zondag 30 oktober 2011

Concert 28 oktober 2011: Mozart en Schubert in Zweedse uitbundigheid


Mozart: Symfonie Nr. 39
Schubert: Symfonie Nr. 9

Herbert Blomstedt, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Met twee (over)bekende symfonieën van Mozart en Schubert begon vrijdag de E-serie 'De grote maestro's' van het Koninklijk Concertegebouworkest. Met het komende seizoen dirigenten als o.a. Bernard Haitink, Kurt Masur, Nikolaus Harnoncourt en de eigen chef-dirigent Mariss Jansons in deze serie zegt het KCO met deze betiteling geen woord te veel. De serie werd afgetrapt door de Zweedse dirigent Herbert Blomstedt die met een, op het eerste gezicht, nogal gewoon programma op de bok stond: de 39e symfonie van Mozart gevolgd door de 'Grote Symfonie' (9e) van Schubert.

De symfonieën van Mozart, en dan met name de latere, zijn prachtige werken, maar vaak bekruipt mij het gevoel dat, mede vanwege de prettige lengte, ze uitstekend geacht worden om het 'programma voor de pauze' op te vullen. Deze symfonie had ik al eens eerder uitgevoerd gehoord door het KCO met Haitink op de bok. Na de pauze kwamen toen de echte 'showstoppers': La Mer van Debussy en de zevende symfonie van Beethoven. En het gebeurt dus heel vaak. Speel je de eerste symfonie van Mahler? Niets fijner dan voor de pauze één van de 41 symfonieën van Mozart programmeren. Van alle symfonieën van Mozart heb ik nog het meest met diens 40e. De uitvoering van de 39e door Blomstedt was voorbeeldig en ouderwets gloedvol. Ondanks de kleinere bezetting voor de pauze is Blomstedt nog gewoon van de traditionele school die Mozart spontaan, gloedvol en uitbundig wil laten klinken. Opvallend was overigens daarbij dat Blomstedt er voor koos om niet op de normale verhoging te staan, maar gelijkvoers met het orkest te dirigeren. Gezien de beperkte bezetting niet meer dan begrijpelijk. Na de pauze was de bekende verhoging overigens gewoon weer present.

Na de pauze was het de beurt aan het orkestrale magnum opus van Schubert: de Negende symfonie. Bij de nummering van Schubert's symfonieën is er overigens altijd wat onduidelijkheid. Zijn zevende symfonie is nooit georkestreerd maar dus wel genummerd. Tevens is de achtste symfonie onvoltooid gebleven terwijl de negende wel volledig gecomponeerd is na de achtste. Schubert's negende is by far zijn langste, maar ook meest melodieuze symfonie. De finale is energiek terwijl in de andere delen tussendoor prachtige kleinschalige muziek is te horen. Blomstedt staat bekend om zijn uitvoeringen van Duits-Oostenrijkse componisten en Schubert is daar een goed voorbeeld van. Blomstedt staat te genieten op de bok en zweept het orkest met zijn enthousiasme op een energieke, gloedvolle en prachtige uitvoering neer te zetten. Dat Blomstedt zoveel plezier heeft in het dirigeren wordt ook duidelijk is zijn omgang met zijn geloof. Blomstedt is lid van het Kerkgenootschap van de Zevende-Dags Adventisten een religieuze stroming die de sabbat plaatst op de zaterdag waardoor Blomstedt op vrijdagavonden en zaterdagen niet repeteert. Het dirigeren van een concert ziet hij niet als werk dus is geoorloofd. En dat was vrijdag dus te zien: zijn enthousiasme was aanstekelijk en werd duidelijk bij het enthousiaste applaus van het publiek dat terecht zijn deel was. De inmiddels 84-jarige Blomstedt trekt zich niets van zijn leeftijd aan: waar Haitink inmiddels de beroemde trap van het Concertgebouw laat voor wat het is, dribbelt Blomstedt nog vrolijk heen en weer.

De E-serie is dus, ondanks het weinig verrassende programma, erg goed begonnen. De komende maanden staan Jansons, Haitink en Masur op het programma. Tegenvallers lijken bij voorbaat uitgesloten.

maandag 24 oktober 2011

'Netherland' van Joseph O'Neill


Naar aanleiding van het feit dat het afgelopen 11 september precies tien jaar geleden was dat de Twin Towers vielen, het Pentagon werd aangevallen en een derde vliegtuig door moedig optreden van de passagiers vroegtijdig crashte, verschenen op diverse plekken lijsten van 'post-9/11'-boeken. Eén boek kwam telkens terug: 'Netherland' van Joseph O'Neill. De superlatieven zijn niet van de lucht bij dit boek en daar maakt de uitgever dankbaar gebruik van. Mijn exemplaar rept op de achterkant van 'A brilliant, haunting novel' (Daily Telegraph) tot aan 'An exquisitely written novel' (New Yorker). Hier houdt het niet op. De voorkant van mijn Britse exempaar (en niet bovenstaande foto van de blijkbaar Amerikaanse editie) is getooid met lof van de door mij hooggeachte presentator van BBC Newsnight Jeremy Paxman ('mesmerising') en zelfs de voormalige politieke messias van de VS Barack Obama ('A brilliant book') doet een duit in het zakje. Blijkbaar is het zijn van president van de V.S. ook een goede leerschool om boekrecensent te zijn.

Het zal naar aanleiding van bovenstaande tekst al een beetje duidelijk zijn: de lof die dit boek wordt toegezwaaid is niet aan mij besteed. Ik begon met hoge verwachtingen aan dit boek, maar ondanks de beweringen van diverse recensenten die het boek in slechts een paar halen uitlazen, moest ik mezelf menigmaal er toe zetten om het boek verder te lezen. Ik geef meteen toe: het is goed geschreven, bij tijd en wijle grappig en ook nog eens met een Nederlander in New York, Hans van den Broek, in de hoofdrol met allerhande verwijzigingen naar mijn woonplaats Den Haag. En toch: het kon me allemaal weinig bekoren.

Het boek is een odyssee van Hans van den Broek in het New York na de dramatische gebeurtenissen van 9/11 waar herinneringen en verschillende verhaallijnen door elkaar lopen. Eén verhaallijn is zijn relatie met de Britse Rachel, met wie hij een zoon heeft, die langzamerhand op de klippen loopt. Een andere verhaallijn, die juist onderwerp was van veel lof, is zijn onverwachte vriendschap met Chuck Ramkissoon die probeert een New Yorkse cricketclub op te zetten die moet leiden tot een enorme impuls van het nobele spel in New York. Hans van den Broek, zelf cricketer, is gefascineerd en gaat met Chuck mee in zijn dromen. Het contact verwatert uiteindelijk en eindigt met de vondst in een rivier van een vermoorde Chuck. Het boek start overigens vrijwel meteen met deze gebeurtenis, dus ik verklap niets. Het boek lijkt daarmee verschillende genres te willen koppelen: een verhaal van liefde, een eerbeton aan cricket en een moordmysterie (aldus de Sunday Telegraph). Ik vond het allemaal wat verwarrend en vroeg me aan het einde van het boek af: wat is de 'pointe' nu eigenlijk? Misschien zijn de hoge verwachtingen het boek fataal geworden of is het gewoon mijn soort boek niet. Probeert het boek vooral eens, misschien kan iemand mij toelichten welk geweldige boek ik niet las dat anderen wel lazen.

maandag 17 oktober 2011

Concert 15 oktober 2011: Ongecompliceerd Tchaikovsky in Rotterdam


Tchaikovsky: Pianoconcert Nr. 1 en Symfonie Nr. 4

Denis Matsuev
Jukka-Pekka Saraste, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Mijn abonnement bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest begon afgelopen zaterdag Rotterdam-waardig: een ongecompliceerde uitvoering van twee werken van Tchaikovsky maakten duidelijk dat het motto van Rotterdam 'Geen woorden, maar daden!' luid en duidelijk over was gekomen bij dirigent en soloist. Eén van de meeste bekende pianoconcerten gevolgd door een iets minder bekende symfonie van de Russische componist Tchaikovsky (1840-1893) vormden het programma. Duidelijk was dat de Finse dirigent Jukka-Pekka Saraste en zijn Russiche pianist Denis Matsuev er zin in hadden: er werd flink uitgepakt. Dit was geen uitvoering voor mensen met gevoelige oren. Overigens leek het erop of de heren ook vantevoren afgesproken hadden wat ze zouden dragen. Zowel Saraste als Matsuev gingen gekleed in een pak die zo bij Dr. No uit de garderobe leek weg te komen. Een pak dat schijnbaar populair is onder dirigenten, maar waar ik me altijd van afvraag waar je zoiets in hemelsnaam koopt. Alleen musici en Dr. No lijken het antwoord te weten.

Voor de pauze was het de beurt aan één van de bekendste pianoconcerten. Een pianoconcert dat na de eerste noten nog wel eens verward wordt met dat andere bekende pianoconcert van Grieg en vice versa. Wat volgde was een uitermate stevige uitvoering waarbij Matsuev er flink op los ramde. Tegen het einde ging hij zo in de muziek op dat dit leidde tot een uithaal van zijn lichaam die nog het meeste weg had van een orka die zich ontrekt aan het zeeoppervlak. Misschien is het allemaal niet even gracieus, maar stiekem is het toch wel even genieten als de remmen er even vanaf gaan. Ondanks dat de zaal slechts voor drievijfde was gevuld volgde een vurig applaus dat werd beantwoord met een toegift. Een toegift dat ik niet kon thuisbrengen, maar klonk als een muziekmobiel boven een kinderbed. Het leek er vooral op dat het stuk door Matsuev was gekozen om te laten zien dat hij ook teder en zacht kon spelen. Na het geweld ervoor toch een beetje een anticlimax. Matsuev werd overigens prachtig ondersteund door Saraste die eveneens stevig uitpakte met een Rotterdams Philharmonisch Orkest dat opvallend mooi en vol van klank was.

Na de pauze was het de beurt aan de vierde symfonie van Tchaikovksy. Deze symfonie is minder bekend dan de 5e en de 6e (de Pathéthique) en dat geldt ook voor mijzelf: ik hoorde de symofnie niet eerder, ook inet op cd. Ook voor deze symfonie, opgedragen aan de Tchaikovsky's weldoener Nadezhda von Meck, gold dat Saraste, net als voor de pauze, flinkt uitpakte. Dat is ook niet zo gek, want juist deze symfonie met zijn hoorngeschal en uberhaupt stevige inbreng van de blazers leent zich hier goed voor. Ook hier was het weer even ongecompliceerd genieten. Wellicht zou het soms wat genuanceerder kunnen, maar een componist als Tchaikovsky is stiekem wel gebaat bij een dergelijke aanpak. Opvallend ook hier was weer dat Saraste een prachtige klank uit de Rotterdammers kreeg.

Overigens werd de show gestolen door een jongentje van een jaar of zes die een paar rijen voor me zat. Van begin tot einde dirigeerde en speelde hij de piano mee. Vol overtuiging en ritmisch doch muisstil. Wellicht dat er over een dikke 20 jaar nog eens een blog aan hem wordt gewijd van een van zijn concerten!

donderdag 13 oktober 2011

Opera 12 oktober 2011: Elektra van Richard Strauss


R. Strauss: Elektra

Evelyn Herlitzius (Elektra)
Michaela Schuster (Klytämnestra)
Camille Nylund (Chrysothemis)
Gerd Grochowski (Orest)
Hubert Delamboye (Aegisth)

Toonkunstkoor Amsterdam
Marc Albrecht, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

De Nederlandse Opera (DNO) had een vooruitziende blik toen het seizoen 2011/2012 werd geprogrammeerd: gelijk de politieke actualiteit is het Griekenland wat de klok slaat. Na de zeer geslaagde Gluck-dubbelslag met 'Iphigénie en Aulide' & 'Iphigénie en Tauride' komt DNO nu met een opera die letterlijk in dezelfde familie blijft: de Iphigénie van Gluck is een zus van de Elektra van Richard Strauss. Daarbij speelt het verhaal van Elektra tussen de beide Gluck-opera's die op zichzelf een scheiding van 20 jaar kennen. Hoewel de verhalen zich vormen tot een trilogie zijn de muzikale werelden van Gluck en Strauss compleet verschillend.

Elektra is, samen met Salome, een van mijn favoriete opera's. Het zal daarom ook niet verbazen dat de componist van beide opera's, Richard Strauss, meteen ook een van mijn favoriete operacomponisten is. Richard Strauss (1864-1949) wordt veelal aangeduid als de laatste vertolker van de Duitse Romantische muzikale traditie. Deze aanduiding wordt ook wel eens gebruikt voor zijn iets jongere tijdgenoot Erich Wolfgang Korngold die vooral bekend is, mede door zijn vlucht naar de V.S. vanwege de opkomst van de Nazi's, vanwege zijn Hollywood-muziek en in mindere mate zijn opera's. Met Elektra, Salome en Der Rosenkavalier heeft Richard Strauss echter een ferme plek binnen de geschiedenis van de opera verworven. En dat is meer dan terecht: zijn muziek is van een grote schoonheid. Na zijn twee eerste stappen op het operavlak, Guntram en Feuersnot, werd Strauss pas echt 'volwassen' met Salome en Elektra. Beide opera's zijn gebaseerd op toneelproducties door Max Reinhardt van respectievelijk Oscar Wilde's Salome en Elektra van Sophokles. Niet alleen worden beide opera's verbonden door hun dramatische inhoud, ook door de muziek die Strauss componeerde voor beide opera's zou er gesproken kunnen worden van een tweeluik. In beide opera's, maar met name in Elektra, zoekt Strauss de uitersten op van de toenmalige muzikale traditie: het modernisme was binnen bereik. Na deze opera's zou Strauss nooit meer zulke muziek componeren, hij leek terug te treden van de muzikale afgrond van de atonaliteit en legde zich op muziek van grootste meeslependheid en schoonheid zoals Der Rosenkavalier waarvan meteen hoorbaar is dat het ook een opera van Strauss is, maar in maar weinig lijkt op de twee directe voorgangers. 

Gezien de levenswandel van Richard Strauss is het overigens ook niet vreemd dat hij zo kon wijzigen van muzikale klankkleur. Wie denkt dat alle kunstenaars vervuld zijn met Weltschmerz hebben nog geen kennisgemaakt met Strauss. Waar Wagner op de revolutionaire barricades stond en Gustav Mahler gebukt leek te gaan onder het leven kon Strauss ongecompliceerd componeren om vervolgens te genieten van een heel gewoon leven in zijn huis in Garmisch en uiteraard van zijn eigen muziek. Een huis bekostigd door de opbrengsten van Salome. Ook de opkomst van Hitler had weinig effect op hem, hij werd, apolitiek als hij ook was, maar niet naïef, president van de Reichs Kulturkamer. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog raakte hij enigszins in ongenade, maar hij bleef voor de machthebbers van het Derde Rijk een van de grootste symbolen van de Duitse (muzikale) cultuur. Dit bleef wel aan hem kleven na het einde van de oorlog, maar al bij de eerste ontmoeting met Amerikaanse soldaten die zijn huis innamen, nam hij ze met zijn goedmoedige karakter in. Hij eindigde zijn leven, na een paar jaar ballingschap in Zwitserland, samen met zijn vrouw in hun huis in Garmisch. Alle muziek van Strauss kenmerkt zich door de prominente rol van het orkest. Strauss maakt veelvuldig gebruik van enorme orkesten, denk aan Eine Alpensinfonie, en bij Elektra is het niet anders. Naast Elektra is de hoofdrol evenzo weggelegd voor het orkest.

Elektra handelt over Elektra die vanwege de moord op haar vader Agamemnon, door haar moeder Klytämnestra en haar minnaar Aegisth, alleen nog maar zint op wraak. De opera begint met een indrukwekkende muzikale vertaling van de naam van haar vader: Agamemnon. De fototrailer van DNO voor Elektra geeft deze, en de prachtige sobere enscenering, weer:


Elektra probeert haar zus Chrysothemis te overtuigen om te helpen bij het vermoorden van de moordenaars van hun vader, maar die weigert. Wanneer twee boodschappers melden dat hun gezamenlijke broer, en tegelijkertijd de enige hoop op redding, Orest (Orestes) is omgekomen, lijkt het uitzichtloos voor Elektra. Al snel blijkt dat een van de boodschappers Orest zelf is en dat het een list is om dichtbij Klytämnestra en haar minnaar te komen om hun te vermoorden. Uiteindelijk herkennen broer en zus elkaar waarbij Orest een einde maakt aan het leven van Klytämnestra en Elektra haar broer help om Aegisth in de val te lokken. Met beide moordenaars van hun vader dood vervalt Elektra, ontdaan van haar heilige doel, in een extatische dans waarna ze dood neervalt.

De uitvoering van DNO is weergaloos en markeerde tegelijkertijd het debuut van Marc Albrecht als de nieuwe DNO-chef (gecombineerd met zijn chef-dirigentschap van het Nederlands Philharmonisch Orkest). Albrecht is geen onbekende voor DNO: enkele jaren geleden zette hij, naar verluidt, een prachtige Die Frau ohne Schatten van eveneens Strauss neer. Ook nu zette hij de orkestrale klank van Elektra zo krachtig en mooi weer dat je op veel momenten de andere 'hits' van Strauss, waaronder Salome en Eine Alpensinfonie, meende te horen. Naast het orkest was de andere grote ster Evelyn Herlitzius die onafgebroken op het toneel de sterren van de hemel zong. Ook de Klytämnestra van Michaela Schuster, de enige atonale muziek in de opera, is het vermelden meer dan waard. De al eerder gebruikte strakke doch sobere enscenering in de regie van Willy Decker was zeer toepasselijk. Enige bevreemdende was dat aan het einde van de opera Elektra aan haar extatische dans begint om uiteindelijk dood neer te vallen in de wetenschap dat ze haar doel heeft bereikt. In de regie van deze Elektra danst ze met Orest, die normaliter dan niet meer op het toneel staat maar zijn nieuwe onderdanen begroet, waarna ze de hand van Orest pakt en met diens mes zichzelf doodsteekt. Orest bestijgt daarna de trap naar zijn lot: het koningschap van Mycene terwijl zijn zus Chrysomethis hem naroept, normaliter juist om hem te berichten dat zijn zus is gestorven. Deze keuze begreep ik niet helemaal. Het maakt het allemaal wel een stuk dramatischer en geeft weer wat normaal in de coulissen afspeelt. Na deze kanttekening kan alleen maar geconcludeerd worden dat het samenspel van muziek, solisten, dirigent, enscenering zorgde voor een prachtige avond waarbij de verleiding bijna ontstaat om de komende tijd nog een kaartje te kopen voor een van de volgende uitvoeringen. Zeker in de wetenschap dat bij de latere uitvoeringen de rollen van Elektra en Chrysothemis door andere solisten worden vertolkt: respectievelijk Linda Watson en Ricarda Merbeth.

zondag 2 oktober 2011

'De Vreemdeling' van Albert Camus

De eerste en tot nu laatste keer dat ik een boek van Albert Camus las, was (zoals zovelen) op de middelbare school voor Frans: 'La Chute' (De Val). Van dat boek kan ik me weinig herinneren behalve dat ik het gelezen heb, dus enige indruk heeft het wel op gemaakt in de lawine van boeken die ik toen las aangezien ik alle talen in mijn eindexamenpakket had. 'De Vreemdeling' kreeg ik voor mijn afstuderen en heeft dus 6 jaar ongelezen in de boekenkast gestaan. Nu is het er dan toch van gekomen en een helemaal soepele bevalling, ondanks dat het boek 'slechts' 125 pagina's telt, was het niet.

'De Vreemdeling' handelt, vanuit het ik-perspectief, over Meursault die woont in de toen nog Franse kolonie Algerije. Het boek begint met de mededeling dat zijn moeder is overleden. Een moeder die al een tijd in een gesticht verblijft omdat Meursault niet meer de mogelijkheid en de financiële middelen had om verder voor haar te zorgen. Hij woont nog steeds in hun gezamenlijke appartement en maakt voor het laatst de reis naar het gesticht om daar afscheid te nemen. Een afscheid waarbij Meursault onbewogen is wat leidt tot bevreemdende reacties van de mensen werkzaam en betrokken bij het gesticht. Na het afscheid van zijn moeder krijgt hij een relatie met Marie en raakt hij bevriend met buurman Raymond. Geen hele frisse vent. In de prachtige vertaling is hij een 'souteneur' wat we nu gewoon een pooier noemen. Raymond heeft ruzie met zijn vriendin en overtuigt Meursault om voor hem een brief te schrijven om haar langs te laten komen. Dit gebeurt maar leidt tot fysiek geweld tussen Raymond en zijn vriendin waarop de politie moet ingrijpen. Door een voor Raymond gunstige getuigenverklaring van Meursault ontloopt hij een aanklacht. Daarmee zijn de problemen voor Raymond echter niet voorbij: de broer van zijn vriendin zint op wraak waardoor Raymond continu op zijn hoede is. Dit leidt tot de climax van het boek waar Raymond, Meursault en Marie naar het strand gaan en waar ze oog in oog komen met de bewuste broer. Dit leidt tot een schermutseling en iedereen gaat weer op zijn weg. Meursault, in het bezit van het pistool van Raymond, besluit door het warme weer weer terug te gaan naar de plek van de schermutseling omdat daar een koeltebron is, maar komt daar wederom de broer tegen die een mes trekt, maar kansloos is tegen het pistool van Meursault. Vanaf dat moment vindt het boek plaats in de gevangenis en rechtszaal. Uiteindelijk wordt Meursault veroordeeld voor de moord, maar impliciet ook voor de ongevoelige wijze waarop hij afscheid van zijn moeder nam. Na een tirade gericht aan de aalmoezenier die hem bijstaat voorafgaand aan zijn onthoofding eindigt het boek.

Zoals aangegeven vond ik het lezen van het boek geen soepele bevalling. Dat heeft vooral te maken met het gegeven dat het handelen van Meursault voor zijn omgeving bevreemdend werkt. Dat kom je ook tegen in de schrijfstijl: continu voel je je als lezer los staan van het verhaal. Titel  ('De Vreemdeling') en doel (de bevreemding van een wereld die geen rede of doel heeft) worden zo erg goed door Camus, winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur, overgebracht. Hoog tijd om 'De Val' te herlezen en de Camus-klassieker 'De Pest' voor het eerst open te slaan om te bezien of deze bevreemding wordt doorgezet.