vrijdag 30 augustus 2013

'Stadsliefde: Scènes in Parijs' van Adriaan van Dis


Ik kom er maar rond voor uit: ik ben kritiekloos fan van het personage Adriaan van Dis. Hoewel ik tot op heden amper zijn boeken heb gelezen, hou ik van Adriaan van Dis zoals Nederland hem via Hier is... Adriaan van Dis en (met name voor mij) als presentator van Zomergasten heeft leren kennen. Voor mij blijft Van Dis, naast Peter van Ingen, dé presentator van dit TV-instituut. Alleen al de wijze waarop hij steevast aan iedere gast vroeg of hij/zij rode of witte wijn wenste, maakte mijn avond op voorhand al goed. En natuurlijk werd Zomergasten toch vooral het programma van Adriaan van Dis met een willekeurige gast, maar ik kan me sindsdien niet meer herinneren dat ik met zoveel interesse en plezier naar Zomergasten heb gekeken. 

Recent was Van Dis meer even terug in zijn oude rol als presentator van Hier is... Adriaan van Dis via een eenmalige - door De Wereld Draait Door mogelijk gemaakte - uitzending. Dit was het startpunt van Van Dis' terugkeer in Nederland na lange tijd in Parijs gewoond te hebben. In die periode schreef Van Dis verhalen over zijn belevenissen voor En France, Ons Erfdeel en Leeftocht en op uitnodiging voor het Boekenweekessay in 2004. Op basis hiervan, herschreven en gecombineerd met verhalen en schetsen die nog niet gepubliceerd waren, publiceerde Van Dis in 2011 Stadsliefde. Scènes in Parijs

Toevalligerwijs liep ik het boek tegen het lijf in de AKO op Rotterdam-The Hague Airport vlak voor mijn vertrek naar Zuid-Frankrijk. Als onderdeel van deze vakantie ontbrak een bezoek aan Parijs niet, dus alle reden om dit op voorhand ideale vakantieboek mee te nemen. En ik werd niet teleurgesteld. Stadsliefde leest heerlijk weg en doet zijn leven in Parijs, maar vooral zijn waarnemingen over Parijs,  op ironische en luchtige wijze uit de doeken. 

Opvallend daarbij is dat ondanks dat Van Dis de taal en cultuur van Frankrijk beheerst en oppervlakkig betrokken wordt in het Parijse leven hij nooit echt onderdeel wordt van Parijs. Hij blijft altijd een buitenstaander die overigens wel met behoorlijke welwillendheid tegemoet wordt getreden. Zo is hij verbonden met zijn wijk (hij verhuist overigens binnen Parijs enkele keren) via Annie van de buurtsuper die fungeert als moederkloek van de buurt, maar ook monsieur Dubois de clochard die bij de buurt hoort. Van Dis geeft een uitgebreid inkijkje in het leven van andere buitenstaanders. Zo zijn clochards onderdeel van het Parijse leven en heeft iedere wijk zijn eigen clochard waar zij enigszins voor zorgen. Tevens maakt Van Dis zich druk over de uitzichtloosheid van minderheden in de gevreesde banlieues. Toch zijn de observaties breder dan dat en bevat de bundel ook een wat afwijkend  onderdeel dat een groot aantal pagina's beslaat en een fictieve mijmering van Van Dis bevat wanneer hij wordt bezocht door twee kardinalen die de opdracht hebben gekregen om hem voor te bereiden tot de roeping van kardinaal en uiteindelijk Paus.

Het aardige aan het lezen van Stadsliefde wanneer je in Parijs bent, is dat je veel van de zaken die Van Dis beschrijft herkent of juist in de gelegenheid wordt gesteld om achtergronden beter te begrijpen. Bij het wandelen over de beroemde begraafplaats Père-Lachaise stuitte ik op een neogotisch graf van een voor mij in beginsel onbekend paar. Het grote aantal toeristen dat zich ophield bij dit praalgraf - al dan niet vergezeld van reisleider met bijbehorend vlaggetje - deed vermoeden dat dit een bekend graf moest zijn. En na even denken, viel het kwartje door Van Dis' vertelling over de gedoemde Middeleeuwse liefde tussen Héloïse en Abélard. Het verhaal van de liefde tussen Pierre Abélard - verbonden aan de kloosterschool van de Notre Dame - en zijn leerling Héloïse leidt tot zijn gevangenneming, castratie en bekering tot monnik terwijl Héloïse brieven aan hem schrijft die - in de woorden van Van Dis - 'tot de meest gepassioneerde van de Franse literatuur behoren' en hem doet toevoegen 'Ook dat leren kinderen op school'. Wanneer aan het begin van de negentiende eeuw Père-Lachaise als nieuwe begraafplaats aan Parijs wordt toegevoegd worden de lichamen van het liefdespaar naar Père-Lachaise verhuist als publiciteitsstunt. Dat het geholpen heeft, moge duidelijk zijn.

Voor wie zowel houdt van Parijs als Adriaan van Dis is Stadsliefde een aankoop sans regret!  

donderdag 29 augustus 2013

'Austerlitz' van W.G. Sebald


Austerlitz van de Duitse schrijver W.G. Sebald (1944-2001) is een bevreemdend boek. Het boek valt lastig samen te vatten en wanneer een poging wordt gedaan, kom je niet veel verder dan dat Sebald verhaalt over de (fictieve) ontmoeting tussen de anonieme verteller en ene Jacques Austerlitz. Via deze ontmoeting wordt de levensgeschiedenis van Austerlitz vertelt, een levensgeschiedenis die een belangrijk deel van de West-Europese geschiedenis van de 20e eeuw omvat. 

Dit simpele gegeven lijkt niet meteen garant te staan voor een uitzonderlijk boek, maar toch valt dit laatste werk van Sebald zo te betitelen. Want na die eerste ontmoeting volgen - over een tijdspanne van ongeveer dertig jaar - meerdere ontmoetingen tussen de verteller en Austerlitz die inzicht geven in het leven van Austerlitz. Pas op latere leeftijd, op een kostschool in Wales, wordt Austerlitz door het hoofd van zijn school verteld dat hij niet uit Wales komt, zijn ouders zijn pleegouders zijn en hij in werkelijkheid Jacques Austerlitz heeft. Zijn echte ouders hebben hem in de dagen voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vanuit Tsjechië op Kindertransport naar het Verenigd Koninkrijk gezet. Zijn ouders hebben dat geluk niet en zijn moeder eindigt in kamp Theresienstadt terwijl zijn vader in Parijs verdwenen is. Hun uiteindelijke lot blijft ongewis, maar hun vermoedelijke einde laat zich raden. Austerlitz ontwikkelt zich tot historicus in de architectuur en gaat de gangen van zijn ouders na teneinde hun lot te kunnen vaststellen. Een zoektocht die leidt naar Theresienstadt en Parijs, maar ook een zenuwinzinking. Voor Austerlitz is dit ook een zoektocht naar hemzelf en van een naam die hij voorheen slechts associeerde met de beroemde Slag bij Austerlitz gewonnen door Napoleon en het gelijknamige treinstation in Parijs. 

Sebald kiest een behoorlijk afwijkende doch fascinerende manier om dit verhaal te vertellen. Alles wordt verteld vanuit de anonieme verteller die moeiteloos de ik-vorm overneemt voor Austerlitz en anderen. Daarbij kent het boek hoofdstukken noch een indeling in paragrafen. Verder verliest Sebald zich in uitgebreide zinnen die in een enkel geval meer dan een pagina bestrijken. Ondanks deze weinig bemoedigende beschrijving, werkt deze aanpak juist enorm. Te meer omdat het uiteindelijke doel van Sebald niet lijkt te zijn om het verhaal van Austerlitz te vertellen aangezien lezers die closure zoeken inzake het lot van de ouders van Austerlitz bedrogen zullen uitkomen. Sebald gebruikt het fictieve personage Austerlitz om meanderend een beeld te geven van het Europa van de 20e eeuw met een bijzondere focus op Europa en de Tweede Wereldoorlog en de aanloop ernaartoe en gevolgen. Een thema dat in het oeuvre van Sebald dominant is. 

Voor het lezen van Austerlitz was de schrijver Sebald volstrekt onbekend. Een tip van een goede vriend wiens boekentips ik immer koester (je weet wie je bent!) leidde me tot deze vondst. Sebald is helaas te vroeg overleden, want rond zijn overlijden kwam er blijkbaar steeds meer aandacht voor diens werk en werd zijn naam steeds genoemd als mogelijk toekomstige ontvanger van de Nobelprijs voor de Literatuur. Sebald laat een een bescheiden oeuvre achter van negen boeken en een verzameling gedichten. Voor een ieder met een interesse in een roman out of the ordinary over het Europa van de 20e eeuw kan slechtere startpunten kennen dan Austerlitz van W.G. Sebald.

dinsdag 13 augustus 2013

'The Old Man and the Sea' van Ernest Hemingway


"Writing, at its best, is a lonely life. Organizations for writers palliate the writer's loneliness but I doubt if they improve his writing. He grows in public stature as he sheds his loneliness and often his work deteriorates. For he does his work alone and if he is a good enough writer he must face eternity, or the lack of it, each day.
Met deze woorden, onderdeel van zijn voorgelezen speech, ontving Ernest Hemingway (1899-1961) in 1954 de Nobelprijs voor de Literatuur. Hemingway was niet in staat om de reis naar Stockholm te maken door zijn slechte gezond als resultante van twee (!) achtereenvolgende vliegtuigcrashes in Afrika  eerder dat jaar. Het eenzame schrijversleven dat Hemingway verbindt met de kwaliteit van het werk van een schrijver komt als thema terug in één van diens meest bekende werken en één van de aanleidingen van het Nobelprijscomité om hem de Nobelprijs toe te kennen: The Old Man and the Sea.

In deze novelle van net geen 100 pagina's - tevens het laatste werk van Hemingway dat tijdens zijn leven werd gepubliceerd - staat de oude visser Santiago centraal. Het is inmiddels 84 dagen geleden dat hij voor het laatst een vis heeft gevangen. Deze pech leidt ertoe dat zijn trouwe metgezel, de jonge Manolin, van zijn ouders niet meer met hem mee mag varen. Santiago trekt er voor de 85e keer op uit, ditmaal in alle eenzaamheid. Wat volgt is een strijd tussen Santiago en een enorme vis, een marlijn, waarmee hij eindelijk weer succes behaalt. Toch is het succes beperkt. Santiago is door de strijd met de marlijn enorm ver afgedreven van Havana in zijn thuisland Cuba en heeft een lange terugreis voor de boeg. Een terugreis waarbij zijn trofee - te groot om aan boord te nemen en daardoor dus vastgeklonken is aan zijn bootje - stukje bij beetje wordt opgegeten door toegesnelde haaien. Telkens moet Santiago strijd leveren met deze aasgieren. Een strijd die hij telkens moeizamer wint om uiteindelijk in Havana aan te komen met slechts het skelet van de Marlijn. Compleet uitgeput wordt hij verzorgd door Manolin die, ondanks de wens van zijn ouders, weer bij Santiago wil inschepen. De andere vissers bezien het skelet met diep respect en Santiago lijkt daarmee zijn periode van pech te hebben afgesloten en tevens (tijdelijk?) gewonnen te hebben van de ouderdom. Een vredige nachtrust met dromen over zijn jeugd vallen hem ten deel. 

Gelijk andere boeken van Hemingway zijn persoonlijke interesses en gebeurtenissen uit zijn leven leidend voor de thematiek van zijn verhalen. Zo komt zijn liefde voor stierenvechten terug in The Sun also Rises en de periode als journalist in Spanje tijdens de Spaanse Burgeroorlog in For Whom the Bell tolls. Zijn liefhebberij voor het vissen en Cuba komt terug in The Old Man and the Sea, maar zou ook gezien kunnen worden als een parabel op het eenzame schrijversbestaan: pas wanneer Santiago alleen de zee opgaat, vangt hij de grootste vis uit zijn carrière. Overigens valt in deze novelle veel meer thematiek te ontwaren: de rol van ouderdom, de verbondenheid van mens en natuur, maar ook de eerbaarheid van strijd. 

Hemingway heeft een prachtige pen die meer dan een halve eeuw later nog steeds aanspreekt terwijl er al met al niet heel veel gebeurt in The Old Man and the Sea, maar je toch gekluisterd blijft aan het boek. Toch is het de vraag wat dit boek zo afwijkend maakt van andere boeken dat het een significante rol heeft gespeeld bij de toekenning van de Nobelprijs. Misschien is het dan niet alleen de fabel zelf, maar vooral de gelaagdheid ervan. Een gelaagdheid die ook terug te vinden is in bijvoorbeeld de korte novelle Het Dwaallicht van Willem Elsschot waarbij de betekenis van het verhaal in schril contrast staat tot het beperkte aantal pagina's. 

maandag 12 augustus 2013

'Inferno' van Dan Brown


Eigenlijk is deze recensie van het nieuwste boek van bestseller-koning Dan Brown volstrekt overbodig. Het is bij Dan Brown namelijk heel simpel: je houdt of haat zijn boeken, een tussenweg lijkt er niet te zijn. Liefhebbers van Dan Brown roemen de spanning van de boeken, het tot leven brengen van legenden en de bijbehorende steden en zijn gave om - letterlijk - een pageturner die zijn gelijke niet kent te schrijven. Haters van Brown wijzen op zijn gebrekkige proza en de ongeloofwaardigheid van zijn verhalen die wordt gemaskeerd door de snelheid waarmee gebeurtenissen elkaar opvolgen. Liefhebbers blijven zijn boeken kopen en haters lopen met een grote boog om de grote stapels Dan Brown-boeken in de boekhandels heen.

Dan Brown zal van dit alles niet wakker liggen. Zijn boeken zijn zonder uitzondering bestsellers en van zijn twee meest bekende boeken met allebei professor Robert Langdon in de hoofdrol - The Da Vinci Code (De Da Vinci Code) en Angels & Demons (Het Bernini Mysterie) zijn twee (commercieel) succesvolle films gemaakt, geregisseerd door Ron Howard en met in de hoofdrol de aardigste man van Hollywood Tom Hanks. Binnen zijn oeuvre valt overigens het onderscheid aan te brengen tussen die boeken waarin Robert Langdon de hoofdrol speelt en de boeken waar dit niet het geval is. Deze laatste categorie beslaat slechts twee boeken: zijn debuut Digital Fortress (Het Juvenalis Dilemma) dat pas na The Da Vinci Code populair werd en Deception Point (De Delta Deceptie). De eerste categorie met hoogleraar religieuze symboliek Robert Langdon beslaat inmiddels - Inferno meegerekend - vier boeken. 

En om maar kleur te bekennen: ik behoor tot de categorie van de liefhebbers van de boeken van Dan Brown. Er is veel aan te merken op zijn schrijfstijl en de geloofwaardigheid c.q. interne logica van zijn boeken, maar er zijn maar weinig boeken die zo'n vermakelijke en spannende leeservaring bieden als de boeken van Dan Brown. Mijn lof is daarbij overigens wel gekwalificeerd. Ooit begonnen met The Da Vinci Code met de zoektocht van Langdon naar de Heilige Graal, was ik pas echt overtuigd door het in mijn ogen superieure Angels & Demons waarbij Dan Brown op geraffineerde wijze de politiek van de Romeinse Curie verbindt met de mythe van de anti-klerikale Illuminati en het werk van Bernini. Digital Fortress vond ik maar zo-zo, terwijl Deception Point net als Angels & Demons een geraffineerd verhaal vertelt waarbij de mogelijke ontdekking van buitenaards leven wordt gekoppeld aan de (ruimtevaart-)politiek in Washington, DC. 

Na het voorafgaande kan het bijna niet anders dan dat ik zowel naar The Lost Symbol (het derde boek met Robert Langdon in de hoofdrol) als Inferno met spanning uitkeek. Helaas voor Dan Brown vond ik The Lost Symbol een enorme tegenvaller. Op de een of andere manier liep dat boek niet en is er ook weinig blijven hangen. Ook het pageturner-gehalte viel nogal tegen. Inmiddels is duidelijk geworden dat dit Robert Langdon-verhaal niet verfilmd wordt, maar dat de eerstvolgende film met Tom Hanks Inferno als basis neemt. 

Met Inferno gooit Brown het over een andere boeg. Hoewel geïnspireerd door De Goddelijke Komedie van Dante Alighieri kiest Brown er ditmaal voor om mythe en feiten juist niet aan elkaar te verbinden, maar een wat meer down to earth-plot te presenteren waarbij een zonderlinge miljardair de in zijn ogen fatale exponentiele bevolkingsgroei via een kunstmatig gecreëerd virus een halt toe wil roepen en daarmee de mensheid wil redden. En hoewel deze Betrand Zobrist zich bewust hult in een door Dante geïnspireerde creatuur Shade en inspeelt op de angst voor een nieuwe Pest (The Black Death) blijft Brown ditmaal ver weg van het mythische en daarmee kiest hij er voor om het ongeloofwaardige niet als geloofwaardig te presenteren. En hoewel de zoektocht van Robert Langdon, wederom bijgestaan door een aantrekkelijke vrouwelijke sidekick - de hoogbegaafde Sienna Brooks - volgens de bekende formule van kruip-door-sluip-door in ditmaal Florence en Istanbul kiest Brown nu toch voor een wat andere benadering zonder zijn kernpubliek van zich te vervreemden. Natuurlijk spelen schimmige machten (het niet heel erg goed uit de verf komende Consortium) en bestaande wereldorganisaties (de World Health Organisation) een hoofdrol die  Langdon en zijn queeste om de wereld te redden in gevaar lijken te brengen. Ook verandert met enige regelmaat het perspectief van de hoofdrolspelers waardoor 'Goed' en 'Kwaad' niet altijd evident zijn. Maar met het onverwachte en wat teleurstellende einde kiest Brown voor een duidelijk andere weg dan zijn voorgaande boeken. 

Juist dit afwijkende einde zorgt ervoor dat ondergetekende het boek na het lezen van de laatste pagina wat ontevreden dicht sloeg. Inferno is zonder meer beter dan The Lost Symbol, maar haalt het niet bij The Da Vinci Code en Angels & Demons, maar ook Deception Point is de meerdere van Inferno. Dit laat onverlet dat met de nog voortdurende zomer Inferno een ouderwets spannend boek is voor in het vliegtuig, op het strand of waar dan ook. De vraag is echter wel of Dan Brown in staat is om weer een echte topper (in zijn eigen genre, dat dan wel weer) af te leveren zoals het gouden trio van Angels & Demons, Deception Point en The Da Vinci Code. Ik vrees dat hij het een klein beetje verleerd is...

maandag 5 augustus 2013

'The Cuckoo's Calling' van Robert Galbraith (J.K. Rowling)


The Cuckoo's Calling, het debuut van schrijver Robert Galbraith, leek - ondanks lovende recensies - voorbestemd tot een kwijnend bestaand in de diverse boekhandels. Maar inmiddels is, door de loslippige vrouw van een partner van het advocatenkantoor dat de belangen van J.K. Rowling behartigt, gebleken dat de onbekende Robert Galbraith het synoniem is van niemand anders dan J.K. Rowling. En op alleen al de faam van haar naam steeg het ronduit slecht verkopende boek bij Amazon van de 4.709e plek naar de eerste plek als bestverkopende boek. What a difference a name makes. Een en ander geeft natuurlijk wel te denken en lijkt toch weinig goeds te voorspellen voor die ongelukkige boeken die weliswaar goed zijn, maar de marketing missen van een grote naam. Tegelijkertijd is het ook een sof voor J.K. Rowling die juist los van haar bekende naam beoordeeld wenste te worden en voor wie de verkoopcijfers uiteindelijk niet veel uitmaken. Iets waar de uitgever van 'Robert Galbraith' natuurlijk anders over zal denken.

Hoe het ook zij, na de uitermate succesvolle Harry Potter-reeks en de gemengd ontvangen 'volwassen' roman A Casual Vacancy ('Een Goede Raad') laat J.K. Rowling opnieuw zien dat schrijven haar roeping is. Met The Cuckoo's Calling kiest Rowling voor het klassieke genre van de detective. We volgen daarbij Cormoran Strike, een privé-detective die terwijl hij hard op weg naar de goot is door advocaat John Bristow wordt ingehuurd om de zelfmoord van zijn beroemde zus Lula Landry te onderzoeken. Lula was een supermodel die enkele weken weken daarvoor te pletter viel van haar balkon. Al snel werd de conclusie getrokken dat er sprake was van zelfmoord: er waren geen sporen van andere mensen in haar luxe appartement gevonden en de enige getuige die volhield een ruzie te hebben gehoord voorafgaand aan de fatale val was de onderbuurvrouw: de vrouw van filmproducent Freddie Bestigui die stijf stond van de cocaïne. Bristow gelooft dit niet en klampt zich vast aan opnames van bewakingscamera's (de in Londen alom bekende en aanwezige CCTV) waarop een tweetal schimmige figuren te zien zijn die weglopen vlak nadat de fatale val van Lula heeft plaats gevonden. Dat Bristow hulp zoekt bij Strike is niet vreemd. Strike was op jonge leeftijd bevriend met Charlie Bristow, de broer van John. Charlie is op jonge leeftijd bij een ongeluk om het leven gekomen waarbij dit vooral lijkt te wijten aan zijn eigen onzorgvuldigheid. Daarnaast hebben Bristow en Strike meer gemeen. De kinderen van Sir Alec en Lady Yvette Bristow zijn allemaal geadopteerd. Na de dood van Charlie kwam daar Lula bij die moeite had om zich thuis te voelen. Niet alleen door de wat aparte familiesituatie, maar ook door het feit van haar donkere huidskleur die nogal opvallend anders is dan de rest van de familie. Strike is zelf ook product van een aparte familiesituatie. Zijn vader, Rokeby Strike, is een celebrity terwijl Comoran Strike het product is van een fling Rokeby en zijn supergroupie-moeder die door een schijnbare overdosis al lang geleden is overleden. 

In deze schimmige wereld doet tegelijkertijd Robin haar intrede als tijdelijke secretaresse van Strike. Haar eerste kennismaking is - letterlijk - bijzonder pijnlijk wanneer ze binnenkomt op het moment dat Charlotte, de vriendin van Strike, het uitmaakt en Robin bijna ten val komt ware het niet dat Strike haar nog net bij één van haar borsten kan vasthouden. Er zijn betere manieren om een eerste indruk te maken... Desalniettemin blijkt Robin al snel een zegen en wordt zij de steun en toeverlaat van Strike terwijl hij haar in het geheel niet kan betalen. 

Na een sfeervolle beschrijving van de setting, als vervolg op een - letterlijk- verpletterende proloog over de val van Lula, volgt een uitermate spannende vertelling van de zoektocht van Strike en Robin naar de waarheid rondom de dood van Lula. Tijdens deze zoektocht passeren diverse personages waardoor J.K. Rowling haarfijn de standenmaatschappij die het Verenigd Koninkrijk nog is, bloot legt. Van de chique familie Bristow (Lula koos als artiestennaam de meisjesnaam van haar moeder) en de wereld van mode en celebrities tot de politie en de onderkant van de samenleving. Tegelijkertijd laat Rowling in het verhaal ook de grote fascinatie van (met name) het Britse volk voor celebrities zien en laat ze duidelijk merken hoe ze zelf staat ten opzichte van paparazzi. 

Het fijne aan deze Rowling is dat, in tegenstelling tot The Casual Vacancy maar gelijk de Harry Potter-boeken je terug blijft grijpen naar het boek om erachter te komen hoe het verhaal verder gaat. Want dat Rowling een meesterlijke verteller is, hoeft eigenlijk niet meer bevestigd te worden. Het knappe is ook dat je gaandeweg het boek continu aan het denken bent op welke wijze de moord (of is het toch zelfmoord?) wordt opgelost en dat dit alsnog best verrassend is (meer de manier waarop dan de dader zelf overigens) zonder dat Rowling zich in alle hoeken moet wringen en je bij een tweede lezing zou moeten concluderen dat het allemaal nogal ver gezocht is. Wat mij betreft is The Cuckoo's Calling het boek zoals deze na de Harry Potter-reeks geschreven had moeten worden. En het goede nieuws is dat Rowling nog lang niet klaar is met de avonturen van Comoron Strike en zijn trouwe secretaresse Robin.