donderdag 28 november 2013

Opera 27 november 2013: Magistrale 'Götterdämmerung' maakt de DNO-Ring rond



De Nederlands Opera
Götterdämmerung
Richard Wagner (1813-1883)

Stephen Gould, Siegfried
Catherine Foster, Brünnhilde
Kurt Rydl, Hagen
Alejandro Marco-Buhrmeister, Gunther
Astrid Weber, Gutrune / Dritte Norn
Michaela Schuster, Waltraute
Werner van Mechelen, Alberich
Nicole Piccolomini, Erste Norn
Barbara Senator, Zweite Norn / Wellgunde
Machteld Baumanns, Woglinde
Bettina Ranch, Flosshilde

Koor van De Nederlandse Opera
Hartmut Haenchen, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Met Götterdämmerung is de cirkel rond. Niet alleen als de afsluiting van Richard Wagner's magnum opus Der Ring des Nibelungen, maar ook voor allen betrokken bij de reprise van de productie van De Nederlandse Opera. In het nieuwe jaar wordt deze Ring - in hemelbestormende en inventieve enscenering van Pierre Audi - voor het allerlaatst en zoals Wagner het bedoeld had, achter elkaar, uitgevoerd, waarna de enscenering hetzelfde lot zal ondergaan als het goddelijke Walhalla aan het einde van Götterdämmerung: totale vernietiging. 

Deze productie, maar ook de voorgaande uitvoeringen ervan, zijn louter met complimenten overladen. En dat is ook niet zo vreemd aangezien het hele team van De Nederlandse Opera erin geslaagd is om Wagner's meesterwerk als waarlijk Gesamtkunstwerk uit te voeren. Zonder uitzondering waren de solisten gedurende de gehele Ring van hoge kwaliteit en - op een enkele uitzondering na - werden de verschillende rollen die gedurende de vier delen die de Ring omvat door dezelfde solisten uitgevoerd ook wanneer dit betekende dat een solist bij het ene deel vrijwel de hele tijd op de planken stond en in een ander deel voor een bijrol terugkeerde. Dit alles ondersteund door de muzikale macht van het Nederlands Philharmonisch Orkest onder aanvoering van de geweldige Hartmut Haenchen die de muziek van Wagner doorgrondt alsof het zijn tweede natuur is. Vier delen lang is het publiek van Het Muziektheater vergast met wonderschone orkestrale klanken van ongekende transparantie. Een prestatie van formaat.

In Götterdämmerung zijn de hoofdrollen - gelijk Siegfried - wederom weggelegd voor Siegfried en Brünnhilde in vlekkeloze uitvoeringen van Stephen Gould en Catherine Foster. Met name Gould is een fenomeen die in Siegfried al diepe indruk maakte. Hij wordt daarbij op de hielen gezeten door Catherine Foster die gisteravond overigens zichtbaar (maar niet hoorbaar!) kampte met ziekte, maar moedig voort ging. Zij werden dit keer echter bijgestaan door Kurt Rydl als de kwaadaardige en listige Hagen, zoon van Alberich met wiens diefstal van het Rijngoud de hele ellende begon. Rydl's invulling van Hagen was compleet: hij was het kwaad in persoon en verleende zijn diepe en donkere basstem aan een figuur die de ondergang van Siegfried en daarmee ook die van de goden in gang zette.

Want ook hier is de cirkel van de Ring rond: de kettingreactie die ontketend werd door de snode diefstal van het Rijngoud van de Rijndochters door Alberich en werd voortgezet door de hebberigheid van de goddelijke Wotan c.s. komt in Götterdaämmerung tot een vurig einde. De liefde van Siegfried en Brünnhilde, zo mooi bezongen in de laatste akte van Siegfried, wordt door Hagen vergiftigd door Siegfried van een vergetensdrank te laten drinken en hem verliefd te laten worden op Hagen's halfzus Gutrune. Brünnhilde is daarmee prooi geworden voor de Hagen's halfbroer Gunther, koning der Gibichungen. Uiteindelijk wordt het ware gezicht van Hagen duidelijk wanneer deze de onsterfelijke Siegfried met een speer treft op de enige plek waar hij kwetsbaar is: zijn rug. Informatie verkregen van een woeste Brünnhilde die niet door heeft dat Siegfried - buiten zijn schuld om - haar vergeten is. Hell hath no fury like a woman scorned, zullen we maar zeggen... 

Dit alles leidt uiteindelijk tot het verdriet van Brünnhilde over de dood van Siegfried, de terugkeer van de Ring aan haar vinger, de ontmaskering van Hagen, de dood van Gunther en Gutrune en het besluit van Brünnhilde om een einde aan haar leven te maken door alles in vuur en vlam te zetten en zo de Ring terug te geven aan de Rijndochters. Haar actie leidt tot de dood van Hagen en het einde van Walhalla. Met het prachtige slotsolo Starke Scheite van Brünnhilde en een meesterlijk orkestraal slot eindigt een magistrale Götterdämmerung en misschien wel de beste productie van De Nederlandse Opera. Zurück vom Ring!

De trailer van 'Götterdämmerung':


Lees hier de eerdere recensies van Das Rheingold, Die Walküre en Siegfried.

zondag 24 november 2013

Toneel 22 november 2013: 'Nieuwspoort' van het Nationale Toneel

© Kurt van der Elst / Het Nationale Toneel

Het Nationale Toneel
Nieuwspoort

Hannah Hoekstra, Joris Smit,
Reinout Scholten van Aschat, Sallie Harmsen

Nationale Toneel Gebouw, Den Haag

Een op voorhand interessante combinatie van het Nationale Toneel en Nieuwspoort verzandt - op wat aardige vondsten na - in oppervlakkigheid en stereotypes. 

Sinds 2007 benoemt Internationaal Perscentrum Nieuwspoort (waar ondergetekende lid van is) een rapporteur om onderzoek te doen naar het 'politiek-publicitaire complex'. Dit jaar is Nieuwspoort een samenwerking aangegaan met het Nationale Toneel waarbij Hannah Hoekstra, Joris Smit, Reinout Scholten van Aschat en Sallie Harmsen zich dertien weken begaven in de wereld van politiek en journalistiek. Op basis van hun waarnemingen in de politiek belangrijke periode rondom Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen en het lezen van diverse boeken van en over de Haagse incrowd is de toneelvoorstelling Nieuwspoort ontstaan. 

Gelijk allen die in of rondom het Binnenhof werken of hebben gewerkt, was ik erg benieuwd naar deze voorstelling. Het is daarom niet verrassend dat het publiek grotendeels bestond uit journalisten en (medewerkers van of aspirerende) politici. Niets is leuker dan je eigen wereld verslagen te zien worden. 

De vier frisse en jonge acteurs begonnen goed met enkele grappige sketches die het wezen van politiek en journalistiek op onderdelen als één groot toneelspel ('de camera gaat aan en 'Geert' wordt 'Wilders') neerzetten. Tegelijkertijd constateren de acteurs zelf halverwege de voorstelling dat het dertien weken rondlopen in de wereld van de politiek en de journalistiek ze niet veel verder hebben gebracht dan oppervlakkigheid. Juist deze constatering had een mooie breuk kunnen bieden met de voorgaande sketches waardoor de diepte opgezocht had kunnen worden en daarmee een wat reëler beeld neergezet had kunnen worden van de wereld van politiek en journalistiek.

Een poging daartoe werd ook gedaan met de op diverse momenten voorgedragen constatering dat we het in Nederland helemaal niet zo slecht voor elkaar hebben en dat al het geklaag over politiek en journalistiek op bepaalde punten zeker niet onwaar is, maar dat we - juist in internationaal perspectief - eigenlijk in een land wonen dat op orde is, weinig tot geen (structurele) corruptie kent en een voorbeeldige democratie is. Dat leidt de jonge honden van Het Nationale Toneel tot een verkenning van dichter-politicus Solon in het Athene van de Griekse Oudheid. Een poging ook om weer terecht te komen in de comfort zone van het acteren na de ongerijmdheden van het politieke en journalistieke bedrijf. Opvallend daarbij was dat het centrale thema van dit by far langste onderdeel van de voorstelling toch ook weer als boodschap de eeuwigheid van populisme in de politieke inhield. 

Alle goede bedoelingen en deze uitstekende acteurs ten spijt is het Nieuwspoort niet gelukt om daadwerkelijk een licht te schijnen op de wereld van het Binnenhof zonder in de val van de oppervlakkigheid te geraken. Even leuk voor de incrowd, weinig nieuws onder de zon voor de rest. 

'Nieuwspoort' van het Nationale Toneel is op 20 november 2013 in première gegaan. Door de grote belangstelling zijn in Den Haag op 29 en 30 november extra voorstellingen gepland. Tevens vinden van 3 t/m 7 december voorstellingen plaats in Amsterdam. Kaarten bestellen kan hier. Deze recensie is gebaseerd op de voorstelling van 22 november 2013.

vrijdag 8 november 2013

Concert 7 november 2013: Van Zweden stoft Beethoven af en zindert in Bruckner

© JaapvanZweden.com / Bert Hulselmans 

Beethoven: Symfonie Nr. 5
Bruckner: Symfonie Nr. 4

Jaap van Zweden, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam 

Jaap van Zweden laat het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dan met name de uitstekende hoornisten schitteren in Beethovens overbekende Vijfde Symfonie en de 'Romantische' Vierde Symfonie van Bruckner.

De eerste maten van de Vijfde Symfonie van Ludwig van Beethoven (1770-1827) zijn misschien wel de bekendste noten in de geschiedenis van de muziek: ‘Pà-pà-pà-páá’. Alsof het Lot zelf klopt op de deur. Gevaar van zo’n overbekend stuk is dat het heel moeilijk is om het nog fris en fruitig te laten klinken, waardoor de creatie van Beethoven slachtoffer is van het overduidelijke muzikale succes.

Afgestoft
Gisteravond liet Jaap van Zweden met het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) horen dat één van de fundamenten van de Westerse muziekgeschiedenis nog steeds als nieuw kan klinken en je op het puntje van je stoel laat zitten. Want wat een heerlijke uitvoering viel het publiek van De Doelen ten deel. Van Zweden liep bij de uitvoering niet in de val door unverfroren te kiezen tussen de authentieke (lees: snelle tempi, klein orkest, originele instrumenten, transparantie) en romantische (lees: brede tempi, uitgebreid orkest, moderne instrumenten, lekker breed) uitvoeringspraktijk. Hij koos – gelijk de recente opnames van Chailly met het Gewandhausorchester en Haitink met de London Symphony Orchestra – voor een uitstekende middenweg waarbij met name in het eerste en laatste deel hij een flink tempo (lees: urgentie) inzette met grote dynamiek. Daarentegen was het tweede deel, het Andante Moderato, heerlijk lyrisch en legde hij met een op punten muisstil Scherzo de basis om in de finale flink uit te pakken. Opvallend was de grote rol die Van Zweden toedichtte aan de hoornisten die werkelijk de avond van hun leven speelden. Enige aanmerking is dat het tempo in het laatste deel dermate hoog was dat het een enkel moment in het orkest schuurde, maar de spanningsbeleving van het publiek nam hierdoor alleen maar toe.

Bruckner op jacht
Ook na de pauze was een hoofdrol weggelegd voor de uitmuntende Rotterdamse hoornisten waarbij met name eerste hoornist Martin van de Merwe de show stal. Juist voor hoornisten is de Vierde Symfonie van Anton Bruckner (1824-1896) een feestje gezien de dominante rol van dit nobele instrument. Bij het horen van deze symfonie gaan de gedachten altijd uit naar de jacht, waan je je te paard nabij een Engels landhuis in gezelschap van een Lord en zijn jachthonden en lijkt de bijnaam van deze symfonie - ‘De Romantische’ - bizar. Inmiddels is duidelijk dat Bruckner hiermee de romantiek van de natuur en haar indrukwekkende schoonheid bedoelt en wie dat eenmaal weet zal in Bruckner’s magnifieke Vierde weidse vergezichten zien die samenkomen in de grandeur van de natuur.

Van Zwedens stevige interpretatie liet grote verschillen bestaan in de dynamiek van de vier delen waarbij de hoornisten telkens terecht de hoofdrol opeisten. Gelijk Beethovens Vijfde zorgde dit voor een uitgekiende spanning die in de hele zaal (op een paar hoestende stoflongen na, je zit toch dichtbij de haven) voelbaar was. Van Zweden speelde ook hier met de tempi en benadrukte de zachte delen en pakte uit bij de (tussentijdse) finales. Ook hier viel op dat het gekozen tempo, met name in het derde deel, het Scherzo & Trio, tot wat ongemak in het orkest leidde. Even leken de hoornisten en de overige koperblazers niet meer compleet synchroon te lopen, maar Van Zweden kon dit nog prima herstellen. Sowieso was het de avond van Van Zweden waarvan niemand kan stellen dat zijn mimiek en (soms een tikkeltje overdreven) aanwijzingen onduidelijk zijn.

Zonder twijfel hebben het publiek van De Doelen en het Rotterdams Philharmonisch Orkest gisteravond Jaap van Zweden in hun armen gesloten. Zowel voor de pauze als daarna viel Van Zweden een terechte staande ovatie ten deel. De gebruikelijke bos bloemen (kan iemand de achtergrond van deze toch ietwat vreemde traditie toelichten?) gaf Van Zweden zeer terecht aan hoornist Martin van de Merwe, want stiekem was zo niet hij dan wel zijn instrument de echte ster van de avond!

Jaap van Zweden is op 7, 9 en 10 november 2013 te gast bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en dirigeert de Vijfde Symfonie van Beethoven en de Vierde Symfonie van Bruckner. Op 7 en 10 november in de Doelen te Rotterdam en op 9 november in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag. Kaarten bestellen voor de uitvoering op 9 november kan hier en voor 10 november (matinee!) kan hier.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig o.a. boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele cultuurpolitiek.

maandag 4 november 2013

'Jurassic Park' van Michael Crichton


Een boek kan soms ook te bekend zijn. Die conclusie moet - althans voor mezelf - getrokken worden wanneer het gaat om bestseller-auteurs zoals Stephen King (zie hier voor mijn recensie van King's 11.22.63) en Michael Crichton. Jurassic Park (1990) betekende - na The Andromeda Strain (1969) - de definitieve mondiale doorbraak van Michael Crichton (1942-2008). Met diens boek over het gelijknamige themapark waar dinosaurussen weer tot leven waren gebracht en de verfilming in 1993 door niemand minder dan Steven Spielberg brak een ware dinomania uit. Jurassic Park bleek een enorme blockbuster en zette de naam van Crichton definitief in de schijnwerpers. Vele bestsellers, films en series zouden volgen. 

Pageturner
Diens boek is - gelijk de film - een enorme verkooptopper. Jaren en jaren geleden kocht ik de paperback-editie op een Amerikaanse vliegveld als reserveboek in het vliegtuig. Eenmaal thuis belandde het boek ongelezen in de boekenkast. En hoewel ik Jurassic Park menigmaal in mijn handen heb gehad om te gaan lezen, was er altijd een ander boek dat meer mijn aandacht trok. Daarbij is het natuurlijk altijd de vraag hoe handig het is om een boek te lezen waarvan je de film zo goed kent.

Het bijzondere aan Jurassic Park is dat hoewel de film in grote lijnen het boek volgt het boek nog steeds leest als een enorm spannende en goed doordachte pageturner. Het knappe van Crichton is dat hij mogelijke ontwikkelingen in de wetenschap op een overtuigende manier weet te brengen in samenhang met een verhaal waar de spanning langzamerhand wordt opgebouwd. 

Het verhaal van Jurassic Park is natuurlijk overbekend, maar Crichton vertelt het dan ook met verve. We volgen de bezoekers van Jurassic Park, een themapark op een afgelegen eiland voor de kust van Costa Rica. De rijke John Hammond is het gelukt om expertise en geld samen te brengen tot het themapark van de toekomst: een hypermoderne dierentuin waar dinosaurussen door het klonen van oeroud DNA van dinosaurussen - ontgonnen uit de botten van dinosaurussen en in amber bewaarde muggen volgezogen met dinobloed en aangevuld met onder andere DNA uit kikkers - opnieuw hun opwachting maken op de Aarde.

Weekend weg
Terecht zijn er grote twijfels bij de financiers van Hammond over de wijsheid van een dergelijke onderneming. Zeker in het licht van het feit dat in Costa Rica reptielachtige aanvallen hebben plaatsgevonden op kleine kinderen en baby's die doen vermoeden dat de uit de hand gelopen dierentuin van Hammond niet zo waterdicht is als hij doet vermoeden. Om de financiers te overtuigen en zijn creatie veilig te stellen, nodigt Hammond een kleine groep wetenschappers (Dr. Grant, Dr. Sattler en Dr. Malcolm) en de vertegenwoordiger van zijn financiers Donald Gennero samen met zijn kleinkinderen (Tim en Lex) uit om een weekend door te brengen in Jurassic Park. Natuurlijk loopt dit weekend volledig uit de hand en ontsnappen - door toedoen van een op geld beluste medewerker van Hammond (Nedry) - de dino's met alle gevolgen van dien. Gelijk de film, loopt in het boek de bodycount snel op.

Boek versus film
Opvallend is dat hoewel de film het boek behoorlijk volgt er toch een groot aantal verschillen zijn. Daar waar John Hammond door Richard Attenborough wordt neergezet als een wat wereldvreemde miljonair die onbedoeld een groot gevaar voor de mensheid heeft gecreëerd, daar is de John Hammond in het boek een stuk naargeestiger. Het loopt met de boekversie van John Hammond dan ook anders af dan in de film. Het einde van de boekversie van Jurasssic Park is ook aanmerkelijk anders en biedt meer ruimte voor de duiding van het dinogedrag. Iets waar in de film geen ruimte voor was. 

Gelijk de film kent het boek tal van spannende momenten waarbij hoofdpersonen net wel (of net niet) ontsnappen aan de gevaren van Jurassic Park. Opvallend daarbij is dat een behoorlijk aantal scènes de filmversie niet hebben gehaald, maar wel terecht zijn gekomen in de het kritisch ondergewaardeerde en donkere filmvervolg The Lost World (1995) en het aanmerkelijk mindere Jurassic Park III

Crichton heeft met Jurassic Park een heerlijk spannend verhaal geschreven dat je door de bladzijden jaagt alsof je door een T-Rex wordt achtervolgd. En ook al is het boek ruim twintig jaar oud en is de filmversie in ons collectieve geheugen gegrift: je krijgt geen spijt van dit boek.