maandag 27 april 2015

Concert 24 april 2015: Een filmische Wunderhorn


Mahler: Des Knaben Wunderhorn

Dietrich Henschel (bariton)
Clara Pons (film en regie)
Cristian Macelaru, Residentie Orkest
Dr. Anton Philipszaal, Den Haag

Dietrich Henschel en Clara Pons brengen - met hulp van componist Detlev Glanert - de hele canon van Mahler's Wunderhorn-liederen ten gehore. Een begeleidende film maakt hun visie op Mahler's cyclus af. Overtuigend is deze aanpak allerminst. 

Hoewel de kern van Mahler's muzikale genie draait om zijn symfonieën, zijn deze niet compleet zonder zijn muzikale zetting van de gedichten van Des Knaben Wunderhorn. Deze 19e eeuwse anthologie van volksteksten samengesteld door Achim von Arnim en Clemens Brentano heeft vele componisten geïnspireerd, maar geen ander als Gustav Mahler (1860-1911) wiens cyclus simpelweg bekend staat als Des Knaben Wunderhorn. Een cyclus die van groot belang is voor zijn symfonieën aangezien deze tussen 1892 en 1901 gecomponeerde liederen niet alleen de inspiratie vormen voor zijn Eerste, Tweede, Derde en Vierde Symfonie, maar in een aantal gevallen ook integraal onderdeel van zijn symfonieën zijn. De kerncyclus - waar Urlicht, Es sungen drie Engel en Das himmlische Leben geen deel van uitmaken omdat ze zijn opgenomen in de Tweede, Derde en Vierde Symfonie - wordt veelvuldig uitgevoerd en is al vele malen succesvol opgenomen, maar onttrekt aandacht aan een negental Wunderhorn-liederen die weliswaar door Mahler op muziek zijn gezet, maar helaas niet zijn georkestreerd. In dit gat springt het Wunderhorn-project van bariton Dietrich Henschel en regisseur Clara Pons. De hedendaagse Duitse componist Detlev Glanert (1960) heeft daarbij de resterende Wunderhorn-liederen - in de geest van Mahler - georkestreerd waardoor de in totaal 24 Wunderhorn-liederen een volledig concert kunnen dragen. Om het project een extra dimensie te geven hebben Pons en Henschel een film gemaakt die de Wunderhorn-wereld gestalte moet geven. In deze film speelt Henschel zelf de hoofdrol en volg je een soldaat in de 19e eeuwse wereld van Mahler  waar simpel geluk en een opkomende oorlogszucht in tegenspraak met elkaar zijn. 

Een knappe prestatie
In alles is dit het project van Pons, maar toch vooral Henschel. Want de 24 liederen - waarvan de kerncyclus normaliter door een sopraan en een bariton wordt gezongen - worden allen door Henschel zelf gezongen. Met op de achtergrond de film van Pons zodat muziek en film elkaar versterken. Althans dat is het idee. In de praktijk is deze keuze voor Henschel die alle liederen zingt begrijpelijk en hoewel hij hoorbaar moeite moet doen om de hele  range van de liederen te vangen, gaat hem dat behoorlijk goed af en dat is een knappe prestatie. Al moet gezegd dat een sopraan een aantal liederen zo ontzettend veel mooier kan brengen, alleen al Urlicht en Das Himmlische Leben. En de film is eigenlijk ook een beetje merkwaardig. Enerzijds geeft dit blijkbaar aan dat de liederen van Mahler niet op zichzelf staan en behoefte hebben aan bewegend beeld om een avondvullend concert mogelijk te maken. Anderzijds leidt een dergelijke film ook gewoon enorm af van de muziek waarbij betekenis van de film en de liederen niet altijd synchroon lijken te lopen. De film is vrij dramatisch terwijl de kracht van de Wunderhorn-liederen is besloten in het tragikomische karakter ervan. Zo wordt Des Antonius zu Padua Fishpredigt filmisch begeleidt door een gevecht op leven en dood. Een bijzondere keuze die niets voor de muziek doet, sterker nog er afbreuk aan doet. Ook het feit dat - de op film goed geconserveerde - Henschel zelf de hoofdrol speelt en (op film althans) het publiek in zijn naakte en volle glorie tegemoet treedt, leidt ook wat af. Het deed enkele van mijn concertgenoten opmerken dat hij letterlijk "voor (zijn eigen) paal staat".  

Die zaal kan niet meer
Over de begeleiding door het Residentie Orkest onder leiding van Cristian Macelaru die zijn debuut in Den Haag maakt, kan alleen maar positief worden gesproken. Macelaru en het orkest voelen de wereld van Mahler goed aan en zorgden als één van de weinige elementen bij dit project voor een echte toegevoegde waarde. Een en ander vond overigens nog plaats in de Dr. Anton Philipszaal, een zaal die met alle respect niet meer kan. Vanaf de oplevering was het al geen plaatje en de akoestiek is ook niet over om naar huis te schrijven, maar het is - gezien de ontwikkelingen rondom de nieuwe huisvesting van Residentie Orkest, NDT en het Koninklijk Conservatorium - zonneklaar dat deze zaal eigenlijk al een tijdje geleden gesloten had moeten worden. Daar waar de (Europese) Wunderhorn-tournee tot volle zalen heeft geleid en Mahler in Nederland meestal hetzelfde effect heeft, was de publieksbelangstelling in dit geval ondermaats. Zelfs het niet eens in de verkoop zetten van het balkon mocht niet baten: de zijvakken van de zaal zelf bleven volledig onbezet. Je gaat wat dat betreft ook niet meer voor je lol naar de Dr. Anton Philipszaal. En dat helpt geen enkel concert. Al met al een gedurfd initiatief dat om een veelvoud van redenen niet goed uit de verf gekomen is. Hopelijk leidt het er wel toe dat de zeer geslaagde orkestratie door Detlev Glanert van de negen Wunderhorn-liederen wel onderdeel wordt van de Wunderhorn-traditie, want in die missie is het project zonder meer glansrijk geslaagd. 

Oordeel FerdiBlog: ***


Het Wunderhorn-filmproject van Clara Pons en Dietrich Henschel heeft zijn Europese tournee, begonnen in oktober in Stavanger en via België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en afgesloten in Nederland met uitvoeringen in De Doelen en de Dr. Anton Philipszaal, op 24 april 2015 in Den Haag afgesloten. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 24 april. Meer informatie over het project hier

vrijdag 24 april 2015

Paarlen voor...? 'The Pearl' van John Steinbeck


John Steinbeck's klassieker The Pearl is een nog altijd actuele parabel over geluk waarin de vondst van een ongekend grote parel rampspoed afkondigt over de familie van een parelvisser. 

Hoewel de werelden die de karakters in de boeken van John Steinbeck (1902-1986) bewonen al lang en breed verleden tijd zijn, betekent dit niet dat zijn werk gedateerd is. De (maatschappelijke) thema's die Steinbeck - bekend van onder andere Of Mice and Men, The Grapes of Wrath en East of Eden - aanroert zijn vaak in hoge mate universeel en nog altijd van toepassing. In zijn novelle The Pearl vindt de arme maar gelukkige parelvisser Kino een oester met een enorme parel. Met deze vondst kan  Kino zijn leven en dat van zijn vrouw Juana en hun pasgeboren zoontje Coyotito ten positieve veranderen. Armoede is verleden tijd, de opleiding van Coyotito is verzekerd: happy days are here! Gelijk de moderne equivalent van loterijwinnaars betekent geldelijk geluk niet automatisch extra levensgeluk. In negentig pagina's toont Steinbeck de onvermijdelijke mars van Kino en zijn familie richting hun ondergang. Aan Kino om - voordat het definitief te laat is - deze mars te stoppen en het geluk van zijn familie boven de materiële waarde van de Pearl of the World te plaatsen.

Het belang van Mexico
Deze parabel over geluk is weliswaar universeel, maar Steinbeck geeft er een typisch Amerikaanse dimensie aan. Niet het Amerikaanse van de Verenigde Staten, maar het Amerika van het werelddeel. Steinbeck's fascinatie voor Mexico en de invloed van Mexico op de ontwikkeling van de Verenigde Staten - ga maar eens kijken in Texas of Californië - is duidelijk voelbaar in dit en ander werk. In de buurt van het Mexicaanse La Paz leeft Kino sober en voorziet - gelijk zijn vader - in zijn levensonderhoud door (parel)vissen. Het geluk van hem en zijn vrouw Juana wordt gecompleteerd door hun zoontje Coyotito die - nog voordat hun wereld echt op de kop zal staan - de dood in de ogen kijkt wanneer een schorpioen hem steekt. Een arts wiens hulp wordt ingeroepen geeft (letterlijk) niet thuis omdat er aan Kino toch niets te verdienen valt. Het geluk lacht het gezien toe wanneer Coyotito herstelt van het gif van de schorpioen. In de tussentijd heeft Kino een enorme parel gevonden dat samenvalt - hoe "toevallig" - met alsnog de komst van de arts die voor de vorm nog even wat handelingen verricht om zo het herstel van de kleine Coyotito te kunnen claimen. Zo blijkt al dat de vondst van de parel weinig doet voor het geluk van de familie, sterker nog het markeert de komst van tal van gelukzoekers. En helaas voor Kino was deze arts nog de meest vriendelijke vorm van de menselijke hyena's. 

Een klassieker
Hoewel The Pearl echt een novelle is, staat de gedachtewereld in markant contrast met het beperkte aantal pagina's en zal het niet verwonderen dat The Pearl op Amerikaanse high schools veelvuldig gebruikt wordt, want deze inmiddels bijna zeventigjarige en mooi geschreven parabel heeft nog steeds zeggingskracht over de natuur van geluk en hoe onverwachte en ingrijpende veranderingen dit geluk kunnen versterken, maar vooral ook kunnen vernietigen. Kino kan er helaas over mee praten...

Oordeel FerdiBlog: ****

'The Pearl' van John Steinbeck is oorspronkelijk in 1947 in de Verenigde Staten door The Viking Press uitgegeven. 'The Pearl' wordt nu - in verschillende edities - door o.a. Penguin uitgegeven. Bestellen kan hier. 'The Pearl' is ook in het Nederlands verschenen als 'De Parel' maar op dit moment alleen tweedehands beschikbaar. 

dinsdag 21 april 2015

Deense hoogmoed: '1864' en de Tweede Deens-Pruisische Oorlog


Met een budget van € 23 miljoen toont de Deense staatsomroep de dramatische gevolgen van hoogmoed. Maar niet de eigen hoogmoed aangezien de Deense oorlogszucht van de 19e eeuw in de 21e eeuw leidt tot puik historisch drama dat allesbehalve van hoogmoed getuigt.

Een dramaserie over de Tweede Deens-Pruisische Oorlog? Wie voor het eerst de nieuwe dramaserie 1864 van de Deense staatsomroep DR onder ogen krijgt, zal zich afvragen of bij de geschiedenislessen een belangrijke episode in de Europese geschiedenis is overgeslagen. Want wie zonder blikken of blozen de aanleiding voor deze oorlog en diens voorganger – de verrassend getitelde Eerste Deens-Pruisische Oorlog – kan noemen, is ongetwijfeld een groot Triviant-kampioen met een neus voor obscure feitjes. Juist de onbekendheid met deze oorlog doet je meteen afvragen waarom het überhaupt nodig is om hier een 8-delig historisch drama van te maken met een prijskaartje van bijna € 3 miljoen per aflevering. Toch vond DR deze oorlog uit 1864 aanleiding genoeg om zo uit de band te springen. Enige hoogmoed bij de Deense omroepbazen, wellicht dronken van het (internationale) succes van o.a. The Killing en Borgen, lijkt in hoge mate aanwezig. Want wie interesseert zich in hemelsnaam voor de oorlog waar de Duitse Bond onder leiding van Pruisen strijdt met Denemarken om het bezit van de hertogdommen Sleeswijk en Holstein? Na het kijken van 1864 kan zonder twijfel vastgesteld worden dat er sprake is van hoogmoed, maar echter niet van DR maar het 19e eeuwse Denemarken dat verblind door eerdere successen een strijd aangaat die ze niet kan winnen met alle gevolgen van dien.

Hoogmoed komt voor de val
Daar waar Denemarken in de Eerste Duits-Pruisische Oorlog (1848-1851) de Duitsers zonder pardon wisten te verslaan en de toevoeging van Sleeswijk en Holstein aan Denemarken kon zien als startpunt van een Deens imperium, lagen de kaarten 13 jaar later beslist anders. In de oorlog van 1864 worden de Denen roemloos en verpletterend verslagen door de Duitse Bond en kunnen alle aspiraties tot Europese dominantie definitief in de ijskast verdwijnen. De omvang van het verlies en de wijze waarop dit met kanongebulder en groot menselijk drama gepaard is gegaan, lijkt – zeker in de dramatisering van 1864 – een voorproefje van de totale oorlog die met de Eerste Wereldoorlog definitief zijn intrede zal doen. Om de tragiek van deze oorlog inzichtelijk te maken wordt 1864 verteld vanuit het verhaal van de broers Peter en Laust die het vredige Deense platteland verruilen voor de eervolle taak te dienen in het glorieuze Deense leger dat zomaar die machtige Pruisen had vernederd. Door deze eer laten Peter en Laust ook jeugdvriendin Inge achter waar bij beiden verliefd op zijn, maar slecht één van tweeën heimelijk de liefde mee heeft bedreven en daarmee zwanger heeft gemaakt. Het familiedrama tekent zich daarmee zonder meer af. Tegelijkertijd toont 1864 een Denemarken dat vol van zichzelf is en onder leiding van premier Monrad een steeds grotere broek aan trekt. Zo geeft 1864 ook een inkijk in de nationale psyche van Denemarken die veel is, maar niet vleiend. Daarentegen komt Pruissen – met de opkomst van Bismarck en onder leiding van koning Wilhelm – er een stuk positiever vanaf. De Pruisen verbazen zich zeer over de misplaatse hoogmoed van Denemarken. Zelfs wanneer Denemarken volledig verslagen is, presteert ze het nog om van de onderhandelingstafel weg te lopen om later – met hangende pootjes – te verzoeken lid te worden van de Duitse Bond. In één van de meer lichte scènes van 1864 leidt dit tot een koning Wilhelm die verzucht dat wanneer Denemarken zou toetreden zij zich binnen no time zich zullen beschouwen als het belangrijkste lid van de Duitse Bond. Een link naar het moderne Denemarken mag natuurlijk niet ontbreken en daarom is een derde verhaallijn toegevoegd in de huidige tijd waar een bejaarde baron wordt verzorgd door de weinig sociale Claudia die op grond van de memoires van de baron achter het verhaal van Peter en Laust komt en ontdekt dat hun verhaal relevant is voor het moderne Denemarken, maar ook haar eigen leven…

Een who’s who van Denemarken
Net zoals Borgen een andere weg insloeg dan The Killing is 1864 ook weer iets nieuws. Opvallend daarbij is wel dat kenners van de vorige Deense successeries de ook hier bekende who’s who van acterend Denemarken zien langskomen in rollen die soms fictief zijn, maar tegelijkertijd ook rollen die weer een who’s who van 19e eeuws Denemarken zijn. Blijkbaar is het in Denemarken net zoals in Nederland: een relatief kleine groep topacteurs die je als rode draad in alle grote producties tegen komt. Het sterke is overigens wel dat dit niet tot verveling leidt, want de kwaliteit van deze acteurs zorgt ervoor dat zij hun rollen echt zijn. 1864 wijkt overigens op één punt in belangrijke mate af van The Killing en Borgen: het leidt niet tot binge-watching. 1864 is juist een serie waar je de tijd voor neemt en niet aflevering na aflevering door blijft kijken. Dat is in deze tijden van House of Cards weer even wennen, maar versterkt het kijkplezier. Want laat duidelijk zijn dat 1864 een puik historisch drama is waar uitstekend wordt geacteerd en het grote budget op effectieve wijze is ingezet. Want met name de veldslagen zijn imponerend in beeld gebracht met echte kippenvelmomenten. Zelfs de in het begin wat plichtmatig aandoende verhaallijn in het heden blijkt aan het einde van de serie tot groot nut en versterkt het menselijk drama dat zich voor je ogen afspeelt. 1864 is dus zonder meer een kijktip en een mooie toevoeging voor ieders kennis van obscure feiten zodat je met gepaste hoogmoed aan ieder spel Triviant kunt beginnen.

Oordeel FerdiBlog: ****½



‘1864’ is de nieuwste dramaserie van de Deense staatsomroep DR en sinds 31 maart verkrijgbaar op DVD en Blu-Ray uitgegeven door Lumière. Bestellen kan hier. Deze recensie is op basis van de Blu-Ray-versie.

Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het online nieuwsmagazine. Met enige regelmaat zullen recensies op het gebied van Kunst & Cultuur ook daar gepubliceerd worden.

zaterdag 18 april 2015

De onbekende Gatsby: 'Forgotten Fitzgerald. Echoes of a lost America' van F. Scott Fitzgerald en Sarah Churchwell


Sarah Churchwell brengt in Forgotten Fitzgerald onbekende verhalen van F. Scott Fitzgerald samen. Niet altijd zijn beste werk, maar wel een waardevolle blik op de wereld waarin Fitzgerald's The Great Gatsby is geschreven.  

F. Scott Fitzgerald (1896-1940) zou - wanneer hij vanuit de literaire hemel op ons neer kon kijken - vast en zeker verbaasd zijn dat hij al decennialang wordt aangemerkt als één van de belangrijkste Amerikaanse schrijvers van de 20e eeuw. Zeker wanneer hij tegen het einde van zijn (korte en geplaagde) leven steeds meer moeite moest doen om zijn korte verhalen geplaatst te krijgen in literaire bladen en zo te voorzien in zijn levensonderhoud. Een levensonderhoud dat sowieso altijd al meer afhankelijk was van zijn korte verhalen dan van zijn romans. Want hoewel Fitzgerald wel successen vierde met onder andere The Great Gatsby heeft hij naast Gatsby slechts drie romans geschreven (This Side of Paradise, The Beautiful and the Damned en Tender is the Night) en bleef bij zijn dood The Love of the Last Tycoon onafgerond. Tegelijkertijd resteerde een groter aantal korte verhalen die tijdens en na zijn dood in verschillende verzamelingen bijeen zijn gebracht. Toch betekende het dat veel van zijn korte verhalen al heel lang niet meer verkrijgbaar zijn of slechts heel beperkt zijn gepubliceerd. Dit vormde voor hoogleraar Amerikaanse Literatuur Sarah Churchwell (1970) de aanleiding om twaalf van deze verhalen samen te brengen in Forgotten Fitzgerald. Echoes of a lost America

Terug naar de Jazz Age

Gezien het feit dat Churchwell met Careless People. Murder, Mayhem and the Invention of The Great Gatsby een boek heeft gewijd aan The Great Gatsby zal het niet verbazen dat in navolging hiervan zij deze verhalen van de vergetelheid heeft willen redden. Haar zeer informatieve en uitgebreide voorwoord geeft niet alleen de context van deze verhalen en het leven van F. Scott Fitzgerald weer, maar is ook een toelichting op de keuze voor juist deze verhalen. Daarbij maakt Churchwell ook zonder meer duidelijk dat dit boek niet betekent dat het beste dat Fitzgerald ooit heeft geschreven nu van de vergetelheid heeft gered. Het is zonneklaar voor Churchwell - en na het lezen van de twaalf verhalen kan dit alleen maar onderschreven worden - dat er bij enkele verhalen nog weleens wat schort, maar dat de kracht van dit collectief juist schuilt in de uitgebreidere kijk die je als lezer krijgt in de wereld van F. Scott Fitzgerald en literair gezien van de wereld van Jay Gatsby uit The Great Gatsby. Want net als deze nog altijd krachtige en prachtig geschreven roman staat de Jazz Age - of zo u wilt The Roaring Twenties - centraal in het werk van Fitzgerald. De zorgeloze pre-crisis jaren twintig die door de crash van Wall Street nooit meer terug zou keren. Een periode die voor Fitzgerald van groot belang was door de veranderende natuur van de Verenigde Staten en de tegenstellingen tussen arm en rijk en de jacht van allen op glamour, hoop en verwondering. 

Meer The Great Gatsby
Deze doorsnede van vergeten verhalen zijn door Fitzgerald geschreven zowel tijdens de hoogtijdagen van de Jazz Age, maar ook in het Amerika van de crisis van de crash. Vaak zijn (soms letterlijk) teksten uit deze verhalen gebruikt voor één van zijn romans waarmee de verbondenheid tussen korte verhalen en romans alleen maar duidelijker wordt. Wat vooral duidelijk is dat een aantal korte verhalen - en dit zijn meteen de beste verhalen uit de bundel - een bredere blik geven op de wereld van The Great Gatsby en voor liefhebbers van dat essentiële werk een must zijn om te lezen. Want in deze verhalen komt het beste van de Verenigde Staten, de American Dream, in harde botsing met de realiteit van een maatschappij die wellicht meer egalitair is dan de Europese (lees: Britse) variant, maar nog altijd veel nadruk legt op afkomst. Fitzgerald laat dit thema continu doorklinken in de meeste van deze verhalen. Van Love in the Night waar de waanzin van de Russische revolutie de kern is van een liefdesverhaal tussen een Russische prins en rijke Amerikaanse dochter tot The Rubber Check waar social climber Van Schuyler - als een soort Jay Gatsby - immer diens (povere) achtergrond onder de neus wordt gewreven, maar uiteindelijk - mede door de crash - er genadiger afkomt dan zijn fictieve evenknie. Niet alleen dat, maar zelfs een moordmysterie, de wereld van Hollywood en een verhaal over nature versus nurture zijn in deze bundel terug te vinden. Niet allemaal even verfijnd of "af", maar allen zeer de moeite waard om te lezen en daarmee een bredere inkijk gevend in het genie van F. Scott Fitzgerald en de wondere wereld van de Jazz Age.

Oordeel FerdiBlog: ****

Lees hier de recensie door FerdiBlog van 'The Great Gatsby' van F. Scott Fitzgerald. 'Forgotten Fitzgerald. Echoes of a Lost America' samengesteld door Sarah Churchwell is in 2014 uitgegeven door Abacus. Bestellen kan hier

woensdag 8 april 2015

Verrader van land én klasse: 'A Spy among Friends' van Ben Macintyre


Ben Macintyre werpt nieuw licht op  hét spionagedrama van de 20e eeuw en laat tegelijkertijd zien dat in de nadagen van het Britse Empire je afkomst en klasse verloochenen erger is dan je land verraden.

Dat waren nog eens tijden: je interesse in het spionnenvak bij de juiste personen laten vallen en wanneer de goede mensen (lees: mannen uit het establishment) je aanbevelen je vrijwel meteen aan de slag kunt als spion. Hoewel dit klinkt als een vroege James Bond is dit de pijnlijke waarheid hoe in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog maar ook nog wel daarna de Britse geheime dienst MI6 haar agenten selecteerde. Dus geen gedetailleerde background check of een uitgebreid traject van allerhande testen om toegang te krijgen tot de belangrijkste geheimen van het Verenigd Koninkrijk. Want precies zo is de manier waarop jonge mannen van het Britse establishment zoals Nicholas Elliott en Kim Philby direct vanuit de collegezalen van Cambridge toetraden tot het sanctum sanctorum van de Britse staatsveiligheid: MI6. Deze twee mannen zouden snel carrière maken en allebei kansen werden toegedicht om uiteindelijk de hoogste baas van MI6 te worden. Het zou heel anders lopen waarbij de een, Elliott, zijn land trouw zou dienen, maar de ander, zijn goede vriend Philby, zijn land zou verraden en de grootste crisis ontketenen die de Britse geheime dienst ooit heeft meegemaakt. Het verhaal van deze twee mannen en het schandaal die dit teweeg heeft gebracht is een kolfje naar de hand van Ben Macintyre die A Spy Among Friends heeft geschreven. Een spannend verhaal dat doet denken aan de spionageromans van John le Carré, maar dan waargebeurd. Niet voor niets levert diezelfde John le Carré een nawoord.

For King and Country
De ontdekking van de zogenaamde Cambridge Spies die jarenlang spioneerden voor de Sovjet Unie bracht het Verenigd Koninkrijk en haar regering in de jaren vijftig ernstig in verlegenheid. Zo ernstig dat de belangrijke positie van de Britse geheime dienst (die na het aflopen van de Tweede Wereldoorlog al tanende was) nooit meer hetzelfde zou zijn en de Verenigde Staten ook op dat punt vanaf dat moment volledig de lakens zou uitdelen. Dezelfde Amerikanen die – met James Jesus Angelton van de CIA voorop – overigens ook lang geloofden in de onschuld van Philby zelfs toen er al grote twijfels waren. Want deze Harold Adrian Russell Philby – indachtig de gelijknamige roman van Rudyard Kipling ‘Kim’ genoemd – was een geraffineerde dubbelagent wiens levenspad door Ben Macintyre (1963) uit de doeken wordt gedaan. En aangezien Macintyre geen vreemde is in dit genre doet hij dat op een zeer aansprekende manier door de vriendschap van Philby en Elliott als uitgangspunt te nemen. Zo volg je als lezer hun voortvarende carrières waarbij Philby al vanaf zijn studententijd in Cambridge zich had overgegeven aan het communisme. Een overgave waarvoor al de nodige aanwijzingen waren vanwege zijn uitingen op Cambridge en zijn eerste vrouw die het communisme aanhing. Maar zoals het toen ging was het vooral belangrijk wat je afkomst was en wie zich voor je wilde inzetten. Het kwam simpelweg niet op bij de mannen – het waren altijd mannen – van het establishment dat één van hen niet zou deugen.

Stranger in Moscow
Met het uitroken van de Cambridge Spies Guy Burgess en Donald MacLean, die na een tip van Philby, tijdig Engeland hebben kunnen ontvluchten, ontstonden de eerste twijfels over Philby. Zijn bravoure, maar toch vooral het feit dat men zich niet kon voorstellen dat hij of all people dubbelagent zou zijn, behoedde hem voor ongenade, ontslag en een lange gevangenisstraf. Hoewel hij een tijdje op non-actief werd gezet, kon hij na enkele jaren – via een post in Beirut – gewoon weer terugkeren bij MI6 en tegelijkertijd zijn werk voor de Russen voortzetten. Eén van zijn grootste verdedigers was diezelfde Nicholas Elliott. Pas toen het net zich echt sloot rondom Philby moesten Elliott en de zijnen toegeven dat ze erin gestonken waren. De confrontatie werd op zeer Engelse wijze aangepakt: onder het genot van een kopje thee een gesprek op het scherpst van de snede tussen Elliott en Philby. Een gesprek waar het als een thriller lezende boek van Macintyre mee begint en in de laatste hoofdstukken tot een ontknoping komt en nieuw licht werpt op hoe Philby naar Moskou is ontkomen en of dit nu wel of niet een overwinning was van de KGB. Eén ding is zeker: de op en top Engelse Philby bleef – zeker qua verschijning – een stranger in Moscow wetende dat het verraad aan zijn achtergrond hem door het establishment nog meer werd nagedragen dan het ernstige feit dat in the end deze Philby een ordinaire landverrader is met bloed aan zijn handen.


Oordeel FerdiBlog: ****

‘A Spy Among Friends. Kim Philby and the Great Betrayal’ van Ben Macintyre is in maart 2014 uitgegeven door Bloombury. Afgelopen maand is de paperback-versie verschenen. Een Nederlandse vertaling is als 'Een spion onder vrienden' uitgegeven door Prometheus/Bert Bakker. Bestellen kan hier

Deze recensie is eerder verschenen op Jalta, het online nieuwsmagazine. Met enige regelmaat zullen recensies op het gebied van Kunst & Cultuur ook daar gepubliceerd worden.

maandag 6 april 2015

Romeinse zustersteden tegen wil en dank. 'Twee Steden' van Fik Meijer


In Twee Steden vormen Rome en Constantinopel als concurrerende centra voor de wereldlijke en geestelijke macht van het Romeinse Rijk een mooie aanleiding voor Fik Meijer om de geschiedenis van het Romeinse Rijk vanuit een ander perspectief te belichten. 

Sinds Keizers sterven niet in bed in 2001 uitkwam heeft Fik Meijer, tot 2007 hoogleraar Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, de perfecte toon gevonden om de Romeinse geschiedenis onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Het aardige daarbij is dat Meijer altijd aanleiding vindt om die geschiedenis vanuit een ander perspectief te beschrijven. En hoewel je je soms af kunt vragen hoeveel perspectieven Meijer nog kan vinden om zonder in (verbelende) herhaling te vervallen die geschiedenis te beschrijven, is het natuurlijk niet vreemd dat een geschiedenis die reikt van de het ontstaan van de stad Rome in 753 voor Christus tot het definitieve einde van het Oost-Romeinse (Byzantijnse) Rijk met de val van Constantinopel in 1453 aanleiding geeft tot een gestage reeks boeken. Na onder andere gladiatoren, Vercingetorix, wagenrennen, het Imperium van Rome, integratie en discriminatie in de Romeinse wereld en helden en heldinnen neemt Meijer nu de hoofdsteden van het Romeinse Rijk onder de loep. Want hoewel Rome immer centraal had gestaan in het Romeinse Rijk en haar rijkdom, omvang en betekenis door geen enkele stad ook maar benaderd werd, verscheen in 330 een nieuwe ster aan het firmament: Constantinopel. Want keizer Constantijn die afrekende met het heidense Romeinse verleden en Christendom als de nieuwe staatsreligie omarmde besloot tevens om in 330 Constantinopel uit te roepen tot nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk. En zo ontstond een concurrentie tussen beide steden die Meijer als uitgangspunt neemt voor zijn nieuwe blik op het rijke Romeinse verleden. 

Een nieuwe hoofdstad voor een nieuwe tijd
Het is niet verbazingwekkend dat Meijer de relatie tussen beide steden als uitgangspunt neemt. Juist in hun verbonden geschiedenis en de symboliek ervan komt veel terug dat van belang is voor de geschiedenis van de Romeinen. De omvorming van het oorspronkelijk Griekse Byzantium tot nieuwe hoofdstad van het Romeinse Rijk vernoemt naar keizer Constantijn is een belangwekkende gebeurtenis geweest in de geschiedenis. Niet alleen omdat de natuur van het Romeinse Rijk tegelijkertijd veranderde naar een christelijke natuur, maar ook omdat Constantinopel gunstiger gelegen was om de dreiging vanuit het Oosten beter tegen te kunnen gaan. Want Rome lag al lang niet meer centraal voor de nieuwe uitdagingen waar het Romeinse Rijk voor stond. Ook Diocletianus (244-311) zag dit en stelde tijdens zijn keizerschap dat duurde van 284 tot 305 een Tetrarchie in waarbij het rijk in tweeën werd gedeeld om bestuurd te worden door een viermanschap met verschillende hoofdsteden. Maar met de instelling van Constaninopel als nieuwe hoofdstad veranderde voor het eerst de positie van Rome daadwerkelijk. En hoewel Constantinopel niet kon tippen aan de glorie van Rome hebben opvolgers van Constantijn, en dan met name Theodosius II en Justinianus, dermate veel aan het aangezicht van Constantinopel veranderd dat het nieuwe Rome gelijk kwam te staan aan het oude Rome en zelfs op een aantal punten overtrof. Niet voor niets staat Meijer in dit boek - naast de loop van de Romeinse geschiedenis - uitgebreid stil bij de fysieke veranderingen die beide steden hebben ondergaan. 

Geestelijke en wereldlijke macht
Fik Meijer
Maar nog belangrijker dan het aangezicht van beide steden was de strijd om wereldlijke en geestelijke macht. Daar waar de keizers waren, was ook de macht en verbaast het niet dat de wereldlijke macht - ondanks de aanwezigheid van de Senaat en symboolfunctie van de macht van de Romeinen - stilaan volledig verdween uit Rome en een plek vond in Constantinopel. Tegelijkertijd vond Rome - onder aanvoering van de pausen - zich opnieuw uit als het geestelijke hoofdstad van de wereld. En hoewel er vanuit Constantinopel veel pogingen zijn gedaan om deze geestelijke macht ondergeschikt te maken aan zowel de keizer en Patriarch in Constantinopel trok Rome aan het langste einde. Een uitkomst die tot de dag van invloed gezien Rome's centrale rol binnen de Rooms-Katholieke kerk. Ook de geopolitieke ontwikkelingen van deze op het oog concurrerende steden hebben hun sporen achtergelaten, want hoewel het Oost-Romeinse Rijk nog bijna duizend naar na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 door zou gaan, viel Rome ten prooi aan diverse invallen. Invallen die grote sporen van vernielingen achterlieten en een metropolis van een miljoen inwoners op haar hoogtepunt terugbracht naar een verlaten spookstad met slechts enkele tienduizenden inwoners. En zo leek de concurrentie tussen beide steden in het voordeel van Constantinopel uit te vallen, maar dat gaat voorbij aan de symbolische, geestelijke en wereldlijke waarde van Rome. Want Constantinopel als hoofdstad van het resterende Romeinse Rijk bleef haar oog houden op het oude Rome. Net als broers en zussen concurreerden Rome en Constantinopel met elkaar, maar de familieband zorgde dat de één niet zonder de ander kon. Niet voor niets zijn tal van pogingen gedaan om Rome en Italië weer binnen de Romeinse invloedssfeer te krijgen. Alleen door toedoen van keizer Justinianus (482 tot 565) die van 527 tot diens dood regeerde en zijn generaal Belisarius kon het Romeinse Rijk weer echt zo genoemd worden door Italië en Rome te heroveren. Waarmee Rome overigens geen rol van betekenis kreeg als bestuurlijk centrum, die rol was weggelegd voor het noordelijker en het door moerassen omgeven en daardoor makkelijker te verdedigen Ravenna. 

De Zuil van Phocas
Meijer eindigt zijn boek over de zustersteden tegen wil en dank in het op het oog willekeurige jaartal 608. In dat jaar erkende keizer Phocas de geestelijke dominantie van Rome en gaf de pausen het heidense Pantheon als nieuwe christelijke kerk (waarmee het Pantheon tot op de dag van vandaag voor ons allen behouden is gebleven). Tegelijkertijd werd uit dankbaarheid op het aloude Forum Romanum voor het laatste een nieuw bouwwerk toegevoegd: de Zuil van Phocas. Rome zou uiteindelijk voor de Oost-Romeinen volledig verloren gaan en zo gedwongen hun eigen Byzantijnse weg te gaan.  

Oordeel FerdiBlog: ****

'Twee Steden. Opkomst van Constantinopel. Neergang van Rome (330-608)' van Fik Meijer is in 2013 uitgegeven door Athenaeum - Polak & Van Gennip. Bestellen kan hier

zaterdag 4 april 2015

Concert 3 april 2015: Een Vriendelijke Matthäus-Passion


Bach: Matthäus-Passion

Werner Güra, tenor (Evangelist)
Florian Boesch, bas (Christus)
Johannette Zomer, sopraan
Birgit Remmert, alt
Stephan Rügamer, tenor
Thomas Oliemans, bas

Cappella Amsterdam, Nationaal Jongenskoor
Jan Willem de Vriend, Rotterdams Philharmonisch Orkest
De Doelen, Rotterdam

Jan Willem de Vriend is wederom in de Passietijd te gast bij het Rotterdam Philharmonisch Orkest. Ditmaal met de Matthäus-Passion waarbij veel te genieten viel, maar alles net niet helemaal op zijn plek viel. 

Gelijk het Koninklijk Concertgebouworkest rouleert het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO) de Passies van Bach. Vorig jaar viel daarom bij het RPhO te genieten van een Johannes-Passion met een flinke dosis pathos niet in de laatste plaats te danken aan de onnavolgbare Evangelist van James Gilchrist en de muzikale leiding door Jan Willem de Vriend. Alle reden voor de Rotterdammers dus om De Vriend ook voor de in Nederland nog altijd ongekend (maar terecht) populaire Matthäus-Passion te dirigeren. Hoewel Nederland toch niet bekend staat om haar geloofstrouw en -uitoefening heeft de Matthäus een ongekende aantrekkingskracht op een groot deel van Nederland. Een aantrekkingskracht die zorgt voor tal van uitvoeringen door heel het land uitgevoerd door professionele én amateur-orkesten en van gesubsidieerd tot het muzikale project van Pieter Jan Leusink dat het beste als de 'BV Matthäus' omschreven kan worden. Een sterke Passietraditie, begonnen onder Mengelberg, in combinatie met de troostrijke muziek van Bach is een winnende combinatie in de Lage Landen.   

Prachtige violen
Vooropgesteld dat De Vriend een uitmuntende dirigent is die vol gaat voor ieder concert, leek deze Matthäus al met al toch wat te missen. Er viel veel te genieten in de bomvolle grote zaal van De Doelen met gerespecteerde solisten en het altijd goed spelende RPhO. Zo was de sopraan van Johannette Zomer een absoluut hoogtepunt. Niet alleen kraakhelder met uitstekende dictie, maar ook nog eens volume. Zulke sopranen kom je niet snel tegen bij de Mättheus. Daar stak de prima zingende, maar wel met weinig volume behepte alt Birgit Remmert toch een tikkeltje bleekjes bij af. Zeker in het immer prachtige Erbarme Dich is dat een groot gemis. Een gemis dat overigens goed werd gemaakt door een prachtige vioolsolo van concertmeester Marieke Blankestijn. Een kwaliteit die Rotterdam in overvloed heeft, want enkele jaren geleden stal haar collega-concertmeester Igor Gruppman ook al de show in Erbarme Dich. Dat gold overigens ook voor de strijkers in het algemeen. Hoewel ze er even in moesten komen, zorgden ze - met name in de slotaria Mache dich, mein Herze, rein - voor een prachtige begeleiding en daarmee een magisch muzikaal moment. Gek genoeg gold deze magie niet voor de Evangelist van Werner Güra. Güra is een bekende naam en zou garant moeten staan voor een topuitvoering, maar hoewel zijn kwaliteit zonder meer evident is, leek de fut er gisteravond bij tijd en wijle uit. Wellicht de prijs die je betaalt bij een optreden op de derde achtereenvolgende dag. 

Onevenwichtig
Ook het zichtbare enthousiasme van Jan Willem de Vriend die koor en orkest opzweept en vrijwel de hele Matthäus mee playbackte zorgde ervoor dat deze uitvoering ook daadwerkelijk zijn uitvoering is. De Vriend kiest daarbij grotendeels voor de - sinds de benchmark-opname van John Eliot Gardiner - in zwang geraakte snellere tempi conform de meer authentieke uitvoeringspraktijk. Voor Gardiner c.s. en dus ook De Vriend niet een Matthäus van Furtwängler, Mengelberg of Klemperer die een stuk langer duurt, maar de snellere variant. Hoewel De Vriend ook hierbij zijn eigen richting bepaalt: geen klein ensemble voor hem en tempowisselingen waarbij ook rust werd gevonden. Tegelijkertijd brengt De Vriend ook het nodige theater in door de grootste momenten wanneer bijvoorbeeld het volk kiest voor Barabas en daarmee Jezus tot het kruis met veel aplomb te brengen. En toch kan niet gezegd worden dat deze uitvoering van de Matthäus je echt in vervoering brengt, daarvoor is het teveel een mixed bag, maar zonder meer een passende en fijne invulling van Goede Vrijdag. 

Oordeel FerdiBlog: ****

Op 1, 2 en 3 april speelde het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Jan Willem de Vriend de Matthäus-Passion van Bach. Deze recensie is op basis van de uitvoering op 3 april 2015. 

vrijdag 3 april 2015

Cabaret 2 april 2015: Hans Liberg's gouden formule


Hans Liberg
ATTACCA

Hans Liberg
Ralph Adriaansen (drums)
Rémy Dielemans (gitaar/bas)
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Hans Liberg weet precies waar zijn kracht ligt en heeft daardoor zijn eigen niche binnen het cabaret. Zijn nieuwste show ATTACCA doet zijn fans wederom genieten met een mooie bijrol voor met name drummer Ralph Adriaansen. 

Het is al eerder gememoreerd naar aanleiding van zijn vorige show ICK Hans Liberg dat voor Hans Liberg, misschien nog meer dan bij andere cabaretiers, geldt you love or hate him. En het moet gezegd: Hans Liberg ontloopt de makkelijke en flauwe grappen niet en zijn show zijn - indachtig de regelmatige uitzending op de publieke omroep - in alle opzicten TROStastisch. Maar dat laat onverlet dat Liberg echt zijn eigen stijl heeft maar veel vakmanschap achter zit. Zijn eindeloze variaties op bekende melodieën van Mozart, Schubert, Beethoven, Hadyn en andere muzikale grootheden die gek genoeg altijd terug te horen zijn in de muziek van onze tijd zijn de basis voor zijn succes en daarin is hij - terecht - onnavolgbaar. En zijn repertoire aan grappen en grollen variëren van flauwe woordgrappen tot ingenieuze vondsten waarbij slapstick ook niet gemeden wordt. In tegenstelling tot de Freek de Jonges van deze wereld is zijn engagement beperkt alhoewel in de marge wel merkbaar zoals dit fragment uit ATTACCA over Zwarte Piet duidelijk maak, maar vooral erop gericht is om het publiek gewoon lekker aan het lachen te maken:


Vertrouwde vernieuwing
Voor de pauze is het in ATTACCA eigenlijk business as usual met Liberg die al muzikaal associërend de lachers op zij hand heeft. Zeker wanneer het publiek er echt zin in heeft, zoals gisteravond in de Haagse Koninklijke Schouwburg, toont Hans Liberg aan dat hij over een gouden formule beschikt. En hoewel de grappen veelal raak zijn, bekruipt soms het gevoel dat je een bepaalde grap of muzikale vondst al eens eerder in een show van Liberg hebt gehoord. Deze vertrouwdheid is zowel de kracht als een zwakte van Liberg. Binnen zijn gouden formule vernieuwt Liberg overigens zeker wel. Niet voor niets heet deze show ATTACCA naar de gelijknamige Italiaanse muziekterm die zoveel inhoudt dat de overgang tussen twee delen van een muziek stuk (of de overgang tussen twee verschillende stukken muziek) zonder pauze plaats vindt. Zijn attacca houdt in dat hij moeiteloos overgaat van klassiek, naar jazz en andere muziekvormen en ook het huwelijksrepertoire niet mijdt waarbij hij zijn eigen versie van YMCA geeft:


Hoofdrol voor de drummer
Andere "vertrouwde" vernieuwing is de introductie van een sidekick. In zijn vorige show was het een "stagiair", nu wordt Liberg vergezeld door drummer Ralph Adriaansen en bassist Rémy Dielemans. Met name de chemie tussen Liberg en zijn bête noire Ralph en diens veelbetekenende mimiek zijn een belangrijk onderdeel van het succes van ATTACCA. Daarbinnen blijft de gouden formule gehandhaafd hoewel door de aaneensluitende overgangen er niet echt sprake is van een rode draad. Zo kon het gebeuren dat Liberg echt de tijd nam (de show duurde bijna 2,5 uur exclusief een korte pauze van een kwartier), maar dat het ook niet echt tot een finale kwam waardoor het einde van de show wat wegliep. Dit alles mag de pret niet drukken: ATTACCA is vintage Hans Liberg en dan weten de fans weer dan genoeg.  

Oordeel FerdiBlog: ****

Lees hier de eerdere recensie op FerdiBlog van 'ICK Hans Liberg'.

'ATTACCA' is in dececmber 2014 gestart en loopt, met onder andere optredens in België en Duitsland, nog door tot december 2015. Klik hier voor de speellijst en het bestellen van kaarten.