maandag 23 januari 2017

Concert 22 januari 2017: 'Lazy Sunday' met Claus Peter Flor en Ronald Brautigam


Smetana: Vysehrad uit Má Vlast
Brahms: Piano Concert Nr. 2
Smetana: Vltava (De Moldau) uit Má Vlast

Ronald Brautigam (piano)
Claus Peter Flor, Residentie Orkest
Zuiderstrandtheater, Den Haag

Een zondagmorgen leent zich uitermate goed voor niets doen, maar het Residentie Orkest gaat met het Lazy Sunday-concept de concurrentie aan. Door een fijn compact programma met werken van Smetana en Brahms zorgen dirigent Claus Peter Flor en pianist Ronald Brautigam dat de luie zondagmorgen het aflegt. 

Het gemiddelde (klassieke) concert kent een ijzeren discipline. Voor de pauze een kleinschalig werk - meestal een toondicht, ouverture of concerto - gevolgd door een pauze om daarna een symfonisch pièce de résistance ten gehore te brengen en dan is het feest voorbij. En hoewel die pauze soms wel heel snel op een (te) kort werk volgt, is deze muzikale gang van zaken lang niet verkeerd. Toch krijg je wel het idee dat de attentiespanne van het gemiddelde publiek bijzonder laag wordt ingeschat. Het concert op de zondagochtend vormt hier een belangrijke uitzondering op. Een concert zo rond een uurtje of 11 dat geen pauze kent en meestal na één tot anderhalf uur weer voorbij is. Het Residentie Orkest verkent deze mogelijkheid ook een enkele keer met het Lazy Sunday-concert. Een programma rondom liefde voor het vaderland als wel of geen muze voor prachtige muziek van Zweers, Smetana en Brahms wordt zo gecomprimeerd tot één doorlopende uitvoering. Door het kortere tijdsbestek is het werk van Zweers gesneuveld terwijl van de drie delen uit het zesdelige Má Vlast slechts twee resteren. Maar het machtige Tweede Pianoconcert van Brahms blijft intact en wordt in deze formule ingeklemd tussen de twee delen uit Smetana's ode aan Mijn Vaderland

Nooit echt doorgebroken
En dat werkt dus meer dan uitstekend. Want ondanks het ingedikte karakter van deze opzet vraagt juist dit programma het nodige van het publiek. Het Tweede Pianoconcert van Johannes Brahms (1833-1897) was bij de première het langste pianoconcert ooit en met vier in plaats van de gebruikelijke drie delen en een duur van ongeveer vijftig minuten is dat nog steeds één van de langste (of misschien wel nog steeds het langste) pianoconcert. Om dan nog ingekaderd te worden door de muzikale vertaling van de vaderlandsliefde van Bedrich Smetana (1824-1884) van elk een kwartier maakt een lazy sunday opeens toch nog hard werken. Het knappe aan dit programma is dat de werken elkaar complementeren en dat het een vondst is om de twee delen uit Má Vlast zowel voorafgaand als aansluitend aan het pianoconcert te programmeren. De tijd vloog voorbij terwijl het Residentie Orkest de kans kreeg om - ondanks de afgenomen grootte door de bezuinigingen van afgelopen jaren - een rijk Romantisch geluid te produceren dat de werken goed deed. Het feit dat de in Leipzig geboren Claus Peter Flor (1953) voor het orkest stond, had daar ook zeker mee te maken. Hoewel niet echt bekend bij het grote publiek is Flor een echte Kapellmeister die het ambacht van de dirigent volledig onder de knie heeft. Na enkele uitstekende opnames van het werk van Mendelssohn met de Bamberger Symphoniker heeft hij bij diverse orkesten op de bok gestaan: van het Tonhalle Orchester Zürich en het Philharmonia Orchestra tot het Dallas Symphony Orchestra en het Malaysian Philharmonic Orchestra. Maar die doorbraak is er nooit gekomen. Bij het Dallas Symphony Orchestra heeft hij het toentertijd moeten afleggen tegen onze eigen Jaap van Zweden in de race om het chef-dirigentschap. En hoewel zijn chef-dirigentschap bij het Malaysian Philharmonic Orchesta onder andere heeft geleid tot een toonaangevende opname van Dvorak's Negende Symfonie is die verbintenis sinds 2014 ook alweer voorbij. Sinds jaar en dag is Claus Peter Flor een graag gezien gastdirigent bij het Haagse Residentie Orkest. En aangezien die concerten eigenlijk altijd goed zijn, is het altijd een klein feestje wanneer de ietwat koddige Flor zijn opwachting maakt.

Het gedreven spel van Ronald Brautigam
Na een wat haperend begin bij Smetana's muzikale schildering van de burcht Vysehrad ontlokte Flor het orkest een fijne muzikale schildering van het Tsjechië. Met natuurlijk als zeer geliefd hoogtepunt Vltava, de muzikale ode aan de rivier de Moldau. Een muziekstuk dat - mede door het gebruik in diverse reclames - vrijwel bij iedereen tot herkenning zal leiden. Het is de kwaliteit van Flor dat hij zo'n overbekend stuk juist fris weet te laten klinken. Het ware hoogtepunt van een dergelijk concert is natuurlijk het magistrale Tweede Pianoconcert van Brahms. Voor dit uitdagende concert had het Residentie Orkest de Nederlandse pianist Ronald Brautigam aangetrokken. Zijn wilde en witte haardos doet hem voorkomen als de klassiek geschoolde broer van het oudste lid van Gordon-vehikel en ietwat bizar getitelde Los Angeles, The Voices, maar daar houden de overeenkomsten toch wel op. De professor aan de Musikhochschule in Basel en solist bij orkesten zoals het Koninklijk Concertgebouworkest, het London Philharmonic Orchestra, maar ook het Orkest van de 18e Eeuw en het Freiburger Barokorchester wist zich uitstekend te kwijten van het veeleisende pianoconcert. Zijn gedreven pianospel paste uitstekend bij dit massieve doch lyrische werk van Brahms. De begeleiding door het Residentie Orkest onder Claus Peter Flor was voorbeeldig en in balans. Uitslapen is fijn, maar een zo de zondagmorgen muzikaal te beginnen, is nog fijner. 

Op 20 en 22 januari 2017 dirigeerde Claus Peter Flor het Residentie Orkest en solist Ronald Brautigam in werken van Smetana en Brahms. Het concert van 20 januari bevatte het eerste deel uit de Derde Symfonie van de Nederlandse componist Bernard Zweers (1854-1924). Deze recensie is van het zondagochtend-concert op 22 januari dat zich beperkte tot werken van Smetana en Brahms.  

donderdag 19 januari 2017

Concert 18 januari 2017: Haitink's muzikale hypnose


Mozart: Piano Concert Nr. 23
Schubert: Symfonie Nr. 9 'Grote' 

Kristian Bezuidenhout (piano)
Bernard Haitink, Chamber Orchestra of Europe
Concertgebouw, Amsterdam

De maestro was weer terug in Amsterdam. En hoe! Een fijngevoelige uitvoering van Mozart's Pianoconcert Nr. 23 door Kristian Bezuidenhout bleek slechts een inleiding te zijn op een magistrale uitvoering van Schubert's 'Grote' symfonie. Orkest én publiek vielen ten prooi aan de muzikale hypnose van Bernard Haitink.

Bernard Haitink wordt in maart weliswaar 88 en heeft al lang geen vast orkest meer, maar hem in levenden lijve te zien en horen dirigeren is bepaald geen zeldzaamheid. Eind augustus leidde hij het European Union Youth Orchestra in de Sinfonia Concertante van Haydn en de Zevende Symfonie van Bruckner. Volgende maand staat diezelfde symfonie wederom op de lessenaars in het Concertgebouw, maar leidt Haitink ditmaal  zijn oude orkest: het Koninklijk Concertgebouworkest. Het orkest dat in zijn imposante carrière altijd centraal blijft staan, maar tegelijkertijd symbool staat voor het lief én leed in de samenwerking tussen orkest en dirigent. De relatie met het Chamber Orchestra of Europa is allesbehalve getroebleerd en sinds jaar en dag een vaste waarde in het Concertgebouw. Want met twee concerten gewijd aan werken van Mozart en Schubert is deze muzikale combinatie voor het zesde achtereenvolgende seizoen te gast in het Concertgebouw. Vreemd genoeg - en in markante tegenstelling met alle voorgaande concerten van Haitink in het Concertgebouw - waren achterin de grote zaal nog redelijk grote plukken stoelen onbezet. De woensdagavond in combinatie met het feit dat het een extra concert betrof, zal het nodige verklaren. Zeker ook omdat voor het concert van vrijdag 20 januari, met violiste Alina Ibragimova als solist, vrijwel geen kaarten beschikbaar zijn. 

Een gevoelige snaar
Ondanks deze - voor Haitink althans - ietwat matig gevulde zaal was het enthousiasme van het publiek er niet minder om. Dat is ook niet zo gek, want de statuur van Haitink - toch al niet gering - lijkt met ieder jaar alleen maar groter te worden. Ook niet zo vreemd omdat Haitink al lang geleden gestopt is met nadenken over zijn carrière en alleen nog maar die dingen doet die hij leuk en nuttig vindt. Dus muziek waar hij van houdt en het ondersteunen van muzikaal talent. Het Chamber Orchestra of Europe (COE) is daar een goed voorbeeld van aangezien het in 1981 werd opgericht door musici van het European Union Youth Orchestra. De sterke band met Haitink heeft geleid tot een fijn Concertgebouw-oeuvre waarbij de afgelopen seizoenen iedere concertserie een andere componist centraal stond. Na Beethoven, Brahms, Schumann is het nu de beurt aan de combinatie van Mozart en Schubert. En geen betere manier om zo'n combinatie te beginnen dan met één van de prachtige pianoconcerten van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). In dit geval Pianoconcert Nr. 23. Een werk dat Mozart eigenlijk voor zichzelf en een selecte groep vrienden wilde houden, maar waarvan het manuscript uiteindelijk in roulatie geraakte omdat zijn weduwe Constanze gedwongen werd om het te verkopen omdat zij in financieel zwaar weer verkeerde. En hoe vervelend voor haar dan ook, haar geldproblemen zijn een zegen geweest voor het muziekliefhebbers. Want dit pianoconcert is ongekend lyrisch met veel ruimte voor houtblazers. Voor de uitvoering ervan had Haitink de Zuid-Afrikaanse pianist Kristian Bezuidenhout gestrikt en zijn fijngevoelige spel wist zonder meer de juiste (gevoelige) snaar te raken en vond de perfecte partner in het COE onder leiding van Mozart-liefhebber Haitink. Uiteraard volge - zoals altijd bij concerten in Nederland - een staande ovatie, maar wel een die ondanks de grote waardering voor de fijne uitvoering toch vooral een 'moetje' leek danwel een mooie aanleiding om snel bij de (gratis) drank te geraken. Een prachtige uitvoering van een fijn werk, maar het werk is van zichzelf te 'licht' om van een grootse prestatie te spreken. 

Een grootse 'Grote' symfonie
Dat staande ovaties - in Nederland althans - aan inflatie onderhevig zijn, hoeft geen betoog, maar het aardige is wel dat de ene staande ovatie de andere niet is. Dat bleek wel toen ruim een uur nadat de pauze afgelopen was een staande ovatie ontstond die - in markante tegenstelling tot voor de pauze - zeer gemeend was en niet alleen een eerbetoon betrof van één van de meest eminente dirigenten ter wereld. Want in dat uur voorafgaand liet Haitink de Negende Symfonie van Franz Schubert (1797-1828) schitteren. Met overtuiging stond de hoogbejaarde dirigent op de bok en had hij het orkest met zelfs de kleinste beweging 'aan een touwtje'. Het orkest, meer dan voor de pauze wat zeker geen kritiek is op het fijne spel in Mozart, leek als het ware gehypnotiseerd door Haitink. Een aandoening die in mindere mate ook voor het publiek leek te gelden dat gebiologeerd luisterde naar een symfonie die lange tijd als onuitvoerbaar te boek stond. Want Schubert was toch de man van de klassieke symfonieën die hoogstens een half uurtje duurden. Zijn laatste werk, dat de componist nooit zelf in vol ornaat heeft mogen horen, is daarentegen een symfonisch werk met een tijdsduur van - afhankelijk van tempo en het gebruik maken van de diverse herhalingen - bijna een uur en blikt zowel in lengte en (in beperkte mate) thematiek vooruit op de symfonieën van Bruckner en Mahler. Het knappe aan de uitvoering door Haitink en het COE is niet alleen de kwaliteit ervan, maar vooral de afwisseling en spanning die Haitink in het werk weet te brengen. Want ondanks de diverse herhalingen is geen enkel deel precies hetzelfde. Hierdoor ontstaan een werk waarin de thema's zich langzaam maar gestaag als een meanderende rivier ontwikkelen richting de spectaculaire finale. Wat een feest weer met Haitink. Gelukkig volgende maand weer, maar daarna wordt het afwachten wanneer we Haitink weer in het Concertgebouw kunnen bewonderen. 

Onder leiding van Bernard Haitink geeft het Chamber Orchestra of Europa op 18 en 20 januari 2017 twee concerten gewijd aan de muziek van Mozart en Schubert in het Concertgebouw. Op 18 januari met pianist Kristian Bezuidenhout en op 20 januari met violist Ibragimova.   

zondag 15 januari 2017

The Young Pope is ondefinieerbaar en adembenemend goed


Met The Young Pope maken Jude Law én Paolo Sorrentino de overstap naar het kleine scherm. In tien magistrale afleveringen volgen we de eerste Amerikaanse paus in de geschiedenis. Jude Law zet de geconflicteerde Paus Pius XIII geloofwaardig neer terwijl Paolo Sorrentino garant staat voor weergaloze schoonheid, satire en surrealisme. Een hoogtepunt in beide carrières en één van de meest memorabele televisieseries van de afgelopen jaren. 

Filmregisseurs die de overtap maken naar televisie is niets nieuws. Steven Soderbergh (The Knick), David Fincher (House of Cards) en Martin Scorcese (Boardwalk Empire, Vinyl) gingen Paolo Sorrentino al voor. Terwijl de Joel en Ethan Coen Fargo al produceerden en zich inmiddels ook opmaken voor de regie van hun eerste televisieserie: de western The Ballad of Buster Scruggs. Daar waar de meeste regisseurs slechts enkele afleveringen van een serie regisseren, gaat Paolo Sorrentino – net zoals Steven Soderbergh – voor goud en zijn alle tien afleveringen van The Young Pope van zijn hand. En dat is in alles te merken. Liefhebbers van met name La Grande Belezza herkennen de prachtige wijze waarop Sorrentino zijn lijdend voorwerp in beeld brengt. En in dit geval is dat lijdende voorwerp niet alleen de eerste Amerikaanse paus in de geschiedenis van de Rooms-Katholieke Kerk, maar juist ook Vaticaanstad en natuurlijk Rome. Door Sorrentino word je telkens weer opnieuw verliefd op de Eeuwige Stad en ben je mentaal alweer je volgende trip naar de Stad der Zeven Heuvels aan het plannen. 

Een twijfelende paus, een gehaaide kardinaal-staatssecretaris
Maar alleen stil staan bij de aanstekelijke pracht die The Young Pope biedt, doet grote afbreuk aan de prestaties die niet alleen Sorrentino, maar juist ook hoofdrolspelers Jude Law, Diane Keaton en Silvio Orlando leveren. Want vanaf het allereerste surrealistische shot waar Jude Law vanonder een berg baby’s kruipt op het San Marcoplein in Venetië tot de laatste scene die op hetzelfde plein plaats vindt, is duidelijk dat het succes van The Young Pope vooral ook te danken is aan acteertalent. Jude Law vertolkt de vijftigjarige Amerikaanse Lenny Belardo die onverwacht tot het pausschap is geroepen op een geweldige manier als een geconflicteerd man die niet weet wat hij met zijn nieuw gevonden macht moet doen, maar tegelijkertijd geen enkele schroom heeft om alle conventies overboord te gooien en die macht volledig in te zetten. Allereerst al door te kiezen voor de besmette naam Pius die dan ook nog getooid wordt met het ongeluksgetal dertien. 

Dit alles tot grote wanhoop van de kardinalen die hem benoemd hebben. Niet in de laatste plaats de machtige kardinaal-staatssecretaris Voiello die zijn machtspositie ziet afbrokkelen terwijl hij erop rekende de grote macht achter de troon te zullen zijn door de onervarenheid van Pius XIII. Voiello komt in de vertolking door Silvio Orlando volledig tot leven en is één van de hoogtepunten van de serie. Want deze kardinaal mag dan wel een intrigant zijn, hij is tegelijkertijd groot voetbalfan en draagt de zorg voor een zwaar gehandicapte jongen die hij zijn beste vriend in de wereld noemt. Juist die combinatie maakt dat Voiello meer is dan de klassieke Katholieke intrigant die we kennen van series als The Borgias, maar daarom The Young Pope zo ondefinieerbaar maakt. Want hoewel intrige zeker aan bod komt, is het nooit op de manier die je verwacht. Sorrentino wijst de voorspelbaarheid van dergelijke intrige af en heeft geen enkele moeite om tegelijkertijd satire, surrealisme, komische elementen en stevig drama af te wisselen. Dit leidt vaak tot (welkome) verbazing bij de kijker, maar ook prachtige komische momenten zoals kardinaal Voiello die in de opulente omgeving van zijn vertrekken, gezeten op een troonachtige stoel, luisterend naar het radioverslag van een wedstrijd van zijn favoriete voetbalclub… getooid in het clubtenue. Het juist die momenten die The Young Pope zo goed maken maken en volstrekt onderscheidend van alle andere televisieseries. Een serie die – net als Youth van Sorrentino – in betrekkelijke rust zich ontwikkelt en zich daarmee nog verder onderscheidt. 

In Godsnaam laat er een vervolg komen
De keuze om bekende filmacteurs en –actrices zoals Jude Law en Diane Keaton een grote rol te geven is een beproefd concept bij dergelijke groots opgezette en kostbare producties. Gelukkig pakt het hier ook ontzettend goed uit. Niet alleen omdat Jude Law een geweldige acteerprestatie neerzet als de ketting-rokende en Cherry Coke-drinkende paus, maar ook omdat de combinatie met minder bekende (maar steengoede) acteurs echte chemie oplevert. Niet in de laatste plaats door het optreden van Diane Keaton die als Zuster Mary de spil is in het bestuur van Pius XIII. Want Mary heeft de jonge Lenny opgevoed toen zijn hippieouders hem op jonge leeftijd achterlieten. De wond die toen is geslagen, is nooit geheeld en zorgt ervoor dat Lenny het pausschap gebruikt om zijn ouders op te sporen om erachter te komen waarom zij hem verlaten hebben en wat dit betekent voor zijn geloof in God. Deze Mary wordt door Pius als zijn vertrouweling ingezet ten koste van de macht van de kardinalen en dan met name Voiello. De strijd die dat oplevert is prachtig, maar volgt ook hier niet de voorspelbare weg van intrige. 

Door dit alles is The Young Pope een serie die niet alleen oogstrelend is, maar tot denken zet en geweldige uren van hoogwaardig televisie maken biedt. Op zo’n wijze dat bij de laatste scene het wel erg de vraag is of – ondanks het feit dat bij de presentatie van de serie al een tweede seizoen werd aangekondigd – er nog een vervolg komt. Hoe die eruit moet komen te zien, zal nog een hele uitdaging worden omdat de tien afleveringen een zo’n perfect geheel vormen dat een vervolg eigenlijk alleen maar tegen kan vallen. Maar toch word je al kijker overvallen door een grote drang om - in Godsnaam -toch maar te hopen (en bidden) voor een vervolg. The Young Pope is te goed om het bij één seizoen te houden. 


‘The Young Pope’ is een coproductie van Sky, HBO en Canal+ en wordt sinds januari op DVD en Blu-ray door Lumière uitgegeven. Eerder was de serie al (exclusief) online te zien bij Videoland. Deze recensie is ook verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta. 

zaterdag 14 januari 2017

De nieuwe Poirot is een ongeloofwaardige pageturner. 'Closed Casket' van Sophie Hannah


Twee jaar geleden blies Sophie Hannah de Belgische detective Hercule Poirot nieuw leven in met The Monogram Murders. Ze heeft blijkbaar de smaak te pakken want recent is het tweede Poirot-mysterie getiteld Closed Casket verschenen. Is Sophie Hannah de Agatha Christie van onze tijd? De ongeloofwaardigheid van het eerste boek zaaide al enige twijfels, maar Closed Casket bevestigt dat Hannah goed kan schrijven, maar een geloofwaardig verhaal vertellen is daar helaas geen onderdeel van.

Hoewel de inleiding anders zou doen vermoeden, is Hercule Poirot nooit echt weg geweest. Weliswaar is Curtain, het laatste Poirot-mysterie van de hand van Agatha Christie (1890-1976) in 1975 verschenen, maar het personage heeft ons nooit echt verlaten. Diverse films, maar vooral de uitmuntende televisieserie met in de hoofdrol David Suchet heeft de bekendheid van Poirot alleen maar verder vergroot. Echter allemaal op basis van de aloude verhalen van Christie. Met The Monogram Murders (2014) verscheen voor het eerst in bijna veertig jaar weer een nieuw verhaal. Het Poirot-personage was door de erven-Christie aan thrillerauteur Sophie Hannah (1971) toevertrouwd. Hoewel er op The Monogram Murders het nodige viel aan te merken, met name op het gebied van geloofwaardigheid, was het door de bank genomen een prima hernieuwde kennismaking met de kleine Belgische detective met zijn kenmerkende snor. De kwaliteit, maar vooral de verkoop van het boek zijn blijkbaar dermate geweest dat Hannah toestemming gegeven is om nog een Poirot-mysterie te schrijven. Met Closed Casket  keert Hannah – precies honderd jaar na het eerste Poirot-avontuur The Mysterious Affair at Styles -  terug naar Poirot en lijkt zij zich op te maken voor een hele nieuwe reeks Poirot-avonturen. Dat is best begrijpelijk aangezien zij daarmee onderdeel wordt van een onderscheidend literair erfgoed in een tijd waarin de aandacht voor Poirot weer aan het toenemen is. David Suchet is weliswaar klaar met zijn televisieverfilming, maar later dit jaar verschijnt een nieuwe filmversie van befaamde Poirot-avontuur Murder on the Orient Express waarin Kenneth Branagh in de huid van de detective kruipt en tegelijkertijd de regie voert. De vraag is natuurlijk of Hannah daadwerkelijk een toevoeging is op de Poirot-canon of dat ze zich de moeite had kunnen besparen.

Een nieuwe erfgenaam
Aangezien met Curtain de laatste zaak van Poirot wordt beschreven, moet Hannah binnen de bestaande continuïteit opereren. Net als The Monogram Murders speelt Closed Casket zich daarom af in de jaren twintig, de hoogtijdagen van Poirot. Sterker nog: het nieuwe avontuur vindt ongeveer een jaar later plaats en heeft naast Poirot wederom Edward Catchpool van Scotland Yard als partner tegen wil en dank van de koddige met snor getooide Belgische crimefighter. Een beetje als de ietwat sullige Captain Hastings uit een aantal van de eerdere Poirot-verhalen van Christie. De eerste samenwerking met Poirot is Catchpool niet goed bevallen aangezien hij door de moorden in het Londense Bloxham Hotel en Poirot’s beslissende rol in de ontrafeling van het mysterie door het publiek als niet buitengewoon competent wordt gezien. Hoewel hij de intelligentie van Poirot hoog acht en hem niet vijandig gezind is, is hij onaangenaam verrast wanneer de befaamde kinderboekenschrijver Lady Athelinda Playford hem nodigt voor een diner op haar Ierse landgoed. En natuurlijk is Poirot daar ook, die net als Catchpool een uitnodiging op zak heeft. Al snel ontvouwt zich een moordmysterie geschoeid op de klassieke (lees: Britse) leest. Lady Playford heeft haar zoon en dochter, hun partners, haar aan een fatale nierziekte lijdende secretaris en zijn verpleegsters, haar advocaten en dus Catchpool en Poirot niet alleen genodigd voor een diner, maar  heeft ook een belangrijke mededeling. Ze heeft haar testament aangepast en wanneer zij deze wijziging kenbaar maakt, is de schok groot en neemt de kans dat éénvan de gasten het verblijf in Clonakilty, Country Cork niet overleeft opeens enorm toe. De reden dat Lady Playford Poirot en Catchpool heeft genodigd: ter bescherming, maar uiteindelijk blijkt dat het duo opnieuw een moord moet oplossen.

Ongeloofwaardig
Meer nog dan The Monogram Murders is Closed Casket zonder meer een pageturner. Dit komt met name ook door de klassieke setting van een landhuis met een moord en een overzichtelijk aantal verdachten.  Opvallend daarbij is dat de rol van Catchpool een stuk groter is en Poirot soms meer een randfiguur lijkt. Wellicht ook omdat Hannah als schrijver natuurlijk meer lol kan beleven aan een karakter als Catchpool dat een onbeschreven blad is en haar creatie terwijl Poirot natuurlijk wel Poirot moet blijven en minder ruimte geeft tot eigen interpretatie. Aangezien het toch echt een Poirot-mysterie is, had die balans een stuk beter gekund. Dat laat onverlet dat je door de klassieke opzet lekker blijft doorlezen en Hannah de lezer lange tijd in het ongewisse weet te houden over het beoogde slachtoffer en de daadwerkelijke moordenaar. Dat eerste komt het boek ten goede, het tweede helaas niet. Want de wijze waarop Hannah het moordmysterie ontrafelt is compleet ongeloofwaardig. Nu is het niet zo dat Agatha Christie altijd uitblonk in geloofwaardige ontknopingen, maar Hannah zit met Closed Casket echt aan de verkeerde kant van de streep. Zo erg zelfs dat bij het proberen te verbinden van de titel aan het verhaal het eigenlijk volstrekt niet duidelijk is waarom deze titel is gekozen. De Nederlandse titel De Nieuwe Erfgenaam mag dan wat gewoontjes zijn, maar dekt de lading veel beter dan een open kist die, op wat opgeworpen mist, niets met het verhaal van doen heeft. Het gekke met dit nieuwe Poirot-verhaal van Hannah is dat je heerlijk aan het lezen bent, maar je door de ontknoping echt een beetje bekocht voelt. Geen aanleiding dus voor een vervolg. Laten we hopen dat Kenneth Branagh zich met Murder on the Orient Express zich meer als een David Suchet dan een Sophie Hannah ontpopt.

In september is ‘Closed Casket’, het tweede Poirot-mysterie van Sophie Hannah verschenen. Een Nederlandstalige versie, ‘De nieuwe erfgenaam’, is bij uitgever The House of Books verschenen. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.

woensdag 4 januari 2017

Terug naar Downton Abbey? 'Belgravia' van Julian Fellowes


Het is inmiddels een jaar geleden dat we afscheid hebben genomen van het wel en wee van de aristocratische familie-Crawley.  Voor de liefhebbers die nog steeds kampen met ontwenningsverschijnselen is Downton Abbey-bedenker Julian Fellowes in de pen gekropen met als resultaat de roman Belgravia. Een misschien niet heel erg diepgaande pageturner, maar wel een fijne kijk in het aristocratische Engeland een kleine eeuw voor Downton Abbey.

De fascinatie voor de Britse aristocratie en de klassenmaatschappij die het Verenigd Koninkrijk nog altijd is, kent zowel binnen het Verenigd Koninkrijk als daarbuiten geen grenzen. De populariteit van Downton Abbey is daar een goed voorbeeld van, maar wel een populariteit die er al veel langer is. Zoals Upstairs, Downstairs (1971-1977), maar ook The Forsyte Saga (1967) en Brideshead Revisited (1981) aantonen. In de 21e eeuw heeft Julian Fellowes (1949) deze fascinatie te gelde gemaakt. Eerst door de door hem geschreven en door Robert Altman geregisseerde film Gosford Park uit 2001. Maar echt wereldwijd succes heeft Fellowes  pas gehad met zijn historische drama Downton Abbey dat in de periode 2010-2015 hele volksstammen, niet in de laatste plaats in de Verenigde Staten, aan de buis gekluisterd hield. Voor die grote groep liefhebbers is er nu Belgravia. Een roman van de hand van Fellowes waar het gevoel van Downton Abbey nog eens dunnetjes over wordt gedaan. Een boek dat het startschot moet zijn voor een hele reeks. Een televisieversie is nog niet gepland, maar dat zou – afhankelijk van het succes van de boeken – natuurlijk zo kunnen veranderen. Naast dat het dus geen televisieserie, maar een boekenreeks moet worden, is er nog een groot verschil met Downton Abbey: Belgravia vindt een eeuw voor de avonturen van de Earl of Grantham, zijn familie en hun personeel plaats.

Napoleon en Thomas Cubitt
Waar het zinken van de Titanic betekende dat de Earl of Grantham moest uitkijken naar andere erfgenamen, daar heeft de laatste stuiptrekking van Napoleon een evenzo groot effect op de families Trenchard en Brockenhurst. Beide families zijn aanwezig in Brussel aan de vooravond van de Slag bij Waterloo (1815). Een avond die culmineert in een groots en meeslepend societyfeest georganiseerd door de Hertogin van Bedford. Een avond waar  de liefde tussen Sophia en Edmund voor de familie-Trenchard duidelijk wordt. Het probleem is alleen dat Sophia de dochter is van handelaar James Trenchard die de Hertog van Wellington voorziet van zijn toevoer, terwijl Edmund voluit Lord Bellasis is, de zoon van de Graaf en Gravin van Brockenhurst. En dat kan natuurlijk niet in het klassengevoelige Engeland, ook al is de hele society in Brussel. De liefde is echter niet van lange duur: de dag na het grote bal vindt de Slag bij Waterloo plaats waar Edmund om het leven komt en de enige link tussen beide families al voorbij is voor deze goed en wel is begonnen.  Met de dood van Sophia een klein jaar later is deze episode verwezen naar de ashoop der geschiedenis. Maar dan blijkt jaren later – we zijn inmiddels in 1841 aanbeland – dat er wel degelijk een onverwoestbare link is ontstaan tussen beide families. Ter voorkoming van spoilers wordt deze cliffhanger aan het boek zelf overgelaten.

Episodisch en klassebesef
Door de opzet van het boek is er overigens geen gebrek aan cliffhangers. Want niet alleen heeft Fellowes zich voorgenomen om een boekenreeks te schrijven alsof er tekens een nieuw seizoen verschijnt, maar ook het boek zelf is episodisch. Het boek bestaat namelijk uit 11 hoofdstukken die telkens eindigen met een cliffhanger. Dit is niet alleen gedaan om er een pageturner van te maken – waar Fellowes overigens goed in geslaagd is – maar ook als middel om het boek als een televisieserie aan de man te brengen. De elf hoofstukken zijn namelijk periodiek digitaal gepubliceerd zodat – net als met een analoge serie in het pre-Netflixtijdperk – je telkens uitkijkt naar een nieuwe dosis dramatiek. In tegenstelling tot een televisieserie kampen de karakters (en het verhaal) wel met een gebrek aan diepgang. De vaart, vertelwijze en cliffhangers maskeren dit grotendeels, maar echt mensen van vlees en bloed zoals in Downton Abbey (Maggie Smith als de Dowager Countess of Grantham!) kom je als lezer niet snel tegen. Daarentegen is het wel een mooie kenschets van het ‘goede’ Londen van die tijd. Armoede, ziekte en die andere kant van de samenleving hebben (bijna) geen plaats in Belgravia, maar klassenbewustzijn des te meer. Uiteindelijk draait het hele verhaal om die wonderlijke preoccupatie van met name Britten die bepalend is voor de relatie tussen de familie Trenchard en Brockenhurst en tekenend voor die tijd. Een tijd waarin de nieuwe chique buurt Belgravia verrijst in de City of Westminster en Kensington and Chelsea in Londen. Dit door toedoen van de Hertog van Westminster wiens familie toen en nu de belangrijkste landeigenaar is. Deze nieuwe wijk voor de rijke bovenlaag werd ontwikkeld door Thomas Cubitt die in Belgravia ook zijdelings aan bod komt als partner van James Trenchard die hiermee zijn fortuin  maakt, maar niet geaccepteerd wordt in de aristocratische kringen van Londen. Eens een handelaar, altijd een handelaar. En daarmee is de keuze voor de wijk Belgravia als onderwerp en titel door Fellowes slim gekozen: het symboliseert in alles de totstandkoming van een nieuw Verenigd Koninkrijk waar nieuw en oud geld met elkaar moeten samenleven, maar waar de sociale codes van weleer het leven van deze families domineren. Een thema dat het werk van Fellowes domineert en hem geen windeieren heeft gelegd. Want ook deze boekversie van Downton Abbey past perfect in ons aller fascinatie voor de aristocratische klassenmaatschappij van het Verenigd Koninkrijk van weleer.

Recent is de paperbackversie van ‘Belgravia’ van Julian Fellowes verschenen. ‘Belgravia’ verscheen voor het eerst afgelopen zomer. Een Nederlandse vertaling bij A.W. Bruna is eveneens verkrijgbaar. Deze recensie is eerder verschenen bij online nieuwsmagazine Jalta.