van het pianoconcert, mocht Helmchen zich verheugen in een staande ovatie die hij beantwoorde met een pianosonate waarvan ik de herkomst niet thuis kon brengen. In dit alles werd hij zeer goed begeleid door Elder waarbij de balans tussen orkest en piano opvallend goed was.

De raison d'être van dit concert was uiteraard na de pauze te vinden met de vierde symfonie van Dmitri Shostakovich (1906-1975). Bij opkomst van Elder wendde hij zich, getooid met microfoon, tot het publiek. Even dacht ik dat hij iets zou zeggen over het gekuch, wat niet meer dan gerechtvaardigd zou zijn, maar hij begon, gelijk zijn rol in de BBC-documentaire 'Symphony', met een toelichting op het werk dat gespeeld zou worden. Hoewel hij zich verexcuseerde dat dit werk al vaker in Rotterdam was gespeeld en al vaker was toegelicht, wilde hij graag voor bezoekers die de symfonie nog niet eerder hadden gehoord, waaronder ikzelf, de bijzondere geschiedenis van het stuk toelichten. In een gepassioneerd verhaal gaf hij aan dat de zeer getalenteerde, en in de Sovjet-Unie woonachtige, Shostakovich in 1935 bezig was met het schrijven van zijn symfonie toen via de Pravda de vernietigende kritiek van Stalin werd gepubliceerd over de 'obscene modernismen' die de muziek binnenslopen en een halt moesten worden toegebracht. Dit mede naar aanleiding van Shostakovich' opera 'Lady Macbeth van Mtensk'. Dit leidde ertoe dat de, al aangekondigde, symfonie wel werd gespeeld tijdens een generale repetitie maar, uit angst voor maar al te voorstelbare represailles, voor het concert werd teruggetrokken door Shostakovich. Zoals Elder opmerkte zou deze symfonie wereldberoemd worden juist omdat niemand wist hoe deze klonk. Pas in 1961 zou de symfonie, door het wat meer coulante regime van Chroestsjov, in première gaan. Toendertijd betoogde Shostakovich dat de late première veroorzaakt was door onvrede van hem over de partituur, maar later is gebleken dat hij geen noot heeft gewijzigd. Hoewel Shostakovich na 1935 grote successen vierde als Sovjetcomponist leefde hij, gelijk zijn landgenoten, altijd in angst voor het midden in de nacht bonzen op de deur en daarmee het einde van je leven. Elder gaf treffend aan dat het niet voor niets was dat Shostakovich altijd bij de deur een koffer had staan met alle basisbenodigden voor het moment dat de klop op de deur daar zou zijn. Zijn latere werken volgende zogezegd de partijlijn, maar zaten vol met ironie en stille protesten. De enige middelen ter beschikking van een componist. Opvallend voor mij is het daarbij dat een aantal delen van de vierde symfonie bekend klonken van de vijfde symfonie. De symfonie bestaat uit slechts drie delen waarvan het eerste en laatste deel groot van omvang zijn en worden verbonden door een klein tussendeel dat doet denken aan een, in de woorden van Elder, verloren gewaand, scherzo van Mahler. Terecht dat Elder ook stelt dat de rest van de symfonie ook hoorbaar is beïnvloed door Mahler.

Na deze prachtige, en in de Nederlandse concertzalen, zeldzame inleiding werd een volstrekt overweldigdende en overtuigende uitvoering van de vierde symfonie neergezet. Niet voor niets werd er na het slot van het eerste deel al kort door een aantal mensen geapplaudiseerd. Met deze geweldige uitvoering kreeg Elder het ook voor elkaar dat het gekuch in De Doelen volstrekt verstomde. De symfonie eindigt in complete stilte. Een stilte die ook over de hele Doelen viel en intens werd meegeleefd. Wat volgde was een terechte en stormachtige staande ovatie. De Russische Herfst eindigde met een prachtig slotakkoord door de prachtige symbiose tussen Sir Mark Elder en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.