vrijdag 30 november 2012

Veni, vidi, frictie: 'De geboorte van Rome' van Anthony Everitt


Het Romeinse Rijk is een onderwerp van blijvende fascinatie voor zowel historici als niet-historici. Een fascinatie die al in de Romeinse tijd zelf startte met klassieke schrijvers als Livius, Polybius en Plutarchus via Edward Gibbon’s Decline and Fall of the Roman Empire uit het einde van de 18e eeuw tot diverse hedendaagse (populair-)historische schrijvers. Vreemd is dat natuurlijk niet. Het Romeinse Rijk is het grootste en meest langdurige rijk dat de wereld gekend heeft en de ineenstorting ervan spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding. 

Opvallende daarbij is dat, los van de evenzo grote interesse voor de Romeins keizers met de Julisch-Claudische dynastie en aartsvader Julius Caesar voorop, de nadruk vooral wordt gelegd op de val van het (West-)Romeinse Rijk in 476. Een nadruk die zich dan weer niet uitstrekt tot het Byzantijnse Rijk. Dit terwijl de de jure opvolger van het Romeinse Rijk in het Oosten het bijna duizend jaar na de val van de laatste West-Romeinse keizer Romulus Augustulus zou uitzingen tot de inname van Constantinopel in 1453 door de Ottomaanse sultan Mehmed II. 

Over de opkomst van de Romeinse Republiek is minder geschreven dan over de val van het tot keizerrijk verworden Rome. Veelal begint het schrijven hierover pas bij Sulla en Caesar. Dit terwijl de geboorte van Rome volgens de mythe start in 753 voor Christus met de stichting van Rome door de broers Romulus en Remus. Anthony Everitt, schrijver van biografieën over Augustus, Hadrianus en Cicero, is in dit gat gesprongen met De geboorte van Rome. De opkomst van het grootste wereldrijk aller tijden.  

De meest prille start van Rome is vooral een tijd die via legenden en mythes tot ons komt wat enige vorm van accuraat bronnenonderzoek vrijwel onmogelijk maakt. Everitt heeft hier een prachtige oplossing voor gevonden door zijn boek te verdelen in drie delen. Het eerste deel ‘Legenden’ handelt over de koningstijd waarin de meeste gebeurtenissen niet historisch zijn dan wel niet beschreven zijn. Het middelste deel ‘Verhalen’ gaat over de opmars van de Romeinse Republiek in Italië en de wijze waarop de staatsinrichting van Rome wordt vormgegeven. Hier lopen feit en fictie door elkaar. In het laatste deel ‘Geschiedenis’ komt de opkomst van Rome als mediterrane grootmacht aan de orde waarbij serieuze bronnen worden gehanteerd. 

Het grote voordeel hiervan is dat de lezer een mooie samenvatting krijgt van alle verhalen, historische en mythische figuren rondom de opkomst van Rome. Een samenvatting die zowel voor kenners als de geïnteresseerde leek evenzo leesbaar en verrassend is. Zo passeren niet alleen Romulus en Remus de revue, maar ook de mythe dat Rome afstamt van de overlevenden van Troje. Verder komen de Punische Oorlogen (de strijd tussen Rome en Carthago), maar ook de strijd tegen Pyrrhus (bekend van de gelijknamige overwinning) en Mithridates, maar ook bepalende grootheden als Scipio Africanus, de gebroeders Gracchus, Sulla en Cicero aan bod. Het boek eindigt wanneer de Romeinse Republiek aan haar neergang is begonnen. Om via Julius Caesar, Octavianus/Augustus en Marcus Antonius te lezen over de lange zegetocht als het Romeinse Rijk moeten andere boeken geraadpleegd worden.

Opvallend daarbij is dat de opkomst van Rome met veel strijd gepaard is gegaan, zowel strijd met vijanden van buiten als vijanden van binnen. Voor Julius Caesar gold veni, vidi, vici voor het jonge Rome lijkt te gelden veni, vidi, frictie

Het grote nadeel van deze aanpak is de ongelooflijk grote hoeveelheid informatie en namen die de lezer krijgt te verstouwen. Daarbij is het boek soms wat fragmentarisch opgebouwd wanneer het niet kan kiezen tussen het vertellen van een verhaal en het weergeven van (feitelijke) informatie. Op een enkel punt leidt de soms niet helemaal scherpe vertaling ook tot verwarring. 

Desalniettemin is dit boek voor allen die meer willen weten over de geboorte van Rome een meer dan goede inleiding. Een inleiding die de interesse zal wekken voor andere boeken die onderscheidende episodes uit die tumultueuze geboorte nader beschrijven. Want wanneer je eenmaal aan ‘Rome’ bent begonnen geldt ook hier: alea iacta est!

‘De geboorte van Rome’ is op 15 november jl. in de Nederlandse vertaling van Corrie van den Berg en Carola Kloos verschenen bij uitgeverij Ambo. Op 1 februari 2013 verschijnt het boek in de oorspronkelijke versie als ‘The Rise of Rome’ bij uitgeverij Head of Zeus.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

vrijdag 23 november 2012

'Saturday' van Ian McEwan


Waarschuwing vooraf: wanneer je niet geporteerd bent van Ian McEwan of je hebt inmiddels al genoeg op deze blog gelezen over hem, sla deze blog dan vooral over. Na The Innocent, Solar, Amsterdam en Sweet Tooth is 'Saturday' het vijfde boek van Ian McEwan dat ik lees. De reden waarom ik elke keer blijf teruggrijpen naar McEwan is niet alleen zijn prachtige en heerlijk lezende schrijfstijl, maar ook zijn vermogen om telkens een andersoortig boek te schrijven. 'Saturday' neemt voor mij een bijzondere plek in zijn oeuvre in. Ik las het boek al eerder in 2007 en het was mijn eerste kennismaking met McEwan. En hoewel ik het een erg goede kennismaking vond, duurde het tot dit jaar voordat ik weer een boek van hem las. Na de voorgaande boeken besloot ik terug te grijpen naar het boek waar het allemaal mee begon en dat viel niet tegen.

Het wonderlijke aan 'Saturday' is dat de titel het verhaal volledig dekt. McEwan neemt ons, vanuit het perspectief van de alwetende verteller, mee in de volledige dagbesteding van een zaterdag uit het leven van neurochirurg Henry Perowne. Het boek start in de (zeer) vroege morgen van zaterdag en eindigt rond hetzelfde moment in de vroege morgen van zondag. Dit alles op zaterdag 15 februari 2003, een dag die onder meer bekend staat vanwege een grootschalige demonstratie tegen de ophanden zijnde invasie van Irak onder leiding van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Perowne woont en werkt in Londen en krijgt ook indirect te maken met de demonstratie die, zoals het leven soms van toevalligheden aan elkaar hangt, zijn leven een andere wending geeft. De dag van Perowne, getrouwd met Rosalin met wie hij twee kinderen heeft: Daisy en Theo, begint onheilspellend wanneer hij een vrachtvliegtuig boven Londen in de problemen ziet komen. Een motor staat in de hens en zijn gedachten gaan, in het post-9/11-tijdperk, naar een aanslag. Na dit tot zich genomen te hebben, besluit Perowne toch zijn reguliere zaterdag routine ter hand te nemen, mede met het oog op het feit dat die avond een groot familiediner plaats vindt waar hij de laatste boodschappen voor moet doen. Het diner is ter gelegenheid van het feit dat Daisy gaat publiceren als dichter, maar tevens staat het diner in het teken van de formele verzoening tussen Daisy en haar grootvader van de kant van haar moeder. Deze beroemde dichter John Grammaticus heeft zich enkele zomers  daarvoor laatdunkend over een prijswinnend gedicht van Daisy uitgelaten waardoor de verhoudingen bekoeld zijn. Met dit in het vooruitzicht snelt Perowne zich naar zijn reguliere squashafspraak met een Amerikaanse collega. Door de demonstratie mag hij door een aardige agent een straat in die eigenlijk afgesloten is. Dit leidt echter tot (letterlijk) een aanvaring met een BMW die ervan uitging dat er niemand aan kom komen. De bestuurder van de BMW, type 'eerst slaan, dan praten', is daar niet blij mee. Dit leidt tot een klein handgemeen waarbij Perowne, door zijn medische kennis, genoeg (geestelijke) verwarring kan doen ontstaan, zodat hij kan ontsnappen. 'Shaken' vervolgt hij zijn weg, rondt hij zijn (intensieve) squashafspraak af en keert hij terug naar huis voor de voorbereidingen voor het familiediner. Helaas zal de avond een onverwachte wending nemen met in de hoofdrol de bestuurder van de BMW: Baxter. Een avond die onverwacht eindigt en Perowne en zijn familie voor de nodige dilemma's stelt alvorens de dag kan worden afgerond waar het begon: Perowne turend uit zijn slaapkamerraam. 

Het knappe aan het boek is dat een hele dag op overtuigende wijze wordt geschetst in het bredere perspectief van het post-9/11-tijdperk (het boek zelf is daar ook een product van) terwijl ook de onderlingen verhoudingen binnen de familie-Perowne maar ook de relatie met randfiguren uitgebreid aan bod komen. Wanneer je dus een mooie inleiding wil op het werk van McEwan dan is er bijna geen beter startpunt dan 'Saturday'.

Opera 21 november 2012: 'Das Rheingold' van Richard Wagner


De Nederlands Opera
Richard Wagner: Das Rheingold

Götter 
Thomas Johannes Mayer - Wotan
Vladimir Baykov - Donner
Marcel Reijans - Froh
Stefan Margita - Loge

Nibelungen
Werner van Mechelen - Alberich
Wolfgang Ablinger-Sperrhacke

Riesen
Stephen Milling - Fasolt
Jan-Hendrik Rootering - Fafner

Göttinnen
Doris Soffel - Fricka
Anna Gabler - Freia
Marina Prudenskaja - Erda

Rheintöchter
Lisette Bolle - Barbara Senator - Bettina Ranch

Hartmut Haenchen, Nederlands Philharmonisch Orkest
Het Muziektheater, Amsterdam

Wagner voor de opera is als Mahler voor de concertzaal: een gegarandeerde publiekstrekker. Dit geldt des te meer nu 2013 zal markeren dat het 200 jaar geleden is dat Richard Wagner is geboren. De Nederlandse Opera zet dit kracht bij door in de periode 2012-2014 de complete Ring des Nibelungen wederom in de reprise te doen met de beroemde DNO-productie onder regie van Pierre Audi, met het decor van George Tsypin en de muzikale leiding in handen van Hartmut Haenchen.

Vorig jaar werden de Nederlandse Wagnerfans al bediend met een nieuwe productie van Parsifal terwijl in 2013 ook Die Meistersinger von Nürnberg in het nieuw wordt gestoken. De vier delen die samen Der Ring vormen (Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung) moeten het doen met de productie die in 1997 al in première ging. Gevaar van het voor de zoveelste maal inzetten van een dergelijk ‘oud gebakje’ is natuurlijk dat de frisheid uit 1997 niet veel meer is dan gestolde moderniteit vijftien jaar later. Dat geldt bijvoorbeeld voor de spectaculaire Barenboim/Kupfer-Ring uit 1991 die bij terugkijken op DVD met een gedateerde lasershow de tand des tijds niet goed doorstaan heeft.

De start van de DNO-Ring met Das Rheingold maakt met die vrees korte metten. De postindustriële enscenering waarbij de strakke schoonheid van de Goden en Rijndochters in schril contrast staat met de  onbehouwen lelijkheid van de Reuzen en de Nibelungen maakt indruk. Het helpt daarbij ook dat de scènewisselingen via ingenieuze hydrauliek, maar ook het gebruik van video, vuur en ‘special effects’ (waaronder de verbeelding van een levensgrote slang) ten dienste staan van de muziek en het verhaal en daarmee laten zien wat Wagner bedoelde met Gesamtkunstwerk: muziek, zang, verhaal en decor die volstrekt samen komen.  

 Hartmut Haenchen staat, samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest, garant voor een wat meer gedragen, maar intense uitvoering van ‘Das Rheingold’. Na een wat aarzelend begin ontstond een prachtige klankkleur waarbij op de juiste momenten een muzikaal hoogtepunt werd geforceerd. Ook op de zang valt weinig aan te merken waarbij de vertolkingen van Loge (Stefan Margita), Alberich (Werner van Mechelen) en Erda (Marina Prudenskaja) als hoogtepunt golden. De kracht van de Loge’s vertolking is dat hij het enige personage is dat het allemaal niet zo serieus neemt en deze karaktertrek wordt met volle overtuiging ingevuld door Stefan Margrita. Nu is Wagner niet bepaald een lachebekje in zijn opera’s en zijn de verhaallijnen, in alle betekenissen van het woord, fantastisch.

Kern van ‘Das Rheingold’ is dat oppergod Wotan zijn schoonzus Freia ‘in bruikleen’ heeft gegeven aan de reuzen Fasolt en Fafner als betaling voor de bouw van zijn burcht Walhalla. Freia kan alleen naar huis terugkeren in ruil voor al het goud van de verderfelijke Nibelung Alberich. Goud dat Alberich heeft verkregen door het afzweren van de liefde en daarmee het verkrijgen van het Rijngoud dat hij smeedt tot een ring die hem almacht oplevert. De legende van deze ring, ook de basis voor J.R.R. Tolkien’s The Lord of the Rings, is de rode draad in Wagner’s volledige Der Ring des Nibelungen en zaait dood en verderf.

Zonder twijfel is het een goede keuze van De Nederlandse Opera om deze productie nog één keer in de reprise te doen. Wagner zelf zou van deze productie wellicht minder geporteerd zijn aangezien de première van de Ring gepaard ging met een Germaans decor waar een Vikinghelm bon ton was. Al zou de hedendaagse verschijning van de Rijndochters hem vast meer plezieren dan zijn eigen Rijndochters  die aantonen dat in de 19e eeuw het begrip vrouwelijkheid zeer ruim opgevat werd.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

dinsdag 20 november 2012

'De Wake' van Ronald Giphart



Na de verhalenbundel Feest der liefde (1995) waagt Ronald Giphart zich met De wake weer aan het genre van de korte verhalen. De wake bevat drie verhalen waar het met de hoofdpersonages niet goed afloopt. In het eerste verhaal en titelgever van het boek ‘De Wake’ eindigt het voornemen van Siem en zijn vrouw Margot om na 25 jaar alsnog de top van de Zweedse berg Sonfjället te halen met de fatale val van Siem. In ‘Mooie mama’s’ raakt de 13-jarige Koos in een diepe coma tegen de achtergrond van een turbulent gezinsleven. Ten slotte verhaalt ‘Hartstocht’ over de Indiase jonge schone Raisha Singh Tanwar die een tubulent leven van lust en liefde leidt en door een tragisch taxiongeluk aan de beademing raakt en uiteindelijk fungeert als donorhart voor een Nederlandse oud-minister.

Stuk voor stuk verhalen die zo op het eerst oog niet heel bijzonder lijken, maar dat door het vertelperspectief juist wel zijn. Want De wake wordt verteld vanuit het gezichtspunt van Siem die op dat moment al overleden is. Samen met hem maken we zijn doodssmak mee en de periode tot en met zijn crematie en dan met name de wake bij zijn dode lichaam. Een belofte uit een ver verleden gestand gedaan door zijn studievrienden. De aanloop naar de coma van Koos wordt door Koos zelf verteld terwijl het verhaal van Raisha (en de Nederlandse oud-minister) via het hart van Raisha tot de lezer komt.

Juist deze perspectieven, maar ook de nieuwsgierig makende opbouw en prima spanningsboog van de verhalen, maakt dat deze bundel leest als een trein. Jammere aan de bundel is de geforceerde poging (van de uitgever?) om een ‘leitmotiv’ voor de verhalen te suggereren dat er eigenlijk niet is. De flap van het boek stelt zonder schroom: ‘De wake' bevat drie wonderbaarlijke vertellingen, die geheel op zichzelf staan, maar evengoed met stevige scharnieren aan elkaar gekoppeld zijn.’ Maar in de verantwoording van het boek kan vervolgens gelezen worden dat 'De wake' in 2011 verscheen als werk in opdracht voor de Vrije Universiteit, dat ‘Mooie mama’s’ in 2003 begon als roman en verweesde als filmscript terwijl ‘Hartstocht’ nieuw is, te merken aan de oppervlakkige en weinig subtiele verwijzing naar één van de huidige regeringspartijen. De ongelijksoortige ontstaansgeschiedenis wreekt zich in een gebrekkige rode draad. Want waarom zijn Siem en Koos allebei ‘narrator’ terwijl de één dood is en de ander in coma? Raisha ligt ook in coma, maar daar moeten we het verhaal hebben van haar hart.

Het grote probleem van zo’n geforceerde rode draad is dat je de samenhang gaat zoeken in de verhalen. Bij het lezen verwacht je dat het laatste verhaal de eindjes aan elkaar knoopt en de verhalen ook daadwerkelijk bindt. Zoals bijvoorbeeld The Hours van Michael Cunnningham waar de gelijknamige film met Meryl Streep en Nicole Kidman op gebaseerd is. Daar komen verhalen over drie vrouwen die alleen gelinkt lijken door de roman Mrs. Dalloway van Virginia Woolf (onverwacht) samen.

Oftewel een prima verhalenbundel om ongedwongen tussendoor te lezen, maar verwacht geen zinderend ‘leitmotiv’ dat bij het lezen van de laatste pagina de verhalen in een ander licht plaatst.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Het Goede Levenhet culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Naast mijn eigen FerdiBlog recenseer ik regelmatig boeken en concerten op Het Goede Leven en geef ik mijn opinie over actuele (cultuur)politiek.

woensdag 14 november 2012

Opinie: Niet bestuurlijke megalomanie, maar misplaatste zuinigheid leidt tot Haags ‘Cultuurpaleis’



Prestigieuze bouwwerken zijn geen Nederlandse specialiteit. Vaak staan ze garant voor uit de hand lopende kosten, gebrek aan draagvlak en verkeerde (lees: lelijke) architectonische keuzes. En toch waagt met enige regelmaat een gemeentebestuur zich aan initiatieven die volgens sommigen vooral megalomanie tentoonspreiden en geen ‘common sense’. Den Haag lijkt een duit in het zakje te doen met het nu al omstreden Spuiforum dat inmiddels is omgedoopt tot ‘Cultuurpaleis’. Onterecht!

Afgelopen donderdag stemde de Haagse gemeenteraad met 25 stemmen voor en 19 tegen in met het plan om in het centrum van de stad een nieuw dans- en muziekcentrum als nieuwe huisvesting voor het Residentie Orkest, het Nederlands Dans Theater en het Koninklijk Conservatorium. Het nieuwe Spuiforum gaat 181 miljoen euro kosten terwijl het budget voor cultuur terugloopt van 63 miljoen euro (2009-2012) naar 49 miljoen (2013-2016). En dat in de context van onvrede onder Hagenaars en de ongewisse toekomst van het Residentie Orkest door de combinatie van cultuurbezuinigingen door rijk en gemeente. 

Wie een bezoek heeft gebracht aan de Dr. Anton Philipszaal aan het Haagse Spuiplein kan niet anders concluderen dan dat er ooit 'iets niet helemaal goed is gegaan’. Het thuishonk van het Residentie Orkest is een sfeerloze zaal met een problematische akoestiek. Het van luipaardmotieven voorziene kunstwerk van Marthe Röling, een verbeelding van Nel Veerkamp (bekend van ‘De Veerkampjes’ van ‘Man bijt Hond’ van de NCRV) avant la lettre, helpt ook al niet erg. Overigens is die sfeerloosheid verklaarbaar. Van Mourik Architecten is verantwoordelijk voor de zaal en schaamt zich er op zijn website niet voor, maar meldt wel uitdrukkelijk dat het project voor een ‘extreem laag budget’ is gerealiseerd. Dat zie je ook. En dat terwijl de gecombineerde huisvesting van de Dr. Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater pas in 1987 aan het Spuiplein is geopend. Dat is ook meteen één van de grote kritiekpunten: een gebouw van net 25 jaar oud zou nu al tegen de vlakte moeten voor een nieuw gebouw. Over kapitaalvernietiging gesproken.      

Maar dat kan het zittende college van B&W toch amper verweten worden. Want het probleem van het huidige complex aan het Spuiplein is nu juist dat het toenmalige college voor een dubbeltje op de eerste rang wilde zitten. Vergelijk alleen al het gebouw aan het Spuiplein met het enkele jaren daarna opgeleverde stadhuis naar het ontwerp van Richard Meier. De klinkende bijnaam ‘Het IJspaleis’ ten spijt is dit toch een gebouw van een volstrekt andere orde. Goedkoop is dus gewoon duurkoop gebleken, want 25 jaar later betekent het handhaven van het gebouw aan het Spuiplein een kostbare renovatie. Ook voor het als beter en mooier bekend staande Lucent Danstheater wordt een opknapbeurt duur. Dit zijn steekhoudende argumenten vóór de bouw van het nieuwe Spuiforum. Net als de noodzaak om het Koninklijk Conservatorium te herhuisvesten.

Natuurlijk is een bedrag van 181 miljoen euro aanzienlijk en zijn er terechte vragen over de exploitatiekosten en het draagvlak onder de Haagse bevolking. Niet voor niets is dit een goedkopere uitwerking dan een eerder plan uit 2010. Een internationale en dynamische regeringsstad als Den Haag is cultureel, economisch en architectonisch gebaat bij het Spuiforum.

En het omstreden design? Ach, het ‘IJspaleis’ was als ontwerp en bij oplevering ook omstreden, nu valt het niet meer weg te denken uit het Haagse stadsbeeld. Laten we hopen dat voor het Spuiforum eenzelfde toekomst is weggelegd en Den Haag aantrekkelijker maakt om te wonen, werken en vooral om geld uit te geven.  

Dit artikel is gepubliceerd op Het Goede Leven, het culturele katern van De Dagelijkse Standaard.  Met ingang van dit artikel zal ik met enige regelmaat voor Het Goede Leven boeken en concerten recenseren, maar ook mijn opinie geven over actuele (cultuur)politieke kwesties. Dit overigens naast mijn eigen FerdiBlog. Dus blijf zowel FerdiBlog als Het Goede Leven in de gaten houden!

vrijdag 9 november 2012

'Lion's Honey. The Myth of Samson' van David Grossman


Na een korte pitstop met 'Bangkok, een elegie' van F. Springer heb ik mijn ontdekking van Israëlische schrijvers voortgezet met 'Lion's Honey. The Myth of Samson' van David Grossman. Daar waar Etgar Keret met zijn verhalenbundel 'Suddenly, a Knock on the Door' vaak de absurditeit opzoekt, is Grossman uit een heel ander hout gesneden door de mythe van Samson (van Delila) bij de horens te vatten. 'Lion's Honey' is overigens een moeilijk te classificeren boek. Het start met de letterlijke transcriptie van de relevante Bijbelpassages van de mythe van Samson (in de Engelse vertaling: hoofdstuk 13-16 uit 'The Book of Judges' uit 'The Authorised King James Version'). Daarna schrijft David Grossman een analyse van het verhaal en vult deze verder in waardoor de Samson uit de redelijk oppervlakkige Bijbelvertelling een man van vlees en bloed wordt en daarmee dus een roman zonder zo echt geschreven te zijn. Voor het gemak noem ik dit dan maar een analytische roman. 

Het verhaal van Samson, die zijn bovenmenselijke kracht ontleent aan zijn nimmer geknipte haarlokken, beoogd redder van het door de Filistijnen onderdrukte Israël en uiteindelijk wordt bedrogen door zijn geliefde Delila, is een van de meer spectaculaire verhalen uit de Bijbel. Het leven van Samson gaat met veel geweld gepaard en eindigt wanneer hij, ontdaan van zijn kracht en gevangen gezet door de Filistijnen, met zijn laatste (terugkerende) kracht de tempel waarin hij gevangen zit neer laat komen en zo 3.000 Filistijnen in zijn dood meeneemt. In weerwil van al dit spektakel is Samson een redelijk platte figuur die zich eendimensionaal door het leven vecht. Grossmann vult het verhaal in en kijkt naar de achterliggende motieven en gevoelens van de hoofdpersonen. Hij doet dit op een overtuigende wijze waarop deze aparte roman zeer prettig leest. Dit is overigens ook zeer te danken aan de werkelijk uitstekende Engelse vertaling uit het Hebreeuws door Stuart Schoffman. 

Grossman legt een zeer duidelijke link tussen Samson en het huidige Israël. Niet verwonderlijk voor een Israëlische schrijver, maar ook vanwege het feit dat het verhaal daadwerkelijk speelt in het gebied dat nu het huidige Israël is. En aangezien ik recent in Israël was, doet dit het boek nog meer leven dan anders het geval zou zijn geweest. Dat is echter slechts de eerste laag van deze link. Een tweede laag is het feit dat Samson op een aantal punten de staat Israël verpersoonlijkt.  Een man met ogenschijnlijke kracht en macht wiens acties daarmee niet altijd in verhouding staan. De derde en laatste laag is de verpersoonlijking van Samson als de Joodse queeste, tot 1948, naar een Nationaal Tehuis (dixit de Balfour-verklaring uit 1917). Samson vindt uiteindelijk dat huis niet en sterft uiteindelijk als eenzame ziel. De Joden hebben, na eerst een vreselijk Armageddon te hebben moeten beleefd in de Tweede Wereldoorlog, dat huis wel gevonden doch kampen nog elke dag met de gevolgen van de ontstaansgeschiedenis. 

Al met al een mooie introductie op het werk van David Grossman. Ik ben inmiddels zeer benieuwd naar zijn andere werk. En dat volgt er zeker weer een recensie op deze blog!

dinsdag 6 november 2012

'Bangkok, een elegie' van F. Springer


Mijn liefde voor het werk van een van mijn favoriete Nederlandse schrijvers, F. Springer (pseudoniem van diplomaat Carel Jan Schneider), heb ik al eerder op dit blog beleden met een recensie van 'Met Stille Trom'. Afgelopen weekeinde las ik, in een vloek en een zucht, deze novelle uit. 'Bangkok, een elegie' is overigens geen zelfstandig literair leven gestart maar verscheen in 2002 als onderdeel van de bundel 'Allemaal gelogen' ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van F. Springer. In 2005 werd 'Bangkok, een elegie' echter apart uitgegeven. Uitgever Querido stelt zonder meer: 'Dit meesterwerkje verdient echter zonder meer een eigen gezicht'. En daar heeft Querido gewoon gelijk in. In slechts een kleine 120 pagina's lees je 'vintage' F. Springer: een heerlijke diplomatenroman met autobiografische trekjes die noopt tot het verder verkennen van F. Springer's oeuvre.

De toevoeging 'een elegie' is niet toevallig gekozen. 'Bangkok' is een klaagzang over de vergankelijkheid van het bestaan waarbij de anonieme ik-figuur samen met zijn, ietwat kolderiek genaamde, vrouw Juultje terugkeert naar een van zijn diplomatieke posten waar zij gestationeerd waren: Bangkok. In hun queeste naar hun verleden, en de constatering dat Bangkok in 1996 nogal anders is dan het Bangkok van eind jaren zestig, komen allerlei herinneringen naar boven. Naar het werk van de anonieme ik-figuur, hun leven in Bangkok en de Nederlandse gemeenschap daar. Opvallend is dat er bij die herinneringen weinig naar boven komt over het land zelf (in de zin van de maatschappij en het politieke systeem) terwijl dat natuurlijk de reden is om er te zijn. De herinneringen blijven opkomen totdat ze, bij toeval, het huis aandoen van de Nederlandse zakenman Van Dreumen. Een man met wie Juultje en haar man een aparte band hebben: in zijn hoedanigheid als tweede secretaris van de Nederlandse ambassade trouwde hij Van Dreumen met de Australische 'Vinnie'. De ontmoeting dertig jaar later loopt anders dan gepland en doet allerhande andere herinneringen naar boven komen, maar is ook de aanleiding om nog wat verder navraag te doen naar die periode en de jaren daarna. Dit alles leidt tot een (kleinschalige) apotheose waarbij liefde in een ander daglicht komt te staan en de conclusie (helaas) gerechtvaardigd is dat, zeker voor Van Dreumen, maar ook met doorwerking naar Juultje en haar man, er zeer wel sprake is van een klaagzang.

Zoals gememoreerd is het echt een novelle en heeft het in die zin 'minder om het lijf' dan een volwaardige roman. Desalniettemin heb ik 'Bangkok, een elegie' met heel veel plezier gelezen en zal de liefhebber van F. Springer zeer aanspreken, maar ook een ieder met een fascinatie voor het buitenland en de Nederlandse literatuur. Laat het dan vooral ook een aansporing zijn om meer te lezen van deze vorig jaar overleden schrijver.