vrijdag 23 september 2011

Opera 22 september 2011: De Gluck-dubbelslag van De Nederlandse Opera


Het culturele seizoen is weer losgebarsten en De Nederlandse Opera besloot deze met een knaller te openen door twee opera's van Christoph Willibald Gluck (1714-1787) in één uitvoering te programmeren: 'Iphigénie en Aulide' & 'Iphigénie en Tauride'. Het grote geluk van Gluck is dat zijn opera's meestal zo rond de 2 uur duren wat een combinatie ook daadwerkelijk mogelijk maakt. Aardige hierbij is ook dat de opera's allebei handelen over een figuur uit de Griekse mythologie, Iphigénie, maar dat tussen beide verhalen vijftien jaar zit. Met het verwezenlijken van deze culturele double whammy heeft De Nederlandse Opera alles uit de kast gehaald. Niet alleen stond erkend specialist van dit repertoire Marc Minkowski met zijn orkest 'Les Musiciens du Louvre. Grenoble' op de bok, maar waren ook tal van topsolisten waaronder Anne Sofie von Otter bereid gevonden mee te doen aan deze productie. En 'to top it all off' tekende artisitiek directeur Pierre Audi voor de regie. Gevolg? Een prachtige uitvoering in een aansprekende (moderne!) enscenering die mij een geweldige avond hebben bezorgd. Onderstaande DNO-video met fragmenten van beide opera's geeft, naast bovenstaande foto, een beetje een beeld van deze topproductie:



Gluck: Iphigénie en Aulide

Véronique Gens (Iphigénie)
Nicolas Testé (Agamemnon)
Anne Sofie von Otter (Clytemnestre)
Frédéric Antoun (Achille)
Martijn Cornet (Partrocle)
Christian Helmer (Calchas)
Laurent Alvaro (Arcos)
Salomé Heller (Diane)

Koor van De Nederlandse Opera
Marc Minkowski, Les Musiciens du Louvre.Grenoble
Het Muziektheater, Amsterdam

'Iphigénie en Aulide' speelt zich af in de Griekse havenstad Aulis (vandaar de titel: Iphigenia in Aulis) waar de Griekse vloot klaar ligt om uit te varen tegen Troje. Voor kenners van de Griekse mythologie, hoe oppervlakkig ook, zal het allemaal zeer bekend voorkomen. De vloot staat onder leiding van koning van Mycene Agamemnon die heerst over grote delen van Griekenland en aan wie vele koningen onderworpen zijn. Hij staat klaar om het tegen de Trojanen op te nemen, maar er heerst complete windstilte. Om de Goden gunstig te stemmen en daarmee de windstilte te laten eindigen moet Agamemnon zijn eigen dochter offeren. Zij is onder het voorwendsel van haar huwelijk met Achille (Achilles - bekend van de hiel) naar Aulis gekomen. Haar vader, niet de meest synmpathieke Griekse koning, probeert dit te voorkomen door zijn vrouw Clytemnestre het bericht te sturen dat Achille haar bedriegt waardoor Iphigénie rechtsomkeert maakt. Dit gebeurt niet en Iphigénie komt achter de waarheid, maar wil ondanks tegenwerpingen van haar toekomstige echtgenoot Achille, niet vluchten. Deze verwikkelingen leiden tot prachtig samenzag van de hele (disfunctionele) koninklijke familie van Mycene. Op het allerlaatste moment arriveert de Godin Diane (Diana) als een deus ex machina en meldt dat de edelmoedigheid van het gedroomde offer de Goden gunstig heeft gestemd waardoor alles goed afloopt.

Hoewel het voorgaande dat wellicht niet helemaal overbrengt is het verhaal en de invulling meer dan interessant genoeg om de opera te dragen. In deze uitvoering werd het verhaal daarbij ook geholpen door de uitstekende solisten die met name in de ensembles schitterden en overigens ook goede acteerprestaties neerzetten waardoor het verhaal nog meer ging leven en gevoeld werd in de zaal. Daarbij is het ook opvallend dat een opera in het Frans toch altijd erg fijn in het gehoor ligt, het leidt tot een vloeiend geheel. Dit ligt overigens ook erg aan Gluck: muziek en libretto vormen een prachtig geheel dat nooit verveelt. De vertolking van Iphigénie door Véronique Gens is zeer het vermelden waard, maar de show werd gestolen door de vertolking van Clytemnestre door Anne Sofie von Otter. Haar prachtige zang gecombineerd met haar waardige vertolking was het hoogtepunt van de avond. Overigens ook door Minkowski en zijn orkest die de sterren van de hemel speelden en duidelijk lieten horen dat dit repertoire terecht wordt gezien als hun repertoire.

Ten slotte ook nog een warm woord over de enscenering. Vaak kunnen (post)moderne ensceneringen me niet erg bekoren. Maar deze enscenering, te omschrijven als een post-apocalyptische militaire junta, was prachtig en gaf reliëf aan een normaliter statische opera. Daarbij zat, in tegenstelling tot normaal, het orkest niet in de orkestbak, maar midden op het toneel. De orkestbak werd gebruikt om (letterlijk) diepte in de enscenering te brengen, terwijl tevens een tribune was geplaatst waar het koor zat en stond. Overigens tussen reguliere bezoekers van de opera in. Ook nog een mooie mogelijkheid om extra kaarten te verkopen. De actie op het podium speelde zich met name af op twee grote steigers, maar de zangers maakten gebruik van het hele toneel en liepen ook door het orkest heen.

Gluck: Iphigénie en Tauride

Mireille Delunsch (Iphigénie)
Laurent Alvaro (Thoas)
Jean-François Lapointe (Oreste)
Yann Beuron (Pylade)
Salomé Heller (Diane)

Koor van De Nederlandse Opera
Marc Minkowski, Les Musiciens du Louvre.Grenoble
Het Muziektheater, Amsterdam

Het tweede deel van de dubbelslag, 'Iphigénie en Tauride', kende een kleine valse start. De pauze duurde een half uur langer dan gepland en voor de opera begon werd omgeroepen dat Mireille Delunsch erg verkouden was, maar toch de rol zou zingen. Gelukkig viel het mee: her en der was het zeker te horen dat ze niet op haar best was, maar na zo'n mededeling en met die vertraging had ik erger verwacht. Wellicht was het goed verwachtingsmanagement.

Deze 'Iphigénie' speelt 15 jaar later in Tauride (Tauris) waar Iphigénie sinds de gebeurtenissen in Aulis is verbannen om de cultus van Godin Diane als opperpriesteres te verspreiden. Dit lijkt in tegenspraak met het einde van de vorige opera, maar Gluck heeft op dat punt het einde aangepast om tot een happy end te komen. Iphigénie gaat gebukt onder de wrede koning Thoas die is bezeten van de voorspelling dat zijn ondergang wordt ingeluid door een vreemdeling. Vandaar zijn decreet om allen die op zijn eiland schipbreuk lijden te doden. Uiteraard is er een dergelijke schipbreuk: Oreste en Pylade. Oreste is de broer van Iphigénie en kan niet meer terugkeren naar Mycene omdat hij zijn moeder Clytemnestre en haar minnaar heeft omgebracht als vergelding voor hun moord op Agamemnon. Zijn zuster Elektra is nog steeds in Mycene. Overigens is dit deel van de mythe gebruikt door Richard Strauss in zijn opera Elektra. Een opera die overigens in oktober wordt opgevoerd door De Nederlandse Opera. Wat volgt in het verhaal is de wens van Iphigénie om Oreste te sparen zonder dat ze er beide weet van hebben dat ze broer en zuster. Uiteindelijk wint, wederom na de opkomst van deus ex machina, het goede van het kwade. Thoas komt ten val en Oreste en Iphigénie, die elkaar nu herkennen, kunnen, met de zegen van de Goden, terugkeren naar Mycene.

Deze uitvoering was bijna net zo goed als 'Iphigénie en Aulide', maar op de een of andere manier werkte met name de militaire aankleding, die steviger was, minder en waren ook de prestaties van de solisten een fractie minder dan hun collega's eerder op de avond. Wat overigens goed lukte, was het gebruik van dezelfde enscenering die op belangrijke punten wel was aangepast. Ook het gebruik van een andere solist als Iphigénie markeerde duidelijk dat het verhaal 15 jaar later speelde. Er overigens, op orkest en dirigent na, bijna geen overlap tussen beide ensembles. Alleen Laurent Alvaro tekende voor de kleine rol van Arcas in 'Aulide' en de grotere rol van Thoas in 'Tauride'. De enige verbindende factor op dat vlak was de vertolking van Diane door Salomé Heller. Aangezien Goden tijdloos zijn en het eeuwige leven hebben, was dit de juiste verbinding tussen beide producties.

Met deze gecombineerde prachtproductie heeft De Nederlandse Opera wederom laten zien tot de absolute wereldtop te behoren.

woensdag 21 september 2011

'Matterhorn' van Karl Marlantes


Deze blog over 'Matterhorn' van Karl Marlantes is een bijzondere: het betreft namelijk een recensie van een boek dat nog moet uitkomen. 'Matterhorn', een oorlogsroman van Karl Marlantes, is in kleine opgave al uitgegeven in de oorspronkelijk Engelstalige editie in 2009 en in grote oplage in maart 2010, maar de Nederlandse vertaling van Meulenhoff komt pas op 10 oktober a.s. uit. Een kleine maand geleden gaf Maaike le Noble van Meulenhoff via twitter de mogelijkheid om een ongecorrigeerd leesexemplaar te krijgen. Ik was er daar één van en ben vrij snel daarna begonnen in he boek. En om de clou van mijn recensie alvast te verraden: het is een goed idee om 10 oktober de boekhandels in de gaten te houden en 'Matterhorn' te kopen!

Hoe bevreemdend de titel in eerste instantie ook moge klinken 'Matterhorn' is een onvervalste oorlogsroman die speelt tijdens de Vietnamoorlog. De roman is fictief, maar gebaseerd op de ervaringen van Vietnamveteraan Karl Marlantes die overigens 35 jaar aan deze roman heeft gewerkt en diverse malen is afgewezen. Hoofdpersoon is tweede luitenant Waino Mellas die in 1969 in Vietnam aankomt. Hij leidt het eerste peloton van de Bravo compagnie die bol staat van tegenstrijdige ambities, klassetegenstellingen ('beroeps' versus 'dienstplichtigen' met uitzicht op een mooie maatschappelijke carrière) en raciale spanningen. De titel verwijst naar de Zwitserse berg, maar wel in die zin dat het gewoonte was om een (tijdelijke) basis bij het front te vernoemen naar een Zwitserse berg. De titel lijkt op het eerste gezicht daardoor misleidend, maar is zeer goed gekozen: het hele verhaal draait om het wel en wee van de Bravo compagnie wiens lot is verbonden met de basis: van het opbouwen, tot het verlaten en later (tegen groot verlies van mensenlevens) het terugnemen ervan zonder enig merkbaar resultaat behalve de decimering van de Bravo compagnie. De 'Matterhorn' staat ook meteen symbool voor de zinloosheid van oorlog in het algemeen en deze oorlog in het bijzonder.

Uit bovenstaande zou het idee kunnen ontstaan dat het verhaal niet veel om het lijft heeft en dat is ook de 'pointe'. 'Matterhorn' gaat om het overbrengen van de ervaringen van een Vietnamveteraan op een publiek voor wie het nauwelijks voorstelbaar is. Hij slaagt hier buitengewoon goed in. 557 pagina's lang word je ondergedompeld in een totaal ander leven: het militaire leven waar hiërarchie het belangrijkste is, maar de spanningen van thuis gewoon naar Vietnam worden getransporteerd en tegelijkertijd een eigen wereld en omgangsvormen ontstaat. Het boek is indrukwekkend en bij vlagen monsterlijk in de beschrijvingen en het oproepen van gevoelens en daarom zo effectief. Omdat het boek geen echt begin of einde heeft, zonder je bekocht te voelen, lijkt het ook of je even onderdeel hebt uitgemaakt van de draaideur van aanwas van militairen om de Vietnamoorlog te voeren.

De recensie in de New York Times was lovend. Recensent Sebastian Junger schreef 'one of the most profound and devastating novels ever to come out of Vietnam - or any war'. Grote kans dat 'Matterhorn' een klassieker wordt zoals 'Catch-22' van Joseph Heller dat is voor de Tweede Wereldoorlog. Ik kan Meulenhoff alleen maar complimenteren met de keuze om dit boek, uitstekend vertaald door Otto Biersma, uit te brengen in Nederland.

zondag 18 september 2011

Concert 16 september 2011: Jansons dirigeert het Requiem van Mozart


Stravinsky: Symphonie des psaumes (Psalmensymfonie)
Mozart: Requiem in d, KV 626

Genia Kühmeier (sopraan)
Bernarda Fink (alt)
Mark Padmore (tenor)
Gerald Finley (bas)

Groot Omroepkoor
Mariss Jansons, Koninklijk Concertgebouworkest
Concertgebouw, Amsterdam

Na een lange en vooral natte zomer is met het aanbreken van september ook weer traditioneel het culturele seizoen begonnen. Naast de blogs over boeken vanaf nu dus ook weer recensies van concerten. Met de uitvoering van Stravinsky's Psalmensymfonie en Mozart's Requiem door het Koninklijk Concertgebouworkest is het seizoen meteen in hogere sferen begonnen. En dat komt niet alleen door de wens van de componisten om de glorie van God te vangen in muziek, maar ook zeker door de prachtige uitvoering.

De Psalmensymfonie is door Stravinsky in 1930 geschreven als opdrachtwerk voor het toen vijftigjarige jubileum van de Boston Symphony Orchestra en opgedragen aan de glorie van God. De tekst van de symfonie is te herleiden tot psalmen 39, 40 en 150 in het oorspronkelijke latijn. De driedelige symfonie kent een totaal ander karakter dan het Requiem van Mozart en is daarmee een moderne tegenhanger, wat de programmering van beide werken zo aansprekend maakt. Hoewel de betiteling een symfonie betreft, is de bezetting verre van symfonisch. Dit komt met name door het ontbreken van onder andere violen en klarinetten in de bezetting. Ook de prominente toevoeging van een piano geeft een heel eigen, minder 'warm', geluid die bij tijd en wijlen doet denken aan de moderne opvolgers van Stravinsky: John Adams en (in mindere mate) Philip Glass. Ik kende het werk niet, heb snel nog een uitvoering door John Eliot Gardiner via iTunes gedownload voor het concert en was aangenaam verrast.

Het absolute hoogtepunt van het concert was echter na de pauze: het Requiem van Mozart. Toch de uitvoering waarom ik een kaartje voor het concert kocht. Het Requiem is misschien wel het meest legendarische muziekstuk door de mist rondom het ontstaan én de afronding ervan. Voor wie de prachtige, doch niet op waarheid berustende, film Amadeus van Milos Forman kent, zal hier niet verbaasd over zijn. In de film, die eigenlijk evenzo een biografie is van tijdgenoot en collega Antonio Salieri als van Mozart zelf, wordt Salieri, vescheurd door jaloezie vanwege het grote talent van de onuitstaanbare Mozart, pontificaal in de beklaagdenbank gezet. Hij zou de anonieme opdrachtgever zijn van het Requiem. Een opdracht die door de afgetakelde gezondheidstoestand van Mozart de laatste druppel vormde en diens eigen dodenzag bleek. Inmiddels is al lang duidelijk dat Salieri hier niets mee van doen had, maar dat graaf Von Walsegg de commissie aan Mozart gaf om een compositie te verkrijgen die hij zou presenteren als zijn eigen compositie ter nagedachtenis van zijn vrouw. Op het moment dat Mozart stierf was een groot deel van het Requiem nog niet af. Een leerling van Mozart, Franz Xavier Süssmayr, voltooide op verzoek van Mozart's weduwe Konstanze het Requiem. Dankzij hem kunnen we vandaag genieten van dit prachtige werk dat een waardige muzikale afsluiting vormt voor het (te) korte leven van Mozart. Overigens is er veel geschreven over de voltooiing door Süssmayr en vaak niet positief: zijn kunnen kon niet in de schaduw staan van Mozart. In het boek 'De Onvoltooiden. Wat de grote componisten nog te zeggen hadden' van Paul Witteman is een aardig hoofdstuk hieraan gewijd. Op de begeleidende cd staat het 'Lacrimosa' waar volgens Witteman te horen is dat de eerste acht maten van de hand van Mozart zijn en de rest van Süssmayr. Bij de promotie van het boek trad Witteman op in 'De wereld draait door' waar hij overtuigend liet horen waar de overgang was.

Terug naar de prachtige uitvoering van Jansons. Al voordat Jansons de eerste noot liet aanvangen was duidelijk welke richting hij met het Requiem op ging. Door de kleinere bezetting was duidelijk dat het een Requiem zou worden meer in de lijn van de helderheid, transparantie en historische interpretatie van John Eliot Gardiner, Christopher Hogwood en Jos van Veldhoven dan de gedragen, grootse en meeslepende interpretaties van Solti, Von Karajan en Böhm. Daar voegde Jansons, die voor de zomer grote successen vierde bij De Nederlandse Opera met Tchaikovsky's Jevgeni Onjegin, een vleugje opera aan de uitvoering toe. Zijn strakke dirigeerstijl deed soms denken aan Verdi's meer operateske Requiem. Overigens moet ik, om niet van objectiviteit beschuldigd te worden, melden dat ik al jaren zeer onder indruk ben van de verrichtingen van Jansons in Amsterdam: een groots en intens dirigent die prachtig muziek maken tot een kunst heeft verheven. Niet voor niets kan hij de goedkeuring, die zijn voorganger bij het KCO Chailly ontging, dragen van Bernard Haitink en werd het KCO, mede door zijn verrichtingen, door Gramophone uitgeroepen tot het beste orkest ter wereld. Zijn orkest in Beieren, het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, kwam met stip binnen op de zesde plaats. Het is duidelijk dat het KCO met, de overigens broos ogende en aan een hartkwaal lijdende, Mariss Jansons op de bok haar geluk niet op kan. De geweldige zangprestaties van het Groot Omroepkoor en de uitmuntende solisten zorgden voor een prachtige uitvoering.

Soms wordt, los of je nu gelooft of niet, gesteld dat de muziek van Bach het enige overtuigende Godsbewijs is. Als dat zo is dan kan het Requiem van Mozart, op deze wijze uitgevoerd, evenzo als bewijs dienen.

zaterdag 10 september 2011

'Exit Geest' van Philip Roth

'Exit Geest' van Philip Roth kreeg ik, toen het net uit was in 2007, voor mijn verjaardag. Nu ruim vier jaar later heb ik het pas gelezen. Eigenlijk is dat vreemd want toen Roth's eerdere boek 'Het Complot tegen Amerika' uitkwam in 2004 las ik deze meteen en was ik erg onder de indruk. 'Complot' is een 'what if?'-roman die een Joodse familie volgt tijdens een alternatief universum: een Verenigde Staten in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog onder niet president Franklin D. Roosevelt, maar de isolationistische president (en vliegpionier) Charles Lindbergh. Over 'what if?'-romans schreef ik al eerder een blog.

Terug naar 'Exit Geest', dat het achtste boek van Philip Roth is met in de hoofdrol zijn alterego Nathan Zuckerman. Ik moet bekennen dat ik de overige zeven boeken niet heb gelezen. Heb inmiddels wel de eerste vier delen (in de bundel 'Zuckerman Bound: A troligy and a epilogue') in de oorspronkelijke Engelse versie gekocht. Dat komt ook overeen met mijn voorkeur om boeken zo veel mogelijk in de oorspronkelijke taal te lezen. Dat verklaart, naast mijn voorliefde voor de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, ook meteen het grote aantal blogs over Engelstalige boeken.

Duidelijk is dat 'Exit Geest' het laatste boek in de Nathan Zuckerman-cyclus is: het handelt over de geestelijke aftakeling van Zuckerman waarmee de titel meteen is verklaard. In dit boek is Zuckerman inmiddels in de zeventig, we schrijven 2004 aan de vooravond van de Amerikaanse presidentstverkiezingen tussen Bush en Kerry, en leeft hij al jaren in (zelfgekozen) isolement in New England. Voor een operatie tegen incontinentie (het resultaat van een operatie tegen prostaatkanker) keert Zuckerman terug naar zijn geliefde New York en komt daar toevallig Amy Bellette tegen: de toenmalige vriendin van de door hem geidealiseerde obscure schrijver E.I. Lonoff. Zijn eenmalige ontmoeting met Lonoff (en Amy) is het onderwerp van de eerste Zuckerman-roman 'The Ghost Writer' die speelt in de jaren zestig. Door de terugkeer naar New York en na het lezen van een contactadvertentie in een literair magazine neemt hij een onbesuisd besluit. De contactadvertentie is van Jamie Logan en Bill Davidoff die hun appartement in hartje New York willen ruilen voor een rustieke afgelegen boerderij in New England. Zuckerman besluit te reageren en komt snel tot zaken met het jonge echtpaar waarvan snel duidelijk is dat Jamie Logan, dochter van een rijke Texaanse oliebaron, New York wil verlaten vanwege de terroristische dreiging na 9/11. Haar partner, de Joodse Bill, wil eigenlijk niet weg, maar heeft het voor haar over. Als formele reden wordt opgevoerd dat het voor het schrijversechtpaar makkelijker is om te schrijven. Na de publicatie van een kort verhaal in The New Yorker is er van de schrijversambities van Jamie weinig terecht gekomen. Bij de eerste ontmoeting is Zuckerman, hoewel bijna veertig jaar ouder, totaal verrukt van Jamie.

Het verhaal kent twee grote ankerpunten: de fascinatie van Zuckerman voor Logan die leidt tot het schrijven door Zuckerman van een toneelstuk over hem en Jamie getiteld 'He and She'. De scenes met fictieve ontmoetingen tussen hem en Jamie worden telkens na een echte ontmoeting opgeschreven en staan ook weergegeven in het boek. Het andere ankerpunt is de aftakeling van Zuckerman en de flarden van zijn verleden die steeds vaker en sterker naar voren komen, gesymboliseerd in het opzoeken van de ouder geworden en aan een terminale ziekte leidende Amy Bellette. Tussendoor fingeert een vriend van Jamie, Richard Kliman, als brug tussen deze twee ankerpunten. Hij heeft van Jamie gehoord dat Zuckerman weer in New York op het moment dat hij bezig is met een biografie van de vergeten schrijver E.I. Lonoff waarvan hij beweert dat deze een groot geheim (vergelijkbaar met het grote geheim van Nathaniel Hawthorne: een incestueuze relatie met zijn oudere zus) bewaarde dat van grote betekenis was voor zijn schrijven. Kliman probeert Zuckerman voor zijn karretje te spannen om mee te werken met zijn boek en heeft dat al gedaan met Amy Bellette alvorens deze werd geopereerd waardoor hij beschikt over de helft van een niet gepubliceerd manuscript voor een grootse roman van Lonoff. Op de achtergrond speelt het politieke klimaat: de politerisering in de V.S. door het presidentschap van George W. Bush jr. in de nasleep van 9/11. Daar waar de (linkse) Bill en Jamie ontgoocheld zijn door de herverkiezing van Bush, is Zuckerman (gelukkig) wat contemplatiever. Bush-bashing op grond van grove platitudes is namelijk niet helemaal mijn ding. Maar dat is een andere discussie.

De twee ankerpunten en de brug ertussen komen, naarmate het boek vordert, steeds meer samen en omdat het boek is geschreven vanuit het gezichtspunt van Zuckerman word je als lezer steeds meer meegetrokken in de maalstroom van de geestelijke aftakeling van Zuckerman. Soms begrijp je niet meer wat je leest, wat juist duidt op deze aftakeling.

Hoewel ik het boek minder vond dat het sterke 'Het Complot tegen Amerika' kan niet ontkend worden dat de erg productieve Philip Roth, één van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse schrijvers, toch weer een intrigerend boek heeft afgeleverd. Nu we aan de vooravond staan van de tienjarige herdenking van de vreselijke gebeurtenissen op 11 september 2001 is dit boek des te toepasselijker. Het leidt er bij mij in ieder geval toe dat ik een begin ga maken in de overige Zuckerman-boeken.